Praten over lezen in je vrije tijd | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults talk about reading a short book in a quiet room..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Praten over lezen in je vrije tijd oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Was liest du?

vas liist doe? Wat lees je?
B

Ich lese ein kurzes Buch.

iesj lee-zuh ain koertsuhs boeg. Ik lees een kort boek.
A

Magst du die Geschichte?

maakst doe die guh-sjich-tuh? Vind je het verhaal leuk?
B

Sie ist leicht zu verstehen.

zie ist lai-sjt feh-a-sjtee-uhn. Het is makkelijk te volgen.
A

Wo liest du normalerweise?

voo liist doe noo-a-ma-lai-zuh? Waar lees je meestal?
B

Ich lese normalerweise zu Hause in einem ruhigen Zimmer.

iesj lee-zuh noo-a-ma-lai-zuh tsoe hau-zuh in ai-nuhm roe-ie-guhn tsim-uh. Ik lees meestal in een rustige kamer thuis.
A

Das klingt ruhig.

das klinkt roe-ie-sj. Dat klinkt rustig.
B

Es hilft mir, meine Freizeit zu genießen.

es hilft mie-a, mai-nuh fraai-tsait tsoe guh-nie-zuhn. Het helpt me om van mijn vrije tijd te genieten.

Woord voor woord

Was “Was” betekent hier “wat” en vraagt naar het boek of de tekst die iemand leest. In de vraag “Was liest du?” staat het vraagwoord vooraan; gebruik hetzelfde patroon wanneer je vraagt wat iemand doet of kiest.
liest “Liest” betekent hier “leest” en is de vorm van “lesen” die bij “du” hoort. In “Was liest du?” vraag je wat de ander op dat moment leest; gebruik “du liest ...” om te zeggen wat iemand leest.
du “Du” betekent hier “je” en verwijst naar de persoon aan wie A de vraag stelt. Samen met “liest” vormt het de directe, informele vraag “Was liest du?”; gebruik “du” voor één bekende persoon.
Ich “Ich” betekent “ik” en is de persoon die antwoord geeft in “Ich lese ein kurzes Buch.” Het staat hier vooraan als onderwerp; gebruik “Ich lese ...” om te zeggen wat je leest.
lese “Lese” betekent hier “lees” en is de vorm van “lesen” die bij “ich” hoort. In “Ich lese ein kurzes Buch” volgt daarna wat je leest; gebruik “Ich lese ...” met een boek, tekst of ander leesmateriaal.
ein “Ein” betekent hier “een” in “ein kurzes Buch” en introduceert één niet nader bepaald boek. Het staat vóór het bijvoeglijke woord en het zelfstandig naamwoord; gebruik bijvoorbeeld het patroon “ein ... Buch” met een passend kenmerk.
kurzes “Kurzes” betekent hier “kort” en beschrijft het boek in “ein kurzes Buch”. De vorm “kurzes” staat vóór “Buch” in deze woordgroep; gebruik een vergelijkbare combinatie wanneer je een boek of tekst kort wilt typeren.
Buch “Buch” betekent “boek” en is wat de spreker leest in “Ich lese ein kurzes Buch.” Het zelfstandig naamwoord wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven; gebruik “ein Buch” of “ein kurzes Buch” wanneer je over een boek spreekt.
Magst “Magst” betekent hier “vind je leuk” in de vraag “Magst du die Geschichte?”. Het is de vorm van “mögen” die bij “du” hoort; gebruik “Magst du ...?” om informeel te vragen of iemand iets leuk vindt.
die “Die” betekent hier “de” en staat vóór “Geschichte” in “die Geschichte”. Samen verwijzen deze woorden naar het verhaal waarover A vraagt; gebruik “die” vóór een zelfstandig naamwoord wanneer die bepaalde zaak bedoeld wordt.
Geschichte “Geschichte” betekent hier “verhaal” en verwijst naar het verhaal in het boek. In “Magst du die Geschichte?” is het het onderwerp waarnaar gevraagd wordt; gebruik “eine Geschichte” of “die Geschichte” wanneer je over een verhaal spreekt.
Sie “Sie” betekent hier “zij” en verwijst naar “die Geschichte”, dus naar het verhaal. In “Sie ist leicht zu verstehen” is “Sie” het onderwerp van de vervolgzinnen; gebruik het om naar een vrouwelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord terug te verwijzen.
ist “Ist” betekent hier “is” in “Sie ist leicht zu verstehen” en verbindt het verhaal met de beschrijving “leicht zu verstehen”. Het is de vorm van “sein” bij “Sie” in deze betekenis; gebruik “X ist ...” om iets te beschrijven.
leicht “Leicht” betekent hier “makkelijk” in de uitdrukking “leicht zu verstehen”. Samen met “zu verstehen” beschrijft het dat het verhaal gemakkelijk te begrijpen of te volgen is; gebruik “leicht zu + infinitief” voor iets dat gemakkelijk kan gebeuren.
zu “Zu” betekent hier “te” in “leicht zu verstehen” en maakt samen met “verstehen” de constructie “makkelijk te begrijpen”. Gebruik het patroon “leicht zu + infinitief” om aan te geven dat iets gemakkelijk te doen of te begrijpen is.
verstehen “Verstehen” betekent hier “begrijpen” of, bij een verhaal, “volgen”. In “leicht zu verstehen” staat het na “zu” als de handeling die gemakkelijk is; gebruik “etwas verstehen” wanneer je iets begrijpt.
Wo “Wo” betekent “waar” en vraagt in “Wo liest du normalerweise?” naar de plaats van het lezen. Het staat vooraan in de vraag; gebruik “Wo ...?” wanneer je naar een locatie vraagt.
normalerweise “Normalerweise” betekent hier “meestal” of “gewoonlijk” en geeft aan wat iemand doorgaans doet. In “Wo liest du normalerweise?” staat het bij de leesactiviteit; gebruik het om een gewoonte of normale situatie te beschrijven.
Hause “Hause” betekent hier “thuis” in de vaste uitdrukking “zu Hause”. Gebruik precies “zu Hause” om te zeggen dat je thuis bent of iets thuis doet, zoals in “Ich lese normalerweise zu Hause”.
in “In” betekent hier “in” en geeft in “in einem ruhigen Zimmer” de plaats aan waar iemand leest. Gebruik “in” vóór een ruimte of andere plaats, bijvoorbeeld in het patroon “in einem ... Zimmer”.
einem “Einem” betekent hier “een” in “in einem ruhigen Zimmer” en verwijst naar één niet nader bepaalde kamer. Het hoort bij deze plaatsaanduiding en staat vóór “ruhigen Zimmer”; gebruik het patroon “in einem ...” voor een plaats met een onbepaald zelfstandig naamwoord.
ruhigen “Ruhigen” betekent hier “rustige” en beschrijft de kamer in “einem ruhigen Zimmer”. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord “Zimmer”; gebruik “in einem ruhigen Zimmer” wanneer je een kalme plek om te lezen beschrijft.
Zimmer “Zimmer” betekent “kamer” en is de plaats waar de spreker leest. In “in einem ruhigen Zimmer” staat het na de plaatsaanduiding “in”; gebruik “ein Zimmer” of “ein ruhiges Zimmer” wanneer je een kamer noemt.
Das “Das” betekent hier “dat” en verwijst naar de zojuist beschreven rustige leessituatie. In “Das klingt ruhig” staat het vooraan als onderwerp; gebruik het patroon “Das klingt ...” om te reageren op hoe iets klinkt of overkomt.
klingt “Klingt” betekent hier “klinkt” in “Das klingt ruhig” en beschrijft hoe de situatie overkomt. Het is de vorm van “klingen” die bij “Das” hoort; gebruik “Das klingt ...” om een indruk of beoordeling te geven.
ruhig “Ruhig” betekent hier “rustig” in “Das klingt ruhig”. Het beschrijft de indruk die de rustige kamer en het lezen geven; gebruik “ruhig” om een plaats, activiteit of indruk als kalm te beschrijven.
Es “Es” betekent hier “het” en verwijst naar het lezen of de beschreven leesactiviteit. In “Es hilft mir, meine Freizeit zu genießen” is het de activiteit die helpt; gebruik “Es hilft mir, ...” om uit te leggen dat iets je bij een doel ondersteunt.
hilft “Hilft” betekent hier “helpt” in “Es hilft mir, meine Freizeit zu genießen”. Het is de vorm van “helfen” die bij “Es” hoort; gebruik het patroon “Es hilft mir, ...” wanneer iets jou bij een activiteit of doel ondersteunt.
mir “Mir” betekent hier “mij” in “Es hilft mir” en geeft aan wie de hulp krijgt. Het hoort bij “helfen”; gebruik “Das hilft mir” of “Es hilft mir, ...” om te zeggen dat iets jou helpt.
meine “Meine” betekent hier “mijn” en beschrijft “Freizeit” in “meine Freizeit”. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord om bezit of verbondenheid aan te geven; gebruik “meine Freizeit” wanneer je over je eigen vrije tijd spreekt.
Freizeit “Freizeit” betekent “vrije tijd” en is de tijd waarvan de spreker geniet. In “meine Freizeit zu genießen” staat het als wat iemand wil genieten; gebruik “meine Freizeit” om naar je eigen vrije tijd te verwijzen.
genießen “Genießen” betekent hier “genieten” in “meine Freizeit zu genießen”. Het beschrijft het doel van de hulp in “Es hilft mir, meine Freizeit zu genießen”; gebruik “etwas genießen” wanneer je ergens plezier aan beleeft.

Grammatica

zu + infinitief

zu verstehen / zu genießen

tsoe feh-a-sjtee-uhn / tsoe guh-nie-zuhn

om te begrijpen / om te genieten

Na bepaalde werkwoorden staat zu vóór het hele infinitief: zu verstehen en zu genießen.

helfen + datief

hilft mir

hilft mie-a

helpt mij

Na helfen staat de persoon die hulp krijgt in de datief: mir betekent ‘mij’.

Duits woordenschat

das Buch zelfstandig naamwoord
das boeg het boek Buch

Ich lese ein kurzes Buch.

das Zimmer zelfstandig naamwoord
das tsim-uh de kamer Zimmer

in einem ruhigen Zimmer

die Geschichte zelfstandig naamwoord
die guh-sjich-tuh het verhaal Geschichte

Magst du die Geschichte?

kurz bijvoeglijk naamwoord
koerts kort kurzes

ein kurzes Buch

leicht bijvoeglijk naamwoord
lai-sjt makkelijk

Sie ist leicht zu verstehen.

lesen werkwoord
lee-zuhn lezen liest / lese

Was liest du? / Ich lese ein kurzes Buch.

mögen werkwoord
meu-guhn leuk vinden magst

Magst du die Geschichte?

normalerweise bijwoord
noo-a-ma-lai-zuh gewoonlijk

Wo liest du normalerweise?

ruhig bijvoeglijk naamwoord
roe-ie-sj rustig ruhig / ruhigen

Das klingt ruhig. / in einem ruhigen Zimmer.

verstehen werkwoord
feh-a-sjtee-uhn begrijpen zu verstehen

Sie ist leicht zu verstehen.

wo bijwoord
voo waar

Wo liest du normalerweise?

zu Hause uitdrukking
tsoe hau-zuh thuis

Ich lese normalerweise zu Hause in einem ruhigen Zimmer.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Wat lees je?

Antwoord tonenWas liest du?

Ik lees een kort boek.

Antwoord tonenIch lese ein kurzes Buch.

Vind je het verhaal leuk?

Antwoord tonenMagst du die Geschichte?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

kort

Antwoord tonenkurzes

leuk vinden

Antwoord tonenmagst

het boek

Antwoord tonenBuch

het verhaal

Antwoord tonenGeschichte