Een activiteit kiezen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared space, two adults choose between walking outside and reading inside in a quiet room..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een activiteit kiezen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Welche Aktivität sollen wir machen?

Vel-che akti-vie-TEET ZOL-lun vie-uh MA-khun? Welke activiteit zullen we doen?
B

Wir könnten draußen spazieren gehen.

Vie-uh KEUN-tun DRAU-sun sjpa-TSIE-run GEE-un. We zouden buiten kunnen wandelen.
A

Dort kann es kalt sein.

Dort kan es kalt zain. Het kan daar koud zijn.
B

Dann können wir drinnen lesen.

Dan KEUN-un vie-uh DRIN-un LEE-zun. Dan kunnen we binnen lezen.
A

Heute klingt Lesen besser.

HOI-tuh klinkt LEE-zun BE-suh. Vandaag klinkt lezen beter.
B

Lass uns ein ruhiges Zimmer wählen.

Las oens ain ROE-ie-gus TSIM-muh VEE-lun. Laten we een rustige kamer kiezen.
A

Ich bringe mein Buch mit.

Ich BRIN-guh main BOE-ch mit. Ik neem mijn boek mee.
B

Ich finde einen Platz für uns.

Ich FIN-duh ain PLATS fuu-uh oens. Ik vind een plek voor ons.

Uitleg van de zinnen

  1. Welche Aktivität sollen wir machen?

    Welke activiteit zullen we doen?

    Welche
    welke
    Aktivität
    activiteit
    sollen wir
    zullen we
    machen
    doen
    Uitgebreide uitleg

    Welche betekent hier “welke” en staat vóór het zelfstandig naamwoord. Het is een vragend bepalend woord: de vorm hangt samen met geslacht, getal en naamval van het zelfstandig naamwoord. In welche Aktivität is het vrouwelijk enkelvoud; nominatief en accusatief hebben hier dezelfde vorm welche. Aktivität is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord voor een bezigheid of activiteit. In deze vraag staat het in de accusatief, omdat het de activiteit is die men zal doen. Het meervoud is Aktivitäten. Voorbeeld: Welche Aktivität gefällt dir? — “Welke activiteit vind je leuk?” sollen wir bestaat uit het modale werkwoord sollen en het persoonlijk voornaamwoord wir. Sollen staat hier in de tegenwoordige tijd, eerste persoon meervoud. In deze vraag drukt het uit wat wij zullen of zouden moeten doen. In een Duitse ja/nee-vraag staat het vervoegde werkwoord vooraan, maar in deze vraag staat sollen na het vraagwoord en de naamwoordgroep: Welche Aktivität sollen wir ...? Het onderwerp is wir. Voorbeeld: Soll ich anfangen? — “Zal ik beginnen?” machen is de infinitief van machen; hier betekent het “doen”. Na een modaal werkwoord staat de infinitief aan het einde: sollen ... machen. De vervoegde vorm bij wir is wir machen — “wij doen” of “wij maken”, afhankelijk van de context. Samen vormen Welche Aktivität sollen wir machen? de vraag “Welke activiteit zullen we doen?” Welche Aktivität noemt waarnaar gevraagd wordt, sollen wir geeft aan dat het om onze gezamenlijke keuze of voorgenomen activiteit gaat, en machen benoemt de handeling.

  2. Wir könnten draußen spazieren gehen.

    We zouden buiten kunnen wandelen.

    Wir könnten
    wij zouden kunnen
    draußen
    buiten
    spazieren gehen
    wandelen
    Uitgebreide uitleg

    Wir könnten betekent hier: “wij zouden kunnen”. Wir is de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf samen met anderen tot de groep. könnten is de Konjunktiv II-vorm van können; in deze zin drukt die een mogelijkheid of voorstel uit. De vorm staat bij wir; vergelijk ich könnte (“ik zou kunnen”) en sie könnten (“zij zouden kunnen” of formeel “u zou kunnen”, afhankelijk van de context). Het werkwoord dat bij deze hulpvorm hoort, staat als infinitief aan het einde van de zin. draußen is een bijwoord en betekent “buiten”, dus op een plaats in de openlucht. Het verandert niet mee met persoon of getal. Een bruikbaar contrast is draußen (“buiten”) tegenover drinnen (“binnen”). Voorbeeld: Die Kinder spielen draußen. — “De kinderen spelen buiten.” spazieren gehen is een vaste werkwoordelijke combinatie voor “wandelen” of “een wandeling maken”. In de gegeven vorm staat gehen als infinitief omdat het na könnten komt. In een gewone hoofdzin zonder die hulpvorm wordt het vervoegd: Wir gehen spazieren. — “Wij gaan wandelen.” Het werkwoord gehen draagt daar de persoonsvorm; spazieren blijft bij de combinatie horen. Samen vormt de zin Wir könnten draußen spazieren gehen.: “We zouden buiten kunnen wandelen.” De volgorde is: eerst de groep (wir), daarna de mogelijkheid (könnten), vervolgens de plaats (draußen) en ten slotte de activiteit als infinitiefgroep (spazieren gehen). Het is een voorstel of mogelijke activiteit, niet een bewering dat de wandeling daadwerkelijk plaatsvindt.

  3. Dort kann es kalt sein.

    Het kan daar koud zijn.

    Dort
    daar
    kann es
    het kan
    kalt
    koud
    sein
    zijn
    Uitgebreide uitleg

    Dort betekent hier “daar” en is een plaatsbijwoord. Het verwijst naar een plaats, maar de vaste zin identificeert niet welke plaats dat precies is. Het tegenovergestelde is hier (“hier”). Voorbeeld: Dort ist ein Park. — “Daar is een park.” kann es vormt hier samen met het volgende deel de mogelijkheid “het kan”. kann is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van können (“kunnen”). Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in een hoofdzin doorgaans als infinitief aan het einde: Es kann regnen. — “Het kan regenen.” es is hier een grammaticaal onderwerp in een onpersoonlijke constructie; de zin legt niet vast dat het naar een bepaald zelfstandig naamwoord verwijst. kalt betekent “koud”. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord dat na sein als gezegde staat. In die positie krijgt het geen uitgang: Das Wasser ist kalt. — “Het water is koud.” De vergrotende trap is kälter (“kouder”): Heute ist es kälter. — “Vandaag is het kouder.” sein betekent “zijn”. Dit is de infinitief van sein; na kann blijft die infinitief staan. Een nuttige vormketen is sein — ist — war: “zijn” — “is” — “was”. Voorbeeld: Es kann schwierig sein. — “Het kan moeilijk zijn.” Samen betekent Dort kann es kalt sein.: “Het kan daar koud zijn.” De volgorde is: plaats (Dort) + modaal werkwoord (kann) + grammaticaal onderwerp (es) + toestand (kalt sein). kann drukt de mogelijkheid uit, terwijl kalt sein de mogelijke toestand benoemt.

  4. Dann können wir drinnen lesen.

    Dan kunnen we binnen lezen.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    drinnen
    binnen
    lesen
    lezen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan”: het verwijst naar de volgende stap of situatie in de tijd of redenering. Het kan bijvoorbeeld ook een volgorde aangeven: Zuerst essen wir, dann lesen wir. — “Eerst eten we, dan lezen we.” können wir bestaat uit het werkwoord können en het persoonlijke voornaamwoord wir. können drukt hier mogelijkheid of vermogen uit: “kunnen”. Bij wir hoort de vorm können; vergelijk ich kann en sie können. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede plaats, terwijl het andere werkwoord als infinitief achteraan staat: Wir können lesen. — “Wij kunnen lezen.” drinnen betekent “binnen”, dus in een gebouw of andere binnenruimte. Het is een bijwoord en verandert hier niet mee met wir of met een zelfstandig naamwoord. Het gebruikelijke tegenovergestelde is draußen — “buiten”. Bijvoorbeeld: Wir bleiben drinnen. — “Wij blijven binnen.” lesen betekent “lezen”. Dit is hier de infinitief die bij können hoort. De infinitief is lesen; in de derde persoon enkelvoud staat bijvoorbeeld er liest — “hij leest”. Na een modaal werkwoord blijft het tweede werkwoord in de infinitief en staat het achteraan. Samen betekent Dann können wir drinnen lesen.: “Dan kunnen we binnen lezen.” De volgorde is: Dann geeft de volgende situatie aan, können wir zegt dat lezen mogelijk is voor “wij”, drinnen bepaalt waar dat gebeurt, en lesen benoemt de handeling.

  5. Heute klingt Lesen besser.

    Vandaag klinkt lezen beter.

    Heute
    vandaag
    klingt
    klinkt
    Lesen
    lezen
    besser
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Heute betekent hier “vandaag” en is een tijdsbepaling. Het kan vooraan staan om het tijdstip te benadrukken; bijvoorbeeld: Heute lernen wir. — “Vandaag leren we.” klingt is de vorm van klingen bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: klingen → er klingt / es klingt. In deze zin beschrijft het werkwoord hoe iets overkomt of klinkt, niet alleen een letterlijk geluid. Voorbeeld: Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” Lesen is de nominale vorm van het werkwoord lesen: het infinitief wordt als zelfstandig naamwoord gebruikt. Daarom krijgt het in het Duits een hoofdletter. Het betekent hier de activiteit “lezen” en is het onderwerp van klingt: de activiteit lezen klinkt op een bepaalde manier. Als werkwoordsvorm wordt lesen in Wir lesen. klein geschreven; daar is het geen infinitief maar de tegenwoordige tijd van lesen bij wir. — “Wij lezen.” besser is de vergrotende trap van gut: gut — “goed”, besser — “beter”, am besten — “het best”. Als vergrotende trap drukt besser een vergelijking uit, maar deze zin noemt niet waarmee de vergelijking precies wordt gemaakt. Samen vormen de woorden: Heute + klingt + Lesen + besser = “Vandaag klinkt lezen beter.” Het onderwerp is Lesen, en klingt staat daarom in de derde persoon enkelvoud. De zin drukt uit dat lezen vandaag een gunstiger indruk maakt dan een niet nader genoemde vergelijkingsmogelijkheid.

  6. Lass uns ein ruhiges Zimmer wählen.

    Laten we een rustige kamer kiezen.

    Lass uns
    laten we
    ruhiges
    rustig
    Zimmer
    kamer
    wählen
    kiezen
    Uitgebreide uitleg

    Lass uns is hier de vaste manier om iemand voor te stellen samen iets te doen: “laten we …”. Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du; in deze constructie krijgt het de betekenis “laat …”. uns is het persoonlijk voornaamwoord voor “ons” in de accusatief. Het patroon is Lass uns + infinitief: Lass uns anfangen. = “Laten we beginnen.” ruhiges betekent hier “rustige”. De woordenboekvorm van het bijvoeglijk naamwoord is ruhig. In ein ruhiges Zimmer staat het bijvoeglijk naamwoord bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Zimmer; daarom krijgt het na ein de uitgang -es. Vergelijk: ein ruhiger Ort = “een rustige plek” (mannelijk) en eine ruhige Wohnung = “een rustige woning” (vrouwelijk). De vorm hangt hier samen met het grammaticale geslacht, de naamval en het lidwoord. Zimmer betekent “kamer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer; na ein staat hier de vorm ein Zimmer. Het meervoud is ook Zimmer: zwei Zimmer = “twee kamers”. wählen betekent hier “kiezen”. Dit is de infinitief; na Lass uns staat die aan het einde van de zin. De woordenboekvorm is wählen; de werkwoordstam is wähl-. Voorbeelden: Wir wählen ein Buch. = “Wij kiezen een boek.” Wähl ein Zimmer! = “Kies een kamer!” De eerste vorm is de tegenwoordige tijd met wir, de tweede is de gebiedende wijs voor du. Samen vormt Lass uns ein ruhiges Zimmer wählen het patroon Lass uns + [een zelfstandig naamwoordgroep] + [infinitief]: “Laten we een rustige kamer kiezen.” ein ruhiges Zimmer is het lijdend voorwerp van wählen; ruhiges beschrijft Zimmer en heeft hier de bijvoeglijke uitgang die bij het onzijdige accusatief enkelvoud na ein hoort.

  7. Ich bringe mein Buch mit.

    Ik neem mijn boek mee.

    bringe … mit
    meenemen
    Buch
    boek
    Uitgebreide uitleg

    bringe … mit hoort bij het scheidbare werkwoord mitbringen: iets meenemen. In deze zin is bringe de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud bij het onderwerp Ich; mit staat als afgesplitst deel aan het einde. Het patroon is: Ich bringe [voorwerp] mit. — “Ik neem [voorwerp] mee.” Voorbeeld: Ich bringe Wasser mit. — “Ik neem water mee.” Hier blijft bringe bij Ich en komt mit aan het einde. Buch betekent hier “boek”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Buch; het meervoud is die Bücher. In mein Buch staat mein vóór het zelfstandig naamwoord en geeft het bezit aan: “mijn boek”. Omdat Buch onzijdig is, ziet de vorm mein er in het nominatief en accusatief hetzelfde uit: mein Buch. Voorbeeld: Ich lese mein Buch. — “Ik lees mijn boek.” Samen betekent Ich bringe mein Buch mit.: “Ik neem mijn boek mee.” Ich is het onderwerp, bringe … mit drukt het meenemen uit, en mein Buch is wat wordt meegenomen.

  8. Ich finde einen Platz für uns.

    Ik vind een plek voor ons.

    Ich
    ik
    finde
    vind
    Platz
    plek of plaats
    für uns
    voor ons
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud als onderwerp. Het bijbehorende bezittelijke voornaamwoord is mein (“mijn”), zoals in het eerdere voorbeeld mein Buch; mein is geen vorm van Ich, maar drukt bezit uit. finde komt van finden (“vinden”). finde is de tegenwoordige tijd bij ich: ich finde. Afhankelijk van de context kan finden ook betekenen dat je iets een bepaalde mening of beoordeling geeft, maar hier betekent het “vinden”. Voorbeeld: Ich finde den Schlüssel. — “Ik vind de sleutel.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Platz. Na einen staat het in de accusatief, omdat het een lijdend voorwerp van finden is: Ich finde einen Platz — “Ik vind een plek.” einen Platz verwijst hier naar een niet nader bepaalde plek; het zegt niet dat het er precies één zijn. für uns betekent “voor ons”. für is een voorzetsel dat de accusatief verlangt. uns is hier de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord van de eerste persoon meervoud. Dezelfde vorm uns kan in andere constructies ook datief zijn, maar na für is hij accusatief. Samen vormen de delen Ich finde einen Platz für uns. De spreker zegt: “Ik vind een plek voor ons.” De tegenwoordige tijd staat hier zonder extra hulpwerkwoord.

Grammatica

Lass uns + Infinitiv

Lass uns draußen spazieren gehen.

Las oens DRAU-sun sjpa-TSIE-run GEE-un.

Laten we buiten wandelen.

Gebruik ‘Lass uns’ met een werkwoord in de infinitief om een voorstel te doen: ‘laten we …’.

Duits woordenschat

Aktivität zelfstandig naamwoord
akti-vi-TEET activiteit

Welche Aktivität sollen wir machen?

besser bijvoeglijk naamwoord
BE-suh beter

Heute klingt Lesen besser.

Dann bijwoord
dan dan

Dann können wir drinnen lesen.

dort bijwoord
dort daar

Dort kann es kalt sein.

draußen bijwoord
DRAU-sun buiten

Wir könnten draußen spazieren gehen.

drinnen bijwoord
DRIN-un binnen

Dann können wir drinnen lesen.

Heute bijwoord
HOI-tuh vandaag

Heute klingt Lesen besser.

kalt bijvoeglijk naamwoord
kalt koud

Dort kann es kalt sein.

klingt werkwoord
klingt klinkt

Heute klingt Lesen besser.

lesen werkwoord
LEE-zun lezen

Dann können wir drinnen lesen.

machen werkwoord
MA-khun doen; maken

Welche Aktivität sollen wir machen?

spazieren gehen uitdrukking
sjpa-TSIE-run GEE-un wandelen

Wir könnten draußen spazieren gehen.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Welke activiteit zullen we doen?

Antwoord tonenWelche Aktivität sollen wir machen?

We zouden buiten kunnen wandelen.

Antwoord tonenWir könnten draußen spazieren gehen.

Het kan daar koud zijn.

Antwoord tonenDort kann es kalt sein.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

buiten

Antwoord tonendraußen

binnen

Antwoord tonendrinnen

doen; maken

Antwoord tonenmachen

activiteit

Antwoord tonenAktivität