Wo
In „Wo können wir eine Pause machen?“ betekent „Wo“ waar en het opent de vraag naar een plaats. Het staat hier voor de rest van de vraag. Je gebruikt „Wo“ bij vragen over waar iets is of gebeurt.
können
In „Wo können wir eine Pause machen?“ betekent „können“ kunnen: de spreker vraagt waar het mogelijk is om pauze te houden. Het staat bij „wir“ en het werkwoord „machen“ staat aan het einde van de vraag. Een bruikbaar patroon is „können wir ... machen?“.
wir
„wir“ betekent wij of we en verwijst hier naar de twee mensen die samen pauze willen houden. In „Wo können wir eine Pause machen?“ staat het na „können“. Je gebruikt „wir“ wanneer de spreker zichzelf en minstens één andere persoon bedoelt.
eine
In „eine Pause“ betekent „eine“ een en het is het onbepaalde lidwoord voor „Pause“. Het staat direct voor het zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar patroon is „eine + zelfstandig naamwoord“, zoals in „eine Pause“.
Pause
„Pause“ betekent pauze; in „eine Pause machen“ gaat het om een korte rustonderbreking. Samen met „machen“ vormt het de uitdrukking „eine Pause machen“. Je kunt deze uitdrukking gebruiken wanneer je voorstelt of vraagt om even te rusten.
machen
In „eine Pause machen“ betekent „machen“ niet letterlijk maken, maar een pauze houden of nemen. Na „können“ staat de vorm „machen“ aan het einde van de vraag. De uitdrukking „eine Pause machen“ is bruikbaar voor een pauze op school, op het werk of tijdens een activiteit.
Im
„Im Flur“ betekent in de gang en geeft de plaats aan. „Im“ is hier de samengevoegde vorm van „in dem“. Je gebruikt „im“ voor een plaats die met „in dem“ wordt aangeduid.
Flur
„Flur“ betekent gang; in „Im Flur“ is het de plaats waar de rustige plek zich bevindt. Het staat na „Im“. Je gebruikt „Flur“ voor een doorgangsruimte in bijvoorbeeld een gebouw of woning.
gibt
In „gibt es einen ruhigen Platz“ betekent „gibt“ er is of bevindt zich: er is daar een rustige plek. Samen met „es“ vormt het de constructie om aan te geven dat iets bestaat of aanwezig is. Een bruikbaar patroon is „Es gibt ...“.
es
In „gibt es einen ruhigen Platz“ hoort „es“ bij de vaste constructie „es gibt“. Het verwijst hier niet naar een concreet ding, maar maakt de mededeling dat er een plek aanwezig is mogelijk. Je gebruikt „es gibt“ om te zeggen dat iets ergens is of bestaat.
einen
In „einen ruhigen Platz“ betekent „einen“ een en het is het onbepaalde lidwoord voor deze naamwoordgroep. Het staat voor „ruhigen Platz“. Je gebruikt het hier om één niet eerder bepaalde plek te noemen.
ruhigen
„ruhigen“ betekent rustige en beschrijft in „einen ruhigen Platz“ de plek als stil en kalm. De vorm staat tussen „einen“ en „Platz“. Je gebruikt een dergelijke combinatie om een plaats of voorwerp met een eigenschap te beschrijven.
Platz
„Platz“ betekent hier plek of plaats, namelijk een rustige plek in de gang. In „einen ruhigen Platz“ staat het na het bijvoeglijk naamwoord. Je gebruikt „Platz“ wanneer je een beschikbare of geschikte plaats bedoelt.
dort
„dort“ betekent daar en verwijst naar de eerder genoemde plek in de gang. In „Dort steht eine an der Wand“ staat het vooraan en geeft het de locatie aan. Je gebruikt „dort“ om naar een plaats op enige afstand of naar een aangewezen plaats te verwijzen.
Bank
„Bank“ betekent bank of bankje; in „eine Bank“ gaat het om het zitmeubel bij de muur. Het woord staat in de vraag „Gibt es dort eine Bank?“. Je gebruikt „Bank“ voor een zitplaats, bijvoorbeeld in een gang of park.
steht
In „Dort steht eine an der Wand“ betekent „steht“ staat en beschrijft waar de bank zich bevindt. De vorm hoort bij het werkwoord „stehen“ en wordt hier gebruikt voor de positie van de bank. Je gebruikt „stehen“ met iets dat op een bepaalde plaats staat.
an
In „an der Wand“ betekent „an“ bij of tegen en geeft het de positie van de bank ten opzichte van de muur aan. Het vormt samen met „der Wand“ de plaatsaanduiding. Je gebruikt „an“ hier om te zeggen dat iets bij of tegen een oppervlak staat.
der
In „an der Wand“ betekent „der“ de en het is het bepaalde lidwoord voor „Wand“. Het staat na „an“ en voor „Wand“. Je gebruikt deze combinatie wanneer je naar de specifieke muur in de ruimte verwijst.
Wand
„Wand“ betekent muur; in „an der Wand“ is het de muur waar de bank bij staat. Het staat na de plaatsaanduiding „an der“. Je gebruikt „Wand“ voor een muur binnen een gebouw of kamer.
Ich
„Ich“ betekent ik en verwijst in „Ich möchte sitzen und mich ausruhen“ naar de persoon die wil gaan zitten en rusten. Het staat aan het begin van de zin. Je gebruikt „Ich“ om iets over jezelf te zeggen.
möchte
In „Ich möchte sitzen und mich ausruhen“ betekent „möchte“ wil graag of zou graag willen. Het drukt hier een beleefde wens uit om te zitten en uit te rusten. Na „möchte“ staan de activiteiten „sitzen“ en „mich ausruhen“.
sitzen
„sitzen“ betekent zitten; in „Ich möchte sitzen“ is het de gewenste activiteit. Het blijft na „möchte“ in deze vorm en staat voor „und mich ausruhen“. Je gebruikt „sitzen“ wanneer iemand zittend is of wil gaan zitten.
und
„und“ betekent en en verbindt hier „sitzen“ met „mich ausruhen“. Het voegt twee activiteiten van dezelfde spreker samen. Je gebruikt „und“ om woorden of handelingen met elkaar te verbinden.
mich
In „mich ausruhen“ verwijst „mich“ naar dezelfde persoon als „Ich“ en maakt het deel uit van de uitdrukking voor zichzelf uitrusten. Het staat direct voor „ausruhen“. Je gebruikt deze combinatie wanneer iemand zegt dat hij of zij zelf wil rusten.
ausruhen
In „mich ausruhen“ betekent „ausruhen“ uitrusten of rust nemen. Na „möchte“ staat deze vorm aan het einde van de verbonden woordgroep. De uitdrukking „mich ausruhen“ is bruikbaar wanneer je wilt aangeven dat je zelf even wilt rusten.
Lass
In „Lass uns dort zusammen sitzen“ betekent „Lass“ laten we en het leidt een voorstel of aansporing in. Samen met „uns“ vormt het de constructie „Lass uns ...“. Je gebruikt deze uitdrukking om iemand voor te stellen iets samen te doen.
uns
In „Lass uns dort zusammen sitzen“ verwijst „uns“ naar de spreker en de aangesprokene samen. Het hoort bij „Lass“ in de uitnodiging „Lass uns ...“. Je gebruikt „Lass uns“ voor een voorstel met een gezamenlijke activiteit.
zusammen
„zusammen“ betekent samen en geeft aan dat de twee personen gezamenlijk zitten. In „dort zusammen sitzen“ staat het bij de activiteit „sitzen“. Je gebruikt „zusammen“ om te benadrukken dat mensen iets met elkaar doen.
Dieser
„Dieser Platz“ betekent deze plek en verwijst naar de plek die de gesprekspartners hebben gevonden. „Dieser“ staat direct voor „Platz“ en wijst die specifieke plek aan. Je gebruikt „Dieser“ om naar iets concreets in de situatie te verwijzen.
wirkt
In „Dieser Platz wirkt ruhig“ betekent „wirkt“ lijkt of komt over als: de plek maakt een rustige indruk. De vorm hoort bij het werkwoord „wirken“ en beschrijft hier een indruk, geen vaststaand feit. Je gebruikt „wirken“ wanneer je zegt welke indruk iets op je maakt.
ruhig
„ruhig“ betekent rustig; in „Dieser Platz wirkt ruhig“ beschrijft het de indruk die de plek maakt. Het staat na „wirkt“. Je gebruikt „ruhig“ voor een plaats of situatie met weinig lawaai of activiteit.
Das
In „Das ist ein guter Platz“ betekent „Das“ dit of dat en verwijst het naar de eerder besproken plek. Het staat aan het begin van de zin als onderwerp. Je gebruikt „Das ist ...“ om iets aan te wijzen en te beschrijven.
ist
„ist“ betekent is en verbindt in „Das ist ein guter Platz“ de aangewezen plek met de beschrijving ervan. De vorm hoort bij het werkwoord „sein“. Je gebruikt „ist“ om te zeggen wat iets is of hoe je het beoordeelt.
ein
In „ein guter Platz“ betekent „ein“ een en het is het onbepaalde lidwoord voor „Platz“. Het staat voor de beschrijving „guter Platz“. Je gebruikt het hier om de plek als één geschikte plaats te benoemen.
guter
„guter“ betekent goede en beschrijft in „ein guter Platz“ de plek positief als geschikt voor de pauze. De vorm staat tussen „ein“ en „Platz“. Je gebruikt een dergelijke combinatie om een plaats met een positieve beoordeling te beschrijven.
für
In „für eine kurze Pause“ betekent „für“ voor en het geeft het doel van de plek aan. Het staat direct voor „eine kurze Pause“. Je gebruikt „für“ om aan te geven waarvoor iets bedoeld of geschikt is.
kurze
„kurze“ betekent korte en beschrijft in „eine kurze Pause“ de duur van de pauze. De vorm staat tussen „eine“ en „Pause“. Je gebruikt deze combinatie wanneer je een pauze met beperkte duur bedoelt.