Machst
‘Machst’ betekent hier ‘maak je’ in de vraag ‘Machst du Fotos?’. Het is de vorm die in deze vraag bij ‘du’ hoort en wordt gebruikt om te vragen of iemand iets doet.
du
‘Du’ betekent ‘je’ en verwijst naar de persoon aan wie de vraag wordt gesteld. In ‘Machst du Fotos?’ staat het samen met de werkwoordsvorm ‘Machst’ in een directe vraag aan één persoon.
Fotos
‘Fotos’ betekent ‘foto’s’ en benoemt wat iemand maakt in ‘Machst du Fotos?’. Je gebruikt het hier als onderwerp van het gesprek over fotografie.
Ich
‘Ich’ betekent ‘ik’ en wijst in ‘Ich benutze meine kleine Kamera’ naar de spreker. Het wordt gebruikt om een eigen handeling of gewoonte te beschrijven.
Benutze
‘Benutze’ betekent hier ‘gebruik’ in ‘Ich benutze meine kleine Kamera’. De vorm hoort bij ‘Ich’ en is bruikbaar wanneer je vertelt welk voorwerp of hulpmiddel je gebruikt.
meine
‘Meine’ betekent ‘mijn’ en geeft in ‘meine kleine Kamera’ aan dat de camera van de spreker is. Het staat hier direct bij het zelfstandig naamwoord ‘Kamera’.
kleine
‘Kleine’ betekent ‘kleine’ en beschrijft in ‘meine kleine Kamera’ het formaat of type camera. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft.
Kamera
‘Kamera’ betekent ‘camera’ en is het hulpmiddel dat de spreker gebruikt. In ‘meine kleine Kamera’ benoemt het precies het voorwerp waarmee de foto’s worden gemaakt.
an
‘An’ betekent hier niet los ‘aan’, maar maakt deel uit van ‘an den meisten Tagen’, oftewel ‘op de meeste dagen’. Deze combinatie gebruik je om aan te geven op welke dagen iets meestal gebeurt.
den
‘Den’ is in ‘an den meisten Tagen’ het lidwoord bij ‘Tagen’. Samen met de rest van de uitdrukking helpt het de betekenis ‘op de meeste dagen’ te vormen.
meisten
‘Meisten’ betekent ‘meeste’ in ‘an den meisten Tagen’. Het geeft aan dat de handeling op het grootste deel van de genoemde dagen plaatsvindt.
Tagen
‘Tagen’ betekent ‘dagen’ in de tijdsaanduiding ‘an den meisten Tagen’. Je gebruikt deze uitdrukking om een terugkerende gewoonte over meerdere dagen te beschrijven.
Was
‘Was’ betekent ‘wat’ en vraagt in ‘Was fotografierst du gern?’ naar datgene wat iemand fotografeert. Het is bruikbaar om naar een voorwerp, onderwerp of activiteit te vragen.
fotografierst
‘Fotografierst’ betekent ‘fotografeer je’ in ‘Was fotografierst du gern?’. Deze vorm hoort bij ‘du’ en wordt gebruikt om te vragen welke onderwerpen iemand fotografeert.
gern
‘Gern’ betekent ‘graag’ en laat in ‘fotografierst du gern’ zien dat de vraag gaat over iets wat iemand met plezier doet. Je zet het hier bij het werkwoord om voorkeur of plezier uit te drukken.
Am
‘Am’ draagt in de vaste uitdrukking ‘Am liebsten’ bij aan de betekenis ‘het liefst’. De combinatie gebruik je om een sterkere voorkeur aan te geven.
liebsten
‘Liebsten’ betekent in ‘Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen’ ‘het liefst’. Samen met ‘Am’ geeft het aan welke activiteit of keuze de voorkeur heeft.
fotografiere
‘Fotografiere’ betekent ‘fotografeer’ in ‘Am liebsten fotografiere ich ruhige Straßen’. De vorm hoort bij ‘ich’ en wordt gebruikt om te vertellen wat je zelf graag doet.
ruhige
‘Ruhige’ betekent ‘rustige’ en beschrijft in ‘ruhige Straßen’ de straten die de spreker graag fotografeert. Het staat vóór het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft.
Straßen
‘Straßen’ betekent ‘straten’ en benoemt in ‘ruhige Straßen’ wat de spreker fotografeert. De combinatie is bruikbaar om een bepaald soort onderwerp te beschrijven.
Kann
‘Kann’ betekent ‘kan’ in de vraag ‘Kann ich eins sehen?’. Samen met ‘ich’ en ‘sehen’ vormt het een verzoek om iets te mogen bekijken.
eins
‘Eins’ betekent hier ‘één’, namelijk één foto. In ‘Kann ich eins sehen?’ en ‘Hier ist eins’ verwijst het naar een foto die al uit de context bekend is.
sehen
‘Sehen’ betekent ‘zien’ in ‘Kann ich eins sehen?’. Het staat na ‘Kann ich’ en wordt gebruikt wanneer iemand vraagt om iets te bekijken.
Hier
‘Hier’ betekent ‘hier’ en wijst in ‘Hier ist eins’ naar de plaats of het moment waarop de foto wordt getoond. Je gebruikt het om iets aan te wijzen of aan te bieden.
ist
‘Ist’ betekent ‘is’ in ‘Hier ist eins’. Samen met ‘Hier’ introduceert het de foto die de spreker laat zien.
das
‘Das’ verwijst in ‘das ich in der Nähe meines Zuhauses gemacht habe’ terug naar de foto uit ‘eins’. Het leidt een beschrijving in van welke foto bedoeld wordt.
in
‘In’ maakt deel uit van de plaatsaanduiding ‘in der Nähe meines Zuhauses’, die betekent ‘in de buurt van mijn huis’. Je gebruikt deze combinatie om de locatie van iets te beschrijven.
der
‘Der’ is in ‘in der Nähe’ het lidwoord bij ‘Nähe’. Samen vormen ze een vaste plaatsaanduiding voor iets dat zich in de buurt bevindt.
Nähe
‘Nähe’ betekent ‘nabijheid’ of ‘buurt’ in ‘in der Nähe meines Zuhauses’. De uitdrukking gebruik je om een plaats dichtbij een ander punt aan te geven.
meines
‘Meines’ betekent hier ‘mijn’ in ‘meines Zuhauses’ en geeft de relatie met de spreker aan. Het is de vorm die in deze uitdrukking bij ‘Zuhauses’ hoort.
Zuhauses
‘Zuhauses’ betekent hier ‘huis’ of ‘thuis’ in ‘meines Zuhauses’. De volledige uitdrukking ‘in der Nähe meines Zuhauses’ beschrijft waar de foto is gemaakt.
gemacht
‘Gemacht’ betekent in deze context ‘gemaakt’ en verwijst naar het maken van de foto. In ‘gemacht habe’ beschrijft het een foto die eerder door de spreker is gemaakt.
habe
‘Habe’ betekent hier ‘heb’ en werkt samen met ‘gemacht’ in ‘gemacht habe’ om te zeggen dat de spreker de foto heeft gemaakt. Deze combinatie staat in de beschrijving van de foto.
Es
‘Es’ betekent ‘het’ en verwijst in ‘Es sieht einfach und klar aus’ naar de foto. Het is het onderwerp wanneer je beschrijft hoe iets eruitziet.
sieht
‘Sieht’ betekent in ‘sieht einfach und klar aus’ niet alleen ‘ziet’, maar maakt deel uit van het werkwoord ‘aussehen’, dat hier ‘eruitzien’ betekent. Je gebruikt deze constructie om een indruk of uiterlijk te beschrijven.
einfach
‘Einfach’ betekent hier ‘eenvoudig’ of ‘simpel’ en beschrijft hoe de foto eruitziet. In ‘Es sieht einfach und klar aus’ geeft het een beoordeling van het beeld.
und
‘Und’ betekent ‘en’ en verbindt in ‘einfach und klar’ twee beschrijvingen van de foto. Je gebruikt het om kenmerken of eigenschappen samen te noemen.
klar
‘Klar’ betekent hier ‘duidelijk’ of ‘helder’ en beschrijft de indruk die de foto maakt. In ‘Es sieht einfach und klar aus’ staat het naast ‘einfach’ als tweede beoordeling.
aus
‘Aus’ maakt samen met ‘sieht’ de constructie ‘sieht einfach und klar aus’, die betekent ‘ziet er eenvoudig en duidelijk uit’. Deze scheidbare werkwoordsvorm gebruik je om het uiterlijk of de indruk van iets te beschrijven.
übe
‘Übe’ betekent ‘oefen’ in ‘Ich übe, wenn ich Zeit habe’. De vorm hoort bij ‘Ich’ en past bij iemand die een vaardigheid, zoals fotograferen, regelmatig probeert te verbeteren.
wenn
‘Wenn’ betekent hier ‘wanneer’ of ‘als’ in ‘wenn ich Zeit habe’. Het leidt een bijzin in die aangeeft onder welke omstandigheid de spreker oefent.
Zeit
‘Zeit’ betekent ‘tijd’ in de uitdrukking ‘Zeit haben’, die hier ‘tijd hebben’ betekent. In ‘wenn ich Zeit habe’ beschrijft het wanneer de spreker gelegenheid heeft om te oefenen.