Hast
In "Hast du ...?" betekent "Hast" hier "heb je". Het is de vorm van "haben" bij "du" en staat aan het begin van deze vraag. Je gebruikt hetzelfde vraagpatroon voor iets dat iemand heeft: "Hast du ...?".
du
"du" betekent hier "jij" en verwijst naar de persoon aan wie A iets vraagt. Samen met "Hast" vormt het "Hast du ...?". Gebruik "du" in een informele vraag aan één persoon.
ein
"ein" betekent hier "een" en staat voor één niet nader bepaald exemplaar van "Putztuch". In "ein Putztuch" hoort het bij het zelfstandig naamwoord. Je kunt "ein" ook voor andere enkelvoudige zelfstandige naamwoorden gebruiken wanneer je één exemplaar bedoelt.
Putztuch
"Putztuch" betekent hier "schoonmaakdoek", dus een doek die je kunt gebruiken om schoon te maken. In "ein Putztuch, das ich benutzen kann" is het het voorwerp waarnaar gevraagd wordt. Een nieuw voorbeeld is: "Das Putztuch ist in der Box."
das
In "das ich benutzen kann" betekent "das" "dat" en verwijst het naar "Putztuch". In "Das Spray steht daneben" is "Das" het bepaalde lidwoord bij "Spray" en betekent het "het". Let dus op de betekenis in de zin en op de hoofdletter aan het begin van de nieuwe zin.
ich
"ich" betekent hier "ik" en verwijst naar de spreker die de doek wil gebruiken. In "das ich benutzen kann" is "ich" degene die de handeling uitvoert. Je gebruikt "ich" om over jezelf te spreken.
benutzen
"benutzen" betekent hier "gebruiken" in "das ich benutzen kann". Na "kann" staat "benutzen" in deze vorm aan het einde van de bijzin. Een veelgebruikt patroon is "etwas benutzen", bijvoorbeeld: "Ich benutze das Tuch."
kann
"kann" betekent hier "kan" en geeft aan dat de spreker de doek kan gebruiken. In "das ich benutzen kann" staat het bij "ich" en komt het aan het einde van de bijzin. Je gebruikt "kann" ook om een mogelijkheid of toestemming uit te drukken.
In
"In" betekent hier "in" en geeft aan waar het exemplaar zich bevindt: "In der Box". Het staat voor de plaatsaanduiding in het antwoord. Je gebruikt "in" bijvoorbeeld met een doos, tas of kast waarin iets zich bevindt.
der
"der" hoort hier bij "Box" in de woordgroep "In der Box" en maakt daarvan "in de doos". Samen verwijzen "der Box" naar de plaats waar het doek ligt. Leer de combinatie als een plaatsaanduiding: "in der Box".
Box
"Box" betekent hier "doos" en is de plaats waarin het doek en later ook de spray worden bewaard. In "In der Box" staat het na "der". Een nieuw voorbeeld is: "Die Box ist auf dem Tisch."
ist
"ist" betekent hier "is" en zegt waar het exemplaar zich bevindt in "In der Box ist eins". Het verbindt de plaatsaanduiding met "eins". Je gebruikt "ist" ook om te zeggen waar één ding is.
eins
"eins" betekent hier "één exemplaar" en verwijst naar een schoonmaakdoek zonder "Putztuch" opnieuw te herhalen. In "In der Box ist eins" betekent het dus dat er één doek in de doos zit. Gebruik "eins" wanneer duidelijk is welk soort ding je bedoelt.
auch
"auch" betekent hier "ook" en voegt schoonmaakspray toe aan de eerdere vraag over een schoonmaakdoek. In "Hast du auch Putzspray?" staat het vóór het gevraagde voorwerp. Je gebruikt "auch" om nog iets of iemand aan dezelfde situatie toe te voegen.
Putzspray
"Putzspray" betekent hier "schoonmaakspray". In "Hast du auch Putzspray?" vraagt A of B dit schoonmaakmiddel ook heeft. Een nieuw voorbeeld is: "Das Putzspray steht in der Box."
Spray
"Spray" betekent hier "spray" en verwijst naar de schoonmaakspray uit de vorige zin. In "Das Spray steht daneben" is het het onderwerp van de zin. Je kunt "Spray" gebruiken om naar dit middel te verwijzen nadat het al genoemd is.
steht
"steht" betekent hier "staat" en beschrijft waar de spray zich bevindt: naast het andere voorwerp. In "Das Spray steht daneben" wordt "steht" gebruikt voor een voorwerp dat op een bepaalde plek staat. Een nieuw voorbeeld is: "Das Spray steht auf dem Tisch."
daneben
"daneben" betekent hier "ernaast" en verwijst naar een plek naast het eerder genoemde voorwerp. In "Das Spray steht daneben" geeft het aan waar de spray staat. Je gebruikt "daneben" wanneer de plaats naast iets al uit de context duidelijk is.
muss
"muss" betekent hier "moet" en geeft in "Ich muss diesen Schreibtisch sauber machen" een noodzakelijke handeling aan. Het staat bij "Ich" en voor de volledige handeling "sauber machen". Je gebruikt "muss" ook voor iets dat nodig is om te doen.
diesen
"diesen" betekent hier "deze" en wijst naar het specifieke bureau dat schoongemaakt moet worden. In "diesen Schreibtisch" staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt "diesen" om naar één bepaald mannelijk voorwerp in de situatie te verwijzen.
Schreibtisch
"Schreibtisch" betekent hier "bureau" en is het oppervlak dat schoongemaakt en afgeveegd wordt. In "diesen Schreibtisch" gaat het om het specifieke bureau in de gedeelde ruimte. Een nieuw voorbeeld is: "Der Schreibtisch ist sauber."
sauber
"sauber" betekent hier "schoon" in de combinatie "sauber machen". De volledige combinatie betekent dat je iets schoonmaakt; "sauber" beschrijft het gewenste resultaat. Een nieuw voorbeeld is: "Ich mache den Tisch sauber."
machen
"machen" betekent hier "maken" als onderdeel van "sauber machen", dus iets schoonmaken. Na "muss" staat "machen" aan het einde van de zin. Gebruik het patroon "etwas sauber machen" met het voorwerp dat je schoonmaakt.
Nimm
"Nimm" betekent hier "neem" en wordt in "Nimm nur ein bisschen" als directe instructie gebruikt om maar een kleine hoeveelheid te nemen of te gebruiken. Het is een bevel aan één persoon. Je gebruikt "Nimm" bijvoorbeeld wanneer je iemand aanwijzingen geeft over een hoeveelheid of voorwerp.
nur
"nur" betekent hier "alleen" of "slechts" en beperkt de hoeveelheid in "Nimm nur ein bisschen". Het maakt duidelijk dat de persoon niet veel moet nemen. Je kunt "nur" vóór een hoeveelheid of ander beperkt onderdeel plaatsen.
bisschen
"bisschen" betekent hier "beetje" en verwijst naar een kleine hoeveelheid schoonmaakspray. In "Nimm nur ein bisschen" vormt het samen met "ein" de hoeveelheid die je mag nemen. Een nieuw voorbeeld is: "Nur ein bisschen Wasser, bitte."
wische
"wische" betekent hier "veeg" in "Ich wische den Schreibtisch ab". Het is de vorm van "wischen" die in deze zin bij "Ich" staat. Gebruik het patroon "Ich wische ... ab" wanneer je zegt dat je een oppervlak afveegt.
den
"den" hoort hier bij "Schreibtisch" in "den Schreibtisch" en verwijst naar het bureau dat wordt afgeveegd. Dezelfde woordgroep komt in de zin voor als voorwerp van "wische ... ab". Je gebruikt de volledige combinatie met het specifieke voorwerp van de handeling.
ab
"ab" is hier het tweede deel van "wische ... ab" en draagt het idee van afvegen of verwijderen bij. De volledige uitdrukking "wische den Schreibtisch ab" betekent "ik veeg het bureau af"; "ab" alleen betekent niet de hele handeling. Bij deze uitdrukking staat het deel "ab" aan het einde van de hoofdzin.
und
"und" betekent hier "en" en verbindt twee handelingen: het bureau afvegen en beide spullen terugzetten. In "Ich wische den Schreibtisch ab und stelle beide zurück" koppelt het twee delen van dezelfde mededeling. Je gebruikt "und" om handelingen of zaken samen te voegen.
stelle
"stelle" betekent hier "zet" in "stelle beide zurück" en beschrijft dat de twee spullen terug op hun plaats worden gezet. Het is de vorm van "stellen" die in deze zin bij "Ich" staat. Een bruikbaar patroon is "etwas zurückstellen" voor iets terugzetten.
beide
"beide" betekent hier "beide" en verwijst naar de twee eerder genoemde schoonmaakspullen: de doek en de spray. In "stelle beide zurück" is het datgene wat wordt teruggezet. Je gebruikt "beide" wanneer precies twee bekende personen of dingen samen bedoeld zijn.
zurück
"zurück" betekent hier "terug" en maakt in "stelle beide zurück" duidelijk dat de twee spullen terug naar hun eerdere plaats gaan. Samen met "stelle" vormt het de handeling "terugzetten". Je gebruikt het patroon "etwas zurückstellen" wanneer iets weer op zijn plaats wordt gezet.
Lass
"Lass" betekent hier "laat" of "houd" in de instructie "Lass sie zusammen in der Box". De spreker vraagt om de spullen samen in de doos te laten. Het is een directe instructie aan één persoon; een nieuw voorbeeld is: "Lass das Buch hier."
sie
"sie" betekent hier "ze" of "hen" en verwijst naar de twee schoonmaakspullen. In "Lass sie zusammen in der Box" zijn zij de dingen die samen in de doos moeten blijven. Je gebruikt "sie" om eerder genoemde personen of dingen opnieuw aan te duiden.
zusammen
"zusammen" betekent hier "samen" en geeft aan dat de doek en de spray bij elkaar in de doos moeten blijven. In "Lass sie zusammen in der Box" beschrijft het hun gezamenlijke plaatsing. Je gebruikt "zusammen" wanneer twee of meer dingen als één groep bij elkaar moeten zijn.