Een gedeelde keuken schoon houden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared kitchen, two adults talk about washing a cup, wiping the table, and putting trash in the right bin..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gedeelde keuken schoon houden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich meine Tasse hier abwaschen?

kan ich mai-nuh tassuh hier ap-va-sjuhn? Kan ik hier mijn kopje afwassen?
B

Benutze die Spüle links.

buh-noetsuh die sjpuuluh links. Gebruik de gootsteen aan de linkerkant.
A

Ich möchte den Raum sauber halten.

isj meusjtuh dehn rauwm zaou-buh haltuhn. Ik wil de ruimte schoon houden.
B

Bitte wisch den Tisch ab, wenn du fertig bist.

bit-tuh visj dehn tisj ap, ven doe fer-tik bist. Veeg de tafel af als je klaar bent.
A

Kommt der Müll in diesen Mülleimer?

komt dehr mul in die-zuhn mul-ai-muh? Hoort het afval in deze bak?
B

Tu es in den Mülleimer neben der Tür.

toe es in dehn mul-ai-muh nee-buhn dehr tuur. Doe het in de bak bij de deur.
A

Ich kümmere mich jetzt darum.

isj kumeruh misj yets da-roem. Ik zorg er nu voor.
B

So bleibt die Küche für alle bereit.

zo blaipt die kuusjuh fuur alluh buh-rait. Zo blijft de keuken klaar voor iedereen.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich meine Tasse hier abwaschen?

    Kan ik hier mijn kopje afwassen?

    Kann ich
    kan ik
    meine
    mijn
    Tasse
    kopje
    hier
    hier
    abwaschen
    afwassen
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich betekent hier: “kan/mag ik …?” Het is de eerste persoon enkelvoud van können (“kunnen”), met ich als onderwerp. In deze vraag staat de persoonsvorm vooraan; het onderwerp volgt meteen daarna. Het kan zowel mogelijkheid als toestemming uitdrukken, maar in deze zin vraagt de spreker of het afwassen hier toegestaan of mogelijk is. Voorbeeld: Kann ich hier sitzen? — “Kan ik hier zitten?” meine verwijst hier naar de bezitter van de kop: “mijn”. De vorm hoort bij Tasse: een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud, hier als lijdend voorwerp. Het bezittelijk woord krijgt dus deze vorm in deze naamval; het betekent niet op zichzelf “één”. Een bruikbaar contrast is mein Becher — “mijn beker”, tegenover meine Tasse — “mijn kopje/kop”. Tasse betekent hier “kopje” of “kop”, in het bijzonder een drinkvat. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tasse. In de zin is het de zaak die wordt afgewassen. Voorbeeld: Die Tasse ist sauber. — “Het kopje is schoon.” hier betekent “hier”, dus op de plaats waar de vraag wordt gesteld. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. In combinatie met abwaschen bepaalt het de plaats van de handeling: “hier afwassen”. abwaschen betekent “afwassen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een hoofdzin staat het voorvoegsel ab normaal los van waschen, maar in deze vraag staat het volledige infinitief aan het einde, omdat können de infinitief gebruikt. Het werkwoord waschen betekent “wassen”; abwaschen specificeert hier het afwassen van een voorwerp. Voorbeeld: Ich wasche die Tasse ab. — “Ik was het kopje af.” Samen vormt de zin de vraag Kann ich ... abwaschen?: “Kan/mag ik ... afwassen?” meine Tasse is het lijdend voorwerp, en hier geeft de plaats aan. De volledige betekenis is: “Kan ik hier mijn kopje afwassen?”

  2. Benutze die Spüle links.

    Gebruik de gootsteen aan de linkerkant.

    Benutze
    gebruik
    Spüle
    gootsteen
    links
    aan de linkerkant
    Uitgebreide uitleg

    Benutze is de gebiedende wijs van benutzen (“gebruiken”). De vorm spreekt één persoon informeel aan: Benutze ...! In een formele aanspreekvorm gebruikt het Duits Benutzen Sie ...!. Voorbeeld: Benutze diesen Stift. — “Gebruik deze pen.” Spüle betekent hier “gootsteen”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Spüle; na benutzen staat het lijdend voorwerp, dus de accusatief. Bij dit woord zijn nominatief en accusatief in het enkelvoud allebei die Spüle. Het meervoud is die Spülen. Voorbeeld: Die Spüle ist sauber. — “De gootsteen is schoon.” links is hier een bijwoord dat een plaats aan de linkerkant aanduidt. Het verandert niet mee met Spüle, omdat het geen bijvoeglijk naamwoord is dat een zelfstandig naamwoord verbuigt. Voorbeeld: Warte links. — “Wacht links.” Samen vormt Benutze die Spüle links. een directe instructie: gebruik de gootsteen die zich aan de linkerkant bevindt. Benutze geeft de opdracht, die Spüle is wat gebruikt moet worden en links geeft de plaats ervan aan.

  3. Ich möchte den Raum sauber halten.

    Ik wil de ruimte schoon houden.

    Ich möchte
    ik wil
    den Raum
    de ruimte
    sauber
    schoon
    halten
    houden
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier “ik wil”. Ich is het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud. möchte is de vorm voor “ik” van möchten, de beleefde of zachtere manier om een wens uit te drukken. Het volgende werkwoord staat als infinitief aan het einde: Ich möchte schlafen. = “Ik wil slapen.” den Raum betekent “de ruimte”. Raum is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Räume. den is hier het bepaald lidwoord bij een mannelijk zelfstandig naamwoord in het accusatief enkelvoud. Die vorm laat zien dat de ruimte het directe object is van halten; den drukt op zichzelf geen aantal uit. sauber betekent hier “schoon”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na halten zonder uitgang staat. Vergelijk: Der Raum ist sauber. = “De ruimte is schoon.” In Ich halte den Tisch sauber. = “Ik houd de tafel schoon.” beschrijft sauber de toestand die iemand in stand houdt. halten betekent hier “houden” of “in een bepaalde toestand houden”. Het staat als infinitief na möchte. De combinatie etwas sauber halten is een herbruikbaar patroon: “iets schoon houden”. Bijvoorbeeld: Wir möchten die Küche sauber halten. = “Wij willen de keuken schoon houden.” Samen vormen de delen: Ich möchte + den Raum + sauber halten: “Ik wil de ruimte schoon houden.” De spreker drukt dus de wens uit om ervoor te zorgen dat de ruimte schoon blijft.

  4. Bitte wisch den Tisch ab, wenn du fertig bist.

    Veeg de tafel af als je klaar bent.

    Bitte
    alsjeblieft
    wisch
    veeg
    Tisch
    tafel
    ab
    af
    fertig
    klaar
    wenn du fertig bist
    als je klaar bent
    Uitgebreide uitleg

    Bitte maakt het verzoek beleefd: “alsjeblieft”. Het staat hier aan het begin, maar kan ook na de gebiedende wijs staan, bijvoorbeeld: Komm bitte! — “Kom alsjeblieft!” wisch is de gebiedende wijs voor du van wischen (“vegen”). De vorm spreekt één persoon informeel aan. Voor een beleefd verzoek gebruikt het Duits bijvoorbeeld Wischen Sie ..., niet wisch. Tisch betekent hier “tafel”. den Tisch is het lijdend voorwerp van wisch ... ab; het bepaalde lidwoord den markeert hier onder meer de accusatief van het mannelijk enkelvoud. De basisvorm is der Tisch in de nominatief, maar na een werkwoord als abwischen staat het voorwerp in deze zin in de accusatief. ab hoort bij abwischen, een scheidbaar werkwoord: ab-wischen betekent “afvegen”. In de gebiedende hoofdzin staat het vervoegde deel wisch op de eerste plaats en komt het voorvoegsel ab aan het einde: Wisch den Tisch ab. In een bijzin blijft het werkwoord bij elkaar en staat het vervoegde werkwoord achteraan, bijvoorbeeld: ..., weil du den Tisch abwischst. — “... omdat je de tafel afveegt.” fertig is een bijvoeglijk naamwoord en betekent hier “klaar”. Het beschrijft de toestand van de aangesprokene; het is niet de betekenis van bist zelf. Een bruikbaar contrast is noch nicht fertig — “nog niet klaar”. Voor een andere persoon kan het bijvoeglijk naamwoord in deze constructie dezelfde vorm houden: Sie ist fertig — “Zij is klaar.” wenn du fertig bist betekent “als je klaar bent”. wenn leidt hier een voorwaardelijke bijzin in. du is de informele tweede persoon enkelvoud; bist is de vorm van sein (“zijn”) bij du. In deze bijzin staat bist achteraan, terwijl fertig ervoor staat: letterlijk is de structuur “als jij klaar bent”. Wenn kan ook een herhaalde of toekomstige voorwaarde inleiden; hier geeft de vaste vertaling de voorwaarde “als je klaar bent” aan. Samen bestaat de zin uit het beleefde verzoek Bitte wisch den Tisch ab en de voorwaarde wenn du fertig bist. De scheidbare delen wisch ... ab betekenen samen “veeg ... af”, en den Tisch is wat wordt afgeveegd. De volledige betekenis is: “Veeg de tafel af als je klaar bent.”

  5. Kommt der Müll in diesen Mülleimer?

    Hoort het afval in deze bak?

    Kommt
    hoort / komt terecht
    der Müll
    het afval
    diesen
    deze
    Mülleimer
    bak / vuilnisbak
    Uitgebreide uitleg

    Kommt is de derde persoon enkelvoud van kommen in de tegenwoordige tijd. In deze vraag betekent het niet alleen letterlijk “komt”, maar “komt ergens terecht” of, passend bij de vaste vertaling, “hoort ergens”. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Kommt ...? betekent “Hoort/komt ...?” der Müll betekent hier “het afval”. Müll is een mannelijk zelfstandig naamwoord; der markeert hier de nominatief, omdat het afval het onderwerp is van kommt. Een nuttig onderscheid is Müll voor afval als massa of geheel tegenover ein Stück Müll voor één afzonderlijk stuk afval. diesen betekent “deze” en hoort bij het mannelijke zelfstandig naamwoord Mülleimer. De vorm diesen is hier de accusatief enkelvoud mannelijk; de nominatiefvorm is dieser, bijvoorbeeld in Dieser Mülleimer ist voll. — “Deze vuilnisbak is vol.” Mülleimer betekent “vuilnisbak” of “bak”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Mülleimer. In het meervoud blijft de vorm Mülleimer, bijvoorbeeld zwei Mülleimer — “twee vuilnisbakken”. Samen vormen in diesen Mülleimer de bestemming: “in deze vuilnisbak”. Bij in gebruikt het Duits de accusatief wanneer iets ergens naartoe gaat of ergens in terechtkomt; daarom staat hier diesen Mülleimer. De hele vraag betekent dus: Kommt der Müll in diesen Mülleimer? — “Hoort het afval in deze bak?”

  6. Tu es in den Mülleimer neben der Tür.

    Doe het in de bak bij de deur.

    Tu es
    doe het
    Mülleimer
    afvalbak
    neben
    naast
    Tür
    deur
    Uitgebreide uitleg

    Tu es is hier een korte gebiedende constructie: tu is de gebiedende wijs van tun (“doen”), en es is het voornaamwoord “het”. Samen betekent dit hier “doe het” of, door de rest van de zin, “stop het”. De gebiedende wijs voor één persoon gebruikt hier geen onderwerpelijk voornaamwoord: Tu es ... is dus niet “jij doet ...”. Mülleimer betekent “afvalbak” of “prullenbak”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; de bepaalde vorm is der Mülleimer. In deze zin staat het na de bewegingsrichting in: in den Mülleimer betekent “in de afvalbak”. Bij plaatsen of bewegen naar binnen gebruikt in hier de vierde naamval: der wordt den. Vergelijk: Der Müll kommt in den Mülleimer. — “Het afval gaat in de afvalbak.” neben betekent “naast”. Bij een vaste plaats staat daarna hier de derde naamval: neben der Tür — “naast de deur”. Tür is vrouwelijk; daarom is de bepaalde vorm in de derde naamval der Tür. Bij beweging naar een positie kan neben ook met de vierde naamval voorkomen, bijvoorbeeld: Stell den Eimer neben die Tür. — “Zet de emmer naast de deur.” Tür betekent “deur”. De basisvorm is die Tür; in der Tür markeert der hier de derde naamval na het plaatsaanduidende neben, niet een verandering van het woord Tür zelf. De volledige structuur is Tu es in den Mülleimer neben der Tür: eerst de opdracht “doe het”, daarna de bestemming “in de afvalbak”, en ten slotte de plaatsbepaling “naast de deur”. De vaste vertaling geeft dit weer als: “Doe het in de bak bij de deur.”

  7. Ich kümmere mich jetzt darum.

    Ik zorg er nu voor.

    kümmere mich … darum
    ervoor zorgen
    jetzt
    nu
    Uitgebreide uitleg

    kümmere mich: Dit is de vorm in de eerste persoon enkelvoud van sich kümmern in de tegenwoordige tijd. mich is het wederkerend voornaamwoord dat bij ich hoort: ich kümmere mich. De constructie sich um etwas kümmern betekent dat je voor iets zorgt of iets op je neemt. Voorbeeld: Ich kümmere mich um die Küche. — Ik zorg voor de keuken. darum: Dit is een verwijzend bijwoord bij um; het verwijst hier naar de zaak waarvoor de spreker zorgt. Samen met sich kümmern geeft darum hier de betekenis “ervoor”. Als er een zelfstandig naamwoord wordt genoemd, staat vaak um met dat zelfstandig naamwoord: Ich kümmere mich um die Küche. jetzt: Dit betekent “nu” en plaatst de handeling in het huidige moment. Het verandert niet de persoon of de tijdsvorm van het werkwoord. Samen vormen de delen Ich kümmere mich jetzt darum. de betekenis: “Ik zorg er nu voor.” Ich kümmere mich zegt wie de handeling uitvoert en gebruikt de wederkerende vorm; jetzt zegt wanneer dat gebeurt; darum verwijst naar datgene waarvoor de spreker zorgt. De tegenwoordige tijd kan hier, net als in de Nederlandse vertaling, een handeling in het huidige moment uitdrukken.

  8. So bleibt die Küche für alle bereit.

    Zo blijft de keuken klaar voor iedereen.

    So
    zo
    bleibt
    blijft
    Küche
    keuken
    für alle
    voor iedereen
    bereit
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “zo” of “op die manier” en knoopt de zin aan de voorafgaande handeling. Als zo’n bijwoord vooraan staat, blijft Duits een werkwoord-op-de-tweede-plaats-zin maken: So bleibt .... Voorbeeld: Heute bleibt die Tür offen. — “Vandaag blijft de deur open.” bleibt is de vorm van bleiben bij de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: bleiben — “blijven”, er/sie/es bleibt — “hij/zij/het blijft”. Hier beschrijft het dat de keuken in een bepaalde toestand blijft; het is dus niet simpelweg een vorm van sein (“zijn”). Voorbeeld: Das Wasser bleibt warm. — “Het water blijft warm.” die Küche betekent “de keuken”. Küche is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. die is hier het vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat die Küche het onderwerp is. Het lidwoord volgt dus niet alleen uit enkelvoud, maar ook uit het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Die Küche ist groß. — “De keuken is groot.” für alle betekent hier “voor iedereen”. für regeert de accusatief; alle is hier zelfstandig gebruikt voor alle betrokken personen. In een andere context kan alle ook naar andere meervoudige referenten verwijzen, maar de vaste vertaling geeft hier de lezing “iedereen”. Voorbeeld: Das Angebot ist für alle. — “Het aanbod is voor iedereen.” bereit betekent “klaar” of “gereed”. Na bleiben staat het als gezegde bij het onderwerp en krijgt het geen verbuigingsuitgang: Die Küche bleibt bereit, niet een verbogen vorm van bereit. Als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord kan het wél een uitgang krijgen, bijvoorbeeld eine bereite Lösung — “een gereedstaande oplossing”; dat is een ander gebruik. Samen betekent So bleibt die Küche für alle bereit.: “Zo blijft de keuken klaar voor iedereen.” De volgorde maakt So tot het vooropgeplaatste element, bleibt tot de persoonsvorm op de tweede positie, en die Küche tot het onderwerp. bereit benoemt de toestand waarin de keuken blijft, terwijl für alle aangeeft voor wie die toestand bedoeld is.

Grammatica

sich um etwas kümmern

Ich kümmere mich darum.

isj kumeruh misj da-roem.

Ik zorg daarvoor.

Bij kümmern gebruik je mich en darum; dit is een vaste wederkerende uitdrukking.

neben + Dativ

neben der Tür

nee-buhn dehr tuur

naast de deur

Bij een plaatsaanduiding krijgt het zelfstandig naamwoord na neben de datief: der Tür.

Duits woordenschat

abwaschen werkwoord
ap-va-sjuhn afwassen
Benutze werkwoord
buh-noetsuh gebruik
fertig bijvoeglijk naamwoord
fer-tik klaar
halten werkwoord
haltuhn houden
links bijwoord
links links
Müll zelfstandig naamwoord
mul afval
Raum zelfstandig naamwoord
rauwm ruimte
sauber bijvoeglijk naamwoord
zaou-buh schoon
Spüle zelfstandig naamwoord
sjpuuluh gootsteen
Tasse zelfstandig naamwoord
tassuh kopje
Tisch zelfstandig naamwoord
tisj tafel
wisch werkwoord
visj veeg af

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik hier mijn kopje afwassen?

Antwoord tonenKann ich meine Tasse hier abwaschen?

Gebruik de gootsteen aan de linkerkant.

Antwoord tonenBenutze die Spüle links.

Ik wil de ruimte schoon houden.

Antwoord tonenIch möchte den Raum sauber halten.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

schoon

Antwoord tonensauber

houden

Antwoord tonenhalten

links

Antwoord tonenlinks

afwassen

Antwoord tonenabwaschen