Mein
Mein betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de rug bij de spreker hoort. In de dialoog staat het in Mein Rücken, wanneer iemand over zijn eigen pijn praat.
Rücken
Rücken betekent hier ‘rug’, het lichaamsdeel waarover de spreker pijn meldt. Je gebruikt het bijvoorbeeld samen met een bezittelijk woord, zoals in Mein Rücken.
tut weh
tut weh betekent hier ‘doet pijn’ of ‘is pijnlijk’; de hele uitdrukking geeft aan dat iets pijn veroorzaakt of pijn doet. tut is de werkwoordsvorm in de uitdrukking en weh voegt de betekenis van pijn toe. De gebruikelijke structuur is dat het pijnlijke lichaamsdeel vóór tut weh staat, zoals in Mein Rücken tut weh.
Versuch
Versuch betekent hier ‘probeer’ en is een aansporing aan de ander. Het is de vorm van versuchen die in Vers uch, aufrecht zu sitzen staat. Je kunt deze aansporing gebruiken wanneer je iemand praktisch advies geeft.
aufrecht
aufrecht betekent hier ‘rechtop’ en beschrijft de houding waarin iemand moet zitten. In aufrecht zu sitzen staat het direct bij de handeling zitten. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij advies over een rechte zithouding.
zu
zu markeert hier de infinitiefconstructie in aufrecht zu sitzen. Het staat direct vóór zitten na de aansporing Versuch. Deze constructie gebruik je om te zeggen wat iemand moet proberen te doen.
sitzen
sitzen betekent hier ‘zitten’ en is de vorm die volgt op zu in aufrecht zu sitzen. De zin gaat over proberen rechtop te zitten. Je gebruikt sitzen wanneer je iemands zithouding of verblijf in zittende positie beschrijft.
Ich
Ich betekent ‘ik’ en is het woord waarmee de spreker naar zichzelf verwijst. In Ich habe heute zu lange gesessen vormt het de persoon die vertelt wat er is gebeurd. Je gebruikt Ich als onderwerp wanneer je over je eigen ervaring praat.
habe
habe betekent hier ‘heb’ en vormt samen met gesessen de zin over iets wat eerder is gebeurd. Het is de vorm van haben die bij Ich staat in Ich habe heute zu lange gesessen. Je gebruikt deze combinatie om over een voltooide eigen handeling te vertellen.
heute
heute betekent ‘vandaag’ en geeft aan wanneer het lange zitten plaatsvond. In Ich habe heute zu lange gesessen staat het bij de beschrijving van die handeling. Je gebruikt het om een gebeurtenis aan de huidige dag te koppelen.
lange
lange betekent hier ‘lang’ of ‘gedurende lange tijd’ en beschrijft de duur van het zitten. In zu lange maakt zu samen met lange duidelijk dat die duur te groot was. Je gebruikt het bij handelingen of situaties die een bepaalde tijd duren.
gesessen
gesessen betekent hier ‘gezeten’ en verwijst naar de eerdere handeling van zitten. Het is de vorm van sitzen die in Ich habe heute zu lange gesessen samen met habe wordt gebruikt. Je gebruikt deze vorm om een eerdere zitperiode te beschrijven.
Dehne
Dehne betekent hier ‘rek je uit’ en geeft de ander een directe instructie. Het is de vorm van dehnen in Dehne dich langsam, wenn du kannst. Je gebruikt deze aansporing wanneer je iemand adviseert om het lichaam voorzichtig te strekken.
dich
dich betekent hier ‘jezelf’ en verwijst naar de persoon die de beweging uitvoert. In Dehne dich beschrijft het dat die persoon zichzelf uitrekt. Je gebruikt het in deze constructie samen met een handeling die iemand op zichzelf uitvoert.
langsam
langsam betekent hier ‘langzaam’ en beschrijft hoe de beweging moet worden uitgevoerd. In Dehne dich langsam en Bewege dich langsam geeft het voorzichtigheid bij lichamelijke beweging aan. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt een handeling niet snel uit te voeren.
wenn
wenn verbindt hier een handeling met een voorwaarde of een moment. In wenn du kannst betekent het ‘als je kunt’, en in wenn du aufstehst ‘wanneer je opstaat’. Je gebruikt wenn om een voorwaarde of tijdstip aan een andere zin te koppelen.
kannst
kannst betekent hier ‘kunt’ en geeft in wenn du kannst aan dat de ander in staat is om iets te doen. Het is de vorm van können die bij du staat. Je gebruikt deze combinatie om advies afhankelijk te maken van wat iemand aankan.
Dieser
Dieser betekent hier ‘deze’ en wijst naar een specifieke stoel. In Dieser Stuhl verwijst het naar de stoel waarover de spreker een oordeel geeft. Je gebruikt het wanneer je één bepaald voorwerp aanwijst of onderscheidt.
Stuhl
Stuhl betekent hier ‘stoel’, het meubel waarop iemand zit. In Dieser Stuhl ist bequemer wordt deze stoel met een andere zitmogelijkheid vergeleken. Je gebruikt Stuhl wanneer je naar een stoel verwijst in een huiselijke of andere zitomgeving.
ist
ist betekent hier ‘is’ en verbindt Dieser Stuhl met de eigenschap bequemer. In Dieser Stuhl ist bequemer geeft het aan hoe de stoel wordt ervaren. Je gebruikt ist om een voorwerp of persoon met een beschrijving te verbinden.
bequemer
bequemer betekent hier ‘comfortabeler’ of ‘gemakkelijker om op te zitten’. De vorm vergelijkt Dieser Stuhl met een andere stoel of zitplaats. Je gebruikt het wanneer je het comfort van twee mogelijkheden met elkaar vergelijkt.
Bleib
Bleib betekent hier ‘blijf’ en is een directe instructie aan de ander. Samen met dort vormt het Bleib dort, dus het verzoek om op die plaats te blijven. Je gebruikt deze aansporing wanneer iemand niet van zijn huidige plaats moet weggaan.
dort
dort betekent hier ‘daar’ en verwijst naar de plaats waar de ander zit. In Bleib dort geeft het aan op welke plek de ander moet blijven. Je gebruikt dort om naar een bepaalde plaats buiten de directe sprekerpositie te verwijzen.
ein
ein is hier onderdeel van ein paar Minuten en draagt bij aan de betekenis ‘een paar minuten’. Het verwijst dus niet alleen naar één minuut, maar werkt samen met paar om een kleine hoeveelheid aan te geven. Je gebruikt deze combinatie wanneer je een korte, niet precies bepaalde duur noemt.
paar
paar betekent hier ‘paar’ of ‘enkele’ en geeft samen met ein een kleine hoeveelheid aan. In ein paar Minuten gaat het om enkele minuten. Je gebruikt het bijvoorbeeld om een korte wachttijd of duur te beschrijven zonder een exact aantal te noemen.
Minuten
Minuten betekent hier ‘minuten’ en noemt de tijdseenheid in ein paar Minuten. De combinatie geeft aan hoelang de ander daar moet blijven. Je gebruikt Minuten om een korte of langere duur precies in tijd uit te drukken.
Eine
Eine betekent hier ‘een’ en introduceert één niet nader bepaalde pauze. In Eine kurze Pause beschrijft het samen met kurze en Pause een korte rustperiode. Je gebruikt het wanneer je een pauze voorstelt zonder dat die al eerder specifiek is genoemd.
kurze
kurze betekent hier ‘korte’ en beschrijft de beperkte duur van de pauze. In Eine kurze Pause staat het direct bij Pause. Je gebruikt het om een pauze of andere tijdsduur als kort te omschrijven.
Pause
Pause betekent hier ‘pauze’ of ‘rustmoment’, bedoeld om even niet actief te zijn. In Eine kurze Pause sollte helfen wordt de pauze als mogelijke verlichting voor de rug genoemd. Je gebruikt Pause wanneer iemand tijdelijk stopt met een activiteit om te rusten.
sollte
sollte betekent hier ‘zou moeten’ en drukt een voorzichtige verwachting of aanbeveling uit. In sollte helfen maakt het de uitspraak minder absoluut: de pauze wordt als waarschijnlijk nuttig voorgesteld. Je gebruikt sollte helpen wanneer je een mogelijke oplossing of geruststellend advies geeft.
helfen
helfen betekent hier ‘helpen’ en noemt het gewenste effect van de korte pauze. Het staat in sollte helfen als de handeling die volgens de spreker verlichting kan geven. Je gebruikt het om te zeggen dat iets een probleem kan verlichten of ondersteunen.
Bewege
Bewege betekent hier ‘beweeg’ en is een directe instructie aan de ander. In Bewege dich langsam gaat het om voorzichtig bewegen bij het opstaan. Je gebruikt deze aansporing wanneer je iemand vraagt zijn lichaam of een lichaamsdeel te verplaatsen.
du
du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon tegen wie de ander spreekt. In wenn du kannst en wenn du aufstehst is du degene die iets kan doen of opstaat. Je gebruikt du voor een directe, informele aanspreekvorm.
aufstehst
aufstehst betekent hier ‘opstaat’ en noemt het moment waarop iemand vanuit een zittende of andere positie omhoogkomt. In wenn du aufstehst wordt dat moment verbonden met het advies Bewege dich langsam. Het is de vorm van aufstehen die bij du staat en je gebruikt haar in een bijzin over het opstaan van de aangesprokene.