Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Praten over foto's maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Machst du Fotos?
makhst doe foo-toos? Maak je foto's?Ich benutze meine kleine Kamera an den meisten Tagen.
ikh be-noet-se mai-ne klai-ne kaa-mee-raa aan deen mai-sten taa-ghen. Ik gebruik mijn kleine camera op de meeste dagen.Was fotografierst du gern?
vas foto-gra-fierst doe ghern? Wat fotografeer je graag?Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen.
am liepsten fo-to-gra-fie-re ikh roe-ie-ge sjtraa-sen. Ik fotografeer het liefst rustige straten.Kann ich eins sehen?
kan ikh ains zee-en? Mag ik er één zien?Hier ist eins, das ich in der Nähe meines Zuhauses gemacht habe.
hie-uh ist ains, das ikh in deer nee-uh mai-nes tsoe-hau-zes ge-makht haa-be. Hier is er een die ik vlak bij mijn huis heb gemaakt.Es sieht einfach und klar aus.
es ziet ain-fakh oent klaar aus. Het ziet er eenvoudig en duidelijk uit.Ich übe, wenn ich Zeit habe.
ikh uu-be, ven ikh tsait haa-be. Ik oefen wanneer ik tijd heb.Uitleg van de zinnen
Machst du Fotos?
Maak je foto's?
- Machst
- maakt / doet
- du
- je / jij
- Fotos
- foto’s
Uitgebreide uitleg
Machst komt van machen en betekent hier “maken”, in de vaste combinatie “foto’s maken”. Het is de tegenwoordige tijd voor de tweede persoon enkelvoud: du machst. Bij een gewone mededelende zin staat die vorm bijvoorbeeld in Du machst Fotos. (“Je maakt foto’s.”). In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vaak vooraan: Machst du ...?. du is het informele persoonlijke voornaamwoord voor één aangesproken persoon. Het is hier het onderwerp en bepaalt de vorm machst. De formele aanspreekvorm is Sie, met een andere werkwoordsvorm: Machen Sie Fotos? (“Maakt u foto’s?”). Fotos is het meervoud van Foto en betekent hier “foto’s”. Als zelfstandig naamwoord wordt het in het Duits met een hoofdletter geschreven. In deze zin is het het lijdend voorwerp; bij dit meervoud ziet de vorm er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. Een enkelvoudig voorbeeld is Machst du ein Foto? (“Maak je één foto?”). Samen vormen de delen Machst du Fotos? een informele ja-neevraag: “Maak je foto’s?” De werkwoordsvorm staat vooraan, daarna volgt het onderwerp du, en vervolgens het lijdend voorwerp Fotos.
Ich benutze meine kleine Kamera an den meisten Tagen.
Ik gebruik mijn kleine camera op de meeste dagen.
- benutze
- gebruik
- kleine
- kleine
- Kamera
- camera
- meisten
- meeste
- Tagen
- dagen
Uitgebreide uitleg
benutze komt van benutzen en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich benutze = “ik gebruik”. Het werkwoord krijgt hier een lijdend voorwerp: wat ik gebruik, staat in de accusatief. Voorbeeld: Ich benutze mein Handy. — “Ik gebruik mijn telefoon.” kleine komt van het bijvoeglijk naamwoord klein. De vorm beschrijft Kamera en krijgt de uitgang -e; klein is dus de basisvorm, kleine de aangepaste vorm in deze woordgroep. In meine kleine Kamera is de hele groep vrouwelijk en accusatief enkelvoud, omdat zij het voorwerp van benutze is. Voorbeeld: Ich habe eine kleine Tasche. — “Ik heb een kleine tas.” Kamera betekent “camera”. Het is een zelfstandig naamwoord: die Kamera in het enkelvoud en die Kameras in het meervoud. Hier staat het enkelvoud in de accusatief als voorwerp van benutze; het bezittelijke woord meine betekent hier “mijn”. meisten betekent hier “meeste” en staat bij een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het hoort bij de vergelijkingsreeks viel – mehr – am meisten; in een naamwoordgroep verschijnt de verbogen vorm meisten, zoals in die meisten Tage — “de meeste dagen”. In deze zin staat het met den in de datief, omdat an hier een tijdsaanduiding vormt. Tagen betekent “dagen”. De enkelvoudige basisvorm is Tag; het meervoud is Tage, en in de datief van het meervoud komt -n: Tagen. De groep an den meisten Tagen betekent “op de meeste dagen”. Voorbeeld: An vielen Tagen arbeite ich zu Hause. — “Op veel dagen werk ik thuis.” Samen vormt Ich benutze meine kleine Kamera de betekenis “Ik gebruik mijn kleine camera”. An den meisten Tagen geeft aan hoe vaak of op welke dagen dat gebeurt: “op de meeste dagen”. De volledige zin betekent dus: “Ik gebruik mijn kleine camera op de meeste dagen.”
Was fotografierst du gern?
Wat fotografeer je graag?
- Was
- wat
- fotografierst
- fotografeer
- du
- je
- gern
- graag
Uitgebreide uitleg
Was betekent hier “wat” en vraagt naar het gefotografeerde object. Het is de vraagvorm voor een zaak, niet voor een persoon; voor een persoon gebruik je bijvoorbeeld wer (“wie”). In deze zin staat Was vooraan omdat het bevraagde deel de eerste positie inneemt. fotografierst is de vorm van fotografieren voor du in de tegenwoordige tijd: du fotografierst. Het werkwoord betekent “fotograferen”. Bij een vraag met een vraagwoord staat het vervoegde werkwoord in een hoofdzin op de tweede zinsplaats: Was fotografierst du? Een voorbeeld: Was fotografierst du heute? — “Wat fotografeer je vandaag?” du is het informele enkelvoudige onderwerp: “je/jij”. De vorm hoort bij één aangesproken persoon. In de vaste zin is du degene die fotografeert. Ter vergelijking: Sie fotografieren gebruikt de formele aanspreekvorm “u” en heeft een andere combinatie van voornaamwoord en werkwoordsvorm. gern is een bijwoord dat aangeeft dat iemand iets graag doet. Samen met een werkwoord geeft fotografierst du gern dus de betekenis “fotografeer je graag”. Het staat hier na het onderwerp, maar kan in een andere opbouw ook elders staan: Ich fotografiere gern. — “Ik fotografeer graag.” Gern zegt iets over de voorkeur voor de activiteit; het is niet hetzelfde als lieber (“liever”), dat een vergelijking uitdrukt. De volledige opbouw is Was + fotografierst + du + gern: “Wat fotografeer je graag?” Was vraagt naar het object, fotografierst vormt de vraag met het onderwerp du, en gern maakt duidelijk dat het om een activiteit gaat die de aangesprokene graag doet. De zin is een informele vraag naar wat de aangesprokene graag fotografeert.
Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen.
Ik fotografeer het liefst rustige straten.
- Am liebsten
- het liefst
- fotografiere
- fotografeer
- ruhige
- rustige
- Straßen
- straten
Uitgebreide uitleg
Am liebsten betekent hier dat fotograferen de sterkste voorkeur is: “het liefst”. Het is de vaste vorm voor de hoogste trap van gern: gern = graag, lieber = liever, am liebsten = het liefst. Voorbeeld: Ich trinke am liebsten Tee. — Ik drink het liefst thee. fotografiere is de vorm van fotografieren voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich fotografiere = ik fotografeer. Omdat de zin met Am liebsten begint, staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats en komt ich erna: Am liebsten fotografiere ich .... Voorbeeld: Heute fotografiere ich den Park. — Vandaag fotografeer ik het park. ruhige is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ruhig — rustig. Het beschrijft Straßen en betekent hier “rustige”, niet “stille” als zelfstandige betekenis van het woord. In ruhige Straßen staat het bijvoeglijk naamwoord vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord zonder lidwoord; daarom krijgt het deze uitgang. Voorbeeld: Wir suchen ruhige Plätze. — We zoeken rustige plaatsen. Straßen is het meervoud van Straße — straat. De letter ß blijft behouden en het meervoud krijgt -n: die Straße → die Straßen. In deze zin is Straßen het lijdend voorwerp van fotografieren; de vorm is hier zowel nominatief als accusatief meervoud gelijk. Samen vormen de delen: Am liebsten geeft de sterkste voorkeur aan, fotografiere ich betekent “fotografeer ik”, en ruhige Straßen is het lijdend voorwerp. De volledige betekenis is dus: “Ik fotografeer het liefst rustige straten.”
Kann ich eins sehen?
Mag ik er één zien?
- Kann ich
- kan ik
- eins
- er één
- sehen
- zien
Uitgebreide uitleg
Kann ich staat aan het begin van de vraag. Kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann. In deze vaste zin geeft de combinatie, volgens de vertaling, een verzoek om toestemming weer: “mag ik …?” Bij een mededelende zin zou het onderwerp vóór de persoonsvorm staan, maar in deze ja/nee-vraag staat de persoonsvorm vooraan. Voorbeeld: Kann ich hereinkommen? — “Mag ik binnenkomen?” eins betekent hier “er één” en staat zelfstandig; het is niet het telwoord bij een uitgedrukt zelfstandig naamwoord. In deze context verwijst het naar één exemplaar van wat de spreker wil bekijken. Als zelfstandig gebruikt woord kan eins bijvoorbeeld één exemplaar aanduiden: Ich nehme eins. — “Ik neem er één.” Het woord drukt hier het aantal één uit, maar benoemt niet zelfstandig welk concreet object het is. sehen is de infinitief “zien”. Na een vervoegd modaal werkwoord zoals können blijft het andere werkwoord in de infinitief staan en komt het in deze vraag aan het einde: Kann ich ... sehen? De vorm sehen is dus niet vervoegd voor ich; kann draagt de persoonsvorming. In deze zin betekent de combinatie eins sehen “er één zien”, niet noodzakelijk “er één bezitten” of “er één kiezen”. Samen vormen de delen de vraag Kann ich eins sehen?: “Mag ik er één zien?” De vraag vraagt toestemming om één exemplaar te bekijken. De volgorde is kann + onderwerp ich + zelfstandig gebruikt eins + infinitief sehen, een herbruikbaar patroon voor een ja/nee-vraag met können.
Hier ist eins, das ich in der Nähe meines Zuhauses gemacht habe.
Hier is er een die ik vlak bij mijn huis heb gemaakt.
- Hier
- hier
- eins
- één exemplaar; er één
- das
- dat
- in der Nähe
- in de buurt; vlak bij
- Zuhauses
- huis; thuis
- gemacht
- gemaakt
- habe
- heb
Uitgebreide uitleg
Hier betekent hier “hier” en wijst op de plaats van de spreker of op de plaats die in de situatie relevant is. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. eins betekent hier “één exemplaar” of natuurlijker “er één”. Het is een zelfstandig gebruikt telwoord/pronomen; het verwijst naar één ding dat in de context al duidelijk is. Het is niet hetzelfde als het lidwoord ein, dat vóór een zelfstandig naamwoord kan staan. Voorbeelden: Ich nehme eins. = “Ik neem er één.” Ich nehme ein Buch. = “Ik neem een boek.” das is hier een betrekkelijk voornaamwoord: “dat”. Het verwijst in deze zin naar het genoemde exemplaar (eins) en opent de bijzin das ich ... gemacht habe. In het Duits staat de persoonsvorm van zo’n bijzin aan het einde. Das ist das Buch, das ich gekauft habe. = “Dat is het boek dat ik heb gekocht.” in der Nähe betekent “in de buurt” of “vlak bij”. Nähe is een zelfstandig naamwoord; in der Nähe is een vaste plaatsaanduiding. Met een bezitsspecificatie volgt vaak von of, zoals hier, een genitiefgroep: in der Nähe meines Hauses = “in de buurt van mijn huis”. Zuhauses betekent hier “huis” in de combinatie meines Zuhauses: “van mijn huis/thuis”. Zuhause kan als zelfstandig naamwoord worden gebruikt. In de genitief krijgt het hier de vorm Zuhauses; meines laat tegelijk zien dat het om een bezitsrelatie in de genitief gaat. Dit is niet hetzelfde als het bijwoord zu Hause in “thuis zijn”. gemacht is het voltooid deelwoord van machen (“maken”). De vorm blijft in deze perfectconstructie gemacht; de betekenis is hier “gemaakt”. Voorbeeld: Sie hat einen Kuchen gemacht. = “Zij heeft een taart gemaakt.” habe is de eerste persoon enkelvoud van haben (“hebben”). Hier is het geen zelfstandig “hebben”, maar het hulpwerkwoord van het perfect: ich habe ... gemacht = “ik heb ... gemaakt”. In een Duitse bijzin staat dit vervoegde hulpwerkwoord aan het einde, na het voltooid deelwoord. De delen bouwen als volgt op: Hier ist eins = “Hier is er één”; das ich ... gemacht habe = “dat ik ... heb gemaakt”. Binnen die bijzin geeft in der Nähe meines Zuhauses de plaats van het maken aan. Samen betekent de hele zin: “Hier is er één die ik vlak bij mijn huis heb gemaakt.”
Es sieht einfach und klar aus.
Het ziet er eenvoudig en duidelijk uit.
- Es sieht … aus
- eruitzien
- einfach
- eenvoudig
- klar
- duidelijk
Uitgebreide uitleg
Es sieht ... aus is de gesplitste vorm van het werkwoord aussehen (“eruitzien”, “lijken”). In deze hoofdzin staat het vervoegde deel sieht op de tweede plaats en staat het losse voorvoegsel aus aan het einde. sieht is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud; deze vorm hoort bij aussehen. einfach betekent hier “eenvoudig”: iets lijkt niet ingewikkeld. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord dat na aussehen als gezegde staat en daarom geen uitgang krijgt. Voorbeeld: Die Aufgabe sieht einfach aus. — “De opdracht ziet er eenvoudig uit.” klar betekent hier “duidelijk” of “helder”. Ook dit bijvoeglijk naamwoord staat na aussehen en blijft in deze positie onveranderd. In andere contexten kan klar bijvoorbeeld ook “helder” betekenen bij licht of water; hier gaat het, volgens de vaste vertaling, om duidelijkheid. Samen vormen einfach en klar twee gelijkwaardige beschrijvingen van wat iets lijkt: Es sieht einfach und klar aus. Het es is hier een persoonlijk voornaamwoord in het onzijdige enkelvoud. In de gegeven context verwijst het naar het eerder genoemde gemaakte ding (eins); es is dus niet een onpersoonlijk “het” zonder concrete referent. De volledige zin betekent: “Het ziet er eenvoudig en duidelijk uit.”
Ich übe, wenn ich Zeit habe.
Ik oefen wanneer ik tijd heb.
- Ich
- ik
- übe
- oefen
- wenn
- wanneer
- ich
- ik
- Zeit
- tijd
- habe
- heb
Uitgebreide uitleg
Ich is het persoonlijke voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud en is hier het onderwerp: “ik”. De vorm blijft ich wanneer dezelfde spreker onderwerp is. Voorbeeld: Ich lerne. — “Ik leer.” übe is de vorm van üben in de tegenwoordige tijd voor ich: ich übe. Het betekent hier oefenen; het onderwerp is dus degene die oefent. Voorbeeld: Ich übe Deutsch. — “Ik oefen Duits.” wenn leidt hier de bijzin in met de betekenis “wanneer” of “als”: de hoofdhandeling geldt op het moment of in de situaties waarin de voorwaarde optreedt. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. wenn wordt vaak gebruikt voor herhaalde of algemene situaties; als wordt bijvoorbeeld gebruikt voor één afzonderlijke situatie in het verleden. Het tweede ich is opnieuw de eerste persoon enkelvoud, nu als onderwerp van de bijzin. Het verwijst grammaticaal naar dezelfde spreker als het eerste Ich, maar de twee vormen staan in verschillende zinsdelen. Zeit is het zelfstandig naamwoord “tijd”. In de vaste combinatie Zeit haben betekent het niet letterlijk bezit, maar “tijd hebben” of “beschikbaar zijn”. Het woord staat hier in het enkelvoud; die Zeit is de vorm met bepaald lidwoord. Voorbeeld: Ich habe heute Zeit. — “Ik heb vandaag tijd.” habe is de vorm van haben in de tegenwoordige tijd voor ich: ich habe. In deze bijzin staat die vorm aan het einde, zoals gebruikelijk in een Duitse bijzin die met wenn begint. Voorbeeld: wenn ich Zeit habe — “wanneer ik tijd heb”. Samen betekent Ich übe, wenn ich Zeit habe.: “Ik oefen wanneer ik tijd heb.” De hoofdzin Ich übe noemt de handeling. De bijzin wenn ich Zeit habe geeft aan wanneer die handeling plaatsvindt; doordat wenn de bijzin inleidt, komt habe daar achteraan. De komma scheidt de bijzin van de hoofdzin.
Grammatica
aussehen: sieht ... aus
Die Straße sieht ruhig aus.
die sjtraa-se ziet roe-ie-sj aus.De straat ziet er rustig uit.
Bij het scheidbare werkwoord aussehen staat aus aan het einde van de hoofdzin.
am liebsten + werkwoord
Am liebsten mache ich Fotos.
am liepsten makhe ikh foo-toos.Het liefst maak ik foto's.
am liebsten geeft een voorkeur aan; het werkwoord blijft op de tweede plaats.
Duits woordenschat
Ich benutze meine kleine Kamera an den meisten Tagen.
Machst du Fotos?
Was fotografierst du gern?
Was fotografierst du gern?
meine kleine Kamera
meine kleine Kamera
Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen.
Machst du Fotos?
an den meisten Tagen
ruhige Straßen
ruhige Straßen
an den meisten Tagen
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Maak je foto's?
Antwoord tonen
Machst du Fotos?Wat fotografeer je graag?
Antwoord tonen
Was fotografierst du gern?Ik fotografeer het liefst rustige straten.
Antwoord tonen
Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
meestal
Antwoord tonen
meistencamera
Antwoord tonen
Kameradag
Antwoord tonen
Tagenklein