Kann
Kann betekent hier ‘kan’ of ‘mag’: de spreker vraagt of werken mogelijk of toegestaan is. Het is de vorm van können in een vraag en staat vooraan in het vraagpatroon met ich en een werkwoord aan het einde.
ich
ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. Het komt voor in zowel Kann ich als Ich kann; gebruik ich om over jezelf te spreken.
in
in geeft hier aan dat het werken binnen een bepaalde ruimte plaatsvindt, namelijk in diesem Gemeinschaftsbüro. Het staat vóór de aanduiding van de ruimte.
diesem
diesem betekent hier ‘dit’ en verwijst naar het gedeelde kantoor waarover de spreker vraagt. In in diesem Gemeinschaftsbüro staat het direct vóór het zelfstandig naamwoord.
Gemeinschaftsbüro
Gemeinschaftsbüro betekent hier ‘gedeeld kantoor’: een kantoor dat door meerdere mensen wordt gebruikt. In in diesem Gemeinschaftsbüro benoemt het de plaats waar iemand wil werken.
arbeiten
arbeiten betekent hier ‘werken’. Het is het werkwoord aan het einde van Kann ich in diesem Gemeinschaftsbüro arbeiten en staat na kann in de infinitiefvorm.
Nimm
Nimm betekent hier ‘neem’ of, in deze situatie, ‘kies’. Het is de vorm van nehmen in een directe instructie: Nimm einen freien Schreibtisch.
einen
einen betekent hier ‘een’ en introduceert een bureau dat gekozen kan worden. Het hoort bij de woordgroep einen freien Schreibtisch en staat vóór de beschrijving en het zelfstandig naamwoord.
freien
freien betekent hier ‘vrije’ of ‘beschikbare’ en beschrijft de Schreibtisch als niet bezet. In einen freien Schreibtisch staat het vóór het zelfstandig naamwoord.
Schreibtisch
Schreibtisch betekent hier ‘bureau’ of ‘werktafel’. Het woord komt voor in Nimm einen freien Schreibtisch en wordt later opnieuw gebruikt met den Schreibtisch.
den
den betekent hier ‘de’ en verwijst naar het bureau waarover in het gesprek al wordt gesproken. In den Schreibtisch is het onderdeel van de woordgroep voor het bureau dat iemand gebruikt of schoon achterlaat.
bei
bei betekent hier ‘bij’ of ‘vlak bij’ en geeft de ligging van het bureau ten opzichte van de deur aan. In bei der Tür staat het vóór de plaatsaanduiding.
der
der betekent hier ‘de’ in de plaatsaanduidingen bei der Tür en an der Wand. Het staat direct vóór Tür en Wand en maakt beide woordgroepen compleet.
Tür
Tür betekent hier ‘deur’: het bureau staat bij de deur. De volledige plaatsaanduiding is bei der Tür.
benutzen
benutzen betekent hier ‘gebruiken’. In Ich kann den Schreibtisch bei der Tür benutzen staat het na kann in de infinitiefvorm en noemt het wat de spreker met het bureau wil doen.
Lass
Lass betekent hier ‘laat’ in de betekenis ‘laat iets in een bepaalde toestand blijven’. Het is de vorm van lassen in een directe instructie: Lass den Schreibtisch sauber.
sauber
sauber betekent hier ‘schoon’ en beschrijft de toestand waarin het bureau moet worden achtergelaten. In Lass den Schreibtisch sauber geeft het aan hoe het bureau na gebruik moet blijven.
wenn
wenn betekent hier ‘wanneer’ en introduceert het moment waarop de aangesproken persoon klaar is. Het verbindt de instructie met de bijzin wenn du fertig bist.
du
du betekent hier ‘jij’ en verwijst naar de persoon die het bureau gebruikt. In wenn du fertig bist spreekt de ander die persoon rechtstreeks aan.
fertig
fertig betekent hier ‘klaar’ of ‘af’, namelijk klaar met het werken aan het bureau. In du fertig bist beschrijft het de toestand van de aangesproken persoon.
bist
bist betekent hier ‘bent’ in du fertig bist. Het is de vorm van sein bij du en verbindt de persoon met de toestand fertig.
brauche
brauche betekent hier ‘heb nodig’. Het is de vorm van brauchen bij ich in Ich brauche einen ruhigen Platz en drukt uit dat de spreker een rustige plek nodig heeft.
ruhigen
ruhigen betekent hier ‘rustige’ en beschrijft de gewenste plek. In einen ruhigen Platz staat het vóór Platz en geeft het aan dat de plek geschikt moet zijn om rustig te werken.
Platz
Platz betekent hier ‘plek’ of ‘plaats’, in deze context een werkplek in het kantoor. De volledige woordgroep is einen ruhigen Platz.
Probier
Probier betekent hier ‘probeer’. Het is de vorm van probieren in een informele directe aanbeveling en hoort samen met aus bij Probier den Schreibtisch an der Wand aus.
an
an betekent hier ‘aan’ of ‘bij’ en geeft aan dat het bureau tegen of naast de muur staat. Het vormt samen met der Wand de plaatsaanduiding an der Wand.
Wand
Wand betekent hier ‘muur’. In an der Wand beschrijft het waar het bureau staat dat de ander kan proberen.
aus
aus is hier het afgescheiden deel van ausprobieren, dat ‘uitproberen’ betekent. In Probier den Schreibtisch an der Wand aus staat de partikel aan het einde, terwijl de rest van het werkwoord bij Probier staat.
räume
räume betekent hier ‘ruim op’ of ‘maak leeg’ in verband met de persoonlijke spullen. Het is onderdeel van aufräumen bij ich; in Ich räume meine Sachen auf staat de partikel op aan het einde.
meine
meine betekent hier ‘mijn’ en geeft aan dat de spullen van de spreker zijn. In meine Sachen staat het vóór het zelfstandig naamwoord dat het bezit benoemt.
Sachen
Sachen betekent hier ‘spullen’ of ‘bezittingen’, dus de persoonlijke dingen die op het bureau liggen. In Ich räume meine Sachen auf is het wat de spreker opruimt.
auf
auf is hier het afgescheiden deel van aufräumen, dat ‘opruimen’ betekent. In Ich räume meine Sachen auf staat auf aan het einde en maakt duidelijk dat de spullen worden opgeborgen of weggehaald.
bevor
bevor betekent hier ‘voordat’ en geeft aan dat het opruimen eerder gebeurt dan het vertrek. Het introduceert de tijdsbepaling bevor ich gehe.
gehe
gehe betekent hier ‘ga’ of, in deze kantoorcontext, ‘vertrek’. Het is de vorm van gehen bij ich in bevor ich gehe.
So
So betekent hier ‘zo’ of ‘op die manier’ en verwijst naar het opruimen van de spullen uit de vorige zin. Aan het begin van So bleibt der Schreibtisch leidt het een gevolg in.
bleibt
bleibt betekent hier ‘blijft’ of ‘blijft achter’. Het is de vorm van bleiben bij der Schreibtisch en beschrijft dat het bureau in een bruikbare toestand blijft.
für
für betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie het bureau beschikbaar blijft. In für die nächste Person benoemt het de volgende gebruiker.
die
die betekent hier ‘de’ in die nächste Person en verwijst naar de persoon die het bureau daarna zal gebruiken. Het staat vóór de beschrijving nächste en het zelfstandig naamwoord Person.
nächste
nächste betekent hier ‘volgende’ en beschrijft de persoon die na de huidige gebruiker komt. In die nächste Person staat het vóór Person.
Person
Person betekent hier ‘persoon’, namelijk degene die het bureau als volgende gebruikt. De volledige woordgroep is für die nächste Person.
bereit
bereit betekent hier ‘klaar’ of ‘gereed voor gebruik’. In für die nächste Person bereit zegt het dat het bureau door het opruimen direct bruikbaar blijft voor de volgende persoon.