Een kapotte lamp repareren | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a room, two adults check a light that does not work and use a small lamp until the bulb can be replaced..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een kapotte lamp repareren oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Das Licht funktioniert nicht.

das liecht funksjoneert niet. Het licht doet het niet.
B

Hast du den Schalter geprüft?

hast doe den sjalter gepruuft? Heb je de schakelaar gecontroleerd?
A

Ich habe ihn geprüft, aber er funktioniert immer noch nicht.

iesj haa-bee ien gepruuft, aa-ber ee-er funksjoneert im-mer noch niesjt. Ik heb hem gecontroleerd, maar hij doet het nog steeds niet.
B

Vielleicht ist die Glühbirne alt.

fie-lajsjt ist diee gluu-bir-ne alt. Misschien is de gloeilamp oud.
A

Das Zimmer ist jetzt zu dunkel.

das tsimmer ist jetst tsoe doenkel. De kamer is nu te donker.
B

Ich kann eine kleine Lampe bringen.

iesj kan aj-ne klaj-ne lam-pe bring-en. Ik kan een kleine lamp brengen.
A

Wir sollten die Glühbirne später wechseln.

wier zolten diee gluu-bir-ne sjpee-ter weksel(en). We moeten de gloeilamp later vervangen.
B

Benutze die Lampe, bis wir die Glühbirne ersetzen.

be-noetse diee lam-pe, bis wier diee gluu-bir-ne er-zet-sen. Gebruik de lamp tot we de gloeilamp vervangen.

Uitleg van de zinnen

  1. Das Licht funktioniert nicht.

    Het licht doet het niet.

    Licht
    licht
    funktioniert
    werkt; functioneert
    nicht
    niet
    Uitgebreide uitleg

    Licht betekent hier “licht”. Het is een zelfstandig naamwoord; het Duitse woord is onzijdig: das Licht. Voorbeeld: Das Licht ist hell. — “Het licht is fel.” funktioniert betekent hier “werkt” of “functioneert”. De basisvorm is funktionieren; funktioniert is de vorm voor er/sie/es en dus ook voor das Licht in de tegenwoordige tijd. Voorbeeld: Der Drucker funktioniert. — “De printer werkt.” nicht maakt de uitspraak negatief: “niet”. Hier ontkent nicht samen met het werkwoord dat het licht werkt. Voorbeeld: Das Gerät funktioniert nicht. — “Het apparaat werkt niet.” De combinatie van het onderwerp, de persoonsvorm en de ontkenning vormt hier de betekenis “Het licht werkt niet”, natuurlijk vertaald als “Het licht doet het niet”. Bij een meervoudig onderwerp verandert de werkwoordsvorm: Die Lampen funktionieren nicht. — “De lampen werken niet.” Das hoort bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Licht; funktioniert zegt wat het licht doet, en nicht ontkent dat. Samen betekent Das Licht funktioniert nicht.: “Het licht doet het niet.”

  2. Hast du den Schalter geprüft?

    Heb je de schakelaar gecontroleerd?

    Hast du
    heb je …?
    Schalter
    schakelaar
    geprüft
    gecontroleerd
    Uitgebreide uitleg

    Hast du opent hier een Duitse ja/nee-vraag. hast is de vervoegde vorm van haben bij du: ich habe, du hast, er/sie/es hat. In een vraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. De voltooide betekenis komt echter niet van Hast du alleen, maar van de combinatie met geprüft. Voorbeeld: Hast du Zeit? — Heb je tijd? Schalter betekent hier ‘schakelaar’. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Schalter. Als lijdend voorwerp na het werkwoord prüfen staat het in de accusatief: der Schalter wordt den Schalter. In het meervoud is het die Schalter; de vorm van het zelfstandig naamwoord zelf blijft dan gelijk. geprüft is het voltooid deelwoord van prüfen, ‘controleren’. Samen met de tegenwoordige vorm hast van haben vormt het het Duitse perfectum: du hast geprüft — je hebt gecontroleerd. Het werkwoord is regelmatig: prüfen → geprüft. Voorbeeld: Ich habe die Lampe geprüft. — Ik heb de lamp gecontroleerd. Samen vormen Hast du den Schalter geprüft? de vraag ‘Heb je de schakelaar gecontroleerd?’ den Schalter is wat gecontroleerd wordt; hast ... geprüft presenteert die handeling als voltooid. In de volgende zin verwijst ihn grammaticaal als mannelijk accusatiefvoornaamwoord naar de schakelaar: Ich habe ihn geprüft. — Ik heb hem gecontroleerd.

  3. Ich habe ihn geprüft, aber er funktioniert immer noch nicht.

    Ik heb hem gecontroleerd, maar hij doet het nog steeds niet.

    Ich habe
    ik heb
    ihn
    hem
    geprüft
    gecontroleerd
    aber
    maar
    er
    hij
    funktioniert
    werkt; functioneert
    immer noch nicht
    nog steeds niet
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe staat hier samen met geprüft in de voltooide tijd (Perfekt). habe is de eerste persoon enkelvoud van haben; het onderwerp is Ich. In zo’n constructie staat het hulpwerkwoord op de tweede positie en het voltooid deelwoord later in de zin: Ich habe ... geprüft = “Ik heb ... gecontroleerd”. ihn betekent hier “hem” en is de mannelijke enkelvoudsvorm van het persoonlijk voornaamwoord in de accusatief. In de gegeven context verwijst het naar den Schalter uit de vorige zin. Vergelijk: er is de vorm voor het onderwerp, terwijl ihn de vorm is voor het directe voorwerp. geprüft is het voltooid deelwoord van prüfen (“controleren”). Het staat hier achteraan bij het hulpwerkwoord habe en geeft aan dat het controleren als voltooide handeling wordt voorgesteld. Een bruikbaar patroon is: haben + ... + voltooid deelwoord, bijvoorbeeld Ich habe die Lampe geprüft. — “Ik heb de lamp gecontroleerd.” aber verbindt twee delen met een tegenstelling: “maar”. Het eerste deel zegt dat de spreker iets heeft gecontroleerd; het volgende deel beschrijft de tegengestelde situatie. er betekent hier “hij” en is de mannelijke enkelvoudsvorm als onderwerp. In deze context verwijst het naar dezelfde mannelijke zaak als ihn, namelijk der Schalter uit de vorige zin. De vorm verandert dus door de grammaticale rol: ihn is het gecontroleerde voorwerp, er is het onderwerp van funktioniert. funktioniert is de derde persoon enkelvoud van funktionieren (“werken; functioneren”). De vorm past bij er: er funktioniert. Voor een meervoudig onderwerp krijg je bijvoorbeeld sie funktionieren. immer noch nicht betekent samen “nog steeds niet”. nicht ontkent hier dat het bedoelde apparaat werkt, terwijl immer noch laat zien dat die toestand voortduurt. Dit is een veelgebruikte combinatie in deze zin, geen enkel zelfstandig woord; immer noch zonder nicht betekent “nog steeds” zonder deze ontkenning. De zin bouwt zo op: Ich habe ihn geprüft = “Ik heb hem gecontroleerd”, aber = “maar”, en er funktioniert immer noch nicht = “hij werkt nog steeds niet”. Samen betekent de volledige uiting: “Ik heb hem gecontroleerd, maar hij doet het nog steeds niet.”

  4. Vielleicht ist die Glühbirne alt.

    Misschien is de gloeilamp oud.

    Vielleicht
    misschien
    ist
    is
    die Glühbirne
    de gloeilamp
    alt
    oud
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht geeft onzekerheid aan: de spreker presenteert het als een mogelijkheid, niet als een zekerheid. Het staat hier aan het begin; het kan ook elders in de zin staan, bijvoorbeeld: Die Glühbirne ist vielleicht alt. — Misschien is de gloeilamp oud. ist is de tegenwoordige tijd van sein bij een derde persoon enkelvoud. De vorm hoort hier bij die Glühbirne: sein — ist. Vergelijk: Ich bin müde. — Ik ben moe; Sie ist müde. — Zij is moe. die Glühbirne betekent hier ‘de gloeilamp’. Glühbirne is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het bepaalde lidwoord in de nominatief enkelvoud is daarom die. Het meervoud is die Glühbirnen, bijvoorbeeld: Die Glühbirnen sind alt. — De gloeilampen zijn oud. alt betekent hier ‘oud’ en beschrijft de toestand van de gloeilamp. Na sein staat het bijvoeglijk naamwoord hier zonder verbuiging: Die Glühbirne ist alt. De vergelijkingsvormen zijn alt – älter – am ältesten; het tegenovergestelde is neu (‘nieuw’). Voorbeeld: Die Lampe ist älter. — De lamp is ouder. Samen vormen de delen Vielleicht ist die Glühbirne alt.: Vielleicht maakt de uitspraak voorzichtig en ist ... alt zegt dat de gloeilamp oud is. De volledige betekenis is: ‘Misschien is de gloeilamp oud.’

  5. Das Zimmer ist jetzt zu dunkel.

    De kamer is nu te donker.

    Das
    het
    Zimmer
    kamer
    ist
    is
    jetzt
    nu
    zu
    te
    dunkel
    donker
    Uitgebreide uitleg

    Das is hier het bepaald lidwoord bij een onzijdig enkelvoudig zelfstandig naamwoord. In das Zimmer kies je dus das omdat Zimmer grammaticaal onzijdig is; het betekent hier niet op zichzelf een afzonderlijk ding. Zimmer betekent hier “kamer”. Het meervoud is Zimmer, dus dezelfde vorm kan enkelvoud of meervoud zijn; het lidwoord maakt hier het enkelvoud duidelijk: das Zimmer. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm sein is het basiswoord; vergelijk ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt ist het onderwerp met de beschrijving zu dunkel. jetzt betekent “nu” en plaatst de beschreven toestand in het huidige moment. Het verandert niet mee met het onderwerp of het zelfstandig naamwoord. zu dunkel is de herbruikbare constructie zu + bijvoeglijk naamwoord: “te donker”. dunkel betekent “donker”; zu verhoogt hier de graad en drukt uit dat het donkerder is dan gewenst of passend. Dit is een ander gebruik dan zu als onderdeel van een infinitief, bijvoorbeeld in zu kommen (“komen” in een constructie met zu). Een vergelijkbaar patroon is zu klein (“te klein”). Samen vormen de delen Das Zimmer (“de kamer”) + ist (“is”) + jetzt (“nu”) + zu dunkel (“te donker”): “De kamer is nu te donker.”

  6. Ich kann eine kleine Lampe bringen.

    Ik kan een kleine lamp brengen.

    Ich kann
    ik kan
    kleine
    kleine
    Lampe
    lamp
    bringen
    brengen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann combineert het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”) met de vorm kann van het modale werkwoord können (“kunnen”). kann is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud. Een modaliteit zoals mogelijkheid of vermogen wordt hier uitgedrukt; het daaropvolgende hoofdwerkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” kleine betekent hier “kleine” en hoort bij Lampe. De basisvorm van het bijvoeglijk naamwoord is klein; de uitgang verandert volgens de grammaticale context. In eine kleine Lampe staat het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, als lijdend voorwerp, na het onbepaalde lidwoord eine. Het lidwoord drukt hier niet op zichzelf een expliciete telwaarde uit. Voorbeeld: Ich kaufe eine kleine Tasche. — “Ik koop een kleine tas.” Lampe betekent “lamp”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Lampe; het meervoud is die Lampen. In deze zin is Lampe het lijdend voorwerp van bringen. Voorbeeld: Die Lampe steht hier. — “De lamp staat hier.” bringen betekent “brengen” en staat hier in de infinitief. Na het modale werkwoord kann staat deze infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Ich kann das Buch bringen. — “Ik kan het boek brengen.” Samen vormt Ich kann eine kleine Lampe bringen de betekenis: “Ik kan een kleine lamp brengen.” De spreker is degene die de lamp kan brengen; eine kleine Lampe is wat er gebracht kan worden. De vorm kann draagt de mogelijkheid of het vermogen uit, terwijl bringen de handeling benoemt.

  7. Wir sollten die Glühbirne später wechseln.

    We moeten de gloeilamp later vervangen.

    Wir sollten
    we zouden moeten
    Glühbirne
    gloeilamp
    später
    later
    wechseln
    vervangen
    Uitgebreide uitleg

    Wir sollten betekent hier dat de spreker samen met anderen een aanbeveling of plicht uitdrukt: “we zouden moeten”. sollten is de vorm van sollen voor wir in de Konjunktiv II; die vorm maakt de uitspraak minder direct dan Wir sollen ... (“we moeten ...”). Het onderwerp Wir staat in deze combinatie vóór het modale werkwoord. Voorbeeld: Wir sollten jetzt gehen. — “We zouden nu moeten gaan.” Glühbirne betekent “gloeilamp”. Het is een zelfstandig naamwoord; in het Duits schrijf je het met een hoofdletter. In de volledige woordgroep staat die Glühbirne: die hoort bij dit vrouwelijke zelfstandig naamwoord in deze grammaticale vorm. Het meervoud is Glühbirnen, bijvoorbeeld in zwei Glühbirnen — “twee gloeilampen”. später betekent “later” en geeft aan dat de handeling niet nu, maar op een later moment plaatsvindt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Wir kommen später. — “We komen later.” wechseln betekent hier “vervangen” of “verwisselen”. Na sollten staat het hoofdwerkwoord in de infinitief: sollten ... wechseln. In deze zin gaat het, volgens de vaste vertaling en de context, om een gloeilamp vervangen. Het werkwoord kan ook op andere objecten betrekking hebben, bijvoorbeeld Ich wechsle die Batterie. — “Ik vervang de batterij.” Samen vormen de delen Wir sollten + die Glühbirne + später + wechseln de betekenis: “We zouden de gloeilamp later moeten vervangen.” De modale constructie drukt de aanbeveling of noodzaak uit, später plaatst de handeling in de tijd, en wechseln benoemt de handeling.

  8. Benutze die Lampe, bis wir die Glühbirne ersetzen.

    Gebruik de lamp tot we de gloeilamp vervangen.

    Benutze
    gebruik
    die Lampe
    de lamp
    bis
    totdat
    wir
    wij
    die Glühbirne
    de gloeilamp
    ersetzen
    vervangen
    Uitgebreide uitleg

    Benutze betekent hier “gebruik” en is de gebiedende wijs voor één informele persoon van benutzen (“gebruiken”). De vorm spreekt dus één persoon aan. Voor de formele aanspreekvorm gebruikt het Duits bijvoorbeeld Benutzen Sie .... die Lampe betekent “de lamp”. Lampe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. In deze zin staat het als lijdend voorwerp; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord heeft het bepaalde lidwoord in de accusatief enkelvoud dezelfde vorm die als in de nominatief. Voorbeeld: Ich sehe die Lampe. — “Ik zie de lamp.” bis betekent “totdat” en leidt hier een tijdsbepalende bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. wir betekent “wij”. Het is de eerste persoon meervoud en is hier het onderwerp van de bijzin. Het verwijst naar de spreker samen met minstens één andere persoon, zonder dat de betrokken personen verder worden gespecificeerd. die Glühbirne betekent “de gloeilamp”. Glühbirne is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Ook hier is de woordgroep het lijdend voorwerp, dus staat het bepaalde lidwoord in de accusatief enkelvoud als die. Voorbeeld: Wir kaufen die Glühbirne. — “Wij kopen de gloeilamp.” ersetzen betekent “vervangen”. In de bijzin is dit de werkwoordsvorm bij wir; bij de eerste persoon meervoud is de vorm toevallig gelijk aan het infinitief: wir ersetzen. Het werkwoord staat achteraan omdat bis een bijzin inleidt. De combinatie die Glühbirne ersetzen betekent dus “de gloeilamp vervangen”. De zin bouwt op als Benutze die Lampe (“Gebruik de lamp”), gevolgd door bis en de bijzin wir die Glühbirne ersetzen (“totdat wij de gloeilamp vervangen”). Samen betekent de volledige uiting: “Gebruik de lamp totdat wij de gloeilamp vervangen.”

Grammatica

bis + bijzin met het werkwoord achteraan

Benutze die Lampe, bis das Licht funktioniert.

be-noetse diee lam-pe, bis das liecht funksjoneert.

Gebruik de lamp totdat het licht werkt.

Na bis staat het werkwoord in de bijzin achteraan: bis das Licht funktioniert.

eine + adjectief op -e + vrouwelijk zelfstandig naamwoord

Eine kleine Lampe funktioniert.

aj-ne klaj-ne lam-pe funksjoneert.

Een kleine lamp werkt.

Na eine krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -e: eine kleine Lampe.

Duits woordenschat

alt bijvoeglijk naamwoord
alt oud

Vielleicht ist die Glühbirne alt.

bringen werkwoord
bring-en brengen

Ich kann eine kleine Lampe bringen.

dunkel bijvoeglijk naamwoord
doenkel donker

Das Zimmer ist jetzt zu dunkel.

funktionieren werkwoord
foengtsjonieren werken funktioniert

Das Licht funktioniert nicht.

Glühbirne zelfstandig naamwoord
gluu-bir-ne gloeilamp die Glühbirne

Vielleicht ist die Glühbirne alt.

immer noch bijwoord
immer noch nog steeds

Er funktioniert immer noch nicht.

jetzt bijwoord
jetst nu

Das Zimmer ist jetzt zu dunkel.

Licht zelfstandig naamwoord
liecht licht Das Licht

Das Licht funktioniert nicht.

prüfen werkwoord
pruufen controleren geprüft

Hast du den Schalter geprüft?

Schalter zelfstandig naamwoord
sjalter schakelaar den Schalter

Hast du den Schalter geprüft?

vielleicht bijwoord
fie-lajsjt misschien

Vielleicht ist die Glühbirne alt.

Zimmer zelfstandig naamwoord
tsimmer kamer Das Zimmer

Das Zimmer ist jetzt zu dunkel.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het licht doet het niet.

Antwoord tonenDas Licht funktioniert nicht.

Heb je de schakelaar gecontroleerd?

Antwoord tonenHast du den Schalter geprüft?

Misschien is de gloeilamp oud.

Antwoord tonenVielleicht ist die Glühbirne alt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

controleren

Antwoord tonengeprüft

misschien

Antwoord tonenvielleicht

werken

Antwoord tonenfunktioniert

donker

Antwoord tonendunkel