Könnten
Könnten betekent hier “zou u kunnen” en maakt de vraag “Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?” beleefd. Het is de beleefde vorm van können; gebruik het met een infinitief zoals sprechen om iets te vragen.
Sie
Sie betekent hier “u” als formele aanspreekvorm in “Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?”. Gebruik Sie in een formele vraag aan één persoon of meerdere personen.
hier
hier betekent “op deze plaats” in “Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?”. Het geeft aan waar de gevraagde handeling plaatsvindt.
etwas
etwas betekent hier “een beetje” in “etwas leiser” en verzacht de mate van de gevraagde verandering. Gebruik etwas voor een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord om een kleine mate aan te geven.
leiser
leiser betekent hier “zachter” of “stiller” en beschrijft het gewenste volume van het spreken in “etwas leiser sprechen”. Gebruik leiser voor spreken wanneer iemand het volume moet verlagen.
sprechen
sprechen betekent “spreken” in “Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?”. Het staat als infinitief na Könnten en ook na werde in “Ich werde leiser sprechen”.
Ich
Ich betekent “ik” en is het onderwerp in “Ich wusste nicht” en “Ich werde leiser sprechen”. Gebruik Ich om de spreker als onderwerp aan te geven.
wusste
wusste betekent hier “wist” in “Ich wusste nicht, dass ich so laut spreche”. Het is een vorm van wissen; het patroon “Ich wusste nicht, dass …” zegt dat iemand iets niet wist.
nicht
nicht maakt “wusste” negatief in “Ich wusste nicht, dass ich so laut spreche”. Gebruik nicht hier na het werkwoord om uit te drukken dat de spreker iets niet wist.
dass
dass betekent “dat” en leidt in “dass ich so laut spreche” de informatie in die de spreker niet wist. In deze bijzin staat de werkwoordsvorm spreche aan het einde.
so
so betekent hier “zo” in “so laut” en versterkt de mate waarin iemand hard spreekt. Gebruik so vóór een bijwoord of bijvoeglijk naamwoord, zoals in “so laut sprechen”.
laut
laut betekent hier “hard” of “luid” en beschrijft het volume in “so laut spreche”. De combinatie “laut sprechen” betekent hard spreken en komt ook voor in “nicht laut sprechen müssen”.
spreche
spreche betekent hier “spreek” in “dass ich so laut spreche”. Deze vorm hoort bij ich en staat in deze dass-zin aan het einde.
Am
Am betekent hier “aan de” of “bij de” in “Am Tisch nebenan”. Het is de vaste verkorte vorm van an dem in deze plaatsaanduiding.
Tisch
Tisch betekent “tafel” in “Am Tisch nebenan”. Gebruik het in een plaatsaanduiding met Am wanneer iemand zich aan of bij een tafel bevindt.
nebenan
nebenan betekent hier “hiernaast” en specificeert in “Am Tisch nebenan” welke tafel bedoeld wordt. Het verwijst naar een plaats die direct naast de huidige plaats ligt.
lernen
lernen betekent hier “studeren” in “Am Tisch nebenan lernen Leute”. Gebruik lernen voor de activiteit van mensen die studeren of leren.
Leute
Leute betekent “mensen” in “lernen Leute” en verwijst naar de mensen aan de tafel ernaast. Het woord kan in een zin het onderwerp zijn, zoals hier.
werde
werde betekent hier “zal” in “Ich werde leiser sprechen” en kondigt aan wat de spreker van plan is te doen. Het is een vorm van werden en staat vóór de infinitief spreken.
Dann
Dann betekent “dan” en verwijst hier naar het gevolg van de voorgestelde oplossing in “Dann können sich alle besser konzentrieren”. Gebruik Dann aan het begin van een zin om een gevolg of volgende stap aan te geven.
können
können betekent hier “kunnen” in “Dann können sich alle besser konzentrieren”. Gebruik können met een infinitief, zoals konzentrieren, om mogelijkheid of vermogen uit te drukken.
sich
sich hoort in “sich konzentrieren” bij de mensen die hun aandacht richten. De hele constructie “sich konzentrieren” betekent “zich concentreren”; sich verwijst hier naar alle.
alle
alle betekent hier “iedereen” of “allemaal” in “sich alle besser konzentrieren”. Het verwijst naar alle mensen die in de bibliotheek proberen te focussen.
besser
besser betekent “beter” in “sich besser konzentrieren” en geeft aan dat de concentratie verbetert. Gebruik besser vóór een werkwoordelijke uitdrukking om een betere uitvoering aan te geven.
konzentrieren
konzentrieren betekent “concentreren” in de vaste constructie “sich konzentrieren”. Het staat als infinitief na können in “Dann können sich alle besser konzentrieren”.
kann
kann betekent hier “kan” in “Ich kann mich näher hinsetzen” en drukt de mogelijkheid van de spreker uit. Het is een vorm van können en wordt gebruikt met de infinitief hinsetzen.
mich
mich betekent hier “mezelf” in “Ich kann mich näher hinsetzen”. Het verwijst terug naar Ich en hoort bij de constructie waarin de spreker zichzelf ergens neerzet door te gaan zitten.
näher
näher betekent “dichterbij” in “mich näher hinsetzen” en geeft aan dat de spreker op een kleinere afstand gaat zitten. Gebruik näher met een werkwoord dat een positie of verplaatsing beschrijft, zoals hinsetzen.
hinsetzen
hinsetzen betekent hier “gaan zitten” in “mich näher hinsetzen”. Het staat als infinitief na kann en wordt in deze zin gebruikt met het reflexieve voornaamwoord mich.
damit
damit betekent “zodat” en leidt in “damit wir nicht laut sprechen müssen” het beoogde doel van dichterbij gaan zitten in. Na damit staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
wir
wir betekent “wij” of “we” en verwijst in “damit wir nicht laut sprechen müssen” naar beide gesprekspartners. Het is ook het onderwerp in “Dann können wir weiterarbeiten”.
müssen
müssen betekent hier “moeten” in “nicht laut sprechen müssen”. Door nicht gaat het om niet hard hoeven te spreken; müssen staat hier achter de infinitief sprechen.
weiterarbeiten
weiterarbeiten betekent “doorgaan met werken” in “Dann können wir weiterarbeiten”. Het staat als infinitief na können en geeft aan dat het werken doorgaat.
ohne
ohne betekent “zonder” in “ohne jemanden zu stören”. Gebruik ohne hier om aan te geven dat iets gebeurt zonder een bepaalde handeling uit te voeren.
jemanden
jemanden betekent hier “iemand” als de persoon die mogelijk gestoord wordt in “ohne jemanden zu stören”. Het staat als object bij stören in deze constructie.
zu
zu is hier de infinitiefmarkeerder in “zu stören”. In de constructie “ohne jemanden zu stören” staat zu vóór de infinitief om de handeling aan te geven die niet gebeurt.
stören
stören betekent “storen” of “hinderen” in “jemanden zu stören”. Gebruik het met een persoon als object, zoals in “ohne jemanden zu stören”.
Ab
Ab betekent hier “vanaf” in de tijdsaanduiding “Ab jetzt”. Gebruik Ab vóór een tijdstip of tijdsaanduiding om het begin van een periode aan te geven.
jetzt
jetzt betekent “nu” in “Ab jetzt” en verwijst naar het huidige moment. Samen betekent “Ab jetzt” dat iets vanaf dit moment geldt.
leise
leise betekent hier “zacht” of “stil” in “leise sprechen” en beschrijft een laag spreekvolume. Gebruik leise met sprechen wanneer iemand rustig of zacht moet praten.