Klein gereedschap lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, one person borrows scissors, tape, and a ruler and agrees where to return them..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Klein gereedschap lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich die Schere benutzen?

kan ich die sjéér uh benoetsen? Mag ik de schaar gebruiken?
B

Nimm diese und halte die Klingen nach unten.

nim diezuh oent haltuh die klingen naach oentuh. Pak deze en houd de bladen naar beneden.
A

Ich brauche auch etwas Klebeband.

ich braauchuh aauch et-was kleebuhbant. Ik heb ook wat plakband nodig.
B

Das Klebeband ist in der Schublade.

das kleebuhbant ist in deer sjoeblaaduh. Het plakband ligt in de la.
A

Hast du auch ein Lineal?

hast doe aauch aain lie-ne-aal? Heb je ook een liniaal?
B

Ja, es liegt auf meinem Schreibtisch.

jaa, es liekt auf mainem sjraiptisj. Ja, die ligt op mijn bureau.
B

Du kannst es von dort nehmen.

doe kanst es fon dort neemuh. Je kunt hem daar pakken.
A

Ich bringe alles zurück, wenn ich fertig bin.

ich bringuh alles tsoe-ruk, wen ich fertich bin. Ik breng alles terug als ik klaar ben.
B

Lass das Lineal oben liegen, damit ich es später finden kann.

las das lie-ne-aal oobuh lieguh, daamit ich es sjpéétuh finduh kan. Laat de liniaal bovenop liggen, zodat ik hem later kan vinden.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich die Schere benutzen?

    Mag ik de schaar gebruiken?

    Kann ich
    mag ik
    die Schere
    de schaar
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich betekent hier “mag ik” en vormt een vraag naar toestemming. kann is de eerste persoon enkelvoud van können; de vorm staat bij het onderwerp ich. In andere contexten betekent können ook “kunnen”, bijvoorbeeld: Ich kann schwimmen. — “Ik kan zwemmen.” In een ja/nee-vraag staat de persoonsvorm voor het onderwerp: Kann ich ...? die Schere betekent hier “de schaar”. Schere is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het bepaalde lidwoord is daarom die in het enkelvoud. Na benutzen staat dit voorwerp in de accusatief, maar bij dit vrouwelijke lidwoord blijft de vorm die: Ich benutze die Schere. — “Ik gebruik de schaar.” Het meervoud is die Scheren. benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief. Bij ich krijgt het werkwoord in de tegenwoordige tijd de vorm benutze: Ich benutze die Schere. — “Ik gebruik de schaar.” In de vraag blijft benutzen een infinitief aan het einde, omdat kann de persoonsvorm is en de mogelijkheid of toestemming uitdrukt. Samen vormen de delen Kann ich + die Schere + benutzen de vraag Kann ich die Schere benutzen? — “Mag ik de schaar gebruiken?” De vertaling maakt duidelijk dat kann hier als verzoek om toestemming wordt opgevat. De formulering is een neutrale, alledaagse manier om toestemming te vragen.

  2. Nimm diese und halte die Klingen nach unten.

    Pak deze en houd de bladen naar beneden.

    Nimm
    pak / neem
    diese
    deze
    halte
    houd
    Klingen
    bladen
    nach unten
    naar beneden
    Uitgebreide uitleg

    Nimm is de gebiedende wijs van nehmen (nemen) voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De klinker verandert in deze vorm: nehmen → nimm; de gebiedende wijs heeft hier geen uitgesproken onderwerp. Voorbeeld: Nimm den Stift. — Pak de pen. diese staat hier zelfstandig en betekent deze. In de gegeven context verwijst het naar de schaar die de spreker zojuist noemt. De vorm is vrouwelijk enkelvoud in de vierde naamval, passend bij het weggelaten maar bedoelde Schere: diese Schere. Een demonstratief kan ook andere vormen hebben, bijvoorbeeld dieser of dieses, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord en de naamval. halte is de gebiedende wijs van halten (houden), opnieuw voor één informele aangesproken persoon: halten → halte. Het onderwerp du wordt niet uitgesproken. Voorbeeld: Halte die Tür offen. — Houd de deur open. Klingen is het meervoud van Klinge (blad). Hier gaat het om meerdere bladen; het lidwoord die staat in de volledige woordgroep die Klingen, maar is niet opgenomen in deze geselecteerde quote. Het zelfstandig naamwoord krijgt in het meervoud de uitgang -n: die Klinge → die Klingen. nach unten geeft de richting naar beneden aan. nach wordt hier gebruikt voor een richting, en unten betekent beneden. Samen beschrijft de woordgroep hoe de bladen moeten worden gericht; het is geen zelfstandig naamwoord voor een voorwerp. Samen betekent Nimm diese “Pak deze” en halte die Klingen nach unten “houd de bladen naar beneden”. De twee gebiedende wijs-vormen geven achtereenvolgens de instructies om de schaar te pakken en de bladen naar beneden gericht te houden.

  3. Ich brauche auch etwas Klebeband.

    Ik heb ook wat plakband nodig.

    Ich
    ik
    brauche
    heb nodig
    auch
    ook
    etwas
    wat
    Klebeband
    plakband
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de persoonlijke voornaamwoordsvorm voor de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk bijvoorbeeld Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” Andere personen gebruiken andere vormen, zoals du voor “jij” en sie voor “zij”; het formele “u” wordt als Sie met een hoofdletter geschreven. brauche komt van brauchen, “nodig hebben”. brauche is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich brauche. Het werkwoord staat hier vóór het voorwerp etwas Klebeband. Voorbeeld: Ich brauche Hilfe. — “Ik heb hulp nodig.” auch betekent “ook” en voegt deze behoefte toe aan iets dat al genoemd of verondersteld is. Het verandert niet naar persoon of getal. Voorbeeld: Ich brauche auch Wasser. — “Ik heb ook water nodig.” etwas betekent hier “wat” of “een beetje” in de betekenis van een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het geeft geen exact aantal aan. Het kan ook voor een bijvoeglijk naamwoord staan, bijvoorbeeld etwas klein — “een beetje klein”; in deze zin vormt het samen met Klebeband een uitdrukking voor een onbepaalde hoeveelheid. Klebeband betekent “plakband”. Het is een samenstelling op basis van kleben (“plakken”) en Band (“band”), maar als zelfstandig naamwoord wordt het als één woord gebruikt. Het is onzijdig: das Klebeband. Voorbeeld: Das Klebeband ist in der Schublade. — “Het plakband ligt in de la.” Samen vormen de delen: Ich brauche (“ik heb nodig”) + auch (“ook”) + etwas Klebeband (“wat plakband”). De volledige betekenis is: “Ik heb ook wat plakband nodig.”

  4. Das Klebeband ist in der Schublade.

    Het plakband ligt in de la.

    Klebeband
    plakband
    ist
    is
    in der
    in de
    Schublade
    la
    Uitgebreide uitleg

    Klebeband betekent hier ‘plakband’. Het is een zelfstandig naamwoord en het samengestelde woord bestaat uit Klebe- (‘kleef-’) en Band (‘band’). Het lidwoord in Das Klebeband laat zien dat dit woord hier onzijdig is: das Klebeband. In de vorige zin staat hetzelfde woord na etwas, zonder dat het daarom een andere vorm krijgt. ist is de vorm van sein (‘zijn’) voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es ist. Hier verbindt het onderwerp met een plaatsbepaling. In deze zin beschrijft het Duits een vaste locatie met sein; de Nederlandse vertaling gebruikt daarom natuurlijk ‘ligt’. in der betekent hier ‘in de’ en vormt samen met Schublade een plaatsbepaling. Bij een plaats zonder beweging gebruikt in de datief. der is hier de datiefvorm van het vrouwelijke bepaalde lidwoord die: die Schublade → in der Schublade. Bij beweging naar binnen kan in daarentegen de accusatief gebruiken, bijvoorbeeld: Ich lege das Klebeband in die Schublade. — ‘Ik leg het plakband in de la.’ Schublade betekent ‘la’ of ‘schuiflade’. Het is vrouwelijk: die Schublade; na het plaatsaanduidende in staat hier de datiefvorm der Schublade. De vorm Schublade zelf verandert niet; de grammaticale informatie zit in het lidwoord. Samen betekent Das Klebeband ist in der Schublade.: ‘Het plakband ligt in de la.’ De structuur is Das Klebeband (onderwerp) + ist (werkwoord) + in der Schublade (vaste locatie).

  5. Hast du auch ein Lineal?

    Heb je ook een liniaal?

    Hast du
    heb je
    auch
    ook
    Lineal
    liniaal
    Uitgebreide uitleg

    Hast du is een herbruikbaar vraagpatroon met haben (hebben) in de tegenwoordige tijd. hast is de vorm bij du: du hast. In een ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan. Voorbeeld: Hast du einen Stift? — “Heb je een pen?” auch betekent hier “ook”. Het voegt een extra voorwerp toe aan de vraag. In deze context gaat het om een liniaal naast het eerder genoemde plakband; de vorm zelf zegt niet wie het eerdere voorwerp bezit. Lineal is het Duitse zelfstandig naamwoord voor “liniaal”. De basisvorm is Lineal; het meervoud is Lineale: zwei Lineale — “twee linialen”. Het woord is onzijdig: das Lineal. Hier is ein Lineal het lijdend voorwerp van haben, dus staat het in de accusatief. Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord is het onbepaalde lidwoord in deze vorm ein, net als in de nominatief: Ein Lineal liegt hier — “Een liniaal ligt hier.” Samen vormen de delen Hast du auch ein Lineal?: “Heb je ook een liniaal?” haben vraagt hier of de aangesprokene ook over een liniaal beschikt; auch presenteert die liniaal als een extra item in de lopende context.

  6. Ja, es liegt auf meinem Schreibtisch.

    Ja, die ligt op mijn bureau.

    Ja
    ja
    es
    het
    liegt
    ligt
    auf
    op
    meinem
    mijn
    Schreibtisch
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Ja bevestigt de voorafgaande vraag. Het is een zelfstandig bevestigingswoord en staat hier aan het begin van de zin. es is hier het Duitse persoonlijke voornaamwoord voor een enkelvoudig onzijdig referent; in de gegeven context verwijst het naar het eerder genoemde Lineal. Het Nederlandse die in de vaste vertaling heeft niet dezelfde grammaticale vorm: Duitse en Nederlandse woordgeslachten hoeven niet overeen te komen. Een bruikbaar contrast is er voor een mannelijk referent, sie voor een vrouwelijk of meervoudig referent en es voor een onzijdig enkelvoudig referent. liegt is de derde persoon enkelvoud van liegen in de tegenwoordige tijd. In deze zin beschrijft het de plaats van iets dat ergens ligt, niet noodzakelijk een handeling die op dit moment wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld: Das Buch liegt auf dem Tisch. — Het boek ligt op de tafel. auf geeft hier een plaats aan: iets bevindt zich op een oppervlak of op een bepaalde plek. Bij een vaste locatie staat na auf de datief; bij een beweging naar die plek staat vaak de accusatief. Vergelijk: Das Buch liegt auf dem Tisch. — Het boek ligt op de tafel; Ich lege das Buch auf den Tisch. — Ik leg het boek op de tafel. meinem is de datief enkelvoud van het bezittelijk woord mein bij een mannelijk of onzijdig zelfstandig naamwoord. Het verwijst hier naar de spreker als bezitter en stemt grammaticaal af op Schreibtisch, niet op es. De basisvorm is mein; bijvoorbeeld mein Schreibtisch (nominatief), maar na het plaatsaanduidende auf in deze vaste-locatiebetekenis auf meinem Schreibtisch. Schreibtisch is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent bureau of schrijftafel. De samenstelling bestaat in het Duits uit schrijf- en tafelbetekenis, maar als geheel benoemt zij het meubel. In deze zin staat het in de datief: der Schreibtisch wordt na auf bij een vaste plaats dem Schreibtisch; met mein ontstaat meinem Schreibtisch. Samen vormt es liegt auf meinem Schreibtisch de plaatsmededeling: het eerder genoemde onzijdige voorwerp bevindt zich op het bureau van de spreker. Met Ja ervoor wordt de eerdere vraag bevestigend beantwoord: Ja, es liegt auf meinem Schreibtisch. — Ja, het ligt op mijn bureau. De zin is een gewone, neutrale manier om de locatie van een voorwerp aan te geven.

  7. Du kannst es von dort nehmen.

    Je kunt hem daar pakken.

    Du kannst
    je kunt
    es
    hem
    von dort
    daarvandaan
    nehmen
    pakken
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst bestaat uit du (“jij”) en de vervoegde vorm kannst van können (“kunnen”). kannst is de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Du kannst warten. — Je kunt wachten. es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief): het is het voorwerp van nehmen. De Duitse vorm es is grammaticaal onzijdig; de Nederlandse vertaling gebruikt hier hem voor het bedoelde voorwerp. Het voornaamwoord benoemt zelf niet wat het voorwerp precies is. von dort betekent “daarvandaan”. von geeft het vertrekpunt aan en dort verwijst naar een plaats. Vergelijk: Sie kommt von dort. — Zij komt daarvandaan. nehmen is de infinitief van “nemen”. Na können blijft deze infinitief staan; kannst draagt de persoons- en tijdsvorm, niet nehmen. In deze zin wordt nehmen volgens de vaste vertaling opgevat als “pakken”. Samen vormen de delen: Du kannst + es + von dort + nehmen: “Je kunt hem daar pakken.” De zin zegt dat de aangesprokene de mogelijkheid heeft om het bedoelde voorwerp vanaf die plaats te pakken. von dort specificeert waar het voorwerp vandaan wordt genomen.

  8. Ich bringe alles zurück, wenn ich fertig bin.

    Ik breng alles terug als ik klaar ben.

    bringe … zurück
    terugbrengen
    alles
    alles
    wenn
    als
    fertig
    klaar
    bin
    ben
    Uitgebreide uitleg

    bringe ... zurück komt hier van het werkwoord zurückbringen: iets terugbrengen. In de hoofdzin staat de persoonsvorm bringe op de tweede positie, terwijl het scheidbare deel zurück aan het einde van de hoofdzin staat. De vorm bringe is de ik-vorm van bringen in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Ich bringe das Buch zurück. — Ik breng het boek terug. alles betekent hier “alles” en verwijst naar alles wat in deze context teruggebracht moet worden. Het is een onbepaald voornaamwoord; het benoemt geen specifiek afzonderlijk voorwerp. Voorbeeld: Ich sehe alles. — Ik zie alles. wenn leidt hier een bijzin in met de betekenis “als”, in de zin van een voorwaarde of tijdstip. In een Duitse bijzin staat de persoonsvorm achteraan. Het patroon is: wenn + onderwerp + ... + persoonsvorm. Voorbeeld: Ich rufe dich an, wenn ich zu Hause bin. — Ik bel je als ik thuis ben. fertig betekent hier “klaar”, dus gereed om de bedoelde handeling af te ronden of verder te gaan. Het is een bijvoeglijk naamwoord in de vaste combinatie fertig sein (“klaar zijn”). Voorbeeld: Ich bin fertig. — Ik ben klaar. bin is de ik-vorm van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. In wenn ich fertig bin staat bin achteraan omdat dit een Duitse bijzin is. De vorm sein heeft andere persoonsvormen, bijvoorbeeld ich bin en du bist; bin hoort specifiek bij ich. Samen betekent wenn ich fertig bin “als ik klaar ben”. De hoofdzin Ich bringe alles zurück betekent “Ik breng alles terug”. De bijzin geeft aan wanneer dat gebeurt: Ich bringe alles zurück, wenn ich fertig bin. — Ik breng alles terug als ik klaar ben. De komma scheidt de hoofdzin van de bijzin.

  9. Lass das Lineal oben liegen, damit ich es später finden kann.

    Laat de liniaal bovenop liggen, zodat ik hem later kan vinden.

    Lass … liegen
    laat ... liggen
    Lineal
    liniaal
    oben
    bovenop
    damit
    zodat
    es
    het
    später
    later
    finden
    vinden
    kann
    kan
    Uitgebreide uitleg

    Lass ... liegen is een bevel aan één persoon: zorg ervoor dat iets blijft liggen. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; liegen blijft als infinitief aan het einde van deze constructie staan. Het is dus niet hetzelfde als alleen Leg ...: legen beschrijft het neerleggen, terwijl liegen de positie of toestand beschrijft waarin iets ligt. Voorbeeld: Lass das Buch hier liegen. — Laat het boek hier liggen. Lineal betekent hier “liniaal”. Het is een zelfstandig naamwoord; het lidwoord das in de zin laat zien dat het in het Duits onzijdig is: das Lineal. Het meervoud is die Lineale. oben betekent hier “bovenop”, dus op een hogere of bovenste plaats. De precieze plaats wordt door de zin niet verder gespecificeerd. oben kan in andere contexten ook “boven” of “bovenaan” betekenen; hier past “bovenop” bij de vaste vertaling. damit leidt een doelzin in: “zodat” of “opdat”. In een damit-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld: ..., damit ich es später finden kann. — zodat ik het later kan vinden. es is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), onzijdig enkelvoud. In deze zin verwijst het volgens de vaste vertaling naar de liniaal. De vorm es past bij het onzijdige Duitse woord das Lineal; als object blijft die vorm hier es. später betekent “later”. Het is de vergrotende vorm van spät (“laat” in de betekenis van tijd): spät → später → am spätesten. Hier geeft später aan dat het vinden op een later moment gebeurt. finden betekent “vinden”. Dit is de infinitief. Na een modaal werkwoord zoals können staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann es finden. — Ik kan het vinden. finden verschilt van suchen: suchen is proberen iets te vinden, terwijl finden het vinden zelf uitdrukt. kann betekent hier “kan” en is de eerste persoon enkelvoud van können: ich kann, du kannst, er/sie/es kann. In de damit-bijzin staat kann als vervoegd werkwoord helemaal achteraan, na de infinitief finden. Samen bestaat de zin uit het bevel Lass das Lineal oben liegen en de doelzin damit ich es später finden kann. De spreker vraagt dus dat de liniaal bovenop blijft liggen, met als doel dat de spreker die later kan vinden. De hele betekenis is: “Laat de liniaal bovenop liggen, zodat ik hem later kan vinden.”

Grammatica

Wenn ..., ...

Wenn ich fertig bin, bringe ich alles zurück.

wen ich fertich bin, bringuh ich alles tsoe-ruk.

Als ik klaar ben, breng ik alles terug.

Na „wenn” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin: „wenn ich fertig bin”.

zurückbringen → bringe ... zurück

Ich bringe alles zurück.

ich bringuh alles tsoe-ruk.

Ik breng alles terug.

„Zurückbringen” is een scheidbaar werkwoord: „bringe” staat op de tweede plaats en „zurück” achteraan.

Duits woordenschat

auch bijwoord
aauch ook
benutzen werkwoord
benoetsen gebruiken

Kann ich die Schere benutzen?

brauchen werkwoord
braauchuh nodig hebben brauche

Ich brauche auch etwas Klebeband.

diese voornaamwoord
diezuh deze

Nimm diese

etwas voornaamwoord
et-was wat

etwas Klebeband

halten werkwoord
haltuh vasthouden halte

halte die Klingen nach unten

in voorzetsel
in in

in der Schublade

Klebeband zelfstandig naamwoord
kleebuhbant plakband

das Klebeband

Klinge zelfstandig naamwoord
klinguh blad Klingen

die Klingen

nach unten uitdrukking
naach oentuh naar beneden

halte die Klingen nach unten

nehmen werkwoord
neemuh nemen Nimm

Nimm diese

Schere zelfstandig naamwoord
sjéér uh schaar

die Schere

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mag ik de schaar gebruiken?

Antwoord tonenKann ich die Schere benutzen?

Ik heb ook wat plakband nodig.

Antwoord tonenIch brauche auch etwas Klebeband.

Het plakband ligt in de la.

Antwoord tonenDas Klebeband ist in der Schublade.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nemen

Antwoord tonenNimm

schaar

Antwoord tonenSchere

nodig hebben

Antwoord tonenbrauche

ook

Antwoord tonenauch