Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Wandelen als hobby oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ist Spazierengehen dein Hobby?
Ist sjpa-tsie-ren-gee-un dain hobbie? Is wandelen jouw hobby?Ich gehe in meiner Freizeit gern spazieren.
Isj gee-uh in mai-nuh frai-tsait gèrn sjpa-tsie-ren. Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.Wohin gehst du normalerweise?
Vo-hin gee-st doe nor-maa-lee-uh-vai-zuh? Waar ga je meestal naartoe?Ich gehe im Park spazieren.
Isj gee-uh im park sjpa-tsie-ren. Ik wandel in het park.Ist die Strecke lang?
Ist die sjtrè-kuh lang? Is de route lang?Es ist ein kurzer, leichter Spaziergang.
Es ist ain koer-tsuh, lai-sj-tuh sjpa-tsie-uh-gang. Het is een korte, gemakkelijke wandeling.Das klingt entspannend.
Das klinkt ent-sjpa-nunt. Dat klinkt ontspannend.Wir können zusammen dorthin gehen.
Wie keun-un tsoe-zaam-un dort-hin gee-un. We kunnen er samen naartoe gaan.Uitleg van de zinnen
Ist Spazierengehen dein Hobby?
Is wandelen jouw hobby?
- Ist
- is
- Spazierengehen
- wandelen
- dein
- jouw
- Hobby
- hobby
Uitgebreide uitleg
Ist is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) in de derde persoon enkelvoud. In een Duitse ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan: Ist ...? betekent hier “Is ...?”. Vergelijk: Bist du müde? — “Ben je moe?” Spazierengehen is een als zelfstandig naamwoord gebruikt werkwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. Het betekent hier “wandelen” als activiteit. Dezelfde activiteit staat in de context als werkwoordelijke uitdrukking spazieren gehen: Ich gehe gern spazieren. — “Ik ga graag wandelen.” Als zelfstandig naamwoord kan het bijvoorbeeld onderwerp zijn: Spazierengehen macht Spaß. — “Wandelen is leuk.” dein is een bezittelijk woord voor de informele tweede persoon enkelvoud: “jouw”. De vorm staat hier bij Hobby; Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord, vandaar dein Hobby. Het bezit zelf wordt dus niet door het geslacht van de aangesprokene bepaald. Vergelijk: dein Buch — “jouw boek”, maar deine Tasche — “jouw tas”. Hobby is een onzijdig zelfstandig naamwoord voor een activiteit die iemand in zijn vrije tijd doet. Het meervoud is Hobbys: Meine Hobbys sind Lesen und Radfahren. — “Mijn hobby’s zijn lezen en fietsen.” Samen vormt Spazierengehen het onderwerp van de vraag en dein Hobby het naamwoordelijke deel dat daarmee wordt gelijkgesteld. De omgekeerde vraagvolgorde Ist Spazierengehen dein Hobby? betekent daarom: “Is wandelen jouw hobby?”
Ich gehe in meiner Freizeit gern spazieren.
Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.
- gehe
- ga
- in meiner Freizeit
- in mijn vrije tijd
- gern
- graag
- spazieren
- wandelen
Uitgebreide uitleg
gehe is de vorm van gehen (gaan) voor ich in de tegenwoordige tijd: ich gehe = “ik ga”. Het werkwoord verandert mee met de persoon: ich gehe, du gehst, er/sie geht. In deze zin beschrijft het de activiteit die de spreker doet. in meiner Freizeit betekent hier “in mijn vrije tijd”. Freizeit is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Na in staat hier de datief, omdat het om een tijdsperiode gaat en niet om een beweging naar een plaats: meiner is daarom de datiefvorm van mein bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Hetzelfde patroon is bijvoorbeeld: in meiner Pause = “in mijn pauze”. gern betekent “graag” en staat hier bij de activiteit die de spreker met plezier doet. Een veelgebruikt patroon is etwas gern tun: “iets graag doen”. Het bijwoord verandert niet mee met persoon of getal. Ich lese gern. betekent bijvoorbeeld: “Ik lees graag.” spazieren betekent “wandelen”. In combinatie met gehen vormt het de vaste uitdrukking spazieren gehen: “gaan wandelen”. spazieren blijft hier in de infinitief, omdat het na het vervoegde werkwoord gehe staat. Een voorbeeld is: Wir gehen spazieren. — “Wij gaan wandelen.” Samen vormen de delen Ich gehe + in meiner Freizeit + gern + spazieren de betekenis: “Ik ga in mijn vrije tijd graag wandelen.” De zin zegt dus dat de spreker wandelen prettig vindt en dit in de vrije tijd doet.
Wohin gehst du normalerweise?
Waar ga je meestal naartoe?
- Wohin
- waarheen; waar naartoe
- gehst
- gaat
- du
- je
- normalerweise
- meestal; gewoonlijk
Uitgebreide uitleg
Wohin vraagt naar de richting of bestemming: “waarheen/waar naartoe?”. Het verschilt van wo (“waar?”), dat alleen naar een plaats vraagt. Voorbeeld: Wohin gehst du? = “Waar ga je naartoe?” gehst is de tegenwoordige tijd van gehen (“gaan”) bij du: du gehst. De vorm gehen is de infinitief; ich gehe, du gehst, er/sie geht. In deze zin betekent gehst gewoon “gaat”; de vraagvorm maakt er geen verleden tijd van. du is het informele enkelvoudige “je/jij”. Het bepaalt hier de persoonsvorm gehst. Bij het formele “u” zou Duits Sie gehen gebruiken, dus met gehen en niet met gehst. normalerweise betekent “meestal” of “gewoonlijk”. Het is een bijwoord en zegt dat de vraag naar je gebruikelijke bestemming of richting gaat, niet naar één specifiek moment. Voorbeeld: Normalerweise gehe ich zu Fuß. = “Meestal ga ik te voet.” Samen vormen de delen de vraag Wohin gehst du normalerweise?: “Waar ga je meestal naartoe?” Wohin vraagt naar de bestemming, gehst du naar de handeling van de aangesprokene, en normalerweise beperkt die vraag tot wat gewoonlijk gebeurt.
Ich gehe im Park spazieren.
Ik wandel in het park.
- Ich
- ik
- gehe
- ga
- im
- in het
- Park
- park
- spazieren
- wandelen
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de vorm van het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. Een bruikbaar contrast is du (“jij”) voor de tweede persoon enkelvoud. gehe is de vorm van gehen (“gaan”) bij ich in de tegenwoordige tijd: ich gehe = “ik ga”. In deze zin vormt gehen samen met spazieren de vaste combinatie spazieren gehen, “gaan wandelen”. im is de samentrekking van in dem en betekent hier “in het”. In staat bij een plaats waar iemand zich bevindt met de datief: im Park = “in het park”. Park betekent “park”. Het is een zelfstandig naamwoord en krijgt in het Duits een hoofdletter. Hier noemt het de plaats waar de activiteit plaatsvindt. spazieren betekent hier “wandelen”. Het is de infinitief. In spazieren gehen draagt gehen de persoonsvorm, terwijl spazieren de activiteit benoemt: Ich gehe spazieren = “Ik ga wandelen”. Samen vormen Ich gehe + im Park + spazieren de betekenis “Ik wandel in het park.” De Duitse constructie benadrukt letterlijk het gaan om te wandelen; in natuurlijk Nederlands wordt dat hier weergegeven als “wandelen”.
Ist die Strecke lang?
Is de route lang?
- Ist
- is
- Strecke
- route
- lang
- lang
Uitgebreide uitleg
Ist is de derde persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: sein → ist. In deze vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan; dat is een gebruikelijke woordvolgorde voor een ja-neevraag. Vergelijk: Die Strecke ist lang. — “De route is lang.” → Ist die Strecke lang? — “Is de route lang?” Strecke is hier een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Strecke betekent “de route” of, afhankelijk van de context, “de afstand”. De vaste vertaling maakt hier de betekenis “route” duidelijk. Het meervoud is Strecken; bijvoorbeeld: Die Strecken sind lang. — “De routes zijn lang.” In de vraag staat die Strecke in het enkelvoud en als onderwerp; die is hier dus het bijbehorende bepaalde lidwoord. lang is een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “lang”. Na sein staat het predicatief en krijgt het in deze vorm geen uitgang: Die Strecke ist lang. De vergrotende trap is länger (“langer”) en de overtreffende trap is am längsten (“het langst”): Diese Strecke ist länger. — “Deze route is langer.” Samen vormen de delen de ja-neevraag Ist die Strecke lang?: ist staat vooraan, die Strecke is de route waarnaar gevraagd wordt, en lang beschrijft die route. De volledige betekenis is: “Is de route lang?”
Es ist ein kurzer, leichter Spaziergang.
Het is een korte, gemakkelijke wandeling.
- Es ist
- Het is
- kurzer
- kort
- leichter
- gemakkelijk
- Spaziergang
- wandeling
Uitgebreide uitleg
Es ist betekent hier “het is”. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”); een bruikbare vormreeks is sein – ist – war (“zijn – is – was”). Es staat hier als grammaticaal onderwerp in de constructie “het is een …”; de zin beschrijft een wandeling zonder een specifiek zelfstandig naamwoord als onderwerp te herhalen. Voorbeeld: Es ist einfach. — “Het is eenvoudig.” kurzer betekent hier “kort”. De basisvorm is kurz; de vergrotende trap is kürzer (“korter”). In ein kurzer Spaziergang staat kurz als bijvoeglijk naamwoord vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en in de eerste naamval; daarom krijgt het de uitgang -er. De uitgang hoort bij kurz, niet bij Spaziergang. Voorbeeld: Das ist ein kurzer Weg. — “Dat is een korte weg.” leichter betekent hier “gemakkelijk”. De basisvorm is leicht; de vergrotende trap is eveneens leichter (“gemakkelijker”). Hier is leichter echter de verbogen vorm van leicht in ein leichter Spaziergang, niet de vergrotende trap. Ook deze vorm is mannelijk enkelvoud in de eerste naamval na ein, waardoor het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -er krijgt. Voorbeeld: Das ist ein leichter Test. — “Dat is een gemakkelijke test.” Spaziergang betekent “wandeling”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Spaziergang. In deze zin staat het in het enkelvoud en in de eerste naamval, daarom verschijnt de onbepaalde bepaler als ein: ein Spaziergang. Een gebruikelijke werkwoordelijke uitdrukking is spazieren gehen (“gaan wandelen”), maar Spaziergang zelf is het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Wir machen einen Spaziergang. — “Wij maken een wandeling.” Samen vormen de delen Es ist + ein kurzer, leichter Spaziergang de betekenis “Het is een korte, gemakkelijke wandeling.” kurzer en leichter beschrijven allebei dezelfde wandeling: de ene eigenschap is de korte duur of afstand, de andere de geringe moeilijkheid. De komma verbindt de twee gelijkwaardige bijvoeglijke bepalingen.
Das klingt entspannend.
Dat klinkt ontspannend.
- Das
- dat
- klingt
- klinkt
- entspannend
- ontspannend
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en staat als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord in de eerste naamval. Het verwijst naar wat eerder is beschreven, zonder dat er een zelfstandig naamwoord herhaald hoeft te worden. Let op het verschil met dass: dass is een voegwoord en leidt bijvoorbeeld een bijzin in. klingt komt van klingen en is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: klingen → klingt. Letterlijk gaat het om klinken; met een beschrijvend woord betekent het ook dat iets een bepaalde indruk wekt. Voorbeeld: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” entspannend beschrijft hier de indruk die iets wekt: “ontspannend”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na klingen zonder extra verbuiging staat. Het verwante werkwoord is entspannen (“ontspannen”); entspannt betekent juist “ontspannen” als toestand, terwijl entspannend iets aanduidt dat ontspanning veroorzaakt of zo overkomt. Voorbeeld: Die Musik klingt entspannend. — “De muziek klinkt ontspannend.” Samen vormt Das klingt entspannend de herbruikbare patroonzin Das klingt + bijvoeglijk naamwoord: “Dat klinkt + beschrijving.” De zin geeft dus aan dat het eerder beschrevene een ontspannende indruk maakt.
Wir können zusammen dorthin gehen.
We kunnen er samen naartoe gaan.
- Wir können
- wij kunnen
- zusammen
- samen
- dorthin
- ernaartoe
- gehen
- gaan
Uitgebreide uitleg
Wir können betekent hier: “wij kunnen”. wir is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon meervoud. können is de tegenwoordige tijd van können bij wir; in deze zin drukt het de mogelijkheid uit om iets te doen. Als modaal werkwoord staat können op de tweede zinsplaats en staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde. Voorbeeld: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” zusammen betekent “samen”: de handeling gebeurt door de betrokken personen gezamenlijk. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Wir lernen zusammen. — “Wij leren samen.” dorthin betekent “ernaartoe” en geeft een richting naar een daar bedoelde plaats aan. Het verschilt van dort (“daar”), dat alleen een plaats aanduidt zonder zelf de beweging ernaartoe uit te drukken. Voorbeeld: Wir fahren dorthin. — “Wij rijden ernaartoe.” gehen betekent hier “gaan” en staat in de infinitief. Als infinitief blijft het bij een modaal werkwoord onveranderd: Wir können gehen. Zonder können krijgt het in de tegenwoordige tijd een persoonsvorm, bijvoorbeeld Wir gehen — “Wij gaan”. Samen vormen de delen: Wir können + zusammen + dorthin + gehen: “Wij kunnen samen ernaartoe gaan.” In natuurlijk Nederlands is dat: “We kunnen er samen naartoe gaan.” De zin drukt dus uit dat de spreker en minstens één andere betrokkene de mogelijkheid hebben om gezamenlijk naar die bedoelde plaats te gaan.
Grammatica
in meiner Freizeit
In meiner Freizeit gehe ich gern spazieren.
In mai-nuh frai-tsait gee-uh isj gèrn sjpa-tsie-ren.In mijn vrije tijd ga ik graag wandelen.
Na „in“ krijgt het bezittelijk voornaamwoord hier de vorm „meiner“, omdat „Freizeit“ vrouwelijk is.
im Park
Ich gehe gern im Park spazieren.
Isj gee-uh gèrn im park sjpa-tsie-ren.Ik wandel graag in het park.
„im“ is de verkorte vorm van „in dem“. Het gebruik van deze vaste vorm verschilt van het Nederlands.
Duits woordenschat
Ich gehe in meiner Freizeit gern spazieren.
Ich gehe in meiner Freizeit gern spazieren.
Ich gehe in meiner Freizeit gern spazieren.
Ist Spazierengehen dein Hobby?
Es ist ein kurzer, leichter Spaziergang.
Wohin gehst du normalerweise?
Ich gehe im Park spazieren.
Ich gehe im Park spazieren.
Ist Spazierengehen dein Hobby?
Es ist ein kurzer, leichter Spaziergang.
Ist die Strecke lang?
Wohin gehst du normalerweise?
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Is wandelen jouw hobby?
Antwoord tonen
Ist Spazierengehen dein Hobby?Waar ga je meestal naartoe?
Antwoord tonen
Wohin gehst du normalerweise?Ik wandel in het park.
Antwoord tonen
Ich gehe im Park spazieren.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
wandelen
Antwoord tonen
spazierenwaarheen
Antwoord tonen
Wohingaan
Antwoord tonen
gehenhobby