Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Tekenen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Was machst du in deiner Freizeit?
vas makst doe in dajner fraaitsaait? Wat doe je in je vrije tijd?Ich zeichne gern zu Hause.
isj tsaisjne gèrn tsoe hauze. Ik teken graag thuis.Das klingt nach einem entspannenden Hobby.
das klinkt naach ajnem entsjpannenden hobby. Dat klinkt als een ontspannende hobby.Ich zeichne meistens kleine Dinge in meinem Notizbuch.
isj tsaisjne maistens klaine dinge in mainem notietsboech. Ik teken meestal kleine dingen in mijn notitieboek.Übst du oft?
uupst doe oft? Oefen je vaak?Ein bisschen, meistens wenn ich Zeit habe.
ajn bissjen, maistens ven isj tsajt haabe. Een beetje, meestal als ik tijd heb.Vielleicht kann ich es auch versuchen.
fielajcht kan isj es auch ferzoechen. Misschien kan ik het ook proberen.Du kannst meinen alten Bleistift benutzen.
doe kanst mainen alten blaaisjtift benoetsen. Je kunt mijn oude potlood gebruiken.Uitleg van de zinnen
Was machst du in deiner Freizeit?
Wat doe je in je vrije tijd?
- Was
- wat
- machst
- doe
- du
- jij
- in
- in
- deiner
- jouw
- Freizeit
- vrije tijd
Uitgebreide uitleg
Was vraagt naar een zaak, handeling of activiteit: “wat?”. Het is hier het vraagwoord voor het gevraagde object van machst. Vergelijk wer voor een persoon en wo voor een plaats. machst komt van machen (“doen” of “maken”) en is de tegenwoordige tijd voor du: du machst. In deze zin betekent het “doe”, als in “wat doe je?”. Voorbeelden: Ich mache Sport. — “Ik sport.” Was machst du? — “Wat doe je?” du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: “jij”. Het bepaalt hier de vorm machst; bij ich zou het mache zijn en bij sie bijvoorbeeld macht. in geeft hier de tijdscontext aan: iets gebeurt binnen een bepaalde periode. Bij een periode zonder beweging naar die plaats staat in in het Duits met datief. Het is dus niet alleen een plaatsvoorzetsel; het kan ook een tijdsperiode inleiden. deiner betekent hier “jouw” en hoort bij Freizeit. De vorm is aangepast aan de vrouwelijke datiefvorm die door in in deze tijdsbetekenis wordt vereist: deine Freizeit in de basisvorm, maar in deiner Freizeit in deze combinatie. Het bezit verwijst naar de aangesproken persoon (du). Freizeit is een zelfstandig naamwoord voor vrije tijd, dus de tijd waarin iemand niet werkt of andere vaste verplichtingen heeft. Het is een vrouwelijk woord: die Freizeit. Het samengestelde woord bestaat uit frei (“vrij”) en Zeit (“tijd”), maar de vaste betekenis is “vrije tijd”. Samen vormt Was machst du in deiner Freizeit? de vraag: “Wat doe je in je vrije tijd?” Was vraagt naar de activiteit, machst du geeft “doe jij”, en in deiner Freizeit beperkt de vraag tot de periode van je vrije tijd. Een herbruikbaar patroon is Was machst du in ...? — “Wat doe je in ...?”
Ich zeichne gern zu Hause.
Ik teken graag thuis.
- Ich
- ik
- zeichne
- teken
- gern
- graag
- zu Hause
- thuis
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een voorbeeld: Ich lese. — “Ik lees.” zeichne is de vorm van het werkwoord zeichnen (“tekenen”) bij ich in de tegenwoordige tijd. Bij andere personen verandert de vorm, bijvoorbeeld du zeichnest (“jij tekent”) en sie zeichnet (“zij tekent”). Voorbeeld: Ich zeichne ein Haus. — “Ik teken een huis.” gern geeft aan dat de spreker iets met plezier of graag doet. In het Duits staat gern vaak bij het werkwoord: Ich lese gern. — “Ik lees graag.” Het is geen vorm van zeichnen, maar een bijwoord dat de houding tegenover de handeling uitdrukt. nicht gern betekent “niet graag”. zu Hause betekent “thuis” en geeft de plaats van de handeling aan. Deze vaste uitdrukking wordt gebruikt voor zich thuis bevinden of iets thuis doen. Voorbeeld: Ich arbeite zu Hause. — “Ik werk thuis.” Samen vormen de delen de betekenis: Ich (“ik”) + zeichne (“teken”) + gern (“graag”) + zu Hause (“thuis”) geeft: “Ik teken graag thuis.” De tegenwoordige tijd beschrijft hier de activiteit die de spreker graag doet; de voorafgaande vraag maakt duidelijk dat dit als antwoord over vrije tijd wordt gegeven.
Das klingt nach einem entspannenden Hobby.
Dat klinkt als een ontspannende hobby.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- nach
- als
- entspannenden
- ontspannende
- Hobby
- hobby
Uitgebreide uitleg
Das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”. Het verwijst naar iets dat eerder ter sprake kwam, hier passend bij de eerder genoemde tekenactiviteit, zonder dat het Duitse woord zelf een zelfstandig naamwoord herhaalt. Als onderwerp staat het in de derde persoon enkelvoud. Een bruikbaar patroon is: Das ist ... = “Dat is ...”. klingt is de tegenwoordige tijd van klingen (“klinken”): es klingt / das klingt. In deze zin betekent het niet alleen dat er letterlijk een geluid klinkt, maar dat iets een bepaalde indruk wekt. Voor een indruk of gelijkenis gebruik je vaak klingen nach + datief: Das klingt nach Arbeit. = “Dat klinkt als werk.” nach hoort hier bij de vaste constructie klingen nach + datief. Het geeft weer waarop iets lijkt of waar het naar klinkt; daarom volgt einem entspannenden Hobby in de datief. Dit is een ander gebruik dan bijvoorbeeld nach Hause in de betekenis “naar huis”. entspannenden is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord entspannend (“ontspannend”). Het beschrijft Hobby. In nach einem entspannenden Hobby staat het beschreven zelfstandig naamwoord in de datief enkelvoud, onzijdig; na het onbepaalde lidwoord einem krijgt het bijvoeglijk naamwoord hier de uitgang -en. Ter vergelijking: ein entspannendes Hobby is nominatief of accusatief enkelvoud, terwijl mit einem entspannenden Hobby datief is. Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Hobby, in het meervoud die Hobbys. In deze zin staat het in de datief enkelvoud na nach; het onbepaalde lidwoord verschijnt daarom als einem: nach einem Hobby. Samen vormen de delen Das klingt nach einem entspannenden Hobby. De constructie betekent letterlijk ongeveer “Dat klinkt naar een ontspannende hobby” en natuurlijk Nederlands is: “Dat klinkt als een ontspannende hobby.”
Ich zeichne meistens kleine Dinge in meinem Notizbuch.
Ik teken meestal kleine dingen in mijn notitieboek.
- Ich
- ik
- zeichne
- teken
- meistens
- meestal
- kleine
- kleine
- Dinge
- dingen
- in
- in
- meinem
- mijn
- Notizbuch
- notitieboek
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier de spreker als onderwerp: “ik”. Het is de eerste persoon enkelvoud. In het Duits blijft ich dezelfde vorm als onderwerp; vergelijk bijvoorbeeld Ich lerne. — “Ik leer.” zeichne komt van het werkwoord zeichnen (“tekenen”). zeichne is de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich zeichne. Andere nuttige vormen zijn du zeichnest (“jij tekent”) en sie zeichnen (“zij tekenen”). Voorbeeld: Ich zeichne ein Haus. — “Ik teken een huis.” meistens betekent “meestal” en geeft aan dat iets in de meeste gevallen gebeurt. Het is een bijwoord en verandert daarom niet met het onderwerp. Voorbeeld: Ich lese meistens abends. — “Ik lees meestal ’s avonds.” kleine is de vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”) vóór Dinge. De uitgang -e hoort hier bij de meervoudige naamwoordgroep in deze zinsbouw. Vergelijk ein kleines Ding — “een klein ding” — met kleine Dinge — “kleine dingen”. Dinge is het meervoud van Ding (“ding”). Het woord verwijst hier algemeen naar de dingen die de spreker tekent; de zin specificeert niet welke dingen dat zijn. Voorbeeld: Die Dinge sind klein. — “De dingen zijn klein.” in geeft hier de plaats aan waar het tekenen gebeurt: “in”. Bij een vaste plaats zonder beweging staat het Duits na in met de datief. Bij beweging naar binnen kan in bijvoorbeeld de accusatief gebruiken: Ich gehe in das Haus. — “Ik ga het huis in.” meinem is de datiefvorm van het bezittelijk woord mein (“mijn”). De vorm past bij het onzijdige enkelvoud Notizbuch na het plaatsaanduidende in: in meinem Notizbuch. Het bezitterswoord mein verwijst grammaticaal naar de spreker; de uitgang in meinem wordt bepaald door naamval, getal en het grammaticale geslacht van het bezeten zelfstandig naamwoord. Notizbuch betekent “notitieboek”. Het is een onzijdig samengesteld zelfstandig naamwoord: Notiz (“notitie”) + Buch (“boek”), maar als geheel betekent het “notitieboek”. Het meervoud is Notizbücher. Voorbeeld: Das Notizbuch liegt hier. — “Het notitieboek ligt hier.” Samen vormen de delen: Ich zeichne meistens (“Ik teken meestal”) + kleine Dinge (“kleine dingen”) + in meinem Notizbuch (“in mijn notitieboek”). De volledige betekenis is: “Ik teken meestal kleine dingen in mijn notitieboek.”
Übst du oft?
Oefen je vaak?
- Übst
- oefen
- du
- je
- oft
- vaak
Uitgebreide uitleg
Übst betekent hier ‘oefen’ en komt van het werkwoord üben (‘oefenen’). Het is de tegenwoordige tijd voor du: du übst. De vorm krijgt de uitgang -st, terwijl de stamklinker van üben hier gelijk blijft. Voorbeeld: Du übst Deutsch. — ‘Je oefent Duits.’ du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon: ‘je/jij’. Het staat hier bij de werkwoordsvorm übst; samen vormen ze de inhoudelijke kern ‘je oefent’. Voorbeeld: Du lernst schnell. — ‘Je leert snel.’ oft betekent ‘vaak’ en geeft aan dat iets regelmatig gebeurt, zonder een exact aantal te noemen. Het is een bijwoord en verandert niet mee met du of met het werkwoord. Een nuttig contrast is oft (‘vaak’) tegenover selten (‘zelden’): Du übst oft. — ‘Je oefent vaak.’ In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Übst du ...? De volgorde is dus anders dan in de mededelende zin Du übst .... Oft staat hier achter du en specificeert hoe vaak het oefenen gebeurt. Samen betekent Übst du oft? ‘Oefen je vaak?’
Ein bisschen, meistens wenn ich Zeit habe.
Een beetje, meestal als ik tijd heb.
- Ein bisschen
- een beetje
- meistens
- meestal
- wenn
- als / wanneer
- ich
- ik
- Zeit
- tijd
- habe
- heb
Uitgebreide uitleg
Ein bisschen betekent hier “een beetje”. Dit is een vaste, bruikbare hoeveelheidsexpressie. bisschen is een onzijdig zelfstandig naamwoord; daarom staat er ein. Voorbeeld: Ich spreche ein bisschen Deutsch. — Ik spreek een beetje Duits. meistens betekent “meestal” en drukt uit dat iets in de meeste gevallen gebeurt, maar niet altijd. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Meistens übe ich abends. — Meestal oefen ik ’s avonds. wenn betekent hier “als” en leidt een voorwaardelijke of tijdsbepalende bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Vergelijk: Wenn ich Zeit habe, übe ich. — Als ik tijd heb, oefen ik. ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: “ik”. Het is het onderwerp van habe en verwijst hier naar de spreker. Zeit betekent “tijd”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Zeit. In Zeit haben vormt het met haben een veelgebruikte uitdrukking voor “tijd hebben”. Voorbeeld: Wir haben heute Zeit. — Wij hebben vandaag tijd. habe is de eerste persoon enkelvoud van haben in de tegenwoordige tijd: ich habe — ik heb. In de bijzin na wenn staat deze vorm aan het einde: wenn ich Zeit habe. Samen betekent Ein bisschen, meistens wenn ich Zeit habe.: “Een beetje, meestal als ik tijd heb.” Ein bisschen geeft de hoeveelheid aan; meistens beperkt de uitspraak tot de meeste gevallen; en wenn ich Zeit habe zegt wanneer dat doorgaans geldt. De volledige bijzin heeft de volgorde wenn + onderwerp + overige informatie + vervoegd werkwoord: wenn ich Zeit habe.
Vielleicht kann ich es auch versuchen.
Misschien kan ik het ook proberen.
- Vielleicht
- misschien
- kann ich
- kan ik
- es
- het
- auch
- ook
- versuchen
- proberen
Uitgebreide uitleg
Vielleicht betekent hier “misschien” en drukt onzekerheid uit over wat volgt. Het staat vooraan en maakt de hele mededeling voorlopig, niet stellig. kann ich: kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich: ich kann. Hier geeft het de mogelijkheid weer: “ik kan”. Als modaal werkwoord staat können samen met een ander werkwoord; ich kann es versuchen betekent “ik kan het proberen”. ich is de eerste persoon enkelvoud en verwijst naar de spreker. es is hier het voornaamwoord voor het directe voorwerp: “het”. De vorm es hoort bij een onzijdig voornaamwoord en is in deze zin het ding of de activiteit die geprobeerd kan worden; de vaste vertaling identificeert dit alleen als “het”, zonder het nader te benoemen. In Ich sehe es heeft es dezelfde voorwerpsfunctie. auch betekent “ook” en voegt deze mogelijkheid toe aan iets anders dat al in beeld is of mogelijk is. Het verandert niet wie de handeling uitvoert: Ich kann es auch versuchen betekent “Ik kan het ook proberen”. versuchen is de infinitief, met als basisvorm eveneens versuchen: “proberen”. Na het modale werkwoord kann blijft dit werkwoord in de infinitief en staat het aan het einde van deze hoofdzin. Bijvoorbeeld: Ich kann warten. — “Ik kan wachten.” Samen vormen de delen: Vielleicht maakt de uitspraak onzeker, kann ich geeft de mogelijkheid van de spreker aan, es is het voorwerp, auch voegt deze optie toe en versuchen benoemt de handeling. De volledige betekenis is dus: “Misschien kan ik het ook proberen.”
Du kannst meinen alten Bleistift benutzen.
Je kunt mijn oude potlood gebruiken.
- Du kannst
- je kunt
- meinen
- mijn
- alten
- oude
- Bleistift
- potlood
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Du kannst: du is het persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. kannst is de vorm van können in de tegenwoordige tijd voor du; können betekent hier “kunnen” in de zin van mogelijkheid of bekwaamheid. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Du kannst helfen. — “Je kunt helpen.” meinen: dit is de bezittelijke vorm van mein (“mijn”). Hier staat meinen vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief, omdat Bleistift het lijdend voorwerp van benutzen is. Vergelijk: mein Bleistift (onderwerp of nominatief) tegenover Ich benutze meinen Bleistift (lijdend voorwerp). alten: dit is de verbogen vorm van alt (“oud”). De uitgang -en past hier bij de combinatie van mannelijk enkelvoud in de accusatief na het bezittelijke woord meinen: meinen alten Bleistift. Het basiswoord is alt; de vergelijkende vorm is älter, bijvoorbeeld in ein älterer Bleistift — “een ouder potlood”. Bleistift: dit zelfstandig naamwoord betekent “potlood”. Het is mannelijk: der Bleistift. In deze zin staat het in de accusatief als het voorwerp dat gebruikt kan worden. Het meervoud is Bleistifte: Ich benutze zwei Bleistifte. — “Ik gebruik twee potloden.” benutzen: dit werkwoord betekent “gebruiken”. De vorm blijft hier de infinitief, omdat kannst het vervoegde modale werkwoord is. In een zin zonder modaal werkwoord krijgt het de persoonsvorm: Du benutzt den Bleistift. — “Je gebruikt het potlood.” Samen vormen de delen Du kannst + meinen alten Bleistift + benutzen: “Je kunt mijn oude potlood gebruiken.” Du is de aangesproken persoon; meinen alten Bleistift is het voorwerp, en benutzen staat als infinitief aan het einde. De zin drukt uit dat die persoon de mogelijkheid of bekwaamheid heeft om dat potlood te gebruiken.
Grammatica
klingen nach + Dativ
klingt nach
klinkt naachklinken als
Na klingen staat nach met de derde naamval (Dativ).
Duits woordenschat
Ich zeichne meistens kleine Dinge.
nach einem entspannenden Hobby
in deiner Freizeit
Ich zeichne gern zu Hause.
nach einem entspannenden Hobby
kleine Dinge
Das klingt nach einem entspannenden Hobby.
Was machst du in deiner Freizeit?
Ich zeichne meistens kleine Dinge in meinem Notizbuch.
Das klingt nach einem entspannenden Hobby.
Ich zeichne gern zu Hause.
Ich zeichne gern zu Hause.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Wat doe je in je vrije tijd?
Antwoord tonen
Was machst du in deiner Freizeit?Ik teken graag thuis.
Antwoord tonen
Ich zeichne gern zu Hause.Dat klinkt als een ontspannende hobby.
Antwoord tonen
Das klingt nach einem entspannenden Hobby.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vrije tijd
Antwoord tonen
Freizeitgraag
Antwoord tonen
gerntekenen
Antwoord tonen
zeichnenaar