Stil lezen in de bibliotheek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library, a visitor asks to borrow a book, where to return it, and where to read before leaving..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Stil lezen in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Diese Bibliothek ist sehr ruhig.

Die-ze biblio-teek is zeer roe-ich. Deze bibliotheek is erg stil.
B

Wir sprechen leise, damit die Leute lernen können.

Wier sjprech-en lai-ze, da-mit die loi-te ler-nen keun-nen. We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.
A

Ich möchte dieses Buch ausleihen.

Iesj meusj-te die-zes boek aus-lai-en. Ik wil dit boek lenen.
B

Ich kann es dir an der Theke ausleihen.

Iesj kan es dier an der tee-ke aus-lai-en. Ik kan het boek bij de balie aan je uitlenen.
A

Wo soll ich es zurückgeben?

Voo zol iesj es tsoe-ruk-gee-ben? Waar moet ik het terugbrengen?
B

Bring es zur Theke zurück, wenn du fertig bist.

Bring es tsoer tee-ke tsoe-ruk, ven doe fer-tich bist. Breng het terug naar de balie als je klaar bent.
A

Der Platz am Fenster sieht bequem aus.

Deer plats am fen-sta ziet be-kveem aus. De plek bij het raam ziet er comfortabel uit.
B

Du kannst dort sitzen und lesen, bevor du gehst.

Doe kanst dort zits-en oent lee-zen, be-voor doe geest. Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

Uitleg van de zinnen

  1. Diese Bibliothek ist sehr ruhig.

    Deze bibliotheek is erg stil.

    Diese
    deze
    Bibliothek
    bibliotheek
    ist
    is
    sehr
    erg
    ruhig
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Diese betekent hier “deze” en verwijst naar een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Het heeft in deze zin de vorm voor vrouwelijk enkelvoud in de nominatief en stemt af op Bibliothek; een demonstratief bepaalt dus niet zelf welk concreet ding bedoeld is buiten de context. Bibliothek betekent “bibliotheek”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Bibliothek. In het Duits krijgen zelfstandige naamwoorden een hoofdletter. Voorbeeld: Die Bibliothek ist offen. — “De bibliotheek is open.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: sein – ist. Deze vorm past bij het onderwerp Diese Bibliothek. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” sehr betekent “erg” of “zeer” en versterkt hier het daaropvolgende bijvoeglijk naamwoord. Het is geen onderdeel van ruhig; het maakt de beschrijving sterker. ruhig betekent hier “stil” of “rustig”. Na ist staat het als naamwoordelijk gezegde en krijgt het geen adjectiefuitgang: Die Bibliothek ist ruhig. — “De bibliotheek is stil.” Een bruikbare vergelijkingsreeks is ruhig – ruhiger – am ruhigsten (“rustig – rustiger – het rustigst”). Samen vormt Diese Bibliothek ist sehr ruhig. het patroon demonstratief + zelfstandig naamwoord + sein + versterker + bijvoeglijk naamwoord: “Deze bibliotheek is erg stil.” De zin beschrijft de bibliotheek als erg stil; Diese Bibliothek is het onderwerp en ist sehr ruhig zegt hoe zij is.

  2. Wir sprechen leise, damit die Leute lernen können.

    We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.

    sprechen
    spreken
    leise
    zachtjes
    damit
    zodat
    Leute
    mensen
    lernen
    leren; studeren
    können
    kunnen
    Uitgebreide uitleg

    sprechen betekent hier ‘praten’. Het is de tegenwoordige tijd bij wir: wir sprechen. Vergelijk ich spreche met er spricht; bij sommige enkelvoudsvormen verandert de stamklinker. Voorbeeld: Wir sprechen Deutsch. — Wij spreken Duits. leise beschrijft hier hoe er wordt gesproken: ‘zachtjes’. Het is hier een bijwoord, geen verbogen bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is leiser (‘zachter’) en de overtreffende trap am leisesten (‘het zachtst’). Voorbeeld: Bitte sprich leise. — Praat alsjeblieft zachtjes. damit is een voegwoord dat een doel inleidt: ‘zodat’ of ‘opdat’. In de daaropvolgende Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Hier vormen lernen können samen het einde van die bijzin. Voorbeeld: Ich schreibe es auf, damit du es nicht vergisst. — Ik schrijf het op, zodat je het niet vergeet. Leute betekent hier ‘mensen’. Het is een meervoudig zelfstandig naamwoord; in die Leute staat die als lidwoord bij dat meervoud. De zin noemt geen precies aantal. Voorbeeld: Die Leute warten draußen. — De mensen wachten buiten. lernen betekent ‘leren’ en kan afhankelijk van de context ook ‘studeren’ betekenen. Hier past ‘studeren’ bij de vaste vertaling. Het is de infinitief na het modale werkwoord können. Voorbeeld: Die Kinder lernen heute. — De kinderen leren vandaag. können betekent hier ‘kunnen’ en drukt de mogelijkheid uit om te studeren. Het is de tegenwoordige-tijdsvorm bij wir en staat in deze bijzin achter de infinitief lernen. De enkelvoudsvormen zijn onder andere ich kann en er kann; in het meervoud staat bijvoorbeeld wir können. Voorbeeld: Wir können morgen kommen. — Wij kunnen morgen komen. Samen vormt Wir sprechen leise de hoofdzin: ‘Wij praten zachtjes’. damit leidt het doel in: die Leute lernen können, ‘zodat mensen kunnen studeren’. De volledige betekenis is: ‘We praten zacht, zodat mensen kunnen studeren.’

  3. Ich möchte dieses Buch ausleihen.

    Ik wil dit boek lenen.

    Ich möchte
    ik wil graag
    dieses
    dit
    Buch
    boek
    ausleihen
    lenen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil: een beleefde of zachtere formulering van een wens. möchte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud van mögen in deze gebruikswijze; het is dus niet de vorm van wollen. Voorbeeld: Ich möchte einen Tee. — Ik wil graag een thee. dieses staat bij Buch en betekent dit. De vorm is de verbogen vorm van het aanwijzende woord dies-. Omdat Buch onzijdig is en hier het lijdend voorwerp van ausleihen vormt, staat de combinatie in het onzijdig enkelvoud van de accusatief: dieses Buch. Vergelijk bijvoorbeeld dieser Tisch — deze tafel, maar dieses Buch — dit boek. Buch betekent boek. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Buch; het meervoud is die Bücher. In deze zin is Buch het boek dat de spreker wil lenen. ausleihen betekent hier lenen, in de betekenis dat de spreker het boek wil lenen. Het is een werkwoord met het voorvoegsel aus-; in de infinitief blijft het als één woord geschreven. Voorbeeld: Kann ich das Buch ausleihen? — Kan ik het boek lenen? De precieze richting van de leenhandeling hangt in andere zinnen af van de deelnemers en de context; de vaste vertaling geeft voor deze zin de betekenis lenen. Samen vormt Ich möchte dieses Buch ausleihen de betekenis: Ik wil dit boek lenen. Het patroon Ich möchte + [voorwerp] + [infinitief] is bruikbaar om een wens beleefd uit te drukken. In deze zin staat de infinitief ausleihen aan het einde.

  4. Ich kann es dir an der Theke ausleihen.

    Ik kan het boek bij de balie aan je uitlenen.

    Ich kann
    ik kan
    es
    het
    dir
    aan jou
    Theke
    balie
    ausleihen
    uitlenen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bevat kann, de vervoegde vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. Het modale werkwoord drukt hier mogelijkheid of beschikbaarheid uit. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin. Vergelijk: Ich kann helfen. — “Ik kan helpen.” es is hier het onzijdige persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief). Volgens de vaste vertaling en de vorige zin verwijst het naar het boek. De vorm es past bij een onzijdig enkelvoudig antecedent; de naamval wordt hier door de functie als uitgeleend voorwerp bepaald. dir is de datiefvorm van du voor één aangesproken persoon. Het markeert de ontvanger: aan jou. Bij jemandem etwas ausleihen staat de ontvanger in de datief en het uitgeleende voorwerp in de accusatief. Vergelijk: Ich leihe dir mein Buch aus. — “Ik leen mijn boek aan je uit.” Theke betekent “balie” of “toonbank”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Theke. In an der Theke staat der omdat an bij een vaste plaats de datief gebruikt: “bij/op de balie”. Een beweging naar de balie zou bijvoorbeeld an die Theke gebruiken. ausleihen is de infinitief die na kann aan het einde staat. In deze zin betekent het, met de genoemde ontvanger, “uitlenen”: de spreker kan het boek aan de aangesprokene uitlenen. Het patroon jemandem etwas ausleihen betekent “iets aan iemand uitlenen”; zonder ontvanger kan sich etwas ausleihen ook “iets lenen” betekenen, waarbij sich de lener aanduidt. Die twee patronen moet je dus niet door elkaar halen. Samen vormen de delen: Ich kann geeft de mogelijkheid van de spreker aan, es is het boek, dir de ontvanger, an der Theke de plaats, en ausleihen de handeling. De volledige betekenis is: “Ik kan het boek bij de balie aan je uitlenen.”

  5. Wo soll ich es zurückgeben?

    Waar moet ik het terugbrengen?

    Wo
    waar
    soll
    moet
    ich
    ik
    es
    het
    zurückgeben
    terugbrengen
    Uitgebreide uitleg

    Wo vraagt naar een plaats: “waar?”. Het is een vraagbijwoord en staat hier aan het begin van de vraag. Vergelijk bijvoorbeeld: Wo ist die Theke? — “Waar is de balie?” Soll is de vorm van sollen voor ich in de tegenwoordige tijd: ich soll. Hier vraagt de spreker welke handeling van hem of haar verwacht wordt; in deze vertaling komt dat overeen met “moet ik”. Het is dus niet de vorm muss van müssen, al kunnen beide in sommige situaties een verplichting uitdrukken. Soll ich ...? is een herbruikbaar patroon om te vragen wat men moet of hoort te doen, bijvoorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” Ich betekent “ik” en is hier het onderwerp. De vorm verandert niet naar een andere naamval in deze zin; wel heeft Duits bijvoorbeeld mich voor “mij” als lijdend voorwerp: Er sieht mich. — “Hij ziet mij.” Es is het persoonlijke voornaamwoord “het”. Hier is het het lijdend voorwerp van zurückgeben en verwijst het naar het eerder genoemde geleende voorwerp, in de context het boek. Es heeft hier dus de neutrale vorm in de vierde naamval (accusatief). Het staat niet voor de persoon die iets teruggeeft: daarvoor staat ich. Zurückgeben betekent “terugbrengen” of “teruggeven”. Het is een scheidbaar werkwoord met de infinitief zurückgeben; de delen zijn zurück (“terug”) en geben (“geven”). In een hoofdzin met een vervoegd werkwoord wordt het gescheiden: Ich gebe es zurück. — “Ik breng het terug.” Na een modaal werkwoord zoals soll blijft het als infinitief bij elkaar: Ich soll es zurückgeben. Samen vormt Wo soll ich es zurückgeben? de vraag “Waar moet ik het terugbrengen?”. Wo vraagt naar de plaats, soll ich naar de verwachte handeling van de spreker, es is het terug te brengen voorwerp en zurückgeben benoemt de handeling zelf.

  6. Bring es zur Theke zurück, wenn du fertig bist.

    Breng het terug naar de balie als je klaar bent.

    Bring … zurück
    terugbrengen
    es
    het
    zur
    naar de
    Theke
    balie
    wenn
    als
    du
    je
    fertig
    klaar
    bist
    bent
    Uitgebreide uitleg

    Bring ... zurück is de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord zurückbringen (“terugbrengen”). In een bevel aan één persoon krijgt het werkwoord hier de vorm Bring; het voorvoegsel zurück staat aan het einde van de hoofdzin. De twee delen horen dus bij elkaar, ook al staan ze niet naast elkaar. Voorbeeld: Bring das Buch zurück. — “Breng het boek terug.” es betekent hier “het” en is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief). Het verwijst naar het voorwerp dat teruggebracht moet worden; de aangeleverde zin legt niet vast welk concreet voorwerp dat is. De vorm es hoort bij een onzijdig enkelvoudig antecedent; het is niet hetzelfde als ihn (“hem/het” bij mannelijk) of sie (“haar/het” bij vrouwelijk of “hen”). zur is de samentrekking van zu der: “naar de”. zu staat hier bij een bestemming en vraagt de derde naamval (datief); der is daarbij de datiefvorm van het vrouwelijk enkelvoudige lidwoord. De samentrekking wordt vaak gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord: zur Schule — “naar school”. Theke is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een balie of toonbank. Het woord staat hier na zur, dus in de combinatie zur Theke betekent het “naar de balie”. Het meervoud is Theken. wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in: “als/wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Wenn du Zeit hast, komm mit. — “Als je tijd hebt, kom dan mee.” du is het persoonlijk voornaamwoord voor één aangesproken persoon in de informele aanspreekvorm. Het is hier het onderwerp van bist; de vorm voor meerdere personen of een formeel aangesproken persoon zou anders zijn. fertig is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “klaar”, in de zin dat iemand een activiteit heeft afgerond. Het is geen zelfstandig naamwoord en krijgt in deze positie geen uitgang: Ich bin fertig. — “Ik ben klaar.” bist is de tegenwoordige-tijdsvorm van sein (“zijn”) bij du: du bist. In du fertig bist vormt het met het naamwoordelijk deel fertig de betekenis “je bent klaar”. Omdat dit in een bijzin met wenn staat, komt bist aan het einde van die bijzin. Samen bestaat de zin uit het bevel Bring es zur Theke zurück (“Breng het terug naar de balie”) en de voorwaarde wenn du fertig bist (“als je klaar bent”). De volledige betekenis is: “Breng het terug naar de balie als je klaar bent.”

  7. Der Platz am Fenster sieht bequem aus.

    De plek bij het raam ziet er comfortabel uit.

    Platz
    plek
    Fenster
    raam
    bequem
    comfortabel
    sieht … aus
    ziet er ... uit
    Uitgebreide uitleg

    Platz betekent hier een plek of plaats. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Platz in het enkelvoud en die Plätze in het meervoud. Voorbeeld: Der Platz ist frei. — De plek is vrij. Fenster betekent raam. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Fenster; in het meervoud is het die Fenster. In am Fenster staat am voor an dem: bij het raam. Fenster staat daar na deze voorzetselcombinatie in de datief, maar de vorm van het zelfstandig naamwoord verandert niet. bequem betekent comfortabel of gemakkelijk om op of in te zitten. Als bijvoeglijk naamwoord na sein of aussehen krijgt het hier geen uitgang: Der Platz ist bequem. Voorbeeld: Der Stuhl sieht bequem aus. — De stoel ziet er comfortabel uit. sieht ... aus is de persoonsvorm van het scheidbare werkwoord aussehen — er uitzien. sieht is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; de basisvorm is aussehen. In een hoofdzin staat aus aan het einde: Der Platz sieht bequem aus. In een bijzin blijft het werkwoord bij elkaar: ..., weil der Platz bequem aussieht. Samen betekent Der Platz am Fenster sieht bequem aus: de plek bij het raam ziet er comfortabel uit. Der Platz is het onderwerp, am Fenster geeft aan welke plek bedoeld wordt, en sieht ... aus beschrijft hoe die plek lijkt. De zin beweert daarmee dat de plek comfortabel lijkt, niet dat iemand er al zit of dat het comfort zeker is.

  8. Du kannst dort sitzen und lesen, bevor du gehst.

    Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.

    Du kannst
    je kunt
    dort
    daar
    sitzen
    zitten
    lesen
    lezen
    bevor
    voordat
    du gehst
    je weggaat
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: können betekent “kunnen” en kannst is de tegenwoordige tijd voor du. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Du kannst lesen = “Je kunt lezen”. dort: dit plaatsbijwoord betekent “daar”, dus op een plaats die in de context als bekend wordt behandeld. Voor “hier” gebruikt het Duits hier. sitzen: de infinitief betekent “zitten”. Na kannst blijft deze vorm onvervoegd: Du kannst dort sitzen = “Je kunt daar zitten”. lesen: ook dit is een infinitief, met de betekenis “lezen”. Het staat naast sitzen en deelt hetzelfde modale werkwoord: Du kannst dort sitzen und lesen = “Je kunt daar zitten en lezen”. bevor: dit onderschikkende voegwoord betekent “voordat”. Het leidt een bijzin in; in zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. du gehst: gehst is de vorm van gehen voor du in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent de combinatie “je weggaat”, overeenkomstig de vaste vertaling. De bijzin bevor du gehst betekent dus “voordat je weggaat”; het onderwerp du wordt daar opnieuw genoemd. Samenbouw: Du kannst geeft de mogelijkheid aan, dort sitzen und lesen benoemt de twee handelingen, en bevor du gehst bepaalt dat die mogelijkheid vóór het weggaan geldt. De volledige betekenis is: “Je kunt daar zitten en lezen voordat je weggaat.”

Grammatica

möchte + Infinitiv

Ich möchte ein Buch ausleihen.

Iesj meusj-te ain boek aus-lai-en.

Ik wil graag een boek lenen.

Na möchte staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde van de zin.

bevor + werkwoord aan het einde

Ich lese, bevor ich gehe.

Iesj lee-ze, be-voor iesj gee-e.

Ik lees voordat ik ga.

In een bijzin met bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde.

Duits woordenschat

ausleihen werkwoord
aus-lai-en lenen, uitlenen

dieses Buch ausleihen

Bibliothek zelfstandig naamwoord
biblio-teek bibliotheek

Diese Bibliothek

Buch zelfstandig naamwoord
boek boek

dieses Buch

leise bijwoord
lai-ze zacht, stil

Wir sprechen leise

lernen werkwoord
ler-nen leren, studeren

die Leute lernen können

Leute zelfstandig naamwoord
loi-te mensen, mensen in het algemeen die Leute

damit die Leute lernen können

möchte werkwoord
meusj-te wil graag

Ich möchte dieses Buch ausleihen

ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ich stil, rustig

sehr ruhig

sprechen werkwoord
sjprech-en praten, spreken

Wir sprechen leise

Theke zelfstandig naamwoord
tee-ke balie

an der Theke

zurück bijwoord
tsoe-ruk terug

Bring es zur Theke zurück

zurückgeben werkwoord
tsoe-ruk-gee-ben terugbrengen, teruggeven

es zurückgeben

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze bibliotheek is erg stil.

Antwoord tonenDiese Bibliothek ist sehr ruhig.

Ik wil dit boek lenen.

Antwoord tonenIch möchte dieses Buch ausleihen.

Waar moet ik het terugbrengen?

Antwoord tonenWo soll ich es zurückgeben?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

stil, rustig

Antwoord tonenruhig

lenen, uitlenen

Antwoord tonenausleihen

zacht, stil

Antwoord tonenleise

boek

Antwoord tonenBuch