Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Klaar voor de kou oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Draußen fühlt es sich kalt an.
Drau-sen fuult es zich kalt an. Buiten voelt het koud aan.Zieh deinen Schal an.
Tsie daj-nen sjaal an. Doe je sjaal om.Brauche ich auch Handschuhe?
Brau-che ich au-ch Hant-sjoe-uh? Heb ik ook handschoenen nodig?Sie halten deine Hände warm.
Zie hal-ten daj-nuh hen-duh varm. Ze houden je handen warm.Wo sind meine Handschuhe?
Voo zint maj-nuh Hant-sjoe-uh? Waar zijn mijn handschoenen?Sie liegen neben deiner Jacke.
Zie lie-gen nee-ben daj-na Jak-kuh. Ze liggen naast je jas.Ich zie sie an, bevor ich gehe.
Ich tsie zie an, be-voor ich gee-uh. Ik doe ze aan voordat ik ga.Dann bist du bereit für die Kälte.
Dan bist doe be-rajt fuur die Kel-tuh. Dan ben je klaar voor de kou.Uitleg van de zinnen
Draußen fühlt es sich kalt an.
Buiten voelt het koud aan.
- Draußen
- buiten
- fühlt … sich … an
- voelt … aan
- kalt
- koud
Uitgebreide uitleg
Draußen betekent hier ‘buiten’ en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Draußen ist es ruhig. — ‘Buiten is het rustig.’ fühlt sich … an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen (‘aanvoelen’). fühlt is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; sich is het wederkerend voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort. In een hoofdzin staat het voorvoegsel an achteraan: Es fühlt sich gut an. — ‘Het voelt goed aan.’ In een bijzin blijft het werkwoord bijeen: …, weil es sich gut anfühlt. — ‘… omdat het goed aanvoelt.’ kalt betekent hier ‘koud’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sich anfühlen predicatief wordt gebruikt: het beschrijft hoe iets aanvoelt. De vorm verandert in dit gebruik niet omdat het niet vóór een zelfstandig naamwoord staat. Voorbeeld: Der Wind fühlt sich kalt an. — ‘De wind voelt koud aan.’ Samen vormen de delen Draußen + fühlt sich … an + kalt de zin Draußen fühlt es sich kalt an. Het onderwerp is es, en de zin zegt dat het buiten koud aanvoelt: ‘Buiten voelt het koud aan.’
Zieh deinen Schal an.
Doe je sjaal om.
- Zieh … an
- trek aan
- deinen
- je
- Schal
- sjaal
Uitgebreide uitleg
Zieh ... an is hier een bevel aan één persoon. Het komt van het scheidbare werkwoord anziehen in de betekenis ‘aantrekken’ of, bij kleding, ‘omdoen’. In de gebiedende wijs staat het werkwoordelijke deel Zieh vooraan en het partikel an aan het einde: Zieh deinen Schal an. Voorbeeld: Zieh deine Jacke an. — ‘Trek je jas aan.’ deinen betekent hier ‘je/jouw’ en hoort bij Schal. Deze vorm is de accusatief enkelvoud mannelijk van het bezittelijk woord dein: dein wordt hier deinen, omdat Schal het mannelijke zelfstandige naamwoord is en het direct object van anziehen vormt. Vergelijk: dein Schal als onderwerp, maar Ich sehe deinen Schal. — ‘Ik zie je sjaal.’ Het bezittelijk woord drukt bezit of verbondenheid uit; het stelt op zichzelf geen aantal vast. Schal betekent ‘sjaal’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schal; in deze zin staat het als direct object in de accusatief: den Schal en met dein dus deinen Schal. Voorbeeld: Der Schal ist warm. — ‘De sjaal is warm.’ Samen vormt de zin een concrete instructie: Zieh + deinen Schal + an betekent ‘Doe je sjaal om.’ De voorafgaande context maakt duidelijk dat de instructie verband houdt met de kou buiten. De gebiedende wijs richt zich op één aangesproken persoon; de zin zegt niet wie die persoon precies is.
Brauche ich auch Handschuhe?
Heb ik ook handschoenen nodig?
- Brauche
- nodig hebben
- ich
- ik
- auch
- ook
- Handschuhe
- handschoenen
Uitgebreide uitleg
Brauche komt van brauchen en betekent hier “nodig hebben”. Het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich brauche = “ik heb nodig”. In een gewone mededelende zin staat dat werkwoord na het onderwerp, bijvoorbeeld: Ich brauche Wasser. — “Ik heb water nodig.” In deze vraag staat Brauche vooraan; dat is de gebruikelijke woordvolgorde voor een ja-neevraag in het Duits. ich betekent “ik” en is het onderwerp: de spreker vraagt naar zijn of haar eigen behoefte. Het is de eerste persoon enkelvoud. Samen met Brauche vormt het Brauche ich ...? — “Heb ik ... nodig?” auch betekent hier “ook”. Het voegt de genoemde mogelijkheid toe aan iets anders dat al relevant is; het betekent niet op zichzelf “nog”. De precieze nadruk kan door de context variëren, maar in deze zin hoort auch bij de vraag of handschoenen eveneens nodig zijn. Handschuhe betekent “handschoenen”. Dit is het meervoud van Handschuh — “handschoen”: ein Handschuh, zwei Handschuhe. De uitgang verandert dus in het meervoud; Handschuhe is niet een enkelvoudsvorm. De delen komen samen als Brauche ich auch Handschuhe?: Brauche ich maakt een ja-neevraag, auch voegt “ook” toe en Handschuhe benoemt wat de spreker mogelijk nodig heeft. De volledige betekenis is: “Heb ik ook handschoenen nodig?”
Sie halten deine Hände warm.
Ze houden je handen warm.
- Sie
- ze
- halten
- houden
- deine
- je/jouw
- Hände
- handen
- warm
- warm
Uitgebreide uitleg
Sie betekent hier “ze” en is het onderwerp. De vertaling legt vast dat het om de derde persoon meervoud gaat: meerdere personen houden iets warm. De hoofdletter is bij dit woord belangrijk: dezelfde vorm kan in een andere context ook de formele aanspreekvorm “u” zijn, maar dat is hier niet de bedoelde lezing. halten is de vorm van het werkwoord halten (“houden”). In de tegenwoordige tijd zijn bijvoorbeeld ich halte, du hältst, er/sie/es hält, wir halten en sie halten mogelijk. Hier hoort de meervoudsvorm bij Sie. In de combinatie etwas warm halten betekent het niet alleen iets vasthouden, maar ervoor zorgen dat iets warm blijft. Voorbeeld: Wir halten den Tee warm. — “Wij houden de thee warm.” deine betekent “je/jouw” en geeft bezit aan. Het verwijst hier naar de aangesproken persoon en staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. De vorm is in de nominatief en accusatief meervoud hetzelfde: deine. Vergelijk: deine Hand — “je hand”, maar deine Hände — “je handen”. Hände betekent “handen”. Het is het meervoud van Hand; de klinker verandert daarbij in ä. In deze zin is het de persoon of het lichaamsdeel dat warm gehouden wordt. Voorbeeld: Meine Hände sind kalt. — “Mijn handen zijn koud.” warm betekent “warm”. Als bijvoeglijk naamwoord na halten staat het hier zonder uitgang, omdat het predicatief gebruikt wordt: het beschrijft de toestand die behouden blijft. Het patroon is etwas + adjectief halten: “iets + adjectief houden”. Voorbeeld: Sie halten das Essen warm. — “Ze houden het eten warm.” Samen vormen de delen Sie halten deine Hände warm: “Ze houden je handen warm.” Het onderwerp is Sie, het werkwoord is halten, deine Hände is wat warm gehouden wordt, en warm benoemt de behouden toestand.
Wo sind meine Handschuhe?
Waar zijn mijn handschoenen?
- Wo
- waar
- sind
- zijn
- meine
- mijn
- Handschuhe
- handschoenen
Uitgebreide uitleg
Wo betekent hier “waar” en vraagt naar een plaats. Voor een richting gebruikt het Duits vaak wohin (“waarheen”); dat is niet de vorm in deze vraag. Sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij een meervoudig onderwerp: sie sind = “zij zijn”. Het is de vorm die bij Handschuhe past. In een vraag staat het werkwoord hier vóór het onderwerp: Wo sind ...?. Meine betekent hier “mijn”. Dit is een bezittelijk bepalend woord; het verwijst naar de bezitter, maar past zich grammaticaal aan het bezeten woord aan. Bij het meervoudige Handschuhe staat daarom meine. Vergelijk: mein Handschuh = “mijn handschoen” (enkelvoud) tegenover meine Handschuhe = “mijn handschoenen” (meervoud). Handschuhe betekent “handschoenen”. De enkelvoudsvorm is Handschuh; de meervoudsvorm is Handschuhe. In deze zin is het meervoudige woord het onderwerp van sind. Samen vormen de delen Wo sind meine Handschuhe?: “Waar zijn mijn handschoenen?” Het is een vraag naar de plaats van de handschoenen, zonder dat de zin zelf zegt waar ze zich bevinden.
Sie liegen neben deiner Jacke.
Ze liggen naast je jas.
- Sie
- ze
- liegen
- liggen
- neben
- naast
- deiner
- je
- Jacke
- jas
Uitgebreide uitleg
Sie betekent hier ‘ze’ en verwijst, in samenhang met de vorige vraag, naar de handschoenen. Het is een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud; de hoofdletter staat hier ook omdat het woord aan het begin van de zin staat. Het is dus niet de beleefde vorm ‘u’. Voorbeeld: Sie sind hier. — ‘Ze zijn hier.’ liegen betekent hier dat iets zich liggend op een plaats bevindt. De vorm is de tegenwoordige tijd van liegen en past bij een meervoudig onderwerp: sie liegen. Vergelijk liegt bij een enkelvoudig onderwerp: Die Jacke liegt hier. — ‘De jas ligt hier.’ neben betekent ‘naast’. Het is hier een voorzetsel voor een vaste plaats: er wordt beschreven waar de handschoenen zich bevinden, niet waarheen ze worden verplaatst. Bij deze plaatsbetekenis staat het daaropvolgende zelfstandig naamwoord in de datief. Voorbeeld: Die Tasche liegt neben dem Stuhl. — ‘De tas ligt naast de stoel.’ deiner betekent hier ‘je/jouw’ en hoort bij Jacke. Het is de vorm van het bezittelijk woord dein voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de datief enkelvoud. De datief komt hier door de plaatselijke betekenis van neben: neben deiner Jacke. Het bezittelijke woord zelf draagt dus deze vorm; Jacke verandert niet van vorm. Voorbeeld: Ich sitze neben deiner Schwester. — ‘Ik zit naast je zus.’ Jacke betekent ‘jas’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de basisvorm is die Jacke. In deze zin staat het zonder lidwoord, omdat deiner al de bezitsrelatie uitdrukt. Een andere vorm is het meervoud Jacken: Die Jacken liegen dort. — ‘De jassen liggen daar.’ Samen vormen Sie liegen het onderwerp en de plaatsaanduiding neben deiner Jacke de informatie over waar ze zich bevinden. De hele zin betekent daarom: ‘Ze liggen naast je jas.’
Ich zie sie an, bevor ich gehe.
Ik doe ze aan voordat ik ga.
- zie … an
- doe ... aan
- sie
- ze
- bevor
- voordat
- gehe
- ga
Uitgebreide uitleg
zie ... an geeft in deze zin volgens de vaste vertaling de betekenis “doe ... aan”. Het bedoelde scheidbare werkwoord is anziehen: in een hoofdzin staat het voorvoegsel an los aan het einde. Let op: de vaste tekst bevat zie; de gewone standaardvorm bij ich is ziehe, zoals in Ich ziehe meine Jacke an. — Ik trek mijn jas aan. De vaste tekst is hier niet herschreven. sie is hier een meervoudig persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp: “ze”. De vertaling ondersteunt die meervoudige lezing, maar de aangeleverde gegevens bepalen niet precies waarnaar sie verwijst. Voorbeeld: Ich sehe sie. — Ik zie ze. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor ich gehe — voordat ik ga. Voorbeeld: Ich esse, bevor ich schlafe. — Ik eet voordat ik slaap. gehe is de vorm van gehen bij ich in de tegenwoordige tijd: ich gehe — ik ga. In de bijzin staat deze vorm achteraan. Voorbeeld: Bevor ich gehe, trinke ich Wasser. — Voordat ik ga, drink ik water. Samen betekent Ich zie sie an volgens de vaste vertaling “Ik doe ze aan”. bevor ich gehe voegt de tijdsrelatie toe: dat gebeurt voordat ik ga. De volledige betekenis is dus: “Ik doe ze aan voordat ik ga.”
Dann bist du bereit für die Kälte.
Dan ben je klaar voor de kou.
- Dann
- dan
- bist du
- ben je
- bereit
- klaar
- Kälte
- kou
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en plaatst de toestand in de volgorde van de gebeurtenissen. Het kan ook een gevolg inleiden: Dann gehe ich. = “Dan ga ik.” bist du bestaat uit bist, de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) voor du, en het persoonlijk voornaamwoord du (“jij”). De vormreeks is sein: ich bin, du bist, er/sie/es ist. In de volledige zin staat Dann vooraan; daarom staat het vervoegde werkwoord bist op de tweede zinsplaats en volgt du: Dann bist du .... Dat is hier een mededelende hoofdzin, geen vraag, ook al komen bist du als opeenvolgende woorden eveneens in vragen voor. bereit is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “gereed”. Na sein blijft het onveranderd als naamwoordelijk deel van het gezegde: Ich bin bereit. = “Ik ben klaar.” für die Kälte betekent “voor de kou”. Na für staat in het Duits de accusatief. Kälte is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; bij dit woord heeft het lidwoord die in de accusatief dezelfde vorm als in de nominatief. Kälte is verwant aan kalt (“koud”) en benoemt de toestand of ervaring van kou. De zin bouwt dus op als Dann + bist du + bereit + für die Kälte: “Dan ben je klaar voor de kou.” sein koppelt du aan de toestand bereit, en für die Kälte geeft aan waarvoor die gereedheid geldt.
Grammatica
Wo + Verb + Subjekt?
Wo liegen Handschuhe?
Voo lie-gen Hant-sjoe-uh?Waar liggen de handschoenen?
In een Duitse vraag staat het vraagwoord vooraan, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Buiten voelt het koud aan.
Antwoord tonen
Draußen fühlt es sich kalt an.Doe je sjaal om.
Antwoord tonen
Zieh deinen Schal an.Heb ik ook handschoenen nodig?
Antwoord tonen
Brauche ich auch Handschuhe?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
trek aan
Antwoord tonen
Ziehkoud
Antwoord tonen
kaltbuiten
Antwoord tonen
draußenhouden