Een computer en printer gebruiken in de bibliotheek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library, one person asks to use a computer and printer while keeping the room quiet..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een computer en printer gebruiken in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich diesen Computer benutzen?

Kan ich diezen kompoeter benoetsen? Kan ik deze computer gebruiken?
B

Der Computer ist frei.

Dea kompoeter ist fraai. De computer is vrij.
A

Der Bildschirm ist sehr hell.

Dea bilt-sjirm ist zea hel. Het scherm is heel helder.
B

Du kannst hier die Helligkeit niedriger stellen.

Doe kanst hiea die helliech-kait nie-driega sjtellen. Je kunt hier de helderheid lager zetten.
A

Kann ich auch den Drucker benutzen?

Kan ich au(ch) deen droeka benoetsen? Kan ik de printer ook gebruiken?
B

Du kannst den Drucker beim Schreibtisch benutzen.

Doe kanst deen droeka baim sjraiptisj benoetsen. Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.
A

Ich benutze Kopfhörer, wenn ich Audio abspiele.

Ich benoetse kopfheura, ven ich au-die-oo apsjie-le. Ik gebruik een koptelefoon als ik audio afspeel.
B

Das hält den Raum ruhig.

Das helt deen raum roe-iech. Dat houdt de ruimte stil.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich diesen Computer benutzen?

    Kan ik deze computer gebruiken?

    Kann ich
    kan ik
    diesen
    deze
    Computer
    computer
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich betekent hier “kan ik” en vormt het begin van een beleefde vraag naar mogelijkheid of toestemming. kann is de vorm van können bij ich; in een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en volgt het onderwerp daarna. Voorbeeld: Kann ich hereinkommen? — “Kan ik binnenkomen?” diesen verwijst hier naar de computer die de spreker bedoelt. Het is de vorm van dies- vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief: diesen Computer. De vorm verandert volgens het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord; ze betekent niet op zichzelf een bepaald aantal. Vergelijk: dieser Computer — “deze computer” als onderwerp; diesen Computer — “deze computer” als lijdend voorwerp. Computer betekent “computer”. Het Duitse zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Computer. In deze zin staat het in de accusatief, omdat het datgene is wat men wil gebruiken. Voorbeeld: Ich kaufe diesen Computer. — “Ik koop deze computer.” benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief; na het modale werkwoord kann blijft het volledige werkwoord aan het einde van de zin in de infinitief staan. Voorbeeld: Ich benutze den Computer. — “Ik gebruik de computer.” Samen vormen de delen Kann ich diesen Computer benutzen?: “Kan ik deze computer gebruiken?” De vraag vraagt of de spreker toestemming of de mogelijkheid heeft om deze computer te gebruiken. De contextzin Der Computer ist frei. betekent “De computer is vrij”, maar verandert de grammaticale opbouw van deze vraag niet.

  2. Der Computer ist frei.

    De computer is vrij.

    Computer
    computer
    ist
    is
    frei
    vrij; beschikbaar
    Uitgebreide uitleg

    Computer is hier het Duitse zelfstandig naamwoord voor “computer”. Het is mannelijk: der Computer is de bepaalde vorm in het enkelvoud en staat hier als onderwerp. Het meervoud heeft dezelfde woordvorm: die Computer. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In deze zin verbindt ist het onderwerp met een eigenschap of toestand. frei betekent hier “vrij” in de praktische betekenis “beschikbaar om te gebruiken”, niet bijvoorbeeld “politiek vrij”. Als bijvoeglijk naamwoord na sein krijgt het geen uitgang: Der Computer ist frei. Een bruikbaar tegenovergesteld woord in deze context is besetzt (“bezet”): Der Computer ist besetzt. = “De computer is bezet.” Samen vormen de delen: Der Computer (“de computer”) + ist (“is”) + frei (“vrij/beschikbaar”). De volledige betekenis is dus: “De computer is vrij” of natuurlijker in deze situatie: “De computer is beschikbaar.”

  3. Der Bildschirm ist sehr hell.

    Het scherm is heel helder.

    Bildschirm
    scherm
    ist
    is
    sehr
    heel; erg
    hell
    helder
    Uitgebreide uitleg

    Bildschirm betekent hier “scherm”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht mannelijk: der Bildschirm. Het meervoud is die Bildschirme. Een bruikbaar voorbeeld is: Der Bildschirm ist dunkel. — “Het scherm is donker.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De keten is: sein → ist voor er/sie/es en andere enkelvoudige onderwerpen. Voorbeeld: Der Computer ist frei. — “De computer is vrij.” sehr versterkt een bijvoeglijk naamwoord: “heel” of “erg”. Het geeft hier aan dat de eigenschap sterk aanwezig is. Voorbeeld: Der Bildschirm ist sehr dunkel. — “Het scherm is heel donker.” hell betekent hier “helder” of “licht” en beschrijft de toestand van het scherm. Het is een bijvoeglijk naamwoord. De vergrotende trap is heller (“lichter/helderder”); de overtreffende trap is am hellsten (“het helderst”). Voorbeeld: Dieser Bildschirm ist heller. — “Dit scherm is helderder.” Samen vormen de delen Der Bildschirm + ist + sehr hell: het onderwerp is “het scherm”, ist zegt dat het zich in een bepaalde toestand bevindt, en sehr hell beschrijft die toestand. De volledige betekenis is: “Het scherm is heel helder.”

  4. Du kannst hier die Helligkeit niedriger stellen.

    Je kunt hier de helderheid lager zetten.

    Du kannst
    je kunt
    hier
    hier
    die Helligkeit
    de helderheid
    niedriger
    lager
    stellen
    zetten
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst betekent hier “je kunt” en bestaat uit du (“je”) plus de vorm kannst van können (“kunnen”). kannst is de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud. Bij können staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Du kannst ... stellen. hier betekent “hier” en verwijst naar de plaats of instelling die in deze situatie wordt bedoeld. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. die Helligkeit betekent “de helderheid”. Helligkeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het lidwoord is daarom hier die. Het woord verwijst in deze zin naar de helderheidsinstelling, niet naar het scherm als zelfstandig voorwerp. Een verwant basiswoord is hell (“helder”): hell beschrijft iets, terwijl Helligkeit de eigenschap of instelling benoemt. niedriger betekent hier “lager”. Het is de vergelijkende vorm van niedrig (“laag”): niedrig → niedriger (“lager”). In deze zin gaat het om een lagere instelling dan de huidige instelling. Voorbeeld: Stell die Lautstärke niedriger. — “Zet het volume lager.” stellen betekent hier “zetten” of “instellen”. Het is de infinitief. In combinatie met een instelling kan etwas niedriger stellen betekenen dat je die instelling op een lager niveau zet. Voorbeeld: Du kannst die Temperatur höher stellen. — “Je kunt de temperatuur hoger zetten.” Samen vormen de delen: Du kannst + hier + die Helligkeit + niedriger stellen. De zin betekent dus: “Je kunt hier de helderheid lager zetten.” kannst geeft de mogelijkheid aan, en stellen blijft als infinitief aan het einde van de Duitse zin.

  5. Kann ich auch den Drucker benutzen?

    Kan ik de printer ook gebruiken?

    Kann ich
    kan ik
    auch
    ook
    Drucker
    printer
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich betekent hier “kan ik?” en vormt een vraag naar mogelijkheid of toestemming. kann is de vervoegde vorm van können bij ich; in een gewone hoofdzin staat het als ich kann, maar in deze ja-neevraag komt het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp: Kann ich ...?. auch betekent “ook”. Het voegt deze mogelijkheid toe aan een andere mogelijkheid: de spreker vraagt of diegene daarnaast de printer kan gebruiken. De precieze nadruk kan door de context variëren, maar hier hoort auch bij de vraag of het gebruik van de printer eveneens mogelijk is. Drucker betekent “printer”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht mannelijk: der Drucker. Na den staat hier de vorm den Drucker, omdat het zelfstandig naamwoord het directe voorwerp van benutzen is. Het lidwoord draagt hier de zichtbare naamvalsmarkering; Drucker zelf verandert niet. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief. In deze vraag staat kann als vervoegd werkwoord op de eerste plaats, terwijl de bijbehorende infinitief benutzen aan het einde van de hoofdzin staat: Kann ich ... benutzen? Een bruikbaar patroon is Kann ich [iets] benutzen? — “Kan ik [iets] gebruiken?” Samen vormen de delen: Kann ich + auch + den Drucker + benutzen? De volledige betekenis is: “Kan ik de printer ook gebruiken?” De vraag gaat dus over de mogelijkheid of toestemming voor de spreker om de printer te gebruiken.

  6. Du kannst den Drucker beim Schreibtisch benutzen.

    Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.

    Du kannst
    je kunt
    Drucker
    printer
    beim
    bij het
    Schreibtisch
    bureau
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: können drukt hier uit dat je iets kunt doen. kannst is de tegenwoordige tijd voor du; vergelijk ich kann en sie können. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Du kannst den Drucker benutzen. — Je kunt de printer gebruiken. Drucker: dit is het zelfstandig naamwoord voor een printer. Het is mannelijk: der Drucker. Als lijdend voorwerp na benutzen staat het hier in de accusatief: den Drucker. Het meervoud is die Drucker. beim: beim is de samentrekking van bei dem. Het voorzetsel bei regeert de datief; daarom staat het daaropvolgende mannelijke zelfstandig naamwoord als dem Schreibtisch. beim Essen is een ander voorbeeld van dezelfde samentrekking: tijdens het eten. Schreibtisch: dit betekent bureau, in de betekenis van een schrijftafel. Het is mannelijk: der Schreibtisch; na bei staat hier de datief dem Schreibtisch. Het meervoud is die Schreibtische. benutzen: dit werkwoord betekent gebruiken. De infinitief staat hier aan het einde omdat kannst het modale werkwoord is. Tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich benutze, du benutzt en er/sie benutzt; met können blijft het andere werkwoord infinitief: Ich kann den Drucker benutzen. — Ik kan de printer gebruiken. Samenbouw: Du is het onderwerp, kannst drukt uit dat de handeling mogelijk is, den Drucker is wat gebruikt wordt, en beim Schreibtisch geeft de plaats aan. Door het modale werkwoord staat benutzen achteraan. De volledige zin betekent: Je kunt de printer bij het bureau gebruiken.

  7. Ich benutze Kopfhörer, wenn ich Audio abspiele.

    Ik gebruik een koptelefoon als ik audio afspeel.

    benutze
    gebruik
    Kopfhörer
    koptelefoon
    wenn ich
    als ik
    Audio
    audio
    abspiele
    afspeel
    Uitgebreide uitleg

    benutze komt van benutzen en betekent hier “gebruik”. Het is de tegenwoordige tijd bij ich: ich benutze. De stam blijft herkenbaar in andere vormen, zoals du benutzt en sie benutzen. Voorbeeld: Ich benutze den Drucker. — “Ik gebruik de printer.” Kopfhörer betekent hier “koptelefoon” en verwijst naar het apparaat waarmee audio wordt beluisterd. De vorm kan in het Duits zowel enkelvoud als meervoud spellen: der Kopfhörer is enkelvoud en die Kopfhörer is meervoud; zonder lidwoord bepaalt de zin hier geen expliciet aantal. wenn ich betekent “als ik” en leidt een bijzin met een voorwaarde of terugkerende situatie in. wenn kan bijvoorbeeld ook “wanneer” betekenen wanneer de context een tijdsrelatie benadrukt. Het onderwerp van deze bijzin is ich, dus de daaropvolgende werkwoordsvorm moet bij de eerste persoon enkelvoud passen. Audio is een zelfstandig naamwoord voor audio of geluidsmateriaal. Het kan in zulke zinnen bijvoorbeeld naar een geluidsbestand of ander afgespeeld geluid verwijzen; deze zin specificeert niet welk soort audio het is. abspiele komt van het scheidbare werkwoord abspielen, “afspelen”. In de hoofdzin wordt het voorvoegsel vaak los geplaatst, maar in deze bijzin staat het werkwoord aan het einde als één vorm: wenn ich Audio abspiele. De vorm abspiele is de tegenwoordige tijd bij ich; in de hoofdzin krijg je bijvoorbeeld Ich spiele Audio ab. — “Ik speel audio af.” Samen betekent Ich benutze Kopfhörer, wenn ich Audio abspiele.: “Ik gebruik een koptelefoon als ik audio afspeel.” De hoofdzin beschrijft wat ik gebruik; de bijzin met wenn geeft de situatie aan waarin dat gebeurt. In het Duits staat het vervoegde werkwoord in deze wenn-bijzin achteraan.

  8. Das hält den Raum ruhig.

    Dat houdt de ruimte stil.

    Das
    dat
    hält
    houdt
    Raum
    ruimte
    ruhig
    stil
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en is het onderwerp. Het verwijst naar iets dat in deze ene zin niet nader wordt benoemd; de vorm is een aanwijzend voornaamwoord en geeft zelf geen specifiek referent aan. Vergelijk bijvoorbeeld: Das ist neu. = “Dat is nieuw.” hält is de vorm van halten in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: ich halte, du hältst, er/sie/es hält. In deze zin betekent halten niet alleen “vasthouden”, maar “iets in een bepaalde toestand houden”. Raum betekent “ruimte” of “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: daarom staat hier de accusatiefvorm den Raum, omdat de ruimte het directe object is van hält. Het meervoud is Räume. ruhig betekent hier “stil” of “rustig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na halten de toestand van het object beschrijft. In het patroon etwas ruhig halten betekent het geheel “iets stil houden”. Voorbeeld: Sie hält das Kind ruhig. = “Zij houdt het kind rustig.” Samen vormen de delen Das hält den Raum ruhig: het onderwerp “dat” houdt het directe object “de ruimte” in de toestand “stil”. De volledige betekenis is dus: “Dat houdt de ruimte stil.”

Grammatica

beim + Dativ

beim Schreibtisch

baim sjraiptisj

bij het bureau

‘beim’ is de samentrekking van ‘bei dem’. Na ‘bei’ staat de derde naamval (Dativ).

wenn ... Verb am Ende

wenn ich Audio abspiele

ven ich au-die-oo apsjie-le

als ik audio afspeel

In een bijzin met ‘wenn’ staat het vervoegde werkwoord achteraan: ‘abspiele’.

Duits woordenschat

beim voorzetsel
baim bij de
benutzen werkwoord
benoetsen gebruiken
Bildschirm zelfstandig naamwoord
bilt-sjirm scherm
Computer zelfstandig naamwoord
kompoeter computer
diesen bepaler
diezen deze
Drucker zelfstandig naamwoord
droeka printer
frei bijvoeglijk naamwoord
fraai vrij
hell bijvoeglijk naamwoord
hel helder
Helligkeit zelfstandig naamwoord
helliech-kait helderheid
niedriger bijvoeglijk naamwoord
nie-driega lager
Schreibtisch zelfstandig naamwoord
sjraiptisj bureau
stellen werkwoord
sjtellen zetten

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik deze computer gebruiken?

Antwoord tonenKann ich diesen Computer benutzen?

De computer is vrij.

Antwoord tonenDer Computer ist frei.

Het scherm is heel helder.

Antwoord tonenDer Bildschirm ist sehr hell.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrij

Antwoord tonenfrei

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen

helderheid

Antwoord tonenHelligkeit

lager

Antwoord tonenniedriger