Kann
‘Kann’ betekent hier ‘kan’ en opent de vraag of de spreker de computer kan gebruiken. Het is de vorm van können bij ich; met een werkwoord in de infinitief erna geeft het mogelijkheid of toestemming aan. In de dialoog volgt het object ‘diesen Computer’ en daarna ‘benutzen’.
ich
‘ich’ betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt of iets doet. Het staat als onderwerp bij ‘Kann’ en ‘benutzen’ en komt ook voor bij ‘benutze’ en ‘abspiele’. Je gebruikt het om jezelf als handelende persoon aan te duiden.
diesen
‘diesen’ betekent hier ‘deze’ en wijst de specifieke computer aan die de spreker wil gebruiken. Het is de vorm van dieser vóór ‘Computer’ in ‘diesen Computer’; samen vormen ze het aangewezen voorwerp bij ‘benutzen’.
Computer
‘Computer’ betekent hier ‘computer’ en is het apparaat dat de spreker wil gebruiken. In ‘diesen Computer’ staat het na de aanwijzende vorm ‘diesen’. Hetzelfde woord komt terug als beschikbaar apparaat in ‘Der Computer ist frei’.
benutzen
‘benutzen’ betekent hier ‘gebruiken’. Het is de infinitief van hetzelfde werkwoord als benutze en staat na het modale werkwoord ‘Kann’. Je gebruikt het met een voorwerp, zoals een computer of printer.
Der
‘Der’ is hier het lidwoord bij ‘Computer’ in ‘Der Computer’ en betekent ‘de’. Het verwijst naar de eerder genoemde computer. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord.
ist
‘ist’ betekent hier ‘is’ en verbindt het onderwerp met een toestand of beschrijving, zoals ‘frei’ of ‘sehr hell’. Het is de vorm van sein die hier bij een enkelvoudig onderwerp staat. Een bruikbaar patroon is onderwerp + ‘ist’ + beschrijving.
frei
‘frei’ betekent hier ‘vrij’ in de betekenis ‘beschikbaar voor gebruik’; het gaat niet om gratis gebruik. In ‘Der Computer ist frei’ beschrijft het de toestand van de computer. Je kunt het in dezelfde context gebruiken voor een beschikbare plaats of een beschikbaar apparaat.
Bildschirm
‘Bildschirm’ betekent hier ‘scherm’ en verwijst naar het scherm van de computer. In ‘Der Bildschirm ist sehr hell’ wordt het beschreven als helder. Het woord staat als onderwerp vóór de beschrijving.
sehr
‘sehr’ betekent hier ‘heel’ of ‘zeer’ en versterkt de beschrijving ‘hell’. In ‘sehr hell’ maakt het duidelijk dat het scherm sterk helder is. Je plaatst het vóór het bijvoeglijk naamwoord dat je wilt versterken.
hell
‘hell’ betekent hier ‘helder’ of ‘licht’ en beschrijft het scherm. In ‘Der Bildschirm ist sehr hell’ gaat het om de sterke helderheid van het scherm. Het staat na ‘ist’ als beschrijving van de toestand.
Du
‘Du’ betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan. Het is het onderwerp bij ‘kannst’ in de zin over het aanpassen van de helderheid. Je gebruikt het om de aangesproken persoon aan te duiden.
kannst
‘kannst’ betekent hier ‘kunt’ en geeft aan dat de aangesproken persoon iets kan doen. Het is de vorm van können bij ‘Du’ en staat vóór de infinitieven ‘stellen’ en ‘benutzen’. In deze dialoog gaat het om een mogelijkheid of toegestane handeling.
hier
‘hier’ betekent ‘hier’ en verwijst naar de plaats waar de helderheid kan worden aangepast. Het staat in ‘Du kannst hier die Helligkeit niedriger stellen’. Je gebruikt het als plaatsaanduiding bij een handeling.
die
‘die’ is hier het lidwoord bij ‘Helligkeit’ en betekent ‘de’. Het hoort bij het zelfstandig naamwoord in ‘die Helligkeit’. Het staat vóór het woord dat als voorwerp van ‘stellen’ wordt aangepast.
Helligkeit
‘Helligkeit’ betekent hier ‘helderheid’ en verwijst naar het helderheidsniveau van het scherm. In ‘die Helligkeit niedriger stellen’ is het datgene waarvan het niveau lager wordt ingesteld. Je gebruikt het met werkwoorden voor aanpassen of instellen.
niedriger
‘niedriger’ betekent hier ‘lager’ en geeft aan dat de helderheid naar een lager niveau moet. Het is de vergelijkende vorm van niedrig en staat vóór ‘stellen’ in ‘die Helligkeit niedriger stellen’. De vorm kan zo worden gebruikt om een instelling naar een lager niveau te brengen.
stellen
‘stellen’ betekent hier ‘instellen’ of ‘zetten’, niet iemand fysiek ergens neerzetten. In ‘die Helligkeit niedriger stellen’ gaat het om een instelling aanpassen naar een lager niveau. Het staat als infinitief na ‘kannst’ en krijgt ‘die Helligkeit’ als voorwerp.
auch
‘auch’ betekent hier ‘ook’ en voegt de printer toe aan het eerder besproken gebruik van de computer. In ‘Kann ich auch den Drucker benutzen?’ staat het vóór ‘den Drucker’. Je gebruikt het om een extra persoon, voorwerp of handeling toe te voegen.
den
‘den’ is hier het lidwoord ‘de’ vóór ‘Drucker’ in ‘den Drucker benutzen’. Het markeert de printer als het voorwerp van de handeling. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord.
Drucker
‘Drucker’ betekent hier ‘printer’ en is het apparaat dat gebruikt mag worden. In ‘den Drucker benutzen’ staat het als voorwerp bij ‘benutzen’. Het wordt in de dialoog verbonden met de plaatsaanduiding ‘beim Schreibtisch’.
beim
‘beim’ betekent hier ‘bij de’ of ‘naast de’ en geeft in ‘beim Schreibtisch’ de plaats aan. Het staat vóór ‘Schreibtisch’ om aan te geven waar de printer zich bevindt. Je gebruikt deze vorm in een plaatsaanduiding.
Schreibtisch
‘Schreibtisch’ betekent hier ‘bureau’ of ‘schrijftafel’ en noemt het herkenningspunt bij de printer. In ‘beim Schreibtisch’ geeft het de plaats aan waar de printer gebruikt kan worden. Het staat na ‘beim’.
benutze
‘benutze’ betekent hier ‘gebruik’ in ‘Ich benutze Kopfhörer’. Het is de vorm van benutzen die bij ‘Ich’ hoort en beschrijft de handeling van de spreker. Het voorwerp ‘Kopfhörer’ staat er direct achter.
Kopfhörer
‘Kopfhörer’ betekent hier ‘koptelefoon’ of ‘hoofdtelefoon’. In ‘Ich benutze Kopfhörer’ is het het hulpmiddel waarmee de spreker audio beluistert zonder de ruimte te storen. Je gebruikt het als voorwerp bij ‘benutze’.
wenn
‘wenn’ betekent hier ‘als’ en leidt de voorwaarde in waaronder de spreker een koptelefoon gebruikt. In ‘wenn ich Audio abspiele’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. Je gebruikt het om een voorwaarde of terugkerende situatie te verbinden met een hoofdzin.
Audio
‘Audio’ betekent hier ‘audio’ of ‘geluid’ en is datgene wat de spreker afspeelt. In ‘wenn ich Audio abspiele’ staat het als voorwerp bij ‘abspiele’. Je kunt het gebruiken voor geluidsmateriaal dat wordt afgespeeld.
abspiele
‘abspiele’ betekent hier ‘afspeel’ en beschrijft het afspelen van audio door de spreker. Het is de vorm van abspielen die bij ‘ich’ hoort; in ‘wenn ich Audio abspiele’ staat het werkwoord aan het einde van de bijzin. Je gebruikt het met het geluidsmateriaal dat wordt afgespeeld.
Das
‘Das’ betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de vooraf genoemde handeling met de koptelefoon. Het is het onderwerp van ‘Das hält den Raum ruhig’. Zo wordt de vorige mededeling verbonden met het gevolg voor de ruimte.
hält
‘hält’ betekent hier ‘houdt’ in de betekenis dat iets een toestand in stand houdt. In ‘Das hält den Raum ruhig’ zorgt het gebruik van de koptelefoon ervoor dat de ruimte rustig blijft. Het is de vorm van halten die bij ‘Das’ hoort.
Raum
‘Raum’ betekent hier ‘ruimte’ of ‘kamer’ en verwijst naar de bibliotheekruimte. In ‘den Raum ruhig’ is het de ruimte die rustig blijft. Het staat als voorwerp bij ‘hält’.
ruhig
‘ruhig’ betekent hier ‘rustig’ of ‘stil’ en beschrijft de gewenste toestand van de ruimte. In ‘Das hält den Raum ruhig’ vormt het samen met ‘hält’ de betekenis dat de ruimte stil blijft. Je kunt het gebruiken om een rustige toestand van een persoon of ruimte te beschrijven.