Een vastzittende deur openen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a stuck door, two adults try to open it and decide to fix the loose handle before anyone gets stuck..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een vastzittende deur openen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Tür klemmt.

die tuur klempt De deur zit vast.
B

Versuch, am Griff zu ziehen.

ferzóechen, am grif tsoe tsieën Probeer aan de klink te trekken.
A

Ich habe daran gezogen, aber sie bleibt zu.

ich haabe daaraan getsoogen, aaber zie blaipt dicht Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.
B

Drück langsam nahe am Rand.

druk langzaam naa-uh am rant Duw langzaam bij de rand.
A

Sie ging ein wenig auf.

zie ging ain veenich aauf Hij ging een beetje open.
B

Der Griff fühlt sich locker an.

deer grif fuult zich lokker an De klink voelt los aan.
A

Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?

zollen vier dieze tuur nicht meer benoetsen? Moeten we deze deur niet meer gebruiken?
B

Wir können den Griff reparieren, bevor wieder jemand stecken bleibt.

vier keunnen deen grif reparie-ren, befóór viider jeemant sjtekken blaipt We kunnen de klink repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.

Uitleg van de zinnen

  1. Die Tür klemmt.

    De deur zit vast.

    Tür
    deur
    klemmt
    zit vast
    Uitgebreide uitleg

    Tür betekent hier “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür (enkelvoud), die Türen (meervoud). Het woord verwijst in deze zin naar de deur die in de vertaling wordt genoemd. klemmt komt van klemmen en staat hier in de tegenwoordige tijd bij de derde persoon enkelvoud: Die Tür klemmt. In deze context betekent het dat de deur vastzit of niet soepel beweegt. Voorbeeld: Die Schublade klemmt. — “De lade zit vast.” Die is hier het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke enkelvoudige onderwerp Tür. Samen vormen Die Tür en klemmt de volledige mededeling: “De deur zit vast.”

  2. Versuch, am Griff zu ziehen.

    Probeer aan de klink te trekken.

    Versuch
    probeer
    Griff
    klink
    zu ziehen
    te trekken
    Uitgebreide uitleg

    Versuch betekent hier “probeer” en is de informele gebiedende wijs voor één persoon van versuchen (“proberen”). De vorm voor een beleefde aanspreking of voor meerdere personen is niet automatisch dezelfde; in deze zin richt de opdracht zich tot één informele gesprekspartner. Voorbeeld: Versuch, die Tür zu öffnen. — “Probeer de deur te openen.” Griff is hier het zelfstandig naamwoord voor de klink of handgreep. Het is een mannelijk woord: der Griff. In am Griff is am de samentrekking van an dem; de hele woordgroep betekent hier “aan de klink”. Het zelfstandig naamwoord Griff blijft zelf onveranderd in deze woordgroep. zu ziehen betekent “te trekken”. ziehen is de basisvorm; belangrijke vormen zijn zieht, zog en hat gezogen. zu ziehen is de infinitief met zu, die hier volgt op Versuch: Versuch, ... zu ziehen betekent “probeer ... te trekken”. Voorbeeld: Sie versucht, die Tür zu öffnen. — “Ze probeert de deur te openen.” Samen vormen de delen Versuch, am Griff zu ziehen. een informele opdracht: “Probeer aan de klink te trekken.” am Griff geeft aan waaraan wordt getrokken, en zu ziehen benoemt de handeling die de aangesprokene moet proberen.

  3. Ich habe daran gezogen, aber sie bleibt zu.

    Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.

    Ich habe
    ik heb
    daran
    eraan
    gezogen
    getrokken
    aber
    maar
    bleibt
    blijft
    zu
    dicht
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier samen met gezogen de voltooide tijd. habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich; gezogen is het voltooid deelwoord van ziehen (trekken). Het patroon is: Ich habe ... gezogen = “Ik heb ... getrokken”. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde hulpwerkwoord vroeg in de zin en het voltooid deelwoord achteraan. daran betekent hier “eraan”: het verwijst naar iets waaraan of waarop de handeling gericht is. Het is een pronominaal bijwoord met da(r)- + een voorzetsel; vergelijk bijvoorbeeld daran denken = “eraan denken”. In deze zin hoort daran bij gezogen: an etwas ziehen betekent “aan iets trekken”, terwijl daran ziehen naar dat ding verwijst zonder het opnieuw te noemen. gezogen komt van het sterke werkwoord ziehen. De basisvorm is ziehen, de verleden tijd is bijvoorbeeld zog, en het voltooid deelwoord is gezogen. Voorbeeld: Sie hat an der Tür gezogen. = “Zij heeft aan de deur getrokken.” aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel meldt een uitgevoerde handeling; het tweede deel zegt dat het resultaat niet veranderde. bleibt is de vorm van bleiben bij er, sie of es in de tegenwoordige tijd. bleiben betekent “blijven”; het beschrijft dat een toestand voortduurt, niet dat er een nieuwe handeling wordt uitgevoerd. Voorbeeld: Die Tür bleibt offen. = “De deur blijft open.” zu betekent hier “dicht” of “gesloten”. Na bleibt beschrijft het een toestand: bleibt zu = “blijft dicht”. Hier is zu dus niet de infinitiefmarkeerder in een constructie zoals zu öffnen (“te openen”); er staat in dit zinsdeel geen daaropvolgend werkwoord. zu kan in andere contexten ook een voorzetsel of infinitiefmarkeerder zijn, maar die functies gelden hier niet. sie staat in het tweede zinsdeel als onderwerp van bleibt. De vorm is de Duitse persoonlijke voornaamwoordsvorm voor enkelvoudig vrouwelijk “zij/ze”; de vaste Nederlandse vertaling geeft dit onderwerp weer als “hij”. De Duitse vorm zelf levert dus de grammaticale vorm sie, terwijl de Nederlandse vertaling de bedoelde referent met hij weergeeft. Samen betekent de zin: Ich habe daran gezogen = “Ik heb eraan getrokken”, en aber sie bleibt zu = “maar hij blijft dicht”. De tegenstelling is dat er wel aan iets getrokken is, terwijl de betreffende zaak dicht blijft. Het geheel is daarom: “Ik heb eraan getrokken, maar hij blijft dicht.”

  4. Drück langsam nahe am Rand.

    Duw langzaam bij de rand.

    Drück
    duw
    langsam
    langzaam
    nahe
    dichtbij
    Rand
    rand
    Uitgebreide uitleg

    Drück is hier de gebiedende wijs van drücken voor één aangesproken persoon: “duw”. De stamklinker ü blijft in deze vorm behouden; vergelijk in de tegenwoordige tijd du drückst (“jij duwt”). Voor meerdere personen of een beleefde aanspreking gebruikt het Duits andere imperatiefvormen, maar die zijn hier niet aanwezig. langsam betekent hier “langzaam” en beschrijft hoe de handeling wordt uitgevoerd. Het woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld in ein langsamer Zug (“een langzame trein”); in de vaste zin staat het als bijwoord bij het duwen en krijgt het geen uitgang. nahe betekent “dichtbij” of “nabij”. In deze zin bepaalt het samen met am Rand waar de handeling moet plaatsvinden. Een bruikbaar contrast is weit weg (“ver weg”), maar dat is niet de betekenis van de bronzin. Rand betekent “rand”. Het is een zelfstandig naamwoord met het grammaticale geslacht mannelijk: der Rand. In am Rand is am de samentrekking van an dem; de hele groep betekent hier “bij de rand”. Het meervoud is Ränder (“randen”), met umlaut. Samen vormen de delen een directe instructie: Drück geeft het bevel, langsam geeft de gewenste manier aan, en nahe am Rand geeft de plaats aan. De volledige betekenis is dus: “Duw langzaam bij de rand.”

  5. Sie ging ein wenig auf.

    Hij ging een beetje open.

    ging … auf
    ging open / ging openstaan
    ein wenig
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    De zin betekent: “Zij ging een beetje open.” ging ... auf is de verleden tijd van aufgehen en betekent hier dat iets openging; auf staat aan het einde omdat dit een scheidbaar werkwoord is. ein wenig betekent “een beetje”. De Duitse vorm Sie betekent hier “zij” (of formeel “u”), niet “hij”; de Nederlandse vertaling gebruikt daarom een andere persoon.

  6. Der Griff fühlt sich locker an.

    De klink voelt los aan.

    Griff
    klink
    fühlt sich … an
    voelt aan
    locker
    los
    Uitgebreide uitleg

    Griff betekent hier “klink”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Griff; in andere contexten kan het ook een greep of handvat betekenen. Voor een andere klink kun je bijvoorbeeld zeggen: Der Griff ist fest. — “De klink zit stevig vast.” fühlt sich … an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen — “aanvoelen”. In deze zin staat de derde persoon enkelvoud: fühlt; het voornaamwoord sich verwijst naar de klink als datgene wat wordt gevoeld. In een hoofdzin staat het deel an achteraan: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” locker betekent hier “los” of “niet stevig vast”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sich anfühlen de ervaren toestand beschrijft; het krijgt hier geen extra uitgang. Het tegenovergestelde is fest: Der Griff fühlt sich fest an. — “De klink voelt stevig aan.” Samen vormt Der Griff fühlt sich locker an de betekenis: “De klink voelt los aan.” Der Griff is datgene waarover de uitspraak gaat, fühlt sich … an beschrijft hoe die aanvoelt, en locker benoemt die toestand.

  7. Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?

    Moeten we deze deur niet meer gebruiken?

    Sollen wir
    zullen we
    diese
    deze
    Tür
    deur
    nicht mehr
    niet meer
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir is een vraagopening met het modale werkwoord sollen en het onderwerp wir. Hier vraagt de spreker of het wenselijk of verstandig is om iets te doen: “Zullen we …?” In een gewone hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en de infinitief aan het einde: Wir sollen die Tür benutzen = “We moeten de deur gebruiken.” In deze vraag staat sollen vooraan: Sollen wir …?. diese betekent hier “deze” en hoort bij Tür. Het is de vorm van het aanwijzende woord bij een enkelvoudig vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief: diese Tür. Het grammaticale geslacht van Tür en de functie van het woord in de zin bepalen hier samen deze vorm. diese kan ook in andere grammaticale functies voorkomen, dus de vorm alleen bepaalt niet altijd de naamval. Tür is het zelfstandig naamwoord voor “deur”. De basisvorm is die Tür; het meervoud is die Türen. In het Duits is Tür vrouwelijk. Voorbeeld: Die Tür ist offen. = “De deur is open.” nicht mehr betekent samen “niet meer” of “niet langer”. Hier maakt deze combinatie duidelijk dat het gebruik voortaan moet stoppen; mehr verwijst naar het niet langer voortzetten van iets dat eerder gebeurde of gold. Dat is anders dan alleen nicht benutzen (“niet gebruiken”), wat niet noodzakelijk zegt dat men het eerder wel deed. Voorbeeld: Wir benutzen diesen Weg nicht mehr. = “We gebruiken deze weg niet meer.” benutzen is de infinitief “gebruiken”. Na een modaal werkwoord blijft het hoofdwerkwoord in de infinitief aan het einde staan: Sollen wir diese Tür benutzen? In een zin zonder modaal werkwoord krijgt het een persoonsvorm, bijvoorbeeld Wir benutzen die Tür. = “Wij gebruiken de deur.” Samen betekent Sollen wir diese Tür nicht mehr benutzen?: “Moeten we deze deur niet meer gebruiken?” sollen maakt er een vraag naar de juiste of aanbevolen keuze van, nicht mehr benutzen betekent voortaan niet langer gebruiken, en diese Tür verwijst naar de bedoelde deur.

  8. Wir können den Griff reparieren, bevor wieder jemand stecken bleibt.

    We kunnen de klink repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.

    Wir können
    wij kunnen
    Griff
    klink
    reparieren
    repareren
    bevor
    voordat
    wieder
    weer
    jemand
    iemand
    stecken bleibt
    vast komt te zitten
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier “wij kunnen” en vormt met het volgende werkwoord een mogelijkheid of vermogen. können is de vorm voor de eerste persoon meervoud van können; het daaropvolgende werkwoord blijft in de infinitief staan. Voorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Griff betekent hier “klink” of “handgreep”. Het zelfstandige naamwoord heeft als basisvorm der Griff; in den Griff staat het in de accusatief, omdat het het directe object van reparieren is. De precieze betekenis “klink” wordt door de vaste vertaling ondersteund. Voorbeeld: Der Griff ist locker. — “De klink zit los.” reparieren betekent “repareren”. Dit is de infinitief die na können wordt gebruikt: Wir können den Griff reparieren — “Wij kunnen de klink repareren.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Daarom staat bleibt aan het einde van die bijzin. wieder betekent hier “weer”, dus opnieuw. Het geeft aan dat het vast komen te zitten opnieuw kan gebeuren; het maakt op zichzelf geen uitspraak over hoe vaak dat eerder is gebeurd. jemand betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een niet nader genoemde persoon en is hier het onderwerp van de bijzin. Voorbeeld: Jemand wartet draußen. — “Iemand wacht buiten.” stecken bleibt hoort bij de uitdrukking stecken bleiben, “vast komen te zitten” of “blijven steken”. In deze vorm is bleibt de derde persoon enkelvoud van bleiben; stecken maakt deel uit van de verbale uitdrukking. Na jemand staat dus enkelvoud: jemand ... bleibt. Voorbeeld: Der Schlüssel bleibt stecken. — “De sleutel blijft steken.” Samen betekent Wir können den Griff reparieren dat de spreker en anderen de klink kunnen repareren. bevor wieder jemand stecken bleibt geeft aan dat dit gebeurt vóórdat opnieuw iemand vast komt te zitten. De volledige betekenis is: “We kunnen de klink repareren voordat iemand weer vast komt te zitten.”

Grammatica

aufgehen: scheidbaar werkwoord

Die Tür ging auf.

die tuur ging aauf

De deur ging open.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin achteraan: ging ... auf.

bevor + bijzin

Bevor die Tür aufgeht, bleibt sie zu.

befóór die tuur aufgeet, blaipt zie tsoe

Voordat de deur opengaat, blijft hij dicht.

Na bevor staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Duits woordenschat

aufgehen werkwoord
aaufge-en opengaan ging auf

Sie ging ein wenig auf.

bleiben werkwoord
blaiben blijven bleibt

Sie bleibt zu.

drücken werkwoord
drukken duwen Drück

Drück langsam nahe am Rand.

gezogen werkwoord
getsoogen getrokken

Ich habe daran gezogen.

Griff zelfstandig naamwoord
grif klink; handvat am Griff

Versuch, am Griff zu ziehen.

klemmen werkwoord
klemmen klemmen; vastzitten klemmt

Die Tür klemmt.

langsam bijwoord
langzaam langzaam

Drück langsam nahe am Rand.

Rand zelfstandig naamwoord
rant rand am Rand

Drück langsam nahe am Rand.

Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur Die Tür

Die Tür klemmt.

versuchen werkwoord
ferzóechen proberen Versuch

Versuch, am Griff zu ziehen.

ziehen werkwoord
tsieën trekken zu ziehen

Versuch, am Griff zu ziehen.

zu bijwoord
tsoe dicht

Sie bleibt zu.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De deur zit vast.

Antwoord tonenDie Tür klemmt.

Probeer aan de klink te trekken.

Antwoord tonenVersuch, am Griff zu ziehen.

Duw langzaam bij de rand.

Antwoord tonenDrück langsam nahe am Rand.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

klemmen; vastzitten

Antwoord tonenklemmt

duwen

Antwoord tonenDrück

proberen

Antwoord tonenVersuch

getrokken

Antwoord tonengezogen