Een kleine vlek schoonmaken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a table, two adults clean a small stain with a sponge and a little soap..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een kleine vlek schoonmaken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Auf dem Tisch ist ein Fleck.

Aauf deem tisj ist aain flek. Er zit een vlek op de tafel.
B

Ich sehe ihn neben der Tasse.

Iesj zee-uh ien neebun deer tasse. Ik zie hem bij de kop.
A

Haben wir einen sauberen Schwamm?

Haa-bun wier aainen zau-buh-run sjvam? Hebben we een schone spons?
B

Der Schwamm liegt am Waschbecken.

Deer sjvam liekt am vasj-bekun. De spons ligt bij de gootsteen.
A

Soll ich etwas Seife benutzen?

Zol iesj et-vas zai-fuh buh-noetsun? Zal ik wat zeep gebruiken?
B

Tu ein bisschen Seife auf den Schwamm.

Toe aain bissjun zai-fuh aauf deen sjvam. Doe een beetje zeep op de spons.
A

Der Fleck ist fast weg.

Deer flek ist fast vek. De vlek is bijna weg.
B

Der Tisch sieht sauber aus.

Deer tisj ziet zau-buh aaus. De tafel ziet er schoon uit.

Woord voor woord

Auf In „Auf dem Tisch“ betekent „Auf“ hier: op een oppervlak, namelijk op de tafel. Het staat aan het begin van de zin en is daarom met een hoofdletter geschreven. Een bruikbaar patroon is „Auf + plaats + ist ...“ om te zeggen dat iets zich op een oppervlak bevindt.
dem In „Auf dem Tisch“ betekent „dem“: de, bij de plaatsaanduiding „op de tafel“. Het is hier de datiefvorm van het bepaalde lidwoord bij „Tisch“. Gebruik „auf dem“ voor iets dat zich op een plek of oppervlak bevindt.
Tisch „Tisch“ betekent tafel in „Auf dem Tisch ist ein Fleck“. Het woord benoemt het oppervlak waarop de vlek zich bevindt. Een veelgebruikt patroon is „auf dem Tisch“ voor iets dat op tafel ligt of staat.
ist „ist“ geeft in „Auf dem Tisch ist ein Fleck“ aan dat er daar een vlek aanwezig is, en in „Der Fleck ist fast weg“ dat de vlek bijna verdwenen is. Het verbindt het onderwerp met een plaats of toestand. Een bruikbaar patroon is „X ist ...“ om een huidige situatie of toestand te beschrijven.
ein In „ein Fleck“ betekent „ein“: een, en het introduceert één niet nader bepaalde vlek. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord „Fleck“. Gebruik „ein“ in een patroon als „ein + zelfstandig naamwoord“ wanneer iets voor het eerst of onbepaald wordt genoemd.
Fleck „Fleck“ betekent vlek in „ein Fleck“ en „Der Fleck“. In de tweede zin verwijst „Der Fleck“ naar dezelfde vlek die eerder werd genoemd. Het woord kan worden gebruikt voor een zichtbare vlek op bijvoorbeeld een tafel of kledingstuk.
Ich „Ich“ betekent ik in „Ich sehe ihn neben der Tasse“. Het benoemt de persoon die iets ziet. Een bruikbaar patroon is „Ich sehe ...“ gevolgd door wat je ziet.
sehe „sehe“ betekent zie in „Ich sehe ihn neben der Tasse“. Samen met „Ich“ vormt het de mededeling dat de spreker de vlek kan waarnemen. Gebruik „Ich sehe“ met een voorwerp of persoon als object, zoals in „Ich sehe ihn“.
ihn „ihn“ betekent hem en verwijst hier naar „ein Fleck“, dus naar de vlek. In „Ich sehe ihn“ is het de persoon of zaak die wordt gezien. Gebruik „ihn“ wanneer je naar een mannelijk zelfstandig naamwoord verwijst dat het directe object van de zin is.
neben In „neben der Tasse“ betekent „neben“: naast. Het geeft aan dat de vlek zich naast het kopje bevindt. Gebruik „neben“ met de plaats of het voorwerp waar iets naast ligt of staat.
der In „neben der Tasse“ betekent „der“: de, bij „Tasse“, en in „Der Schwamm“ betekent „Der“: de, bij „Schwamm“. De vorm hangt hier samen met het zelfstandig naamwoord en zijn rol in de zin. De hoofdletter in „Der Schwamm“ komt doordat het woord aan het begin van de zin staat.
Tasse „Tasse“ betekent kopje in „neben der Tasse“. Het woord benoemt het voorwerp waar de vlek naast zit. Een bruikbaar patroon is „neben der Tasse“ om een plaats naast een kopje aan te geven.
Haben „Haben“ betekent hebben in de vraag „Haben wir einen sauberen Schwamm?“. Hier vraagt de spreker of er een schone spons beschikbaar is. Een veelgebruikt vraagpatroon is „Haben wir ...?“ om naar bezit of beschikbaarheid te vragen.
wir „wir“ betekent wij in „Haben wir einen sauberen Schwamm?“. Het verwijst naar de spreker en de andere aanwezige persoon samen. Gebruik „wir“ wanneer je jezelf en minstens één andere persoon als groep bedoelt.
einen In „einen sauberen Schwamm“ betekent „einen“: een. Het hoort bij „Schwamm“ en staat hier als object na „Haben“. Gebruik „einen“ in een patroon als „Haben wir einen + mannelijk zelfstandig naamwoord?“.
sauberen „sauberen“ betekent schone in „einen sauberen Schwamm“ en beschrijft de spons als vrij van vuil. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord en krijgt in deze woordgroep deze vorm. Een bruikbaar patroon is „einen sauberen + zelfstandig naamwoord“.
Schwamm „Schwamm“ betekent spons in „Der Schwamm liegt am Waschbecken“ en „den Schwamm“ in de opdracht. Het woord verwijst naar het schoonmaakvoorwerp dat bij de wastafel ligt en waarop zeep wordt gedaan. Gebruik het met een plaatsaanduiding of met „auf den Schwamm“ wanneer iets erop wordt aangebracht.
liegt „liegt“ betekent ligt of bevindt zich in „Der Schwamm liegt am Waschbecken“. Het beschrijft waar de spons zich bevindt. Een bruikbaar patroon is „X liegt bei/am ...“ om de locatie van een voorwerp te zeggen.
am In „am Waschbecken“ betekent „am“: bij de of aan de wastafel. Het is de vaste samengetrokken vorm in deze plaatsaanduiding. Gebruik „am Waschbecken“ om te zeggen dat iets zich bij de wastafel bevindt.
Waschbecken „Waschbecken“ betekent wastafel in „am Waschbecken“. Het benoemt de plek waar de spons ligt. Een bruikbaar patroon is „am Waschbecken liegen“ voor iets dat bij de wastafel ligt.
Soll „Soll“ betekent zal ik of moet ik in „Soll ich etwas Seife benutzen?“. De spreker vraagt hiermee welke handeling hij of zij moet uitvoeren. Een veelgebruikt patroon is „Soll ich ...?“ gevolgd door een infinitief om advies of toestemming te vragen.
etwas „etwas“ betekent wat of een beetje in „etwas Seife“. Het geeft een onbepaalde kleine hoeveelheid zeep aan. Gebruik „etwas“ vóór een stof of voor iets waarvan de precieze hoeveelheid niet wordt genoemd.
Seife „Seife“ betekent zeep in „etwas Seife“ en „ein bisschen Seife“. Het woord benoemt de stof die voor het schoonmaken wordt gebruikt. Een bruikbaar patroon is „etwas Seife benutzen“ of „ein bisschen Seife auf den Schwamm tun“.
benutzen „benutzen“ betekent gebruiken in „etwas Seife benutzen“. Het staat als infinitief aan het einde na „Soll ich“. Gebruik „etwas benutzen“ wanneer je zegt dat je een voorwerp of middel inzet voor een handeling.
Tu „Tu“ is hier een directe opdracht: doe of breng iets aan, in „Tu ein bisschen Seife auf den Schwamm“. De volledige uitdrukking betekent dat je een beetje zeep op de spons moet doen. Een bruikbaar patroon is „Tu + iets + auf + voorwerp“ voor een informele opdracht.
bisschen „bisschen“ betekent beetje in „ein bisschen Seife“. Samen met „ein“ geeft het een kleine hoeveelheid aan. Gebruik „ein bisschen“ vóór een stof of hoeveelheid, zoals in „ein bisschen Seife“.
den In „auf den Schwamm“ betekent „den“: de, en het markeert „Schwamm“ als het voorwerp waarop de zeep wordt gedaan. Hier hoort deze vorm bij de richting of plaatsing naar het oppervlak van de spons. Een bruikbaar patroon is „etwas auf den Schwamm tun“.
fast „fast“ betekent bijna in „Der Fleck ist fast weg“. Het geeft aan dat de vlek nog niet helemaal verdwenen is, maar dat dit wel bijna zo is. Gebruik „fast“ vóór een toestand of resultaat dat bijna bereikt is.
weg „weg“ betekent weg of verdwenen in „Der Fleck ist fast weg“. Samen met „ist“ beschrijft het de toestand van de vlek; „fast“ maakt duidelijk dat er nog een klein restant kan zijn. Een bruikbaar patroon is „X ist weg“ voor iets dat niet meer aanwezig is.
sieht In „Der Tisch sieht sauber aus“ draagt „sieht“ samen met „aus“ de betekenis ziet eruit. Het beschrijft hoe de tafel eruitziet volgens de waarneming van de spreker. Een bruikbaar patroon is „X sieht + bijvoeglijk naamwoord + aus“.
sauber „sauber“ betekent schoon in „sieht sauber aus“. Het beschrijft het uiterlijk of de toestand die de tafel volgens de spreker heeft. Gebruik het in het patroon „X sieht sauber aus“ wanneer iets er schoon uitziet.
aus In „sieht sauber aus“ maakt „aus“ samen met „sieht“ de uitdrukking voor ziet eruit compleet. Het geeft hier niet zelfstandig de volledige betekenis; die ontstaat uit de combinatie „sieht ... aus“. Gebruik „aus“ in het patroon „X sieht + bijvoeglijk naamwoord + aus“.

Grammatica

sieht ... aus

sieht sauber aus

ziet zau-buh aaus

ziet er schoon uit

Het scheidbare werkwoord sieht ... aus splitst zich in de zin: sieht staat vooraan en aus aan het einde.

Duits woordenschat

benutzen werkwoord
buh-noetsun gebruiken
etwas voornaamwoord
et-vas iets
Fleck zelfstandig naamwoord
flek vlek
Haben werkwoord
haa-bun hebben
liegt werkwoord
liekt ligt
sauber bijvoeglijk naamwoord
zau-buh schoon
Schwamm zelfstandig naamwoord
sjvam spons
sehe werkwoord
zee-uh zie
Seife zelfstandig naamwoord
zai-fuh zeep
Tasse zelfstandig naamwoord
tasse kopje
Tisch zelfstandig naamwoord
tisj tafel
Waschbecken zelfstandig naamwoord
vasj-bekun gootsteen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zit een vlek op de tafel.

Antwoord tonenAuf dem Tisch ist ein Fleck.

Ik zie hem bij de kop.

Antwoord tonenIch sehe ihn neben der Tasse.

Hebben we een schone spons?

Antwoord tonenHaben wir einen sauberen Schwamm?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

gootsteen

Antwoord tonenWaschbecken

zie

Antwoord tonensehe

tafel

Antwoord tonenTisch

schoon

Antwoord tonensauber