Klaar voor de kou | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Before going outside, two adults talk about wearing a scarf and gloves for cold weather..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Klaar voor de kou oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Draußen fühlt es sich kalt an.

Drau-sen fuult es zich kalt an. Buiten voelt het koud aan.
B

Zieh deinen Schal an.

Tsie daj-nen sjaal an. Doe je sjaal om.
A

Brauche ich auch Handschuhe?

Brau-che ich au-ch Hant-sjoe-uh? Heb ik ook handschoenen nodig?
B

Sie halten deine Hände warm.

Zie hal-ten daj-nuh hen-duh varm. Ze houden je handen warm.
A

Wo sind meine Handschuhe?

Voo zint maj-nuh Hant-sjoe-uh? Waar zijn mijn handschoenen?
B

Sie liegen neben deiner Jacke.

Zie lie-gen nee-ben daj-na Jak-kuh. Ze liggen naast je jas.
A

Ich zie sie an, bevor ich gehe.

Ich tsie zie an, be-voor ich gee-uh. Ik doe ze aan voordat ik ga.
B

Dann bist du bereit für die Kälte.

Dan bist doe be-rajt fuur die Kel-tuh. Dan ben je klaar voor de kou.

Woord voor woord

Draußen "Draußen" betekent hier dat de kou zich buiten bevindt. Je gebruikt het om een plaats buiten aan te duiden, bijvoorbeeld wanneer je vertelt hoe het buiten aanvoelt.
fühlt In "Draußen fühlt es sich kalt an" betekent "fühlt" dat iets op een bepaalde manier aanvoelt. Het hoort hier bij de volledige uitdrukking "sich kalt anfühlen"; je gebruikt die wanneer je het ervaren gevoel van weer of temperatuur beschrijft.
es "Es" is hier een onpersoonlijk "het" in "Draußen fühlt es sich kalt an". Samen met "sich" verwijst het niet naar een genoemd voorwerp, maar naar de algemene ervaring van de kou buiten.
sich In "fühlt es sich kalt an" verwijst "sich" terug naar het onderwerp van de gewaarwording. Het hoort bij de uitdrukking "sich kalt anfühlen", die je gebruikt om te zeggen dat iets koud aanvoelt.
kalt "Kalt" beschrijft hier dat het buiten koud aanvoelt. Je gebruikt het bij temperaturen en bij dingen die koud aanvoelen, zoals in "sich kalt anfühlen".
an "An" is hier het afgescheiden deel van "sich kalt anfühlen" en maakt de betekenis "koud aanvoelen" compleet. Hetzelfde woord verschijnt ook in "Ich zie sie an", waar het samen met "zie" de handeling van iets aantrekken vormt.
Zieh "Zieh" is in "Zieh deinen Schal an" een aansporing om je sjaal aan te trekken. Het hoort bij "anziehen" en wordt gebruikt wanneer je iemand direct zegt een kledingstuk aan te doen.
deinen "Deinen" betekent hier "jouw" en hoort bij "Schal" in "deinen Schal". Je gebruikt deze vorm om aan te geven dat de sjaal van de aangesproken persoon is.
Schal "Schal" betekent "sjaal" in "Zieh deinen Schal an". Het woord past bij kleding voor koud weer en kan met "anziehen" worden gebruikt wanneer iemand een sjaal omdoet.
Brauche "Brauche" betekent hier "heb ik nodig" in de vraag "Brauche ich auch Handschuhe?". Je gebruikt "Brauche ich ...?" om te vragen of je iets nodig hebt voor een bepaalde situatie.
ich "Ich" en "ich" betekenen "ik"; in de dialoog staat de vorm aan het begin van "Ich zie sie an" en na het werkwoord in "Brauche ich auch Handschuhe?". Je gebruikt het om naar jezelf te verwijzen, bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat je nodig hebt of vertelt wat je gaat doen.
auch "Auch" betekent hier "ook" in "Brauche ich auch Handschuhe?". Het voegt de handschoenen toe aan de sjaal en is bruikbaar wanneer je vraagt of nog iets extra's nodig is.
Handschuhe "Handschuhe" betekent "handschoenen" en verwijst in deze dialoog naar kleding voor de handen tegen de kou. Je gebruikt het in vragen zoals "Brauche ich auch Handschuhe?" en bij het zoeken naar die kledingstukken.
Sie De dialoog bevat zowel "Sie" in "Sie halten deine Hände warm" als "sie" in "Ich zie sie an". In de eerste zin betekent het "ze" als onderwerp, en in de tweede zin "ze" als datgene wat wordt aangetrokken; de betekenis komt uit de zin waarin het staat.
halten In "Sie halten deine Hände warm" betekent "halten" dat de handschoenen je handen warm houden. Je gebruikt het hier in de combinatie "etwas warm halten" om te beschrijven dat iets een aangename temperatuur behoudt.
deine "Deine" betekent hier "jouw" in "deine Hände". Het geeft aan dat de handen van de aangesproken persoon zijn en wordt gebruikt vóór het woord voor die handen.
Hände "Hände" betekent "handen" in "Sie halten deine Hände warm". Het verwijst naar het lichaamsdeel dat door de handschoenen warm blijft; je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je over bescherming tegen kou praat.
warm "Warm" beschrijft hier de gewenste toestand van je handen. In "deine Hände warm halten" gebruik je het om te zeggen dat iets je handen niet koud laat worden.
Wo "Wo" betekent "waar" in "Wo sind meine Handschuhe?". Je gebruikt "Wo sind ...?" om naar de plaats van meerdere voorwerpen te vragen.
sind "Sind" betekent hier "zijn" in de vraag naar de plaats van de handschoenen. Samen met "Wo" vormt het "Wo sind ...?", een veelgebruikte manier om te vragen waar iets of iemand is.
meine "Meine" betekent hier "mijn" in "meine Handschuhe". Het maakt duidelijk dat de handschoenen van de spreker zijn en staat vóór het woord voor het voorwerp.
liegen "Liegen" betekent hier dat de handschoenen ergens liggen of zich daar bevinden, in "Sie liegen neben deiner Jacke". Je gebruikt het voor de locatie van voorwerpen die op een bepaalde plek liggen.
neben "Neben" betekent "naast" in "neben deiner Jacke". Het geeft de plaatsrelatie aan tussen de handschoenen en de jas en wordt gebruikt om te zeggen dat iets zich direct naast iets anders bevindt.
deiner "Deiner" betekent hier "jouw" in "neben deiner Jacke". Het verwijst naar de jas van de aangesproken persoon en staat in deze plaatsaanduiding vóór "Jacke".
Jacke "Jacke" betekent "jas" of "jack" in "neben deiner Jacke". Het is hier het herkenningspunt waarnaast de handschoenen liggen, bijvoorbeeld wanneer iemand zijn kleding zoekt.
zie De dialoog gebruikt exact "zie" in "Ich zie sie an" voor de handeling van de handschoenen aantrekken. Samen met "an" verwijst de uitdrukking naar het aantrekken van kleding; houd in deze dialoog de vorm "zie" exact aan.
bevor "Bevor" betekent "voordat" in "bevor ich gehe" en introduceert wat eerst moet gebeuren. Je gebruikt "bevor" om een handeling te plaatsen vóór een andere gebeurtenis, bijvoorbeeld vóór vertrek.
gehe "Gehe" betekent hier "ga" in "bevor ich gehe". De vorm verwijst naar het vertrek van de spreker en is bruikbaar in een zin over wat je doet voordat je ergens naartoe gaat.
Dann "Dann" betekent "dan" in "Dann bist du bereit für die Kälte". Het verbindt de eerdere handeling met het gevolg en wordt gebruikt wanneer je zegt wat daarna het geval is.
bist "Bist" betekent hier "bent" in "bist du bereit" en beschrijft de toestand van de aangesproken persoon. Je gebruikt het met "du" om te zeggen hoe iemand is of zich bevindt.
du "Du" betekent "jij" in "Dann bist du bereit für die Kälte". Het verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken en komt hier samen met "bist" voor.
bereit "Bereit" betekent "klaar" in "bereit für die Kälte". De combinatie "bereit für ..." wordt gebruikt om te zeggen dat iemand voorbereid is op een situatie of gebeurtenis.
für "Für" betekent hier "voor" in "bereit für die Kälte". Het verbindt "bereit" met datgene waarop iemand voorbereid is, in dit geval de kou.
die "Die" is hier het lidwoord vóór "Kälte" in "für die Kälte". Samen verwijzen ze naar de kou als de concrete weersomstandigheid waarvoor iemand klaar is.
Kälte "Kälte" betekent hier "kou" of "koud weer" in "für die Kälte". Het benoemt de weersomstandigheid waarvoor de sjaal en handschoenen bescherming bieden; je gebruikt het in de combinatie "bereit für die Kälte".

Grammatica

Wo + Verb + Subjekt?

Wo liegen Handschuhe?

Voo lie-gen Hant-sjoe-uh?

Waar liggen de handschoenen?

In een Duitse vraag staat het vraagwoord vooraan, gevolgd door het werkwoord en daarna het onderwerp.

Duits woordenschat

auch bijwoord
au-ch ook
brauche werkwoord
brau-che heb nodig Brauche
draußen bijwoord
drau-sen buiten
fühlt werkwoord
fuult voelt
halten werkwoord
hal-ten houden
Hände zelfstandig naamwoord
hen-duh handen
Handschuhe zelfstandig naamwoord
Hant-sjoe-uh handschoenen
kalt bijvoeglijk naamwoord
kalt koud
Schal zelfstandig naamwoord
sjaal sjaal
warm bijvoeglijk naamwoord
varm warm
Wo bijwoord
voo waar
Zieh werkwoord
tsie trek aan

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Buiten voelt het koud aan.

Antwoord tonenDraußen fühlt es sich kalt an.

Doe je sjaal om.

Antwoord tonenZieh deinen Schal an.

Heb ik ook handschoenen nodig?

Antwoord tonenBrauche ich auch Handschuhe?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

trek aan

Antwoord tonenZieh

koud

Antwoord tonenkalt

buiten

Antwoord tonendraußen

houden

Antwoord tonenhalten