Das
‘Das’ is het bepaalde lidwoord bij ‘Wetter’ in ‘Das Wetter sieht schlecht aus.’ Het helpt om het weer als een bekend onderwerp te noemen. Gebruik dit soort combinatie met een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld ‘das Wetter’.
Wetter
‘Wetter’ betekent ‘weer’ in ‘Das Wetter sieht schlecht aus.’ Het woord wordt hier gebruikt om de weersomstandigheden te bespreken. Een veelgebruikte combinatie is ‘das Wetter’, bijvoorbeeld wanneer je over het weer praat.
sieht
‘Sieht’ betekent hier ‘ziet eruit’ of ‘lijkt’ in ‘Das Wetter sieht schlecht aus.’ Het is een vorm van ‘sehen’ en hoort samen met ‘aus’ bij de uitdrukking ‘sieht schlecht aus’. Gebruik het patroon ‘etwas sieht + bijvoeglijk naamwoord + aus’ om een indruk of uiterlijk te beschrijven.
schlecht
‘Schlecht’ betekent ‘slecht’ en beschrijft in ‘Das Wetter sieht schlecht aus.’ hoe het weer eruitziet. Het staat hier bij de uitdrukking ‘sieht ... aus’. Je kunt hetzelfde patroon gebruiken om een negatieve indruk te beschrijven.
aus
‘Aus’ maakt in ‘sieht schlecht aus’ samen met ‘sieht’ de betekenis ‘ziet eruit’ of ‘lijkt’ compleet. Het is dus niet zelfstandig ‘uit’ in deze zin. Gebruik het volledige patroon ‘etwas sieht ... aus’ wanneer je zegt hoe iets lijkt.
Vielleicht
‘Vielleicht’ betekent ‘misschien’ in ‘Vielleicht kommt ein Sturm.’ Het maakt duidelijk dat de spreker niet zeker weet of er een storm komt. Je kunt ‘vielleicht’ vooraan zetten om een mogelijkheid aan te geven.
kommt
‘Kommt’ betekent ‘komt’ in ‘Vielleicht kommt ein Sturm.’ Het is een vorm van ‘kommen’ en beschrijft hier dat een storm nadert. Gebruik het met een onderwerp, zoals in ‘ein Sturm kommt’.
ein
‘Ein’ betekent ‘een’ en introduceert in ‘Vielleicht kommt ein Sturm.’ een niet nader bepaalde storm. Het staat hier voor het zelfstandig naamwoord ‘Sturm’. Gebruik ‘ein’ op dezelfde manier wanneer je voor het eerst een niet-bepaald mannelijk zelfstandig naamwoord noemt.
Sturm
‘Sturm’ betekent ‘storm’ in ‘Vielleicht kommt ein Sturm.’ Het woord benoemt het weerfenomeen dat mogelijk nadert. Een bruikbare combinatie uit de dialoog is ‘ein Sturm’.
Sollen
‘Sollen’ betekent hier ‘zullen we’ of ‘zouden we moeten’ in de vraag ‘Sollen wir drinnen bleiben?’ De spreker doet een voorstel om binnen te blijven. Gebruik ‘Sollen wir ...?’ met een infinitief om samen een mogelijkheid of plan te bespreken.
wir
‘Wir’ betekent ‘wij’ en verwijst in ‘Sollen wir drinnen bleiben?’ naar de spreker en de andere persoon samen. Het is hier het onderwerp van de vraag. Gebruik ‘wir’ wanneer je een handeling van jezelf en anderen samen beschrijft.
drinnen
‘Drinnen’ betekent ‘binnen’ en geeft in ‘Sollen wir drinnen bleiben?’ de plaats aan waar de twee personen willen blijven. Het verwijst naar binnenshuis zijn. Een veelgebruikte combinatie is ‘drinnen bleiben’.
bleiben
‘Bleiben’ betekent ‘blijven’ in ‘Sollen wir drinnen bleiben?’ Het staat na ‘Sollen wir’ als de handeling die wordt voorgesteld. Gebruik het patroon ‘Sollen wir ... bleiben?’ om te vragen of jullie ergens moeten of zullen blijven.
Lass
‘Lass’ betekent hier ‘laten we’ in ‘Lass uns hier warten’. Het is een aansporing om samen iets te doen. Gebruik het patroon ‘Lass uns + infinitief’ om iemand op een directe, gewone manier voor te stellen samen te handelen.
uns
‘Uns’ verwijst in ‘Lass uns hier warten’ naar de spreker en de aangesproken persoon samen. In deze uitdrukking maakt het duidelijk dat de voorgestelde handeling gezamenlijk is. Gebruik ‘Lass uns’ vóór een infinitief voor een voorstel aan één of meer gesprekspartners.
hier
‘Hier’ betekent ‘hier’ en geeft in ‘Lass uns hier warten’ de plaats van het wachten aan. De spreker wil op de huidige plek blijven wachten. Je kunt ‘hier’ gebruiken om een concrete plaats in de situatie aan te wijzen.
warten
‘Warten’ betekent ‘wachten’ in ‘Lass uns hier warten, bis der Sturm vorbei ist.’ Het staat na ‘Lass uns’ en beschrijft de gezamenlijke activiteit. Een bruikbaar patroon is ‘warten, bis ...’ wanneer je wacht tot iets gebeurt.
bis
‘Bis’ betekent ‘totdat’ in ‘bis der Sturm vorbei ist.’ Het leidt de grens aan waarvoor het wachten duurt. Gebruik ‘bis’ met een bijzin om aan te geven wanneer een handeling eindigt.
der
‘Der’ is het bepaalde lidwoord bij ‘Sturm’ in ‘der Sturm vorbei ist.’ Het verwijst naar de storm die al in het gesprek genoemd is. Gebruik het bepaalde lidwoord wanneer het duidelijk is over welk zelfstandig naamwoord je spreekt.
vorbei
‘Vorbei’ betekent hier ‘voorbij’ of ‘over’ in ‘der Sturm vorbei ist.’ Samen met ‘ist’ beschrijft het dat de storm afgelopen is. Een bruikbare combinatie is ‘vorbei sein’ voor iets dat geëindigd is.
ist
‘Ist’ betekent ‘is’ in ‘der Sturm vorbei ist’ en vormt samen met ‘vorbei’ de betekenis ‘voorbij zijn’. Het is een vorm van ‘sein’. Gebruik ‘vorbei ist’ om te zeggen dat een gebeurtenis of toestand afgelopen is.
Können
‘Können’ betekent hier ‘kunnen’ in ‘Können wir rausgehen, wenn es aufhört?’ De vraag gaat over de mogelijkheid om naar buiten te gaan. Gebruik ‘Können wir ...?’ met een infinitief om te vragen of iets mogelijk is.
rausgehen
‘Rausgehen’ betekent ‘naar buiten gaan’ in ‘Können wir rausgehen, wenn es aufhört?’ Het benoemt de beweging van binnen naar buiten. Gebruik het met een tijd- of voorwaardezin, zoals ‘rausgehen, wenn ...’, wanneer je zegt wanneer dat kan.
wenn
‘Wenn’ betekent hier ‘als’ of ‘wanneer’ in ‘wenn es aufhört’. Het introduceert de voorwaarde waaronder de twee personen naar buiten kunnen gaan. Gebruik ‘wenn’ met een bijzin om een voorwaarde of tijdstip aan te geven.
es
‘Es’ is in ‘wenn es aufhört’ het voornaamwoord in de uitdrukking voor iets dat ophoudt. In deze weersituatie verwijst de zin naar het ophouden van de storm of het slechte weer zonder dat dit zelfstandig naamwoord opnieuw wordt genoemd. Gebruik het patroon ‘wenn es ...’ om een voorwaarde over een situatie te formuleren.
aufhört
‘Aufhört’ betekent ‘stopt’ of ‘ophoudt’ in ‘wenn es aufhört’. Het is een vorm van ‘aufhören’; in deze bijzin staat de vorm als één woord. Gebruik ‘wenn es aufhört’ om te zeggen dat iets stopt voordat een andere handeling plaatsvindt.
noch
‘Noch’ betekent in ‘noch einmal’ ongeveer ‘nog’ en draagt bij aan de betekenis ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. De volledige combinatie ‘noch einmal’ betekent hier dat het weer opnieuw wordt gecontroleerd. Gebruik ‘noch einmal’ wanneer je een handeling wilt herhalen.
einmal
‘Einmal’ betekent in ‘noch einmal’ ‘een keer’. Samen met ‘noch’ vormt het de uitdrukking ‘nog een keer’ of ‘opnieuw’. Gebruik ‘noch einmal’ om beleefd of praktisch om herhaling te vragen of een handeling opnieuw te beschrijven.
prüfen
‘Prüfen’ betekent ‘controleren’ in ‘das Wetter prüfen’. Hier gaat het om het weer opnieuw controleren voordat de personen beslissen. Gebruik het patroon ‘iets prüfen’ wanneer je iets controleert of nagaat.
und
‘Und’ betekent ‘en’ en verbindt in ‘das Wetter prüfen und dann entscheiden’ twee handelingen. De eerste handeling is het weer controleren en de tweede is beslissen. Gebruik ‘und’ om gelijkwaardige handelingen of informatie met elkaar te verbinden.
dann
‘Dann’ betekent ‘dan’ in ‘und dann entscheiden’ en geeft de volgorde aan: eerst controleren, daarna beslissen. Het verwijst naar een later moment in de situatie. Gebruik ‘dann’ om de volgende stap in een plan te benoemen.
entscheiden
‘Entscheiden’ betekent ‘beslissen’ in ‘dann entscheiden’. Het staat na ‘können’ als de handeling die later mogelijk is. Gebruik het met ‘dann’ wanneer je zegt dat je na een controle of beoordeling een keuze maakt.
etwas
‘Etwas’ betekent hier ‘wat’ of ‘een beetje’ in ‘etwas Tee machen’. Het geeft een niet precies bepaalde hoeveelheid thee aan. Gebruik ‘etwas’ vóór een stofnaam of hoeveelheid wanneer je geen exacte hoeveelheid noemt.
Tee
‘Tee’ betekent ‘thee’ in ‘etwas Tee machen’. Het is hier wat de twee personen tijdens het wachten klaarmaken. Een bruikbare combinatie uit de dialoog is ‘etwas Tee machen’.
machen
‘Machen’ betekent in ‘etwas Tee machen’ ‘maken’ of ‘klaarmaken’. Het staat na ‘können’ als de handeling die de personen kunnen uitvoeren. Gebruik het patroon ‘etwas + zelfstandig naamwoord + machen’ voor iets klaarmaken of maken.
während
‘Während’ betekent ‘terwijl’ in ‘während wir warten’. Het verbindt het thee maken met de gelijktijdige handeling van wachten. Gebruik ‘während’ met een bijzin om twee gelijktijdige handelingen te beschrijven.
So
‘So’ betekent hier ‘zo’ of ‘op die manier’ in ‘So vergeht die Zeit.’ Het verwijst naar de manier waarop de tijd voorbijgaat, namelijk door tijdens het wachten thee te maken. Gebruik ‘so’ om naar een manier of gevolg in de situatie te verwijzen.
vergeht
‘Vergeht’ betekent ‘gaat voorbij’ of ‘verstrijkt’ in ‘So vergeht die Zeit.’ Het is een vorm van ‘vergehen’ en wordt hier gebruikt met ‘die Zeit’. Gebruik het patroon ‘die Zeit vergeht’ wanneer je zegt dat de tijd verstrijkt.
die
‘Die’ is het bepaalde lidwoord bij ‘Zeit’ in ‘die Zeit’. Het verwijst hier naar de tijd die tijdens het wachten verstrijkt. Gebruik het bepaalde lidwoord met een zelfstandig naamwoord wanneer duidelijk is over welke zaak je spreekt.
Zeit
‘Zeit’ betekent ‘tijd’ in ‘So vergeht die Zeit.’ Het verwijst naar de tijd die voorbijgaat terwijl de personen wachten. Een bruikbare combinatie is ‘die Zeit vergeht’ wanneer je over het verstrijken van tijd praat.