Sterke wind buiten | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: Outside, two adults talk about strong wind and walking more slowly near the street..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Sterke wind buiten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Draußen ist es windig.

Drau-sun ist es vindich. Het waait buiten.
B

Halte deinen Hut mit einer Hand fest.

Haltuh daainun hoet mit aainuh hant fest. Houd je hoed met één hand vast.
A

Die Bäume bewegen sich stark.

Die boi-muh beh-vee-gun zich sjtaark. De bomen bewegen veel.
B

Der Wind ist an der Straße stärker.

Dea vint ist an dea sjtraasuh sjterkur. De wind is sterker bij de straat.
A

Sollen wir langsamer gehen?

Zollun vie-uh langzaamu gee-un? Zullen we langzamer lopen?
B

Lass uns an der Straße langsamer gehen.

Las oens an dea sjtraasuh langzaamu gee-un. Laten we bij de straat langzamer lopen.
A

Ich halte meine Tasche auch nah bei mir.

Iesj haltuh maainuh tasjuh auch naa baai mie-uh. Ik houd mijn tas ook dicht bij me.
B

Das sollte verhindern, dass meine Tasche aufgeht.

Das zolltuh fea-hindun, das maainuh tasjuh auf-geet. Dat zou moeten voorkomen dat mijn tas openwaait.

Uitleg van de zinnen

  1. Draußen ist es windig.

    Het waait buiten.

    Draußen
    buiten
    ist es
    is het
    windig
    winderig
    Uitgebreide uitleg

    Draußen betekent hier “buiten” en geeft de plaats aan. Het is een bijwoord; het verandert dus niet van vorm. Een bruikbaar contrast is drinnen = “binnen”. Voorbeeld: Draußen ist es kalt. — “Buiten is het koud.” ist es vormt hier samen de weeruitdrukking. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”): sein → ist. es verwijst in deze zin niet naar een bepaald voorwerp of een bepaalde persoon. Het is het onpersoonlijke onderwerp dat in deze Duitse weerconstructie wordt gebruikt. Vergelijk: Es regnet. — “Het regent.” windig betekent hier “winderig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na ist als naamwoordelijk deel van het gezegde staat en daarom geen verbuiging krijgt. De vergelijkingsvormen zijn windig — “winderig”, windiger — “winderiger”, am windigsten — “het winderigst”. Voorbeeld: Heute ist es windiger. — “Vandaag is het winderiger.” Samen betekent Draußen ist es windig. letterlijk dat het buiten winderig is: “Het waait buiten.” De Duitse zin gebruikt daarbij het onpersoonlijke es, terwijl de Nederlandse vaste vertaling natuurlijk met het waait wordt weergegeven.

  2. Halte deinen Hut mit einer Hand fest.

    Houd je hoed met één hand vast.

    Halte … fest
    houd ... vast
    deinen
    je
    Hut
    hoed
    Hand
    hand
    Uitgebreide uitleg

    Halte ... fest hoort bij het scheidbare werkwoord festhalten = vasthouden. In deze zin staat het in de gebiedende wijs voor één persoon: Halte is de werkwoordsvorm aan het begin en fest staat aan het einde. Het betekent hier dus “houd ... vast”. Bij een mededeling zie je bijvoorbeeld: Ich halte meinen Hut fest. = “Ik houd mijn hoed vast.” deinen betekent hier “je/jouw” en hoort bij Hut. Het is de bezittelijke vorm voor één aangesproken persoon; de vorm is hier accusatief mannelijk, omdat Hut het directe object van festhalten is. Vergelijk: dein Hut als onderwerp tegenover Ich halte deinen Hut fest als lijdend voorwerp. Hut betekent “hoed”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Hut. In het meervoud is het die Hüte; de klinker verandert dus in het meervoud. In deze zin is Hut het voorwerp dat wordt vastgehouden. mit einer Hand betekent “met één hand”. Na mit staat in het Duits de datief. Hand is vrouwelijk (die Hand), daarom wordt het onbepaalde lidwoord in de datief einer. In de vaste vertaling geeft einer Hand hier de betekenis “één hand”; het lidwoord einer drukt niet in elke context op zichzelf een geteld aantal uit. Samen geeft Halte deinen Hut mit einer Hand fest. de instructie: “Houd je hoed met één hand vast.” De context over wind buiten maakt duidelijk waarom deze handeling relevant is, maar verandert de grammaticale opbouw niet.

  3. Die Bäume bewegen sich stark.

    De bomen bewegen veel.

    Bäume
    bomen
    bewegen sich
    bewegen zich
    stark
    sterk
    Uitgebreide uitleg

    Bäume is het meervoud van Baum (boom): der Baum → die Bäume. De vorm Bäume verwijst hier dus naar meerdere bomen. De klinkerwisseling met umlaut hoort bij dit meervoud; er staat geen afzonderlijke meervoudsuitgang achter de stam. Voorbeeld: Die Bäume sind alt. = De bomen zijn oud. bewegen sich hoort bij het werkwoord sich bewegen en betekent hier dat de bomen zelf bewegen. bewegen krijgt in deze vorm de derde persoon meervoud: sie bewegen; sich is het wederkerend voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort. Zonder sich kan bewegen ook een voorwerp aanduiden: Sie bewegen den Tisch. = Ze verplaatsen de tafel. Voorbeeld: Die Kinder bewegen sich schnell. = De kinderen bewegen snel. stark betekent hier dat de beweging krachtig of in grote mate plaatsvindt; in de vaste vertaling wordt dat natuurlijk weergegeven als veel. Het woord kan ook vóór een zelfstandig naamwoord als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld ein starker Wind = een sterke wind. In een vergelijking krijgt het bijvoeglijk naamwoord de vorm stärker, zoals in de context: Der Wind ist stärker. = De wind is sterker. Samen vormen Die Bäume het onderwerp, bewegen sich de wederkerende werkwoordsgroep en stark de bepaling van de mate waarin ze bewegen. De hele zin betekent daarom: De bomen bewegen veel.

  4. Der Wind ist an der Straße stärker.

    De wind is sterker bij de straat.

    Wind
    wind
    ist
    is
    an der Straße
    bij de straat
    Straße
    straat
    stärker
    sterker
    Uitgebreide uitleg

    Wind betekent hier “wind”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Wind. Het meervoud is die Winde, al is het enkelvoud hier de passende vorm voor de wind als verschijnsel. ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein → ist. Het koppelt hier het onderwerp der Wind aan een beschrijving. Voorbeelden: Der Wind ist kalt. — “De wind is koud.” Die Winde sind kalt. — “De winden zijn koud.” an der Straße geeft de plaats aan: “bij de straat” of “aan de straat”. Bij de betekenis van een vaste plaats staat an hier met de datief. Straße is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Straße; na an in deze plaatsbetekenis wordt dat der Straße. De spelling met ß hoort bij het Duitse woord; het meervoud is die Straßen. Straße is binnen de langere woordgroep het zelfstandig naamwoord “straat”. De volledige groep an der Straße moet je als één plaatsbepaling begrijpen; het losse woord benoemt alleen de straat, niet op zichzelf de relatie “bij”. stärker betekent hier “sterker” en is de vergrotende trap van stark: stark → stärker → am stärksten. De vorm vergelijkt de wind met een andere, niet nader genoemde situatie of plaats; de zin zegt dus dat de wind bij de straat sterker is. stärker verandert hier niet naar geslacht, omdat het na ist als naamwoordelijk deel staat. Voorbeeld: Der Wind ist heute stärker. — “De wind is vandaag sterker.” Samen vormen de delen: Der Wind is het onderwerp, ist verbindt het onderwerp met de vergelijking stärker, en an der Straße geeft aan waar die sterkere wind wordt vastgesteld. De volledige betekenis is: “De wind is sterker bij de straat.”

  5. Sollen wir langsamer gehen?

    Zullen we langzamer lopen?

    Sollen wir
    zullen we
    langsamer
    langzamer
    gehen
    lopen
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een vraagvoorstel: “zullen we …?”. sollen is het modale werkwoord in de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud, passend bij wir. In een Duitse ja-neevraag staat dit werkwoord vooraan en staat het andere werkwoord aan het einde. Voorbeeld: Sollen wir warten? — “Zullen we wachten?” Dit is een voorstel, niet de bewering dat we al langzamer lopen. langsamer betekent hier “langzamer” en is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord langsam (“langzaam”). De reeks is langsam → langsamer → am langsamsten: langzaam → langzamer → het langzaamst. De uitgang -er drukt hier een vergelijking uit met een andere, niet nader genoemde mate of snelheid; de zin zegt niet precies waarmee wordt vergeleken. gehen betekent hier “lopen” of “gaan”. Het is de infinitief van gehen; na het modale werkwoord sollen blijft het als infinitief staan. Voorbeeld: Wir gehen langsam. — “Wij lopen langzaam.” Samen vormen de delen de vraag Sollen wir langsamer gehen?: “Zullen we langzamer lopen?” De spreker stelt voor dat de personen die met wir worden aangeduid, langzamer gaan lopen. langsamer drukt de vergelijking uit en gehen benoemt de beweging.

  6. Lass uns an der Straße langsamer gehen.

    Laten we bij de straat langzamer lopen.

    Lass uns
    laten we
    an der Straße
    bij de straat
    langsamer
    langzamer
    gehen
    lopen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is hier een vaste manier om een voorstel in de eerste persoon meervoud te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; samen met uns krijgt de uitdrukking de betekenis “laten we”. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief. Voorbeeld: Lass uns warten. — “Laten we wachten.” an der Straße betekent hier “bij de straat”. an staat bij een plaatsaanduiding met de datief; der is hier de datiefvorm van het vrouwelijke bepaalde lidwoord bij die Straße. Het gaat dus om een locatie, niet om een beweging naar de straat. Voorbeeld: Wir warten an der Straße. — “We wachten bij de straat.” langsamer betekent hier “langzamer”. Het is de vergrotende trap van het bijwoord langsam: langsam — langsamer — am langsamsten. Omdat het hier beschrijft hoe men loopt, heeft het geen uitgang die met een zelfstandig naamwoord overeenkomt. Voorbeeld: Bitte sprich langsamer. — “Spreek alsjeblieft langzamer.” gehen betekent hier “lopen” of “gaan” en staat in de infinitief. Na Lass uns benoemt deze infinitief de handeling die de spreker samen met de aangesprokene voorstelt. Voorbeeld: Lass uns nach Hause gehen. — “Laten we naar huis gaan.” Samen betekent Lass uns an der Straße langsamer gehen.: “Laten we bij de straat langzamer lopen.” De constructie stelt voor dat de spreker en de aangesprokene daar langzamer gaan lopen.

  7. Ich halte meine Tasche auch nah bei mir.

    Ik houd mijn tas ook dicht bij me.

    halte
    houd
    Tasche
    tas
    auch
    ook
    nah bei mir
    dicht bij me
    Uitgebreide uitleg

    halte komt van halten en is hier de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich halte = “ik houd”. Het onderwerp ich bepaalt deze vorm. halten kan onder andere “vasthouden” of “houden” betekenen; in deze zin gaat het om de tas bij zich houden. Voorbeeld: Ich halte das Buch. — “Ik houd het boek vast.” Tasche betekent hier “tas”. Het is een zelfstandig naamwoord met vrouwelijk grammaticaal geslacht: die Tasche. Na halten staat het voorwerp in de accusatief; daarom staat het bijbehorende bezittelijke woord in meine Tasche. Voorbeeld: Meine Tasche ist schwer. — “Mijn tas is zwaar.” auch betekent “ook”. Het voegt deze handeling toe aan iets anders dat in de context gebeurt; het verandert niet wie de tas vasthoudt of waar de tas is. nah bei mir betekent “dicht bij me”. nah beschrijft de kleine afstand. bei wordt in deze betekenis met de datief gebruikt; mir is de datiefvorm van ich en betekent hier “bij mij”. De combinatie nah bei + persoon is een bruikbaar patroon voor nabijheid: Das Kind bleibt nah bei mir. — “Het kind blijft dicht bij me.” Samen vormen de delen: Ich halte meine Tasche = “Ik houd mijn tas”, auch = “ook”, en nah bei mir = “dicht bij me”. De volledige zin betekent dus: “Ik houd mijn tas ook dicht bij me.”

  8. Das sollte verhindern, dass meine Tasche aufgeht.

    Dat zou moeten voorkomen dat mijn tas openwaait.

    Das sollte
    dat zou moeten
    verhindern
    voorkomen
    dass
    dat
    meine Tasche
    mijn tas
    aufgeht
    opengaat
    Uitgebreide uitleg

    Das sollte: das is here a demonstrative pronoun functioning as the subject: “dat”. Its precise referent is understood from the situation, but the sentence does not name it again. sollte is the form of sollen used here for a likely or intended result: “zou moeten”. The pattern Das sollte + infinitief is reusable for “That should …”. verhindern: this is the infinitive of verhindern, “voorkomen”. After the modal verb sollte, the lexical verb remains an infinitive and stands at the end of the main clause. Example: Das sollte den Fehler verhindern. — “Dat zou de fout moeten voorkomen.” dass: this introduces a subordinate clause, translated here as “dat”. In a dass-clause, the finite verb normally goes to the end: ..., dass ... aufgeht. meine Tasche: Tasche is a feminine noun meaning “tas”; its plural is Taschen. meine is the possessive determiner agreeing with the feminine singular noun in this context. The form meine can also occur with plural nouns, so the ending must be understood together with the noun and its grammatical case, not as a standalone marker of number. Example: Meine Tasche ist hier. — “Mijn tas is hier.” aufgeht: this is the third-person singular present form of aufgehen, “opengaan” or “open gaan”. The verb is separable in main clauses (Die Tasche geht auf), but in the dass-clause it appears together at the end: dass meine Tasche aufgeht. Here it describes the bag becoming open; it does not itself identify what causes that to happen. Together, Das sollte verhindern expresses “dat zou moeten voorkomen”, and dass meine Tasche aufgeht names the event that should be prevented. The complete meaning is: “Dat zou moeten voorkomen dat mijn tas opengaat.”

Grammatica

dass + Subjekt + ... + Verb am Satzende

Der Wind verhindert, dass die Tasche aufgeht.

Dea vint fea-hindut, das die tasjuh auf-geet.

De wind voorkomt dat de tas opengaat.

Na „dass“ staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: „dass die Tasche aufgeht“.

Duits woordenschat

Baum zelfstandig naamwoord
baoum boom Bäume
bewegen werkwoord
beh-vee-gun bewegen bewegen sich
draußen bijwoord
drau-sun buiten
halten werkwoord
haltun vasthouden Halte
Hand zelfstandig naamwoord
hant hand
Hut zelfstandig naamwoord
hoet hoed
stark bijwoord
sjtaark sterk
stärker bijvoeglijk naamwoord
sjterkur sterker
Straße zelfstandig naamwoord
sjtraasuh straat
Wind zelfstandig naamwoord
vint wind
windig bijvoeglijk naamwoord
vindich winderig
wir voornaamwoord
vie-uh we

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het waait buiten.

Antwoord tonenDraußen ist es windig.

De bomen bewegen veel.

Antwoord tonenDie Bäume bewegen sich stark.

Zullen we langzamer lopen?

Antwoord tonenSollen wir langsamer gehen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buiten

Antwoord tonendraußen

boom

Antwoord tonenBäume

wind

Antwoord tonenWind

sterk

Antwoord tonenstark