Praten over een zere rug | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults talk about a sore back, sitting more comfortably, and standing up slowly..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Praten over een zere rug oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Mein Rücken tut weh.

main rukken toet vee. Mijn rug doet pijn.
B

Versuch, aufrecht zu sitzen.

ferzoech, aufresjt tsoe zitsen. Probeer rechtop te zitten.
A

Ich habe heute zu lange gesessen.

isj haabe hoite tsoe lange gezessen. Ik heb vandaag te lang gezeten.
B

Dehne dich langsam, wenn du kannst.

deene disj langzaam, ven doe kanst. Rek je langzaam uit als je kunt.
A

Dieser Stuhl ist bequemer.

diezer sjoel ist bekveemer. Deze stoel zit beter.
B

Bleib dort ein paar Minuten.

blaip dort ain paar minoeten. Blijf daar een paar minuten.
A

Eine kurze Pause sollte helfen.

aine koertse pauze sjolte helpen. Een korte pauze zou moeten helpen.
B

Bewege dich langsam, wenn du aufstehst.

bevee-ge disj langzaam, ven doe aufsjteest. Beweeg langzaam als je opstaat.

Uitleg van de zinnen

  1. Mein Rücken tut weh.

    Mijn rug doet pijn.

    Mein
    mijn
    Rücken
    rug
    tut weh
    doet pijn
    Uitgebreide uitleg

    Mein betekent hier “mijn”. Het is een bezittelijke bepaler: het geeft aan wie iets toebehoort. In het Duits hangt de vorm niet alleen van het geslacht af, maar ook van getal en naamval. Bij het mannelijke, enkelvoudige onderwerp Rücken in de nominatief staat hier mein; in bijvoorbeeld de accusatief zou je meinen zien: Ich bewege meinen Rücken. — “Ik beweeg mijn rug.” Rücken betekent hier “rug”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Rücken. Het meervoud is ook Rücken; het lidwoord of de context maakt dan duidelijk of het om enkelvoud of meervoud gaat. Voorbeeld: Mein Rücken ist müde. — “Mijn rug is moe.” tut weh betekent hier “doet pijn”. Het hoort bij het scheidbare werkwoord wehtun, “pijn doen”. In de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige tijd is de vervoegde vorm tut, terwijl weh aan het einde van de zin staat: Der Rücken tut weh. — “De rug doet pijn.” Bij een meervoudig onderwerp wordt dat tun weh: Meine Füße tun weh. — “Mijn voeten doen pijn.” Samen vormen Mein Rücken en tut weh de betekenis “Mijn rug doet pijn.” Mein Rücken is het onderwerp en tut weh zegt wat ermee aan de hand is.

  2. Versuch, aufrecht zu sitzen.

    Probeer rechtop te zitten.

    Versuch
    probeer
    aufrecht
    rechtop
    sitzen
    zitten
    Uitgebreide uitleg

    Versuch is hier de informele gebiedende wijs van versuchen (“proberen”). De vorm zonder onderwerp is gericht tot één persoon die je met du aanspreekt. De formele gebiedende wijs is Versuchen Sie ...; die gebruikt u hier dus niet. aufrecht beschrijft hier de houding waarin iemand zit: rechtop, met een rechte houding. Het is in deze zin een bijwoord bij sitzen, niet een verbogen vorm van een zelfstandig naamwoord. Hetzelfde woord kan ook als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld: eine aufrechte Haltung — “een rechte houding”. zu sitzen bestaat uit sitzen (“zitten”) met zu. Na versuchen volgt vaak zu + infinitief: Versuch, ruhig zu bleiben — “Probeer rustig te blijven.” sitzen is de infinitief; de verleden tijd en het voltooid deelwoord zijn respectievelijk saß en gesessen. Samen vormt Versuch, aufrecht zu sitzen een informele opdracht: Versuch geeft de aansporing, en aufrecht zu sitzen zegt wat de aangesprokene moet proberen te doen. De volledige betekenis is dus: “Probeer rechtop te zitten.”

  3. Ich habe heute zu lange gesessen.

    Ik heb vandaag te lang gezeten.

    Ich habe
    ik heb
    heute
    vandaag
    zu lange
    te lang
    gesessen
    gezeten
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe geeft hier de spreker als onderwerp weer: Ich is de eerste persoon enkelvoud van het persoonlijke voornaamwoord, en habe is de tegenwoordige vorm van haben bij ich. Samen vormen ze het hulpwerkwoordgedeelte van het Duitse perfectum. Bij een andere persoon verandert haben, bijvoorbeeld in Du hast lange gesessen. — Jij hebt lang gezeten. De volgende werkwoordsvorm bepaalt welke handeling wordt bedoeld. heute betekent vandaag en verwijst naar de huidige dag. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Voorbeeld: Heute arbeite ich. — Vandaag werk ik. zu lange betekent hier te lang: de duur van het zitten wordt als boven de passende of gewenste duur voorgesteld. lange is de bijwoordelijke vorm bij de duur; zu maakt daarvan te lang, niet alleen lang. Voorbeeld: Du hast zu lange gewartet. — Je hebt te lang gewacht. gesessen is het voltooid deelwoord van sitzen — zitten. De relevante vormketen is sitzen → saß → gesessen; gesessen is dus niet afgeleid van een vorm als gesitzt. In het perfectum staat dit deelwoord samen met een vorm van haben: Ich habe gesessen. — Ik heb gezeten. Het deelwoord zelf draagt hier niet de persoon; habe doet dat. Samen vormen de delen Ich habe + heute + zu lange + gesessen de betekenis: Ik heb vandaag te lang gezeten. Het perfectum presenteert het zitten als een voltooide gebeurtenis die met vandaag wordt verbonden; zu lange specificeert dat de duur langer was dan passend of gewenst.

  4. Dehne dich langsam, wenn du kannst.

    Rek je langzaam uit als je kunt.

    Dehne
    rek uit; strek
    dich
    jezelf; je
    langsam
    langzaam
    wenn du kannst
    als je kunt
    Uitgebreide uitleg

    Dehne is de gebiedende wijs van dehnen voor du: “strek uit” of “rek uit”. In deze zin is het een aansporing. Vergelijk: Dehn dich langsam. — “Rek je langzaam uit.” De werkwoordsvorm zelf draagt hier geen aparte naamvalsmarkering; het volgende dich maakt duidelijk op wie de handeling terugwerkt. dich is het wederkerend voornaamwoord in de vierde naamval (accusatief) bij du. Het verwijst hier naar de aangesprokene: du en dich horen bij dezelfde persoon. In andere personen verandert het wederkerende voornaamwoord: Ich dehne mich — “Ik rek me uit”; Wir dehnen uns — “Wij rekken ons uit.” langsam betekent hier “langzaam” en beschrijft hoe het uitrekken gebeurt. Het is een bijwoord en verandert daarom in deze zin niet mee met du of dich. Een bruikbaar contrast is schnell — “snel”: Dehne dich langsam, nicht schnell. — “Rek je langzaam uit, niet snel.” wenn du kannst is een voorwaardelijke bijzin: “als je kunt”. wenn leidt de voorwaarde in; in zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. kannst is de vorm van können bij du; du kannst betekent hier “je kunt”, waarbij de context aanvult wat je kunt doen. Vergelijk: Wenn du kannst, dehne dich. — “Als je kunt, rek je uit.” Samen vormen de delen een aansporing met een voorwaarde: Dehne dich = “rek je uit”, langsam geeft de manier aan, en wenn du kannst beperkt de aansporing tot het geval waarin je dat kunt. De volledige betekenis is dus: “Rek je langzaam uit als je kunt.”

  5. Dieser Stuhl ist bequemer.

    Deze stoel zit beter.

    Dieser
    deze
    Stuhl
    stoel
    ist
    is
    bequemer
    comfortabeler
    Uitgebreide uitleg

    Dieser betekent hier “deze” en verwijst naar een enkelvoudig mannelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie. De vorm hoort bij dieser (“deze/die” als aanwijzend woord); vergelijk bijvoorbeeld diese bij een vrouwelijk of meervoudig woord en dieses bij een onzijdig enkelvoudig woord. De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald: ook grammaticaal geslacht en naamval spelen mee. Stuhl betekent “stoel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Stuhl. In deze zin staat het als onderwerp na Dieser; het meervoud is Stühle. Voorbeeld: Der Stuhl ist alt. — “De stoel is oud.” ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De vorm past bij het enkelvoudige onderwerp Dieser Stuhl. De relevante reeks is: ich bin, du bist, er/sie/es ist. bequemer is de vergrotende trap van bequem (“comfortabel”). De basisvorm is bequem, de vergrotende vorm bequemer, en de overtreffende trap am bequemsten of, vóór een zelfstandig naamwoord, der bequemste. Hier beschrijft bequemer de stoel als comfortabeler dan een andere stoel of dan een eerder bedoelde mogelijkheid; die vergelijking wordt niet expliciet genoemd. In de vaste Nederlandse vertaling wordt dit natuurlijk weergegeven als “beter zitten”. Samen betekent Dieser Stuhl “deze stoel”, ist “is” en bequemer “comfortabeler”. De hele uiting betekent daarom: “Deze stoel zit beter.”

  6. Bleib dort ein paar Minuten.

    Blijf daar een paar minuten.

    Bleib
    blijf
    dort
    daar
    ein paar
    een paar
    Minuten
    minuten
    Uitgebreide uitleg

    Bleib is de gebiedende wijs van bleiben voor één aangesproken persoon in de informele vorm (du). bleiben betekent hier dat iemand op dezelfde plaats moet blijven; de vorm is geen verleden tijd. Voorbeeld: Bleib hier! — Blijf hier! De formele aanspreekvorm gebruikt een andere constructie: Bleiben Sie hier! dort betekent daar en verwijst naar een plaats die niet hier is. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon, getal of geslacht. Voorbeeld: Warte dort. — Wacht daar. ein paar is een vaste kwantificerende uitdrukking met de betekenis een paar of enkele. In deze zin bepaalt zij de hoeveelheid van Minuten; ein is hier niet op zichzelf een expliciete telling van precies één minuut. De uitdrukking kan ook met andere meervoudige zelfstandige naamwoorden worden gebruikt, bijvoorbeeld ein paar Tage — een paar dagen. Minuten is het meervoud van Minute. Het woord staat hier in de tijdsduuruitdrukking ein paar Minuten: zo wordt aangegeven hoe lang het blijven moet duren. Voorbeeld: Ich warte fünf Minuten. — Ik wacht vijf minuten. Samen vormen de delen een bevel: Bleib dort zegt waar de aangesproken persoon moet blijven, en ein paar Minuten geeft de duur aan. De volledige betekenis is: Blijf daar een paar minuten.

  7. Eine kurze Pause sollte helfen.

    Een korte pauze zou moeten helpen.

    kurze
    korte
    Pause
    pauze
    sollte
    zou moeten
    helfen
    helpen
    Uitgebreide uitleg

    kurze betekent hier “korte” en is de verbogen vorm van kurz. Het bijvoeglijk naamwoord staat in het vrouwelijk enkelvoud omdat het bij Pause hoort. Na het onbepaalde lidwoord eine krijgt het hier de uitgang -e; dit is gemengde verbuiging, niet zwakke verbuiging. Vergelijk: eine kurze Pause — “een korte pauze”; ein kurzer Moment — “een kort moment”. Pause is een zelfstandig naamwoord voor een onderbreking waarin je tijdelijk stopt. Het is vrouwelijk: die Pause. Het meervoud is Pausen. Voorbeeld: Wir machen eine Pause. — “We nemen een pauze.” sollte is hier de vorm van sollen bij de derde persoon enkelvoud. In deze zin, met de betekenis van de vaste Nederlandse vertaling, drukt het samen met helfen uit dat de pauze naar verwachting of volgens de bedoeling zou moeten helpen. De vorm sollte kan in een andere context ook de verleden tijd van sollen zijn. Voorbeeld: Das sollte funktionieren. — “Dat zou moeten werken.” helfen is de infinitief van helfen, “helpen”. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat het andere werkwoord in de infinitief: Das sollte helfen. — “Dat zou moeten helpen.” De infinitief blijft daarbij onveranderd; de persoonsinformatie zit in sollte. Samen vormen Eine kurze Pause het onderwerp: “een korte pauze”. sollte helfen zegt wat die pauze volgens de spreker zou moeten doen. De volledige betekenis is daarom: “Een korte pauze zou moeten helpen.”

  8. Bewege dich langsam, wenn du aufstehst.

    Beweeg langzaam als je opstaat.

    Bewege dich
    beweeg je
    langsam
    langzaam
    wenn
    als
    aufstehst
    opstaat
    Uitgebreide uitleg

    Bewege dich betekent hier: beweeg jezelf, dus “beweeg je”. Het is de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon van sich bewegen (“zich bewegen”). Bewege komt van bewegen; dich is de wederkerende vorm voor de aangesproken persoon in de vierde naamval. Vergelijk als voorbeeld: Bewege dich vorsichtig. — “Beweeg je voorzichtig.” langsam beschrijft hoe de beweging moet gebeuren: langzaam. Het is hier een bijwoord en verandert daarom niet mee met een zelfstandig naamwoord. Een bruikbaar contrast is schnell (“snel”): Bewege dich schnell. — “Beweeg je snel.” wenn leidt een bijzin in met de betekenis “als” of “wanneer”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. Het verwijst hier naar de voorwaarde of het moment waarop de aangesproken persoon opstaat, niet naar een nieuwe opdracht. aufstehst komt van het scheidbare werkwoord aufstehen (“opstaan”). Dit is de tegenwoordige tijd voor du: du stehst auf; in de bijzin staat het hele werkwoord aan het einde als du aufstehst. Het voorvoegsel auf- blijft dus met de werkwoordsvorm verbonden in de bijzin. Voorbeeld: Wenn du aufstehst, trink Wasser. — “Als je opstaat, drink dan water.” Samen vormen de delen de instructie: beweeg je langzaam op het moment dat je opstaat. De gebiedende wijs staat vooraan; wenn introduceert de bijzin, waarin aufstehst achteraan staat.

Grammatica

wenn + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Wenn du zu lange sitzt, tut dein Rücken weh.

ven doe tsoe lange zitst, toet dain rukken vee.

Als je te lang zit, doet je rug pijn.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin: wenn du zu lange sitzt.

Duits woordenschat

aufrecht bijwoord
aufresjt rechtop
dehnen werkwoord
deenen rekken Dehne
heute bijwoord
hoite vandaag
können werkwoord
keunnen kunnen kannst
langsam bijwoord
langzaam langzaam
Rücken zelfstandig naamwoord
rukken rug
sitzen werkwoord
zitsen zitten
Stuhl zelfstandig naamwoord
sjoel stoel
versuchen werkwoord
ferzoechen proberen Versuch
wehtun werkwoord
veetoen pijn doen tut weh
wenn voegwoord
ven als
zu lange bijwoord
tsoe lange te lang

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Mijn rug doet pijn.

Antwoord tonenMein Rücken tut weh.

Probeer rechtop te zitten.

Antwoord tonenVersuch, aufrecht zu sitzen.

Ik heb vandaag te lang gezeten.

Antwoord tonenIch habe heute zu lange gesessen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

rekken

Antwoord tonenDehne

langzaam

Antwoord tonenlangsam

rug

Antwoord tonenRücken

zitten

Antwoord tonensitzen