Kann
„Kann“ geeft in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ aan dat de spreker vraagt of iets mogelijk of toegestaan is. Met „Kann ich ...?“ vraag je in een informele situatie of je iets kunt of mag doen; hier gaat het om lenen. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je toestemming vraagt.
ich
„ich“ betekent „ik“ en is in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ degene die de handeling wil uitvoeren. Het staat hier direct na „Kann“ in de vraag. Gebruik het wanneer je over jezelf spreekt.
mir
„mir“ verwijst in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ naar de spreker zelf als degene die de ladder voor eigen gebruik wil lenen. Het hoort hier bij de uitdrukking voor iets voor jezelf lenen. Je gebruikt deze vorm wanneer je aangeeft dat iets voor jou bestemd is of door jou wordt gebruikt.
deine
„deine“ betekent „jouw“ en geeft in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ aan dat de ladder van de aangesproken persoon is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het bezit benoemt. Gebruik het om naar iets van de persoon tegenover je te verwijzen.
Leiter
„Leiter“ betekent hier „ladder“ en is het voorwerp dat in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ wordt geleend. Het woord kan gebruikt worden voor een ladder waarmee je hoger kunt komen. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je in een gedeelde ruimte iets op een hoge plek wilt pakken.
ausleihen
„ausleihen“ betekent in „Kann ich mir deine Leiter ausleihen?“ dat je iets tijdelijk van iemand neemt en later terugbrengt. Na „Kann“ staat het als infinitief aan het einde van de vraag. Je gebruikt het wanneer je bijvoorbeeld een voorwerp van een bekende of uit een bibliotheek wilt lenen.
Klar
„Klar“ betekent in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ „zeker“ of „natuurlijk“ en drukt instemming uit. Het kan zelfstandig als kort antwoord worden gebruikt. Je gebruikt het in een informele situatie wanneer je een verzoek accepteert.
aber
„aber“ betekent „maar“ en brengt in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ een beperking of waarschuwing na de instemming. Het verbindt twee delen met een tegenstelling. Je gebruikt het wanneer je iets toestaat, maar tegelijk een voorwaarde of waarschuwing wilt geven.
sei
„sei“ is in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ een directe instructie om voorzichtig te zijn. Het is de vorm die je gebruikt wanneer je één persoon informeel aanspreekt. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij een veiligheidswaarschuwing.
bitte
„bitte“ maakt de instructie in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ beleefder en betekent hier „alsjeblieft“. Het verzacht de directe aansporing „sei“. Je gebruikt het bij een verzoek of instructie aan iemand die je informeel aanspreekt.
vorsichtig
„vorsichtig“ betekent „voorzichtig“ en beschrijft in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ hoe iemand met de ladder moet omgaan. Het staat hier bij „sei“ en geeft de gewenste manier van handelen aan. Je gebruikt het wanneer iets veilig en zorgvuldig moet gebeuren.
damit
„damit“ betekent hier „daarmee“ of „ermee“ en verwijst in „Klar, aber sei bitte vorsichtig damit.“ naar de eerder genoemde ladder. Het vervangt een herhaling van dat voorwerp. Je gebruikt het wanneer duidelijk is met welk voorwerp iemand voorzichtig moet zijn.
muss
„muss“ betekent „moet“ en geeft in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ aan dat de spreker iets nodig heeft of noodzakelijk moet doen. Na „muss“ staat de handeling hier in „kommen“ aan het einde. Je gebruikt het om een noodzaak of verplichting uit te drukken.
an
„an“ geeft in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ het doel aan waar de spreker bij wil komen: een hoog rek. Het vormt hier samen met „kommen“ de betekenis „bij iets komen“ of „iets bereiken“. Je gebruikt deze combinatie wanneer je een bepaald voorwerp of doel probeert te bereiken.
ein
„ein“ betekent „een“ en hoort in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ bij het niet nader bepaalde rek. Het staat aan het begin van de woordgroep „ein hohes Regal“. Je gebruikt het wanneer je naar één niet-specifiek genoemd voorwerp verwijst.
hohes
„hohes“ betekent „hoog“ en beschrijft in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ het rek. De vorm staat hier vóór „Regal“ in de woordgroep „ein hohes Regal“. Je gebruikt zo’n bijvoeglijke beschrijving om de positie of eigenschap van een voorwerp duidelijk te maken.
Regal
„Regal“ betekent hier „rek“ of „plankenkast“ en is in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ de hoge plek waar de spreker bij wil komen. Het gaat om een meubel waarop spullen staan. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iets van een plank of uit een rek wilt pakken.
kommen
„kommen“ betekent in „Ich muss an ein hohes Regal kommen.“ niet alleen „komen“, maar hier „bij een hoog rek komen“ of het bereiken. Het staat als infinitief na „muss“. Je gebruikt „an ... kommen“ wanneer je probeert bij een voorwerp of plaats te komen.
sie
„sie“ verwijst in „Ich kann sie für dich festhalten.“ naar de eerder genoemde ladder, niet naar een persoon. Het vervangt „Leiter“ zodat het voorwerp niet opnieuw genoemd hoeft te worden. Je gebruikt zo’n voornaamwoord wanneer het duidelijk is welk voorwerp bedoeld wordt.
für
„für“ betekent „voor“ en geeft in „Ich kann sie für dich festhalten.“ aan voor wie de handeling wordt gedaan. Het staat hier vóór „dich“ in de vaste woordgroep „für dich“. Je gebruikt het om de begunstigde of ontvanger van een handeling aan te geven.
dich
„dich“ verwijst in „Ich kann sie für dich festhalten.“ naar de persoon die wordt geholpen: de aangesproken persoon. Samen met „für“ betekent het „voor jou“. Je gebruikt „für dich“ wanneer je zegt dat je iets ten bate van de ander doet.
festhalten
„festhalten“ betekent in „Ich kann sie für dich festhalten.“ de ladder stevig vasthouden zodat die stabiel blijft. Het staat als infinitief na „kann“. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een voorwerp op zijn plaats houdt om iemand anders te helpen.
Das
„Das“ betekent „dat“ en verwijst in „Das würde sehr helfen.“ naar de aangeboden hulp of handeling uit de vorige zin. Het maakt van die eerdere actie het onderwerp van het antwoord. Je gebruikt het bijvoorbeeld om positief te reageren op een aanbod.
würde
„würde“ betekent hier „zou“ en maakt in „Das würde sehr helfen.“ duidelijk dat de genoemde hulp een gewenste of mogelijke uitwerking zou hebben. Het geeft een voorwaardelijke, beleefde beoordeling. Je gebruikt „Das würde ...“ om te zeggen dat iets nuttig zou zijn.
sehr
„sehr“ betekent „erg“ of „heel“ en versterkt in „Das würde sehr helfen.“ de mate waarin de hulp nuttig zou zijn. Het staat vóór „helfen“ en maakt de waardering sterker. Je gebruikt het wanneer je wilt benadrukken dat iets veel verschil maakt.
helfen
„helfen“ betekent „helpen“ en benoemt in „Das würde sehr helfen.“ de nuttige steun die de spreker verwacht. Het staat als infinitief na „würde“. Je gebruikt het voor hulp die een taak of situatie gemakkelijker maakt.
Steig
„Steig“ is in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ een directe instructie om op de ladder te stappen of te klimmen. Samen met „nicht“ vormt het een veiligheidswaarschuwing. Je gebruikt het wanneer je iemand informeel aanwijzingen geeft over veilig bewegen.
nicht
„nicht“ betekent „niet“ en ontkent in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ de handeling van op de bovenste trede stappen. Het staat direct na de gebiedende vorm „Steig“. Je gebruikt het om een handeling te verbieden of af te raden.
auf
„auf“ geeft in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ aan dat de beweging naar boven op de trede gericht is. Het hoort hier bij „auf die oberste Stufe“. Je gebruikt het bij aanwijzingen om op een oppervlak of trede te stappen.
die
„die“ betekent hier „de“ en hoort in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ bij „Stufe“. Het maakt samen met „oberste“ duidelijk over welke trede het gaat. Je gebruikt het hier om naar de specifieke bovenste trede te verwijzen.
oberste
„oberste“ betekent „bovenste“ en beschrijft in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ de hoogste trede van de ladder. Het maakt duidelijk welke trede vermeden moet worden. Je gebruikt het om het hoogste onderdeel binnen een reeks aan te wijzen.
Stufe
„Stufe“ betekent hier „trede“ en verwijst in „Steig nicht auf die oberste Stufe.“ naar een trede van de ladder. In deze situatie gaat het specifiek om de bovenste trede. Je gebruikt het wanneer je over een afzonderlijke trede of opstap spreekt.
bleibe
„bleibe“ betekent „blijf“ en drukt in „Ich bleibe auf einer unteren Stufe.“ uit dat de spreker op een lagere trede zal blijven staan. De vorm hoort bij „Ich“ en beschrijft hier een toezegging. Je gebruikt „bleibe“ wanneer je zegt dat je op een bepaalde plaats of positie blijft.
einer
„einer“ betekent in „Ich bleibe auf einer unteren Stufe.“ „een“ en verwijst naar één niet nader bepaalde trede. Het staat vóór „unteren Stufe“ in de woordgroep die de plaats aangeeft. Je gebruikt het wanneer je één niet-specifiek genoemd onderdeel aanwijst.
unteren
„unteren“ betekent „lagere“ en beschrijft in „Ich bleibe auf einer unteren Stufe.“ een trede onder de bovenste trede. Het geeft de veilige positie op de ladder aan. Je gebruikt het om een lager gelegen onderdeel binnen een reeks te beschrijven.
Bring
„Bring“ is in „Bring sie zurück, wenn du fertig bist.“ een directe instructie om de ladder mee te nemen. Samen met „zurück“ betekent de zin dat de ladder teruggebracht moet worden. Je gebruikt het wanneer je iemand informeel vraagt iets ergens heen te brengen.
zurück
„zurück“ betekent „terug“ en geeft in „Bring sie zurück, wenn du fertig bist.“ de richting van het brengen aan: terug naar de eigenaar of de eerdere plaats. Het vormt samen met „Bring“ de betekenis „terugbrengen“. Je gebruikt het wanneer iets naar een eerdere plaats of persoon moet gaan.
wenn
„wenn“ betekent hier „als“ of „wanneer“ en introduceert in „Bring sie zurück, wenn du fertig bist.“ het moment waarop de ladder moet worden teruggebracht. Het verbindt de opdracht met de voorwaarde dat de taak klaar is. Je gebruikt het om een tijdstip of voorwaarde aan te geven.
du
„du“ betekent „jij“ en is in „Bring sie zurück, wenn du fertig bist.“ degene die de taak uitvoert en daarna de ladder terugbrengt. Het staat als onderwerp in de bijzin na „wenn“. Je gebruikt het bij een informele aanspreking van één persoon.
fertig
„fertig“ betekent „klaar“ en beschrijft in „Bring sie zurück, wenn du fertig bist.“ dat de taak van de aangesproken persoon is afgerond. Het staat samen met „bist“ in de uitdrukking voor klaar zijn. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer iemand klaar is met een klus.
bist
„bist“ betekent „bent“ en verbindt in „wenn du fertig bist“ de persoon „du“ met de toestand „fertig“. Samen betekent dit „wanneer je klaar bent“. Je gebruikt het om bij een informeel aangesproken persoon een toestand of eigenschap uit te drukken.