Ich
“Ich” betekent hier “ik” en is degene die de hoofdpijn heeft of zich moe voelt. Het staat als onderwerp in “Ich habe leichte Kopfschmerzen” en “Ich fühle mich auch ein bisschen müde.” Gebruik “Ich” wanneer je over jezelf spreekt.
habe
“habe” betekent hier “heb” in de mededeling over een klacht. In “Ich habe leichte Kopfschmerzen” staat het bij de eerste persoon “Ich”. Een bruikbaar patroon is “Ich habe” gevolgd door wat iemand heeft, bijvoorbeeld een klacht of voorwerp.
leichte
“leichte” betekent hier “lichte” en beschrijft de hoofdpijn als mild. Het staat vóór “Kopfschmerzen” in “Ich habe leichte Kopfschmerzen”. Gebruik een bijvoeglijk woord vóór een zelfstandig naamwoord om het nader te beschrijven.
Kopfschmerzen
“Kopfschmerzen” benoemt hier de klacht “hoofdpijn” in “Ich habe leichte Kopfschmerzen”. Het woord wordt in deze situatie gebruikt om een lichamelijke klacht te melden. De combinatie met “haben” is bruikbaar wanneer je zegt dat je hoofdpijn hebt.
Setz
“Setz” is hier een informele opdracht: “ga zitten”. In “Setz dich für eine Minute hin” hoort het bij “dich” en het richtingselement “hin”. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks vraagt om te gaan zitten.
dich
“dich” betekent hier “je” als degene op wie de opdracht gericht is. In “Setz dich für eine Minute hin” en “Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen” verwijst het naar de aangesprokene. Het komt in deze constructies samen met een werkwoord dat de handeling van die persoon beschrijft.
für
“für” betekent hier “voor” en geeft de duur aan: “für eine Minute”. In “Setz dich für eine Minute hin” zegt het hoe lang iemand moet zitten. Gebruik “für” met een tijdsduur wanneer je een periode aangeeft.
eine
“eine” betekent hier “een” in de tijdsaanduiding “eine Minute”. Het hoort direct bij “Minute” in “für eine Minute”. Gebruik deze combinatie om één tijdseenheid te noemen.
Minute
“Minute” betekent “minuut” en geeft in “für eine Minute” een korte tijdsduur aan. In de dialoog wordt het gebruikt om aan te geven hoe lang iemand moet zitten. Het woord kan na “eine” een periode vormen.
hin
“hin” is hier het richtingselement in de opdracht “Setz dich für eine Minute hin”. Samen met “Setz” maakt het duidelijk dat iemand naar een zittende positie moet gaan. Let bij zulke werkwoorden op dat het kleine woord aan het einde van de zin kan staan.
und
“und” betekent “en” en verbindt hier twee opdrachten: “Setz dich für eine Minute hin und ruh deine Augen aus”. Je gebruikt “und” om handelingen of mededelingen met elkaar te verbinden. In deze situatie maakt het van beide handelingen één advies om te rusten.
ruh
“ruh” is hier het eerste deel van de opdracht om je ogen rust te geven. In “Setz dich für eine Minute hin und ruh deine Augen aus” krijgt het samen met “aus” de volledige betekenis van uitrusten. Gebruik deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks aanspoort om te rusten.
deine
“deine” betekent hier “je” of “jouw” en verwijst naar de ogen van de aangesprokene. In “ruh deine Augen aus” staat het vóór “Augen” om aan te geven van wie de ogen zijn. Je gebruikt deze vorm om iets aan de aangesprokene toe te schrijven.
Augen
“Augen” betekent “ogen” en is in “ruh deine Augen aus” datgene wat rust moet krijgen. Het woord wordt hier gebruikt in een advies over vermoeide of overbelaste ogen. In deze uitdrukking staat het na “deine”.
aus
“aus” is hier het tweede deel van het werkwoord in “ruh deine Augen aus”. Samen met “ruh” betekent de volledige uitdrukking dat iemand zijn ogen moet laten rusten. Bij dit soort werkwoorden staat dit deel in een hoofdzin achteraan.
Kannst
“Kannst” maakt hier een vraag naar mogelijkheid of bereidheid: of de aangesprokene water kan brengen. In “Kannst du mir etwas Wasser bringen?” staat het vooraan omdat het een vraag is. Een bruikbare vraagopening is “Kannst du” gevolgd door de gevraagde handeling.
du
“du” betekent “jij” en verwijst hier naar de persoon aan wie het verzoek wordt gericht. In “Kannst du mir etwas Wasser bringen?” is het degene die het water zou brengen; in “Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen” is het degene die mag gaan liggen. Gebruik “du” wanneer je één aangesproken persoon direct aanspreekt.
mir
“mir” betekent hier “mij” of “aan mij” en geeft aan voor wie het water gebracht moet worden. In “Kannst du mir etwas Wasser bringen?” is de spreker de ontvanger van de gevraagde handeling. Gebruik het in een patroon waarin iemand iets voor of naar de spreker brengt.
etwas
“etwas” betekent hier “wat” en geeft een niet nader bepaalde hoeveelheid water aan. In “Kannst du mir etwas Wasser bringen?” staat het vóór “Wasser”. Je gebruikt “etwas” om een kleine of onbepaalde hoeveelheid van iets te vragen.
Wasser
“Wasser” betekent “water” en is het gevraagde voorwerp in “Kannst du mir etwas Wasser bringen?”. In deze situatie wordt het gebruikt als iets dat iemand voor een ander kan halen. Het kan na “etwas” staan wanneer de hoeveelheid niet precies wordt genoemd.
bringen
“bringen” betekent “brengen” en benoemt de gevraagde handeling in “Kannst du mir etwas Wasser bringen?”. Na “Kannst” staat het als werkwoord aan het einde van de vraag. Gebruik het met een ontvanger en het voorwerp dat gebracht moet worden.
Hier
“Hier” betekent “hier” en wordt in “Hier, trink langsam davon” gebruikt terwijl de spreker het water aanreikt. Het vestigt kort de aandacht op wat de ander krijgt. Je kunt het in een vergelijkbare situatie gebruiken bij het overhandigen van iets.
trink
“trink” is hier een informele opdracht: “drink”. In “Hier, trink langsam davon” vraagt de spreker om van het aangeboden water te drinken. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon rechtstreeks aanspoort om te drinken.
langsam
“langsam” betekent “langzaam” en beschrijft in “trink langsam davon” hoe de ander moet drinken. Het geeft de manier van uitvoeren aan. Gebruik het bij een handeling wanneer je wilt dat die rustig of niet snel gebeurt.
davon
“davon” betekent hier “ervan” en verwijst naar het water dat zojuist is aangeboden. In “trink langsam davon” voorkomt het dat “Wasser” opnieuw genoemd moet worden. Je gebruikt het om naar iets eerder genoemde te verwijzen in combinatie met drinken.
fühle
“fühle” betekent hier “voel” en beschrijft hoe de spreker zich lichamelijk voelt. In “Ich fühle mich auch ein bisschen müde” hoort het samen met “mich” bij een beschrijving van de eigen toestand. Gebruik deze vorm wanneer je je huidige gevoel of toestand benoemt.
mich
“mich” betekent hier “me” en verwijst terug naar de spreker in “Ich fühle mich auch ein bisschen müde”. Het maakt duidelijk dat de spreker zijn of haar eigen toestand beschrijft. Deze combinatie is bruikbaar bij een mededeling over hoe je je voelt.
auch
“auch” betekent “ook” en voegt vermoeidheid toe aan de eerder genoemde hoofdpijn. In “Ich fühle mich auch ein bisschen müde” zegt de spreker dat er naast de hoofdpijn nog iets geldt. Gebruik het wanneer je extra informatie aan een eerdere mededeling toevoegt.
ein
“ein” is hier onderdeel van de vaste hoeveelheidsexpressie “ein bisschen” en betekent niet zelfstandig “een” in deze zin. In “Ich fühle mich auch ein bisschen müde” helpt de hele uitdrukking om een kleine mate van vermoeidheid aan te geven. Gebruik “ein bisschen” vóór een beschrijving van een lichte graad.
bisschen
“bisschen” vormt samen met “ein” de uitdrukking “ein bisschen”, hier “een beetje”. In “Ich fühle mich auch ein bisschen müde” maakt het de vermoeidheid minder sterk. Je gebruikt “ein bisschen” om een kleine hoeveelheid of lichte mate aan te geven.
müde
“müde” betekent “moe” en beschrijft in “Ich fühle mich auch ein bisschen müde” de toestand van de spreker. Het staat na “fühle mich” als beschrijving van hoe iemand zich voelt. Gebruik het wanneer je wilt zeggen dat je weinig energie hebt of rust nodig hebt.
in
“in” betekent hier “in” en geeft de plaats aan: “in diesem ruhigen Zimmer”. In “Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen” introduceert het de kamer waar de persoon kan gaan liggen. Gebruik “in” om een locatie binnen een ruimte aan te geven.
diesem
“diesem” betekent hier “dit” of “deze” en wijst de specifieke kamer aan waarin de persoon kan rusten. In “in diesem ruhigen Zimmer” staat het vóór “ruhigen Zimmer”. Gebruik het om naar een concrete, nabij bedoelde plaats of zaak te verwijzen.
ruhigen
“ruhigen” betekent hier “rustige” en beschrijft de kamer als een stille plek om te rusten. In “in diesem ruhigen Zimmer” staat het vóór “Zimmer”. Gebruik een dergelijke beschrijving vóór een zelfstandig naamwoord om de eigenschappen ervan aan te geven.
Zimmer
“Zimmer” betekent “kamer” en is in “in diesem ruhigen Zimmer” de plaats waar de aangesprokene kan gaan liggen. Het woord wordt hier gebruikt voor een rustige ruimte in huis. Het staat na de beschrijving “ruhigen”.
hinlegen
“hinlegen” betekent hier “gaan liggen”. In “Du kannst dich in diesem ruhigen Zimmer hinlegen” staat het aan het einde na “kannst” en benoemt het wat de aangesprokene kan doen. Je gebruikt het in een situatie waarin je iemand een plek aanbiedt om te rusten.
hoffe
“hoffe” betekent hier “hoop” en drukt de wens van de spreker uit om zich beter te voelen. In “Ich hoffe, dass ich mich bald besser fühle” leidt het de inhoud van die hoop in. Gebruik “Ich hoffe, dass” wanneer je een wens of verwachting uitspreekt.
dass
“dass” betekent hier “dat” en introduceert de inhoud van de hoop in “Ich hoffe, dass ich mich bald besser fühle”. In het deel na “dass” staat de informatie als een volledige bijzin, met “fühle” aan het einde. Gebruik “dass” om een gedachte, hoop of mededeling verder uit te werken.
bald
“bald” betekent hier “binnenkort” en geeft aan dat de spreker verwacht zich in de nabije toekomst beter te voelen. In “dass ich mich bald besser fühle” staat het bij de verwachte verbetering. Gebruik het voor iets dat niet nu, maar op korte termijn gebeurt.
besser
“besser” betekent “beter” en geeft in “dass ich mich bald besser fühle” een verbetering van de huidige toestand aan. Het hoort bij “fühle” om te beschrijven hoe de spreker zich later hoopt te voelen. Gebruik het wanneer een toestand gunstiger wordt dan nu.
Bleib
“Bleib” is een informele opdracht: “blijf”. In “Bleib hier” vraagt de spreker de ander om op dezelfde plaats te blijven. Je gebruikt deze vorm wanneer je één persoon rechtstreeks vraagt niet weg te gaan.
ruf
“ruf” is hier een informele opdracht met de betekenis “bel”. In “ruf mich an” vraagt de spreker om telefonisch contact op te nemen. Je gebruikt deze vorm wanneer je iemand rechtstreeks vraagt jou te bellen.
an
“an” is hier het tweede deel van het werkwoord in “ruf mich an”. Samen met “ruf” betekent de volledige uitdrukking “bel mij op”. Dit deel staat in de hoofdzin achteraan, terwijl “mich” ertussen staat.
wenn
“wenn” betekent hier “als” en introduceert de voorwaarde “wenn du etwas brauchst”. De spreker zegt dat de ander moet bellen in het geval dat die iets nodig heeft. Gebruik “wenn” om een voorwaarde of situatie aan te geven.
brauchst
“brauchst” betekent hier “nodig hebt” in “wenn du etwas brauchst”. Het beschrijft wat de aangesprokene eventueel nodig heeft en staat aan het einde van de bijzin. Gebruik het met “etwas” wanneer je zegt dat iemand iets nodig heeft.