Draußen
Draußen betekent hier ‘buiten’ en geeft aan waar het regent. Het staat vaak vooraan om een plaats buiten aan te geven; gebruik het bijvoorbeeld wanneer je het weer of iets in de buitenlucht beschrijft.
regnet
regnet betekent hier ‘regent’ en beschrijft het weer in Draußen regnet es. De vorm hoort in deze zin bij es; samen vormen ze de gebruikelijke weersuitdrukking. Je gebruikt dit wanneer je iemand zegt dat het buiten regent.
es
es is hier het onpersoonlijke onderwerp in Draußen regnet es; in het Nederlands vertaal je het in deze weerszin als ‘het’. Bij weersuitdrukkingen staat es samen met de werkwoordsvorm, niet als een verwijzing naar een zelfstandig naamwoord. Je gebruikt deze constructie om het weer te beschrijven.
Zieh
Zieh betekent hier ‘trek aan’ en is de directe instructie in Zieh deine Stiefel an. Het hoort bij de uitdrukking Zieh ... an, waarbij het kledingstuk tussen beide delen kan staan. Je gebruikt dit wanneer je één persoon opdraagt kleding aan te trekken.
deine
deine betekent hier ‘jouw’ of ‘je’ en maakt duidelijk dat de Stiefel van de aangesproken persoon zijn. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in deine Stiefel. Je gebruikt het wanneer je rechtstreeks naar iets van één persoon verwijst.
Stiefel
Stiefel betekent hier ‘laarzen’ en verwijst naar het schoeisel dat de aangesproken persoon moet aantrekken. Het staat in de woordgroep deine Stiefel. Je gebruikt dit woord bijvoorbeeld wanneer je bij regen of buitenactiviteiten over laarzen praat.
an
an is hier het afgescheiden werkwoorddeel van Zieh ... an en draagt samen met Zieh de betekenis ‘aantrekken’. In deze hoofdzin staat an achteraan, na het voorwerp deine Stiefel. Je gebruikt deze vorm wanneer je de instructie om kleding aan te trekken volledig maakt.
bevor
bevor betekent ‘voordat’ en verbindt de instructie met het moment waarop iemand weggaat. Na bevor staat in deze zin de bijzin bevor du gehst, met het werkwoord aan het einde. Je gebruikt het om twee handelingen in de tijd te ordenen.
du
du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de ene persoon die wordt aangesproken. Het staat als onderwerp in voordat-zin bevor du gehst. Je gebruikt du wanneer je rechtstreeks en informeel tegen één persoon spreekt.
gehst
gehst betekent hier ‘gaat’ of ‘vertrekt’ in bevor du gehst. Deze vorm hoort bij du en staat aan het einde van de bijzin na bevor. Je gebruikt de uitdrukking wanneer je wilt verwijzen naar het moment waarop iemand weggaat.
Auf
Auf betekent hier ‘op’ in de plaatsaanduiding Auf dem Weg. Samen met dem Weg geeft het aan waar de plassen liggen. Je gebruikt het voor een locatie wanneer iets zich op een weg of pad bevindt.
dem
dem is hier het Duitse lidwoord in Auf dem Weg en hoort bij Weg binnen deze locatie-uitdrukking. Het staat direct vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar de genoemde weg of het genoemde pad verwijst in deze constructie.
Weg
Weg betekent hier ‘weg’ of, in deze context, ‘pad’. In Auf dem Weg geeft het aan op welke plaats de plassen liggen. Je gebruikt het woord wanneer je over een route, weg of pad spreekt.
sind
sind betekent hier ‘zijn’ en verbindt de plaatsaanduiding met Pfützen in Auf dem Weg sind Pfützen. De vorm hoort hier bij het meervoudige onderwerp Pfützen. Je gebruikt dit om te zeggen dat iets zich ergens bevindt.
Pfützen
Pfützen betekent hier ‘plassen’ en verwijst naar de regenplassen op het pad. Het woord staat in Auf dem Weg sind Pfützen als datgene wat daar aanwezig is. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand voor plassen buiten waarschuwt.
Geh
Geh betekent hier ‘ga’ of ‘loop’ en geeft een directe instructie in Geh langsam um sie herum. Het is de gebiedende vorm die samen met um sie herum de beweging rond de plassen beschrijft. Je gebruikt dit wanneer je één persoon aanwijzingen geeft over hoe die moet lopen.
langsam
langsam betekent hier ‘langzaam’ en beschrijft hoe iemand moet lopen. Het staat bij Geh in de instructie Geh langsam um sie herum. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt een beweging rustig of met lage snelheid uit te voeren.
um
um betekent hier ‘om’ en vormt samen met herum de uitdrukking um sie herum, ‘om hen heen’. Het staat vóór het voornaamwoord sie en krijgt zijn volledige betekenis binnen deze combinatie. Je gebruikt um ... herum om een beweging rond iets of iemand te beschrijven.
sie
sie betekent hier ‘hen’ en verwijst naar de Pfützen. In um sie herum is het voorwerp waar iemand omheen loopt. Je gebruikt deze vorm wanneer je naar de eerder genoemde plassen terugverwijst.
herum
herum maakt samen met um sie herum duidelijk dat de beweging rondom de plassen plaatsvindt. Het staat aan het einde van deze uitdrukking. Je gebruikt um ... herum wanneer iemand of iets om een object of persoon heen beweegt.
Meine
Meine betekent hier ‘mijn’ en maakt duidelijk dat de Tasche van de spreker is. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in Meine Tasche. Je gebruikt het wanneer je een eigen voorwerp benoemt.
Tasche
Tasche betekent hier ‘tas’ en verwijst naar het voorwerp dat mogelijk nat wordt. Het staat in Meine Tasche könnte nass werden. Je gebruikt het woord wanneer je over een tas of bagage spreekt, bijvoorbeeld bij het beschermen ervan tegen regen.
könnte
könnte drukt hier een mogelijkheid uit: de tas zou nat kunnen worden. Het staat samen met nass werden om een mogelijk gevolg van de regen te beschrijven. Je gebruikt het wanneer je een onzeker risico of mogelijke situatie benoemt.
nass
nass betekent hier ‘nat’ en beschrijft de toestand die de Tasche mogelijk krijgt. In nass werden betekent het samen met werden ‘nat worden’. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer regen een voorwerp of persoon nat kan maken.
werden
werden betekent hier ‘worden’ in nass werden, dus van droog naar nat raken. Het staat na nass als onderdeel van de uitdrukking voor een verandering van toestand. Je gebruikt deze combinatie wanneer je beschrijft dat iets door regen of water nat raakt.
Halte
Halte betekent hier ‘houd’ of ‘houd vast’ en geeft een directe instructie in Halte sie unter deiner Jacke. Het wordt gevolgd door het voorwerp sie en de plaatsaanduiding unter deiner Jacke. Je gebruikt dit wanneer je één persoon vraagt iets op een bepaalde plek te houden.
unter
unter betekent hier ‘onder’ en geeft aan waar de tas moet blijven: onder de jas. Het staat vóór deiner Jacke in unter deiner Jacke. Je gebruikt het om een positie onder iets te beschrijven.
deiner
deiner betekent hier ‘jouw’ of ‘je’ en verwijst naar de jas van de aangesproken persoon. Het staat vóór Jacke in unter deiner Jacke. Je gebruikt het wanneer je rechtstreeks naar iets verwijst dat bij één persoon hoort.
Jacke
Jacke betekent hier ‘jas’ en is de jas waaronder de tas moet worden gehouden. Het staat in de plaatsaanduiding unter deiner Jacke. Je gebruikt het woord wanneer je over kleding of bescherming tegen regen en kou praat.
Ich
Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de spreker die een eigen voornemen uitspreekt. Het staat aan het begin van Ich sollte auch einen Regenschirm mitnehmen. Je gebruikt Ich wanneer je over jezelf, je plannen of je keuzes praat.
sollte
sollte betekent hier ‘zou moeten’ en drukt uit dat de spreker vindt dat een paraplu meenemen verstandig is. Het staat samen met de infinitief mitnehmen. Je gebruikt het om jezelf of iemand anders een aanbeveling te geven.
auch
auch betekent hier ‘ook’ en voegt het meenemen van een paraplu toe aan de andere voorbereidingen voor de regen. Het staat vóór einen Regenschirm en benadrukt deze extra handeling. Je gebruikt het wanneer je nog iets aan een eerdere actie of opsomming toevoegt.
einen
einen betekent hier ‘een’ en verwijst naar één nog niet nader bepaalde Regenschirm. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord in einen Regenschirm. Je gebruikt het wanneer je een enkel voorwerp noemt dat iemand wil meenemen.
Regenschirm
Regenschirm betekent hier ‘paraplu’ en is het voorwerp dat de spreker wil meenemen. Het staat in Ich sollte auch einen Regenschirm mitnehmen. Je gebruikt het woord wanneer je over bescherming tegen regen praat of een paraplu meeneemt.
mitnehmen
mitnehmen betekent hier ‘meenemen’ en beschrijft dat de paraplu met de spreker meegaat. Het staat als infinitief na sollte in Ich sollte auch einen Regenschirm mitnehmen. Je gebruikt het met een voorwerp dat je bij het vertrekken bij je wilt hebben.
Das
Das betekent hier ‘dat’ en verwijst naar de zojuist genoemde maatregel, het meenemen van een paraplu. Het staat aan het begin van Das hilft dir, trocken zu bleiben en neemt de eerdere handeling als geheel op. Je gebruikt Das om naar een vooraf genoemde zaak, actie of situatie te verwijzen.
hilft
hilft betekent hier ‘helpt’ in Das hilft dir, trocken zu bleiben. Samen met dir geeft het aan wie voordeel heeft van de handeling; de volledige constructie zegt dat iets helpt om droog te blijven. Je gebruikt het om het nut of effect van een maatregel uit te leggen.
dir
dir betekent hier ‘jou’ of ‘je’ en geeft aan voor wie de paraplu helpt. Het staat bij hilft in Das hilft dir, trocken zu bleiben. Je gebruikt dir wanneer je de persoon noemt die hulp of voordeel ontvangt.
trocken
trocken betekent hier ‘droog’ en beschrijft de toestand waarin de aangesproken persoon kan blijven. Het staat in trocken zu bleiben. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je uitlegt dat kleding of een persoon niet nat wordt.
zu
zu maakt hier samen met bleiben de constructie trocken zu bleiben, ‘droog te blijven’. Het staat direct vóór de infinitief bleiben. Je gebruikt zu in zo’n infinitiefconstructie na een uitdrukking als hilft, wanneer je het doel of gevolg beschrijft.
bleiben
bleiben betekent hier ‘blijven’ en beschrijft dat iemand droog blijft ondanks de regen. Samen met trocken zu vormt het de uitdrukking trocken zu bleiben. Je gebruikt het wanneer een toestand voortduurt.