Een hamer lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, one person borrows a hammer and a nail for a shelf and agrees where to return the tool..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een hamer lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Hast du einen Hammer, den ich benutzen kann?

Hast doe ajnən Hamma, deen iesj bə-noetsən kan? Heb je een hamer die ik kan gebruiken?
B

Nimm diesen, aber halte den Griff gut fest.

Nim die-zən, aa-ba haltə deen grif goet fest. Gebruik deze maar, maar houd het handvat goed vast.
A

Ich brauche ihn, um dieses Regal zu reparieren.

Iesj brauchə ien, oem die-zəs reegaal tsoe ree-pa-rie-rən. Ik heb hem nodig om deze plank te repareren.
B

Brauchst du auch Nägel?

Brauchst doe auw neegəl? Heb je ook spijkers nodig?
A

Ein Nagel würde helfen.

Ajn naagəl vürd helpen. Eén spijker zou helpen.
B

Sie liegen in der Kiste neben dir.

Zie liegən in deer kistə neebən dier. Ze zitten in de doos naast je.
A

Ich bringe den Hammer zurück, wenn ich fertig bin.

Iesj bringə deen Hamma tsoe-rük, ven iesj fertiesj bin. Ik breng de hamer terug als ik klaar ben.
B

Lass ihn hier bei den anderen Werkzeugen liegen, wenn du fertig bist.

Las ien hier bai deen andərən verk-tsoj-gən liegən, ven doe fertiesj bist. Laat hem hier bij het andere gereedschap liggen als je klaar bent.

Woord voor woord

Hast “Hast” betekent hier “heb je” en is de vorm van “haben” bij “du”. In “Hast du einen Hammer” staat het werkwoord vooraan omdat het een vraag is; gebruik dit patroon om te vragen of iemand iets heeft.
du “du” betekent hier “jij” en spreekt één persoon informeel aan. Samen met “Hast” vormt het de directe vraag “Hast du ...”; gebruik dit bij een bekende of iemand die je informeel aanspreekt.
einen “einen” betekent hier “een” en is de vorm van het lidwoord “ein” vóór “Hammer”. Het hoort bij het voorwerp waarnaar gevraagd wordt; gebruik dezelfde combinatie wanneer je naar één concreet mannelijk voorwerp vraagt.
Hammer “Hammer” betekent “hamer” en is het gereedschap waarnaar gevraagd wordt. In “einen Hammer” staat het als het voorwerp van “Hast du”; gebruik het woord wanneer je een hamer nodig hebt of ernaar verwijst.
den “den” verwijst hier terug naar “Hammer” en introduceert de bijzin over wat je met de hamer kunt doen. In “den ich benutzen kann” staat de informatie over het voorwerp na het zelfstandig naamwoord; gebruik zo’n vorm om een voorwerp nader te beschrijven.
ich “ich” betekent hier “ik” en is degene die de hamer kan gebruiken. Aan het begin van de derde zin verschijnt dezelfde vorm als “Ich”; gebruik “ich” als onderwerp wanneer je over jezelf spreekt.
benutzen “benutzen” betekent hier “gebruiken” en staat als infinitief na “kann”. Het krijgt als voorwerp “den” in “den ich benutzen kann”; gebruik het voor het gebruik van een voorwerp of hulpmiddel.
kann “kann” drukt hier uit dat de spreker de hamer kan gebruiken en is een vorm van “können”. Na “kann” staat “benutzen” aan het einde van de bijzin; gebruik dit patroon om een mogelijkheid of vaardigheid uit te drukken.
Nimm “Nimm” betekent hier “neem” en is de gebiedende vorm van “nehmen” voor één informeel aangesproken persoon. In “Nimm diesen” geeft de spreker een kort aanbod of advies; gebruik het wanneer je iemand iets laat pakken.
diesen “diesen” betekent hier “deze” en wijst naar één specifieke hamer die de ander kan nemen. Het is een vorm van “dieser” in “Nimm diesen”; gebruik het om een aangewezen voorwerp te kiezen.
aber “aber” betekent hier “maar” en brengt een beperking of tegenstelling in. Na het aanbod volgt met “aber” de instructie om het handvat goed vast te houden; gebruik het om een waarschuwing of voorwaarde aan een mededeling toe te voegen.
halte “halte” betekent hier “houd” en is de gebiedende vorm van “halten” voor één informeel aangesproken persoon. Samen met “fest” geeft het de opdracht het handvat stevig vast te houden; gebruik deze werkwoordsvorm wanneer je iemand direct een instructie geeft.
Griff “Griff” betekent hier “handvat” en verwijst naar het deel van de hamer dat je moet vasthouden. In “halte den Griff” is het het voorwerp van de instructie; gebruik het bij handvatten van gereedschap of andere voorwerpen.
gut “gut” betekent hier niet alleen “goed”, maar versterkt in “gut fest” de bedoeling “stevig” of “goed vast”. Het geeft aan hoe de ander het handvat moet vasthouden; gebruik het om een handeling positief of voldoende sterk te laten gebeuren.
fest “fest” betekent hier “vast” of “stevig” en maakt duidelijk dat het handvat niet losjes mag worden vastgehouden. Het staat na “halte” in de instructie “halte den Griff gut fest”; gebruik het om een stevige manier van vasthouden te beschrijven.
brauche “brauche” betekent hier “heb nodig” en is een vorm van “brauchen” bij “ich”. In “Ich brauche ihn” staat het benodigde voorwerp direct na het werkwoord; gebruik dit om te zeggen dat je iets nodig hebt.
ihn “ihn” betekent hier “hem” en verwijst naar de hamer die al genoemd is. Het is de objectvorm die bij “er” hoort en staat in “Ich brauche ihn” als datgene wat nodig is; gebruik het om naar een eerder genoemd mannelijk voorwerp terug te verwijzen.
um “um” maakt hier samen met “zu reparieren” het doel van de handeling duidelijk: de hamer is nodig met het doel het rek te repareren. In het volledige deel “um dieses Regal zu reparieren” staat het doel na de hoofdzin; gebruik deze constructie om een doel uit te drukken.
dieses “dieses” betekent hier “dit” en wijst naar één specifiek rek dat gerepareerd moet worden. Het is een vorm van “dieser” vóór “Regal”; gebruik het om een concreet voorwerp aan te wijzen.
Regal “Regal” betekent hier “rek” of “plank” en is het voorwerp dat gerepareerd moet worden. In “dieses Regal” wordt het samen met een aanwijzend woord gebruikt; gebruik het voor een meubel of opbergconstructie met planken.
zu “zu” markeert hier samen met “reparieren” het infinitief in het doelgedeelte “um dieses Regal zu reparieren”. Het staat direct vóór het werkwoord; gebruik dit patroon na “um” wanneer je het doel van een handeling noemt.
reparieren “reparieren” betekent hier “repareren” en staat als infinitief na “zu”. Het beschrijft wat de spreker met de hamer wil doen; gebruik het voor het herstellen van een voorwerp dat beschadigd is of niet goed werkt.
Brauchst “Brauchst” betekent hier “heb je nodig” en is een vorm van “brauchen” bij “du”. In “Brauchst du auch Nägel” staat het werkwoord vooraan omdat het een vraag is; gebruik dit om te vragen of iemand nog iets nodig heeft.
auch “auch” betekent hier “ook” en voegt de spijkers toe aan wat de spreker misschien al nodig heeft. In “Brauchst du auch Nägel” vraagt het of er naast de hamer nog materiaal nodig is; gebruik het om extra personen of zaken aan een vraag toe te voegen.
Nägel “Nägel” betekent hier “spijkers” en is het meervoud van “Nagel”. Het woord staat als het materiaal waarnaar gevraagd wordt in “Brauchst du auch Nägel”; gebruik het wanneer je meerdere spijkers of bevestigingsmaterialen bedoelt.
Ein “Ein” betekent hier “één” of “een” en noemt precies één spijker. In “Ein Nagel würde helfen” staat het aan het begin van de zin en is het daarom met een hoofdletter geschreven; gebruik het vóór een enkel voorwerp dat voldoende zou zijn.
Nagel “Nagel” betekent hier “spijker” en verwijst naar één stuk bevestigingsmateriaal. In “Ein Nagel” is het de zaak die volgens de spreker zou helpen; gebruik het voor één spijker bij een klus.
würde “würde” betekent hier “zou” en is een vorm van “werden” die de uitspraak voorzichtig of voorwaardelijk maakt. In “Ein Nagel würde helfen” klinkt de behoefte minder direct dan een harde eis; gebruik dit om een mogelijke oplossing of zachte suggestie te formuleren.
helfen “helfen” betekent hier “helpen” of “nuttig zijn” en staat als infinitief na “würde”. “Ein Nagel würde helfen” geeft aan dat één spijker voldoende zou zijn voor de klus; gebruik het om te zeggen dat iets een probleem kan oplossen.
Sie “Sie” betekent hier “ze” en verwijst naar de eerder genoemde “Nägel”. In deze zin is het dus niet de formele aanspreekvorm, maar een voornaamwoord voor meerdere voorwerpen; gebruik zo’n voornaamwoord om een eerder genoemd meervoudig zelfstandig naamwoord niet te herhalen.
liegen “liegen” betekent hier “liggen” of “zich bevinden” en beschrijft de plaats van de spijkers in de kist. In “Sie liegen in der Kiste” gaat het om voorwerpen die daar liggen of opgeborgen zijn; gebruik het om de locatie van stilstaande voorwerpen te beschrijven.
in “in” betekent hier “in” en geeft aan dat de spijkers zich binnen de kist bevinden. In “in der Kiste” vormt het een plaatsaanduiding; gebruik het om te zeggen waar iets zich binnen een ruimte of houder bevindt.
der “der” betekent hier “de” in de plaatsaanduiding “in der Kiste”. Het hoort bij het vrouwelijke woord “Kiste” en maakt de volledige locatie duidelijk; gebruik deze vorm samen met “Kiste” wanneer je naar die kist verwijst.
Kiste “Kiste” betekent hier “doos” of “kist” en is de houder waarin de spijkers liggen. In “in der Kiste” noemt het woord de plaats van de voorwerpen; gebruik het voor een stevige doos of kist waarin dingen worden bewaard.
neben “neben” betekent hier “naast” en geeft de positie van de kist ten opzichte van de aangesproken persoon aan. In “neben dir” beschrijft het een plaats naast iemand; gebruik het om de locatie van een voorwerp ten opzichte van een persoon of ander object aan te wijzen.
dir “dir” betekent hier “jou” en verwijst naar de persoon naast wie de kist staat. Het is een vorm van “du” die na “neben” wordt gebruikt; gebruik het wanneer je informeel naar de aangesproken persoon verwijst in een plaatsaanduiding.
bringe “bringe” betekent hier “breng” en is een vorm van “bringen” bij “ich”. In “Ich bringe den Hammer zurück” beschrijft het dat de spreker de hamer terug zal brengen; gebruik het om te zeggen dat je iets naar een plaats of persoon brengt.
zurück “zurück” betekent hier “terug” en maakt samen met “bringe” duidelijk dat de hamer naar zijn eerdere plaats teruggaat. In “bringe den Hammer zurück” staat het achter het voorwerp; gebruik het bij het terugbrengen van geleende of verplaatste spullen.
wenn “wenn” betekent hier “als” of “wanneer” en introduceert het moment waarop de hamer wordt teruggebracht. In “wenn ich fertig bin” staat het werkwoord aan het einde van de bijzin; gebruik het om een handeling aan een tijdstip of voorwaarde te koppelen.
fertig “fertig” betekent hier “klaar” of “af” en beschrijft dat de spreker de reparatie heeft voltooid. In “wenn ich fertig bin” wordt het gebruikt om het einde van de klus aan te geven; gebruik het wanneer je wilt zeggen dat je met iets klaar bent.
bin “bin” betekent hier “ben” en is een vorm van “sein” bij “ich”. In de bijzin “wenn ich fertig bin” staat het na “fertig”; gebruik het om je eigen toestand, zoals klaar zijn, te beschrijven.
Lass “Lass” betekent hier “laat” en is de gebiedende vorm van “lassen” voor één informeel aangesproken persoon. In “Lass ihn hier ... liegen” vraagt de spreker om de hamer op zijn plaats te laten; gebruik het om iemand te vragen iets ergens te laten liggen.
hier “hier” betekent hier “hier” en verwijst naar de plaats waar de hamer moet blijven. In “Lass ihn hier” staat het direct bij de opdracht; gebruik het om de plek dichtbij de spreker aan te wijzen.
bei “bei” betekent hier “bij” of “tussen” de andere gereedschappen en geeft aan waar de hamer moet worden achtergelaten. In “bei den anderen Werkzeugen” benoemt het de plaats of groep waarbij iets hoort; gebruik het om een locatie in de buurt van personen of voorwerpen aan te geven.
anderen “anderen” betekent hier “andere” en verwijst naar de gereedschappen die al aanwezig zijn, naast de hamer. In “den anderen Werkzeugen” staat het vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord; gebruik het om naar overige voorwerpen binnen dezelfde groep te verwijzen.
Werkzeugen “Werkzeugen” betekent hier “gereedschappen” en is een vorm van het meervoud “Werkzeug”. In “bei den anderen Werkzeugen” noemt het de groep waar de hamer moet worden teruggelegd; gebruik het voor gereedschap in een werkruimte of gedeelde opslag.
bist “bist” betekent hier “bent” en is een vorm van “sein” bij “du”. In “wenn du fertig bist” staat het aan het einde van de bijzin en geeft het aan dat de aangesproken persoon klaar is; gebruik dit patroon om naar iemands toestand of voltooiing te vragen of te verwijzen.

Grammatica

halte ... fest

Halte den Griff fest.

Haltə deen grif fest.

Houd het handvat vast.

Bij het scheidbare werkwoord festhalten staat fest aan het einde van de zin.

zu reparieren

dieses Regal zu reparieren

die-zəs reegaal tsoe ree-pa-rie-rən

deze plank te repareren

Na zu krijgt het werkwoord de infinitiefvorm: zu reparieren.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
bə-noetsən gebruiken

den ich benutzen kann

brauchen werkwoord
brauchən nodig hebben brauche

Ich brauche ihn

diesen voornaamwoord
die-zən deze

Nimm diesen

festhalten werkwoord
fest-haltən vasthouden halte ... fest

halte den Griff gut fest

Griff zelfstandig naamwoord
grif handvat den Griff

Halte den Griff gut fest.

haben werkwoord
haabən hebben Hast

Hast du einen Hammer?

Hammer zelfstandig naamwoord
Hamma hamer einen Hammer

Hast du einen Hammer, den ich benutzen kann?

Nägel zelfstandig naamwoord
neegəl spijkers

Brauchst du auch Nägel?

Nagel zelfstandig naamwoord
naagəl spijker

Ein Nagel würde helfen.

nehmen werkwoord
neemən nemen Nimm

Nimm diesen

Regal zelfstandig naamwoord
reegaal plank dieses Regal

um dieses Regal zu reparieren

reparieren werkwoord
ree-pa-rie-rən repareren zu reparieren

um dieses Regal zu reparieren

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je ook spijkers nodig?

Antwoord tonenBrauchst du auch Nägel?

Eén spijker zou helpen.

Antwoord tonenEin Nagel würde helfen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

nemen

Antwoord tonenNimm

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen

hebben

Antwoord tonenHast

nodig hebben

Antwoord tonenbrauche