Zachter praten in de bibliotheek | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a library, one person politely asks another to lower their voice so people nearby can study..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Zachter praten in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?

keun-ten zie hier et-was lai-zuh sjpre-ghen? Kunt u hier wat zachter praten?
B

Ich wusste nicht, dass ich so laut spreche.

iesj woes-tuh niet, das iesj zoo lout sjpre-ghuh. Ik wist niet dat ik zo hard praatte.
A

Am Tisch nebenan lernen Leute.

am tiesj nee-ben-aan ler-nuh loi-tuh. Aan de tafel naast ons studeren mensen.
B

Ich werde leiser sprechen.

iesj vee-uh-duh lai-zuh sjpre-ghen. Ik zal zachter praten.
A

Dann können sich alle besser konzentrieren.

dan keunen ziesj alle besuh kontsen-trie-run. Dan kunnen alle mensen zich beter concentreren.
B

Ich kann mich näher hinsetzen, damit wir nicht laut sprechen müssen.

iesj kan miesj nee-uh hin-zet-sen, da-mit wie-uh niet lout sjpre-ghen mussen. Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat we niet hard hoeven te praten.
A

Dann können wir weiterarbeiten, ohne jemanden zu stören.

dan keunen wie-uh vai-ter-ar-bai-ten, oo-nuh jee-man-den tsoe sjteu-run. Dan kunnen we doorwerken zonder iemand te storen.
B

Ab jetzt werde ich leise sprechen.

ap jets vee-uh-duh iesj lai-zuh sjpre-ghen. Vanaf nu zal ik zacht praten.

Uitleg van de zinnen

  1. Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?

    Kunt u hier wat zachter praten?

    Könnten Sie
    zou u kunnen
    hier
    hier
    etwas
    wat; een beetje
    leiser
    zachter
    sprechen
    praten
    Uitgebreide uitleg

    Könnten Sie is een beleefde vraag naar de mogelijkheid of bereidheid van de aangesprokene: “zou u kunnen”. Könnten is de Konjunktiv-II-vorm van können; hier verwijst die niet naar het verleden, maar verzacht hij het verzoek. Sie is de formele vorm van “u” en kan naar één of meer personen verwijzen. In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan en komt het andere werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Könnten Sie mir helfen? — “Zou u mij kunnen helpen?” hier verwijst naar de plaats die in de situatie relevant is: “hier”. Het woord verandert niet naar persoon of getal. In Könnten Sie hier ... bepaalt het de plaats waar de handeling moet plaatsvinden. etwas betekent hier “wat” of “een beetje” als aanduiding van een onbepaalde mate. Het geeft geen precies aantal aan. Samen met leiser maakt het de vraag minder sterk: niet noodzakelijk zo stil mogelijk, maar enigszins zachter. Voorbeeld: Warten Sie bitte etwas. — “Wacht u alstublieft even.” leiser is de vergrotende trap van leise (“zacht; stil”). De vorm leise – leiser – am leisesten betekent respectievelijk de grondvorm, de vergrotende trap en de overtreffende trap. Hier beschrijft leiser de manier waarop iemand spreekt; het is dus een bijwoordelijk gebruikte vergrotende vorm. De vergelijking is met het huidige of verwachte spreekvolume in de situatie. Voorbeeld: Bitte sprich leiser. — “Praat alsjeblieft zachter.” sprechen is de infinitief van het werkwoord “spreken; praten”. Na het modale werkwoord könnten blijft het in de infinitief staan en staat het aan het einde van de vraag. In deze zin gaat het om de handeling van praten, niet om een vervoegde vorm zoals Sie sprechen (“u spreekt”). De delen komen samen als Könnten Sie + hier + etwas leiser + sprechen: “Zou u hier wat zachter kunnen praten?” Het is een beleefd verzoek om het spreekvolume op deze plaats enigszins te verlagen.

  2. Ich wusste nicht, dass ich so laut spreche.

    Ik wist niet dat ik zo hard praatte.

    wusste nicht
    wist niet
    laut
    hard; luid
    spreche
    praat
    Uitgebreide uitleg

    wusste nicht betekent hier dat de spreker op dat moment geen kennis had. wusste is de verleden tijd (Präteritum) van wissen: wissen – wusste – gewusst. Het is dus niet de verleden tijd van werden of een vorm van kennen; wissen gaat om weten van een feit of informatie. Het onderwerp Ich bepaalt de eerste persoon enkelvoud: Ich wusste nicht = “ik wist niet”. laut beschrijft hier hoe de spreker spreekt: met veel volume, dus “hard” of “luid”. In deze zin staat het als bijwoordelijke bepaling bij spreche; de vorm laut verandert hier niet omdat hij de manier van spreken beschrijft. Een bruikbaar contrast is leise = “zacht/stil”: Sie spricht leise. = “Zij praat zacht.” spreche is de vorm van sprechen voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich spreche = “ik praat”. De stamklinker verandert in deze vorm niet; vergelijk de basisvorm sprechen met ich spreche. In de bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan, na dass: dass ich so laut spreche. dass leidt de inhoud in die niet geweten werd: “dat ik zo hard praat”. so laut betekent “zo hard/luid”; so versterkt hier laut en verwijst naar de mate van het volume. In een dass-bijzin staat het werkwoord in het Duits doorgaans aan het einde. Het patroon is: Ich weiß/wusste nicht, dass ... + bijzin. Samen betekent Ich wusste nicht, dass ich so laut spreche.: “Ik wist niet dat ik zo hard praatte.” Het hoofdwerkwoord wusste plaatst het niet-weten in het verleden, terwijl spreche de inhoud weergeeft als iets dat op dat moment geldt vanuit de spreker. De Nederlandse vertaling gebruikt daarvoor natuurlijk praatte.

  3. Am Tisch nebenan lernen Leute.

    Aan de tafel naast ons studeren mensen.

    Am Tisch
    aan de tafel
    nebenan
    naast ons
    lernen
    studeren
    Leute
    mensen
    Uitgebreide uitleg

    Am Tisch betekent hier “aan de tafel”. Am is de vaste samentrekking van an dem: an krijgt bij een plaats zonder beweging de datief, en Tisch is hier het mannelijke zelfstandig naamwoord in de datief. Vergelijk voor beweging: an den Tisch = “naar de tafel”. nebenan is een bijwoord voor een plaats in de buurt of ernaast. In deze vaste zin geeft de vertaling de bedoelde lezing als “naast ons”. Het Duitse woord zelf bevat geen aparte vorm voor “ons”; de precieze referentie komt hier uit de vaste vertaling en context. Voorbeeld: Das Café ist nebenan. — “Het café is ernaast.” lernen heeft als basisvorm lernen en kan in de tegenwoordige tijd ook de vorm zijn voor “ik leer” of “zij leren”. Hier is het de derde persoon meervoud, omdat het onderwerp Leute meervoud is. Voorbeeld: Wir lernen Deutsch. — “Wij leren Duits.” Leute betekent “mensen” en is een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het hoort hier bij het werkwoord in het meervoud: Leute lernen = “mensen leren/studeren”. Voor één individu kun je bijvoorbeeld eine Person zeggen; dat is een andere woordkeuze en geen enkelvoudsvorm van Leute. Samen vormt de zin de plaatsbepaling Am Tisch nebenan (“aan de tafel naast ons”), gevolgd door lernen en het onderwerp Leute. De volledige betekenis is daarom: “Aan de tafel naast ons studeren mensen.”

  4. Ich werde leiser sprechen.

    Ik zal zachter praten.

    Ich werde
    ik zal
    leiser
    zachter
    sprechen
    praten
    Uitgebreide uitleg

    Ich werde betekent hier “ik zal”. werde is de vorm van werden bij ich in de tegenwoordige tijd. Met een infinitief aan het einde vormt werden de Duitse toekomende tijd: Ich werde ... sprechen = “Ik zal ... praten”. Andere vormen zijn bijvoorbeeld du wirst, er/sie wird en wir werden. leiser betekent hier “zachter”, in de zin van met een lager volume. Het is de vergrotende trap van leise: leise – leiser – am leisesten. De vergrotende trap drukt een vergelijking uit, ook als het vergelijkingspunt niet apart wordt genoemd. In deze zin bepaalt leiser hoe de handeling van sprechen wordt uitgevoerd. sprechen betekent “praten” of “spreken”. Hier staat het als infinitief, omdat het na werden aan het einde van de zin komt. In andere tegenwoordige vormen verandert de stamklinker bij sommige personen: ich spreche, maar du sprichst en er/sie spricht. Samen vormen de delen Ich werde leiser sprechen: “Ik zal zachter praten.” De spreker kondigt aan dat hij of zij in de toekomst met een lager volume zal praten.

  5. Dann können sich alle besser konzentrieren.

    Dan kunnen alle mensen zich beter concentreren.

    Dann
    dan; in dat geval
    können
    kunnen
    sich
    zich
    alle
    alle mensen; iedereen
    besser
    beter
    konzentrieren
    concentreren
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier ‘dan’ of ‘in dat geval’. Het kan naar een eerder genoemde situatie verwijzen. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord daarna op de tweede zinsplaats: Dann können .... können is hier de vorm van het modale werkwoord können bij het meervoudige onderwerp alle: ‘kunnen’. Een modaal werkwoord wordt gecombineerd met een infinitief; die infinitief staat in deze zin aan het einde. Voorbeeld: Wir können beginnen. — ‘We kunnen beginnen.’ sich betekent hier ‘zich’. Het is het wederkerende voornaamwoord dat bij konzentrieren hoort. De vorm sich wordt onder meer gebruikt bij de derde persoon enkelvoud en meervoud; andere personen hebben bijvoorbeeld mich en uns: Ich konzentriere mich, maar Wir konzentrieren uns. alle betekent hier ‘alle mensen’ of ‘iedereen’, zoals de vaste vertaling expliciet maakt. Het is zelfstandig gebruikt en vormt hier een meervoudig onderwerp, waardoor het werkwoord können in het meervoud staat. Voorbeeld: Alle können beginnen. — ‘Iedereen kan beginnen.’ besser is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten (‘goed – beter – het best’). Hier vergelijkt het de manier waarop het concentreren verloopt met een niet nader genoemde eerdere of andere situatie. Voorbeeld: Heute schlafe ich besser. — ‘Vandaag slaap ik beter.’ konzentrieren is de infinitief ‘concentreren’. Samen met sich vormt het hier de wederkerende combinatie sich konzentrieren: ‘zich concentreren’. Na können blijft het werkwoord in de infinitief. Voorbeeld: Wir müssen uns konzentrieren. — ‘We moeten ons concentreren.’ Samen vormen Dann, können, sich, alle, besser en konzentrieren de betekenis: ‘Dan kunnen alle mensen zich beter concentreren.’ De volgorde is: eerst de situatie (Dann), daarna het vervoegde modale werkwoord (können), vervolgens het onderwerp (alle) en de verdere delen van de werkwoordelijke combinatie; besser geeft de vergelijking aan.

  6. Ich kann mich näher hinsetzen, damit wir nicht laut sprechen müssen.

    Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat we niet hard hoeven te praten.

    Ich kann
    ik kan
    mich
    me
    näher
    dichterbij
    hinsetzen
    gaan zitten
    damit
    zodat
    wir
    we
    nicht
    niet
    laut
    hard
    sprechen
    praten
    müssen
    moeten
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan doen. können is het modale werkwoord; in de tegenwoordige tijd krijgt het bij ich de vorm kann. Met een ander werkwoord staat dat werkwoord als infinitief aan het einde: Ich kann warten. — Ik kan wachten. mich is hier het wederkerende voornaamwoord bij hinsetzen: de handeling is op de spreker zelf gericht. De vorm mich hoort bij de eerste persoon enkelvoud als lijdend voorwerp; bijvoorbeeld Ich wasche mich. — Ik was me. Het voornaamwoord zegt op zichzelf niet waarom of ten opzichte van wie de spreker dichterbij gaat zitten. näher is de vergrotende trap van nah (‘dichtbij’): nah – näher – am nächsten. Hier betekent het ‘dichterbij’ en geeft het een grotere nabijheid aan; het vergelijkingspunt wordt niet met een apart woord genoemd. Voorbeeld: Setz dich näher zu mir. — Ga dichter bij me zitten. hinsetzen betekent ‘gaan zitten’ of ‘zich neerzetten’. Het is een scheidbaar werkwoord, maar na het modale werkwoord blijft het als infinitief bijeen: Ich kann mich hinsetzen. — Ik kan gaan zitten. In deze zin hoort mich bij dat wederkerende werkwoord; näher geeft de grotere nabijheid van het gaan zitten aan. damit leidt een doelszin in: ‘zodat’ of ‘opdat’. De bijzin geeft het beoogde doel van het dichterbij gaan zitten. In een damit-bijzin staat de persoonsvorm aan het einde; hier staat de werkwoordgroep sprechen müssen aan het einde. wir betekent ‘we’ en is de eerste persoon meervoud. Het is hier het onderwerp van de doelszin. Voorbeeld: Wir arbeiten leiser. — We werken stiller. nicht ontkent hier niet de verplichting zelf, maar de combinatie laut sprechen: het gaat erom dat we niet hard hoeven te spreken. In nicht laut sprechen müssen betekent de combinatie dus ‘niet hard te hoeven spreken’, niet ‘niet hard mógen spreken’. laut betekent hier ‘hard’ in de zin van met veel volume. Bij sprechen werkt het als een bijwoord: Bitte sprich nicht so laut. — Praat alsjeblieft niet zo hard. Als bijvoeglijk naamwoord kan laut ook bij een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld ein lautes Geräusch — een hard geluid. sprechen betekent ‘spreken’ of ‘praten’. Het is de infinitief die na müssen staat. De tegenwoordige vormen zijn onder andere ich spreche, wir sprechen; de vorm verandert dus volgens persoon en getal. Voorbeeld: Wir sprechen Deutsch. — We spreken Duits. müssen betekent als zelfstandig modaal werkwoord ‘moeten’. In combinatie met de ontkenning in nicht laut sprechen müssen wordt het in het Nederlands ‘hoeven’: we hoeven niet hard te spreken. Als modaal werkwoord staat het in deze bijzin achter de andere infinitief: Wir müssen warten. — We moeten wachten; met nog een werkwoord staat de werkwoordgroep bijvoorbeeld als weil wir warten müssen — omdat we moeten wachten. In de gegeven zin zijn sprechen en müssen beide infinitiefvormen; müssen staat achteraan door de Duitse bijzinsvolgorde. Samen betekent Ich kann mich näher hinsetzen dat de spreker aangeeft dichterbij te kunnen gaan zitten. damit wir nicht laut sprechen müssen noemt het doel: op die manier is het niet nodig dat wij hard spreken. De volledige betekenis is: ‘Ik kan dichterbij gaan zitten, zodat we niet hard hoeven te praten.’

  7. Dann können wir weiterarbeiten, ohne jemanden zu stören.

    Dan kunnen we doorwerken zonder iemand te storen.

    Dann
    dan
    können wir
    we kunnen
    weiterarbeiten
    doorgaan met werken
    ohne jemanden zu stören
    zonder iemand te storen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” in de tijd: vanaf dat moment of onder die omstandigheid. Het kan ook een gevolg in een redenering aanduiden, maar in deze zin past de temporele lezing. Voorbeeld: Dann gehen wir nach Hause. — “Dan gaan we naar huis.” können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir (“wij”). können drukt hier mogelijkheid of praktische haalbaarheid uit: “we kunnen”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Wir können warten. — “We kunnen wachten.” können heeft als basisvorm können; in de tegenwoordige tijd verandert het onder andere in kann bij ich en er/sie/es, maar wir können blijft können. weiterarbeiten betekent hier “doorgaan met werken”. Het is een samengesteld werkwoord met weiter- (“verder, voortgaand”) en arbeiten (“werken”). Na können staat het als volledige infinitief aan het einde: Wir können weiterarbeiten. — “We kunnen doorgaan met werken.” Zonder modaal werkwoord wordt de persoonsvorm gesplitst: Wir arbeiten weiter. — “We werken verder.” ohne jemanden zu stören geeft aan wat niet gebeurt tijdens het doorgaan met werken: zonder iemand te storen. ohne krijgt in deze constructie een naamwoordgroep in de accusatief; jemanden is de accusatiefvorm van jemand (“iemand”). Het werkwoord stören betekent “storen”; in de infinitiefconstructie staat zu ervoor: ohne jemanden zu stören. Voorbeeld: Sie liest, ohne jemanden zu stören. — “Zij leest zonder iemand te storen.” Het is hier niet nodig om vast te leggen wie die persoon is; de zin zegt alleen dat er niemand gestoord wordt. Samen vormen de delen: Dann (“dan”), können wir weiterarbeiten (“kunnen we doorgaan met werken”) en ohne jemanden zu stören (“zonder iemand te storen”). De volledige betekenis is daarom: “Dan kunnen we doorgaan met werken zonder iemand te storen.” De formulering is neutraal en bruikbaar in alledaagse gesprekken.

  8. Ab jetzt werde ich leise sprechen.

    Vanaf nu zal ik zacht praten.

    Ab jetzt
    vanaf nu
    werde ich
    zal ik
    leise
    zacht
    sprechen
    praten
    Uitgebreide uitleg

    Ab jetzt geeft het tijdspunt aan vanaf wanneer iets geldt: “vanaf nu”. Het is een herbruikbare tijdsbepaling. Voorbeeld: Ab jetzt lerne ich jeden Tag. — “Vanaf nu leer ik elke dag.” werde ich bestaat uit werde, de vorm van werden voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, en ich, “ik”. Samen begint dit hier de Duitse toekomende tijd. In die constructie staat het inhoudelijke werkwoord als infinitief aan het einde: Ich werde morgen arbeiten. — “Ik zal morgen werken.” In alledaags Duits kan de tegenwoordige tijd soms ook naar de toekomst verwijzen, maar werde ... maakt de toekomstige bedoeling hier expliciet. leise betekent hier “zacht” of “stil”, als beschrijving van de manier van spreken. In leise sprechen functioneert het als bijwoord; in deze vorm krijgt het geen uitgang. Het bijvoeglijk naamwoord kan vóór een zelfstandig naamwoord wél uitgangen krijgen, bijvoorbeeld eine leise Stimme — “een zachte stem”. sprechen is de infinitief “praten” of “spreken”. Het hoort bij de sterke werkwoordreeks sprechen – sprach – gesprochen; de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd is ich spreche. Na werde blijft het werkwoord in de infinitief: Ich werde leise sprechen. — “Ik zal zacht praten.” De structuur is Ab jetzt + werde ich + leise + sprechen: een tijdsbepaling, gevolgd door de toekomstige werkwoordsvorm, de manier waarop de handeling gebeurt en ten slotte de infinitief. De volledige betekenis is daarom: “Vanaf nu zal ik zacht praten.”

Grammatica

Könnten Sie ...?

Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?

keun-ten zie hier et-was lai-zuh sjpre-ghen

Zou u hier wat zachter kunnen praten?

Könnten Sie is een beleefde manier om iets te vragen. Het werkwoord staat aan het einde: leiser sprechen.

ohne ... zu + Infinitiv

ohne jemanden zu stören

oo-nuh jee-man-den tsoe sjteu-run

zonder iemand te storen

Na ohne gebruik je zu + infinitief. Bij scheidbare werkwoorden staat zu tussen het voorvoegsel en het werkwoord.

Duits woordenschat

dass voegwoord
das dat
etwas voornaamwoord
et-was een beetje
hier bijwoord
hie-uh hier
Könnten Sie uitdrukking
keun-ten zie Zou u kunnen

Könnten Sie hier etwas leiser sprechen?

laut bijwoord
lout hard
leiser bijvoeglijk naamwoord
lai-zuh zachter
lernen werkwoord
ler-nuh leren
nebenan bijwoord
nee-ben-aan naast ons
nicht bijwoord
niesjt niet
sprechen werkwoord
sjpre-ghen praten
Tisch zelfstandig naamwoord
tiesj tafel
wusste werkwoord
woes-tuh wist

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kunt u hier wat zachter praten?

Antwoord tonenKönnten Sie hier etwas leiser sprechen?

Aan de tafel naast ons studeren mensen.

Antwoord tonenAm Tisch nebenan lernen Leute.

Ik zal zachter praten.

Antwoord tonenIch werde leiser sprechen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

praten

Antwoord tonensprechen

niet

Antwoord tonennicht

hier

Antwoord tonenhier

wist

Antwoord tonenwusste