Een plek om te zitten kiezen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a public indoor space, two adults choose a quiet table with good light for reading..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een plek om te zitten kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Wo sollen wir sitzen?

Voo zollen vie(r) zitsun? Waar zullen we gaan zitten?
B

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

Deer tisj in deer ekke sjteet an ainem roe-iegen ort. De tafel in de hoek staat op een rustige plek.
A

An diesem Tisch gibt es auch gutes Licht.

An diezem tisj giebt es auch goetes lisjt. Deze tafel heeft ook mooi licht.
B

An diesem Tisch kann man besser lesen.

An diezem tisj kan man besser leezen. Aan deze tafel kun je beter lezen.
A

Sind diese Stühle bequem?

Zint dieze sjuule be-kveem? Zijn deze stoelen comfortabel?
B

Für mich fühlen sie sich gut an.

Fuur misj fuulen zie zisj goet an. Voor mij zitten ze goed.
A

Setzen wir uns an diesen Tisch.

Zetsun vie(r) oens an diezen tisj. Laten we aan deze tafel gaan zitten.
B

Ich lege unsere Taschen darunter.

Isj leeguh oenzere tasjen daroenter. Ik leg onze tassen eronder.

Woord voor woord

Wo „Wo“ betekent hier „waar“ en vraagt naar de plaats waar jullie gaan zitten. Het staat aan het begin van de vraag „Wo sollen wir sitzen?“. Gebruik „Wo“ bijvoorbeeld om naar een plaats te vragen, zoals in een nieuwe vraag: „Wo ist der Tisch?“.
sollen „sollen“ drukt hier uit dat iemand een voorstel doet: „waar zullen we gaan zitten?“. In „Wo sollen wir sitzen?“ staat het bij het onderwerp „wir“ en komt „sitzen“ aan het einde. Je gebruikt „sollen“ ook om samen een keuze of plan te bespreken.
wir „wir“ betekent „wij“ en verwijst hier naar de twee mensen die samen een zitplaats kiezen. Het is het onderwerp in „Wo sollen wir sitzen?“. Gebruik „wir“ wanneer jij en minstens één andere persoon samen iets doen.
sitzen „sitzen“ betekent hier „zitten“ en noemt de handeling waarover de vraag gaat. In „Wo sollen wir sitzen?“ staat het na „wir“ en bij „sollen“. Je kunt „sitzen“ gebruiken om over een plaats of houding te spreken, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: „Wir sitzen am Tisch.“
Der „Der“ betekent in „Der Tisch“ „de“ en hoort bij „Tisch“. In dezelfde dialoog verschijnt de vorm „der“ ook in „in der Ecke“, waar hij bij „Ecke“ hoort. Gebruik deze vormen samen met het zelfstandig naamwoord dat ze bepalen.
Tisch „Tisch“ betekent „tafel“ en verwijst hier naar de tafel in de hoek. Het komt voor in „Der Tisch in der Ecke“ en later in „An diesem Tisch“. Je kunt „Tisch“ gebruiken om een tafel aan te wijzen of een plaats eraan te beschrijven.
in „in“ betekent hier „in“ en verbindt „Tisch“ met de plaats „der Ecke“: de tafel bevindt zich in de hoek. De uitdrukking in de dialoog is „in der Ecke“. Gebruik „in“ bijvoorbeeld met een ruimte of plaats, zoals in een nieuwe zin: „in einem Raum“.
Ecke „Ecke“ betekent „hoek“ en geeft in „in der Ecke“ aan waar de tafel staat. Het woord wordt hier gebruikt met „in der“. Je kunt „Ecke“ gebruiken om een specifieke hoek van een kamer of ruimte aan te wijzen.
steht „steht“ betekent hier „staat“ of „bevindt zich“ en beschrijft de plaats van de tafel. In „Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort“ is „Der Tisch“ datgene wat zich op die plaats bevindt. Gebruik „steht“ bijvoorbeeld om de locatie van een voorwerp te beschrijven.
an „an“ heeft hier twee functies in de dialoog. In „an einem ruhigen Ort“ betekent het „op“ bij een locatie, terwijl „fühlen sie sich gut an“ het deel „an“ van de uitdrukking voor „aanvoelen“ is. Leer de volledige patronen „an einem Ort“ en „sich gut anfühlen“.
einem „einem“ betekent hier „een“ in „an einem ruhigen Ort“ en verwijst naar één rustige plaats. De vorm staat na „an“ in deze locatie-uitdrukking. Gebruik „einem“ in een vergelijkbare nieuwe voorbeeldzin: „an einem Tisch“.
ruhigen „ruhigen“ betekent hier „rustige“ en beschrijft de plaats in „einem ruhigen Ort“. De uitgang hoort bij de vorm van het woord binnen deze woordgroep. Je kunt „ruhigen“ gebruiken voor een plaats waar weinig lawaai of activiteit is.
Ort „Ort“ betekent „plaats“ of „plek“ en noemt hier de rustige locatie van de tafel. Het staat in de uitdrukking „an einem ruhigen Ort“. Gebruik „Ort“ om naar een bepaalde locatie te verwijzen, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: „ein guter Ort zum Lesen“.
diesem „diesem“ betekent hier „deze“ en verwijst naar de tafel waarover de sprekers praten. Het staat in „An diesem Tisch gibt es auch gutes Licht“ en „An diesem Tisch kann man besser lesen“. Gebruik „diesem“ samen met een aangewezen mannelijke of onzijdige plaats of zaak in dezelfde soort constructie.
gibt „gibt“ draagt in „gibt es auch gutes Licht“ de betekenis „is er“ of „er is“. Samen met „es“ vormt het de uitdrukking waarmee de aanwezigheid van goed licht aan deze tafel wordt genoemd. Gebruik het patroon „Es gibt ...“ om te zeggen dat iets aanwezig of beschikbaar is.
es „es“ hoort hier bij de bestaansuitdrukking „gibt es“ en verwijst niet naar een concreet voorwerp. „An diesem Tisch gibt es auch gutes Licht“ betekent dat er aan deze tafel ook goed licht is. Gebruik „es gibt“ met datgene wat aanwezig of beschikbaar is.
auch „auch“ betekent hier „ook“ en voegt het goede licht toe aan de redenen om deze tafel te kiezen. Het staat in „gibt es auch gutes Licht“. Je gebruikt „auch“ om extra informatie van dezelfde soort toe te voegen.
gutes „gutes“ betekent hier „goed“ of „mooi“ en beschrijft het licht in „gutes Licht“. Het woord staat direct voor „Licht“ en vormt daarmee één woordgroep. Je kunt „gutes“ op dezelfde manier gebruiken om iets positiefs te beschrijven, bijvoorbeeld in een nieuwe zin: „gutes Essen“.
Licht „Licht“ betekent „licht“ en verwijst hier naar de goede verlichting aan de tafel. Het staat in „gibt es auch gutes Licht“. Gebruik „Licht“ bijvoorbeeld wanneer je uitlegt waarom een plek geschikt is om te lezen.
kann „kann“ betekent hier „kan“ en geeft in „kann man besser lesen“ aan dat lezen aan deze tafel beter mogelijk is. Het wordt gecombineerd met „man“ en het werkwoord „lesen“ aan het einde. Gebruik „kann“ met een werkwoord om een mogelijkheid of praktische geschiktheid uit te drukken.
man „man“ betekent hier „men“ of „je in het algemeen“ en verwijst niet naar één specifieke persoon. In „An diesem Tisch kann man besser lesen“ gaat het om iedereen die aan deze tafel leest. Gebruik „man“ voor een algemene uitspraak en zet het bij een werkwoord, zoals „man kann ...“.
besser „besser“ betekent hier „beter“ en vergelijkt deze tafel met een andere mogelijkheid om te lezen. In „kann man besser lesen“ beschrijft het dat lezen hier geschikter is. Gebruik „besser“ wanneer je een voorkeur of verbetering ten opzichte van iets anders uitdrukt.
lesen „lesen“ betekent „lezen“ en noemt de activiteit waarvoor deze tafel geschikt is. In „kann man besser lesen“ staat het na „kann“. Gebruik „lesen“ bijvoorbeeld voor boeken, teksten of andere geschreven informatie.
Sind „Sind“ betekent hier „zijn“ en vormt het begin van de vraag „Sind diese Stühle bequem?“. Het vraagt naar de eigenschap van meerdere stoelen. Gebruik „Sind“ aan het begin van een vraag over meerdere personen of dingen.
diese „diese“ betekent hier „deze“ en verwijst naar de stoelen die dichtbij of al bekend zijn. Het staat in „diese Stühle“. Gebruik „diese“ samen met een meervoudig zelfstandig naamwoord wanneer je bepaalde dingen aanwijst.
Stühle „Stühle“ betekent „stoelen“ en verwijst hier naar de stoelen aan de gekozen tafel. Het staat in de vraag „Sind diese Stühle bequem?“. Gebruik „Stühle“ om meerdere zitplaatsen aan te duiden.
bequem „bequem“ betekent „comfortabel“ en vraagt hier of de stoelen prettig zitten. In „Sind diese Stühle bequem?“ beschrijft het de stoelen. Je gebruikt „bequem“ bijvoorbeeld bij stoelen, banken of andere plaatsen waarop iemand zit.
Für „Für“ betekent hier „voor“ en markeert in „Für mich“ voor wie de beoordeling geldt. De spreker geeft dus zijn of haar persoonlijke ervaring met de stoelen. Gebruik het patroon „Für mich ...“ om een persoonlijke mening of ervaring te formuleren.
mich „mich“ betekent hier „mij“ en verwijst naar de spreker in „Für mich fühlen sie sich gut an“. Samen met „Für“ maakt het duidelijk dat het om diens persoonlijke ervaring gaat. Gebruik „Für mich“ bijvoorbeeld wanneer jij iets anders ervaart of beoordeelt dan iemand anders.
fühlen „fühlen“ betekent hier „voelen“ in de uitdrukking „fühlen sie sich gut an“. Met „sich ... an“ beschrijft de zin hoe de stoelen voor de spreker aanvoelen. Gebruik deze volledige constructie om het gevoel of de indruk van iets te beschrijven.
sie „sie“ betekent hier „ze“ en verwijst naar de stoelen uit de vorige vraag. In „Für mich fühlen sie sich gut an“ zijn de stoelen datgene waarvan het gevoel wordt beschreven. Gebruik „sie“ om eerder genoemde personen of meervoudige dingen opnieuw aan te duiden.
sich „sich“ hoort hier bij „fühlen ... an“ en maakt duidelijk dat de stoelen voor de spreker een bepaald gevoel geven. De volledige uitdrukking in de dialoog is „fühlen sie sich gut an“. Gebruik de constructie „sich ... anfühlen“ om te zeggen hoe iets aanvoelt.
gut „gut“ betekent hier „goed“ of „prima“ in „fühlen sie sich gut an“. Het beschrijft hoe de stoelen voor de spreker aanvoelen. Je kunt „gut“ in deze constructie vervangen door een andere zekere beoordeling in een nieuwe zin, bijvoorbeeld „sich angenehm anfühlen“.
Setzen „Setzen“ begint hier het voorstel „Setzen wir uns an diesen Tisch“ en betekent „laten we gaan zitten“. Samen met „wir uns“ vormt het een uitnodiging om met z’n tweeën plaats te nemen. Gebruik dit patroon om iemand samen een zitplaats of handeling voor te stellen.
uns „uns“ betekent hier „ons“ en verwijst naar de twee mensen die samen gaan zitten. In „Setzen wir uns an diesen Tisch“ hoort het bij „Setzen“ en maakt het voorstel wederzijds. Gebruik „uns“ in een vergelijkbare nieuwe zin wanneer jij en iemand anders samen iets doen.
Ich „Ich“ betekent „ik“ en is het onderwerp van „Ich lege unsere Taschen darunter“. De spreker zegt daarmee wat hij of zij zelf met de tassen zal doen. Gebruik „Ich“ om je eigen handeling of voornemen te beschrijven.
lege „lege“ betekent hier „leg“ of „zet neer“ en beschrijft dat de spreker de tassen onder de tafel plaatst. In „Ich lege unsere Taschen darunter“ staat het vóór het voorwerp „unsere Taschen“. Gebruik „legen“ met iets dat je op of onder een bepaalde plek neerlegt.
unsere „unsere“ betekent hier „onze“ en beschrijft de tassen als iets dat bij beide gesprekspartners hoort. Het staat in „unsere Taschen“. Gebruik „unsere“ voor een meervoudig zelfstandig naamwoord dat gezamenlijk bezit of verbondenheid uitdrukt.
Taschen „Taschen“ betekent „tassen“ en verwijst hier naar de tassen van de twee sprekers. In „Ich lege unsere Taschen darunter“ zijn ze het voorwerp dat onder de tafel wordt gelegd. Gebruik „Taschen“ bijvoorbeeld bij het bespreken van waar je bagage wordt neergezet.
darunter „darunter“ betekent hier „eronder“ en verwijst naar de plaats onder de tafel die eerder in de situatie is genoemd. In „Ich lege unsere Taschen darunter“ voorkomt het herhaling van de volledige plaatsaanduiding. Gebruik „darunter“ wanneer duidelijk is onder welk voorwerp iets ligt of wordt gelegd.

Grammatica

an + Dativ bei einem Ort

an einem ruhigen Ort

an ainem roe-iegen ort

op een rustige plek

Bij een plaats gebruikt an de datief: einem en ruhigen krijgen hier een datiefuitgang.

für + Akkusativ

für mich

fuur misj

voor mij

Na für staat altijd de accusatief. Daarom is het mich en niet het datiefpronomen mir.

Duits woordenschat

an voorzetsel
an aan; bij

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

Der bepaler
deer de

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

diesem bepaler
die zem deze

An diesem Tisch gibt es auch gutes Licht.

Ecke zelfstandig naamwoord
ekke hoek

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

einem bepaler
ainem een

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

gibt werkwoord
giept is er; geeft

An diesem Tisch gibt es auch gutes Licht.

Ort zelfstandig naamwoord
ort plek

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

ruhigen bijvoeglijk naamwoord
roe-iegen rustige

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

sitzen werkwoord
zitsun zitten

Wo sollen wir sitzen?

steht werkwoord
sjteet staat

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

Tisch zelfstandig naamwoord
tisj tafel

Der Tisch in der Ecke steht an einem ruhigen Ort.

Wo bijwoord
voo waar

Wo sollen wir sitzen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Waar zullen we gaan zitten?

Antwoord tonenWo sollen wir sitzen?

Zijn deze stoelen comfortabel?

Antwoord tonenSind diese Stühle bequem?

Laten we aan deze tafel gaan zitten.

Antwoord tonenSetzen wir uns an diesen Tisch.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

tafel

Antwoord tonenTisch

hoek

Antwoord tonenEcke

rustige

Antwoord tonenruhigen

staat

Antwoord tonensteht