Even frisse lucht halen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults take a short break by the window for fresh air before returning to work..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Even frisse lucht halen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich fühle mich an meinem Schreibtisch müde.

iesj fuu-luh miesj an main-uhm sjraip-tisj muu-duh Ik voel me moe aan mijn bureau.
B

Lass uns kurz das Fenster öffnen.

las oens koerts das fen-stuh eurf-nun Laten we even het raam openzetten.
A

Ich brauche etwas frische Luft.

iesj brau-guh et-vas frisjuh loeft Ik heb wat frisse lucht nodig.
B

Die Luft draußen fühlt sich kühl an.

die loeft drau-sun fuult ziesj kuul an De lucht buiten voelt koel aan.
A

Können wir uns am Fenster ausruhen?

keur-nun vie-uh oens am fen-stuh aus-ruu-un Kunnen we bij het raam rusten?
B

Wir können hier kurz Pause machen.

vie keur-nun hier koerts pau-zuh maa-khun We kunnen hier even pauze nemen.
A

Ich fühle mich jetzt weniger müde.

iesj fuu-luh miesj yetst vee-nig-uh muu-duh Ik voel me nu minder moe.
B

Lass uns bald wieder arbeiten gehen.

las oens balt vie-duh ar-bai-tun gee-un Laten we zo weer aan het werk gaan.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich fühle mich an meinem Schreibtisch müde.

    Ik voel me moe aan mijn bureau.

    Ich fühle mich
    ik voel me
    an meinem Schreibtisch
    aan mijn bureau
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Ich fühle mich betekent hier dat de spreker een lichamelijke of mentale toestand bij zichzelf ervaart. Het werkwoord is fühlen; in deze wederkerende constructie staat het persoonlijk voornaamwoord mich erbij: ich fühle mich = “ik voel me”. De vorm fühle is de tegenwoordige tijd van fühlen bij ich. Vergelijk: Du fühlst dich müde. = “Jij voelt je moe.” Zowel het werkwoord als het wederkerend voornaamwoord veranderen daar mee met de persoon. an meinem Schreibtisch geeft de plaats aan: aan het bureau. an kan bij een vaste plaats de datief gebruiken. meinem is de datiefvorm van het bezittelijk woord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord der Schreibtisch; de vorm drukt hier dus niet een aantal uit. Bij beweging naar die plek kan een andere naamval optreden, bijvoorbeeld: Ich setze mich an den Schreibtisch. = “Ik ga aan het bureau zitten.” müde is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “moe”. Het staat hier na fühle mich als beschrijving van de toestand van de spreker. In deze positie krijgt müde geen uitgang: Ich bin müde. = “Ik ben moe.” Het tegenovergestelde is wach (“wakker”): Ich fühle mich wach. = “Ik voel me wakker.” Samen vormen de delen: Ich fühle mich + müde beschrijft de toestand van de spreker, en an meinem Schreibtisch voegt de plaats toe. De hele zin betekent daarom: “Ik voel me moe aan mijn bureau.”

  2. Lass uns kurz das Fenster öffnen.

    Laten we even het raam openzetten.

    Lass uns
    laten we
    kurz
    even; kort
    Fenster
    raam
    öffnen
    openen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is een vaste manier om een voorstel in de eerste persoon meervoud te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor één aangesproken persoon; uns betekent hier “ons” en is het voornaamwoord voor de groep waarin de spreker zit. Het is dus niet hetzelfde als een gewone opdracht aan één persoon. Voorbeeld: Lass uns gehen. — “Laten we gaan.” kurz betekent hier “even” of “kort”; in deze zin gaat het vooral om een korte handeling, niet om de fysieke lengte van iets. Als bijwoord staat het bij de handeling: Warte kurz. — “Wacht even.” Fenster betekent “raam”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht onzijdig: das Fenster; het meervoud is die Fenster. Het zelfstandig naamwoord blijft in het meervoud hetzelfde: alleen het lidwoord en de context laten het verschil zien. Voorbeeld: Das Fenster ist offen. — “Het raam is open.” öffnen betekent “openen” of “openzetten”. Dit is de infinitief. Na Lass uns komt de infinitief zonder zu: Lass uns das Fenster öffnen. In een gewone mededelende zin krijgt het werkwoord persoonsvormen, bijvoorbeeld Ich öffne das Fenster. — “Ik open het raam.” Samen vormen de delen: Lass uns + kurz + das Fenster + öffnen: “Laten we even het raam openzetten.” De spreker stelt voor dat de groep het raam kort opent.

  3. Ich brauche etwas frische Luft.

    Ik heb wat frisse lucht nodig.

    brauche
    heb nodig
    etwas
    wat
    frische
    frisse
    Luft
    lucht
    Uitgebreide uitleg

    brauche komt van brauchen en is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich brauche = “ik heb nodig”. Het onderwerp Ich bepaalt hier die persoonsvorm. Voor een andere persoon verandert de vorm, bijvoorbeeld: Sie braucht Ruhe. — “Zij heeft rust nodig.” etwas geeft hier een onbepaalde hoeveelheid aan: “wat” of “een beetje”, zonder een exact aantal vast te leggen. Het staat vóór de woordgroep frische Luft. Voorbeeld: Ich möchte etwas Wasser. — “Ik wil wat water.” frische komt van het bijvoeglijk naamwoord frisch (“vers”). De uitgang -e past hier bij Luft: vrouwelijk, enkelvoud en accusatief. De accusatief is hier nodig omdat brauchen een benodigd object krijgt. Vergelijk: frische Luft, maar frisches Wasser bij het onzijdige Wasser. Luft betekent “lucht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Luft. In deze zin staat het enkelvoud in de accusatief; bij dit woord ziet de vorm er hetzelfde uit als in de nominatief. Voorbeeld: Die Luft ist frisch. — “De lucht is fris.” Samen vormt Ich brauche het patroon “ik heb ... nodig”. etwas frische Luft is het benodigde geheel: “wat frisse lucht”. De volledige zin betekent dus: “Ik heb wat frisse lucht nodig.”

  4. Die Luft draußen fühlt sich kühl an.

    De lucht buiten voelt koel aan.

    Luft
    lucht
    draußen
    buiten
    fühlt sich … an
    voelt aan
    kühl
    koel
    Uitgebreide uitleg

    Luft betekent hier “lucht”. Het is een zelfstandig naamwoord: die Luft is vrouwelijk. De vaste combinatie frische Luft in de vorige zin gebruikt hetzelfde woord; frische beschrijft daar de lucht. draußen betekent “buiten” en staat hier als bijwoord bij die Luft: het maakt duidelijk dat het om de lucht buiten gaat. Het is geen verbogen vorm van Luft. fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen (“aanvoelen”). In deze zin is fühlt de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij die Luft. sich is het wederkerend voornaamwoord bij dit werkwoord; an staat in deze hoofdzin aan het einde. Patroon: Etwas fühlt sich ... an = “Iets voelt ... aan”. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” kühl betekent hier “koel”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na fühlt sich ... an predicatief wordt gebruikt en daarom geen uitgang krijgt. De basisvorm is kühl; een vergelijking is kühler (“koeler”), bijvoorbeeld: Heute fühlt sich die Luft kühler an. — “Vandaag voelt de lucht koeler aan.” Samen vormt de zin: Die Luft draußen (“de lucht buiten”) + fühlt sich kühl an (“voelt koel aan”). De volledige betekenis is: “De lucht buiten voelt koel aan.”

  5. Können wir uns am Fenster ausruhen?

    Kunnen we bij het raam rusten?

    Können wir
    kunnen we
    uns
    ons
    am
    bij het
    Fenster
    raam
    ausruhen
    uitrusten
    Uitgebreide uitleg

    Können wir betekent hier “kunnen we …?”. können is de vorm bij wir en drukt hier de mogelijkheid van een gezamenlijke handeling uit. In een ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Können wir hier warten? = “Kunnen we hier wachten?” Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord doorgaans als infinitief aan het einde. uns hoort bij het wederkerende werkwoord sich ausruhen. Bij wir is het wederkerende voornaamwoord uns; het betekent hier “ons”, niet noodzakelijk “onszelf” als nadruk. Vergelijk ich ruhe mich aus (“ik rust uit”) en wir ruhen uns aus (“wij rusten uit”). In deze zin staat uns vóór het plaatsbepalende deel, terwijl ausruhen als infinitief aan het einde staat. am is de samentrekking van an dem. Hier betekent het “bij het” en introduceert het de plaats. De voorzetselcombinatie an + datief beschrijft hier een vaste plaats: dem is de datiefvorm van het lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Fenster. Fenster betekent “raam”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Fenster. Na an in deze plaatsbetekenis staat het lidwoord in de datief: an dem Fenster, meestal verkort tot am Fenster. Voorbeeld: Wir sitzen am Fenster. = “We zitten bij het raam.” ausruhen betekent “uitrusten” of “rusten”. Het volledige wederkerende werkwoord is sich ausruhen; aus- is hier een scheidbaar voorvoegsel bij ruhen. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord wordt het voorvoegsel gescheiden: Wir ruhen uns aus. = “We rusten uit.” Na können blijft de infinitief als ausruhen bij elkaar: Wir können uns ausruhen. = “We kunnen uitrusten.” Samen vormen de delen de vraag Können wir uns am Fenster ausruhen?: “Kunnen we bij het raam rusten?” uns ausruhen drukt de wederkerende handeling “uitrusten” uit en am Fenster geeft de plaats aan.

  6. Wir können hier kurz Pause machen.

    We kunnen hier even pauze nemen.

    Wir können
    wij kunnen
    hier
    hier
    kurz
    even; kort
    Pause
    pauze
    machen
    maken; doen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können: wir betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. können is de vorm van het modale werkwoord können bij wir; het betekent hier “in staat zijn om” of “kunnen”. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” hier: dit plaatsbijwoord betekent “op deze plaats” of “hier”. Het verwijst naar de plaats die in de situatie relevant is; de zin specificeert niet verder welke plaats dat is. kurz: hier betekent dit bijwoord “even”, dus voor een korte tijd. Het is niet de letterlijke beschrijving van een kort voorwerp. Het bijvoeglijk naamwoord kurz kan ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld in eine kurze Pause — “een korte pauze”. Pause: dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord betekent “pauze”, een onderbreking van een activiteit. De vaste combinatie Pause machen betekent “pauze houden” of “een pauze nemen”. In het Duits wordt het zelfstandig naamwoord met een hoofdletter geschreven; het meervoud is Pausen. machen: de infinitief machen betekent hier “doen” in de combinatie Pause machen, niet simpelweg een voorwerp maken. Na können blijft deze vorm onvervoegd en staat hij aan het einde van de hoofdzin. In andere contexten kan machen wel “maken” betekenen, bijvoorbeeld Wir machen einen Plan. — “Wij maken een plan.” Samen vormen de delen Wir können + hier + kurz + Pause machen de betekenis: “Wij kunnen hier even pauze nemen.” Wir geeft aan wie de handeling uitvoert, können drukt de mogelijkheid uit, hier de plaats, kurz de korte duur en Pause machen de handeling. De formulering is alledaags en bruikbaar als voorstel of afspraak over wat de groep kan doen.

  7. Ich fühle mich jetzt weniger müde.

    Ik voel me nu minder moe.

    Ich
    ik
    fühle
    voel
    mich
    me
    jetzt
    nu
    weniger
    minder
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp van de zin. De vorm is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord; bijvoorbeeld: Ich bin müde. = “Ik ben moe.” fühle komt van het werkwoord fühlen (“voelen”). fühle is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich fühle, du fühlst. In sich fühlen beschrijft Duits hoe iemand zich voelt; daarom staat hier samen met het onderwerp het wederkerende voornaamwoord mich. mich betekent hier “me” en verwijst naar dezelfde persoon als Ich. Het is de accusatiefvorm van ich; in deze vaste combinatie gebruik je dus ich fühle mich, niet ich fühle mir. jetzt betekent “nu” en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Het kan ook elders in een Duitse zin staan, maar hier staat het vóór de vergelijking en het bijvoeglijk naamwoord. weniger betekent hier “minder”. Het is de vergrotende vorm van wenig (“weinig”) en wordt gebruikt om een kleinere mate aan te geven: wenig → weniger. In combinatie met een bijvoeglijk naamwoord geeft het een vergelijking aan, zonder dat er uitdrukkelijk een tweede persoon of toestand genoemd hoeft te worden. müde betekent “moe”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na fühlen: sich müde fühlen = “zich moe voelen”. Omdat müde hier predicatief gebruikt wordt, krijgt het geen naamvalsuitgang. De combinatie weniger müde betekent “minder moe”; de zin beweert dus een lagere mate van vermoeidheid op dit moment. Samen vormen de delen Ich fühle mich (“ik voel me”), jetzt (“nu”) en weniger müde (“minder moe”) de volledige betekenis: “Ik voel me nu minder moe.” De constructie Ich fühle mich + bijvoeglijk naamwoord is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Ich fühle mich besser. = “Ik voel me beter.”

  8. Lass uns bald wieder arbeiten gehen.

    Laten we zo weer aan het werk gaan.

    Lass uns
    laten we
    bald
    binnenkort
    wieder
    weer
    arbeiten
    werken
    gehen
    gaan
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns betekent hier “laten we”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; samen met uns vormt dit een voorstel voor een gezamenlijke handeling. Het is een vaste, herbruikbare manier om “laten we …” te zeggen: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” Het voornaamwoord uns verwijst naar de groep waarin de spreker zichzelf opneemt; de andere groepsleden worden in de zin niet nader gespecificeerd. bald betekent hier “binnenkort” of “zo”. Het verwijst naar een relatief nabije toekomstige tijd, zonder een exact tijdstip te noemen. Voor een verder weg gelegen tijd gebruik je bijvoorbeeld später (“later”), maar dat is niet dezelfde tijdsaanduiding. wieder betekent hier “weer”: de handeling wordt opnieuw verricht. Het zegt niet op zichzelf wanneer de eerdere handeling plaatsvond. Bijvoorbeeld: Wir sehen uns wieder. — “We zien elkaar weer.” arbeiten is de infinitief van arbeiten en betekent “werken”. In deze zin staat het als eerste deel van de combinatie arbeiten gehen, die idiomatisch “gaan werken” betekent. De infinitief heeft hier geen persoonsuitgang; de voorgestelde handeling wordt door Lass uns bepaald. gehen is de infinitief van gehen (“gaan”). In arbeiten gehen geeft het de beweging naar het werk of het gaan om te werken aan. Duits gebruikt in zulke combinaties de volgorde arbeiten gehen, terwijl Nederlands dit natuurlijk weergeeft als “gaan werken”. Bijvoorbeeld: Ich gehe arbeiten. — “Ik ga werken.” Samen vormen de delen Lass uns bald wieder arbeiten gehen de betekenis: “Laten we binnenkort weer gaan werken.” Lass uns maakt er een gezamenlijk voorstel van, bald plaatst het voorstel in de nabije toekomst, wieder geeft aan dat het werken opnieuw gebeurt, en arbeiten gehen benoemt de activiteit. De vaste vertaling geeft dezelfde bedoelde strekking weer als “Laten we zo weer aan het werk gaan.”

Grammatica

sich fühlen + Adjektiv

Ich fühle mich müde.

iesj fuu-luh miesj muu-duh

Ik voel me moe.

Bij fühlen hoort een wederkerend voornaamwoord: ich fühle mich, du fühlst dich.

am + zelfstandig naamwoord

am Schreibtisch arbeiten

am sjraip-tisj ar-bai-tun

aan het bureau werken

am is de verkorte vorm van an dem; het betekent hier ‘aan het’ of ‘bij het’.

Duits woordenschat

brauche werkwoord
brau-guh heb nodig

Ich brauche etwas frische Luft.

draußen bijwoord
drau-sun buiten

Die Luft draußen fühlt sich kühl an.

etwas voornaamwoord
et-vas wat, een beetje

Ich brauche etwas frische Luft.

Fenster zelfstandig naamwoord
fen-stuh raam

Lass uns kurz das Fenster öffnen.

frische bijvoeglijk naamwoord
frisjuh frisse

Ich brauche etwas frische Luft.

fühle werkwoord
fuu-luh voel

Ich fühle mich an meinem Schreibtisch müde.

kurz bijwoord
koerts kort, even

Lass uns kurz das Fenster öffnen.

Lass uns uitdrukking
las oens laten we

Lass uns kurz das Fenster öffnen.

Luft zelfstandig naamwoord
loeft lucht

Ich brauche etwas frische Luft.

müde bijvoeglijk naamwoord
muu-duh moe

Ich fühle mich an meinem Schreibtisch müde.

öffnen werkwoord
eurf-nun openen

Lass uns kurz das Fenster öffnen.

Schreibtisch zelfstandig naamwoord
sjraip-tisj bureau

Ich fühle mich an meinem Schreibtisch müde.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Laten we even het raam openzetten.

Antwoord tonenLass uns kurz das Fenster öffnen.

Ik heb wat frisse lucht nodig.

Antwoord tonenIch brauche etwas frische Luft.

Kunnen we bij het raam rusten?

Antwoord tonenKönnen wir uns am Fenster ausruhen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

moe

Antwoord tonenmüde

kort, even

Antwoord tonenkurz

bureau

Antwoord tonenSchreibtisch

openen

Antwoord tonenöffnen