Een losse stoel verplaatsen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a room, two adults notice a loose chair, choose another seat, and move the unsafe chair away from the walkway..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een losse stoel verplaatsen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Dieser Stuhl ist wackelig.

diezer sjtoel ist wakkelich. Deze stoel zit los.
B

Welcher Teil bewegt sich?

velchuh tail beweekt zich? Welk deel beweegt?
A

Das hintere Stuhlbein wackelt ein bisschen.

das hintuhruh sjtoel-bain vakkelt ain bisschen. De achterste poot wiebelt een beetje.
B

Wir sollten ihn reparieren, bevor jemand ihn benutzt.

vier zollten ien reparieren, buhfoor jeemant ien buhnoetst. We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.
A

Soll ich woanders sitzen?

zol ich voo-anders zittsen? Zal ik ergens anders zitten?
B

Benutz vorerst einen anderen Stuhl.

buhnoets foor-eerst ainen anderen sjtoel. Gebruik voorlopig een andere stoel.
A

Ich stelle diesen Stuhl weg.

ich sjtelle diezen sjtoel vek. Ik verplaats deze stoel.
B

Stell ihn an die Wand, damit der Durchgang frei bleibt.

sjtel ien an die vant, dahmit deer doerchgang frai blaipt. Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

Uitleg van de zinnen

  1. Dieser Stuhl ist wackelig.

    Deze stoel zit los.

    Dieser
    deze
    Stuhl
    stoel
    ist
    is
    wackelig
    wiebelig; los
    Uitgebreide uitleg

    Dieser betekent hier ‘deze’ en verwijst naar één mannelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie. De vorm hoort bij het aanwijzend voornaamwoord dies-: dieser bij mannelijk enkelvoud in de nominatief, bijvoorbeeld dieser Tisch — ‘deze tafel’. Welke concrete stoel met Dieser wordt bedoeld, wordt door deze ene zin niet verder gespecificeerd. Stuhl betekent ‘stoel’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stuhl, meervoud die Stühle. In deze zin staat het in het enkelvoud en is het samen met Dieser het onderwerp. ist is de derde persoon enkelvoud van sein, ‘zijn’. De vorm ist gebruik je bij een enkelvoudig onderwerp: Der Stuhl ist ... — ‘De stoel is ...’. Vergelijk in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. wackelig betekent hier ‘wiebelig’ of ‘los’: de stoel staat of zit niet stevig. Het is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. Na ist staat het zelfstandig als naamwoordelijk deel van het gezegde en krijgt het geen uitgang: Der Tisch ist wackelig — ‘De tafel is wiebelig’. Het tegengestelde is bijvoorbeeld stabil — ‘stabiel’. Samen bestaat de zin uit Dieser Stuhl (‘deze stoel’), ist (‘is’) en wackelig (‘wiebelig’). De volledige betekenis is dus: ‘Deze stoel is wiebelig’ of, volgens de vaste vertaling, ‘Deze stoel zit los.’

  2. Welcher Teil bewegt sich?

    Welk deel beweegt?

    Welcher
    welke
    Teil
    deel
    bewegt sich
    beweegt zich
    Uitgebreide uitleg

    Welcher betekent hier “welke” in een vraag naar één mannelijk zelfstandig naamwoord. Het staat in de nominatief en stemt af op Teil: mannelijk, enkelvoud. De vorm verandert naargelang geslacht, getal en naamval: welcher Teil (mannelijk nominatief), welche Frage (vrouwelijk nominatief) en welches Bein (onzijdig nominatief). Voorbeeld: Welcher Weg ist richtig? = “Welke weg is juist?” Teil betekent “deel” of “onderdeel”. Het meervoud is Teile. In de vraag wordt het onderdeel niet binnen deze ene zin benoemd; de volgende context specificeert het als het achterste stoelbeen. Voorbeeld: Dieser Teil ist locker. = “Dit onderdeel zit los.” bewegt sich komt van sich bewegen, “zich bewegen”. bewegt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij Teil; sich is het wederkerende voornaamwoord bij dit werkwoord. Vergelijk: ich bewege mich, du bewegst dich, er/sie/es bewegt sich. De constructie beschrijft dat het onderdeel beweegt, zonder te zeggen wie of wat die beweging veroorzaakt. Voorbeeld: Das Rad bewegt sich langsam. = “Het wiel beweegt langzaam.” Samen vormt Welcher Teil bewegt sich? de vraag “Welk deel beweegt?” Welcher Teil vraagt welk onderdeel bedoeld wordt, en bewegt sich zegt wat dat onderdeel doet.

  3. Das hintere Stuhlbein wackelt ein bisschen.

    De achterste poot wiebelt een beetje.

    hintere
    achterste
    Stuhlbein
    stoelpoot
    wackelt
    wiebelt
    ein bisschen
    een beetje
    Uitgebreide uitleg

    hintere betekent hier “achterste”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord hinter (“achteraan/achterste”). In das hintere ... staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een enkelvoudig onzijdig zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord das; daarom krijgt het hier de zwakke uitgang -e. Vergelijk: der hintere Teil en die hintere Tür. Stuhlbein betekent “stoelpoot”. Het is een samenstelling van Stuhl (“stoel”) en Bein (“poot” of “been”); de betekenis van de volledige samenstelling is hier een poot van een stoel. Het woord is onzijdig: das Stuhlbein. Het meervoud is die Stuhlbeine. wackelt betekent hier “wiebelt” of “wankelt”. Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd van wackeln (“wiegen, wiebelen, wankelen”): er/sie/es wackelt. Voor een meervoudig onderwerp staat wackeln, bijvoorbeeld: Die Stuhlbeine wackeln. — “De stoelpoten wiebelen.” ein bisschen betekent “een beetje”. Dit is een vaste uitdrukking voor een kleine mate of hoeveelheid. Voor een grotere mate kun je bijvoorbeeld sehr (“erg”) gebruiken: Der Tisch wackelt sehr. — “De tafel wiebelt erg.” In de volledige zin is Das het bepaalde lidwoord bij het onzijdige enkelvoudige Stuhlbein. das hintere Stuhlbein vormt samen “de achterste stoelpoot”. Het onderwerp staat vóór het werkwoord: Das hintere Stuhlbein wackelt. ein bisschen beperkt vervolgens de mate van het wiebelen. Samen betekent de zin: “De achterste stoelpoot wiebelt een beetje.”

  4. Wir sollten ihn reparieren, bevor jemand ihn benutzt.

    We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.

    Wir sollten
    we zouden moeten
    ihn
    hem
    reparieren
    repareren
    bevor
    voordat
    jemand
    iemand
    benutzt
    gebruikt
    Uitgebreide uitleg

    Wir sollten geeft hier een aanbeveling: “we zouden moeten”. sollten is de Konjunktiv-II-vorm van sollen; vergelijk wir sollen (“we moeten” of “we horen te”) met wir sollten (“we zouden moeten”, als milder advies). Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord zonder zu: Wir sollten warten. — “We zouden moeten wachten.” ihn is een persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief), mannelijk enkelvoud. De context maakt duidelijk dat het gaat om het voorwerp waarover de reparatie en het latere gebruik gaan; de voornaamwoordsvorm zelf geeft hier geen naam aan dat voorwerp. De vorm contrasteert bijvoorbeeld met sie voor een vrouwelijk of meervoudig object en es voor een onzijdig object. reparieren is het infinitief “repareren”. Het staat na sollten en benoemt de aanbevolen handeling. Het is een regelmatig werkwoord: Wir reparieren den Tisch. — “We repareren de tafel.” bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in die een tijdsgrens aangeeft. In een Duitse bevor-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: Bevor jemand kommt, warten wir. — “Voordat iemand komt, wachten we.” jemand betekent “iemand”. Het is een onbepaald voornaamwoord voor een persoon en is hier het onderwerp van de bijzin. Het krijgt hier een enkelvoudige werkwoordsvorm: Jemand wartet. — “Iemand wacht.” benutzt is hier de derde persoon enkelvoud van benutzen in de tegenwoordige tijd: “gebruikt”. Omdat het in de bevor-bijzin staat, komt het aan het einde. Dezelfde vorm kan ook bij een mannelijk of onzijdig enkelvoudig onderwerp staan, bijvoorbeeld Er benutzt den Stuhl. — “Hij gebruikt de stoel.” Samen geeft Wir sollten het advies, ihn reparieren noemt de aanbevolen handeling, en bevor jemand ihn benutzt plaatst die handeling vóór het gebruik door iemand. De volledige betekenis is: “We moeten hem repareren voordat iemand hem gebruikt.”

  5. Soll ich woanders sitzen?

    Zal ik ergens anders zitten?

    Soll ich
    zal ik
    woanders
    ergens anders
    sitzen
    zitten
    Uitgebreide uitleg

    Soll ich vormt hier een vraag met het onderwerp ich (“ik”) en soll, de vorm van sollen (“moeten; behoren te”). In deze vraag vraagt de spreker of het voor hem of haar passend of gewenst is om iets te doen. Het bijbehorende werkwoord staat als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Zal ik wachten?” woanders is een bijwoord met de betekenis “ergens anders” of “op een andere plaats”. Het noemt niet welke plaats. Het is één woord in het Duits, niet een combinatie van losse woorden. Voorbeeld: Wir treffen uns woanders. — “We spreken ergens anders af.” sitzen is de infinitief van “zitten” en beschrijft hier de positie of toestand van zittend zijn. Een nuttig contrast is sitzen (“zitten”) tegenover sich setzen (“gaan zitten”): sitzen beschrijft de toestand, terwijl sich setzen de overgang naar die toestand beschrijft. Voorbeeld: Ich sitze hier. — “Ik zit hier.” Samen vormen Soll ich + woanders + sitzen de vraag “Zal ik ergens anders zitten?”. De spreker vraagt dus of hij of zij op een andere, niet nader genoemde plaats moet zitten.

  6. Benutz vorerst einen anderen Stuhl.

    Gebruik voorlopig een andere stoel.

    Benutz
    gebruik
    vorerst
    voorlopig
    anderen
    andere
    Stuhl
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    Benutz is de informele gebiedende wijs voor één persoon van benutzen (“gebruiken”). De vorm Benutz! komt veel voor naast Benutze!; beide richten zich tot één persoon met du. Voorbeeld: Benutz diesen Stuhl! — “Gebruik deze stoel!” vorerst betekent hier “voorlopig” of “vooralsnog”: iets geldt nu, mogelijk slechts tijdelijk. Het is een bijwoord en verandert niet naar geslacht of getal. Voorbeeld: Warte vorerst hier. — “Wacht voorlopig hier.” anderen is hier de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord anders (“anders, andere”). Het beschrijft Stuhl en staat in deze combinatie in de accusatief, mannelijk enkelvoud: einen anderen Stuhl. Vergelijk: ein anderer Stuhl — “een andere stoel” als onderwerp, maar einen anderen Stuhl — “een andere stoel” als lijdend voorwerp. De uitgang zit dus op anderen, niet op Stuhl. Stuhl betekent “stoel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stuhl, met meervoud die Stühle. In einen anderen Stuhl is het de zaak die gebruikt moet worden en staat het als lijdend voorwerp in de accusatief. Samen vormt de zin de directe instructie Benutz vorerst einen anderen Stuhl.: “Gebruik voorlopig een andere stoel.” Benutz geeft het bevel aan één aangesproken persoon; vorerst beperkt de geldigheid tot voorlopig; einen anderen Stuhl benoemt de stoel die gebruikt moet worden. De formulering is informeel en rechtstreeks.

  7. Ich stelle diesen Stuhl weg.

    Ik verplaats deze stoel.

    stelle … weg
    wegzetten; verplaatsen
    diesen
    deze
    Stuhl
    stoel
    Uitgebreide uitleg

    stelle … weg hoort bij het scheidbare werkwoord wegstellen: iets op een andere plaats zetten of uit de weg zetten. In deze zin is stelle de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich stelle. Bij een hoofdzin staat het voorvoegsel weg achteraan: Ich stelle den Stuhl weg. In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: …, weil ich den Stuhl wegstelle. Voorbeeld: Ich stelle die Tasche weg. — Ik zet de tas weg. diesen betekent hier deze en verwijst naar de stoel die de spreker bedoelt. De vorm hoort bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief: der Stuhl wordt na dit aanwijzende woord diesen Stuhl. De vorm verandert dus volgens de grammaticale rol en het geslacht van het zelfstandig naamwoord; bijvoorbeeld diese Lampe — deze lamp. Stuhl betekent stoel. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stuhl. Als het de directe ontvanger van de handeling is, staat het hier in de accusatief: diesen Stuhl. Het meervoud is die Stühle — de stoelen. Samen betekent Ich stelle diesen Stuhl weg.: Ik verplaats deze stoel. Letterlijker wordt gezegd dat de spreker deze stoel ergens anders neerzet of uit de weg zet. De vorm stelle drukt samen met Ich uit dat de spreker de handeling uitvoert; diesen Stuhl is het voorwerp van die handeling.

  8. Stell ihn an die Wand, damit der Durchgang frei bleibt.

    Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.

    Stell
    zet / plaats
    ihn
    hem
    an die Wand
    tegen de muur
    damit
    zodat
    der Durchgang
    de doorgang
    frei
    vrij
    bleibt
    blijft
    Uitgebreide uitleg

    Stell is de gebiedende wijs van stellen voor één aangesproken persoon. stellen betekent hier iets ergens neerzetten of plaatsen; in de voorafgaande zin staat de ik-vorm stelle. De vorm stell is de gebruikelijke korte imperatief. Voorbeeld: Stell das Buch auf den Tisch. — Zet het boek op tafel. ihn is de mannelijke vorm van het persoonlijke voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief): er wordt als lijdend voorwerp ihn. Hier verwijst het naar het voorwerp dat geplaatst moet worden; de voorafgaande zin heeft daarvoor een stoel genoemd. De vorm wordt door de grammaticale eigenschappen van het voorwerp bepaald, niet door de persoon die de opdracht krijgt. Voorbeeld: Ich sehe ihn. — Ik zie hem. an die Wand geeft de plaatsingsrichting aan: iets wordt naar of tegen een muur toe geplaatst. Wand is vrouwelijk; na an staat hier de vierde naamval, omdat er beweging of verplaatsing naar een doel is. Daarom staat die hier als vorm die bij Wand past. Vergelijk an der Wand: dat beschrijft een vaste plaats, ‘aan/tegen de muur’, zonder de nadruk op de beweging ernaartoe. damit leidt een bijzin met een doel of beoogd gevolg in: ‘zodat’ of ‘opdat’. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. Het verbindt het plaatsen met het gewenste resultaat. der Durchgang betekent ‘de doorgang’. Durchgang is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het onderwerp hier met het lidwoord der in de eerste naamval. Het woord kan een ruimte of route aanduiden waar mensen doorheen gaan. frei betekent hier ‘vrij’ in de zin van ‘niet geblokkeerd’ of ‘doorgankelijk’. Als naamwoordelijk deel na bleiben krijgt het geen uitgang: Der Durchgang bleibt frei. Voorbeeld: Der Weg ist frei. — De weg is vrij. bleibt is de derde persoon enkelvoud van bleiben, ‘blijven’. De basisvorm is bleiben; bleibt wordt gebruikt bij een enkelvoudig onderwerp zoals der Durchgang. In deze zin gaat het niet om een nieuwe toestand die ontstaat, maar om het voortduren van de vrije toestand. Voorbeeld: Die Tür bleibt offen. — De deur blijft open. Samen vormt Stell ihn an die Wand de opdracht om het bedoelde voorwerp tegen de muur te plaatsen. damit der Durchgang frei bleibt noemt het doel: de doorgang moet vrij blijven. De volledige betekenis is daarom: ‘Zet hem tegen de muur, zodat de doorgang vrij blijft.’

Grammatica

bevor + Nebensatz (Verb am Ende)

Bevor jemand sitzt, bleibt der Stuhl woanders.

buhfoor jeemant zittst, blaipt deer sjtoel voo-anders.

Voordat iemand zit, blijft de stoel ergens anders.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

damit + Nebensatz (Verb am Ende)

Damit der Durchgang frei bleibt, stell den Stuhl an die Wand.

dahmit deer doerchgang frai blaipt, sjtel dehn sjtoel an die vant.

Zodat de doorgang vrij blijft, zet de stoel tegen de muur.

„Damit” drukt een doel uit; het vervoegde werkwoord staat achteraan in de bijzin.

Duits woordenschat

bevor voegwoord
buhfoor voordat
dieser bepaler
diezer deze Dieser
ein bisschen bijwoord
ain bisschen een beetje
hinter bijvoeglijk naamwoord
hintuh achter hintere
reparieren werkwoord
reparieren repareren
sich bewegen werkwoord
zich beweeghen bewegen bewegt sich
Stuhl zelfstandig naamwoord
sjtoel stoel
Stuhlbein zelfstandig naamwoord
sjtoel-bain stoelbeen
Teil zelfstandig naamwoord
tail deel
wackelig bijvoeglijk naamwoord
wakkelich wankel
wackeln werkwoord
vakkeln wiebelen wackelt
welcher bepaler
velchuh welke Welcher

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze stoel zit los.

Antwoord tonenDieser Stuhl ist wackelig.

Welk deel beweegt?

Antwoord tonenWelcher Teil bewegt sich?

De achterste poot wiebelt een beetje.

Antwoord tonenDas hintere Stuhlbein wackelt ein bisschen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

wankel

Antwoord tonenwackelig

deze

Antwoord tonenDieser

welke

Antwoord tonenWelcher

stoelbeen

Antwoord tonenStuhlbein