Vooruit in de rij | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At a counter line, two adults move forward, get ready with a card, and prepare to order..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Vooruit in de rij oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Die Schlange geht weiter.

die sjlangə geet vaitər. De rij gaat vooruit.
B

Wir sollten jetzt vorgehen.

vier zóltn jetst fóórge-en. We moeten nu naar voren stappen.
A

Sind wir als Nächstes dran?

zint vier als neechstəs dran? Zijn wij aan de beurt?
B

Fast, vor uns steht noch eine Person.

fast, foor oens sjteet noch aijnə perzoon. Bijna, er staat nog één persoon voor ons.
A

Ich habe meine Karte bereit.

iesj haabə maijnə kaartə bəraijt. Ik heb mijn kaart klaar.
B

Behalte sie in der Hand.

bəhaltə zie in deər hant. Houd die in je hand.
A

Ich bin bereit zu bestellen.

iesj bin bəraijt tsoe bə-sjtellən. Ik ben klaar om te bestellen.
B

Danach können sie unsere Bestellung aufnehmen.

daanach keunən zie oenzərə bə-sjtèllóeng aaufneemən. Daarna kunnen ze onze bestelling opnemen.

Woord voor woord

Die In 'Die Schlange' betekent 'Die' het Nederlandse 'de' bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord 'Schlange'. Het staat vooraan in deze woordgroep. Gebruik 'Die' hier wanneer je de rij in een wachtrij benoemt.
Schlange In 'Die Schlange' betekent 'Schlange' hier 'rij'. Samen met 'Die' verwijst het naar de rij waarin de sprekers staan. Je gebruikt dit woord in deze situatie om de wachtrij te benoemen.
geht In 'Die Schlange geht weiter' geeft 'geht' aan dat de rij verder beweegt. 'geht' is een vorm van 'gehen'. Gebruik dit in een wachtrij wanneer je zegt dat de rij vooruitgaat.
weiter In 'geht weiter' voegt 'weiter' de betekenis 'verder' toe: de beweging gaat door. Het staat na het werkwoord in 'Die Schlange geht weiter'. Gebruik deze combinatie wanneer een rij of beweging doorgaat.
Wir In 'Wir sollten jetzt vorgehen' betekent 'Wir' 'wij' en verwijst het naar de twee sprekers samen. Het is de groep die de voorgestelde handeling uitvoert. Gebruik 'Wir' als je over jezelf en minstens één andere persoon spreekt.
sollten In 'Wir sollten jetzt vorgehen' geeft 'sollten' een voorzichtige aanbeveling: het zou goed zijn om nu naar voren te gaan. Het staat vóór de infinitief 'vorgehen'. Gebruik 'Wir sollten' om in een gezamenlijke situatie een voorstel of advies te doen.
jetzt In 'Wir sollten jetzt vorgehen' betekent 'jetzt' 'nu' en bepaalt het wanneer de handeling moet plaatsvinden. Het maakt duidelijk dat de sprekers niet later, maar op dit moment naar voren willen gaan. Gebruik het om een handeling aan het huidige moment te koppelen.
vorgehen In 'jetzt vorgehen' betekent 'vorgehen' hier 'naar voren gaan' in de rij. Het is de handeling die na 'sollten' wordt voorgesteld. Gebruik 'Wir sollten jetzt vorgehen' wanneer je samen met iemand een stap naar voren in een wachtrij wilt voorstellen.
Sind In 'Sind wir als Nächstes dran?' betekent 'Sind' 'zijn' en vraagt de spreker of de groep aan de beurt is. 'Sind' is de vorm van 'sein' in deze vraag. Gebruik 'Sind wir ...?' om te vragen of jij en anderen zich in een bepaalde situatie bevinden.
als In 'als Nächstes' is 'als' onderdeel van de uitdrukking die aangeeft wie of wat vervolgens aan de beurt komt. De volledige woordgroep 'als Nächstes dran' betekent hier 'als volgende aan de beurt'. Gebruik deze uitdrukking in een volgorde- of wachtrijsituatie.
Nächstes In 'als Nächstes' verwijst 'Nächstes' naar datgene of diegene die als volgende komt. Samen met 'als' en 'dran' maakt het duidelijk dat de sprekers de volgende beurt verwachten. Gebruik 'als Nächstes' om de eerstvolgende stap of beurt aan te duiden.
dran In 'als Nächstes dran' betekent 'dran' 'aan de beurt'. Het krijgt deze betekenis samen met 'als Nächstes', niet los van de volledige uitdrukking. Gebruik 'als Nächstes dran' wanneer je in een rij vraagt of zegt dat iemand nu bijna aan de beurt is.
Fast In 'Fast, vor uns steht noch eine Person' betekent 'Fast' 'bijna'. Het antwoord maakt duidelijk dat de sprekers nog niet helemaal aan de beurt zijn. Gebruik het om aan te geven dat iets bijna gebeurt of bereikt is.
vor In 'vor uns steht noch eine Person' betekent 'vor' 'voor' in de betekenis van een plaats vóór de sprekers. Samen met 'uns' vormt het 'voor ons'. Gebruik 'vor uns' om aan te geven dat iemand of iets vóór jou of je groep staat.
uns In 'vor uns' betekent 'uns' 'ons' en verwijst het naar de sprekers als groep. Met 'vor' geeft het aan dat een persoon vóór die groep staat. Gebruik 'vor uns' wanneer je de positie van iemand ten opzichte van jezelf en anderen beschrijft.
steht In 'vor uns steht noch eine Person' betekent 'steht' dat de persoon daar staat. 'steht' is een vorm van 'stehen'. Gebruik deze vorm in deze zin wanneer je beschrijft dat iemand vóór de sprekers in de rij staat.
noch In 'noch eine Person' geeft 'noch' aan dat er nog steeds één persoon overblijft vóór de sprekers. Het maakt duidelijk waarom zij nog niet aan de beurt zijn. Gebruik 'noch eine Person' om in deze situatie te zeggen dat er nog één persoon voor staat.
eine In 'eine Person' betekent 'eine' 'een' en verwijst het naar één persoon. Het staat direct bij 'Person'. Gebruik 'eine Person' wanneer je één niet nader bepaalde persoon benoemt.
Person In 'eine Person' betekent 'Person' 'persoon'. In deze dialoog gaat het om de persoon die nog vóór de sprekers in de rij staat. Gebruik het woord om iemand als afzonderlijke persoon te benoemen.
Ich In 'Ich habe meine Karte bereit' betekent 'Ich' 'ik' en verwijst het naar de spreker zelf. Het is degene die de kaart klaar heeft. Gebruik 'Ich' wanneer je iets over jezelf zegt.
habe In 'Ich habe meine Karte bereit' betekent 'habe' 'heb' en geeft het aan dat de spreker de kaart bij zich en klaar heeft. 'habe' is een vorm van 'haben'. Een herbruikbaar patroon is 'Ich habe [voorwerp] bereit'; gebruik dit wanneer je iets alvast klaarligt of bij de hand hebt.
meine In 'meine Karte' geeft 'meine' aan dat de kaart van de spreker is: 'mijn kaart'. Het staat direct vóór 'Karte'. Gebruik 'meine' hier om bezit door de spreker aan te geven.
Karte In 'meine Karte' betekent 'Karte' 'kaart'. Het gaat om de kaart die de spreker klaar heeft om straks te gebruiken. Gebruik 'meine Karte' wanneer je in deze situatie naar je eigen kaart verwijst.
bereit In 'meine Karte bereit' betekent 'bereit' dat de kaart klaar of direct beschikbaar is. Hetzelfde woord staat in 'Ich bin bereit zu bestellen', waar het zegt dat de spreker zelf klaar is om te bestellen. Gebruik 'bereit' dus voor iets of iemand dat gereed is voor de volgende handeling.
Behalte In 'Behalte sie in der Hand' geeft 'Behalte' de instructie om de kaart bij je te houden. Het is een vorm van 'behalten' en richt zich hier tot één gesprekspartner. Gebruik deze instructie wanneer iemand iets niet moet wegleggen terwijl hij in de rij wacht.
sie In 'Behalte sie in der Hand' verwijst 'sie' terug naar 'Karte'. Het betekent hier 'die kaart' of 'haar' en is het voorwerp dat in de hand moet blijven. Gebruik 'sie' in deze zin om opnieuw naar de kaart te verwijzen zonder 'Karte' te herhalen.
in In 'in der Hand' betekent 'in' 'in' en geeft het de plaats van de kaart aan. Samen met 'der Hand' beschrijft het dat de kaart in de hand blijft. Gebruik deze woordgroep wanneer je de plaats van iets in een hand beschrijft.
der In 'in der Hand' hoort 'der' bij 'Hand' en betekent het hier het Nederlandse 'de'. Bij dit vrouwelijke woord staat in deze uitdrukking de vorm 'der'. Gebruik de volledige woordgroep 'in der Hand' voor iets dat in de hand wordt gehouden.
Hand In 'in der Hand' betekent 'Hand' 'hand'. De woordgroep beschrijft waar de kaart moet blijven. Gebruik 'Hand' hier wanneer je de hand als plaats voor een voorwerp benoemt.
zu In 'zu bestellen' markeert 'zu' de handeling die de spreker van plan is te doen: bestellen. Samen met 'bestellen' vormt het de constructie 'bereit zu bestellen'. Gebruik deze constructie om te zeggen dat iemand klaar is om iets te doen.
bestellen In 'bereit zu bestellen' betekent 'bestellen' 'bestellen', bijvoorbeeld aan de balie of toonbank. Het staat na 'zu' en benoemt de handeling waarvoor de spreker klaar is. Gebruik 'bereit zu bestellen' wanneer je wilt zeggen dat je klaar bent om je bestelling door te geven.
Danach In 'Danach können sie unsere Bestellung aufnehmen' betekent 'Danach' 'daarna'. Het verwijst naar het moment nadat de huidige stap is afgerond. Gebruik het om de volgende handeling in een reeks aan te kondigen.
können In 'Danach können sie unsere Bestellung aufnehmen' betekent 'können' 'kunnen'. Het geeft aan dat de medewerkers daarna in staat zijn om de bestelling op te nemen. Het staat vóór 'aufnehmen'; gebruik deze constructie om aan te geven wat er daarna mogelijk is.
unsere In 'unsere Bestellung' geeft 'unsere' aan dat de bestelling bij de sprekers samen hoort: 'onze bestelling'. Het staat direct vóór 'Bestellung'. Gebruik 'unsere' wanneer iets van jou en minstens één andere persoon is.
Bestellung In 'unsere Bestellung' betekent 'Bestellung' 'bestelling'. In deze dialoog gaat het om wat de medewerkers straks van de sprekers zullen opnemen. Gebruik de volledige combinatie 'unsere Bestellung aufnehmen' in een situatie waarin personeel een bestelling noteert.
aufnehmen In 'unsere Bestellung aufnehmen' betekent 'aufnehmen' hier een bestelling opnemen of noteren. De betekenis ontstaat in de volledige combinatie met 'Bestellung'. Gebruik 'unsere Bestellung aufnehmen' wanneer medewerkers aan een balie of toonbank de bestelling van klanten aannemen.

Grammatica

als Nächstes

Als Nächstes

als neechstəs

Als volgende

‘Nächstes’ is hier een zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord en krijgt daarom een hoofdletter.

in der Hand

meine Karte in der Hand

maijnə kaartə in deər hant

mijn kaart in de hand

‘in’ krijgt bij een vaste plaatsaanduiding de datief: der Hand, niet die Hand.

Duits woordenschat

als Nächstes uitdrukking
als neechstəs als volgende

Sind wir als Nächstes dran?

bereit bijvoeglijk naamwoord
bəraijt klaar

Ich habe meine Karte bereit.

dran bijwoord
draan aan de beurt

Sind wir als Nächstes dran?

fast bijwoord
fast bijna

Fast, vor uns steht noch eine Person.

jetzt bijwoord
jetst nu

Wir sollten jetzt vorgehen.

Karte zelfstandig naamwoord
kaartə kaart meine Karte

Ich habe meine Karte bereit.

noch bijwoord
noch nog

Vor uns steht noch eine Person.

Person zelfstandig naamwoord
perzoon persoon eine Person

Vor uns steht noch eine Person.

Schlange zelfstandig naamwoord
sjlangə rij Die Schlange

Die Schlange geht weiter.

vor voorzetsel
foor voor

vor uns

vorgehen werkwoord
fóórge-en naar voren gaan

Wir sollten jetzt vorgehen.

weiter bijwoord
vaitər verder

Die Schlange geht weiter.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

De rij gaat vooruit.

Antwoord tonenDie Schlange geht weiter.

We moeten nu naar voren stappen.

Antwoord tonenWir sollten jetzt vorgehen.

Zijn wij aan de beurt?

Antwoord tonenSind wir als Nächstes dran?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

aan de beurt

Antwoord tonendran

verder

Antwoord tonenweiter

naar voren gaan

Antwoord tonenvorgehen

bijna

Antwoord tonenfast