Hoofdpijn en rust | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, one adult has a slight headache while another offers water and a quiet place to rest..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Hoofdpijn en rust oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich habe leichte Kopfschmerzen.

iech haa-buh laai-tuh kopf-sjmer-tsen. Ik heb een lichte hoofdpijn.
B

Setz dich für eine Minute hin und ruh deine Augen aus.

tsets diech fuur uh-NAI-nuh mee-NOO-tuh hin oont roo DAI-nuh OW-ghen ous. Ga een minuut zitten en rust je ogen uit.
A

Kannst du mir etwas Wasser bringen?

kanst doe mier ET-vus VAS-uh bring-en? Kun je wat water voor me brengen?
B

Hier, trink langsam davon.

hier, trink LANG-zaam da-FOON. Hier, drink er langzaam van.
A

Ich fühle mich auch ein bisschen müde.

iech FUU-luh miech ouch ain BISS-ghen MÜÜ-duh. Ik voel me ook een beetje moe.
B

Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen.

doe kanst diech in DEE-zem ROO-ih-gen TSIM-uh hin-LAY-gen. Je kunt in deze rustige kamer gaan liggen.
A

Ich hoffe, dass ich mich bald besser fühle.

iech HOFF-uh, das iech miech balt BESS-uh FUU-luh. Ik hoop dat ik me snel beter voel.
B

Bleib hier und ruf mich an, wenn du etwas brauchst.

blaib hier oont roef miech an, ven doe ET-vus brouchst. Blijf hier en bel me als je iets nodig hebt.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich habe leichte Kopfschmerzen.

    Ik heb een lichte hoofdpijn.

    Ich habe
    ik heb
    leichte
    lichte
    Kopfschmerzen
    hoofdpijn
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe betekent hier “ik heb”. habe is de vorm van haben bij ich in de tegenwoordige tijd: ich habe, du hast, er/sie hat. Duits gebruikt haben ook om lichamelijke klachten uit te drukken, bijvoorbeeld: Ich habe Fieber. — “Ik heb koorts.” leichte betekent hier “lichte”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord leicht (“licht”); de uitgang -e past zich hier aan de vorm van het meervoudige zelfstandig naamwoord zonder lidwoord aan. De betekenis is dus niet “klein” of “kort”, maar een geringe intensiteit van de klacht. Kopfschmerzen betekent “hoofdpijn”. De Duitse vorm staat in het meervoud; Kopfschmerz is de enkelvoudige basisvorm, terwijl Kopfschmerzen de gebruikelijke vorm is voor hoofdpijn als klacht. Het woord bestaat uit Kopf (“hoofd”) en Schmerz (“pijn”), maar in deze vaste combinatie moet je het als de gebruikelijke uitdrukking voor hoofdpijn leren. Samen vormen de delen: Ich habe + leichte Kopfschmerzen = “Ik heb lichte hoofdpijn.” Het onderwerp is ich (“ik”), habe geeft de toestand van de spreker aan, en leichte Kopfschmerzen benoemt de klacht met haar geringe intensiteit.

  2. Setz dich für eine Minute hin und ruh deine Augen aus.

    Ga een minuut zitten en rust je ogen uit.

    Setz … hin
    ga zitten
    dich
    je (wederkerend)
    für
    gedurende
    Minute
    minuut
    Augen
    ogen
    ruh … aus
    rust uit
    Uitgebreide uitleg

    Setz … hin is de informele enkelvoudige gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord sich hinsetzen (“gaan zitten”). Setz staat vooraan en hin aan het einde. Het patroon is Setz dich hin! wanneer je één persoon met du aanspreekt. Voorbeeld: Setz dich bitte hier hin. — Ga alsjeblieft hier zitten. dich is hier het wederkerende voornaamwoord in de accusatief bij du: de aangesprokene gaat zelf zitten. Bij meerdere aangesproken personen staat bijvoorbeeld Setzt euch hin! — Ga zitten! für eine Minute geeft een beperkte tijdsduur aan: gedurende één minuut. Minute is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Minuten. Voorbeeld: Warte für eine Minute. — Wacht één minuut. Augen is het meervoud van Auge (“oog”). Hier is het het lijdend voorwerp van de uitdrukking die Augen ausruhen; deine maakt duidelijk dat het om de ogen van de aangesprokene gaat. Voorbeeld: Meine Augen sind müde. — Mijn ogen zijn moe. ruh … aus vormt hier de gebiedende wijs van het scheidbare werkwoord ausruhen (“uitrusten, rusten”). Het bijbehorende basiswerkwoord is dus ausruhen, niet alleen ruhen: ruh staat vooraan en aus wordt naar het einde verplaatst. Voorbeeld: Ruh dich aus! — Rust uit! Samen zijn dit twee bevelen die met und verbonden zijn: de aangesprokene moet een minuut gaan zitten en de ogen laten rusten. De volledige betekenis is: “Ga een minuut zitten en rust je ogen uit.”

  3. Kannst du mir etwas Wasser bringen?

    Kun je wat water voor me brengen?

    Kannst du
    kun je
    mir
    voor mij
    etwas
    wat
    Wasser
    water
    bringen
    brengen
    Uitgebreide uitleg

    Kannst du bestaat uit kannst, de tegenwoordige tijd van können voor du, en het onderwerp du. Hier vormt het samen een informele vraag naar de mogelijkheid of bereidheid van de aangesprokene. In een Duitse hoofdzin met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Kannst du ... bringen? = “Kun je ... brengen?” mir is de datiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich: ich → mir. Het geeft hier de persoon aan voor wie het water gebracht moet worden: “voor mij”. De datief kan ook andere functies hebben, maar in deze zin is het een begunstigde. etwas betekent hier “wat” of “een beetje”, zonder een precieze hoeveelheid te noemen. Het staat bij Wasser en maakt duidelijk dat er een niet nader bepaalde hoeveelheid wordt bedoeld. Als zelfstandig voornaamwoord kan etwas ook “iets” betekenen, maar dat is niet de betekenis in deze woordgroep. Wasser is het zelfstandig naamwoord voor “water”. Het is een stofnaam en wordt hier zonder meervoudsbetekenis gebruikt. Het onzijdige lidwoord is das: das Wasser; in deze zin staat er geen lidwoord, omdat etwas Wasser een onbepaalde hoeveelheid aanduidt. bringen is de infinitief “brengen”. De vorm blijft hier infinitief omdat können de vervoegde vorm draagt; bringen staat daarom aan het einde van de vraag. Een voorbeeld: Kannst du mir den Schlüssel bringen? — “Kun je de sleutel voor me brengen?” Samen betekent Kannst du mir etwas Wasser bringen? letterlijk: “Kun je voor mij wat water brengen?” De vraag richt zich tot één informeel aangesproken persoon (du), noemt de begunstigde (mir), de onbepaalde hoeveelheid (etwas Wasser) en de gevraagde handeling (bringen).

  4. Hier, trink langsam davon.

    Hier, drink er langzaam van.

    Hier
    hier
    trink
    drink
    langsam
    langzaam
    davon
    ervan
    Uitgebreide uitleg

    Hier betekent hier “hier” en wijst op de plaats van de spreker of op de plaats waar de handeling moet gebeuren. Het is een bijwoord en verandert niet naar persoon of getal. trink is de gebiedende wijs voor du van trinken (“drinken”): du trinkst → trink!. De vorm zonder onderwerp is typisch voor een opdracht aan één vertrouwde persoon. Voorbeelden: Komm! = “Kom!” en Trink Wasser! = “Drink water!” langsam betekent hier “langzaam”. In deze zin beschrijft het bijwoord hoe het drinken gebeurt. Het verwante bijvoeglijke gebruik staat bijvoorbeeld in ein langsamer Zug (“een langzame trein”); als bijwoord krijgt langsam hier geen extra uitgang. davon is een samengesteld aanwijzend bijwoord: da + von, letterlijk ongeveer “daarvan”. In deze context betekent het “ervan”, waarbij het water uit de vorige zin de ondersteunde referentie is. Duitse vormen met da- kunnen vaak naar iets niet-menselijks verwijzen: Davon nehme ich ein Glas. = “Daarvan neem ik een glas.” Voor een persoon gebruikt het Duits normaal een voorzetselgroep, bijvoorbeeld von ihm (“van hem”), niet davon. Samen vormt Hier, trink langsam davon. de aansporing: “Hier, drink er langzaam van.” Hier geeft de plaats of het aanreiken aan, trink geeft de opdracht, langsam geeft de manier aan, en davon geeft aan waarvan de aangesprokene moet drinken. De komma scheidt de korte aanwijzing Hier van de opdracht.

  5. Ich fühle mich auch ein bisschen müde.

    Ik voel me ook een beetje moe.

    Ich fühle mich
    ik voel me
    auch
    ook
    ein bisschen
    een beetje
    müde
    moe
    Uitgebreide uitleg

    Ich fühle mich: fühle is the first-person singular present form of fühlen (“voelen”); ich is its subject. With this meaning, German commonly uses the reflexive pattern sich fühlen to describe one’s own physical or emotional state. The reflexive form changes with the subject: ich fühle mich, du fühlst dich, er/sie fühlt sich. Here, mich refers back to the speaker. auch adds the meaning “ook”. It connects this statement with something else that is also true, without changing the statement’s tense or degree. ein bisschen: This is a common expression meaning “een beetje” or “wat”. It softens the adjective that follows: the speaker is tired to a limited degree. It does not by itself state an exact numerical amount. Example: Ich bin ein bisschen hungrig. — “Ik heb een beetje honger.” müde: This adjective means “moe” here. After sich fühlen, it describes the subject’s condition and remains in its plain form: Ich fühle mich müde. The adjective can also be compared: müde — müder — am müdesten (“moe” — “moeër” — “het meest moe”). Together, Ich fühle mich expresses the speaker’s current state, auch adds “ook”, ein bisschen limits the degree, and müde names the state. The complete meaning is: “Ik voel me ook een beetje moe.”

  6. Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen.

    Je kunt in deze rustige kamer gaan liggen.

    Du kannst
    je kunt
    dich
    jezelf
    diesem
    deze/dit
    ruhigen
    rustige
    Zimmer
    kamer
    hinlegen
    gaan liggen
    Uitgebreide uitleg

    Du kannst combineert du (jij) met de tegenwoordige vorm kannst van können voor de tweede persoon enkelvoud. Met een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Du kannst ... hinlegen = je kunt ... gaan liggen. können drukt hier mogelijkheid of toestemming uit, niet een verplichting; voor verplichting gebruik je bijvoorbeeld müssen. dich is de wederkerende accusatiefvorm bij du. Bij sich hinlegen verwijst die vorm naar dezelfde persoon als het onderwerp: de aangesprokene legt zichzelf neer. De vormen horen bij de persoon: ich lege mich hin, du legst dich hin, sie legt sich hin. diesem is de datief enkelvoud van het aanwijzend woord dieser in de betekenis ‘deze/dit’. Het verwijst hier, in overeenstemming met de vertaling, naar de kamer. Zimmer is onzijdig: das Zimmer. Na in staat bij een vaste plaats de datief; daarom is het in diesem Zimmer. Bij beweging naar een plaats kan in de accusatief krijgen, bijvoorbeeld in dieses Zimmer. ruhigen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord ruhig (‘rustig’). Het beschrijft Zimmer en krijgt hier de datief-uitgang voor een onzijdig enkelvoud na diesem: in diesem ruhigen Zimmer. De basisvorm is ruhig; alleen het bijvoeglijk naamwoord verandert hier van vorm, niet het zelfstandig naamwoord Zimmer. Zimmer betekent ‘kamer’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer, meervoud die Zimmer. In deze zin is het enkelvoud, omdat naar één kamer wordt verwezen. hinlegen betekent hier ‘gaan liggen’ of ‘zich neerleggen’. Het is een scheidbaar werkwoord: zonder modaal werkwoord zie je bijvoorbeeld Du legst dich hin. Na kannst blijft de infinitief volledig bij elkaar: Du kannst dich hinlegen. De zin bouwt dus op als Du kannst + wederkerend voornaamwoord dich + plaatsbepaling in diesem ruhigen Zimmer + de infinitief hinlegen: ‘Je kunt in deze rustige kamer gaan liggen.’

  7. Ich hoffe, dass ich mich bald besser fühle.

    Ik hoop dat ik me snel beter voel.

    hoffe
    hoop
    dass
    dat
    mich
    me; mij
    bald
    binnenkort
    besser
    beter
    fühle
    voel
    Uitgebreide uitleg

    hoffe komt van hoffen en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud: ich hoffe = “ik hoop”. De vorm hoffe past bij het onderwerp ich. Voorbeeld: Ich hoffe auf gutes Wetter. = “Ik hoop op goed weer.” dass leidt hier een bijzin in met de inhoud van de hoop. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan. Het patroon is: Ich hoffe, dass ... = “Ik hoop dat ...”. mich is de accusatiefvorm van het wederkerende voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud: “me/mij”. Hier hoort het bij sich fühlen: ich fühle mich = “ik voel me”. De spreker verwijst daarmee naar zichzelf. Voorbeeld: Sie fühlt sich gut. = “Zij voelt zich goed.” bald betekent hier “binnenkort” of “spoedig”: het geeft aan dat de verbetering op korte termijn wordt verwacht. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Wir sehen uns bald. = “We zien elkaar binnenkort.” besser is de vergrotende trap van gut: gut = “goed”, besser = “beter”, am besten = “het best”. Hier drukt besser uit dat de spreker een betere toestand verwacht dan nu. Voorbeeld: Heute fühle ich mich besser. = “Vandaag voel ik me beter.” fühle komt van fühlen en is de tegenwoordige tijd in de eerste persoon enkelvoud. Samen met mich vormt het ich fühle mich (“ik voel me”). In de dass-bijzin staat deze vervoegde vorm aan het einde: dass ich mich bald besser fühle. De hele zin bestaat uit Ich hoffe (“Ik hoop”) en de dass-bijzin dass ich mich bald besser fühle (“dat ik me binnenkort beter voel”). Samen betekent Ich hoffe, dass ich mich bald besser fühle.: “Ik hoop dat ik me snel beter voel.”

  8. Bleib hier und ruf mich an, wenn du etwas brauchst.

    Blijf hier en bel me als je iets nodig hebt.

    Bleib
    blijf
    hier
    hier
    ruf … an
    bel op
    mich
    mij
    wenn
    als
    du
    jij
    etwas
    iets
    brauchst
    nodig hebt
    Uitgebreide uitleg

    Bleib is de gebiedende wijs van bleiben voor één persoon die met du wordt aangesproken. bleiben betekent hier “blijven”; de vorm geeft een verzoek of instructie. Voorbeeld: Bleib ruhig! = “Blijf rustig!” hier betekent “op deze plaats”. Samen met Bleib vormt het Bleib hier = “Blijf hier”. Het is een gewone plaatsbepaling en staat in deze zin direct na de gebiedende wijs. ruf ... an komt van het scheidbare werkwoord anrufen, “opbellen”. In de gebiedende wijs voor du wordt anrufen → ruf ... an: het eerste deel staat vooraan en an staat aan het einde van de hoofdzin. Het voorwerp kan ertussen staan: Ruf ihn an. = “Bel hem op.” mich is de accusatiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord ich; hier betekent het “mij” als persoon die wordt opgebeld. Daarom staat bij anrufen de opgebelde persoon in deze vorm: Ruf mich an = “Bel me op.” wenn leidt de voorwaardelijke bijzin in en betekent hier “als” of “wanneer”. In een Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het patroon is bijvoorbeeld wenn du Zeit hast = “als je tijd hebt”. du is de tweede persoon enkelvoud: de aangesproken persoon. De combinatie du brauchst laat zien dat brauchen (“nodig hebben”) in de tegenwoordige tijd voor du de vorm brauchst krijgt. Voorbeeld: Du brauchst Hilfe. = “Je hebt hulp nodig.” etwas is een onbepaald voornaamwoord met de betekenis “iets”. In etwas brauchst is het datgene wat iemand nodig heeft; het benoemt niet wat dat precies is. brauchst is dus de vorm van brauchen bij du: du brauchst. In deze zin betekent het “nodig hebt”, niet alleen “gebruikt”. De volgorde in de bijzin is wenn + du + etwas + brauchst, met brauchst op het einde. De hele zin bestaat uit een instructie en een voorwaarde: Bleib hier und ruf mich an betekent “Blijf hier en bel me op”, en wenn du etwas brauchst voegt toe onder welke voorwaarde dat moet gebeuren: “als je iets nodig hebt”. Samen betekent de zin: “Blijf hier en bel me als je iets nodig hebt.”

Grammatica

Trennbare Verben: sich hinsetzen → Setz dich ... hin

Setz dich hin.

tsets diech hin.

Ga zitten.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in de gebiedende wijs achteraan: Setz ... hin.

Reflexivverb: sich fühlen → fühle mich

Ich fühle mich müde.

iech FUU-luh miech MÜÜ-duh.

Ik voel me moe.

Bij zich voelen gebruikt het Duits een reflexief voornaamwoord: ich fühle mich, niet alleen ich fühle.

Duits woordenschat

Auge zelfstandig naamwoord
OW-ghuh oog Augen
bringen werkwoord
bring-en brengen
davon bijwoord
da-FOON daarvan
hier bijwoord
hier hier Hier
Kopfschmerzen zelfstandig naamwoord
kopf-sjmer-tsen hoofdpijn
langsam bijwoord
LANG-zaam langzaam
leicht bijvoeglijk naamwoord
laait licht leichte
Minute zelfstandig naamwoord
mee-NOO-tuh minuut
sich ausruhen werkwoord
ziech ous-roo-en uitrusten ruh ... aus
sich hinsetzen werkwoord
ziech hin-tsets-en gaan zitten Setz dich ... hin
trinken werkwoord
tring-en drinken trink
Wasser zelfstandig naamwoord
VAS-uh water

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Ik heb een lichte hoofdpijn.

Antwoord tonenIch habe leichte Kopfschmerzen.

Kun je wat water voor me brengen?

Antwoord tonenKannst du mir etwas Wasser bringen?

Hier, drink er langzaam van.

Antwoord tonenHier, trink langsam davon.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

minuut

Antwoord tonenMinute

water

Antwoord tonenWasser

hier

Antwoord tonenHier

licht

Antwoord tonenleichte