Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een rustige studieplek vinden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ist dieser Tisch frei?
ist diee-zer tisj fraai? Is deze tafel vrij?Hier sitzt niemand.
hie-er zitst niemant. Niemand zit hier.Ich brauche einen ruhigen Platz zum Sitzen.
ich brauwe ainen roe-igen plats tsoem tsitsen. Ik heb een rustige plek nodig om te zitten.Dieser Tisch ist weit weg von der Tür.
diee-zer tisj ist vait veek fon dee-er tuur. Deze tafel staat ver van de deur.Dann ist das ein guter Platz zum Lernen.
dan ist das ain goeter plats tsoem lee-uh-nen. Dan is dit een goede plek om te studeren.Bitte sprich leise, während du lernst.
bitte sjprich laize, vèè-rent doe leernst. Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.Klar, ich werde leise sprechen.
klaar, ich vee-uh-duh laize sjprechen. Zeker, ik zal zacht praten.Das hilft anderen Menschen beim Lernen.
das helpt anduh-ren mensjen baim lee-uh-nen. Dat helpt andere mensen om te studeren.Uitleg van de zinnen
Ist dieser Tisch frei?
Is deze tafel vrij?
- Ist
- is
- dieser
- deze
- Tisch
- tafel
- frei
- vrij
Uitgebreide uitleg
Ist is een vorm van sein (“zijn”): de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. In een ja/nee-vraag staat deze werkwoordsvorm vooraan: Ist ...? betekent hier “Is ...?”. Een mededelende zin met dezelfde inhoud zou beginnen met Dieser Tisch ist .... dieser betekent hier “deze” en verwijst naar een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord. De vorm is hier nominatief mannelijk enkelvoud, omdat dieser bij Tisch hoort als onderwerp. De vormen veranderen volgens het grammaticale geslacht, getal en de naamval van het zelfstandig naamwoord; vergelijk bijvoorbeeld diese bij een vrouwelijk woord of meervoud, maar kies die vorm niet alleen op basis van de betekenis “deze”. Tisch betekent “tafel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tisch; het meervoud is die Tische. In deze zin gaat het om één bepaalde tafel die met “deze” wordt aangewezen. frei betekent hier “vrij” in de betekenis “niet bezet” of “beschikbaar”. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Na sein staat het hier zonder uitgang: Der Tisch ist frei. Als voorbeeld: Der Stuhl ist frei. — “De stoel is vrij.” Samen vormen de delen Ist + dieser Tisch + frei de vraag: “Is deze tafel vrij?” De woordvolgorde maakt er een ja/nee-vraag van. In de gegeven context past frei bij de betekenis “niet bezet”: de vraag gaat dus na of deze tafel beschikbaar is, zonder dat de zin zelf een aantal personen of een verdere uitkomst vermeldt.
Hier sitzt niemand.
Niemand zit hier.
- Hier
- hier
- sitzt
- zit
- niemand
- niemand
Uitgebreide uitleg
Hier betekent “hier” en geeft de plaats aan. Het staat in deze zin vooraan, maar kan ook later staan: Niemand sitzt hier. sitzt is de derde persoon enkelvoud van sitzen (“zitten”): ich sitze, du sitzt, er/sie/es sitzt. In deze zin beschrijft het de toestand van zitten op de genoemde plaats. Voor een meervoudig onderwerp gebruik je bijvoorbeeld sie sitzen. niemand betekent “niemand” en is een onbepaald voornaamwoord voor geen enkele persoon. Het gedraagt zich hier als een enkelvoudig onderwerp; daarom staat het werkwoord in de vorm sitzt, niet sitzen. Een bruikbaar contrast is jemand sitzt hier (“iemand zit hier”) tegenover niemand sitzt hier (“niemand zit hier”). Samen vormen de delen Hier sitzt niemand.: “Niemand zit hier.” De plaatsaanduiding staat voorop, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp. De zin zegt dat er op deze plaats geen persoon zit.
Ich brauche einen ruhigen Platz zum Sitzen.
Ik heb een rustige plek nodig om te zitten.
- Ich brauche
- ik heb nodig
- ruhigen
- rustige
- Platz
- plek
- zum Sitzen
- om te zitten
Uitgebreide uitleg
Ich brauche betekent hier dat de spreker iets nodig heeft. brauche is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van brauchen (‘nodig hebben’): ich brauche, du brauchst, er/sie braucht. Brauchen krijgt in deze betekenis een lijdend voorwerp; in dit voorbeeld is dat einen ruhigen Platz. ruhigen beschrijft Platz en betekent hier ‘rustig’. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ruhig. De uitgang in ruhigen komt niet alleen door het feit dat het om één plek gaat: Platz is mannelijk, staat hier in de accusatief, en wordt voorafgegaan door einen. Daarom staat het bijvoeglijk naamwoord in einen ruhigen Platz. Vergelijk bijvoorbeeld: ein ruhiger Platz (‘een rustige plek’, nominatief) en einen ruhigen Platz (‘een rustige plek’, accusatief). Platz is het zelfstandig naamwoord voor ‘plek’ of ‘plaats’. Het is mannelijk: der Platz. In deze zin staat het in het enkelvoud en in de accusatief, omdat het het directe object van brauchen is. Het meervoud is Plätze, bijvoorbeeld in ruhige Plätze (‘rustige plekken’). zum Sitzen drukt het doel uit: ‘om te zitten’. zum is de vaste samentrekking van zu dem. Sitzen is de als zelfstandig naamwoord gebruikte infinitief van sitzen; daarom wordt het met een hoofdletter geschreven. Het gaat hier om het doel waarvoor de plek nodig is. Vergelijk als voorbeeld: Ich brauche einen Stuhl zum Sitzen. — ‘Ik heb een stoel nodig om op te zitten.’ Samen vormt Ich brauche einen ruhigen Platz zum Sitzen de betekenis: ‘Ik heb een rustige plek nodig om te zitten.’ De structuur is iets nodig hebben + accusatief object + zum gevolgd door een activiteit die het doel van dat object aangeeft.
Dieser Tisch ist weit weg von der Tür.
Deze tafel staat ver van de deur.
- Dieser
- deze
- Tisch
- tafel
- weit weg
- ver weg
- Tür
- deur
Uitgebreide uitleg
Dieser betekent hier “deze” en staat bij Tisch. Het is de mannelijke enkelvoudsvorm in de nominatief: dieser Tisch. De vorm van het aanwijzende woord hangt dus niet alleen van enkelvoud af, maar ook van het grammaticale geslacht en de naamval van Tisch. Vergelijk: diese Tür (“deze deur”, vrouwelijk) en dieses Buch (“dit boek”, onzijdig). Voorbeeld: Dieser Stuhl ist bequem. — “Deze stoel is comfortabel.” Tisch betekent hier “tafel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Tisch. In andere naamvallen verandert vooral het lidwoord: der Tisch, den Tisch, dem Tisch, des Tisches. Voorbeeld: Der Tisch ist groß. — “De tafel is groot.” weit weg betekent samen “ver weg”. weit kan ook zelfstandig “wijd” of “ver” betekenen, maar in deze vaste combinatie versterkt het de betekenis van afstand. De vergelijking is weit — weiter — am weitesten (“ver” — “verder” — “het verst”). Voorbeeld: Der Bahnhof ist weit weg. — “Het station is ver weg.” Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür. In von der Tür staat Tür na von; von vereist hier de datief, daarom wordt die der. Het voorzetsel geeft het referentiepunt van de afstand aan: ver weg van de deur. Voorbeeld: Das Fenster ist neben der Tür. — “Het raam is naast de deur.” In de hele zin is Dieser Tisch het onderwerp. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) en verbindt het onderwerp met de plaatsbeschrijving weit weg von der Tür. Samen betekent de zin: “Deze tafel staat ver van de deur.” De Duitse vorm gebruikt letterlijk “is ver weg van”, terwijl de Nederlandse vertaling natuurlijk “staat ver van” zegt.
Dann ist das ein guter Platz zum Lernen.
Dan is dit een goede plek om te studeren.
- Dann
- dan
- ist
- is
- das
- dit
- ein
- een
- guter
- goede
- Platz
- plek
- zum Lernen
- om te studeren
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en verwijst naar een gevolgtrekking of volgende stap. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Dann gehen wir. = “Dan gaan we.” ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: sein – ist. Hier verbindt het het onderwerp met een beschrijving: “is een goede plek”. Voorbeeld: Das ist gut. = “Dat is goed.” das betekent hier “dit” in de vaste vertaling. Het is een aanwijzend voornaamwoord in het onzijdig enkelvoud en staat hier als onderwerp in de nominatief. De vorm verandert volgens het grammaticale geslacht, getal en de naamval van het bedoelde zelfstandig naamwoord of de bedoelde zaak; het concrete referent wordt in deze zin niet verder benoemd. Vergelijk als algemene patronen: das = “dit/dat” voor onzijdig enkelvoud, die = “deze/die” voor vrouwelijk enkelvoud of meervoud. ein is het onbepaalde lidwoord bij Platz. Het staat hier in de nominatief, mannelijk enkelvoud, omdat Platz mannelijk is en na sein als naamwoordelijk deel staat. ein drukt hier niet op zichzelf een expliciete telhoeveelheid uit; het introduceert een niet nader bepaalde plek. Vergelijk: ein Platz tegenover der Platz (“een plek” tegenover “de plek”). guter betekent “goede”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord gut (“goed”). De uitgang -er hoort bij gut, niet bij Platz: na het onbepaalde lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de mannelijke nominatief-uitgang: ein guter Platz. Andere basisvormen zijn bijvoorbeeld gute in eine gute Idee en gutes in ein gutes Buch; de uitgang volgt de grammaticale vorm van het zelfstandig naamwoordelijk geheel. Platz betekent “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz, meervoud die Plätze. In deze zin gaat het om een plek die geschikt is voor de activiteit die volgt. Voorbeeld: Das ist ein ruhiger Platz. = “Dat is een rustige plek.” zum Lernen betekent hier “om te studeren”. zum is de samensmelting van zu en dem. Lernen is een tot zelfstandig naamwoord gemaakt infinitief van lernen (“leren”); daarom wordt het in het Duits met een hoofdletter geschreven. De combinatie zum Lernen benoemt het doel of de bestemming van de plek: letterlijk ongeveer “voor het leren”. lernen is breder dan alleen academisch studeren; de vaste vertaling kiest hier natuurlijk voor “studeren”. Voorbeeld: Ich brauche Zeit zum Lernen. = “Ik heb tijd nodig om te studeren.” Samen vormen de delen: Dann (“dan”) + ist (“is”) + das (“dit”) + ein guter Platz (“een goede plek”) + zum Lernen (“om te studeren”). De volledige betekenis is: “Dan is dit een goede plek om te studeren.”
Bitte sprich leise, während du lernst.
Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.
- Bitte
- alsjeblieft
- sprich
- praat
- leise
- zacht
- während
- terwijl
- du
- je
- lernst
- studeert
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt een verzoek vriendelijker: “alsjeblieft”. Het kan aan het begin of elders in een verzoek staan. In deze zin verzacht het de opdracht, maar het verandert de handeling niet. sprich betekent hier “praat” en is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon. De basisvorm is sprechen; de gebiedende wijs voor du heeft hier de vorm sprich, niet sprechen. Vergelijk: Sprich langsam. — “Praat langzaam.” leise beschrijft hoe iemand moet praten: zacht of stil. Het is een bijwoordelijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord en verandert hier niet door du. Het tegenovergestelde is laut: Sprich laut. — “Praat hard.” während betekent “terwijl” en leidt hier een bijzin in. In een Duitse bijzin met während staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is: während + onderwerp + ... + werkwoord. du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon in de informele tweede persoon. Het is het onderwerp van lernst. lernst betekent hier “studeert” of “leert”. De basisvorm is lernen. Dit is de tegenwoordige tijd voor du: du lernst. Vergelijk: ich lerne — “ik studeer/leer” en sie lernen — “zij studeren/leren”. Samen betekent Bitte sprich leise “Praat alsjeblieft zacht”: Bitte maakt het verzoek vriendelijk, sprich geeft de opdracht aan de aangesproken persoon en leise geeft de manier van praten aan. während du lernst betekent “terwijl je studeert”; du is het onderwerp en lernst staat aan het einde van de bijzin. De volledige zin betekent dus: “Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.”
Klar, ich werde leise sprechen.
Zeker, ik zal zacht praten.
- Klar
- zeker
- ich werde
- ik zal
- leise
- zacht
- sprechen
- praten
Uitgebreide uitleg
Klar betekent hier “zeker” of “natuurlijk” en bevestigt dat de spreker instemt. Het is een korte, informele bevestiging; het is niet het bijvoeglijk naamwoord “duidelijk” in deze zin. ich werde bestaat uit het onderwerp ich (“ik”) en de vervoegde vorm werde van werden. Samen met een infinitief kan dit een toekomstige handeling uitdrukken: ich werde ... = “ik zal ...”. De vorm werde hoort bij ich; bij een ander onderwerp verandert de vervoeging, bijvoorbeeld du wirst ... = “jij zult ...”. leise beschrijft hier hoe de handeling gebeurt: zacht, dus met weinig geluid. In deze zin staat het bij het werkwoord en werkt het als bijwoord. Hetzelfde woord kan ook vóór een zelfstandig naamwoord als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld eine leise Stimme = “een zachte stem”. sprechen is de infinitief “spreken/praten”. Na het hulpwerkwoord werde blijft het in de infinitief en staat het aan het einde van de hoofdzin. Een bruikbaar patroon is ich werde + infinitief, bijvoorbeeld: Ich werde morgen arbeiten. — “Ik zal morgen werken.” De zin wordt dus opgebouwd als: Klar (bevestiging) + ich werde (ik zal) + leise (zacht) + sprechen (praten). Als geheel betekent hij: “Zeker, ik zal zacht praten.”
Das hilft anderen Menschen beim Lernen.
Dat helpt andere mensen om te studeren.
- Das
- dat
- hilft
- helpt
- anderen
- andere
- Menschen
- mensen
- beim Lernen
- bij het leren
Uitgebreide uitleg
Das is hier een zelfstandig gebruikt voornaamwoord en betekent volgens de vaste vertaling dat. De vorm is derde persoon enkelvoud; het woord verwijst in deze zin niet noodzakelijk naar een expliciet genoemd zelfstandig naamwoord. In een andere context kan das ook als aanwijzend woord bij een zelfstandig naamwoord staan, maar hier is het zelf het onderwerp. hilft komt van helfen en is de tegenwoordige tijd van de derde persoon enkelvoud: helfen → hilft. Het werkwoord betekent hier helpen of nuttig zijn voor. helfen neemt voor de geholpen persoon of groep een datief: Das hilft mir = Dat helpt mij; Das hilft anderen Menschen = Dat helpt andere mensen. anderen is de verbogen vorm van andere bij een meervoudige datiefgroep. De uitgang -en past hier bij de datief: anderen Menschen. Het betekent hier andere, zonder dat de zin een exact aantal vastlegt. Menschen is het meervoud van Mensch (mens). Het meervoud heeft hier dezelfde zichtbare vorm in de datief als in de nominatief; bovendien eindigt Menschen al op -n. De groep anderen Menschen is dus de groep voor wie iets helpt, niet het onderwerp. beim Lernen bestaat uit bei dem Lernen: beim is de vaste samentrekking van bei + dem. bei gebruikt hier de datief. Lernen is een zelfstandig gebruikt infinitief van lernen (leren), en krijgt daarom een hoofdletter. De combinatie betekent letterlijk bij het leren en geeft de activiteit aan waarbij de hulp nuttig is. Een vergelijkbaar patroon is beim Lesen = bij het lezen. Samen vormt de zin het patroon Das hilft [iemanden/groep in de datief] beim [zelfstandig gebruikt werkwoord]: Dat helpt andere mensen bij het leren. In natuurlijk Nederlands kan dat ook worden weergegeven als Dat helpt andere mensen om te studeren, zoals in de vaste vertaling. De eerdere zin noemt zacht spreken, maar deze zin zelf stelt alleen dat dat andere mensen helpt tijdens het leren; hij specificeert niet wie die andere mensen zijn.
Grammatica
während + bijzin (werkwoord achteraan)
Während andere Menschen sprechen, hilft leise sprechen.
vèè-rent anduh-ruh mensjen sjprechen, helpt laize sjprechen.Terwijl andere mensen spreken, helpt zacht spreken.
Na während staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
zum + werkwoord als zelfstandig naamwoord
Ein guter Platz zum Sitzen und zum Lernen.
ain goeter plats tsoem tsitsen oent tsoem lee-uh-nen.Een goede plek om te zitten en om te leren.
zum combineert zu + dem en wordt gebruikt voor een doel: ‘om te …’.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Is deze tafel vrij?
Antwoord tonen
Ist dieser Tisch frei?Niemand zit hier.
Antwoord tonen
Hier sitzt niemand.Praat alsjeblieft zacht terwijl je studeert.
Antwoord tonen
Bitte sprich leise, während du lernst.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
niemand
Antwoord tonen
niemandtafel
Antwoord tonen
Tischheb nodig
Antwoord tonen
braucherustige