Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een boek vinden in de bibliotheek oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Wo kann ich dieses Buch finden?
Voo kan iesj die-zuhs boek vinden? Waar kan ik dit boek vinden?Es sollte auf einem dieser Regale liegen.
Es zol-tuh auf ai-num die-zuhs ree-gaa-luh lie-gun. Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.Welches Regal soll ich zuerst prüfen?
Vel-sjuhs ree-gaal zol iesj tsoe-eerst pruu-fun? Welke plank moet ik eerst bekijken?Schau im unteren Regal am Ende nach.
Sjau im oen-tuh-run ree-gaal am en-duh naach. Kijk op de onderste plank aan het einde.Ich kann jetzt das Buchcover sehen.
Iesj kan jetst das boek-kou-vuh zee-un. Ik kan de kaft nu zien.Zieh es vorsichtig heraus, damit die anderen Bücher an ihrem Platz bleiben.
Tsie es for-zich-tich he-raus, da-mit die an-duh-run buu-sjuh an ai-um plats blai-bun. Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.Das ist das richtige Buch.
Das ist das rich-ti-guh boek. Dit is het juiste boek.Du kannst es an dem Tisch dort lesen.
Doe kanst es an deem tisj dort lee-zun. Je kunt het aan die tafel lezen.Uitleg van de zinnen
Wo kann ich dieses Buch finden?
Waar kan ik dit boek vinden?
- Wo
- waar
- kann ich
- kan ik
- dieses
- dit
- Buch
- boek
- finden
- vinden
Uitgebreide uitleg
Wo vraagt naar een plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Een nuttig contrast is wo “waar” tegenover wann “wanneer”: het eerste vraagt naar een plaats, het tweede naar een tijd. kann ich bestaat uit de vervoegde vorm kann van het modale werkwoord können en het onderwerp ich “ik”. kann is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, en drukt hier mogelijkheid uit: “kan”. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats; het bijbehorende lexicale werkwoord blijft als infinitief aan het einde. Bijvoorbeeld: Wo kann ich den Schlüssel finden? — “Waar kan ik de sleutel vinden?” dieses betekent hier “dit”. Het is de vorm van het aanwijzende woord dies- bij Buch: onzijdig, enkelvoud en accusatief. Die naamval wordt hier door de functie van Buch bepaald: het boek is wat men kan vinden. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord ziet deze vorm hetzelfde eruit in de nominatief, dus alleen dieses laat deze naamval niet zichtbaar onderscheiden. dieser en diese zijn andere vormen van hetzelfde aanwijzende woord bij andere grammaticale combinaties. Buch betekent “boek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Buch. In het meervoud wordt dat die Bücher — “de boeken”; de klinker verandert en er komt een umlaut en uitgang bij. finden betekent “vinden”. Dit is de infinitief, de onverbogen vorm die na kann staat. Omdat können hier het modale werkwoord is, draagt kann de persoons- en tijdsinformatie en blijft finden achteraan als infinitief. Samen vormt de zin het patroon Wo + kann + onderwerp + object + infinitief?: “Waar kan ik dit boek vinden?” De vraag zoekt dus naar de plaats waar de spreker het genoemde boek kan vinden.
Es sollte auf einem dieser Regale liegen.
Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.
- Es sollte
- het zou waarschijnlijk …
- auf
- op
- einem
- een
- dieser
- deze
- Regale
- planken
- liegen
- liggen
Uitgebreide uitleg
Es sollte: Es verwijst hier, passend bij de vertaling en de voorafgaande vraag, naar het boek. Het is een persoonlijk voornaamwoord in het enkelvoud en onzijdig; de vorm verandert niet door de naamval in deze zin. sollte is de vorm van sollen die hier een waarschijnlijkheidsinschatting uitdrukt: “zou waarschijnlijk …”. Dat is in deze context geen bevel. Vergelijk: Das sollte reichen. — “Dat zou waarschijnlijk voldoende moeten zijn.” auf: Hier geeft auf een plaats aan: iets bevindt zich op een oppervlak. Bij een vaste plaats krijgt het volgende lidwoord hier de datief. Bij een beweging naar het oppervlak kan dezelfde voorzetselgroep een andere naamval krijgen, bijvoorbeeld Ich lege das Buch auf einen Tisch. — “Ik leg het boek op een tafel.” einem: Dit is de datief enkelvoud van het onbepaalde lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Regal. De datief wordt hier door de plaatselijke lezing van auf vereist. ein Regal betekent “een plank”, terwijl auf einem Regal “op een plank” betekent. dieser: In einem dieser Regale betekent dit “deze” en maakt het deel uit van de constructie “een van deze planken”. De vorm dieser hoort hier bij het meervoud in de genitief; Regale is het woord dat die meervoudsvorm draagt. De vorm van een demonstratief hangt dus niet alleen van nabijheid af, maar ook van de grammaticale functie en het getal van het bijbehorende naamwoord. Regale: Dit is het meervoud van Regal, “plank” of “schap”. De genitief-meervoudsvorm staat in einem dieser Regale: letterlijk “op een van deze planken”. Het enkelvoud is Regal, het meervoud Regale; het meervoud maakt de groep van planken expliciet. liegen: liegen betekent hier “liggen” in de zin van zich ergens bevinden. Het is de infinitief na het modale werkwoord sollte; in een gewone mededelende zin zou je bijvoorbeeld zeggen: Das Buch liegt auf dem Regal. — “Het boek ligt op de plank.” Samen vormen de delen Es sollte + auf einem dieser Regale + liegen de betekenis: “Het ligt waarschijnlijk op een van deze planken.” De vaste plaats wordt uitgedrukt door auf met de datief einem, en einem dieser Regale geeft aan dat één plank uit de genoemde groep bedoeld wordt.
Welches Regal soll ich zuerst prüfen?
Welke plank moet ik eerst bekijken?
- Welches
- welke
- Regal
- plank / rek
- soll ich
- moet ik
- zuerst
- eerst
- prüfen
- bekijken / controleren
Uitgebreide uitleg
Welches hoort bij het zelfstandig naamwoord Regal en vraagt welk exemplaar bedoeld is: “welke”. Het is de vorm voor een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In deze zin blijft de vorm gelijk in de naamval: welches Regal kan hier het onderwerp of, zoals in de vraag, het lijdend voorwerp zijn. Vergelijk: Welcher Schrank? voor mannelijk enkelvoud en Welche Kiste? voor vrouwelijk enkelvoud. Regal betekent hier een plank of rek waarop iets kan liggen. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Regal; het meervoud is die Regale. Voorbeeld: Das Buch liegt im Regal. — “Het boek ligt op de plank / in het rek.” Soll ich bestaat uit sollen plus het persoonlijk voornaamwoord ich. Soll is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van sollen; ich betekent “ik”. Samen vraagt de spreker welke handeling volgens de situatie gewenst of opgedragen is: “moet ik …?” De andere tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld du sollst en er/sie soll. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” Zuerst is een bijwoord en betekent “eerst”, dus vóór een andere handeling of vóór andere mogelijkheden. Voorbeeld: Ich lese zuerst die Nachricht. — “Ik lees eerst het bericht.” Prüfen is de infinitief “controleren”, “nakijken” of hier, volgens de vaste vertaling, “bekijken”. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat de infinitief zonder zu aan het einde van de hoofdzin: Ich soll das Regal prüfen. — “Ik moet de plank controleren.” Het werkwoord prüfen is dus de handeling; soll geeft aan dat die handeling als gewenst of vereist wordt voorgesteld. De vraag bouwt zo op: Welches Regal vraagt naar het specifieke rek of de specifieke plank, soll ich vraagt wat de spreker daarvan moet doen, zuerst bepaalt de volgorde en prüfen noemt de handeling. Het geheel betekent: “Welke plank moet ik eerst bekijken?” De vorm is bruikbaar als patroon: Welches/Welche ... soll ich zuerst prüfen? — “Welke ... moet ik eerst controleren?”
Schau im unteren Regal am Ende nach.
Kijk op de onderste plank aan het einde.
- Schau … nach
- kijk ... na
- unteren
- onderste
- Regal
- plank
- Ende
- einde
Uitgebreide uitleg
Schau ... nach vormt hier het scheidbare werkwoord nachschauen: kijken of iets controleren. Schau is de gebiedende wijs voor één informeel aangesproken persoon; het partikel nach staat in deze hoofdzin aan het einde. Voorbeeld: Schau bitte nach. — “Kijk het alsjeblieft na.” schauen betekent algemener “kijken”; nachschauen kan het gericht nakijken of controleren uitdrukken. unteren betekent hier “onderste”. De basisvorm van dit bijvoeglijk naamwoord is unter; in im unteren Regal krijgt het de verbogen vorm unteren. im is de samentrekking van in dem. Omdat in hier een statische plaats uitdrukt, staat Regal in de datief. Bij het onzijdige das Regal krijgt het bijvoeglijk naamwoord na het bepaalde lidwoord in de datief de uitgang -en: dem unteren Regal. Voorbeeld: Das Buch liegt im unteren Fach. — “Het boek ligt in het onderste vak.” Regal wordt in de vaste vertaling hier weergegeven als “plank”. Als zelfstandig naamwoord is het onzijdig: das Regal; het meervoud is die Regale. In andere contexten kan Regal ook een rek of stelling betekenen. Ende betekent “einde”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ende; het meervoud is die Enden. am is de samentrekking van an dem; am Ende geeft hier de nadere plaatsbepaling “aan het einde” aan. Samen vormt Schau ... nach de opdracht om te kijken of na te gaan. im unteren Regal geeft de plaats aan, en am Ende specificeert die plaats verder. De volledige bedoeling is: kijk op de onderste plank aan het einde.
Ich kann jetzt das Buchcover sehen.
Ik kan de kaft nu zien.
- Ich kann
- ik kan
- jetzt
- nu
- das
- het/de (lidwoord)
- Buchcover
- boekkaft
- sehen
- zien
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier “ik kan” en vormt met sehen een modale constructie: können drukt mogelijkheid of vermogen uit. kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich; vergelijk ich kann met du kannst en sie kann. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats en komt het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich kann das Buch öffnen. — “Ik kan het boek openen.” jetzt betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Voorbeeld: Jetzt kann ich es sehen. — “Nu kan ik het zien.” das is hier het bepaalde lidwoord bij Buchcover. Het markeert dat het om een bepaald boekomslag gaat, maar drukt op zichzelf geen aantal uit. das hoort bij een onzijdig zelfstandig naamwoord in deze vorm; het lidwoord verandert in andere naamvallen, bijvoorbeeld Ich sehe das Buchcover, maar Ich gebe dem Buchcover einen Namen. Buchcover betekent “boekkaft” of “boekomslag”. Het is een samenstelling van Buch (“boek”) en Cover (“omslag”); het hele woord is het zelfstandig naamwoord dat hier als object van sehen fungeert. Het meervoud is Buchcover, dus dezelfde vorm kan ook meervoud zijn; het lidwoord en de context helpen dan bij de interpretatie. Voorbeeld: Das Buchcover ist blau. — “De boekkaft is blauw.” sehen betekent “zien”. Hier staat het in de infinitief, omdat het afhankelijk is van kann; kann draagt de persoonsvervoeging en sehen blijft onverbogen. De tegenwoordige tijd zonder modaal werkwoord is bijvoorbeeld Ich sehe das Buchcover. — “Ik zie de boekkaft.” Samen betekent Ich kann jetzt das Buchcover sehen.: “Ik kan de boekkaft nu zien.” De spreker geeft aan dat het zien op dit moment mogelijk is: Ich kann geeft de mogelijkheid aan, jetzt bepaalt het tijdstip, en das Buchcover sehen benoemt wat zichtbaar is.
Zieh es vorsichtig heraus, damit die anderen Bücher an ihrem Platz bleiben.
Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.
- Zieh … heraus
- eruit trekken
- vorsichtig
- voorzichtig
- damit
- zodat
- anderen
- andere
- Bücher
- boeken
- ihrem
- hun
- Platz
- plaats
- bleiben
- blijven
Uitgebreide uitleg
Zieh … heraus is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van het scheidbare werkwoord herausziehen (“eruit trekken”). De infinitief en basisvorm zijn herausziehen; in de gebiedende wijs voor du wordt dat zieh, terwijl het voorvoegsel heraus aan het einde staat. In deze zin is es het voorwerp: samen betekent Zieh es vorsichtig heraus “Trek het er voorzichtig uit”. vorsichtig beschrijft hoe de handeling gebeurt: voorzichtig, zonder hardhandig te werk te gaan. Het is hier een bijwoord bij zieh … heraus; als bijvoeglijk naamwoord kan hetzelfde woord bijvoorbeeld in ein vorsichtiger Schritt “een voorzichtige stap” betekenen. damit leidt een bijzin in met een doel: “zodat” of “opdat”. In een damit-bijzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits doorgaans achteraan. Het doel dat hier wordt uitgedrukt, is dat de andere boeken op hun plaats blijven. anderen betekent hier “andere” in die anderen Bücher. Het is de verbogen vorm van ander; bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Bücher krijgt het na het bepaalde lidwoord die deze uitgang. Vergelijk als voorbeeld: die anderen Kinder — “de andere kinderen”. Bücher is het meervoud van Buch (“boek”). De vorm Bücher heeft een klinkerwisseling en de meervoudsuitgang -er; het enkelvoud is Buch, het meervoud Bücher. In deze zin is Bücher het onderwerp van de bijzin. ihrem betekent hier “hun” en is de verbogen vorm van het bezittelijk woord ihr. Het staat hier bij het mannelijke enkelvoud Platz in de datief: ihrem Platz. De vorm van ihrem wordt dus bepaald door het geslacht, getal en de naamval van het bezeten zelfstandig naamwoord, niet door het meervoudige karakter van de bezitters. De exacte bezitter wordt in deze zin niet afzonderlijk benoemd. Platz betekent “plaats” of “plek”. In an ihrem Platz staat het na an in de datief, omdat het om een vaste locatie gaat: “op hun plaats”. De combinatie drukt een locatie met bezit uit. bleiben betekent “blijven”. Het is hier de vervoegde vorm voor het meervoudige onderwerp die anderen Bücher; dezelfde vorm is ook de infinitief. In de damit-bijzin staat deze vorm aan het einde: damit die anderen Bücher an ihrem Platz bleiben. Samen vormt de zin een opdracht met een doelbijzin: Zieh es vorsichtig heraus geeft aan wat iemand moet doen, en damit die anderen Bücher an ihrem Platz bleiben geeft het gewenste doel aan. De volledige betekenis is: “Trek het er voorzichtig uit, zodat de andere boeken op hun plaats blijven.”
Das ist das richtige Buch.
Dit is het juiste boek.
- Das ist
- Dit is
- richtige
- juiste
- Buch
- boek
Uitgebreide uitleg
Das ist betekent hier “Dit is”. Das is een aanwijzend voornaamwoord in het Duits. In deze zin verwijst het naar het boek dat wordt aangewezen; de vorm geeft hier niet aan dat het boek al als mannelijk of vrouwelijk wordt benoemd. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). Een bruikbaar patroon is Das ist ... = “Dit is ...”. Voorbeeld: Das ist mein Stift. — “Dit is mijn pen.” richtige betekent hier “juiste”. Het bijvoeglijk naamwoord heeft als basisvorm richtig (“juist”). De uitgang in richtige hangt samen met de vorm van de naamwoordgroep: het bijvoeglijk naamwoord staat vóór het bepaalde, onzijdige enkelvoudige zelfstandig naamwoord Buch met het lidwoord das. Vergelijk: ein richtiges Buch — “een juist/het goede boek”. De vorm richtige betekent hier niet “correct” in een abstracte bewering, maar identificeert het boek als het bedoelde of passende boek. Buch betekent “boek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Buch. Het meervoud is die Bücher — “de boeken”; daarbij verandert ook de klinker in de stam en krijgt het woord de meervoudsuitgang. Voorbeeld: Das Buch ist neu. — “Het boek is nieuw.” Samen vormen de delen Das ist das richtige Buch. de betekenis “Dit is het juiste boek.” Das wijst iets aan, ist koppelt dat aangewezene aan de naamwoordgroep das richtige Buch, en das maakt die groep bepaald. De zin zegt dus dat het aangewezen object het bedoelde boek is.
Du kannst es an dem Tisch dort lesen.
Je kunt het aan die tafel lezen.
- Du kannst
- je kunt
- es
- het
- an dem
- aan/bij de
- Tisch
- tafel
- dort
- daar
- lesen
- lezen
Uitgebreide uitleg
Du kannst combineert du (“jij”) met de tegenwoordige tijd van können (“kunnen”). kannst is de vorm voor de tweede persoon enkelvoud: du kannst; bij ich is het ich kann. Een bruikbaar voorbeeld is: Du kannst warten. — “Je kunt wachten.” es is hier het onzijdige voornaamwoord in de vierde naamval. In deze context verwijst het naar het boek uit de vorige zin: “het”. De vorm es kan in andere zinnen ook een andere onzijdige referent hebben; het is hier niet zelf een vertaling van lesen of van Tisch. an dem geeft hier een plaats aan: “aan/bij de”. Bij een vaste plaats gebruikt an de derde naamval. dem is daarbij de derde naamval van het mannelijke lidwoord der; Tisch is mannelijk. De samentrekking am is ook mogelijk: am Tisch. In deze zin staat echter letterlijk an dem. Tisch betekent “tafel”. Het meervoud is Tische; een andere nuttige combinatie is der Tisch — “de tafel”. In an dem Tisch krijgt het lidwoord de vorm dem omdat de plaatsrelatie de derde naamval vereist. dort is een bijwoord met de betekenis “daar”. Het preciseert de plaats van de tafel: de tafel daar. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. lesen betekent “lezen”. Dit is de infinitief. Na een vervoegd modaal werkwoord zoals kannst blijft het andere werkwoord in de infinitief en staat het in deze hoofdzin achteraan: Du kannst lesen. — “Je kunt lezen.” Samen vormt Du kannst es an dem Tisch dort lesen de structuur onderwerp + kunnen + voornaamwoord + plaats + infinitief: “Je kunt het aan die tafel daar lezen.” De vorige zin ondersteunt dat es naar het juiste boek verwijst. De modaliteit komt van kannst (“kunt”), terwijl lesen de handeling noemt.
Grammatica
Imperativ: Schau / Zieh + ...
Schau zuerst!
Sjau tsoe-eerst!Kijk eerst!
In de gebiedende wijs staat het werkwoord vooraan, zonder onderwerp.
damit + bijzin met het werkwoord achteraan
Zieh vorsichtig, damit andere Bücher bleiben.
Tsie for-zich-tich, da-mit an-duh-ruh buu-sjuh blai-bun.Trek voorzichtig, zodat andere boeken blijven.
Na damit komt het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Waar kan ik dit boek vinden?
Antwoord tonen
Wo kann ich dieses Buch finden?Welke plank moet ik eerst bekijken?
Antwoord tonen
Welches Regal soll ich zuerst prüfen?Ik kan de kaft nu zien.
Antwoord tonen
Ich kann jetzt das Buchcover sehen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
een
Antwoord tonen
einemvinden
Antwoord tonen
findenplank of rek
Antwoord tonen
Regalboek