Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De gedeelde wasruimte gebruiken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Kann ich die gemeinsame Waschküche benutzen?
kan ich die gəmaainsaamə wasjkuuchə bənoetsən? Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?Die Waschküche ist jetzt offen.
die wasjkuuchə ist jetst ofən. De wasruimte is nu open.Ist diese Maschine frei?
ist die-zə masjienə fraai? Is deze machine vrij?Diese Maschine ist frei.
die-zə masjienə ist fraai. Deze machine is beschikbaar.Wo soll ich meinen Korb hinstellen?
vo sol ich maainən korp hin-sjtellən? Waar moet ik mijn mand zetten?Stell ihn neben die Wand.
sjtel ien neebən die vant. Zet hem naast de muur.Ich nehme meine Kleidung heraus, wenn die Wäsche fertig ist.
ich neemə maainə klaaidoeng he-raaus, ven die vesjə fertich ist. Ik haal mijn kleren eruit als de was klaar is.Hol sie bitte sofort heraus.
hol zie bitte zo-fort he-raaus. Haal ze er meteen uit, alsjeblieft.Uitleg van de zinnen
Kann ich die gemeinsame Waschküche benutzen?
Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?
- Kann ich
- kan ik …?
- gemeinsame
- gedeelde
- Waschküche
- wasruimte
- benutzen
- gebruiken
Uitgebreide uitleg
Kann ich staat aan het begin van een ja-neevraag. Kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich kann = “ik kan”. In een vraag met een modaal werkwoord komt dit vervoegde werkwoord vóór het onderwerp. Het volgende werkwoord blijft in de infinitief en staat aan het einde: Kann ich … benutzen? = “Kan ik … gebruiken?” gemeinsame betekent hier “gedeelde”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord gemeinsam (“gemeenschappelijk, gedeeld”). Omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór die Waschküche staat, krijgt het hier de uitgang -e: die gemeinsame Waschküche. De vorm wordt dus gekozen door de combinatie van het bepaalde lidwoord, het grammaticale geslacht en de naamval van het zelfstandig naamwoord; enkelvoud alleen verklaart de uitgang niet volledig. Voorbeeld: die gemeinsame Küche — “de gedeelde keuken”. Waschküche is een zelfstandig naamwoord voor een wasruimte of waskeuken; het is vrouwelijk: die Waschküche. Het is een samenstelling van Wasch- en Küche. Een bruikbare meervoudsvorm is die Waschküchen: “de wasruimtes”. benutzen betekent “gebruiken” en staat hier als infinitief na kann. Het is de hele infinitiefvorm; bij ich zonder modaal werkwoord wordt de tegenwoordige vorm ich benutze: “ik gebruik”. Voorbeeld: Ich benutze die Waschküche. — “Ik gebruik de wasruimte.” Samen vormen de delen Kann ich + die gemeinsame Waschküche + benutzen? de vraag: “Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?” De vraag vraagt toestemming of mogelijkheid om die wasruimte te gebruiken.
Die Waschküche ist jetzt offen.
De wasruimte is nu open.
- Waschküche
- wasruimte
- ist
- is
- jetzt
- nu
- offen
- open
Uitgebreide uitleg
Waschküche betekent hier “wasruimte” of “wasserette-ruimte”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Wasch- verwijst naar wassen en Küche is “keuken”, maar samen betekent het niet letterlijk een keuken; het is het vaste woord voor een ruimte met wasmachines. In deze context gaat het om de gedeelde wasruimte uit de voorafgaande vraag. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk, daarom staat ervoor die. ist is de vorm van sein (“zijn”) voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es ist. Het onderwerp is hier die Waschküche, dus enkelvoud. Vergelijk: Die Maschine ist frei. — “De machine is vrij.” jetzt betekent “nu” en plaatst de toestand in het huidige moment. Het kan ook in andere zinnen staan, bijvoorbeeld: Jetzt ist die Maschine frei. — “Nu is de machine vrij.” offen betekent hier “open”. Na sein staat het bijvoeglijk naamwoord in deze constructie zonder uitgang: Die Tür ist offen. — “De deur is open.” Het beschrijft een toestand; het betekent hier niet “openen” als handeling. Samen vormen de delen Die Waschküche ist jetzt offen.: “De wasruimte is nu open.” De zin deelt dus mee dat de wasruimte op dit moment toegankelijk of niet gesloten is.
Ist diese Maschine frei?
Is deze machine vrij?
- Ist
- is
- diese
- deze
- Maschine
- machine
- frei
- vrij; beschikbaar
Uitgebreide uitleg
Ist is een vorm van het werkwoord sein (“zijn”). ist is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es ist. In een ja-neevraag staat de persoonsvorm vooraan: Ist ...? betekent “Is ...?”. Vergelijk: Die Maschine ist frei. — “De machine is vrij/beschikbaar.” diese betekent hier “deze” en staat bij Maschine. De vorm is vrouwelijk enkelvoud in de nominatief, omdat die Maschine het onderwerp is. Het aanwijzende woord stemt dus af op het grammaticale geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord; de concrete referent is in de vertaling deze machine. Andere basisvormen zijn bijvoorbeeld dieser en dieses, maar welke vorm nodig is, hangt ook van naamval, geslacht en getal af. Maschine betekent “machine”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Maschine; het meervoud is die Maschinen. In deze zin is Maschine het onderwerp van ist, niet een object. Voorbeeld: Die Maschine arbeitet. — “De machine werkt.” frei betekent hier “vrij” in de praktische betekenis “beschikbaar, niet bezet”. Als predicatief bij sein krijgt het geen uitgang: Die Maschine ist frei. — “De machine is beschikbaar.” Het tegenovergestelde in deze gebruikssituatie is besetzt: Die Maschine ist besetzt. — “De machine is bezet.” Samen vormen de woorden de vraag Ist diese Maschine frei?: de persoonsvorm ist staat vooraan, gevolgd door het onderwerp diese Maschine en daarna het predicatieve bijvoeglijk naamwoord frei. De volledige betekenis is: “Is deze machine vrij/beschikbaar?”
Diese Maschine ist frei.
Deze machine is beschikbaar.
- Diese
- deze
- Maschine
- machine
- ist
- is
- frei
- beschikbaar
Uitgebreide uitleg
Diese betekent hier ‘deze’ en verwijst naar Maschine. Het is de vrouwelijke enkelvoudsvorm in de nominatief; het aanwijzende woord past zich dus aan het zelfstandig naamwoord aan. Vergelijk: dieser bij een mannelijk woord, dieses bij een onzijdig woord en diese ook bij een meervoud. Voorbeeld: Diese Tasche ist neu. — ‘Deze tas is nieuw.’ Maschine betekent ‘machine’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Maschine; het meervoud is die Maschinen. In deze zin is Maschine het onderwerp. Voorbeeld: Die Maschine arbeitet. — ‘De machine werkt.’ ist is de derde persoon enkelvoud van sein (‘zijn’) in de tegenwoordige tijd: ich bin, du bist, er/sie/es ist. Hier verbindt het het onderwerp met de beschrijving frei. Voorbeeld: Die Tür ist offen. — ‘De deur is open.’ frei betekent in deze context ‘beschikbaar’: de machine kan gebruikt worden. Het is een bijvoeglijk naamwoord; de basisvorm is frei, en een mogelijke vergrotende vorm is freier (‘vrijer’ of ‘minder bezet’), maar die vergelijking is hier niet nodig. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook ‘vrij’ betekenen, maar de vaste vertaling bepaalt hier de betekenis ‘beschikbaar’. Voorbeeld: Der Platz ist frei. — ‘De plaats is vrij/beschikbaar.’ Samen vormen de delen Diese Maschine + ist + frei de mededelende zin ‘Deze machine is beschikbaar.’ De woordvolgorde is een onderwerp gevolgd door het werkwoord en daarna de beschrijving. De voorafgaande vraag Ist diese Maschine frei? gebruikt dezelfde belangrijke woorden, maar met het werkwoord vooraan om een ja-neevraag te vormen.
Wo soll ich meinen Korb hinstellen?
Waar moet ik mijn mand zetten?
- Wo
- waar
- soll ich
- moet ik
- meinen
- mijn
- Korb
- mand
- hinstellen
- neerzetten
Uitgebreide uitleg
Wo vraagt naar de plaats waar iets moet komen: “waar”. Het is hier een vraagwoord voor plaats. Vergelijk: Wo ist der Korb? — “Waar is de mand?” Soll ich bestaat uit de vorm soll van sollen en het onderwerp ich. In deze vraag drukt het uit wat de spreker moet of hoort te doen. Het modale werkwoord staat op de tweede plaats, terwijl het bijbehorende werkwoord aan het einde staat. Voorbeeld: Soll ich warten? — “Moet ik wachten?” meinen is de bezittelijke bepaler bij ich: de basisvorm is mein (“mijn”). Hier staat meinen vóór het mannelijke zelfstandig naamwoord Korb in de accusatief: der Korb wordt in deze naamval den Korb, en mein wordt meinen. De vorm wordt dus niet alleen door bezit bepaald, maar ook door naamval en grammaticaal geslacht van Korb. Korb betekent “mand”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Korb. Voorbeeld: Der Korb ist voll. — “De mand is vol.” hinstellen betekent iets ergens neerzetten of plaatsen. Het is een scheidbaar werkwoord met stellen als basis en het voorvoegsel hin-. In deze zin staat het als infinitief aan het einde, omdat het afhankelijk is van het modale werkwoord soll: Ich soll den Korb hinstellen. — “Ik moet de mand neerzetten.” In een hoofdzin zonder modaal werkwoord splitst het: Ich stelle den Korb hin. — “Ik zet de mand neer.” Samen vormt de zin Wo soll ich meinen Korb hinstellen? de vraag: “Waar moet ik mijn mand neerzetten?” Wo vraagt naar de plaats, soll ich geeft de noodzakelijkheid of verwachte handeling aan, en meinen Korb hinstellen benoemt wat de spreker daar moet plaatsen.
Stell ihn neben die Wand.
Zet hem naast de muur.
- Stell
- zet
- ihn
- hem
- neben
- naast
- Wand
- muur
Uitgebreide uitleg
Stell is de gebiedende wijs van stellen voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. stellen betekent hier iets rechtop of op een bepaalde plaats neerzetten; het is dus een werkwoord van plaatsing. De vorm stell is de bevelsvorm, vergelijkbaar met Stell das hierhin! — “Zet dat hier neer!” ihn is de mannelijke enkelvoudsvorm van het persoonlijke voornaamwoord in de accusatief: “hem”. De vorm verwijst hier naar de bedoelde persoon of zaak die in de vertaling als “hem” wordt weergegeven; de zin zelf specificeert die referent niet verder. Vergelijk de basisreeks er — “hij” — en ihn — “hem”: er is typisch het onderwerp, terwijl ihn het directe object kan zijn. neben betekent “naast”. Bij plaatsing kan het een doelpositie aanduiden. In neben die Wand staat de naamwoordgroep in de accusatief, omdat iets naar die positie wordt verplaatst. Bij een vaste locatie staat na neben vaak de datief, bijvoorbeeld Das Bild hängt neben der Wand — “Het schilderij hangt naast de muur.” Wand is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met de betekenis “muur”. Het enkelvoud is die Wand; het meervoud is die Wände. In deze zin staat Wand na die in het enkelvoud. Het lidwoord die heeft bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud dezelfde vorm in de nominatief en accusatief, zodat de naamval hier vooral uit de plaatsingsconstructie blijkt. Samen vormt Stell ihn neben die Wand een bevel: stell geeft de opdracht om iets te plaatsen, ihn is wat geplaatst moet worden en neben die Wand geeft de doelpositie aan. De vaste betekenis is: “Zet hem naast de muur.”
Ich nehme meine Kleidung heraus, wenn die Wäsche fertig ist.
Ik haal mijn kleren eruit als de was klaar is.
- nehme … heraus
- eruit halen
- Kleidung
- kleding
- wenn
- als / wanneer
- Wäsche
- wasgoed; was
- fertig
- klaar
Uitgebreide uitleg
nehme ... heraus betekent hier “eruit halen”. Het is de scheidbare werkwoordsvorm herausnehmen: in de infinitief staat het voorvoegsel eraan vast, maar in een hoofdzin staat het achteraan. nehme is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; heraus draagt hier het voorvoegsel van hetzelfde werkwoord. Voorbeeld: Ich nehme das Buch heraus. — “Ik haal het boek eruit.” Het zelfstandige werkwoord is dus herausnehmen, niet een apart werkwoord *heraus*. Kleidung betekent hier “kleding”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en wordt in deze zin als lijdend voorwerp gebruikt: meine Kleidung. meine past zich hier aan dit zelfstandig naamwoord aan. Kleidung verwijst vaak naar kleding als geheel; afzonderlijke stukken kunnen bijvoorbeeld ein Kleid (“een jurk”) of eine Jacke (“een jas”) zijn. wenn leidt hier de bijzin in die aangeeft wanneer de handeling plaatsvindt: “als/wanneer”. In zo’n bijzin staat het vervoegde werkwoord aan het einde. wenn kan ook een voorwaarde inleiden, bijvoorbeeld Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause. — “Als het regent, blijf ik thuis.” Wäsche betekent hier “de was” of “wasgoed”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; die Wäsche is hier het onderwerp van de bijzin. Het woord kan afhankelijk van de context verwijzen naar kleding die gewassen wordt of naar het wassen zelf, maar in deze zin past de betekenis “de was”. fertig betekent “klaar”. In die Wäsche fertig ist staat het als naamwoordelijk deel bij ist: de was is klaar. fertig verandert hier niet mee met die Wäsche; het is geen vorm van het zelfstandig naamwoord. De hoofdzin Ich nehme meine Kleidung heraus geeft de handeling: “Ik haal mijn kleding eruit.” De bijzin wenn die Wäsche fertig ist bepaalt wanneer dat gebeurt: “als de was klaar is”. Samen betekent de zin: “Ik haal mijn kleren eruit als de was klaar is.”
Hol sie bitte sofort heraus.
Haal ze er meteen uit, alsjeblieft.
- Hol … heraus
- eruit halen
- sie
- ze
- bitte
- alsjeblieft
- sofort
- meteen
Uitgebreide uitleg
Hol ... heraus is één scheidbaar werkwoord: holen betekent hier iets gaan halen en heraus voegt de richting “naar buiten/eruit” toe. Hol is de gebiedende wijs voor één informeel aangesproken persoon (de du-vorm) van holen; in deze zin staat het scheidbare deel heraus achteraan. Voorbeeld: Hol das Buch heraus. = “Haal het boek eruit.” sie is hier het lijdend voorwerp in de accusatief. De vorm kan in het Duits zowel naar één vrouwelijk persoon of zaak als naar meerdere personen of zaken verwijzen; de gegeven vertaling ondersteunt alleen “ze” en legt het precieze geslacht of aantal niet vast. Het voornaamwoord blijft in deze vormen gelijk. Het is dus niet automatisch een verwijzing naar het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord. bitte maakt een verzoek beleefder. Het kan in een gebiedende zin staan zonder de opdracht zelf te veranderen: Komm bitte. = “Kom alsjeblieft.” sofort betekent “meteen” of “onmiddellijk”. Het legt nadruk op het tijdstip waarop de handeling moet gebeuren, niet op de richting van de beweging. Samen vormt Hol sie bitte sofort heraus een opdracht aan één aangesproken persoon: haal het bedoelde “ze” naar buiten, doe dat meteen, en formuleer het verzoek beleefd. De woordvolgorde laat daarbij het patroon zien van een scheidbaar werkwoord in de gebiedende wijs: Hol ... heraus.
Grammatica
trennbare Verben: herausnehmen → Ich nehme ... heraus
Ich nehme die Kleidung heraus.
ich neemə die klaaidoeng he-raaus.Ik haal de kleding eruit.
Bij een trennbaar werkwoord staat het voorvoegsel aan het einde van de zin.
neben + Akkusativ bei einer Bewegung oder Platzierung
Ich stelle den Korb neben die Wand.
ich sjtellə deen korp neebən die vant.Ik zet de mand naast de muur.
Na neben staat de vierde naamval als je iets ergens neerzet of beweegt.
Duits woordenschat
die gemeinsame Waschküche benutzen
diese Maschine
Diese Maschine ist frei.
die gemeinsame Waschküche
meinen Korb hinstellen
ist jetzt offen
meinen Korb
diese Maschine
neben die Wand
Die Waschküche ist jetzt offen.
neben die Wand
die gemeinsame Waschküche
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Kan ik de gedeelde wasruimte gebruiken?
Antwoord tonen
Kann ich die gemeinsame Waschküche benutzen?De wasruimte is nu open.
Antwoord tonen
Die Waschküche ist jetzt offen.Is deze machine vrij?
Antwoord tonen
Ist diese Maschine frei?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
nu
Antwoord tonen
jetztmand
Antwoord tonen
Korbvrij; beschikbaar
Antwoord tonen
freimachine