Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een studieruimte zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ist ein Lernraum frei?
ist ain lèrnraum fraai Is er een studieruimte vrij?Einer ist jetzt frei.
ainuh ist jetst fraai Er is er nu een vrij.Kann ich dort lesen?
kan iesj dort leezen? Kan ik daar lezen?Du kannst den Raum zum Lesen benutzen und die Tür schließen.
doe kanst dehn raum tsoem leezen be-noetsen oent die tuur sjliezen. Je kunt de ruimte gebruiken om te lezen en de deur sluiten.Bleibt es dort ruhig?
blijpt es dort roe-iesj? Blijft het daar stil?Die Wände halten den meisten Lärm ab.
die wenduh haltuh dehn maistuh lèrm ap. De muren houden het meeste lawaai tegen.Dieser Raum passt für mich.
die-zuh raum past fuur miesj. Deze ruimte is goed voor mij.Bitte lass den Raum sauber für andere Leute.
bituh las dehn raum zau-buh fuur anduhruh loituh. Laat de ruimte schoon achter voor andere mensen.Uitleg van de zinnen
Ist ein Lernraum frei?
Is er een studieruimte vrij?
- Ist
- is
- Lernraum
- studieruimte
- frei
- vrij
Uitgebreide uitleg
Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein = zijn, ist = is. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Ist ...? betekent hier “Is ...?”; in een mededelende zin staat dezelfde vorm bijvoorbeeld in Der Raum ist frei. (“De ruimte is vrij.”) Lernraum betekent hier “studieruimte”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: lernen betekent “leren” en Raum betekent “ruimte”, maar het volledige woord benoemt de ruimte als geheel. Lernraum is mannelijk: der Lernraum; het meervoud is die Lernräume. Het woord lernen zelf is dus niet de vorm die in het samengestelde zelfstandig naamwoord zichtbaar als werkwoord wordt gebruikt. frei betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. Als bijvoeglijk naamwoord na sein staat het predicatief en krijgt het geen uitgang: Der Lernraum ist frei. = “De studieruimte is vrij.” Vergelijk: Der Lernraum ist besetzt. = “De studieruimte is bezet.” Samen vormen de delen de vraag Ist ein Lernraum frei?: ein Lernraum is “een studieruimte”, en ist ... frei vraagt of die ruimte beschikbaar is. Door de Duitse vraagvolgorde met Ist vooraan wordt de hele uiting: “Is er een studieruimte vrij?” De onbepaalde vorm ein introduceert hier een niet nader bepaalde studieruimte; ze drukt niet op zichzelf een exact aantal uit.
Einer ist jetzt frei.
Er is er nu een vrij.
- Einer
- er is er één
- ist
- is
- jetzt
- nu
- frei
- vrij
Uitgebreide uitleg
Einer betekent hier “er is er één” en verwijst, gezien de voorafgaande vraag, naar één beschikbare leerruimte. Het is het zelfstandig gebruikte onbepaalde voornaamwoord in de mannelijke nominatief. De vormen zijn bijvoorbeeld einer (mannelijk), eine (vrouwelijk) en eins (onzijdig); ein is hier dus niet de zelfstandige onzijdige vorm. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). De vorm past bij einer: Einer ist ... betekent “Er is er één ...”. Voorbeeld: Zwei sind frei. — “Twee zijn vrij.” jetzt betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Voorbeeld: Jetzt ist einer frei. — “Nu is er één vrij.” frei betekent hier “vrij” of “beschikbaar”. Na ist beschrijft het als naamwoordelijk deel van het gezegde de toestand van de leerruimte; als predicatief bijvoeglijk naamwoord krijgt het hier geen verbuiging. Samen betekent Einer ist jetzt frei.: “Er is er nu één vrij.” In deze context gaat het om één beschikbare leerruimte.
Kann ich dort lesen?
Kan ik daar lezen?
- Kann ich
- Kan ik
- dort
- daar
- lesen
- lezen
Uitgebreide uitleg
Kann ich is een veelgebruikt patroon om in het Duits een vraag te vormen met ich als onderwerp: Kann ich ...? betekent hier dat de spreker vraagt of hij/zij iets kan of mag doen. kann is de vorm van können bij ich; können is een modaal werkwoord. In een hoofdvraag staat de persoonsvorm vooraan en volgt het onderwerp daarna. Voorbeeld: Kann ich helfen? — Kan ik helpen? dort betekent hier daar en duidt op een plaats die niet als de directe sprekerplaats wordt aangewezen. Het woord zelf legt niet vast welke concrete plaats dat is. Het contrasteert bijvoorbeeld met hier — hier. Voorbeeld: Wir warten dort. — We wachten daar. lesen is de infinitief van het werkwoord en betekent lezen. Na het modale werkwoord können blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief en staat het achteraan: ich kann lesen. Voorbeeld: Ich kann heute lesen. — Ik kan vandaag lezen. Samen vormt Kann ich dort lesen? de vraag: Kan ik daar lezen? De vraag gebruikt kann om naar mogelijkheid of toestemming te vragen, ich als handelende persoon, dort voor de plaats en lesen voor de activiteit. De context noemt een ruimte die men kan gebruiken om te lezen, maar de vaste zin zelf specificeert de plaats alleen als daar.
Du kannst den Raum zum Lesen benutzen und die Tür schließen.
Je kunt de ruimte gebruiken om te lezen en de deur sluiten.
- Du kannst
- je kunt
- Raum
- ruimte
- benutzen
- gebruiken
- zum Lesen
- om te lezen
- Tür
- deur
- schließen
- sluiten
Uitgebreide uitleg
Du kannst betekent hier dat de aangesprokene iets kan doen. kannst is de tweede persoon enkelvoud van können; de basisvorm is können. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief: Du kannst warten = “Je kunt wachten”. Raum betekent “ruimte” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum. Hier staat den Raum, omdat het de directe bepaling bij benutzen is en dus in de accusatief staat. Het lidwoord laat de naamval duidelijk zien: der Raum → den Raum. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitiefvorm. In deze zin staat hij na kannst, dus hij blijft als infinitief staan. Een bruikbaar patroon is etwas benutzen = “iets gebruiken”. zum Lesen drukt het doel uit: “om te lezen”. zum is de samentrekking van zu dem. Lesen is hier een tot zelfstandig naamwoord gemaakt infinitief en krijgt daarom een hoofdletter. Voorbeeld: ein Buch zum Lesen = “een boek om te lezen”. Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür. In die Tür ziet het lidwoord er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief; de vorm van het zelfstandig naamwoord verandert hier niet. schließen betekent “sluiten”. Ook dit is een infinitief na kannst. Het patroon eine Tür schließen betekent “een deur sluiten”. De infinitief heeft hier de spelling met ß. De structuur is Du kannst [den Raum zum Lesen benutzen] und [die Tür schließen]: “Je kunt de ruimte gebruiken om te lezen en de deur sluiten.” Het modale werkwoord kannst geldt voor beide handelingen. zum Lesen specificeert het doel van het gebruik van de ruimte; die Tür is het directe object van schließen.
Bleibt es dort ruhig?
Blijft het daar stil?
- Bleibt
- blijft
- es
- het
- dort
- daar
- ruhig
- stil
Uitgebreide uitleg
Bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben in de tegenwoordige tijd. bleiben betekent hier dat een toestand voortduurt: iets blijft zoals het is. Vergelijk: Ich bleibe hier. — “Ik blijf hier.” In een ja-neevraag staat de vervoegde werkwoordsvorm vooraan; daarom begint deze vraag met Bleibt. es is hier het grammaticale onderwerp van de situatie. De zin geeft geen specifieke persoon of zaak aan waarnaar dit woord verwijst. Het Nederlandse “het” past bij die onpersoonlijke formulering. In de mededelende zin staat de volgorde Es bleibt dort ruhig.; in de vraag worden werkwoord en onderwerp omgekeerd: Bleibt es dort ruhig? dort is een plaatsaanduiding en betekent “daar”, dus op de bedoelde plaats. Het contrasteert bijvoorbeeld met hier: Bleibt es hier ruhig? — “Blijft het hier stil?” ruhig betekent hier “stil” en beschrijft de toestand die voortduurt. Bij bleiben kan een bijvoeglijk woord zo als toestandsbeschrijving fungeren: Das Zimmer bleibt ruhig. — “De kamer blijft stil.” Ruhig krijgt in deze functie geen verbuiging. Samen vormt Bleibt es dort ruhig? een ja-neevraag met de betekenis “Blijft het daar stil?” De onderdelen zijn: Bleibt (duurt voort), es (het grammaticale onderwerp), dort (op die plaats) en ruhig (in een stille toestand).
Die Wände halten den meisten Lärm ab.
De muren houden het meeste lawaai tegen.
- Wände
- muren
- halten … ab
- tegenhouden
- meisten
- meeste
- Lärm
- lawaai
Uitgebreide uitleg
Wände betekent hier “muren”. Het is het meervoud van die Wand; het enkelvoud is dus Wand en het meervoud Wände. Het lidwoord die laat hier samen met de vorm zien dat het om meervoud gaat. Voorbeeld: Die Wände sind dick. — “De muren zijn dik.” halten ... ab is het scheidbare werkwoord abhalten, hier gebruikt in de betekenis “tegenhouden” of “op afstand houden”. In een hoofdzin staat het vervoegde deel op de gewone werkwoordplaats en komt ab aan het einde: Die Wände halten den Lärm ab. — “De muren houden het lawaai tegen.” Halten is hier de tegenwoordige tijd van halten bij het meervoudige onderwerp die Wände; ab hoort bij hetzelfde werkwoord en is geen los voorzetsel. meisten betekent hier “meeste” in de woordgroep den meisten Lärm. Het hoort bij Lärm en is de overtreffende trap van viel: viel — mehr — am meisten; vóór een zelfstandig naamwoord verschijnt de vorm der/die/das meiste, met een uitgang die ook door het lidwoord en de naamval wordt bepaald. In den meisten Lärm staat meisten bij het mannelijke zelfstandige naamwoord Lärm in de accusatief. Voorbeeld: Sie hat die meisten Bücher. — “Zij heeft de meeste boeken.” Lärm betekent “lawaai” of “geluidshinder”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Lärm; na het werkwoord in deze zin staat het als lijdend voorwerp in de accusatief: den Lärm. Voorbeeld: Der Lärm ist laut. — “Het lawaai is hard.” Samen vormen Die Wände het meervoudige onderwerp, halten ... ab het scheidbare werkwoord en den meisten Lärm het lijdend voorwerp. De volledige zin betekent daarom: “De muren houden het meeste lawaai tegen.”
Dieser Raum passt für mich.
Deze ruimte is goed voor mij.
- Dieser
- deze
- Raum
- ruimte
- passt
- past; is geschikt
- für mich
- voor mij
Uitgebreide uitleg
Dieser verwijst hier naar één mannelijke zelfstandige naamwoordgroep: Raum. Omdat Raum het onderwerp is en in het Duits mannelijk enkelvoud is, staat de vorm in de nominatief. De reeks is bijvoorbeeld dieser (mannelijk), diese (vrouwelijk of meervoud) en dieses (onzijdig enkelvoud). Voorbeeld: Dieser Tisch ist groß. — Deze tafel is groot. Raum betekent hier een ruimte of kamer. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Räume. De umlaut in Räume hoort bij de meervoudsvorm. Voorbeeld: Die Räume sind hell. — De ruimtes zijn licht. passt is de vorm van passen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Hier betekent het niet letterlijk alleen “passen” qua afmetingen, maar dat de ruimte voor de spreker geschikt of goed is. De vormen zijn passen (basisvorm), ich passe en er/sie/es passt. Voorbeeld: Der Termin passt mir. — De afspraak komt mij goed uit. für mich bestaat uit für en het persoonlijke voornaamwoord mich. für vereist hier de accusatief; mich is de accusatiefvorm van ich. Vergelijk ich als onderwerp met mich na für: Das ist für mich. — Dat is voor mij. Dit verschilt van mir, dat in andere constructies de datiefvorm is, bijvoorbeeld in Das passt mir. — Dat komt mij goed uit. Samen vormt de zin Dieser Raum passt für mich. de betekenis: “Deze ruimte is goed voor mij.” Dieser Raum is het onderwerp, passt zegt dat hij geschikt is, en für mich geeft aan voor wie dat geldt.
Bitte lass den Raum sauber für andere Leute.
Laat de ruimte schoon achter voor andere mensen.
- Bitte
- alsjeblieft
- lass
- laat
- Raum
- ruimte
- sauber
- schoon
- andere
- andere
- Leute
- mensen
Uitgebreide uitleg
Bitte staat vooraan als beleefde verzachter van het verzoek. Het betekent hier “alsjeblieft”; het is geen onderdeel van het werkwoord lassen. Voorbeeld: Bitte warte. — “Wacht alsjeblieft.” lass is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van lassen. In deze zin betekent lassen niet “toestaan”, maar “achterlaten”: iemand zorgt ervoor dat iets in een bepaalde toestand blijft. De vormketen is lassen — du lässt — lass!. Voorbeeld: Lass die Tür offen. — “Laat de deur open.” Hier staat lass vóór het lijdend voorwerp den Raum; het daaropvolgende sauber beschrijft de toestand waarin de ruimte moet worden achtergelaten. Raum betekent hier “ruimte” of “vertrek”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Raum, met meervoud die Räume. In den Raum staat het zelfstandig naamwoord in de accusatief, omdat het de ruimte is die wordt achtergelaten. Voorbeeld: Der Raum ist groß. — “De ruimte is groot.” sauber betekent hier “schoon”. Na lassen beschrijft het een toestand van het lijdend voorwerp en krijgt het daarom geen uitgang: den Raum sauber lassen. Vergelijk: Bitte halte den Tisch sauber. — “Houd de tafel alsjeblieft schoon.” andere betekent hier “andere”. In andere Leute staat het bijvoeglijk naamwoord bij een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder lidwoord; de uitgang -e hoort bij die vorm. Het enkelvoud kan bijvoorbeeld ein anderer Raum zijn — “een andere ruimte”; bij het vrouwelijke enkelvoud is het eine andere Tür — “een andere deur”. Leute betekent “mensen”. Dit is in het gewone gebruik een meervoudsvorm; de combinatie andere Leute betekent dus “andere mensen”. Het woord staat na für, en für neemt hier de accusatief. Voorbeeld: Wir warten auf andere Leute. — “We wachten op andere mensen.” Samen vormen lass den Raum sauber en für andere Leute het verzoek om de ruimte schoon achter te laten voor andere mensen. Bitte lass ... maakt daarvan een beleefd verzoek aan één persoon: “Laat de ruimte alsjeblieft schoon achter voor andere mensen.”
Grammatica
Trennbares Verb: halten ... ab
Die Wände halten den meisten Lärm ab.
die wenduh haltuh dehn maistuh lèrm ap.De muren houden het meeste lawaai tegen.
Bij een scheidbaar werkwoord staat ab aan het einde van de zin.
Duits woordenschat
Du kannst den Raum zum Lesen benutzen.
Kann ich dort lesen?
Einer ist jetzt frei.
Ist ein Lernraum frei?
Kann ich dort lesen?
Einer ist jetzt frei.
Ist ein Lernraum frei?
Kann ich dort lesen?
Du kannst den Raum zum Lesen benutzen.
Bleibt es dort ruhig?
Du kannst den Raum zum Lesen benutzen und die Tür schließen.
Die Tür schließen.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Is er een studieruimte vrij?
Antwoord tonen
Ist ein Lernraum frei?Er is er nu een vrij.
Antwoord tonen
Einer ist jetzt frei.Kan ik daar lezen?
Antwoord tonen
Kann ich dort lesen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vrij
Antwoord tonen
freiéén; eentje
Antwoord tonen
Einergebruiken
Antwoord tonen
benutzenstudieruimte