Zonnig weer en wandelen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Outside, two adults talk about taking sunglasses and water before going for a sunny walk..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Zonnig weer en wandelen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Draußen ist es sonnig.

Drau-sen is es zonnich. Het is zonnig buiten.
B

Bring deine Sonnenbrille mit.

Bring daine zonnenbrille mit. Neem je zonnebril mee.
A

Ist es zu heiß für einen Spaziergang?

Ist es tsoe hais fuur ainen sjpaatsierang? Is het te heet voor een wandeling?
B

Es ist warm, aber wir können trotzdem gehen.

Es is varm, aa-ber vier keunnen trotsdeem gee-en. Het is warm, maar we kunnen toch gaan.
A

Wir können im Schatten bleiben.

Vier keunnen im sjatten blaiben. We kunnen in de schaduw blijven.
B

Die Bäume sollten uns kühl halten.

Die boime zollten oens kuul halten. De bomen zouden ons koel moeten houden.
A

Ich bringe eine Flasche Wasser mit.

Ich bringe aine flasje vassa mit. Ik neem een fles water mee.
B

Die wird beim Spaziergang nützlich sein.

Die virt baim sjpaatsierang nutslich zain. Die zal tijdens de wandeling goed van pas komen.

Woord voor woord

Draußen “Draußen” betekent hier “buiten” en geeft de plaats van het weer aan. In “Draußen ist es sonnig” staat het aan het begin om de buitenomgeving te noemen. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je iemand vertelt hoe het buiten is.
ist “ist” betekent hier “is” en verbindt het onderwerp met de beschrijving van het weer. In “Draußen ist es sonnig” beschrijft het de toestand buiten; aan het begin van de vraag staat dezelfde vorm als “Ist”. De vorm past bij eenvoudige mededelingen en vragen over een toestand.
es “es” is hier het verwijzende onderwerp in een zin over het weer en wordt in het Nederlands meestal met “het” weergegeven. In “Draußen ist es sonnig” verwijst het niet naar een genoemd voorwerp. Dezelfde weersstructuur staat in “Es ist warm”.
sonnig “sonnig” betekent “zonnig” en beschrijft hier het weer buiten. Het staat in de combinatie “ist es sonnig”. Je gebruikt het om te zeggen dat er veel zon is.
Bring “Bring” geeft hier een directe opdracht aan één aangesproken persoon: neem iets mee. In “Bring deine Sonnenbrille mit” staat het vooraan en wordt de betekenis van meenemen aangevuld door “mit” achteraan. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand vraagt een voorwerp mee te nemen.
deine “deine” betekent hier “jouw” en geeft aan dat de zonnebril van de aangesproken persoon is. Het staat direct voor “Sonnenbrille” in “deine Sonnenbrille”. Deze vorm gebruik je om een voorwerp aan de gesprekspartner toe te schrijven.
Sonnenbrille “Sonnenbrille” betekent “zonnebril” en is het voorwerp dat moet worden meegenomen. In “deine Sonnenbrille” staat het na het bezittelijke woord. Je gebruikt het wanneer je over een zonnebril spreekt, bijvoorbeeld vóór een wandeling in de zon.
mit “mit” draagt hier samen met “Bring” de betekenis “mee”: “Bring deine Sonnenbrille mit” betekent “Neem je zonnebril mee”. Bij deze betekenis staat “mit” achteraan in de zin. Je gebruikt deze combinatie om het meenemen van een voorwerp uit te drukken.
zu “zu” betekent hier “te” en maakt duidelijk dat de hitte als te hoog wordt beoordeeld. In “zu heiß” staat het vóór het bijvoeglijke woord. Je gebruikt “zu” op dezelfde manier wanneer iets een ongewenst hoge graad heeft.
heiß “heiß” betekent “heet” en beschrijft hier de buitentemperatuur. In “zu heiß” gaat het om de vraag of het voor een wandeling te heet is. Je gebruikt het om een zeer hoge temperatuur te beschrijven.
für “für” betekent hier “voor” en verbindt de hitte met de geplande activiteit. In “für einen Spaziergang” geeft het aan waarvoor de temperatuur mogelijk te hoog is. Je gebruikt het om een doel of activiteit te noemen waarop iets betrekking heeft.
einen “einen” betekent hier “een” en verwijst samen met “Spaziergang” naar één niet nader bepaalde wandeling. De combinatie staat in “für einen Spaziergang”. Je gebruikt deze woordgroep wanneer je een wandeling als activiteit noemt.
Spaziergang “Spaziergang” betekent “wandeling” en benoemt de activiteit waarover de gesprekspartners spreken. In “für einen Spaziergang” geeft het aan waarvoor het weer beoordeeld wordt. Je gebruikt het wanneer je een wandeling als plan of bezigheid noemt.
warm “warm” beschrijft hier het weer als warm, maar niet als een reden om helemaal niet te gaan. Het staat in “Es ist warm”. Je gebruikt het om de temperatuur buiten te beschrijven.
aber “aber” betekent “maar” en leidt hier een tegenstelling in: het is warm, maar de wandeling kan toch doorgaan. In “warm, aber wir können trotzdem gehen” verbindt het twee delen van de reactie. Je gebruikt het om een beperking of bezwaar tegenover een ander plan te plaatsen.
wir “wir” betekent “wij” en verwijst hier naar de spreker en de gesprekspartner samen. Het is het onderwerp in “wir können trotzdem gehen”. Je gebruikt het wanneer je een gezamenlijke mogelijkheid of activiteit beschrijft.
können “können” betekent hier “kunnen” en drukt uit dat de twee personen ondanks het warme weer kunnen gaan. Het staat in “wir können trotzdem gehen” en wordt gecombineerd met “gehen”. Je gebruikt deze vorm om een mogelijkheid of haalbare activiteit aan te geven.
trotzdem “trotzdem” betekent hier “toch” of “desondanks” en laat zien dat het plan doorgaat ondanks de warmte. In “wir können trotzdem gehen” staat het vóór “gehen”. Je gebruikt het wanneer een handeling doorgaat ondanks een genoemd bezwaar.
gehen “gehen” betekent hier “gaan” en verwijst naar samen op pad gaan voor de wandeling. Het staat na “können” in “wir können trotzdem gehen”. Je gebruikt het na een mogelijkheid zoals “können” om de geplande activiteit te noemen.
im “im” betekent hier “in de” en geeft de plaats aan waar de personen kunnen blijven. In “im Schatten” leidt het de plaatsaanduiding in. Je gebruikt het hier om te zeggen dat iemand zich in een bepaalde omgeving of plek bevindt.
Schatten “Schatten” betekent “schaduw” en benoemt de plek waar de personen uit de zon kunnen blijven. In “im Schatten bleiben” staat het na “im”. Je gebruikt deze uitdrukking wanneer je beschrijft dat iemand een schaduwrijke plek kiest.
bleiben “bleiben” betekent hier “blijven” en drukt uit dat de personen in de schaduw kunnen blijven. In “können im Schatten bleiben” staat het na de plaatsaanduiding. Je gebruikt het om aan te geven dat iemand op dezelfde plek blijft.
Die “Die” betekent hier “de” en vormt samen met “Bäume” de bepaalde groep “de bomen”. In “Die Bäume sollten uns kühl halten” staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt het om een concrete groep bomen als onderwerp te noemen.
Bäume “Bäume” betekent “bomen” en is het onderwerp waarvan wordt verwacht dat het voor verkoeling zorgt. Het staat in “Die Bäume sollten uns kühl halten”. Je gebruikt het wanneer je meerdere bomen als onderdeel van de buitenomgeving beschrijft.
sollten “sollten” drukt hier een verwachting uit: de bomen zouden de personen koel moeten houden. In “Die Bäume sollten uns kühl halten” staat het vóór de rest van de werkwoordelijke uitdrukking. Je gebruikt het om een verwachte werking of uitkomst te beschrijven.
uns “uns” betekent “ons” en verwijst hier naar de spreker en de gesprekspartner als de personen die koel gehouden worden. In “uns kühl halten” geeft het aan wie door de bomen wordt beïnvloed. Je gebruikt het wanneer een handeling op de spreker en anderen samen gericht is.
kühl “kühl” betekent “koel” en beschrijft de gewenste toestand van de personen. In “uns kühl halten” betekent het samen met “halten” dat iemand koel blijft. Je gebruikt het om een aangename lagere temperatuur of verkoeling te beschrijven.
halten “halten” betekent hier “houden” in de betekenis van iemand in een bepaalde toestand laten blijven. In “uns kühl halten” vormt het samen met “kühl” de betekenis “ons koel houden”. Je gebruikt deze combinatie wanneer iets voor verkoeling zorgt.
Ich “Ich” betekent “ik” en verwijst naar de persoon die spreekt. Het staat aan het begin van “Ich bringe eine Flasche Wasser mit”. Je gebruikt het om jezelf als handelende persoon te noemen.
bringe “bringe” betekent hier “breng” en beschrijft dat de spreker zelf een fles water meeneemt. In “Ich bringe eine Flasche Wasser mit” wordt de betekenis van meenemen aangevuld door “mit” aan het einde. Je gebruikt deze vorm wanneer je zegt dat je zelf iets voor een activiteit meeneemt.
eine “eine” betekent hier “een” en introduceert één fles zonder die verder te specificeren. Het staat vóór “Flasche” in “eine Flasche Wasser”. Je gebruikt het om één niet nader bepaalde zaak te noemen.
Flasche “Flasche” betekent “fles” en benoemt de verpakking die de spreker meeneemt. In “eine Flasche Wasser” staat het vóór de inhoud “Wasser”. Je gebruikt het wanneer je een fles met een bepaalde inhoud beschrijft.
Wasser “Wasser” betekent “water” en geeft hier aan wat er in de fles zit. Het staat in de woordgroep “eine Flasche Wasser”. Je gebruikt het om water als drankje of inhoud te noemen.
wird “wird” betekent hier “zal” en helpt samen met “sein” om een verwachte toekomstige toestand uit te drukken. In “Die wird beim Spaziergang nützlich sein” gaat het om het nut van de fles tijdens de wandeling. Je gebruikt deze combinatie om te voorspellen dat iets later een bepaalde eigenschap zal hebben.
beim “beim” betekent hier “bij de” of natuurlijker “tijdens de” en geeft aan wanneer iets nuttig zal zijn. Het staat in “beim Spaziergang”. Je gebruikt het hier om een activiteit als tijdsomstandigheid te noemen.
nützlich “nützlich” betekent “nuttig” en beschrijft hier het verwachte nut van de fles water tijdens de wandeling. Het staat in “nützlich sein”. Je gebruikt het om te zeggen dat iets praktisch van pas komt.
sein “sein” betekent hier “zijn” en verbindt het onderwerp met de eigenschap “nützlich”. In “nützlich sein” vormt het samen met “wird” de betekenis “nuttig zal zijn”. Je gebruikt deze combinatie om een toekomstige eigenschap of toestand te beschrijven.

Grammatica

Imperativ: Bring + Objekt

Bring Wasser!

Bring vassa!

Breng water!

Bij een bevel staat het werkwoord vooraan; het onderwerp du wordt weggelaten.

aber trotzdem

aber trotzdem

aa-ber trotsdeem

maar toch

aber en trotzdem drukken samen een tegenstelling uit: iets geldt ondanks een eerder genoemd bezwaar.

Duits woordenschat

aber voegwoord
aa-ber maar
bleiben werkwoord
blaiben blijven
bringen werkwoord
bringen brengen Bring
draußen bijwoord
drau-sen buiten
gehen werkwoord
gee-en gaan
heiß bijvoeglijk naamwoord
hais heet
Schatten zelfstandig naamwoord
sjatten schaduw
Sonnenbrille zelfstandig naamwoord
zonnenbrille zonnebril
sonnig bijvoeglijk naamwoord
zonnich zonnig
Spaziergang zelfstandig naamwoord
sjpaatsierang wandeling
trotzdem bijwoord
trotsdeem toch
warm bijvoeglijk naamwoord
varm warm

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het is zonnig buiten.

Antwoord tonenDraußen ist es sonnig.

Neem je zonnebril mee.

Antwoord tonenBring deine Sonnenbrille mit.

We kunnen in de schaduw blijven.

Antwoord tonenWir können im Schatten bleiben.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

zonnebril

Antwoord tonenSonnenbrille

toch

Antwoord tonentrotzdem

buiten

Antwoord tonendraußen

warm

Antwoord tonenwarm