Een gedeeld kantoor gebruiken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared office, two adults talk about choosing an open desk, finding a quiet place, and leaving the desk clean..

NL → DE / Niveau: A1

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een gedeeld kantoor gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Kann ich in diesem Gemeinschaftsbüro arbeiten?

kan isj in die-zuhm guh-main-sjafts-buu-roo ar-bai-tuhn? Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?
B

Nimm einen freien Schreibtisch.

nim ai-nuhn frai-uhn sjraip-tisj. Kies een vrij bureau.
A

Ich kann den Schreibtisch bei der Tür benutzen.

isj kan deen sjraip-tisj bai dea tuur buh-noetsuhn. Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.
B

Lass den Schreibtisch sauber, wenn du fertig bist.

las deen sjraip-tisj zau-buh, ven doe fer-tisj bist. Laat het bureau schoon achter als je klaar bent.
A

Ich brauche einen ruhigen Platz.

isj brau-chuh ai-nuhn roe-ie-guhn plats. Ik heb een rustige plek nodig.
B

Probier den Schreibtisch an der Wand aus.

pro-bie-uh deen sjraip-tisj an dea vant aus. Probeer het bureau bij de muur.
A

Ich räume meine Sachen auf, bevor ich gehe.

isj roimuh mai-nuh za-chuhn auf, buh-foa isj gee-uh. Ik ruim mijn spullen op voordat ik wegga.
B

So bleibt der Schreibtisch für die nächste Person bereit.

zoo blaipt dea sjraip-tisj fuu-uh die nesj-stuh per-zoon buh-rait. Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.

Uitleg van de zinnen

  1. Kann ich in diesem Gemeinschaftsbüro arbeiten?

    Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?

    Kann ich
    kan ik …?
    in
    in
    diesem
    dit
    Gemeinschaftsbüro
    gedeeld kantoor
    arbeiten
    werken
    Uitgebreide uitleg

    Kann ich: kann is the first-person singular present form of können (“kunnen”). With ich, use ich kann; in this question the finite verb comes before the subject: Kann ich …? The modal verb is combined with an infinitive at the end: Kann ich … arbeiten? means “Kan ik … werken?” in: This preposition expresses a location here. For a stationary location, in is used with the dative; movement into a place can instead use the accusative. Compare: Ich arbeite in einem Büro. — “Ik werk in een kantoor.” diesem: This is the dative singular neuter form of the demonstrative determiner dies- (“dit/deze”). It agrees with Büro, which is neuter: das Büro, so after locative in the form is in diesem Büro. The form diesem itself marks dative singular neuter here; it does not identify a separate referent beyond the office meant in the fixed sentence. Gemeinschaftsbüro: This noun means “gedeeld kantoor” in this sentence. It is a compound noun, and its grammatical gender is neuter because the final part is Büro: das Gemeinschaftsbüro. In a German compound, the final noun determines the gender and the main grammatical behavior. arbeiten: arbeiten is the infinitive “werken”. After the modal kann, the infinitive remains unchanged and stands at the end of the question. The same pattern is reusable: Kann ich hier arbeiten? — “Kan ik hier werken?” Together, Kann ich forms a yes/no question about ability or permission in this context, in diesem Gemeinschaftsbüro specifies the place, and arbeiten names the action. The complete utterance therefore means: “Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?”

  2. Nimm einen freien Schreibtisch.

    Kies een vrij bureau.

    Nimm
    neem
    freien
    vrije
    Schreibtisch
    bureau
    Uitgebreide uitleg

    Nimm is hier de gebiedende wijs van nehmen voor du: “neem/kies”. In deze zin past de vertaling “kies” bij de bedoeling. De vormreeks is nehmen (nemen) – du nimmst (jij neemt) – Nimm! (neem!). De klinkerwisseling e → i verschijnt in de tegenwoordige tijd van du en in deze imperatief. Voorbeeld: Nimm den Schlüssel. — “Neem de sleutel.” freien betekent hier “vrije”, in de zin van “beschikbaar, niet bezet”. Het bijvoeglijk naamwoord is frei; freien is de verbogen vorm. Het staat bij Schreibtisch, dat mannelijk en enkelvoudig is, en krijgt hier de accusatiefvorm na het onbepaalde lidwoord einen: einen freien Schreibtisch. Vergelijk: ein freier Schreibtisch — “een vrij/beschikbaar bureau” als onderwerp, maar einen freien Schreibtisch als lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ich suche einen freien Platz. — “Ik zoek een vrije/beschikbare plek.” Schreibtisch betekent “bureau” of “schrijftafel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch. In deze zin staat het in het enkelvoud en in de accusatief, omdat het aangeeft wat je moet nemen: einen freien Schreibtisch. Het meervoud is Schreibtische. Voorbeeld: Der Schreibtisch ist bei der Tür. — “Het bureau staat bij de deur.” Samen vormen Nimm + einen freien Schreibtisch een bevel: “Kies/neem een vrij bureau.” Nimm geeft de opdracht, en einen freien Schreibtisch benoemt het beschikbare bureau dat gekozen moet worden. Het onbepaalde lidwoord einen maakt duidelijk dat het om een niet nader bepaald bureau gaat; het drukt op zichzelf geen exact aantal uit.

  3. Ich kann den Schreibtisch bei der Tür benutzen.

    Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.

    Ich kann
    ik kan
    Schreibtisch
    bureau
    Tür
    deur
    benutzen
    gebruiken
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann betekent hier “ik kan”. kann is de vervoegde vorm van können in de eerste persoon enkelvoud: ich kann, du kannst, er/sie/es kann. Het is een modaal werkwoord; het volgende werkwoord staat daarom aan het einde in de infinitief. Voorbeeld: Ich kann heute kommen. — “Ik kan vandaag komen.” Schreibtisch betekent hier “bureau” in de betekenis van een schrijftafel of werktafel. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch; in deze zin staat het als lijdend voorwerp na benutzen, dus met het bepaalde lidwoord den: den Schreibtisch. Het meervoud is die Schreibtische. Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür. In bei der Tür staat het na bei, dat hier een plaats aanduidt en de datief gebruikt: bei der Tür — “bij de deur”. Het bepaalde lidwoord is daarom der, hoewel het zelfstandig naamwoord zelf vrouwelijk is. Voorbeeld: Das Fahrrad steht bei der Tür. — “De fiets staat bij de deur.” benutzen betekent “gebruiken”. Dit is de infinitief die na kann aan het einde van de zin staat. Als benutzen in een eenvoudige hoofdzin zelf het persoonswerkwoord is, wordt het vervoegd, bijvoorbeeld: Ich benutze den Schreibtisch. — “Ik gebruik het bureau.” Samen betekent Ich kann den Schreibtisch bei der Tür benutzen.: “Ik kan het bureau bij de deur gebruiken.” De structuur is onderwerp + modaal werkwoord + lijdend voorwerp + plaatsbepaling + infinitief: Ich kann + den Schreibtisch + bei der Tür + benutzen. den Schreibtisch is wat gebruikt wordt; bei der Tür geeft aan welk bureau bedoeld wordt; benutzen blijft als infinitief achteraan staan door kann.

  4. Lass den Schreibtisch sauber, wenn du fertig bist.

    Laat het bureau schoon achter als je klaar bent.

    Lass
    laat
    Schreibtisch
    bureau
    sauber
    schoon
    wenn
    als, wanneer
    fertig
    klaar
    bist
    bent
    Uitgebreide uitleg

    Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du. In deze zin betekent lassen niet simpelweg “toestaan”, maar “iets in een bepaalde toestand achterlaten”: Lass den Raum sauber. = “Laat de kamer schoon achter.” De vorm voor meerdere personen of een formele aanspreking is anders; gebruik Lass hier dus bij één aangesproken persoon met du. Schreibtisch betekent “bureau” en is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch, meervoud die Schreibtische. In de zin staat den Schreibtisch, omdat het bureau het directe object is van Lass. Het woord is een samenstelling van Schreib- en Tisch, maar leer Schreibtisch als het gewone woord voor een bureau. sauber betekent hier “schoon”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na het object de toestand van dat object beschrijft. In het patroon etwas sauber lassen blijft sauber onveranderd: Lass das Fenster sauber. = “Laat het raam schoon achter.” wenn leidt een voorwaardelijke of temporele bijzin in: hier “als” in de betekenis “op het moment dat”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het herbruikbare patroon is wenn + onderwerp + ... + werkwoord. fertig betekent hier “klaar”, in de vaste combinatie fertig sein (“klaar zijn”). Het kan ook in andere contexten “af” of “voltooid” betekenen, maar hier gaat het om de toestand van de aangesproken persoon. bist is de tweede persoon enkelvoud van sein in de tegenwoordige tijd: du bist. De basisvorm is sein; andere vormen zijn bijvoorbeeld ich bin en er/sie ist. Omdat de bijzin met wenn begint, staat bist aan het einde van die bijzin: wenn du fertig bist. Samen bestaat de zin uit een hoofdzin en een wenn-bijzin: Lass den Schreibtisch sauber + wenn du fertig bist. De hoofdzin geeft de opdracht om het bureau schoon achter te laten, en de bijzin bepaalt wanneer dat moet gebeuren. De volledige betekenis is daarom: “Laat het bureau schoon achter als je klaar bent.”

  5. Ich brauche einen ruhigen Platz.

    Ik heb een rustige plek nodig.

    Ich
    ik
    brauche
    heb nodig
    ruhigen
    rustige
    Platz
    plek
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: het is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud wanneer die persoon onderwerp is. In andere zinsrollen verandert het pronomen, bijvoorbeeld mich in Sie sieht mich. — “Zij ziet mij.” brauche is de tegenwoordige tijd van brauchen (“nodig hebben”) voor ich: ich brauche. Het onderwerp bepaalt hier de vorm; bij du wordt dat bijvoorbeeld du brauchst. Voorbeeld: Ich brauche Wasser. — “Ik heb water nodig.” ruhigen komt van het bijvoeglijk naamwoord ruhig (“rustig”). De uitgang -en verschijnt hier omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat en samen met einen een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief bepaalt: einen ruhigen Platz. De vorm zonder verbuiging is ruhig, bijvoorbeeld in Der Platz ist ruhig. — “De plek is rustig.” Platz betekent hier “plek” of “plaats”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; na brauchen staat de naamwoordgroep in de accusatief: einen Platz. Het zelfstandig naamwoord Platz zelf krijgt daarbij geen andere zichtbare vorm; einen markeert hier onder meer de naamval. Het meervoud is Plätze: ruhige Plätze betekent “rustige plekken”. Samen vormen de delen Ich brauche einen ruhigen Platz.: “Ik heb een rustige plek nodig.” Ich is degene die iets nodig heeft, brauche drukt die behoefte uit, en einen ruhigen Platz is wat nodig is. Het patroon is herbruikbaar als Ich brauche + een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld Ich brauche einen Stuhl. — “Ik heb een stoel nodig.”

  6. Probier den Schreibtisch an der Wand aus.

    Probeer het bureau bij de muur.

    Probier … aus
    probeer ... uit
    Schreibtisch
    bureau
    an der Wand
    bij de muur
    Uitgebreide uitleg

    Probier ... aus is de informele gebiedende wijs voor één persoon van ausprobieren (uitproberen). Het werkwoord is scheidbaar: in deze zin staat Probier vooraan en aus aan het einde. Samen vormen ze het patroon Probier ... aus! — “Probeer ... uit!”. In een gewone mededeling blijft het werkwoord bij elkaar als Du probierst ... aus. Schreibtisch betekent hier “bureau”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch. Na probieren staat het uitgeprobeerde voorwerp in de accusatief; daarom wordt der in deze zin den: den Schreibtisch. Een bruikbaar contrast is der Schreibtisch als onderwerp tegenover Ich probiere den Schreibtisch aus als voorwerp. an der Wand betekent hier “bij de muur” of “tegen de muur”. Wand is vrouwelijk: die Wand. Omdat deze woordgroep een vaste plaats aanduidt, staat an hier met de datief: der Wand. Bij een beweging naar die plaats kan dezelfde voorzetselgroep de accusatief krijgen, bijvoorbeeld: Ich stelle den Schreibtisch an die Wand. — “Ik zet het bureau tegen de muur.” De delen worden dus als volgt samengevoegd: Probier + den Schreibtisch + an der Wand + aus. De volledige betekenis is: “Probeer het bureau bij de muur uit.”

  7. Ich räume meine Sachen auf, bevor ich gehe.

    Ik ruim mijn spullen op voordat ik wegga.

    Ich
    ik
    räume … auf
    ruim ... op
    Sachen
    spullen
    bevor
    voordat
    gehe
    ga weg
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik”: de spreker voert de handeling uit. Het is de eerste persoon enkelvoud. Vergelijk bijvoorbeeld Du räumst auf — “Jij ruimt op”; bij du verandert de werkwoordsvorm mee. räume ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufräumen, “opruimen”. In de tegenwoordige tijd staat räume bij ich, terwijl het voorvoegsel auf aan het einde van de hoofdzin staat: Ich räume auf. In een bijzin blijft het werkwoord bij elkaar: ..., bevor ich aufräume. Voorbeeld: Ich räume mein Zimmer auf. — “Ik ruim mijn kamer op.” Sachen betekent hier “spullen”. Het is het meervoud van Sache (“ding” of “zaak”). Het bezittelijke woord meine maakt duidelijk dat het om de spullen van de spreker gaat; meine Sachen betekent dus “mijn spullen”. Voorbeeld: Wo sind meine Sachen? — “Waar zijn mijn spullen?” bevor is een voegwoord met de betekenis “voordat”. Het leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: bevor ich gehe. Het beschrijft dat het opruimen eerder gebeurt dan de handeling in de bijzin. gehe komt van gehen, “gaan” of, in deze context, “weggaan”. gehe is de vorm voor ich in de tegenwoordige tijd: ich gehe. Voorbeeld: Ich gehe jetzt. — “Ik ga nu.” Samen betekent Ich räume meine Sachen auf, bevor ich gehe.: “Ik ruim mijn spullen op voordat ik wegga.” De hoofdzin zegt wat de spreker doet: Ich räume meine Sachen auf. Daarna geeft bevor ich gehe aan wanneer dat gebeurt. De komma markeert de grens tussen de hoofdzin en de daaropvolgende bijzin.

  8. So bleibt der Schreibtisch für die nächste Person bereit.

    Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.

    So
    zo
    bleibt
    blijft
    Schreibtisch
    bureau
    nächste
    volgende
    Person
    persoon
    bereit
    klaar
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “zo”: het verwijst naar de manier waarop de vooraf genoemde opruimactie wordt uitgevoerd en leidt naar het beschreven resultaat. Een herbruikbaar patroon is so + een zin, bijvoorbeeld: So geht es. — “Zo gaat het.” bleibt komt van bleiben, “blijven”. Het is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bleibe, du bleibst, er/sie/es bleibt. Hier geeft het aan dat een toestand voortduurt: het bureau blijft klaar. Schreibtisch betekent “bureau”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Schreibtisch; het meervoud is die Schreibtische. nächste betekent hier “volgende”. Het is een verbogen vorm van nächst. In die nächste Person krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat het vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met het bepaalde lidwoord die staat. Vergelijk: die nächste Woche — “de volgende week”. Person betekent “persoon”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Person; het meervoud is die Personen. In für die nächste Person staat de woordgroep na für, een voorzetsel dat in het Duits de accusatief regeert. Bij dit vrouwelijke woord blijft het lidwoord in de accusatief die. bereit betekent “klaar” of “gereed”. Hier is het een bijvoeglijk naamwoord dat na bleiben de toestand van het bureau beschrijft. In deze predicatieve positie krijgt het geen uitgang: Der Tisch bleibt bereit. — “De tafel blijft klaar.” De zin bouwt zich op als So + bleibt + der Schreibtisch + für die nächste Person + bereit. So verwijst naar de manier of handeling, bleibt koppelt het bureau aan een voortduring, für die nächste Person geeft aan voor wie het bureau klaar is, en bereit benoemt die toestand. Samen betekent de uiting: “Zo blijft het bureau klaar voor de volgende persoon.”

Grammatica

wenn + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Wenn ich einen ruhigen Platz brauche.

ven isj ai-nuhn roe-ie-guhn plats brau-chuh.

Als ik een rustige plek nodig heb.

Na wenn staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

auf­räumen: scheidbaar werkwoord

Ich räume Sachen auf.

isj roimuh za-chuhn auf.

Ik ruim spullen op.

Bij een scheidbaar werkwoord staat auf aan het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

arbeiten werkwoord
ar-bai-tuhn werken
bei voorzetsel
bai bij
benutzen werkwoord
buh-noetsuhn gebruiken
dieser bepaler
die-zuh dit diesem
frei bijvoeglijk naamwoord
frai vrij freien
Gemeinschaftsbüro zelfstandig naamwoord
guh-main-sjafts-buu-roo gedeeld kantoor
ich voornaamwoord
isj ik
in voorzetsel
in in
lassen werkwoord
las-suhn laten Lass
nehmen werkwoord
nee-muhn nemen Nimm
Schreibtisch zelfstandig naamwoord
sjraip-tisj bureau
Tür zelfstandig naamwoord
tuur deur

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kan ik in dit gedeelde kantoor werken?

Antwoord tonenKann ich in diesem Gemeinschaftsbüro arbeiten?

Kies een vrij bureau.

Antwoord tonenNimm einen freien Schreibtisch.

Ik heb een rustige plek nodig.

Antwoord tonenIch brauche einen ruhigen Platz.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dit

Antwoord tonendiesem

vrij

Antwoord tonenfreien

werken

Antwoord tonenarbeiten

bureau

Antwoord tonenSchreibtisch