Een studieruimte zoeken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library, one person asks whether a study room is available for quiet reading..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een studieruimte zoeken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ist ein Lernraum frei?

ist ain lèrnraum fraai Is er een studieruimte vrij?
B

Einer ist jetzt frei.

ainuh ist jetst fraai Er is er nu een vrij.
A

Kann ich dort lesen?

kan iesj dort leezen? Kan ik daar lezen?
B

Du kannst den Raum zum Lesen benutzen und die Tür schließen.

doe kanst dehn raum tsoem leezen be-noetsen oent die tuur sjliezen. Je kunt de ruimte gebruiken om te lezen en de deur sluiten.
A

Bleibt es dort ruhig?

blijpt es dort roe-iesj? Blijft het daar stil?
B

Die Wände halten den meisten Lärm ab.

die wenduh haltuh dehn maistuh lèrm ap. De muren houden het meeste lawaai tegen.
A

Dieser Raum passt für mich.

die-zuh raum past fuur miesj. Deze ruimte is goed voor mij.
B

Bitte lass den Raum sauber für andere Leute.

bituh las dehn raum zau-buh fuur anduhruh loituh. Laat de ruimte schoon achter voor andere mensen.

Woord voor woord

Ist In „Ist ein Lernraum frei?“ betekent „Ist“: is. Het is de vorm die hier in een vraag aan het begin staat; dezelfde vorm verschijnt als „ist“ in „Einer ist jetzt frei.“ Je gebruikt „Ist ...?“ om te vragen of iets beschikbaar of in een bepaalde toestand is.
ein In „Ist ein Lernraum frei?“ betekent „ein“: een, bij „Lernraum“. Het introduceert hier één studieruimte waarnaar nog niet eerder is verwezen. Een bruikbaar patroon is „Ist ein ... frei?“ wanneer je naar een beschikbare plaats of een beschikbaar voorwerp vraagt.
Lernraum „Lernraum“ betekent hier studieruimte: een ruimte om rustig te leren of te lezen. Het woord staat in „ein Lernraum“ en verwijst naar de ruimte waar de spreker naar vraagt. Je kunt „Lernraum“ gebruiken in een bibliotheek of onderwijsgebouw wanneer je naar een studieplek verwijst.
frei In „Ist ein Lernraum frei?“ betekent „frei“: vrij of beschikbaar. In „Einer ist jetzt frei“ zegt het dat één ruimte op dit moment beschikbaar is. Je gebruikt „frei“ bijvoorbeeld om te vragen of een stoel, kamer of andere plek beschikbaar is.
Einer In „Einer ist jetzt frei“ betekent „Einer“: één ervan, hier één beschikbare studieruimte. Het woord vervangt de eerder genoemde ruimte en voorkomt herhaling van „Lernraum“. Je gebruikt „Einer ist ...“ wanneer je naar één exemplaar uit een bekende groep verwijst.
jetzt „jetzt“ betekent in „Einer ist jetzt frei“: nu, op dit moment. Het geeft aan dat de beschikbaarheid op het huidige moment geldt. Je kunt „jetzt“ gebruiken om een actuele situatie of verandering in tijd aan te geven.
Kann In „Kann ich dort lesen?“ betekent „Kann“: kan, in de vraag of de spreker daar mag of in staat is te lezen. Het staat vooraan omdat de zin een vraag is en wordt gevolgd door „ich“ en het werkwoord „lesen“. Je gebruikt „Kann ich ...?“ vaak om toestemming of praktische mogelijkheid te vragen.
ich „ich“ betekent in „Kann ich dort lesen?“: ik. Het verwijst naar de persoon die vraagt of lezen op die plek mogelijk is. Een bruikbaar patroon is „Kann ich ...?“ wanneer je zelf toestemming of mogelijkheid wilt vragen.
dort „dort“ betekent in „Kann ich dort lesen?“: daar, op de zojuist genoemde plek. Het verwijst hier naar de beschikbare studieruimte. Je gebruikt „dort“ om naar een plaats te verwijzen die niet direct bij de spreker is.
lesen „lesen“ betekent in „Kann ich dort lesen?“: lezen. In deze zin staat het als werkwoord na „Kann“; in „zum Lesen“ verschijnt dezelfde vorm als „Lesen“ voor de activiteit lezen. Je gebruikt „lesen“ bijvoorbeeld met een boek, tekst of tijdschrift als object.
Du „Du“ betekent in „Du kannst den Raum ... benutzen“: jij of je, gericht aan één persoon in een informele aanspreekvorm. Het is de persoon die de ruimte mag gebruiken. Je gebruikt „Du kannst ...“ om iemand rechtstreeks een mogelijkheid of toestemming te geven.
kannst In „Du kannst den Raum zum Lesen benutzen“ betekent „kannst“: kunt of mag je, gericht aan „Du“. Het geeft aan dat de aangesproken persoon de ruimte mag gebruiken en de deur mag sluiten. Een bruikbaar patroon is „Du kannst ... benutzen“ om iemand te vertellen wat die kan gebruiken.
den In „den Raum benutzen“ betekent „den“: de, bij „Raum“. Het verwijst naar de specifieke ruimte waarover de gesprekspartners spreken. Je gebruikt „den“ in een patroon als „den Raum benutzen“ wanneer je naar een bepaalde ruimte verwijst.
Raum „Raum“ betekent in „den Raum“: ruimte of kamer. Hier gaat het om de studieruimte die beschikbaar is. Je gebruikt „Raum“ om een afgebakende binnenruimte aan te duiden, bijvoorbeeld in een bibliotheek of gebouw.
zum In „zum Lesen“ betekent „zum“: om te of voor het doel van. Het verbindt de ruimte met de activiteit „Lesen“: de ruimte wordt gebruikt om te lezen. Een bruikbaar patroon is „zum ... benutzen“ wanneer je het doel van het gebruik noemt.
benutzen „benutzen“ betekent in „den Raum ... benutzen“: gebruiken. Het zegt wat de aangesproken persoon met de ruimte mag doen. Je gebruikt „benutzen“ met een concreet object, zoals „den Raum benutzen“, wanneer je zegt dat iemand iets gebruikt.
und „und“ betekent in „benutzen und die Tür schließen“: en. Het verbindt hier twee handelingen: de ruimte gebruiken en de deur sluiten. Je gebruikt „und“ om gelijkwaardige handelingen of informatie samen te voegen.
die „die“ betekent in „die Tür schließen“: de, bij „Tür“; in „Die Wände“ staat dezelfde vorm aan het begin van de zin met een hoofdletter. In de dialoog verwijst „die Tür“ naar een specifieke deur in de ruimte. Je gebruikt „die“ voor een bekende zaak zoals „die Tür“.
Tür „Tür“ betekent in „die Tür schließen“: deur. De spreker vraagt om de deur van de ruimte te sluiten. Je gebruikt „Tür“ wanneer je over een deur in een kamer, gebouw of andere ruimte spreekt.
schließen „schließen“ betekent in „die Tür schließen“: sluiten of dichtdoen. Het is de handeling die de aangesproken persoon volgens de zin kan uitvoeren. Je gebruikt „die Tür schließen“ als gewone combinatie wanneer je zegt dat iemand een deur dichtdoet.
Bleibt In „Bleibt es dort ruhig?“ betekent „Bleibt“: blijft. De vraag gaat erover of de rustige toestand op die plek voortduurt. Je gebruikt „Bleibt ...?“ om te vragen of een toestand of situatie hetzelfde blijft.
es „es“ betekent in „Bleibt es dort ruhig?“: het of de situatie daar. Hier verwijst het naar de toestand van de ruimte en de omgeving, niet naar een afzonderlijk genoemd voorwerp. Een bruikbaar patroon is „Bleibt es ...?“ wanneer je vraagt of een situatie voortduurt.
ruhig „ruhig“ betekent in „Bleibt es dort ruhig?“: rustig of stil. Het beschrijft de gewenste geluidsarme toestand van de studieruimte. Je gebruikt „ruhig“ bijvoorbeeld om een kamer, plek of omgeving te beschrijven waar weinig lawaai is.
Wände „Wände“ betekent in „Die Wände“: muren. In deze dialoog zijn het de muren die het meeste lawaai tegenhouden. Je gebruikt „Wände“ wanneer je meerdere muren van een kamer of gebouw beschrijft.
halten In „Die Wände halten den meisten Lärm ab“ draagt „halten ... ab“ de betekenis: tegenhouden of blokkeren. „halten“ werkt hier samen met het latere „ab“; samen beschrijven ze wat de muren met het lawaai doen. Je gebruikt dit patroon om te zeggen dat iets geluid, wind of een andere invloed tegenhoudt.
meisten In „den meisten Lärm“ betekent „meisten“: het meeste. Het geeft aan dat de muren het grootste deel van het lawaai tegenhouden, niet noodzakelijk alles. Je gebruikt „den meisten ...“ om naar het grootste deel van iets te verwijzen.
Lärm „Lärm“ betekent in „den meisten Lärm“: lawaai of geluidsoverlast. Het is het geluid dat door de muren grotendeels wordt tegengehouden. Je gebruikt „Lärm“ wanneer geluid hinderlijk of ongewenst is, bijvoorbeeld in een drukke omgeving.
ab In „halten den meisten Lärm ab“ werkt „ab“ samen met „halten“ en betekent de hele combinatie: tegenhouden of blokkeren. Het staat aan het einde van deze zin, terwijl „halten“ eerder staat. Je gebruikt „... abhalten“ in een vergelijkbare constructie wanneer iets een invloed of geluid tegenhoudt.
Dieser „Dieser“ betekent in „Dieser Raum“: deze, en wijst naar de ruimte die nu wordt besproken. De spreker gebruikt het om één concrete ruimte aan te wijzen. Je gebruikt „Dieser ...“ wanneer je naar een specifieke zaak in de directe situatie verwijst.
passt In „Dieser Raum passt für mich“ betekent „passt“: is geschikt of werkt voor mij. De spreker zegt dat deze ruimte aan zijn of haar behoefte voldoet. Je gebruikt „... passt für mich“ om te zeggen dat een keuze, plek of oplossing voor jou geschikt is.
für „für“ betekent in „für mich“: voor. Het geeft aan voor wie de ruimte geschikt is. Je gebruikt „für“ met een persoon of doel wanneer je zegt voor wie iets bedoeld of geschikt is.
mich „mich“ betekent in „passt für mich“: mij. Het verwijst naar de persoon voor wie de ruimte geschikt is. Je gebruikt de vaste combinatie „für mich“ om je eigen voorkeur, geschiktheid of beoordeling uit te drukken.
Bitte „Bitte“ betekent in „Bitte lass den Raum sauber“: alsjeblieft of alstublieft. Hier maakt het een verzoek om de ruimte netjes achter te laten. Je gebruikt „Bitte“ aan het begin van een beleefd verzoek of een instructie.
lass In „Bitte lass den Raum sauber“ betekent „lass“: laat, in de betekenis dat je de ruimte in een bepaalde toestand achterlaat. Samen met „den Raum sauber“ vraagt het om de ruimte schoon achter te laten. Je gebruikt „lass ...“ om iemand rechtstreeks te vragen iets in een bepaalde toestand te laten.
sauber „sauber“ betekent in „den Raum sauber lassen“: schoon of netjes. Het beschrijft de toestand waarin de ruimte moet worden achtergelaten. Je gebruikt „sauber lassen“ bijvoorbeeld bij een kamer, tafel of werkplek die een volgende gebruiker zal gebruiken.
andere „andere“ betekent in „andere Leute“: andere. Het verwijst naar mensen die niet de huidige gebruiker zijn. Je gebruikt „andere ...“ om naar een andere groep of personen naast de al besproken persoon te verwijzen.
Leute „Leute“ betekent in „andere Leute“: mensen. Hier gaat het om de mensen die de ruimte na de huidige gebruiker kunnen gebruiken. Je gebruikt „Leute“ in alledaagse taal om naar mensen in het algemeen of naar een bepaalde groep te verwijzen.

Grammatica

Trennbares Verb: halten ... ab

Die Wände halten den meisten Lärm ab.

die wenduh haltuh dehn maistuh lèrm ap.

De muren houden het meeste lawaai tegen.

Bij een scheidbaar werkwoord staat ab aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
be-noetsen gebruiken

Du kannst den Raum zum Lesen benutzen.

dort bijwoord
dort daar

Kann ich dort lesen?

einer voornaamwoord
ainuh één; eentje Einer

Einer ist jetzt frei.

frei bijvoeglijk naamwoord
fraai vrij

Ist ein Lernraum frei?

ich voornaamwoord
iesj ik

Kann ich dort lesen?

jetzt bijwoord
jetst nu

Einer ist jetzt frei.

Lernraum zelfstandig naamwoord
lèrnraum studieruimte

Ist ein Lernraum frei?

lesen werkwoord
leezen lezen

Kann ich dort lesen?

Raum zelfstandig naamwoord
raum ruimte den Raum

Du kannst den Raum zum Lesen benutzen.

ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-iesj stil; rustig

Bleibt es dort ruhig?

schließen werkwoord
sjliezen sluiten

Du kannst den Raum zum Lesen benutzen und die Tür schließen.

Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur die Tür

Die Tür schließen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Is er een studieruimte vrij?

Antwoord tonenIst ein Lernraum frei?

Er is er nu een vrij.

Antwoord tonenEiner ist jetzt frei.

Kan ik daar lezen?

Antwoord tonenKann ich dort lesen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

vrij

Antwoord tonenfrei

één; eentje

Antwoord tonenEiner

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen

studieruimte

Antwoord tonenLernraum