Een ladder lenen en veilig gebruiken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, two adults borrow a ladder to reach a high shelf and talk about using it safely..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een ladder lenen en veilig gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich mir deine Leiter ausleihen?

kan isj mier daine laiter auslaien? Kan ik je ladder lenen?
B

Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.

klaar, aa-ber zai bitte foor-zisj-tisj da-mit. Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.
A

Ich muss an ein hohes Regal kommen.

isj moes an aine hoo-es ree-gaal kom-men. Ik moet bij een hoge plank komen.
B

Ich kann sie für dich festhalten.

isj kan zie vuur disj fest-halten. Ik kan hem voor je stilhouden.
A

Das würde sehr helfen.

das vür-de zeer helpen. Dat zou veel helpen.
B

Steig nicht auf die oberste Stufe.

sjtaik nisjt auf die oo-berste sjoefe. Blijf van de bovenste trede af.
A

Ich bleibe auf einer unteren Stufe.

isj blaibe auf ainer oenteren sjoefe. Ik blijf op een lagere trede.
B

Bring sie zurück, wenn du fertig bist.

bring zie tsoe-rük, ven doe fer-tisj bist. Breng hem terug als je klaar bent.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich mir deine Leiter ausleihen?

    Kan ik je ladder lenen?

    Kann ich
    kan ik
    mir
    mij / voor mezelf
    deine
    jouw
    Leiter
    ladder
    ausleihen
    lenen
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich opent hier een ja/nee-vraag. kann is de vorm van können bij ich; het betekent hier “mag/kan ik”, dus een verzoek om toestemming of mogelijkheid. In een hoofdzin staat het vervoegde werkwoord in het Duits op de tweede plaats, maar in deze vraag staat het vooraan: Kann ich ...?. mir is de datiefvorm van ich en verwijst hier naar de persoon die iets voor zichzelf wil lenen. Bij het werkwoord ausleihen geeft mir aan voor wie de handeling bedoeld is. Vergelijk: Ich leihe mir ein Buch aus. — “Ik leen een boek voor mezelf.” deine betekent “jouw” en hoort bij Leiter. Het is de bezittelijke vorm bij du. In deze zin staat het bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord; bij Leiter blijft de vorm in de naamval van het lijdend voorwerp deine: deine Leiter. Leiter betekent hier “ladder”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Leiter; het meervoud is die Leitern. Een andere betekenis van Leiter is “leider”, maar die betekenis past niet bij de vaste vertaling en deze zin. ausleihen betekent “lenen” in de betekenis iets tijdelijk van iemand lenen. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin wordt het Ich leihe mir deine Leiter aus. — “Ik leen jouw ladder.” In het infinitief blijft het één vorm, zoals in deze vraag. Het verwante werkwoord verleihen betekent “uitlenen”: Sie verleiht die Leiter. — “Zij leent de ladder uit.” Samen vormen de delen Kann ich + mir + deine Leiter + ausleihen de vraag “Kan ik jouw ladder lenen?” Kann markeert de vraag naar toestemming of mogelijkheid, mir de persoon die voor zichzelf leent, deine Leiter het geleende voorwerp, en ausleihen de leenhandeling. De infinitief staat aan het einde, zoals gebruikelijk bij een modaal werkwoord in het Duits.

  2. Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.

    Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.

    Klar
    Natuurlijk
    sei bitte
    wees alsjeblieft
    vorsichtig
    voorzichtig
    damit
    ermee
    Uitgebreide uitleg

    Klar betekent hier op informele wijze dat de spreker instemt: “natuurlijk” of “zeker”. Het is een korte zelfstandige reactie; in combinatie met het volgende aber ontstaat: “Natuurlijk, maar …”. sei bitte bevat de verzachting bitte en de gebiedende wijs sei van sein voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De vormreeks is sein → sei (du), seid (ihr), seien Sie (formele aanspreking). Bitte maakt het verzoek vriendelijker, maar verandert de grammaticale persoon niet. vorsichtig beschrijft hier de gewenste manier van handelen: voorzichtig, met aandacht voor mogelijk gevaar of schade. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord krijgt het in sei vorsichtig geen uitgang. Voorbeeld: Sei vorsichtig mit der Leiter. — “Wees voorzichtig met de ladder.” damit is een pronominaal bijwoord met de delen da- + mit: “ermee” of “daarmee”. Het verwijst hier, in samenhang met de voorafgaande vraag en de vaste vertaling, naar de ladder die de aangesprokene wil lenen; het drukt uit waarmee men voorzichtig moet zijn. Voor een menselijke persoon gebruikt het Duits een voorzetsel met een persoonlijk voornaamwoord, bijvoorbeeld mit ihm — “met hem”. Damit wordt hier dus voor een zaak gebruikt. Samen vormen aber, sei bitte vorsichtig en damit de betekenis: “maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee”. De hele uiting betekent: “Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.”

  3. Ich muss an ein hohes Regal kommen.

    Ik moet bij een hoge plank komen.

    Ich muss
    ik moet
    an ein
    bij een
    hohes
    hoog
    Regal
    rek
    kommen
    komen
    Uitgebreide uitleg

    Ich muss: müssen betekent hier dat de spreker iets moet doen. muss is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; het onderwerp Ich bepaalt die vorm. Als modaal werkwoord staat müssen hier vervoegd en staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich muss ... kommen = “Ik moet ... komen”. an ein: Bij kommen geeft an hier de bestemming of het punt aan dat iemand probeert te bereiken. Daarom staat het volgende lidwoord in de accusatief: an ein .... ein is hier geen expliciete tel-aanduiding, maar een onbepaald lidwoord bij het zelfstandig naamwoord. hohes: Het grondwoord is hoch (“hoog”). In ein hohes Regal krijgt hoch de vorm hohes, omdat het bij het onzijdige enkelvoudige Regal hoort in deze naamval: das Regal, ein hohes Regal. De uitgang -es zit dus aan het bijvoeglijk naamwoord hohes, niet aan Regal. Regal: das Regal betekent hier, volgens de vaste vertaling, een hoge plank. Het meervoud is Regale. Het onzijdige geslacht verklaart mede de vorm ein hohes Regal; geslacht, naamval en getal werken hier samen. kommen: De basisvorm is kommen. Na het modale werkwoord muss blijft het een infinitief. In deze zin betekent het niet alleen “komen”, maar in combinatie met an ... kommen: bij of tot iets komen, dus een plek of voorwerp bereiken. Samen vormen de delen: Ich muss + an ein hohes Regal + kommen. De volledige betekenis is: “Ik moet bij een hoge plank komen.” De zin drukt noodzaak uit en noemt de hoge plank als het punt dat de spreker moet bereiken.

  4. Ich kann sie für dich festhalten.

    Ik kan hem voor je stilhouden.

    Ich kann
    ik kan
    sie
    haar/hen
    für dich
    voor jou
    festhalten
    vasthouden; stilhouden
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann = “ik kan”. In deze constructie staat daarna een infinitief; het werkwoord festhalten blijft daarom in de infinitief staan. Een herbruikbaar patroon is Ich kann + infinitief, bijvoorbeeld: Ich kann warten. = “Ik kan wachten.” sie: In deze zin is sie het lijdend voorwerp van festhalten. Zonder extra context kan deze vorm grammaticaal vrouwelijk enkelvoud (“haar”) of meervoud (“hen/ze”) zijn. Het woord zelf markeert hier niet welke van die twee lezingen bedoeld is. De vaste Nederlandse vertaling zegt echter “hem”, en dat komt niet overeen met het Duitse sie: voor een mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp zou Duits normaal ihn gebruiken. De concrete referent en de bedoelde betekenis zijn daarom tussen de vaste brontekst en vertaling niet volledig verenigbaar; deze analyse moet op dit punt onopgelost blijven. für dich: für betekent hier “voor” in de betekenis van iemand ten goede komen of iets namens iemand doen. Na für staat de accusatief; het persoonlijke voornaamwoord is daarom dich, de accusatiefvorm van du. Vergelijk: für mich = “voor mij” en für dich = “voor jou”. festhalten: Dit is een scheidbaar samengesteld werkwoord: fest + halten. In de infinitief blijven de delen samen. Hier betekent het “vasthouden” of “stilhouden”: ervoor zorgen dat iets of iemand niet beweegt. In een hoofdzin kan het voorvoegsel uiteenstaan, bijvoorbeeld: Ich halte die Tür fest. = “Ik houd de deur vast.” De vorm halten is de basis van het werkwoord; fest is hier geen los bijwoordelijke toevoeging, maar onderdeel van het werkwoord. Samen vormen de delen de structuur Ich kann sie für dich festhalten: de spreker zegt dat die persoon of personen door de spreker kunnen worden vast- of stilgehouden ten gunste van de aangesprokene. De Duitse bron ondersteunt daarbij “haar” of “hen/ze” voor sie, maar niet eenduidig het “hem” van de vaste Nederlandse vertaling; daarom kan de volledige bedoelde referentie niet definitief worden vastgesteld.

  5. Das würde sehr helfen.

    Dat zou veel helpen.

    Das
    dat
    würde
    zou
    sehr
    erg
    helfen
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord voor iets dat uit de context begrepen wordt. Het verwijst in deze zin niet noodzakelijk naar een zelfstandig naamwoord dat in de zin zelf genoemd wordt. Vergelijk als voorbeeld: Das ist wichtig. — “Dat is belangrijk.” würde is de vorm van werden die hier een voorwaardelijke of hypothetische betekenis uitdrukt: “zou”. In combinatie met een infinitief staat würde op de tweede plaats en komt de infinitief aan het einde: Das würde helfen — “Dat zou helpen.” Dit is geen gewone verleden tijd van helfen; würde draagt hier de modaliteit, terwijl helfen de handeling benoemt. sehr versterkt het werkwoord: “erg” of “heel”. In sehr helfen betekent het dat iets in sterke mate zou helpen. Het is iets anders dan viel, dat meestal een hoeveelheid aanduidt. helfen is de infinitief, de basisvorm, van “helpen”. De vervoeging in de tegenwoordige tijd is bijvoorbeeld ich helfe, du hilfst, er/sie/es hilft; de klinker verandert dus bij de tweede en derde persoon enkelvoud. Het werkwoord kan ook een persoon als meewerkend voorwerp met de datief nemen: Ich helfe dem Mann. — “Ik help de man.” In de vaste zin staat zo’n persoon niet uitgedrukt. Samen vormen de delen Das würde sehr helfen de betekenis “Dat zou erg helpen.” Het voornaamwoord benoemt wat zou helpen, würde maakt de uitspraak voorwaardelijk, sehr versterkt de mate en helfen staat als infinitief aan het einde. De constructie Das würde ... is daardoor direct herbruikbaar voor andere handelingen, bijvoorbeeld: Das würde genügen. — “Dat zou voldoende zijn.”

  6. Steig nicht auf die oberste Stufe.

    Blijf van de bovenste trede af.

    Steig
    stap
    nicht
    niet
    auf
    op
    die
    de
    oberste
    bovenste
    Stufe
    trede
    Uitgebreide uitleg

    Steig is de gebiedende wijs van steigen (“stijgen, klimmen”) voor du. In deze zin betekent het “stap/klim”. De vorm steig is de korte imperatief; een formele of meervoudige opdracht gebruikt bijvoorbeeld Steigen Sie .... nicht maakt de opdracht negatief. Steig nicht ... betekent dus “stap/klim niet ...”. Voorbeeld: Geh nicht so schnell. — “Loop niet zo snel.” auf betekent hier “op” en staat bij een beweging naar een oppervlak of plaats met de accusatief. Vergelijk: Ich stehe auf der Stufe. — “Ik sta op de trede.” Daar is sprake van een plaats, dus staat Stufe na auf in de datief; bij beweging naar de trede staat auf die Stufe. die is hier het bepaald lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoud Stufe; in deze constructie is het de accusatief. Bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden zijn nominatief en accusatief van het lidwoord allebei die. Het lidwoord drukt hier bepaaldheid uit, niet op zichzelf een aantal. oberste is de overtreffende trap van ober (“boven”/“hoger gelegen”) en betekent hier “bovenste”. De uitgang -e hoort bij het bijvoeglijk naamwoord in die oberste Stufe: bepaald lidwoord, vrouwelijk enkelvoud, accusatief. Oberer is niet de vergrotende trap maar een verbogen vorm van ober, bijvoorbeeld in auf einer oberen Stufe (“op een hogere/bovenliggende trede”). Stufe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “trede”. Het meervoud is Stufen. Voorbeeld: Die Stufe ist rutschig. — “De trede is glad.” Samen vormt Steig nicht auf die oberste Stufe de negatieve opdracht “Stap niet op de bovenste trede” of, natuurlijk volgens de vaste vertaling, “Blijf van de bovenste trede af.” Steig geeft de opdracht, nicht ontkent die, en auf die oberste Stufe benoemt de trede waarnaar de beweging niet mag plaatsvinden.

  7. Ich bleibe auf einer unteren Stufe.

    Ik blijf op een lagere trede.

    Ich
    ik
    bleibe
    blijf
    auf
    op
    unteren
    lagere
    Stufe
    trede
    Uitgebreide uitleg

    Ich is het onderwerp en betekent hier “ik”: de eerste persoon enkelvoud. In het Duits staat het onderwerp vaak vóór de persoonsvorm, maar de vorm zelf geeft hier ook al de eerste persoon enkelvoud aan. bleibe komt van bleiben en is de tegenwoordige tijd van “blijven” bij ich: ich bleibe. De uitgang -e hoort bij deze persoonsvorm. Bleiben drukt hier een toestand of plaats aan die voortduurt, niet een beweging naar een plaats. auf betekent hier “op”. Bij een plaats waar iemand zich bevindt, staat auf met de datief. Bij een beweging naar een plaats gebruikt het Duits vaak de accusatief. Vergelijk: Ich bleibe auf einer Stufe. = “Ik blijf op een trede.” tegenover het voorbeeld Ich steige auf eine Stufe. = “Ik stap op een trede.” unteren is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord unter in de betekenis “lager” of “onderste/lager gelegen”. Het beschrijft Stufe; het is dus niet de vorm van het zelfstandig naamwoord. In einer unteren Stufe staat het bijvoeglijk naamwoord op -en, omdat het na het datieve onbepaalde lidwoord einer komt. Een nuttig contrast is einer höheren Stufe = “een hogere trede/een hoger niveau”. Stufe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “trede”. Het kan ook “niveau” of “stadium” betekenen, afhankelijk van de context. Het meervoud is Stufen, bijvoorbeeld: Die Stufen sind rutschig. = “De treden zijn glad.” Samen vormt auf einer unteren Stufe een plaatsbepaling: “op een lagere trede”. Ich bleibe zegt dat de spreker daar blijft. De volledige betekenis is daarom: “Ik blijf op een lagere trede.”

  8. Bring sie zurück, wenn du fertig bist.

    Breng hem terug als je klaar bent.

    Bring … zurück
    breng terug
    sie
    haar of hen
    wenn
    als / wanneer
    du
    je
    fertig
    klaar
    bist
    bent
    Uitgebreide uitleg

    Bring ... zurück is een scheidbaar werkwoord: zurückbringen betekent iets of iemand terugbrengen. In de gebiedende wijs voor du staat Bring vooraan en komt zurück aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Bring das Buch zurück. — Breng het boek terug. sie is hier een lijdend voorwerp. Deze vorm kan in het Duits onder andere vrouwelijk enkelvoud of meervoud aanduiden; de vorm zelf maakt dus niet één specifieke referent duidelijk. De vaste vertaling gebruikt echter een mannelijke enkelvoudige referent (“hem”), en dat komt niet overeen met sie. Daarom is de volledige bedoelde betekenis op basis van de twee vaste teksten onopgelost. wenn leidt een voorwaardelijke of temporele bijzin in: hier ongeveer “als/wanneer”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. du is de informele tweede persoon enkelvoud, vergelijkbaar met “je”. fertig betekent “klaar” of “af”. Het is een bijvoeglijk naamwoord; in deze constructie staat het zonder verbuigingsuitgang na sein. bist is de tweede persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein → du bist. Voorbeeld: Wenn du fertig bist, gehen wir. — Als je klaar bent, gaan we. De Duitse zinsbouw combineert dus een bevel (Bring ... zurück) met de voorwaarde wenn du fertig bist. De woordvolgorde geeft de betekenis “Breng [de bedoelde persoon of zaak] terug wanneer/als je klaar bent”, maar de referentie in de vaste vertaling botst met de Duitse vorm sie; een betrouwbare volledige vertaling kan daarom niet worden vastgesteld.

Grammatica

Steig ...!

Steig vorsichtig!

sjtaik foor-zisj-tisj!

Stap voorzichtig!

De gebiedende wijs voor du gebruikt vaak alleen de werkwoordstam: steigen wordt Steig.

Bring ... zurück!

Bring die Leiter zurück!

bring die laiter tsoe-rük!

Breng de ladder terug!

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel terug aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

ausleihen werkwoord
auslaien lenen

Kann ich mir deine Leiter ausleihen?

damit bijwoord
da-mit ermee

Sei bitte vorsichtig damit.

festhalten werkwoord
fest-halten vasthouden

Ich kann sie für dich festhalten.

helfen werkwoord
helpen helpen

Das würde sehr helfen.

hoch bijvoeglijk naamwoord
hoog hoog hohes

Ich muss an ein hohes Regal kommen.

Klar tussenwerpsel
klaar zeker

Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.

kommen werkwoord
kom-men komen

Ich muss an ein hohes Regal kommen.

Leiter zelfstandig naamwoord
laiter ladder

Kann ich mir deine Leiter ausleihen?

oberste bijvoeglijk naamwoord
oo-berste bovenste

Steig nicht auf die oberste Stufe.

Regal zelfstandig naamwoord
ree-gaal rek

Ich muss an ein hohes Regal kommen.

Steig werkwoord
sjtaik stap

Steig nicht auf die oberste Stufe.

vorsichtig bijvoeglijk naamwoord
foor-zisj-tisj voorzichtig

Sei bitte vorsichtig damit.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik je ladder lenen?

Antwoord tonenKann ich mir deine Leiter ausleihen?

Natuurlijk, maar wees er alsjeblieft voorzichtig mee.

Antwoord tonenKlar, aber sei bitte vorsichtig damit.

Ik kan hem voor je stilhouden.

Antwoord tonenIch kann sie für dich festhalten.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

ladder

Antwoord tonenLeiter

ermee

Antwoord tonendamit

komen

Antwoord tonenkommen

rek

Antwoord tonenRegal