Een plek in de rij vrijhouden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a line, one adult asks another to hold a place while they go back for a wallet..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een plek in de rij vrijhouden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kannst du meinen Platz eine Minute lang freihalten?

Kanst doe mainen plats aajne minoet lang fraihalten? Kun je mijn plek een minuut lang vrijhouden?
B

Ich kann deinen Platz freihalten, während du weg bist.

Ig kan dainen plats fraihalten, veerent doe vek bent. Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.
A

Ich habe meine Brieftasche liegen lassen.

Ig habe zjie brieftaasje liggen lassen. Ik heb mijn portemonnee laten liggen.
B

Versuch, bald zurückzukommen.

Ferzoek, balt tsoeruk-tsoe-komen. Probeer snel terug te komen.
A

Ich hole sie jetzt.

Ig hole zjie jetst. Ik ga hem nu halen.
B

Ich bleibe hier in der Schlange.

Ig blaibe hier in dea sjlange. Ik blijf hier in de rij.
A

Ich habe sie gefunden und bin sofort zurückgekommen.

Ig habe zjie gevonden oent bin zjoofort tsoerukgekomen. Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.
B

Du kannst dich hier wieder in die Schlange stellen.

Doe kanst dich hier wie-da in dea sjlange sjtellen. Je kunt hier weer in de rij gaan staan.

Uitleg van de zinnen

  1. Kannst du meinen Platz eine Minute lang freihalten?

    Kun je mijn plek een minuut lang vrijhouden?

    Kannst du
    Kun je
    meinen
    mijn
    Platz
    plek
    eine Minute lang
    een minuut lang
    freihalten
    vrijhouden
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du is een vraagpatroon met het werkwoord können (“kunnen”). Bij du wordt dat kannst; in een ja-neevraag staat de vervoegde vorm vooraan: Kannst du ...? Het onderwerp is dus du, en de vraag vraagt of de aangesprokene iets kan doen. Voorbeeld: Kannst du warten? — “Kun je wachten?” meinen betekent hier “mijn” en hoort bij Platz. Het is de accusatiefvorm van het bezittelijk voornaamwoord mein, omdat freihalten een lijdend voorwerp heeft: iemand houdt iets vrij. Platz is mannelijk, en daarom krijgt mein in deze functie de vorm meinen. Vergelijk: mein Platz als onderwerp tegenover meinen Platz als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ich sehe meinen Bruder. — “Ik zie mijn broer.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”, concreet de plek die vrijgehouden moet worden. Het meervoud is Plätze. In deze zin staat het woord in het enkelvoud. eine Minute lang geeft de duur aan: “een minuut lang”. Minute is vrouwelijk; na eine blijft deze vorm hier hetzelfde in de genoemde naamval. lang maakt duidelijk dat het om de volledige duur gaat. Voorbeeld: Warte zehn Minuten lang. — “Wacht tien minuten lang.” freihalten betekent hier “vrijhouden”, dus ervoor zorgen dat de plek gedurende de genoemde tijd niet door iemand anders wordt ingenomen. Het is een scheidbaar samengesteld werkwoord: zonder een ander werkwoord kan men bijvoorbeeld zeggen Ich halte den Platz frei. Na können staat het echter als infinitief aan het einde en blijft het aaneengeschreven: Kannst du den Platz freihalten? Samen vormen de delen: Kannst du + meinen Platz + eine Minute lang + freihalten? De spreker vraagt de aangesprokene of die de plek van de spreker één minuut vrij kan houden. De tijdsduur hoort bij het vrijhouden en niet bij een afzonderlijke handeling.

  2. Ich kann deinen Platz freihalten, während du weg bist.

    Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.

    Ich kann
    ik kan
    deinen
    jouw
    Platz
    plek
    freihalten
    vrijhouden
    während
    terwijl
    weg bist
    weg bent
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: kann is de eerste persoon enkelvoud van können (‘kunnen’). Met een infinitief drukt können hier vermogen of mogelijkheid uit: Ich kann helfen. — ‘Ik kan helpen.’ Het modale werkwoord wordt vervoegd; de infinitief freihalten blijft aan het einde van de hoofdzin. deinen: dit is de bezittelijke bepaler bij dein (‘jouw’). Platz is mannelijk, en als lijdend voorwerp staat het hier in de accusatief: dein Platz wordt deinen Platz. De uitgang hoort bij deinen, niet bij Platz. Platz: Platz betekent hier ‘plek’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. Als lijdend voorwerp krijg je bijvoorbeeld den Platz; met bezit is dat deinen Platz. Voorbeeld: Ich reserviere den Platz. — ‘Ik reserveer de plek.’ freihalten: dit infinitief betekent ‘vrijhouden’: een plek beschikbaar houden. Het is een scheidbaar werkwoord. In een gewone vervoegde hoofdzin wordt het bijvoorbeeld Ich halte den Platz frei. — ‘Ik houd de plek vrij.’ Na het modale werkwoord kann blijft het infinitief als één woord staan: Ich kann deinen Platz freihalten. während: dit woord leidt hier een bijzin in en betekent ‘terwijl’. In een Duitse bijzin met während staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Voorbeeld: Ich lese, während du schläfst. — ‘Ik lees terwijl jij slaapt.’ weg bist: weg betekent hier ‘weg’ in de betekenis ‘niet aanwezig’, en bist is de tweede persoon enkelvoud van sein (‘zijn’): du bist. Samen betekent du weg bist ‘jij weg bent’. bist vervoegt dus sein en is geen vorm van weg. Voorbeeld: Du bist heute weg. — ‘Je bent vandaag weg.’ Samen betekent Ich kann deinen Platz freihalten ‘Ik kan je plek vrijhouden’. De bijzin während du weg bist geeft aan wanneer dat kan: ‘terwijl je weg bent’. De volledige zin betekent dus: ‘Ik kan je plek vrijhouden terwijl je weg bent.’

  3. Ich habe meine Brieftasche liegen lassen.

    Ik heb mijn portemonnee laten liggen.

    Ich habe
    ik heb
    meine
    mijn
    Brieftasche
    portemonnee
    liegen lassen
    laten liggen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe vormt hier de eerste persoon enkelvoud van het Duitse perfectum: habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich, en het helpt de verleden betekenis opbouwen. In een gewone mededelende hoofdzin staat dit vervoegde werkwoord op de tweede positie; het andere werkwoordelijke deel komt aan het einde. meine betekent hier “mijn” en past zich aan het zelfstandig naamwoord aan. Bij Brieftasche is de vorm vrouwelijk enkelvoud in de accusatief, daarom staat hier meine. Het bezittelijke woord zelf draagt deze verbuiging; Brieftasche verandert daardoor niet van vorm. Brieftasche is een zelfstandig naamwoord voor een portemonnee of portefeuille. Het samengestelde woord bevat Brief (“brief”) en Tasche (“tas”), maar in deze zin moet je het als één zelfstandig woord leren: die Brieftasche. liegen lassen is een vaste, goed herbruikbare combinatie: iets ergens liggen laten, dus het niet meenemen. Het beschrijft hier dat de spreker de portemonnee heeft achtergelaten; de zin zegt niet op zichzelf waarom dat gebeurde. In het perfectum blijft liegen lassen als infinitiefgroep aan het einde staan: Ich habe ... liegen lassen. Bij lassen met een tweede werkwoord verschijnt dus de dubbele infinitief, niet een voltooid deelwoord zoals gelassen. Samen betekent Ich habe meine Brieftasche liegen lassen.: “Ik heb mijn portemonnee laten liggen.” De spreker is het onderwerp, meine Brieftasche is wat werd achtergelaten, en habe ... liegen lassen plaatst die gebeurtenis in het verleden. Het patroon Ich habe [iets] liegen lassen kun je met een ander zelfstandig naamwoord hergebruiken, bijvoorbeeld: Ich habe mein Buch liegen lassen. — “Ik heb mijn boek laten liggen.”

  4. Versuch, bald zurückzukommen.

    Probeer snel terug te komen.

    Versuch
    probeer
    bald
    binnenkort
    zurückzukommen
    terug te komen
    Uitgebreide uitleg

    Versuch is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van versuchen (“proberen”). De vorm zonder zichtbaar onderwerp is typisch voor een Duitse opdracht: Versuch es! = “Probeer het!” In deze zin hoort Versuch bij de daaropvolgende zurückzukommen; het betekent dus “probeer terug te komen”, niet alleen “probeer” als los idee. bald betekent hier “binnenkort” of “spoedig” en geeft aan dat het terugkomen op korte termijn wordt verwacht. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een persoon of zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich komme bald zurück. — “Ik kom binnenkort terug.” zurückzukommen is de te-infinitief van zurückkommen, “terugkomen”. Bij dit scheidbare werkwoord staat zu in de infinitief tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: zurückkommen → zurückzukommen. Vergelijk: Ich komme zurück. — “Ik kom terug.” De vorm zurückzukommen past hier na versuchen: versuchen, etwas zu tun = “proberen iets te doen”. Samen vormen de delen de opdracht Versuch, ... zurückzukommen: “Probeer terug te komen”, met bald als tijdsbepaling: “Probeer binnenkort terug te komen.” De vaste Nederlandse vertaling gebruikt hiervoor “snel”, maar de Duitse tijdsbepaling bald drukt in deze zin de betekenis “binnenkort” uit.

  5. Ich hole sie jetzt.

    Ik ga hem nu halen.

    Ich
    ik
    hole
    haal
    sie
    haar of hen
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    Onopgelost: sie betekent hier volgens de Duitse vorm “haar” of “hen”, terwijl de vaste Nederlandse vertaling “hem” geeft. Die concrete betekenis is niet verenigbaar met de bronzin. Daarom kan de volledige zin niet betrouwbaar worden uitgelegd zonder correctie of verduidelijking van de vertaling.

  6. Ich bleibe hier in der Schlange.

    Ik blijf hier in de rij.

    Ich
    ik
    bleibe
    blijf
    hier
    hier
    in der
    in de
    Schlange
    rij
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk in een ander voorbeeld: Ich lerne. = “Ik leer.” bleibe komt van bleiben (“blijven”). De vorm bleibe is de tegenwoordige tijd bij ich: ich bleibe. Het werkwoord drukt hier voortduring op dezelfde plaats uit, niet een beweging naar die plaats. Voorbeeld: Ich bleibe zu Hause. = “Ik blijf thuis.” hier betekent “hier” en wijst naar de plaats die voor de spreker relevant is. Samen met bleibe maakt het duidelijk dat de spreker op deze plek blijft. in der betekent hier “in de”. Bij een vaste locatie gebruikt Duits na in de datief; der is hier de datiefvorm van het vrouwelijke lidwoord die. Bij beweging naar binnen kan in in plaats daarvan de accusatief nemen, bijvoorbeeld Ich gehe in die Schlange. = “Ik ga in de rij staan.” Schlange betekent in deze zin “rij”, zoals door de vaste vertaling wordt bevestigd. Hetzelfde Duitse woord kan in een andere context ook “slang” betekenen; hier gaat het om een rij mensen. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Schlange; na het plaatsaanduidende in staat hier der Schlange. De zin wordt dus opgebouwd als Ich + bleibe + hier + in der Schlange: “Ik blijf hier in de rij.” De spreker zegt dat hij of zij op deze plek in de rij blijft staan.

  7. Ich habe sie gefunden und bin sofort zurückgekommen.

    Ik heb hem gevonden en ben meteen teruggekomen.

    Ich habe sie gefunden
    ik heb haar gevonden
    und
    en
    sofort
    meteen
    zurückgekommen
    teruggekomen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe sie gefunden betekent « ik heb haar gevonden »: sie is het vrouwelijke persoonlijk voornaamwoord in de vierde naamval en verwijst naar die Brieftasche (« de portemonnee »). In het Duits is Brieftasche vrouwelijk; in het Nederlands is portemonnee mannelijk en gebruikt de vertaling hem (« Ik heb hem gevonden »). und betekent « en ». sofort betekent « meteen ». zurückgekommen is het voltooid deelwoord van zurückkommen (« terugkomen »). Het Duits vormt dit perfectum met sein (bin ... zurückgekommen), omdat het werkwoord een beweging uitdrukt. De zin als geheel betekent: « Ik heb haar gevonden en ben meteen teruggekomen. »

  8. Du kannst dich hier wieder in die Schlange stellen.

    Je kunt hier weer in de rij gaan staan.

    Du kannst
    je kunt
    dich
    je, als wederkerend voornaamwoord
    hier
    hier
    wieder
    weer
    Schlange
    rij
    stellen
    zetten; plaatsen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst: kannst is de vorm van können voor de tweede persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd, met du als onderwerp. Hier betekent de combinatie dat de aangesprokene iets kan doen. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief achteraan: Du kannst warten. — Je kunt wachten. dich: Dit is het wederkerende voornaamwoord in de accusatief dat bij du hoort. Het verwijst terug naar het onderwerp: du en dich hebben dezelfde persoon en hetzelfde getal, maar een verschillende grammaticale functie. Vergelijk: ich ... mich, du ... dich, er/sie ... sich. Hier hoort dich bij de wederkerende constructie sich in die Schlange stellen. hier: Dit bijwoord geeft de plaats van de handeling aan: “hier”. Het verandert niet voor persoon of getal. Voorbeeld: Ich warte hier. — Ik wacht hier. wieder: Dit bijwoord betekent hier “weer” en geeft aan dat het in de zin genoemde in-de-rij-gaan-staan opnieuw gebeurt. Schlange: In in die Schlange betekent dit zelfstandig naamwoord “rij”; in andere contexten kan Schlange ook “slang” betekenen. De basisvorm is die Schlange en het meervoud is die Schlangen. Het woord is vrouwelijk. die is hier de accusatiefvorm van het bepaald lidwoord, maar bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden ziet die vorm er hetzelfde uit als in de nominatief. stellen: Dit is de infinitief van stellen, met de betekenis “zetten” of “plaatsen”. In de wederkerende constructie sich in die Schlange stellen plaatst iemand zichzelf in de rij; natuurlijk Nederlands is dan “in de rij gaan staan”. Door kannst staat stellen als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Wir stellen uns in die Schlange. — Wij gaan in de rij staan. Samen geven Du kannst de betekenis “je kunt”, dich ... stellen de wederkerende handeling “gaan staan”, hier de plaats en wieder het opnieuw gebeuren. in die Schlange specificeert de rij. De hele zin betekent daarom: “Je kunt hier weer in de rij gaan staan.”

Grammatica

Versuch, ... zurückzukommen!

Versuch, bald zurückzukommen!

Ferzoek, balt tsoeruk-tsoe-komen!

Probeer snel terug te komen!

Na het bevelende Versuch volgt een infinitief met zu: zurückzukommen.

liegen lassen

Brieftasche liegen lassen

Brieftaasje liggen lassen

portemonnee laten liggen

Bij laten liggen blijft het tweede werkwoord als infinitief achteraan staan: liegen lassen.

Duits woordenschat

bald bijwoord
balt snel
Brieftasche zelfstandig naamwoord
brieftaasje portemonnee
freihalten werkwoord
fraihalten vrijhouden
holen werkwoord
holen halen
jetzt bijwoord
jetst nu
liegen lassen uitdrukking
liegen lassen laten liggen
Minute zelfstandig naamwoord
minoete minuut
Platz zelfstandig naamwoord
plats plek
Versuch werkwoord
ferzoek probeer
während voegwoord
veerent terwijl
weg bijwoord
vek weg
zurückzukommen werkwoord
tsoeruk-tsoe-komen terug te komen

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb mijn portemonnee laten liggen.

Antwoord tonenIch habe meine Brieftasche liegen lassen.

Probeer snel terug te komen.

Antwoord tonenVersuch, bald zurückzukommen.

Ik ga hem nu halen.

Antwoord tonenIch hole sie jetzt.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

snel

Antwoord tonenbald

probeer

Antwoord tonenVersuch

vrijhouden

Antwoord tonenfreihalten

portemonnee

Antwoord tonenBrieftasche