Een vastzittende deur openen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a stuck door, two adults try to open it and decide to fix the loose handle before anyone gets stuck..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een vastzittende deur openen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Tür klemmt.

die tuur klempt De deur zit vast.
B

Versuch, am Griff zu ziehen.

ferzóechen, am grif tsoe tsieën Probeer aan de klink te trekken.
A

Ich habe daran gezogen, aber sie bleibt zu.

ich haabe daaraan getsoogen, aaber zie blaipt dicht Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.
B

Drück langsam nahe am Rand.

druk langzaam naa-uh am rant Duw langzaam bij de rand.
A

Sie ging ein wenig auf.

zie ging ain veenich aauf Hij ging een beetje open.
B

Der Griff fühlt sich locker an.

deer grif fuult zich lokker an De klink voelt los aan.
A

Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?

zollen vier dieze tuur nicht meer benoetsen? Moeten we deze deur niet meer gebruiken?
B

Wir können den Griff reparieren, bevor wieder jemand stecken bleibt.

vier keunnen deen grif reparie-ren, befóór viider jeemant sjtekken blaipt We kunnen de klink repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.

Woord voor woord

Die Die betekent hier “de” in “Die Tür” en hoort bij het woord dat volgt. In “Die Tür klemmt” staat het aan het begin van de zin.
Tür Tür betekent hier “deur” in “Die Tür klemmt”. De vorm verwijst naar de deur waarover de twee personen spreken. Je kunt het gebruiken wanneer je een deur als voorwerp benoemt.
klemmt klemmt betekent hier dat de deur klemt of vastzit. Het is een vorm van klemmen en beschrijft in “Die Tür klemmt” een deur die niet goed beweegt. Gebruik het bijvoorbeeld om een praktisch probleem met een deur of raam te melden.
Versuch Versuch betekent hier “probeer” en is een opdracht aan één persoon. Het is de gebiedende vorm van versuchen in “Versuch, am Griff zu ziehen”. Een bruikbaar patroon is “Versuch, ... zu” met een handeling die iemand moet proberen.
am am betekent hier “aan de” in “am Griff”. Het is de verkorte vorm van an dem en staat vóór het woord dat de plek of het voorwerp aanduidt. Gebruik het in een patroon zoals “am + voorwerp” wanneer een handeling aan of bij dat voorwerp plaatsvindt.
Griff Griff betekent hier “handgreep” of “klink” in “am Griff”. Het benoemt het onderdeel waaraan je moet trekken. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je een handgreep of ander vast te pakken onderdeel aanwijst.
zu zu heeft in deze dialoog twee functies. In “zu ziehen” markeert het de handeling na “Versuch”, terwijl “bleibt zu” betekent dat iets gesloten blijft. Let daarom op de woorden eromheen: “zu” krijgt hier niet overal dezelfde betekenis.
ziehen ziehen betekent hier “trekken” in “am Griff zu ziehen”. Het benoemt de handeling die met de handgreep moet worden uitgevoerd. Een bruikbaar patroon is trekken aan een voorwerp, zoals in de instructie in deze dialoog.
Ich Ich betekent “ik” en is in “Ich habe daran gezogen” degene die de handeling uitvoerde. Het staat als onderwerp aan het begin van de zin. Gebruik het om over je eigen handeling of ervaring te vertellen.
habe habe betekent hier “heb” en vormt samen met “gezogen” de mededeling over een afgeronde handeling in “Ich habe daran gezogen”. Het is een vorm van haben. Een bruikbaar patroon is “Ich habe ...” gevolgd door informatie over wat je hebt gedaan.
daran daran verwijst hier naar het voorwerp waaraan is getrokken, namelijk de handgreep. In “Ich habe daran gezogen” vervangt het de herhaling van dat voorwerp. Gebruik het bij een handeling die betrekking heeft op iets dat al duidelijk is uit de context.
gezogen gezogen betekent hier “getrokken” in “Ich habe daran gezogen”. Het is de voltooide vorm die samen met habe vertelt wat er al is gebeurd; de basisvorm is ziehen. Gebruik deze vorm wanneer je meldt dat het trekken al heeft plaatsgevonden.
aber aber betekent “maar” en verbindt in “Ich habe daran gezogen, aber sie bleibt zu” twee delen met een tegenstelling. Het tweede deel geeft een onverwacht resultaat van de eerste handeling. Gebruik het om na een handeling een tegengesteld of beperkend resultaat te noemen.
sie sie verwijst hier naar “Die Tür”, dus naar de deur, en betekent in deze zin “die” of “ze”, niet “zij” als persoon. In “aber sie bleibt zu” is de deur het onderwerp van het tweede deel. Een zelfstandig naamwoord kan later door een passend voornaamwoord worden vervangen.
bleibt bleibt betekent hier “blijft” in “sie bleibt zu”: de deur blijft gesloten. Het is een vorm van bleiben. Gebruik het om aan te geven dat een toestand niet verandert.
Drück Drück betekent hier “duw” en is een opdracht aan één persoon. Het is de gebiedende vorm van drücken in “Drück langsam nahe am Rand”. Gebruik deze vorm wanneer je iemand direct een duwhandeling laat uitvoeren.
langsam langsam betekent hier “langzaam” en zegt hoe de ander moet duwen in “Drück langsam nahe am Rand”. Het geeft aan dat de beweging niet snel moet gebeuren. Gebruik het om bij een instructie het tempo van een handeling aan te geven.
nahe nahe betekent hier “dicht bij” of “in de buurt van” in “nahe am Rand”. Het beschrijft de plaats waar de duwhandeling moet gebeuren. Gebruik het om een handeling ruimtelijk dicht bij een voorwerp of onderdeel te plaatsen.
Rand Rand betekent hier “rand” in “nahe am Rand”. Het verwijst naar de buitenste grens van de deur. Je gebruikt het wanneer je een handeling bij de buitenkant of grens van iets lokaliseert.
ging ging betekent hier dat de deur openging in “Sie ging ein wenig auf”. Het is een vorm van gehen, maar samen met “auf” beschrijft het hier de beweging naar een open toestand. Gebruik deze vorm om een gebeurtenis in het verleden te vertellen waarbij iets openging.
ein ein betekent hier niet zelfstandig “één”, maar vormt samen met “wenig” de uitdrukking “ein wenig”, oftewel “een beetje”. In “Sie ging ein wenig auf” maakt het de hoeveelheid klein. Gebruik “ein wenig” om een kleine hoeveelheid of beperkte mate aan te geven.
wenig wenig betekent hier “weinig” of “een beetje” in “ein wenig”. Het geeft aan dat de deur slechts beperkt openging. Gebruik het met “ein wenig” wanneer je een kleine hoeveelheid of mate wilt beschrijven.
auf auf draagt in “Sie ging ein wenig auf” bij aan de betekenis dat de deur openging. Samen met “ging” beschrijft het een verandering naar open. Let bij deze vorm op de combinatie met het werkwoord, omdat “auf” hier niet gewoon de losse betekenis “op” heeft.
Der Der betekent hier “de” in “Der Griff”. Het hoort bij Griff en introduceert de handgreep als onderwerp van de volgende zin. Gebruik het aan het begin van een zin wanneer je dit onderdeel benoemt.
fühlt fühlt betekent hier “voelt aan” in “Der Griff fühlt sich locker an”. Het is een vorm van fühlen en beschrijft hoe de handgreep bij aanraking wordt ervaren. Gebruik de constructie “fühlt sich ... an” om een waargenomen eigenschap te beschrijven.
sich sich hoort hier bij de constructie “fühlt sich locker an”. Het maakt duidelijk dat de handgreep zelf zo aanvoelt, niet dat iemand anders iets voelt. Gebruik het samen met deze constructie wanneer je een indruk of eigenschap van iets beschrijft.
locker locker betekent hier “los” in “Der Griff fühlt sich locker an”. Het beschrijft dat de handgreep niet stevig vastzit. Gebruik het bijvoorbeeld om een onderdeel te beschrijven dat bij aanraking los aanvoelt.
an an sluit in “Der Griff fühlt sich locker an” de uitdrukking “fühlt sich ... an” af. Samen met voelt en sich beschrijft deze uitdrukking hoe iets wordt ervaren. Houd “an” bij deze betekenis bij het werkwoord en de rest van de constructie.
Sollen Sollen betekent hier “zullen we” of “moeten we” in de vraag “Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?”. Het is een vorm van sollen en maakt van de zin een voorstel of vraag om samen iets te doen. Een bruikbaar patroon is “Sollen wir ...?” om een gezamenlijke actie voor te stellen.
wir wir betekent “wij” of “we” in “Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?”. Het verwijst naar de spreker en de andere betrokken persoon samen. Gebruik het als onderwerp wanneer een handeling door meerdere personen wordt overwogen of uitgevoerd.
diese diese betekent hier “deze” in “diese Tür”. Het wijst naar de specifieke deur die op dat moment wordt besproken. Gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je een bepaald voorwerp aanwijst.
nicht nicht maakt in “nicht mehr benutzen” de handeling van gebruiken negatief. Samen met “mehr” geeft de uitdrukking aan dat het gebruik moet stoppen. Gebruik “nicht” om een handeling of uitspraak te ontkennen.
mehr mehr betekent hier “meer” in de vaste combinatie “nicht mehr”, die in deze zin “niet meer” betekent. Het geeft aan dat het gebruik vanaf nu niet moet doorgaan. Gebruik het in een negatieve zin wanneer iets niet langer gebeurt.
benutzen benutzen betekent hier “gebruiken” in “diese Tür nicht mehr benutzen”. Het staat na de vorm van sollen en benoemt de voorgestelde handeling. Gebruik het met een voorwerp dat iemand gebruikt, zoals een deur.
können können betekent hier “kunnen” in “Wir können den Griff reparieren”. Het drukt uit dat de voorgestelde reparatie mogelijk is. Het is een vorm van können; na dit werkwoord staat de andere handeling aan het einde van de zin.
reparieren reparieren betekent hier “repareren” of “maken” in “den Griff reparieren”. Het benoemt de oplossing voor de losse handgreep. Gebruik het met een voorwerp dat hersteld moet worden.
bevor bevor betekent “voordat” en leidt in “bevor wieder jemand stecken bleibt” een tijdsbepaling in. De reparatie wordt gepland vóór een mogelijk nieuw probleem. Gebruik het om twee gebeurtenissen in de tijd te ordenen.
wieder wieder betekent hier “weer” of “opnieuw” in “bevor wieder jemand stecken bleibt”. Het verwijst naar het feit dat iemand opnieuw vast kan komen te zitten. Gebruik het wanneer een gebeurtenis zich nogmaals kan voordoen.
jemand jemand betekent hier “iemand” in “wieder jemand stecken bleibt”. Het gaat om een persoon die niet nader wordt genoemd. Gebruik het wanneer je naar een onbekende of niet-gespecificeerde persoon verwijst.
stecken stecken draagt in “wieder jemand stecken bleibt” samen met “bleibt” de betekenis “vastzitten” of “vast komen te zitten”. Het verwijst hier naar een persoon die door de deur in de problemen kan komen. Gebruik deze combinatie wanneer iemand niet verder kan omdat die ergens vastzit.

Grammatica

aufgehen: scheidbaar werkwoord

Die Tür ging auf.

die tuur ging aauf

De deur ging open.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: ging ... auf.

bevor + bijzin

Bevor die Tür aufgeht, bleibt sie zu.

befóór die tuur aufgeet, blaipt zie tsoe

Voordat de deur opengaat, blijft hij dicht.

Na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Duits woordenschat

aufgehen werkwoord
aaufge-en opengaan ging auf

Sie ging ein wenig auf.

bleiben werkwoord
blaiben blijven bleibt

Sie bleibt zu.

drücken werkwoord
drukken duwen Drück

Drück langsam nahe am Rand.

gezogen werkwoord
getsoogen getrokken

Ich habe daran gezogen.

Griff zelfstandig naamwoord
grif klink; handvat am Griff

Versuch, am Griff zu ziehen.

klemmen werkwoord
klemmen klemmen; vastzitten klemmt

Die Tür klemmt.

langsam bijwoord
langzaam langzaam

Drück langsam nahe am Rand.

Rand zelfstandig naamwoord
rant rand am Rand

Drück langsam nahe am Rand.

Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur Die Tür

Die Tür klemmt.

versuchen werkwoord
ferzóechen proberen Versuch

Versuch, am Griff zu ziehen.

ziehen werkwoord
tsieën trekken zu ziehen

Versuch, am Griff zu ziehen.

zu bijwoord
tsoe dicht

Sie bleibt zu.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De deur zit vast.

Antwoord tonenDie Tür klemmt.

Probeer aan de klink te trekken.

Antwoord tonenVersuch, am Griff zu ziehen.

Duw langzaam bij de rand.

Antwoord tonenDrück langsam nahe am Rand.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klemmen; vastzitten

Antwoord tonenklemmt

duwen

Antwoord tonenDrück

proberen

Antwoord tonenVersuch

getrokken

Antwoord tonengezogen