Je ogen rust geven van het scherm | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At work, two adults take a short screen break so tired eyes feel better before finishing a task..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Je ogen rust geven van het scherm oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Meine Augen sind müde.

mai-nuh au-gən zint muu-duh. Mijn ogen zijn moe.
B

Mach eine kurze Pause vom Bildschirm.

mach ai-nuh koertsuh pau-zuh fom bilt-sjirm. Neem een korte pauze van het scherm.
A

Wie lange soll ich wegschauen?

wie lang-uh zol iesj wek-sjau-ən? Hoe lang moet ik wegkijken?
B

Schau eine Minute lang weg.

sjau ai-nuh mie-noe-tuh lang wek. Kijk een minuut lang weg.
A

Ich kann etwas Wasser trinken, während ich mich ausruhe.

iesj kan et-vas va-suh tring-kən, vèè-rənt iesj miesj au-sroe-uh. Ik kan wat water drinken terwijl ik rust.
B

Dann sollten sich deine Augen besser anfühlen.

dan zol-tən ziesj dai-nuh au-gən bes-uh an-fuu-lən. Dan zouden je ogen zich beter moeten voelen.
A

Dann kann ich die Aufgabe fertig machen.

dan kan iesj die auf-gaa-buh fer-tiesj mach-n. Dan kan ik de taak afmaken.
B

Mach zuerst die Pause und mach danach die Aufgabe fertig.

mach tsoe-eerst die pau-zuh oent mach da-naach die auf-gaa-buh fer-tiesj. Neem eerst de pauze en maak daarna de taak af.

Uitleg van de zinnen

  1. Meine Augen sind müde.

    Mijn ogen zijn moe.

    Meine
    mijn
    Augen
    ogen
    sind
    zijn
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Meine betekent hier “mijn”. Het is een bezittelijk woord voor de eerste persoon enkelvoud: de bezitter is “ik”. De vorm meine past hier bij het meervoudige onderwerp Augen. Vergelijk: mein Auge = “mijn oog”, maar meine Augen = “mijn ogen”. Augen betekent hier “ogen”. Het is het meervoud van Auge (“oog”): Auge → Augen. Het meervoud krijgt dus -n; de klinker blijft in deze vorm Au. Hier is Augen het onderwerp van de zin. sind is een vorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In deze zin is het de derde persoon meervoud, omdat het onderwerp Augen meervoud is. Voorbeeld: Meine Hände sind kalt. = “Mijn handen zijn koud.” Bij een enkelvoudig onderwerp staat bijvoorbeeld ist: Mein Auge ist müde. = “Mijn oog is moe.” müde betekent “moe”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na sein en krijgt in die positie geen uitgang: Die Augen sind müde. Samen vormen Meine Augen (“mijn ogen”), sind (“zijn”) en müde (“moe”) de betekenis “Mijn ogen zijn moe.” De zin beschrijft de toestand van de ogen van de spreker. De structuur is: bezittelijk woord + zelfstandig naamwoord, gevolgd door sein + bijvoeglijk naamwoord.

  2. Mach eine kurze Pause vom Bildschirm.

    Neem een korte pauze van het scherm.

    Mach
    neem
    kurze
    korte
    Pause
    pauze
    vom
    van het
    Bildschirm
    scherm
    Uitgebreide uitleg

    Mach is de gebiedende wijs van machen (“doen/maken”) voor één informeel aangesproken persoon. In deze zin betekent het natuurlijk “neem”. Voorbeeld: Mach eine Pause. = “Neem een pauze.” De beleefde vorm is Machen Sie eine Pause. kurze beschrijft Pause en betekent hier “kort”. De basisvorm is kurz; de vergelijkende vorm is kürzer (“korter”). In eine kurze Pause staat Pause als lijdend voorwerp in de accusatief; het vrouwelijke enkelvoud en het onbepaalde lidwoord eine verklaren hier de uitgang -e aan het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Wir machen eine längere Pause. = “We nemen een langere pauze.” Pause is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent “pauze”. De meervoudsvorm is Pausen: zwei Pausen = “twee pauzes”. De combinatie eine Pause machen is een veelgebruikte manier om “een pauze nemen” uit te drukken. vom is de samentrekking van von dem. Von regeert hier de datief: von dem Bildschirm wordt vom Bildschirm. In combinatie met Bildschirm betekent dit “van het scherm”; de volledige groep vom Bildschirm geeft aan waarvan iemand een pauze neemt. Bildschirm betekent “scherm”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord. Daarom staat na von de datiefvorm dem: von dem Bildschirm, samengetrokken tot vom Bildschirm. Het meervoud is Bildschirme. Samen vormen de delen Mach eine kurze Pause en vom Bildschirm de aansporing: “Neem een korte pauze van het scherm.” De gebiedende wijs richt zich op één informeel aangesproken persoon; eine kurze Pause benoemt de pauze, en vom Bildschirm geeft aan waarvan die pauze wordt genomen. De formulering is alledaags en direct.

  3. Wie lange soll ich wegschauen?

    Hoe lang moet ik wegkijken?

    Wie lange
    hoe lang
    soll ich
    moet ik
    wegschauen
    wegkijken
    Uitgebreide uitleg

    Wie lange vraagt naar de duur: “hoe lang?”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk: Wie oft? = “hoe vaak?”; dat vraagt naar frequentie, niet naar duur. Soll ich bestaat uit de vorm soll van het modale werkwoord sollen en het onderwerp ich. In deze zin geeft sollen volgens de vaste vertaling aan wat de spreker moet doen: “moet ik”. Het onderwerp staat direct na het modale werkwoord, zoals in veel Duitse ja/nee- en vraagzinnen met een vraagwoord aan het begin. Sollen gebruikt een infinitief zonder zu: Ich soll warten. = “Ik moet wachten.” wegschauen betekent hier “wegkijken”, dus de blik van het scherm afwenden. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin staat het voorvoegsel los, bijvoorbeeld Ich schaue weg. Met het modale werkwoord blijft het werkwoord als infinitief bij elkaar en staat het aan het einde: Ich soll wegschauen. Samen vormen de delen de vraag Wie lange soll ich wegschauen?: “Hoe lang moet ik wegkijken?” De vraag gaat dus over de duur van het wegkijken. De voorafgaande en volgende zinnen ondersteunen dezelfde herbruikbare context van een pauze van het scherm en wegkijken gedurende een bepaalde tijd.

  4. Schau eine Minute lang weg.

    Kijk een minuut lang weg.

    Schau
    kijk
    Minute
    minuut
    lang
    lang; gedurende
    weg
    weg
    Uitgebreide uitleg

    Schau is hier de gebiedende wijs van schauen (“kijken”), gericht aan één persoon. In een bevel staat het onderwerp meestal niet apart: Schau! betekent “Kijk!”. Voor een beleefde of meervoudige aanspreking gebruikt het Duits andere imperatiefvormen, zoals Schauen Sie!. Minute betekent hier “minuut”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Minute; na het onbepaalde lidwoord staat hier eine Minute. In eine Minute lang geeft het geheel een tijdsduur aan. Minute zelf draagt geen werkwoords- of tijdsvervoeging. lang betekent in deze constructie “lang; gedurende” en zegt hoe lang de handeling duurt. Het staat na de tijdsuitdrukking: eine Stunde lang = “een uur lang”. Dat is iets anders dan het gewone bijvoeglijke gebruik, bijvoorbeeld ein langer Weg = “een lange weg”. weg betekent hier “weg” in de betekenis van “niet naar iets blijven kijken”. Samen met schauen vormt het het scheidbare werkwoord wegschauen (“wegkijken”). In de gebiedende wijs staat het vervoegde deel vooraan en komt het scheidbare voorvoegsel achteraan: Schau ... weg. Het infinitief blijft aaneengeschreven: wegschauen. De delen worden dus samengevoegd als Schau + eine Minute lang + weg: “Kijk een minuut lang weg.” De zin is een rechtstreeks bevel aan één persoon; eine Minute lang bepaalt de duur, en weg maakt duidelijk dat het om wegkijken gaat.

  5. Ich kann etwas Wasser trinken, während ich mich ausruhe.

    Ik kan wat water drinken terwijl ik rust.

    Ich kann
    ik kan
    etwas
    wat
    Wasser
    water
    trinken
    drinken
    während ich mich ausruhe
    terwijl ik rust
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker de mogelijkheid heeft om iets te doen. kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; het zelfstandige werkwoord staat daarna in de infinitief. Bijvoorbeeld: Ich kann warten. — Ik kan wachten. etwas betekent hier een niet nader bepaalde hoeveelheid: “wat”. Het geeft niet op zichzelf een exact aantal aan. Voor een andere context kan etwas ook “iets” betekenen. Wasser is het zelfstandig naamwoord voor water. In etwas Wasser gaat het om een niet-afgebakende hoeveelheid water, zonder precieze maat. Bijvoorbeeld: Ich trinke Wasser. — Ik drink water. trinken is de infinitief “drinken”. Na een modaal werkwoord zoals können blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief: Ich kann Wasser trinken — Ik kan water drinken. De vorm kann draagt hier de persoonsvorm; trinken verandert niet mee met ich. während ich mich ausruhe betekent “terwijl ik rust”. während leidt een bijzin in; in deze Duitse bijzin staat de persoonsvorm aan het einde. ich is het onderwerp, mich is de wederkerende vorm die bij ich hoort, en ausruhe is de vervoegde vorm van sich ausruhen (“rusten”, een wederkerende constructie met sich). In een hoofdzin staat het scheidbare werkwoord bijvoorbeeld als Ich ruhe mich aus. — Ik rust uit. In deze bijzin verschijnt het als één vorm aan het einde: während ich mich ausruhe. Samen betekent Ich kann etwas Wasser trinken, während ich mich ausruhe.: “Ik kan wat water drinken terwijl ik rust.” De hoofdzin drukt de mogelijkheid uit om water te drinken; de bijzin geeft aan dat dit gebeurt tijdens het rusten.

  6. Dann sollten sich deine Augen besser anfühlen.

    Dan zouden je ogen zich beter moeten voelen.

    Dann
    dan
    sollten
    zouden moeten
    sich … anfühlen
    aanvoelen
    Augen
    ogen
    besser
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan”: het verwijst naar een later moment of een gevolg. In een verleden context kan het ook “toen” betekenen. Bij sollten staat het werkwoord sollen. In combinatie met de vertaling drukt deze vorm uit dat de ogen naar verwachting beter zouden moeten aanvoelen. Sollten kan ook de verleden tijd van sollen zijn; hier ondersteunt de vaste vertaling de betekenis “zouden moeten”. Voorbeeld: Du solltest dich ausruhen. — “Je zou moeten rusten.” Sich ... anfühlen is het scheidbare werkwoord sich anfühlen, hier: “aanvoelen”. Bij een lichamelijke toestand kan het in het Nederlands natuurlijk als “voelen” worden vertaald. Na een modaal werkwoord staat anfühlen als infinitief aan het einde. Sich is het wederkerend voornaamwoord; bij de derde persoon heeft het dezelfde vorm voor enkelvoud en meervoud. Voorbeeld: Meine Hände fühlen sich warm an. — “Mijn handen voelen warm aan.” Augen is het meervoud van Auge, “oog”. Het onderwerp is deine Augen, dus “je ogen”; deine geeft de bezitsrelatie aan en Augen geeft het meervoud aan. Besser is de vergrotende trap van gut: gut — “goed”, besser — “beter”, am besten — “het best”. Hier geeft besser aan dat de ogen in een gunstigere toestand zouden aanvoelen dan volgens een ander vergelijkingspunt. Samen betekent Dann sollten sich deine Augen besser anfühlen.: “Dan zouden je ogen zich beter moeten voelen.” De structuur is Dann + sollten + sich + onderwerp deine Augen + besser + anfühlen; het modale werkwoord drukt de verwachting uit en besser anfühlen beschrijft de gunstigere gevoelde toestand.

  7. Dann kann ich die Aufgabe fertig machen.

    Dan kan ik de taak afmaken.

    Dann
    dan
    kann ich
    kan ik
    die Aufgabe
    de taak
    fertig … machen
    afmaken
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een volgende stap of gevolg. Het kan ook “toen” betekenen wanneer het over een moment in het verleden gaat; in deze zin past de betekenis “dan”. kann ich bestaat uit het werkwoord können en het onderwerp ich. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. Het drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: “ik kan”. Na een vervoegd modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de zin. Voorbeeld: Ich kann heute kommen. — “Ik kan vandaag komen.” die Aufgabe betekent hier “de taak”. Aufgabe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het bepaald lidwoord in de accusatief enkelvoud is daarom die, net als in de nominatief: die Aufgabe. De accusatief markeert hier het directe object van fertig machen: de taak is datgene wat wordt afgemaakt. Voorbeeld: Ich beginne die Aufgabe. — “Ik begin aan de taak.” fertig machen betekent samen “afmaken” of “voltooien”. fertig betekent letterlijk “klaar” en machen betekent “maken”, maar samen vormen ze hier de scheidbare werkwoordelijke combinatie fertig machen. Omdat können het werkwoord vervoegt, blijven fertig machen als infinitief aan het einde staan: Ich kann die Aufgabe fertig machen. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord wordt de combinatie gesplitst: Ich mache die Aufgabe fertig. — “Ik maak de taak af.” De hele zin wordt dus opgebouwd als Dann + kann ich + het object die Aufgabe + de infinitief fertig machen: “Dan kan ik de taak afmaken.”

  8. Mach zuerst die Pause und mach danach die Aufgabe fertig.

    Neem eerst de pauze en maak daarna de taak af.

    Mach
    doe / maak
    zuerst
    eerst
    Pause
    pauze
    mach … fertig
    maak ... af
    danach
    daarna
    Aufgabe
    taak
    Uitgebreide uitleg

    Mach is de gebiedende wijs van machen (“doen/maken”) voor één aangesproken persoon (du). In deze zin vormt het een bevel. De gebiedende wijs van een scheidbaar werkwoord kan de werkwoordstam vooraan hebben en het afgescheiden deel aan het einde; dat zie je verderop bij mach ... fertig. zuerst betekent “eerst” of “als eerste” en ordent handelingen in de tijd. Een bruikbaar patroon is zuerst ..., danach ...: eerst gebeurt het ene, daarna het andere. Voorbeeld: Zuerst lerne ich, danach schlafe ich. — “Eerst leer ik, daarna slaap ik.” Pause is een zelfstandig naamwoord voor een onderbreking van een activiteit. Het heeft hier het lidwoord die: die Pause. In Mach die Pause staat het als voorwerp bij de vaste combinatie Pause machen, die hier betekent: een pauze nemen. Voorbeeld: Die Pause ist kurz. — “De pauze is kort.” mach ... fertig is de gescheiden vorm van fertig machen, hier in de betekenis “afmaken” of “voltooien”. In deze bevelzin staat mach vooraan en fertig aan het einde: Mach die Aufgabe fertig! In een gewone hoofdzin blijft de persoonsvorm op de tweede plaats en staat het afgescheiden deel achteraan: Ich mache die Aufgabe fertig. — “Ik maak de taak af.” In een infinitief blijft de verbinding ongescheiden, zoals in het contextvoorbeeld fertig machen. danach betekent “daarna” en verwijst hier naar de handeling die eerst genoemd is. Samen met zuerst maakt het de volgorde expliciet. Aufgabe betekent “taak” of “opdracht”. Het heeft hier het lidwoord die: die Aufgabe. In die Aufgabe is het het voorwerp van fertig machen; de vorm van het zelfstandig naamwoord verandert hier niet. Voorbeeld: Ich mache die Aufgabe fertig. — “Ik maak de taak af.” De volledige structuur is Mach zuerst die Pause + und + mach danach die Aufgabe fertig: “Neem eerst de pauze en maak daarna de taak af.” Het eerste bevel noemt de eerste handeling; danach markeert de tweede stap, en mach ... fertig geeft aan dat de taak voltooid moet worden. Mach verschijnt tweemaal omdat beide handelingen als afzonderlijke bevelen zijn geformuleerd.

Grammatica

während + Nebensatz (Verb am Ende)

Während ich mich ausruhe, trinke ich etwas Wasser.

vèè-rənt iesj miesj au-sroe-uh, tring-kuh iesj et-vas va-suh.

Terwijl ik rust, drink ik wat water.

Na während staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

sich ausruhen → ich ruhe mich aus

Ich ruhe mich während der Pause aus.

iesj roe-uh miesj vèè-rənt deer pau-zuh aus.

Ik rust uit tijdens de pauze.

Dit werkwoord is wederkerend en scheidbaar: mich staat bij het werkwoord, aus komt aan het einde.

Duits woordenschat

Auge zelfstandig naamwoord
au-guh oog Augen
Bildschirm zelfstandig naamwoord
bilt-sjirm scherm
etwas voornaamwoord
et-vas wat
kurz bijvoeglijk naamwoord
koerts kort kurze
machen werkwoord
mach-n maken Mach
Minute zelfstandig naamwoord
mie-noe-tuh minuut
müde bijvoeglijk naamwoord
muu-duh moe
Pause zelfstandig naamwoord
pau-zuh pauze
trinken werkwoord
tring-kən drinken
Wasser zelfstandig naamwoord
va-suh water
wegschauen werkwoord
wek-sjau-ən wegkijken
wie lange uitdrukking
wie lang-uh hoe lang

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn ogen zijn moe.

Antwoord tonenMeine Augen sind müde.

Neem een korte pauze van het scherm.

Antwoord tonenMach eine kurze Pause vom Bildschirm.

Hoe lang moet ik wegkijken?

Antwoord tonenWie lange soll ich wegschauen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

scherm

Antwoord tonenBildschirm

moe

Antwoord tonenmüde

pauze

Antwoord tonenPause

kort

Antwoord tonenkurze