Können
Können betekent hier dat iets mogelijk is: de spreker vraagt of zij de ruimte mogen gebruiken. Na dit modale werkwoord staat het infinitief 'benutzen' aan het einde van de vraag. Je gebruikt het bijvoorbeeld om in een gedeelde ruimte naar toestemming of mogelijkheid te vragen.
wir
Wir betekent 'wij' en verwijst hier naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Het is het onderwerp in 'Können wir'. Je gebruikt wir met een werkwoord wanneer je over jezelf en anderen als groep spreekt.
den
Den is hier het bepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord 'Besprechungsraum'. In 'den gemeinsamen Besprechungsraum' hoort het bij het voorwerp van 'benutzen'. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze objectpositie.
gemeinsamen
Gemeinsamen betekent hier 'gedeeld' of 'gezamenlijk' en beschrijft de Besprechungsraum als een ruimte die meerdere mensen gebruiken. De vorm staat vóór 'Besprechungsraum' in 'den gemeinsamen Besprechungsraum'. Je kunt het gebruiken om een ruimte of voorziening als gezamenlijk te beschrijven.
Besprechungsraum
Besprechungsraum betekent 'vergaderruimte': een ruimte waarin mensen samen overleggen. In 'den gemeinsamen Besprechungsraum' is het de ruimte die de sprekers willen gebruiken. Je gebruikt dit woord in een werk- of vergaderomgeving wanneer je naar zo'n ruimte verwijst.
benutzen
Benutzen betekent hier 'gebruiken', namelijk de gedeelde vergaderruimte gebruiken. Het staat als infinitief na 'Können wir' aan het einde van de vraag. Je gebruikt het met een voorwerp of een ruimte die iemand gebruikt.
Du
Du betekent 'jij' of 'je' en richt zich hier tot één persoon. Het is het onderwerp in 'Du kannst ihn benutzen' en 'halte ihn'. Je gebruikt du wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt in een informele situatie.
kannst
Kannst betekent hier 'kunt' of 'mag' en geeft aan dat de aangesproken persoon de ruimte mag gebruiken. Het staat in 'Du kannst ihn benutzen' samen met het infinitief 'benutzen'. Je gebruikt het om iemand toestemming of de mogelijkheid voor een handeling te geven.
ihn
Ihn betekent hier 'hem' en verwijst naar de mannelijke 'Besprechungsraum', die in de zin al bekend is. Het is het voorwerp bij 'benutzen' en bij 'halte'. Je gebruikt ihn om naar een eerder genoemd mannelijk object te verwijzen.
aber
Aber betekent 'maar' en maakt hier een tegenstelling tussen toestemming geven en de ruimte netjes houden. Het verbindt 'Du kannst ihn benutzen' met een voorwaarde of verzoek. Je gebruikt aber wanneer de tweede mededeling de eerste beperkt of aanvult.
halte
Halte betekent hier 'houd' en is een verzoek om de ruimte schoon te houden. In 'halte ihn für andere sauber' geeft het samen met 'sauber' de gewenste toestand van de ruimte aan. Je gebruikt deze vorm om één persoon rechtstreeks een korte instructie te geven.
für
Für betekent hier 'voor' in de betekenis dat de ruimte netjes moet blijven ten behoeve van andere mensen. Het staat in 'für andere' en geeft aan voor wie de afspraak belangrijk is. Je gebruikt für met een persoon of groep die iets ontvangt of er voordeel van heeft.
andere
Andere verwijst hier naar andere mensen die de ruimte later ook gebruiken. In 'für andere' staat het zonder genoemd zelfstandig naamwoord, omdat mensen uit de context duidelijk zijn. Je gebruikt het om andere personen dan de huidige gesprekspartners aan te duiden.
sauber
Sauber betekent hier 'schoon' of 'netjes' en beschrijft de toestand waarin de ruimte moet blijven. Het hoort bij het verzoek om de ruimte voor anderen schoon achter te laten. Je gebruikt het bij afspraken over het schoon en ordelijk houden van een gedeelde plek.
Ist
Ist betekent 'is' en vormt hier een vraag over de beschikbaarheid van de tafel. In 'Ist dieser Tisch frei?' staat het aan het begin omdat de zin een vraag is. Dezelfde werkwoordsvorm verschijnt ook als 'ist' in 'Der Tisch ist jetzt frei'.
dieser
Dieser betekent 'deze' en wijst hier naar de tafel waar de spreker naar kijkt of op doelt. In 'dieser Tisch' staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt dieser om één concreet voorwerp in de omgeving aan te wijzen.
Tisch
Tisch betekent 'tafel'. In 'dieser Tisch' vraagt de spreker of deze specifieke tafel vrij is. Je gebruikt het woord bijvoorbeeld wanneer je in een vergaderruimte een werkplek of tafel bespreekt.
frei
Frei betekent hier 'vrij' in de betekenis 'beschikbaar en niet bezet'. Zowel de vraag 'Ist dieser Tisch frei?' als de mededeling 'Der Tisch ist jetzt frei' gaat over de beschikbaarheid van de tafel. Je gebruikt frei om te vragen of iets beschikbaar is of om dat te bevestigen.
Der
Der is in 'Der Tisch' het bepaalde lidwoord bij 'Tisch'. Dezelfde geschreven vorm verschijnt als 'der' in 'der nächsten Gruppe', waar hij bij 'Gruppe' hoort. Je gebruikt deze lidwoordvorm dus in verschillende zinsverbanden, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord en de functie in de zin.
jetzt
Jetzt betekent 'nu' en geeft aan dat de tafel op dit moment beschikbaar is. In 'Der Tisch ist jetzt frei' bepaalt het wanneer de mededeling geldt. Je gebruikt jetzt om een huidige situatie of verandering in het moment aan te duiden.
Ich
Ich betekent 'ik' en is het onderwerp van de mededeling over de tas. In 'Ich stelle meine Tasche an die Wand' vertelt de spreker wat hij of zij zelf gaat doen. Je gebruikt ich wanneer je over je eigen handeling spreekt.
stelle
Stelle betekent hier 'zet' of 'plaats': de spreker plaatst de tas bij de muur. De plaats wordt verder aangegeven in 'an die Wand'. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat je zelf een voorwerp op een bepaalde plek zet.
meine
Meine betekent 'mijn' en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór 'Tasche' in 'meine Tasche'. Je gebruikt meine vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je bezit of verbondenheid met jezelf aangeeft.
Tasche
Tasche betekent 'tas'. In 'meine Tasche' is het de tas die de spreker bij de muur wil zetten. Je gebruikt dit woord wanneer je naar een persoonlijke tas of bagage verwijst.
an
An geeft hier de plaats aan waar de tas wordt gezet: bij of tegen de muur. In 'an die Wand' hoort het samen met de plaatsaanduiding. Je gebruikt an met een plek wanneer je de positie of bestemming bij een oppervlak of verticale plaats beschrijft.
die
Die is hier het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord 'Wand'. In 'an die Wand' hoort het bij de plaats waar de tas wordt gezet. Je gebruikt die vóór dit zelfstandig naamwoord in deze vaste plaatsaanduiding.
Wand
Wand betekent 'muur'. In 'an die Wand' is de muur de plaats waar de tas wordt gezet. Je gebruikt dit woord wanneer je een verticale begrenzing of plaats in een kamer beschrijft.
Bitte
Bitte betekent hier 'alsjeblieft' en maakt de instructie beleefd. In 'Bitte halte den Tisch frei' staat het aan het begin van het verzoek. Je gebruikt Bitte om een verzoek of opdracht vriendelijker te formuleren.
hinterlassen
Hinterlassen betekent hier 'achterlaten': de groep laat de ruimte na gebruik schoon achter. In 'Wir hinterlassen den Raum sauber' beschrijft het werkwoord zowel wat wordt achtergelaten als de toestand daarvan. Je gebruikt het bij een plek of voorwerp dat je na vertrek in een bepaalde toestand achterlaat.
Raum
Raum betekent 'ruimte' of 'kamer'. In 'den Raum' is het de vergaderruimte die na gebruik schoon wordt achtergelaten. Je gebruikt dit woord voor een afgebakende ruimte in bijvoorbeeld een gebouw of kantoor.
wenn
Wenn betekent hier 'als' of 'wanneer' en leidt de voorwaarde in: de ruimte wordt schoon achtergelaten op het moment dat de groep klaar is. In 'wenn wir fertig sind' staat het werkwoord achteraan in de bijzin. Je gebruikt wenn om een tijdstip of voorwaarde aan een andere handeling te koppelen.
fertig
Fertig betekent hier 'klaar' of 'af' en beschrijft dat de groep klaar is met het gebruik van de ruimte. In 'wenn wir fertig sind' gaat het om het moment waarop de activiteit eindigt. Je gebruikt fertig om aan te geven dat een taak of activiteit voltooid is.
sind
Sind betekent hier 'zijn' en hoort bij 'wir' in 'wenn wir fertig sind'. In deze bijzin staat sind na 'fertig', aan het einde van het zinsdeel. Je gebruikt deze vorm wanneer je met wir beschrijft dat de groep zich in een bepaalde toestand bevindt.
Das
Das betekent hier 'dat' en verwijst naar de voorafgaande handeling om de ruimte schoon achter te laten. Het is het onderwerp van 'Das hilft der nächsten Gruppe'. Je gebruikt Das om naar een eerder genoemde handeling of situatie als geheel te verwijzen.
hilft
Hilft betekent hier 'helpt' of 'is nuttig voor' de volgende groep. In 'Das hilft der nächsten Gruppe' wordt duidelijk wie voordeel heeft van de handeling. Je gebruikt helpt met een persoon of groep die door iets wordt ondersteund.
nächsten
Nächsten betekent hier 'volgende' en beschrijft de groep die na de huidige groep de ruimte zal gebruiken. In 'der nächsten Gruppe' hoort het bij 'Gruppe'. Je gebruikt het om een persoon of groep aan te duiden die daarna aan de beurt komt.
Gruppe
Gruppe betekent 'groep'. In 'der nächsten Gruppe' is het de groep die de ruimte na de huidige gebruikers nodig heeft. Je gebruikt dit woord voor meerdere mensen die samen deelnemen aan een activiteit of dezelfde plek gebruiken.