Voorbereiden op regen buiten | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before leaving in the rain, two adults talk about boots, puddles, protecting a bag, and taking an umbrella..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Voorbereiden op regen buiten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Draußen regnet es.

drau-sun reeg-nut es Het regent buiten.
B

Zieh deine Stiefel an, bevor du gehst.

tsie dai-nuh sjtie-fuhl an, be-foor doe geest Doe je laarzen aan voordat je weggaat.
A

Auf dem Weg sind Pfützen.

auf deem weeg zint pfuut-sun Er liggen plassen op het pad.
B

Geh langsam um sie herum.

gee lang-zaam oem zie he-roem Stap langzaam om ze heen.
A

Meine Tasche könnte nass werden.

mai-nuh tasjuh keun-tuh naas vee-dun Mijn tas kan nat worden.
B

Halte sie unter deiner Jacke.

hal-tuh zie oen-tuh dai-nuh yak-kuh Houd hem onder je jas.
A

Ich sollte auch einen Regenschirm mitnehmen.

isj zol-tuh aukh ai-nun reeg-nun-sjirm mit-nee-mun Ik moet ook een paraplu meenemen.
B

Das hilft dir, trocken zu bleiben.

das hilft dier, trok-kun tsoe blai-bun Dat helpt je droog te blijven.

Uitleg van de zinnen

  1. Draußen regnet es.

    Het regent buiten.

    Draußen
    buiten
    regnet es
    het regent
    Uitgebreide uitleg

    Draußen betekent hier “buiten” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord: het verandert niet van vorm. Het tegenovergestelde is drinnen (“binnen”). Voorbeeld: Draußen ist es kalt. — “Buiten is het koud.” regnet es vormt samen de Duitse onpersoonlijke uitdrukking “het regent”. regnet is de derde persoon enkelvoud van regnen (“regenen”): regnen → es regnet. Het voornaamwoord es is hier een grammaticaal onderwerp zonder concrete persoon of zaak als referent; het weer wordt zo uitgedrukt. Voorbeeld: Morgen regnet es. — “Morgen regent het.” Samen betekent Draußen regnet es: “Buiten regent het.” De plaatsbepaling Draußen staat vooraan, gevolgd door de werkwoordsvorm regnet en het grammaticale onderwerp es. In een gewone mededelende Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats; daarom staat regnet hier vóór es.

  2. Zieh deine Stiefel an, bevor du gehst.

    Doe je laarzen aan voordat je weggaat.

    Zieh … an
    trek ... aan
    deine
    je
    Stiefel
    laarzen
    bevor
    voordat
    gehst
    gaat
    Uitgebreide uitleg

    Zieh ... an is een scheidbaar werkwoordspatroon. Het basiswerkwoord is anziehen = aantrekken; in de gebiedende wijs voor één persoon wordt dat Zieh ... an. Het voorvoegsel an staat hier achteraan, terwijl het werkwoordelijke geheel de betekenis “aantrekken” behoudt. Voorbeeld: Zieh die Jacke an. — Trek de jas aan. deine betekent hier “je” en hoort bij de aangesprokene. Het is een bezittelijk woord: dein is de basisvorm, en deine verschijnt hier bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Stiefel. Het bezittelijk woord drukt bezit of verbondenheid uit; het stelt niet op zichzelf een bepaald aantal eigenaars vast. Stiefel betekent “laarzen”. De vorm is hier meervoud; het enkelvoud is Stiefel — één laars — en het meervoud heeft dezelfde zichtbare vorm. In deze zin verwijst het dus, volgens de vertaling, naar laarzen in het meervoud. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In die bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Was deine Hände, bevor du isst. — Was je handen voordat je eet. gehst is de vorm van gehen (“gaan”) voor de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: du gehst. Hier betekent het, in combinatie met de vertaling, “je weggaat”. In een bijzin na bevor staat gehst achteraan. De vorm gehst hoort dus bij du; het is niet de gebiedende wijs. Samen bestaat de zin uit de gebiedende wijs Zieh deine Stiefel an en de tijdsbepalende bijzin bevor du gehst. De volledige betekenis is: “Doe je laarzen aan voordat je weggaat.” De voorafgaande context over regen buiten en de volgende context over plassen passen bij deze concrete situatie, maar veranderen de grammaticale opbouw van de zin niet.

  3. Auf dem Weg sind Pfützen.

    Er liggen plassen op het pad.

    Auf dem Weg
    op het pad
    sind
    zijn
    Pfützen
    plassen
    Uitgebreide uitleg

    Auf dem Weg betekent hier ‘op het pad’. auf krijgt bij een plaats zonder beweging de datief: der Weg wordt dem Weg. Hetzelfde patroon is herbruikbaar in bijvoorbeeld auf dem Tisch — ‘op de tafel’. De vorm dem laat hier bovendien zien dat Weg mannelijk is; dat volgt niet alleen uit de plaatsbepaling. sind is de tegenwoordige tijd van sein (‘zijn’) in de derde persoon meervoud: sie sind. Het onderwerp staat in deze zin ná het werkwoord, omdat de plaatsbepaling vooropstaat. Vergelijk Die Pfützen sind auf dem Weg met Auf dem Weg sind Pfützen; de betekenis blijft gelijk, maar de volgorde verandert. Pfützen betekent ‘plassen’. Het is het meervoud van die Pfütze; de klinker ü blijft in het meervoud behouden en de uitgang verandert in -n: die Pfütze → die Pfützen. Een enkelvoudig voorbeeld is Auf dem Weg ist eine Pfütze — ‘Op het pad ligt een plas’. Samen vormt de zin Auf dem Weg sind Pfützen: letterlijk ‘Op het pad zijn plassen’, natuurlijk vertaald als ‘Er liggen plassen op het pad’. De plaatsbepaling staat voorop, daarna komt de persoonsvorm sind, en vervolgens het meervoudige onderwerp Pfützen.

  4. Geh langsam um sie herum.

    Stap langzaam om ze heen.

    Geh
    ga
    langsam
    langzaam
    sie
    ze/hen
    um … herum
    om ... heen
    Uitgebreide uitleg

    Geh is de gebiedende wijs van gehen (“gaan”) voor één persoon die je met du aanspreekt. Het onderwerp staat niet apart: Geh! betekent “Ga!”. Voor meerdere personen is de gebiedende wijs Geht!. langsam beschrijft hier hoe het gaan gebeurt: langzaam. Als bijwoord verandert het niet mee met de persoon of het aantal. Voorbeeld: Fahr langsam. — “Rijd langzaam.” sie is hier het persoonlijke voornaamwoord in de vierde naamval. In combinatie met de vorige zin ligt de meervoudslezing “ze/hen”, verwijzend naar de plassen, voor de hand. De vorm sie is voor meervoud in de eerste en vierde naamval gelijk; bij vrouwelijk enkelvoud kan sie in de vierde naamval ook “haar” betekenen, maar dat is hier niet de bedoelde vertaling. Voorbeeld: Ich sehe sie. — “Ik zie ze.” um ... herum is een uit twee delen bestaande Duitse constructie voor “om ... heen”. Het eerste deel staat vóór het voornaamwoord en herum erna: um den Baum herum — “om de boom heen”. De twee delen horen dus bij elkaar en geven een route rond iets aan. Samen betekent Geh langsam um sie herum.: “Ga langzaam om ze heen.” De gebiedende wijs geeft de opdracht, langsam geeft de manier van bewegen aan en um sie herum geeft de route aan: om de plassen heen. De volgende zin vermeldt dat de tas nat kan worden; deze zin zelf zegt niet uitdrukkelijk dat het vermijden daarvan het doel is.

  5. Meine Tasche könnte nass werden.

    Mijn tas kan nat worden.

    Meine
    mijn
    Tasche
    tas
    könnte
    zou kunnen
    nass
    nat
    werden
    worden
    Uitgebreide uitleg

    Meine betekent hier “mijn” en staat vóór het zelfstandig naamwoord Tasche. Het is de vorm van het bezittelijk woord mein die past bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in deze zinspositie: mein → meine. Het bezittelijk woord drukt bezit uit; het zegt niet op zichzelf hoeveel tassen er zijn. Tasche betekent hier “tas”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasche; het meervoud is die Taschen. In een nieuw voorbeeld: Meine Tasche ist schwer. — “Mijn tas is zwaar.” könnte is de vorm van können voor een mogelijkheid: “zou kunnen” of “kan mogelijk”. Het is de Konjunktiv-II-vorm; in deze zin maakt die de uitkomst onzeker of hypothetisch. Na een vervoegde vorm van können staat het andere werkwoord doorgaans als infinitief aan het einde: Die Tasche könnte fallen. — “De tas zou kunnen vallen.” nass betekent “nat”. Hier staat het als een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord na werden, en daarom krijgt het geen uitgang: nass werden — “nat worden”. Het tegenovergestelde is trocken (“droog”), bijvoorbeeld: Die Jacke wird trocken. — “De jas wordt droog.” werden betekent hier “worden” en beschrijft een verandering naar een nieuwe toestand. Het is de infinitief die bij könnte hoort. Vergelijk: Die Tasche wird nass. — “De tas wordt nat.” Met könnte wordt dat een mogelijkheid in plaats van een zekere mededeling. Samen vormt Meine Tasche könnte nass werden de structuur [onderwerp] + [mogelijkheid] + [toestandsverandering]: “Mijn tas zou nat kunnen worden.” Meine Tasche is wat mogelijk nat wordt, könnte markeert die mogelijkheid, en nass werden benoemt de verandering naar een natte toestand. Het onderwerp blijft dus de tas; de zin beweert alleen dat nat worden mogelijk is, niet dat het al gebeurd is.

  6. Halte sie unter deiner Jacke.

    Houd hem onder je jas.

    Halte
    houd
    sie
    hem
    unter
    onder
    deiner
    je
    Jacke
    jas
    Uitgebreide uitleg

    Halte is de gebiedende wijs van halten voor één aangesproken persoon: du hältst wordt als bevel Halte!. Hier betekent het “houd vast” of “houd haar/het op die plaats”. Voorbeelden: Halte die Tasche fest. — “Houd de tas goed vast.” Halten Sie die Tür offen. — “Houd de deur open.” In het tweede voorbeeld is Halten Sie de beleefde gebiedende vorm. sie is hier het persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval, enkelvoud vrouwelijk. In de voorafgaande context verwijst het naar Meine Tasche; de vaste Nederlandse vertaling geeft dit weer als “hem”. De vorm sie kan in andere zinnen ook een andere grammaticale functie hebben, maar hier is zij het lijdend voorwerp van Halte. unter betekent “onder”. Bij een plaats waar iets zich bevindt, staat het daaropvolgende naamwoord in het Duits doorgaans in de derde naamval: unter der Jacke — “onder de jas”. Bij beweging naar een plaats kan unter ook de vierde naamval nemen: Ich lege die Tasche unter die Jacke. — “Ik leg de tas onder de jas.” deiner is de vorm van dein bij een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord in de derde naamval. Het woord dat deze vorm bepaalt is Jacke, niet deiner zelf als zelfstandig naamwoord. Vergelijk: unter deiner Jacke — “onder je jas” en unter deinem Mantel — “onder je jas/mantel”, omdat Mantel mannelijk is. Dein betekent “jouw/je” en drukt op zichzelf geen aantal uit. Jacke is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Jacke, “de jas”. Het meervoud is die Jacken. In deze zin staat het na deiner in de derde naamval enkelvoud: unter deiner Jacke. Samen bestaat de zin uit het bevel Halte sie (“houd haar/het vast”) en de plaatsbepaling unter deiner Jacke (“onder je jas”). De volledige betekenis is: “Houd hem onder je jas.” De vorm Halte richt het bevel aan één persoon; sie is wat onder de jas gehouden moet worden; unter deiner Jacke geeft de bedoelde plaats aan.

  7. Ich sollte auch einen Regenschirm mitnehmen.

    Ik moet ook een paraplu meenemen.

    Ich sollte
    ik moet
    auch
    ook
    Regenschirm
    paraplu
    mitnehmen
    meenemen
    Uitgebreide uitleg

    Ich sollte: Ich betekent “ik”. sollte is hier de vorm van het Duitse werkwoord sollen bij ich; dezelfde vorm wordt ook gebruikt bij er, sie en es. Sollen drukt vaak een verplichting, verwachting of advies uit. In deze zin geeft de vaste vertaling de bedoelde betekenis als “moet” weer. Voorbeeld: Ich soll warten. — “Ik moet wachten.” auch: Dit betekent “ook” en voegt deze handeling toe aan iets anders dat al geldt. Het woord verandert niet mee met persoon of getal. Regenschirm: Dit samengestelde zelfstandig naamwoord betekent “paraplu”. Het bestaat uit Regen (“regen”) en Schirm (“scherm” of “paraplu”), maar als geheel is Regenschirm het gewone woord voor een paraplu. Het is mannelijk: der Regenschirm. Na einen staat het zelfstandig naamwoord hier in de accusatief, omdat het de zaak is die wordt meegenomen: einen Regenschirm. mitnehmen: Dit werkwoord betekent “meenemen”. De basisvorm is mitnehmen; het is een scheidbaar werkwoord met mit- plus nehmen. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het bijvoorbeeld splitsen: Ich nehme einen Regenschirm mit. — “Ik neem een paraplu mee.” Na sollte blijft het volledige werkwoord als infinitief aan het einde staan: sollte ... mitnehmen. Samenstelling: Ich sollte geeft de handelende persoon en de verplichting of verwachting aan, auch voegt deze handeling toe, einen Regenschirm is wat meegenomen moet worden, en mitnehmen benoemt de handeling. De volledige zin betekent daarom: “Ik moet ook een paraplu meenemen.”

  8. Das hilft dir, trocken zu bleiben.

    Dat helpt je droog te blijven.

    Das
    dat
    hilft
    helpt
    dir
    je
    trocken
    droog
    zu bleiben
    te blijven
    Uitgebreide uitleg

    Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp van de zin. Het is een aanwijzend voornaamwoord in de onzijdige enkelvoudsvorm. De precieze zaak waarnaar het verwijst, wordt in de vaste zin niet zelfstandig benoemd; de context maakt alleen duidelijk dat het om iets eerder besprokens gaat. hilft komt van helfen (“helpen”). Dit is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud: es hilft, das hilft. Bij helfen staat de persoon die hulp ontvangt in de datief. Vergelijk: Das hilft mir. — “Dat helpt mij.” dir betekent “jou” of “je” en is hier de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. De datief past bij helfen: iets helpt iemand. trocken betekent hier “droog”, dus zonder nat te worden. Als bijvoeglijk naamwoord staat het na bleiben als eigenschap die behouden blijft. Een bruikbaar contrast is nass — “nat”. Voorbeeld: Bleib trocken! — “Blijf droog!” zu bleiben bestaat uit zu plus het hele werkwoord bleiben (“blijven”). Na helfen kan een zu-infinitief aangeven wat de hulp mogelijk maakt: Das hilft dir, ruhig zu bleiben. — “Dat helpt je rustig te blijven.” Bleiben betekent niet “worden”, maar dat een toestand voortduurt. Samen betekent Das hilft dir, trocken zu bleiben.: “Dat helpt je droog te blijven.” Het onderwerp Das helpt de aangesproken persoon (dir) bij het behouden van de toestand trocken; zu bleiben benoemt wat daardoor mogelijk wordt.

Grammatica

bevor + bijzin met werkwoord achteraan

Bevor du gehst, zieh die Stiefel an.

be-foor doe geest, tsie die sjtie-fuhl an

Voordat je gaat, trek de laarzen aan.

Na „bevor” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

scheidbaar werkwoord: anziehen → Zieh ... an

Zieh die Stiefel an.

tsie die sjtie-fuhl an

Trek de laarzen aan.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

anziehen werkwoord
an-tsie-un aantrekken Zieh ... an
bevor voegwoord
be-foor voordat
draußen bijwoord
drau-sun buiten
gehen werkwoord
gee-un gaan gehst
langsam bijwoord
lang-zaam langzaam
nass bijvoeglijk naamwoord
nas nat
Pfütze zelfstandig naamwoord
pfuut-suh plas Pfützen
regnen werkwoord
reeg-nun regenen regnet
Stiefel zelfstandig naamwoord
sjtie-fuhl laarzen
Tasche zelfstandig naamwoord
tasjuh tas
um ... herum uitdrukking
oem ... he-roem om ... heen
Weg zelfstandig naamwoord
weeg pad, weg

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het regent buiten.

Antwoord tonenDraußen regnet es.

Er liggen plassen op het pad.

Antwoord tonenAuf dem Weg sind Pfützen.

Stap langzaam om ze heen.

Antwoord tonenGeh langsam um sie herum.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buiten

Antwoord tonendraußen

voordat

Antwoord tonenbevor

regenen

Antwoord tonenregnet

plas

Antwoord tonenPfützen