Een pen en notitieboek lenen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, one person borrows a pen and notebook for a short list and agrees where to put them back..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een pen en notitieboek lenen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich einen Stift benutzen?

Kan ich ainen sjtift benoetsen? Kan ik een pen gebruiken?
B

Nimm den schwarzen aus dem Becher.

Nim deen sjvartsun aus deem becher. Pak de zwarte uit de beker.
A

Ich brauche auch ein Notizbuch.

Ich braauchen auk ain notietsboech. Ik heb ook een notitieboek nodig.
B

In der Schublade ist ein altes Notizbuch.

In deer sjoeblaade ist ain altes notietsboech. Er ligt een oud notitieboek in de la.
A

Ich muss nur eine kurze Liste schreiben.

Ich moes noer aine koertse liste sjraibun. Ik hoef alleen een korte lijst te schrijven.
B

Bring beide zurück, wenn du fertig bist.

Bring baide tsoeruk, wen doe fertich bist. Breng ze allebei terug als je klaar bent.
A

Ich lege sie auf deinen Schreibtisch.

Ich leegen zie auf dainen sjraibtisj. Ik leg ze op je bureau.
B

So sind sie leicht zu finden.

Zoo zint zie laicht tsoe findun. Zo zijn ze makkelijk te vinden.

Woord voor woord

Kann In „Kann ich einen Stift benutzen?“ betekent „Kann“: kan ik. Het is de vorm die hier een vraag naar mogelijkheid of toestemming inleidt. Een bruikbaar patroon is „Kann ich ...?“ wanneer je beleefd vraagt of je iets mag doen.
ich „ich“ betekent hier „ik“ en verwijst naar de persoon die de pen wil gebruiken. In „Kann ich ...?“ staat het onderwerp na het werkwoord omdat het een vraag is. Je kunt „ich“ gebruiken om naar jezelf te verwijzen.
einen In „einen Stift“ betekent „einen“: een, bij het mannelijke woord „Stift“. Deze vorm hoort bij het voorwerp dat de spreker wil gebruiken. Het patroon „einen ... benutzen“ kan worden gebruikt voor iets dat je wilt gebruiken.
Stift „Stift“ betekent hier „pen“, het voorwerp dat de spreker wil gebruiken en later terugbrengen. In „einen Stift“ staat het woord na het onbepaalde lidwoord. Je kunt „Stift“ gebruiken wanneer je naar een pen verwijst.
benutzen „benutzen“ betekent in „einen Stift benutzen“: gebruiken. Het beschrijft wat de spreker met de pen wil doen. Een bruikbaar patroon is „etwas benutzen“ voor een voorwerp dat je gebruikt.
Nimm „Nimm“ betekent hier „neem“ in de instructie „Nimm den schwarzen aus dem Becher.“ Het is een directe aansporing aan de ander om iets te pakken. Je kunt „Nimm ...“ gebruiken wanneer je iemand zegt iets te nemen.
den In „den schwarzen“ betekent „den“: de, en het verwijst samen met „schwarzen“ naar de zwarte pen. Het lidwoord maakt duidelijk welk specifiek voorwerp bedoeld wordt. Een bruikbaar patroon is „den ...“ vóór een mannelijk voorwerp dat je aanwijst.
schwarzen „schwarzen“ betekent hier „de zwarte“ en verwijst verkort naar de zwarte pen. In „Nimm den schwarzen“ wordt het voorwerp niet opnieuw genoemd, omdat het uit de situatie duidelijk is. Je kunt een vergelijkbare beschrijving gebruiken wanneer een kleur het bedoelde voorwerp onderscheidt.
aus „aus“ betekent in „aus dem Becher“: uit, dus vanuit de beker naar buiten. Het geeft de plaats aan waaruit de pen genomen moet worden. Een bruikbaar patroon is „etwas aus ... nehmen“ voor iets uit een houder halen.
dem In „dem Becher“ betekent „dem“: de, bij de specifieke beker waaruit de pen moet worden genomen. Samen met „aus“ vormt het „aus dem Becher“. Dit patroon kun je gebruiken voor iets dat uit een bepaalde houder komt.
Becher „Becher“ betekent hier „beker“, de houder waarin de pen ligt. In „aus dem Becher“ wordt de beker genoemd als vertrekpunt. Je kunt „Becher“ gebruiken voor een eenvoudige beker of houder.
brauche „brauche“ betekent in „Ich brauche auch ein Notizbuch“: heb nodig. De spreker zegt dat naast de pen ook een notitieboek nodig is. Een bruikbaar patroon is „Ich brauche ...“ om te zeggen wat je nodig hebt.
auch „auch“ betekent hier „ook“ en voegt het notitieboek toe aan de al genoemde pen. In „Ich brauche auch ein Notizbuch“ staat het bij de mededeling over een extra behoefte. Je kunt „auch“ gebruiken om nog iets of iemand aan een eerdere informatie toe te voegen.
ein In „ein Notizbuch“ betekent „ein“: een, bij het woord „Notizbuch“. Het introduceert een niet nader bepaald notitieboek dat de spreker nodig heeft. Het patroon „ein ... brauchen“ kan worden gebruikt voor een voorwerp dat je nodig hebt.
Notizbuch „Notizbuch“ betekent hier „notitieboek“, het tweede voorwerp dat de spreker nodig heeft. In „ein Notizbuch“ wordt een niet nader bepaald exemplaar genoemd. Je kunt „Notizbuch“ gebruiken voor een boekje waarin je aantekeningen schrijft.
In „In“ betekent in „In der Schublade“: in. Het geeft aan dat het oude notitieboek zich in de lade bevindt. Een bruikbaar patroon is „in ... sein“ om de plaats van iets te beschrijven.
der In „der Schublade“ betekent „der“: de, bij de specifieke lade die als plaats wordt genoemd. Samen met „In“ vormt het „In der Schublade“. Je kunt dit patroon gebruiken om een voorwerp in een bepaalde ruimte of houder te lokaliseren.
Schublade „Schublade“ betekent hier „la“ of „lade“, de plaats waar het oude notitieboek ligt. In „In der Schublade“ wordt de lade als locatie genoemd. Je kunt „Schublade“ gebruiken voor een uitschuifbaar opbergvak in een meubel.
ist „ist“ betekent in „In der Schublade ist ein altes Notizbuch“: is of bevindt zich. Hier meldt het dat er een oud notitieboek in de lade aanwezig is. Een bruikbaar patroon is „In ... ist ...“ om te zeggen wat zich ergens bevindt.
altes „altes“ betekent hier „oud“ en beschrijft het notitieboek in de lade. In „ein altes Notizbuch“ staat de beschrijving direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je kunt „altes“ gebruiken wanneer je een oud voorwerp beschrijft in een vergelijkbare constructie.
muss „muss“ betekent in „Ich muss nur eine kurze Liste schreiben“: moet. De spreker zegt dat schrijven de enige noodzakelijke handeling is. Een bruikbaar patroon is „Ich muss ... schreiben“ voor iets wat je moet schrijven.
nur „nur“ betekent hier „alleen“ en beperkt wat de spreker hoeft te doen tot het schrijven van een korte lijst. In „Ich muss nur ...“ maakt het de verplichting kleiner of specifieker. Je kunt „nur“ gebruiken om aan te geven dat er niets extra’s nodig is.
eine In „eine kurze Liste“ betekent „eine“: een, bij „Liste“. Het introduceert één niet nader bepaalde lijst die geschreven moet worden. Het patroon „eine ... schreiben“ kan worden gebruikt voor het schrijven van één bepaald soort tekst.
kurze „kurze“ betekent hier „korte“ en beschrijft de lijst die de spreker wil schrijven. In „eine kurze Liste“ staat het bijvoeglijke woord vóór „Liste“. Je kunt „kurze“ gebruiken om een tekst, taak of andere zaak als beperkt in lengte te beschrijven.
Liste „Liste“ betekent hier „lijst“, de korte tekst die de spreker wil schrijven. In „eine kurze Liste schreiben“ is het de tekst die wordt gemaakt. Je kunt „Liste“ gebruiken voor een reeks punten, namen of taken.
schreiben „schreiben“ betekent in „eine kurze Liste schreiben“: schrijven. Het benoemt de handeling die de spreker moet uitvoeren. Een bruikbaar patroon is „etwas schreiben“ voor het schrijven van een tekst of notitie.
Bring „Bring“ betekent hier „breng“ in „Bring beide zurück“. Het is een directe instructie om de twee geleende voorwerpen terug te brengen. Je kunt „Bring ... zurück“ gebruiken wanneer iemand iets naar de oorspronkelijke plaats of persoon moet terugbrengen.
beide „beide“ betekent hier „allebei“ en verwijst naar de pen en het notitieboek samen. In „Bring beide zurück“ vervangt het de volledige verwijzing naar deze twee voorwerpen. Je kunt „beide“ gebruiken wanneer je precies twee eerder genoemde zaken samen bedoelt.
zurück „zurück“ betekent in „Bring beide zurück“: terug. Samen met „Bring“ drukt het uit dat de twee voorwerpen teruggebracht moeten worden. Een bruikbaar patroon is „etwas zurückbringen“ voor iets terugbrengen naar de eigenaar of plaats.
wenn „wenn“ betekent hier „als“ of „wanneer“ en leidt de voorwaarde „wenn du fertig bist“ in. De terugbrengactie vindt plaats nadat de ander klaar is. Je kunt „wenn“ gebruiken om een voorwaarde of tijdstip voor een handeling te noemen.
du „du“ betekent hier „je“ en verwijst naar de persoon die de pen en het notitieboek gebruikt. In „wenn du fertig bist“ is die persoon het onderwerp van de bijzin. Je gebruikt „du“ wanneer je één bekende persoon rechtstreeks aanspreekt.
fertig „fertig“ betekent in „wenn du fertig bist“: klaar, dus klaar met de voorgenomen activiteit. Het beschrijft de toestand die als voorwaarde voor het terugbrengen geldt. Een bruikbaar patroon is „fertig sein“ om te zeggen dat je klaar bent.
bist „bist“ betekent in „du fertig bist“: bent. Samen met „fertig“ vormt het „fertig bist“, dus „klaar bent“. Je kunt „bist“ gebruiken in een zin over wat de aangesproken persoon is of hoe die zich bevindt.
lege „lege“ betekent hier „leg“ of „plaats“ in „Ich lege sie auf deinen Schreibtisch“. De spreker zegt dat hij de voorwerpen op het bureau zal plaatsen. Een bruikbaar patroon is „etwas auf ... legen“ voor iets op een oppervlak leggen.
sie „sie“ betekent hier „ze“ en verwijst naar de pen en het notitieboek samen. In „Ich lege sie ...“ zijn deze eerder genoemde voorwerpen wat geplaatst wordt. Je kunt „sie“ gebruiken om eerder genoemde meervoudige voorwerpen opnieuw te noemen.
auf „auf“ betekent in „auf deinen Schreibtisch“: op. Het geeft het oppervlak aan waarop de voorwerpen worden gelegd. Een bruikbaar patroon is „etwas auf den Tisch legen“ voor iets op een oppervlak plaatsen.
deinen In „deinen Schreibtisch“ betekent „deinen“: jouw of je, en het maakt duidelijk van wie het bureau is. Samen met „auf“ geeft de woordgroep de bestemming van de voorwerpen aan. Je kunt „deinen ...“ gebruiken om een voorwerp dat bij de aangesproken persoon hoort te benoemen.
Schreibtisch „Schreibtisch“ betekent hier „bureau“ of „schrijftafel“, de plaats waarop de twee voorwerpen worden gelegd. In „auf deinen Schreibtisch“ wordt het bureau als oppervlak genoemd. Je kunt „Schreibtisch“ gebruiken voor een bureau waaraan iemand werkt of schrijft.
So „So“ betekent hier „zo“ of „op die manier“ en verwijst naar het op het bureau leggen van de voorwerpen. Het verbindt die handeling met het gevolg dat ze gemakkelijk te vinden zijn. Je kunt „So ...“ gebruiken om naar een zojuist beschreven manier of handeling te verwijzen.
sind „sind“ betekent in „So sind sie leicht zu finden“: zijn. Hier beschrijft het de toestand van de pen en het notitieboek nadat ze op het bureau zijn gelegd. Een bruikbaar patroon is „So sind ...“ om een gevolg of toestand te beschrijven.
leicht „leicht“ betekent hier „gemakkelijk“ en zegt dat de voorwerpen zonder veel moeite gevonden kunnen worden. In „leicht zu finden“ beschrijft het hoe gemakkelijk de handeling is. Je kunt „leicht zu ...“ gebruiken om aan te geven dat iets eenvoudig uit te voeren is.
zu In „zu finden“ is „zu“ de markeerder vóór de infinitief en maakt het deel uit van de constructie „leicht zu finden“. Samen betekent „leicht zu finden“: gemakkelijk te vinden. Je kunt het patroon „leicht zu + infinitief“ gebruiken voor iets dat eenvoudig te doen is.
finden „finden“ betekent in „leicht zu finden“: vinden. Het beschrijft de handeling waarvoor de duidelijke plaats van de voorwerpen zorgt. Een bruikbaar patroon is „etwas finden“ voor het vinden van een voorwerp, persoon of informatie.

Grammatica

den + bijvoeglijk naamwoord op -en

Nimm den schwarzen Stift.

Nim deen sjvartsun sjtift.

Pak de zwarte pen.

Bij een mannelijk lijdend voorwerp krijgen het lidwoord en het bijvoeglijk naamwoord de vorm den schwarzen.

Duits woordenschat

alt bijvoeglijk naamwoord
alt oud altes
auch bijwoord
auk ook
Becher zelfstandig naamwoord
becher beker
benutzen werkwoord
benoetsun gebruiken
brauchen werkwoord
braauchen nodig hebben brauche
der bepaler
deer de den
in voorzetsel
in in
nehmen werkwoord
neemen pakken Nimm
Notizbuch zelfstandig naamwoord
notietsboech notitieboek
Schublade zelfstandig naamwoord
sjoeblaade la
schwarz bijvoeglijk naamwoord
sjvarts zwart schwarzen
Stift zelfstandig naamwoord
sjtift pen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik een pen gebruiken?

Antwoord tonenKann ich einen Stift benutzen?

Pak de zwarte uit de beker.

Antwoord tonenNimm den schwarzen aus dem Becher.

Ik heb ook een notitieboek nodig.

Antwoord tonenIch brauche auch ein Notizbuch.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

pen

Antwoord tonenStift

pakken

Antwoord tonenNimm

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen

notitieboek

Antwoord tonenNotizbuch