Binnen blijven bij slecht weer | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults decide to stay inside during bad weather and wait with tea..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Binnen blijven bij slecht weer oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Das Wetter sieht schlecht aus.

das vetter ziet sjlecht aous. Het weer ziet er slecht uit.
B

Vielleicht kommt ein Sturm.

fiel-laait komt aain sjtoerm. Er komt misschien een storm aan.
A

Sollen wir drinnen bleiben?

zollen vie drinnən blaibən? Zullen we binnen blijven?
B

Lass uns hier warten, bis der Sturm vorbei ist.

las oens hier vartən, bis dee-uh sjtoerm for-baai ist. Laten we hier wachten tot de storm voorbij is.
A

Können wir rausgehen, wenn es aufhört?

keunən vie raous-gee-ən, ven es aouf-heurt? Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?
B

Wir können noch einmal das Wetter prüfen und dann entscheiden.

vie keunən nogh aain-maal das vetter pruefən oent dan ent-sjaidən. We kunnen het weer nog eens bekijken en dan beslissen.
A

Wir können etwas Tee machen, während wir warten.

vie keunən etvas tee makhen, veerent vie vartən. We kunnen wat thee zetten terwijl we wachten.
B

So vergeht die Zeit.

zoo fer-geet die tsait. Zo gaat de tijd voorbij.

Uitleg van de zinnen

  1. Das Wetter sieht schlecht aus.

    Het weer ziet er slecht uit.

    Wetter
    weer
    sieht … aus
    eruitzien
    schlecht
    slecht
    Uitgebreide uitleg

    Wetter betekent hier “weer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Wetter. Een bruikbaar voorbeeld is: Das Wetter ist heute schön. — “Het weer is vandaag mooi.” Het woord kan dus zowel slecht als goed weer aanduiden. sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen, “eruitzien”. In de tegenwoordige tijd bij das Wetter (derde persoon enkelvoud) krijgt het werkwoord de vorm sieht, terwijl het voorvoegsel aus aan het einde van de hoofdzin staat: Das Wetter sieht ... aus. De vorm sieht hoort bij aussehen; het is niet de vorm van een ander werkwoord. Een voorbeeld is: Der Plan sieht gut aus. — “Het plan ziet er goed uit.” schlecht betekent hier “slecht” en beschrijft hoe het weer eruitziet. Het is een bijvoeglijk naamwoord. Het onvervoegde basiswoord is schlecht; na aussehen blijft het in deze functie onveranderd. Het bruikbare contrast is gut — “goed”: Das Wetter sieht gut aus. — “Het weer ziet er goed uit.” Samen vormen de delen Das Wetter sieht schlecht aus.: Das Wetter is wat beoordeeld wordt, sieht ... aus betekent “ziet eruit”, en schlecht geeft de beoordeling. De volledige betekenis is daarom: “Het weer ziet er slecht uit.”

  2. Vielleicht kommt ein Sturm.

    Er komt misschien een storm aan.

    Vielleicht
    misschien
    kommt
    komt eraan / komt
    Sturm
    storm
    Uitgebreide uitleg

    Vielleicht betekent hier dat de spreker de komst van de storm als onzeker voorstelt: “misschien”. Het staat vooraan; daardoor volgt de persoonsvorm meteen erna. Een bruikbaar contrast is sicher (“zeker”), maar dat drukt zekerheid uit in plaats van mogelijkheid. kommt is de derde persoon enkelvoud van kommen (“komen”): kommen – kommt. In deze zin betekent het dat de storm eraan komt of komt. Het is geen vorm van een ander werkwoord zoals ankommen; de vertaling “komt aan” geeft hier de bedoelde betekenis in context weer. Voorbeeld: Der Bus kommt. — “De bus komt.” Sturm betekent “storm”. Het meervoud is Stürme; de klinker verandert dus ook in het meervoud. In ein Sturm is Sturm het onderwerp van de zin. ein is hier een onbepaald lidwoord en stelt op zichzelf geen expliciet aantal vast. Samen vormen de delen de Duitse hoofdzin Vielleicht kommt ein Sturm: vielleicht staat voorop, kommt is de vervoegde persoonsvorm op de tweede zinsplaats, en ein Sturm is het onderwerp. De volledige betekenis is: “Misschien komt er een storm aan.”

  3. Sollen wir drinnen bleiben?

    Zullen we binnen blijven?

    Sollen wir
    zullen we
    drinnen
    binnen
    bleiben
    blijven
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een voorstel als vraag: “Zullen we …?” sollen is de vervoegde vorm van sollen bij wir in de tegenwoordige tijd. In deze constructie staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Vergelijk: Sollen wir warten? — “Zullen we wachten?” Dit is niet hetzelfde als Wollen wir warten?, dat letterlijker vraagt of we willen wachten. drinnen is een bijwoord en betekent “binnen”, dus op een plek binnen een gebouw of andere afgesloten ruimte. Het verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Het verwante draußen betekent “buiten”. Voorbeeld: Die Kinder spielen drinnen. — “De kinderen spelen binnen.” bleiben betekent “blijven”: op dezelfde plaats of in dezelfde toestand blijven. Het is hier de infinitief die bij sollen hoort. De tegenwoordige vormen zijn bijvoorbeeld ich bleibe, du bleibst en wir bleiben. Voorbeeld: Wir bleiben hier. — “Wij blijven hier.” Samen betekent Sollen wir drinnen bleiben? “Zullen we binnen blijven?” De spreker stelt voor om, gezien de mogelijke storm, binnen te blijven; de vraagvorm laat ruimte voor instemming of een ander voorstel.

  4. Lass uns hier warten, bis der Sturm vorbei ist.

    Laten we hier wachten tot de storm voorbij is.

    Lass uns
    laten we
    hier
    hier
    warten
    wachten
    bis
    tot
    der Sturm
    de storm
    vorbei
    voorbij
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is een vaste manier om in het Duits een voorstel te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; met uns betekent de constructie dat de spreker zichzelf en anderen insluit. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief staan. Voorbeeld: Lass uns anfangen. — “Laten we beginnen.” hier betekent “op deze plaats”. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Voorbeeld: Wir bleiben hier. — “We blijven hier.” warten is de infinitief “wachten”. Na Lass uns gebruik je deze vorm, niet een vervoegde vorm. In een gewone hoofdzin krijgt het werkwoord wel een persoonsvorm, bijvoorbeeld: Wir warten hier. — “We wachten hier.” bis leidt een bijzin in met de betekenis “totdat” of “tot”. In zo’n Duitse bijzin staat de persoonsvorm aan het einde. Bis verschilt van wenn (“als/wanneer”); bis markeert hier het moment waarop het wachten eindigt. der Sturm betekent “de storm”. Sturm is een mannelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat hier het bepaalde lidwoord der in de nominatief. De vorm van het lidwoord hangt niet alleen van enkelvoud af, maar ook van geslacht en naamval. Voorbeeld: Der Sturm kommt. — “De storm komt.” vorbei betekent hier “voorbij”. Met sein vormt het de uitdrukking vorbei sein: iets of een gebeurtenis is afgelopen. Voorbeeld: Der Regen ist vorbei. — “De regen is voorbij.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). In der Sturm ... ist stemt de persoonsvorm af op het enkelvoudige onderwerp der Sturm. Omdat dit in een bijzin met bis staat, komt ist aan het einde: bis der Sturm vorbei ist. Samen betekent Lass uns hier warten, bis der Sturm vorbei ist.: “Laten we hier wachten tot de storm voorbij is.” De hoofdzin bevat het voorstel om hier te wachten; de bijzin met bis geeft aan tot welk moment dat voorstel geldt. De volgorde is dus Lass uns + infinitief warten, gevolgd door bis + onderwerp der Sturm + vorbei + de persoonsvorm ist aan het einde.

  5. Können wir rausgehen, wenn es aufhört?

    Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?

    Können wir
    kunnen we …?
    rausgehen
    naar buiten gaan
    wenn
    als / wanneer
    es
    het
    aufhört
    stopt
    Uitgebreide uitleg

    Können wir bevat können, hier de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon meervoud van können, met wir als onderwerp. In deze vraag drukt het uit of naar buiten gaan mogelijk is. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. Het patroon is Können wir + infinitief?, bijvoorbeeld: Können wir morgen starten? — “Kunnen we morgen beginnen?” rausgehen betekent hier naar buiten gaan. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord met raus- en gehen. Na können staat het als infinitief en blijven de delen samen: Können wir rausgehen? In een hoofdzin kan het scheiden: Wir gehen raus. — “We gaan naar buiten.” wenn leidt hier een bijzin in die het moment of de voorwaarde aangeeft: als of wanneer iets ophoudt. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Voorbeeld: Wir gehen raus, wenn es aufhört. — “We gaan naar buiten als het stopt.” es is hier een voornaamwoordsvorm in de derde persoon enkelvoud en vervult de onderwerpstoel van het verschijnsel of de gebeurtenis die ophoudt. In combinatie met de Nederlandse vertaling is de bedoelde betekenis hier “het”; de vorm identificeert op zichzelf niet welk concreet verschijnsel bedoeld wordt. In deze weerscontext werkt es als een onpersoonlijk onderwerp. aufhört is de vorm van aufhören voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: aufhören → es hört auf. Het werkwoord betekent stoppen of ophouden. aufhören is scheidbaar: in een hoofdzin staan de delen uiteen in Der Regen hört auf. — “De regen stopt.” In deze bijzin blijven ze in het vervoegde werkwoord aaneen: wenn es aufhört. Samen vormt Können wir rausgehen de vraag of naar buiten gaan mogelijk is. wenn es aufhört geeft aan wanneer of onder welke voorwaarde dat gebeurt: als het ophoudt. De hele uiting betekent daarom: “Kunnen we naar buiten gaan als het stopt?”

  6. Wir können noch einmal das Wetter prüfen und dann entscheiden.

    We kunnen het weer nog eens bekijken en dan beslissen.

    Wir können
    we kunnen
    noch einmal
    nog een keer
    Wetter
    weer
    prüfen
    controleren
    dann
    dan
    entscheiden
    beslissen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier dat wij iets kunnen of de mogelijkheid hebben om iets te doen. können is de tegenwoordige tijd van können; bij wir is de vorm können, terwijl bijvoorbeeld ich kann een andere persoonsvorm is. In deze hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede zinsplaats en staat het bijbehorende werkwoord als infinitief aan het einde van de zin of deelzin. Voorbeeld: Wir können warten. — We kunnen wachten. noch einmal geeft een herhaling aan: nog een keer. noch alleen kan in andere contexten bijvoorbeeld “nog” of “tot nu toe” betekenen, maar samen met einmal vormt het hier de gebruikelijke uitdrukking voor een nieuwe keer. Voorbeeld: Bitte sag das noch einmal. — Zeg dat alsjeblieft nog een keer. Wetter is het zelfstandig naamwoord voor “weer”. Het is een onzijdig Duits woord: das Wetter. In deze zin is de hele woordgroep das Wetter het voorwerp van prüfen. das is hier het bepaald lidwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord; bij een onzijdig zelfstandig naamwoord hebben nominatief en accusatief van het bepaald lidwoord dezelfde vorm das. Voorbeeld: Das Wetter ist gut. — Het weer is goed. prüfen betekent hier iets controleren of nagaan. Het is een regelmatig werkwoord; de infinitief is prüfen, bijvoorbeeld ich prüfe en wir prüfen. Na können blijft het in de infinitief: Wir können das Wetter prüfen. — We kunnen het weer controleren. dann betekent “dan” in de zin van een volgende stap in de tijd of volgorde. Het verwijst hier naar wat na het controleren gebeurt. Het is geen werkwoord en verandert dus niet mee met de persoon. Voorbeeld: Wir warten und gehen dann. — We wachten en gaan dan. entscheiden betekent “beslissen”. In deze zin heeft het hetzelfde onderwerp wir als können; het onderwerp hoeft daarom niet opnieuw genoemd te worden. Het staat hier als infinitief binnen dezelfde modale constructie als prüfen. De vorm sich entscheiden bestaat eveneens, maar die reflexieve constructie staat niet in deze zin. Voorbeeld: Wir entscheiden morgen. — We beslissen morgen. De zin bouwt de handelingen als volgt op: Wir können geeft de mogelijkheid aan, noch einmal das Wetter prüfen betekent dat wij het weer opnieuw controleren, en und dann entscheiden voegt de volgende stap toe: daarna beslissen wij. Het volledige Nederlandse equivalent is daarom: “We kunnen het weer nog eens bekijken en dan beslissen.”

  7. Wir können etwas Tee machen, während wir warten.

    We kunnen wat thee zetten terwijl we wachten.

    Wir können
    wij kunnen
    etwas
    wat
    Tee
    thee
    machen
    zetten
    während
    terwijl
    warten
    wachten
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier “wij kunnen”. können is de tegenwoordige tijd van können bij wir; het drukt mogelijkheid of vermogen uit. Met een ander werkwoord staat dat andere werkwoord aan het einde in de infinitief: Wir können warten. = “Wij kunnen wachten.” etwas betekent hier “wat” in de betekenis van een niet nader bepaalde hoeveelheid. Het is geen aanwijzing voor een exact aantal. Het kan ook zelfstandig “iets” betekenen, maar in etwas Tee bepaalt de combinatie dat het om een hoeveelheid thee gaat. Tee is het zelfstandig naamwoord “thee”. Na etwas staat het hier zonder lidwoord: etwas Tee. Duitse zelfstandige naamwoorden worden met een hoofdletter geschreven. Het woord blijft in deze zin gelijk in de accusatief; dat is bij een stofnaam als Tee hier niet zichtbaar aan de vorm. machen is de infinitief “maken”. In deze vaste zin betekent Tee machen idiomatisch “thee zetten” of thee klaarmaken. Het is dus beter om hier niet automatisch alleen “maken” te vertalen. De infinitief blijft na het modale werkwoord können onveranderd. Voorbeeld: Wir können Kaffee machen. = “Wij kunnen koffie zetten.” während leidt een bijzin in met de betekenis “terwijl”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het is een onderschikkend voegwoord, niet het onderwerp of een werkwoord. warten betekent “wachten”. In wir warten is warten de tegenwoordige tijd bij wir; deze vorm is toevallig gelijk aan de infinitief. Vergelijk: Wir warten. = “Wij wachten.” Dezelfde vorm staat in während wir warten, waar wir het expliciete onderwerp is. Samen vormen de delen: Wir können + etwas Tee machen + während wir warten. De hoofdzin zegt dat wij thee kunnen zetten; de bijzin geeft aan dat dit gebeurt terwijl wij wachten. De Duitse woordvolgorde plaatst warten aan het einde van de bijzin: “Wij kunnen wat thee zetten terwijl we wachten.”

  8. So vergeht die Zeit.

    Zo gaat de tijd voorbij.

    So
    zo
    vergeht
    gaat voorbij
    Zeit
    tijd
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “zo” of “op deze manier”. Het verwijst naar de manier waarop iets gebeurt; in deze zin vormt het samen met het werkwoord de gedachte “zo gaat … voorbij”. vergeht is de derde persoon enkelvoud van vergehen in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent vergehen “voorbijgaan” en is die Zeit het onderwerp. Vergelijk: Die Zeit vergeht. — “De tijd gaat voorbij.” De vorm vergeht hoort dus bij het enkelvoudige onderwerp die Zeit; bij een meervoudig onderwerp staat bijvoorbeeld Die Stunden vergehen — “De uren gaan voorbij.” Zeit betekent “tijd”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: daarom staat hier het lidwoord die. Het woord kan ook in andere combinaties voorkomen, bijvoorbeeld viel Zeit — “veel tijd”. Samen vormt So vergeht die Zeit een hoofdzin met So op de eerste plaats, daarna het vervoegde werkwoord vergeht, en vervolgens het onderwerp die Zeit. De betekenis is: “Zo gaat de tijd voorbij.”

Grammatica

Separable werkwoorden: sieht ... aus

Das Wetter sieht schlecht aus.

das vetter ziet sjlecht aous.

Het weer ziet er slecht uit.

Bij een scheidbaar werkwoord zoals aussehen staat aus aan het einde van de hoofdzin.

wenn + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Wir bleiben drinnen, wenn der Sturm aufhört.

vie blaibən drinnən, ven der sjtoerm aouf-heurt.

We blijven binnen als de storm ophoudt.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde: Der Sturm hört auf → der Sturm aufhört.

Duits woordenschat

aussehen werkwoord
aous-zee-ən eruitzien sieht ... aus
bis voegwoord
bis totdat
bleiben werkwoord
blaibən blijven
drinnen bijwoord
drinnən binnen
hier bijwoord
hier hier
kommen werkwoord
komən komen kommt
Lass uns uitdrukking
las oens laten we

Lass uns hier warten

schlecht bijvoeglijk naamwoord
sjlecht slecht

sieht schlecht aus

Sturm zelfstandig naamwoord
sjtoerm storm

ein Sturm

vielleicht bijwoord
fiel-laait misschien
warten werkwoord
vartən wachten
Wetter zelfstandig naamwoord
vetter het weer

Das Wetter

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Het weer ziet er slecht uit.

Antwoord tonenDas Wetter sieht schlecht aus.

Er komt misschien een storm aan.

Antwoord tonenVielleicht kommt ein Sturm.

Zullen we binnen blijven?

Antwoord tonenSollen wir drinnen bleiben?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

misschien

Antwoord tonenvielleicht

storm

Antwoord tonenSturm

het weer

Antwoord tonenWetter

komen

Antwoord tonenkommt