Een rustige plek voor een pauze | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a hallway, two adults find a quiet bench and sit together for a short break..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een rustige plek voor een pauze oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wo können wir eine Pause machen?

Voo keunen viea aine pau-ze ma-chun? Waar kunnen we pauze houden?
B

Im Flur gibt es einen ruhigen Platz.

Im floea giept es aine-n roe-iegen plats. In de gang is een rustige plek.
A

Gibt es dort eine Bank?

Giept es doort aine bank? Is daar een bankje?
B

Dort steht eine an der Wand.

Doort sjteet aine an dea vant. Daar staat er een bij de muur.
A

Ich möchte sitzen und mich ausruhen.

Ich meuch-tuh zit-sun oent mich aus-roeoen. Ik wil zitten en uitrusten.
B

Lass uns dort zusammen sitzen.

Las oens doort tsoe-zamun zit-sun. Laten we daar samen zitten.
A

Dieser Platz wirkt ruhig.

Die-za plats virkt roei-ich. Deze plek voelt rustig aan.
B

Das ist ein guter Platz für eine kurze Pause.

Das ist ain goe-ta plats fuur aine koer-tsuh pau-ze. Dit is een goede plek voor een korte pauze.

Uitleg van de zinnen

  1. Wo können wir eine Pause machen?

    Waar kunnen we pauze houden?

    Wo
    waar
    können wir
    kunnen we
    eine Pause
    een pauze
    machen
    maken
    Uitgebreide uitleg

    Wo betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. In een Duitse vraag staat het vraagwoord vooraan; vergelijk wo (“waar”) met wann (“wanneer”) voor tijd. können wir combineert het modale werkwoord können met het onderwerp wir. können betekent hier “kunnen” in de betekenis van mogelijkheid of gelegenheid hebben. De vorm können hoort bij wir; het infinitief is ook können. Voorbeelden: Wir können warten. — “We kunnen wachten.” Kannst du kommen? — “Kun je komen?” eine Pause betekent “een pauze”. Pause is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin staat het in de accusatief als lijdend voorwerp, daarom staat er eine; het onbepaalde lidwoord drukt hier niet zelfstandig een getal uit. De vaste, zeer bruikbare combinatie is eine Pause machen — “pauze houden” of letterlijk “een pauze maken”. machen betekent “maken” en staat hier als infinitief. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in het Duits vaak als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Wir können eine Pause machen. — “We kunnen pauze houden.” Samen heeft de vraag de volgorde Wo + können + onderwerp wir + eine Pause + infinitief machen: “Waar kunnen we pauze houden?” De vraag zoekt dus een plaats waar de sprekers samen een pauze kunnen houden.

  2. Im Flur gibt es einen ruhigen Platz.

    In de gang is een rustige plek.

    Im Flur
    in de gang
    gibt es
    er is / er zijn
    ruhigen
    rustige
    Platz
    plek
    Uitgebreide uitleg

    Im Flur betekent hier “in de gang”. im is de samengevoegde vorm van in dem. Bij een plaats waar iets zich bevindt, staat in hier met de datief; Flur is mannelijk (der Flur), vandaar dem Flur → im Flur. Voorbeeld: Das Kind ist im Flur. — “Het kind is in de gang.” gibt es is een vaste constructie om het bestaan of de aanwezigheid van iets uit te drukken: “er is” of “er zijn”. Het is hier niet de letterlijke betekenis “geeft het”. Het naamwoord dat daarna komt, bepaalt in het Nederlands of je “er is” of “er zijn” gebruikt. Voorbeeld: Im Haus gibt es einen Garten. — “In het huis is er een tuin.” ruhigen betekent hier “rustige”. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ruhig (“rustig”). In einen ruhigen Platz krijgt ruhig de uitgang -en, omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Platz staat in de accusatief, na einen. Voorbeeld: Wir suchen einen ruhigen Raum. — “We zoeken een rustige ruimte.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”. De basisvorm is al Platz; het meervoud is Plätze. In deze zin staat het enkelvoud na einen: einen Platz, “een plek”. Samen vormt de zin: Im Flur geeft de locatie aan, gibt es zegt dat iets daar aanwezig is, en einen ruhigen Platz benoemt wat er aanwezig is. De volledige betekenis is: “In de gang is een rustige plek.”

  3. Gibt es dort eine Bank?

    Is daar een bankje?

    Gibt es
    is er
    dort
    daar
    Bank
    bankje
    Uitgebreide uitleg

    Gibt es vormt hier een vaste vraagconstructie met de betekenis “is er?”. De vorm gibt is de derde persoon enkelvoud van geben in de tegenwoordige tijd. In deze constructie is es een formeel onderwerp: het verwijst niet zelfstandig naar een bepaald genoemd ding. Het patroon is Gibt es + iets?, bijvoorbeeld: Gibt es hier WLAN? — “Is hier wifi?” dort betekent “daar” en wijst op een plaats die niet hier is. Het is een bijwoord en verandert niet voor getal of geslacht. Vergelijk hier — “hier” — met dort — “daar”. Bank is hier, volgens de vaste vertaling, een bankje. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Bank. De vorm blijft in het enkelvoud Bank; het geslacht zie je onder meer aan het lidwoord. In de combinatie met es gibt staat het zelfstandig naamwoord in de accusatief: eine Bank. Het onbepaalde lidwoord geeft hier niet op zichzelf een expliciete telwaarde; de zin vraagt of er zo’n bank aanwezig is. Bank kan in andere contexten ook “bank” betekenen, maar hier past “bankje” bij de vaste betekenis. Samen betekent Gibt es dort eine Bank?: “Is daar een bankje?” De vraag gebruikt het patroon Gibt es + plaats + een zelfstandig naamwoord? om te vragen of iets op die plaats aanwezig is.

  4. Dort steht eine an der Wand.

    Daar staat er een bij de muur.

    Dort
    daar
    steht
    staat
    eine
    een
    an der Wand
    bij de muur
    Uitgebreide uitleg

    Dort betekent hier “daar” en verwijst naar een plaats die in de situatie al duidelijk is. Het is een plaatsbijwoord; vergelijk hier (“hier”) en dort (“daar”). Voorbeeld: Dort ist ein Tisch. — “Daar staat een tafel.” steht is de vorm van stehen (“staan”). In deze zin beschrijft het niet alleen rechtop staan, maar ook waar iets zich bevindt: iets staat op een bepaalde plek. De vorm steht is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Die Lampe steht am Fenster. — “De lamp staat bij het raam.” eine betekent hier “een” en staat zelfstandig: het bijbehorende vrouwelijke zelfstandig naamwoord wordt niet uitgesproken. De vorm eine is de vrouwelijke vorm van het onbepaalde lidwoord in deze functie; het concrete weggelaten zelfstandig naamwoord wordt door de vaste zin niet benoemd. Vergelijk ein bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord, zoals ein Tisch, en eine bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, zoals eine Bank. an der Wand betekent “bij of tegen de muur”. Wand is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wand. Na an staat hier der, omdat de zin een vaste plaats beschrijft en geen beweging naar de muur; dit is het datiefgebruik van an. Bij beweging naar een doel kan an bijvoorbeeld de accusatief krijgen: Ich stelle die Lampe an die Wand. — “Ik zet de lamp tegen de muur.” Samen betekent de zin: “Daar staat er een bij de muur.” Dort geeft de plaats aan, steht beschrijft de positie van het niet uitgesproken vrouwelijke zelfstandig naamwoord, en an der Wand specificeert die plaats nader. De zin laat het zelfstandig naamwoord na eine weg omdat het in de situatie al bekend of afleidbaar is.

  5. Ich möchte sitzen und mich ausruhen.

    Ik wil zitten en uitrusten.

    Ich möchte
    ik wil
    sitzen
    zitten
    mich ausruhen
    uitrusten
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker wil zitten en uitrusten. möchte is de beleefde wensvorm van mögen; bij Ich is dit de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Na möchte staan de werkwoorden in de infinitief: Ich möchte schlafen. — Ik wil slapen. sitzen betekent hier ‘zitten’. De infinitief is sitzen; een tegenwoordige vorm is bijvoorbeeld ich sitze — ik zit. Voorbeeld: Wir sitzen hier. — Wij zitten hier. mich ausruhen betekent ‘uitrusten’. ausruhen is een wederkerend werkwoord: mich is de eerste persoon enkelvoud als wederkerend voorwerp bij ich. In de infinitief blijft het als ausruhen één vorm; in een hoofdzin kan het scheidbare voorvoegsel loskomen: Ich ruhe mich aus. — Ik rust uit. Voorbeeld: Ich möchte mich ausruhen. — Ik wil uitrusten. Samen vormen de delen Ich möchte sitzen und mich ausruhen.: ‘Ik wil zitten en uitrusten.’ möchte bepaalt de wens, en de twee infinitieven sitzen en mich ausruhen zijn met und verbonden. Het wederkerende voorwerp mich hoort specifiek bij ausruhen, niet bij sitzen.

  6. Lass uns dort zusammen sitzen.

    Laten we daar samen zitten.

    Lass uns
    laten we
    dort
    daar
    zusammen
    samen
    sitzen
    zitten
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns betekent hier “laten we ...”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; samen met het voornaamwoord uns vormt dit een voorstel in de eerste persoon meervoud: “laten we ...”. Het is dus geen gewone mededeling dat iemand iets laat doen. Een bruikbaar patroon is Lass uns + infinitief: Lass uns warten. — “Laten we wachten.” dort verwijst naar een plaats die als “daar” wordt aangewezen. Het is een plaatsbijwoord en verandert niet naar getal of geslacht. Het contrast met hier is nuttig: hier betekent “hier”, terwijl dort “daar” betekent. zusammen betekent “samen”: de handeling gebeurt gezamenlijk. Het woord staat hier bij sitzen, maar kan ook met andere werkwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld: Wir lernen zusammen. — “Wij leren samen.” sitzen is de infinitief van het werkwoord. In deze zin volgt het op Lass uns, waardoor het de voorgestelde handeling benoemt. sitzen betekent “zitten” of “gezeten zijn”; voor de beweging “gaan zitten” gebruikt het Duits vaak sich hinsetzen. Voorbeeld: Wir sitzen dort. — “Wij zitten daar.” De delen bouwen op tot Lass uns dort zusammen sitzen: “Laten we daar samen zitten.” Lass uns maakt er een voorstel van, dort geeft de plaats aan, zusammen geeft aan dat de sprekers het gezamenlijk doen, en sitzen noemt de handeling.

  7. Dieser Platz wirkt ruhig.

    Deze plek voelt rustig aan.

    Dieser
    deze
    Platz
    plek
    wirkt
    komt over
    ruhig
    rustig
    Uitgebreide uitleg

    Dieser verwijst hier naar een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief: Platz. De vorm hoort bij het aanwijzende voornaamwoord dies-; vergelijk bijvoorbeeld diese Stelle bij een vrouwelijk woord en dieses Wort bij een onzijdig woord. In deze zin betekent het geheel eenvoudigweg “deze”. Platz betekent hier “plek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. Het meervoud is die Plätze; de umlaut in Plätze hoort bij de meervoudsvorm. De context ondersteunt hier de betekenis “plek”, niet bijvoorbeeld “plaats” in een rangorde. wirkt is de derde persoon enkelvoud van wirken, in de tegenwoordige tijd. In deze constructie betekent wirken dat iets een bepaalde indruk maakt of zo overkomt. Het onderwerp is Dieser Platz, dus de persoonsvorm is enkelvoud: Der Platz wirkt .... Een bruikbaar patroon is etwas wirkt + bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld: Der Raum wirkt hell. — “De ruimte komt licht over.” ruhig is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “rustig”. Na wirkt beschrijft het de indruk die de plek maakt. Het woord zelf krijgt in deze positie geen uitgang: Der Platz wirkt ruhig. Ter vergelijking: als ruhig direct vóór een zelfstandig naamwoord staat, krijgt het wel een uitgang, bijvoorbeeld ein ruhiger Platz — “een rustige plek”. Samen vormen de delen Dieser Platz + wirkt + ruhig de betekenis: “Deze plek voelt rustig aan” of letterlijker “Deze plek komt rustig over.” De zin beschrijft dus de indruk die deze plek maakt; wirkt zegt niet dat de plek noodzakelijk altijd rustig is.

  8. Das ist ein guter Platz für eine kurze Pause.

    Dit is een goede plek voor een korte pauze.

    Das ist
    dit is
    guter
    goede
    Platz
    plek
    für
    voor
    kurze
    korte
    Pause
    pauze
    Uitgebreide uitleg

    Das ist betekent hier “dit is”. Das is hier een aanwijzend voornaamwoord in de onzijdige nominatief. De concrete referent wordt in deze zin niet afzonderlijk benoemd; het patroon Das ist ... is bruikbaar om iets aan te wijzen of te benoemen. guter betekent hier “goed” en beschrijft Platz. De basisvorm is gut; guter is de verbogen vorm voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in de nominatief na ein: ein guter Platz. Voorbeeld: Das ist ein guter Plan. — “Dat is een goed plan.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz; het meervoud is die Plätze. In Das ist ein guter Platz is Platz geen onderwerp, maar het naamwoordelijk deel na ist: het benoemt wat dit is. Zowel Das als ein guter Platz staan hier in de nominatief. für betekent “voor”. Hier leidt het een doel of gebruik aan: de plek is geschikt voor een korte pauze. für krijgt een naamwoordgroep in de accusatief. Voorbeeld: Das ist ein Tisch für vier Personen. — “Dat is een tafel voor vier personen.” kurze betekent hier “korte” en beschrijft Pause. De basisvorm is kurz; kurze is de verbogen vorm vóór het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Pause in eine kurze Pause. Na eine krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e. Pause betekent “pauze”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Pause; het meervoud is die Pausen. Hier duidt het op de korte periode waarvoor de plek geschikt is. Samen vormen de delen Das ist ein guter Platz — “Dit is een goede plek” — en für eine kurze Pause — “voor een korte pauze”. De volledige zin betekent: “Dit is een goede plek voor een korte pauze.”

Grammatica

guter Platz / kurze Pause

guter Platz; kurze Pause

goe-ta plats; koer-tsuh pau-ze

goede plek; korte pauze

Bijvoeglijke naamwoorden krijgen in het Duits verschillende uitgangen, afhankelijk van het geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord.

Duits woordenschat

Bank zelfstandig naamwoord
bank bankje
dort bijwoord
doort daar
Flur zelfstandig naamwoord
floea gang
gibt werkwoord
giept is er
machen werkwoord
ma-chun maken
Pause zelfstandig naamwoord
pau-ze pauze
Platz zelfstandig naamwoord
plats plek
ruhig bijvoeglijk naamwoord
roei-ich rustig
sitzen werkwoord
zit-sun zitten
steht werkwoord
sjteet staat
Wand zelfstandig naamwoord
vant muur
Wo bijwoord
voo waar

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar kunnen we pauze houden?

Antwoord tonenWo können wir eine Pause machen?

Is daar een bankje?

Antwoord tonenGibt es dort eine Bank?

Daar staat er een bij de muur.

Antwoord tonenDort steht eine an der Wand.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

is er

Antwoord tonengibt

daar

Antwoord tonendort

rustig

Antwoord tonenruhig

pauze

Antwoord tonenPause