Welchen
Welchen betekent hier welke, in de vraag naar de stoel die we zullen kiezen. Het staat voor Stuhl in Welchen Stuhl. Gebruik het patroon Welchen + zelfstandig naamwoord? wanneer je naar een mannelijke keuze als lijdend voorwerp vraagt.
Stuhl
Stuhl betekent hier stoel en verwijst naar het meubel dat de twee personen willen kiezen. In Welchen Stuhl en diesen Stuhl is het de stoel waarover zij beslissen. Je gebruikt het bij gesprekken over zitten, meubels of een concrete stoel.
sollen
Sollen betekent hier moeten of zouden, in de vraag wat de sprekers samen zouden kiezen. In sollen wir wählen drukt het een voorstel of vraag om een gezamenlijke beslissing uit. Een bruikbaar patroon is Sollen wir + infinitief? wanneer je samen iets wilt beslissen.
wir
Wir betekent wij en verwijst hier naar de twee personen die samen een stoel kiezen. Het is het onderwerp bij sollen in Welchen Stuhl sollen wir wählen? Gebruik wir wanneer je jezelf en minstens één andere persoon samen bedoelt.
wählen
Wählen betekent hier kiezen en staat als infinitief na sollen. In Welchen Stuhl sollen wir wählen? gaat het om een keuze uit meerdere stoelen. Gebruik het patroon sollen wir + wählen of een ander werkwoord wanneer je een gezamenlijke keuze bespreekt.
Dieser
Dieser betekent hier deze of deze stoel en verwijst naar de stoel die op dat moment wordt aangewezen. In Dieser sieht bequem aus is het onderwerp van de zin. Gebruik Dieser vóór een werkwoord wanneer je naar een mannelijke zaak verwijst die dichtbij of al bekend is.
sieht
In sieht bequem aus betekent het geheel dat deze stoel er comfortabel uitziet. De woordenboekvorm van deze scheidbare constructie is aussehen; in de dialoog staat het werkwoord gesplitst in sieht bequem aus. Een bruikbaar patroon is etwas sieht + bijvoeglijk naamwoord + aus bij het beschrijven van een indruk.
bequem
Bequem betekent hier comfortabel en beschrijft hoe de stoel eruitziet in sieht bequem aus. De betekenis ontstaat samen met sieht en aus, niet door bequem alleen. Gebruik het om een stoel of andere zitplaats als aangenaam om op te zitten te beschrijven.
aus
Aus is hier het afgesplitste slotdeel van de constructie in sieht bequem aus en helpt de betekenis er comfortabel uitzien vormen. Het staat aan het einde van de hoofdzin. Gebruik bij deze constructie het patroon etwas sieht + bijvoeglijk naamwoord + aus.
Der
Der betekent hier de en hoort bij andere Stuhl in Der andere Stuhl scheint zu klein. Het markeert de stoel die als de andere optie wordt besproken. Gebruik der andere + zelfstandig naamwoord om in een gesprek naar de andere zaak te verwijzen.
andere
Andere betekent hier andere en onderscheidt deze stoel van de eerder genoemde stoel. In Der andere Stuhl staat het vóór Stuhl en beschrijft het welke stoel bedoeld wordt. Je gebruikt het wanneer je een tweede of verschillende optie aanwijst.
scheint
Scheint betekent hier lijkt of schijnt te zijn, in de beoordeling dat de andere stoel te klein is. De woordenboekvorm is scheinen; in de dialoog staat de vorm scheint. Een bruikbaar patroon is etwas scheint zu + bijvoeglijk naamwoord wanneer je een voorzichtige indruk geeft.
zu
Zu betekent hier te en maakt in zu klein duidelijk dat de stoel kleiner is dan gewenst. De betekenis ontstaat samen met klein in zu klein. Gebruik zu vóór een bijvoeglijk naamwoord wanneer iets een ongewenste of onvoldoende graad heeft.
klein
Klein betekent hier klein en beschrijft de afmeting van de andere stoel in zu klein. Samen betekent zu klein dat de stoel te klein is. Je gebruikt klein bij het beschrijven van de grootte van voorwerpen, zoals een stoel.
Dann
Dann betekent hier dan en verbindt de eerdere beoordeling met de volgende conclusie. In Dann sollte dieser passen wordt daarna een andere stoel als geschikte optie voorgesteld. Gebruik Dann aan het begin van een reactie wanneer je voortbouwt op wat zojuist is gezegd.
sollte
Sollte betekent hier zou moeten en drukt een voorzichtige verwachting uit dat deze stoel geschikt zal zijn. De woordenboekvorm is sollen; in de dialoog staat de vorm sollte in sollte dieser passen. Gebruik sollte met een infinitief om voorzichtig te zeggen dat iets waarschijnlijk werkt of geschikt is.
passen
Passen betekent hier passen of geschikt zijn voor de keuze. Het staat als infinitief na sollte in Dann sollte dieser passen. Je gebruikt passen wanneer je beoordeelt of een voorwerp, maat of optie geschikt is.
Wie
Wie betekent hier hoe, maar in Wie findest du die helle Farbe? leidt het de vraag naar iemands mening in, vergelijkbaar met wat vind je van. De betekenis komt uit de hele vraag, niet uit Wie alleen. Gebruik het patroon Wie findest du + iets? om naar iemands oordeel te vragen.
findest
Findest betekent hier vind je of wat vind je van, in de vaste vraag naar een mening. De woordenboekvorm is finden; in de dialoog staat de vorm findest bij du. Gebruik Wie findest du + object? wanneer je informeel naar iemands mening vraagt.
du
Du betekent hier jij en richt de vraag rechtstreeks aan één persoon. Het staat samen met findest in Wie findest du die helle Farbe? Gebruik du wanneer je één persoon informeel aanspreekt.
die
Die betekent hier de en hoort bij helle Farbe in de vraag naar de kleur. Het bepaalt welk concreet onderwerp van de mening bedoeld wordt. Gebruik die samen met een zelfstandig naamwoord en eventueel een bijvoeglijk naamwoord, zoals in die helle Farbe.
helle
Helle betekent hier helder of fel en beschrijft de kleur in die helle Farbe. De woordenboekvorm is hell; in de dialoog staat de vorm helle vóór Farbe. Gebruik die helle + zelfstandig naamwoord wanneer je een lichte of opvallende kleur beschrijft.
Farbe
Farbe betekent hier kleur en is het concrete onderwerp waarover A om een mening vraagt. In die helle Farbe verwijst het naar de opvallende kleur van de stoel. Je gebruikt het bij het bespreken of beschrijven van kleuren.
So
So betekent hier zo of op deze manier en verwijst naar de felle kleur als reden waarom de stoel gemakkelijk zichtbaar is. In So kann man den Stuhl leicht sehen leidt het een gevolg of uitleg in. Gebruik So aan het begin om uit te leggen wat er op die manier mogelijk wordt.
kann
Kann betekent hier kan en geeft aan dat het door de kleur mogelijk is de stoel gemakkelijk te zien. De woordenboekvorm is können; in de dialoog staat de vorm kann bij man. Gebruik het patroon kann man + infinitief om een algemene mogelijkheid te beschrijven.
man
Man betekent hier men of je in algemene zin en verwijst niet naar één bepaalde persoon. In kann man den Stuhl leicht sehen beschrijft het wat mensen in het algemeen kunnen doen. Gebruik man kann ... voor algemene uitspraken zonder een specifieke uitvoerder te noemen.
den
Den betekent hier de en hoort bij Stuhl als het voorwerp dat men kan zien. In den Stuhl leicht sehen is het de stoel die door sehen wordt waargenomen. Gebruik den vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wanneer het in zo een directe objectgroep staat.
leicht
Leicht betekent hier gemakkelijk en beschrijft hoe men de stoel kan zien. In kann man den Stuhl leicht sehen staat het bij sehen en niet bij de kleur zelf. Gebruik leicht bij een handeling die zonder veel moeite kan worden uitgevoerd.
sehen
Sehen betekent hier zien en staat als infinitief na kann. In So kann man den Stuhl leicht sehen gaat het om het waarnemen van de stoel. Gebruik het patroon kann man + ... + sehen wanneer je zegt dat iets zichtbaar is.
diesen
Diesen betekent hier deze en verwijst naar de stoel die de sprekers uiteindelijk kiezen. In diesen Stuhl is het de aanwijzer bij de stoel als voorwerp van wählen. De basisvorm van deze aanwijzer is dieser; hier staat diesen vóór Stuhl. Gebruik diesen + zelfstandig naamwoord wanneer je een mannelijke zaak als concrete keuze aanwijst.
Ich
Ich betekent ik en maakt duidelijk dat B zelf de stoel zal verplaatsen. Het is het onderwerp van stelle in Ich stelle ihn hierher. Gebruik Ich + werkwoord om te zeggen wat je zelf gaat doen.
stelle
Stelle betekent hier zet of plaats, omdat de stoel op een andere plek wordt gezet. De woordenboekvorm is stellen; in de dialoog staat de vorm stelle bij Ich in Ich stelle ihn hierher. Gebruik Ich stelle + voorwerp + plaats wanneer je zegt dat je iets ergens neerzet.
ihn
Ihn betekent hier hem of het en verwijst naar Stuhl, de mannelijke stoel. Het is het voorwerp in Ich stelle ihn hierher. De basisvorm van het persoonlijke voornaamwoord is er; ihn is de vorm die hier als object wordt gebruikt.
hierher
Hierher betekent hierheen of naar deze plek toe. In Ich stelle ihn hierher geeft het aan waar de stoel naartoe wordt geplaatst. Gebruik hierher na een werkwoord van verplaatsen of plaatsen wanneer de beweging naar de plek van de spreker of de bedoelde plek gaat.