Een gedeelde vergaderruimte netjes houden | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a shared meeting room, two adults talk about using a table and leaving the room clean for the next group..

NL → DE / Niveau: A1

Over deze les

Met Een gedeelde vergaderruimte netjes houden oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Können wir den gemeinsamen Besprechungsraum benutzen?

Keunen vier deen guh-main-zah-mun buh-sjpre-chungs-raum buh-noetsun? Kunnen we de gedeelde vergaderruimte gebruiken?
B

Du kannst ihn benutzen, aber halte ihn für andere sauber.

Doe kanst iin buh-noetsun, ah-ber hal-tuh iin fuur an-duh-ruh zau-ber. Dat kan, maar houd de ruimte netjes voor anderen.
A

Ist dieser Tisch frei?

Ist dee-zer tisj fraai? Is deze tafel vrij?
B

Der Tisch ist jetzt frei.

Deer tisj ist yetst fraai. De tafel is nu vrij.
A

Ich stelle meine Tasche an die Wand.

Iesj sjte-luh mai-nuh tasj-uh an die vant. Ik zet mijn tas bij de muur.
B

Bitte halte den Tisch frei.

Bit-tuh hal-tuh deen tisj fraai. Houd de tafel vrij, alstublieft.
A

Wir hinterlassen den Raum sauber, wenn wir fertig sind.

Vier hin-tuh-las-sun deen raum zau-ber, ven vier fer-tiesj zint. We laten de ruimte schoon achter als we klaar zijn.
B

Das hilft der nächsten Gruppe.

Das hilft deer neessjstun groepuh. Dat helpt de volgende groep.

Woord voor woord

Können Können betekent hier dat iets mogelijk is: de spreker vraagt of zij de ruimte mogen gebruiken. Na dit modale werkwoord staat het infinitief 'benutzen' aan het einde van de vraag. Je gebruikt het bijvoorbeeld om in een gedeelde ruimte naar toestemming of mogelijkheid te vragen.
wir Wir betekent 'wij' en verwijst hier naar de spreker samen met minstens één andere persoon. Het is het onderwerp in 'Können wir'. Je gebruikt wir met een werkwoord wanneer je over jezelf en anderen als groep spreekt.
den Den is hier het bepaalde lidwoord bij het mannelijke zelfstandig naamwoord 'Besprechungsraum'. In 'den gemeinsamen Besprechungsraum' hoort het bij het voorwerp van 'benutzen'. Je gebruikt deze vorm vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in deze objectpositie.
gemeinsamen Gemeinsamen betekent hier 'gedeeld' of 'gezamenlijk' en beschrijft de Besprechungsraum als een ruimte die meerdere mensen gebruiken. De vorm staat vóór 'Besprechungsraum' in 'den gemeinsamen Besprechungsraum'. Je kunt het gebruiken om een ruimte of voorziening als gezamenlijk te beschrijven.
Besprechungsraum Besprechungsraum betekent 'vergaderruimte': een ruimte waarin mensen samen overleggen. In 'den gemeinsamen Besprechungsraum' is het de ruimte die de sprekers willen gebruiken. Je gebruikt dit woord in een werk- of vergaderomgeving wanneer je naar zo'n ruimte verwijst.
benutzen Benutzen betekent hier 'gebruiken', namelijk de gedeelde vergaderruimte gebruiken. Het staat als infinitief na 'Können wir' aan het einde van de vraag. Je gebruikt het met een voorwerp of een ruimte die iemand gebruikt.
Du Du betekent 'jij' of 'je' en richt zich hier tot één persoon. Het is het onderwerp in 'Du kannst ihn benutzen' en 'halte ihn'. Je gebruikt du wanneer je één persoon rechtstreeks aanspreekt in een informele situatie.
kannst Kannst betekent hier 'kunt' of 'mag' en geeft aan dat de aangesproken persoon de ruimte mag gebruiken. Het staat in 'Du kannst ihn benutzen' samen met het infinitief 'benutzen'. Je gebruikt het om iemand toestemming of de mogelijkheid voor een handeling te geven.
ihn Ihn betekent hier 'hem' en verwijst naar de mannelijke 'Besprechungsraum', die in de zin al bekend is. Het is het voorwerp bij 'benutzen' en bij 'halte'. Je gebruikt ihn om naar een eerder genoemd mannelijk object te verwijzen.
aber Aber betekent 'maar' en maakt hier een tegenstelling tussen toestemming geven en de ruimte netjes houden. Het verbindt 'Du kannst ihn benutzen' met een voorwaarde of verzoek. Je gebruikt aber wanneer de tweede mededeling de eerste beperkt of aanvult.
halte Halte betekent hier 'houd' en is een verzoek om de ruimte schoon te houden. In 'halte ihn für andere sauber' geeft het samen met 'sauber' de gewenste toestand van de ruimte aan. Je gebruikt deze vorm om één persoon rechtstreeks een korte instructie te geven.
für Für betekent hier 'voor' in de betekenis dat de ruimte netjes moet blijven ten behoeve van andere mensen. Het staat in 'für andere' en geeft aan voor wie de afspraak belangrijk is. Je gebruikt für met een persoon of groep die iets ontvangt of er voordeel van heeft.
andere Andere verwijst hier naar andere mensen die de ruimte later ook gebruiken. In 'für andere' staat het zonder genoemd zelfstandig naamwoord, omdat mensen uit de context duidelijk zijn. Je gebruikt het om andere personen dan de huidige gesprekspartners aan te duiden.
sauber Sauber betekent hier 'schoon' of 'netjes' en beschrijft de toestand waarin de ruimte moet blijven. Het hoort bij het verzoek om de ruimte voor anderen schoon achter te laten. Je gebruikt het bij afspraken over het schoon en ordelijk houden van een gedeelde plek.
Ist Ist betekent 'is' en vormt hier een vraag over de beschikbaarheid van de tafel. In 'Ist dieser Tisch frei?' staat het aan het begin omdat de zin een vraag is. Dezelfde werkwoordsvorm verschijnt ook als 'ist' in 'Der Tisch ist jetzt frei'.
dieser Dieser betekent 'deze' en wijst hier naar de tafel waar de spreker naar kijkt of op doelt. In 'dieser Tisch' staat het vóór het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt dieser om één concreet voorwerp in de omgeving aan te wijzen.
Tisch Tisch betekent 'tafel'. In 'dieser Tisch' vraagt de spreker of deze specifieke tafel vrij is. Je gebruikt het woord bijvoorbeeld wanneer je in een vergaderruimte een werkplek of tafel bespreekt.
frei Frei betekent hier 'vrij' in de betekenis 'beschikbaar en niet bezet'. Zowel de vraag 'Ist dieser Tisch frei?' als de mededeling 'Der Tisch ist jetzt frei' gaat over de beschikbaarheid van de tafel. Je gebruikt frei om te vragen of iets beschikbaar is of om dat te bevestigen.
Der Der is in 'Der Tisch' het bepaalde lidwoord bij 'Tisch'. Dezelfde geschreven vorm verschijnt als 'der' in 'der nächsten Gruppe', waar hij bij 'Gruppe' hoort. Je gebruikt deze lidwoordvorm dus in verschillende zinsverbanden, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord en de functie in de zin.
jetzt Jetzt betekent 'nu' en geeft aan dat de tafel op dit moment beschikbaar is. In 'Der Tisch ist jetzt frei' bepaalt het wanneer de mededeling geldt. Je gebruikt jetzt om een huidige situatie of verandering in het moment aan te duiden.
Ich Ich betekent 'ik' en is het onderwerp van de mededeling over de tas. In 'Ich stelle meine Tasche an die Wand' vertelt de spreker wat hij of zij zelf gaat doen. Je gebruikt ich wanneer je over je eigen handeling spreekt.
stelle Stelle betekent hier 'zet' of 'plaats': de spreker plaatst de tas bij de muur. De plaats wordt verder aangegeven in 'an die Wand'. Je gebruikt deze vorm om te zeggen dat je zelf een voorwerp op een bepaalde plek zet.
meine Meine betekent 'mijn' en geeft aan dat de tas van de spreker is. Het staat vóór 'Tasche' in 'meine Tasche'. Je gebruikt meine vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je bezit of verbondenheid met jezelf aangeeft.
Tasche Tasche betekent 'tas'. In 'meine Tasche' is het de tas die de spreker bij de muur wil zetten. Je gebruikt dit woord wanneer je naar een persoonlijke tas of bagage verwijst.
an An geeft hier de plaats aan waar de tas wordt gezet: bij of tegen de muur. In 'an die Wand' hoort het samen met de plaatsaanduiding. Je gebruikt an met een plek wanneer je de positie of bestemming bij een oppervlak of verticale plaats beschrijft.
die Die is hier het bepaalde lidwoord bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord 'Wand'. In 'an die Wand' hoort het bij de plaats waar de tas wordt gezet. Je gebruikt die vóór dit zelfstandig naamwoord in deze vaste plaatsaanduiding.
Wand Wand betekent 'muur'. In 'an die Wand' is de muur de plaats waar de tas wordt gezet. Je gebruikt dit woord wanneer je een verticale begrenzing of plaats in een kamer beschrijft.
Bitte Bitte betekent hier 'alsjeblieft' en maakt de instructie beleefd. In 'Bitte halte den Tisch frei' staat het aan het begin van het verzoek. Je gebruikt Bitte om een verzoek of opdracht vriendelijker te formuleren.
hinterlassen Hinterlassen betekent hier 'achterlaten': de groep laat de ruimte na gebruik schoon achter. In 'Wir hinterlassen den Raum sauber' beschrijft het werkwoord zowel wat wordt achtergelaten als de toestand daarvan. Je gebruikt het bij een plek of voorwerp dat je na vertrek in een bepaalde toestand achterlaat.
Raum Raum betekent 'ruimte' of 'kamer'. In 'den Raum' is het de vergaderruimte die na gebruik schoon wordt achtergelaten. Je gebruikt dit woord voor een afgebakende ruimte in bijvoorbeeld een gebouw of kantoor.
wenn Wenn betekent hier 'als' of 'wanneer' en leidt de voorwaarde in: de ruimte wordt schoon achtergelaten op het moment dat de groep klaar is. In 'wenn wir fertig sind' staat het werkwoord achteraan in de bijzin. Je gebruikt wenn om een tijdstip of voorwaarde aan een andere handeling te koppelen.
fertig Fertig betekent hier 'klaar' of 'af' en beschrijft dat de groep klaar is met het gebruik van de ruimte. In 'wenn wir fertig sind' gaat het om het moment waarop de activiteit eindigt. Je gebruikt fertig om aan te geven dat een taak of activiteit voltooid is.
sind Sind betekent hier 'zijn' en hoort bij 'wir' in 'wenn wir fertig sind'. In deze bijzin staat sind na 'fertig', aan het einde van het zinsdeel. Je gebruikt deze vorm wanneer je met wir beschrijft dat de groep zich in een bepaalde toestand bevindt.
Das Das betekent hier 'dat' en verwijst naar de voorafgaande handeling om de ruimte schoon achter te laten. Het is het onderwerp van 'Das hilft der nächsten Gruppe'. Je gebruikt Das om naar een eerder genoemde handeling of situatie als geheel te verwijzen.
hilft Hilft betekent hier 'helpt' of 'is nuttig voor' de volgende groep. In 'Das hilft der nächsten Gruppe' wordt duidelijk wie voordeel heeft van de handeling. Je gebruikt helpt met een persoon of groep die door iets wordt ondersteund.
nächsten Nächsten betekent hier 'volgende' en beschrijft de groep die na de huidige groep de ruimte zal gebruiken. In 'der nächsten Gruppe' hoort het bij 'Gruppe'. Je gebruikt het om een persoon of groep aan te duiden die daarna aan de beurt komt.
Gruppe Gruppe betekent 'groep'. In 'der nächsten Gruppe' is het de groep die de ruimte na de huidige gebruikers nodig heeft. Je gebruikt dit woord voor meerdere mensen die samen deelnemen aan een activiteit of dezelfde plek gebruiken.

Grammatica

gemeinsam → gemeinsamen + zelfstandig naamwoord

gemeinsamen Besprechungsraum

guh-main-zah-mun buh-sjpre-chungs-raum

gemeenschappelijke vergaderruimte

Het bijvoeglijk naamwoord krijgt hier de uitgang -en vóór het zelfstandig naamwoord.

Duits woordenschat

aber voegwoord
ah-ber maar

aber halte ihn für andere sauber

andere bijvoeglijk naamwoord
an-duh-ruh andere mensen

für andere

benutzen werkwoord
buh-noetsun gebruiken

den gemeinsamen Besprechungsraum benutzen

Besprechungsraum zelfstandig naamwoord
buh-sjpre-chungs-raum vergaderruimte

den gemeinsamen Besprechungsraum

du voornaamwoord
doe jij

Du kannst ihn benutzen

frei bijvoeglijk naamwoord
fraai vrij

Ist dieser Tisch frei?

gemeinsam bijvoeglijk naamwoord
guh-main-zahm gemeenschappelijk gemeinsamen

den gemeinsamen Besprechungsraum

halten werkwoord
hal-tun houden halte

halte ihn für andere sauber

ihn voornaamwoord
iin hem

Du kannst ihn benutzen

sauber bijvoeglijk naamwoord
zau-ber schoon

halte ihn für andere sauber

Tisch zelfstandig naamwoord
tisj tafel

Ist dieser Tisch frei?

wir voornaamwoord
vier wij

Können wir den gemeinsamen Besprechungsraum benutzen?

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Kunnen we de gedeelde vergaderruimte gebruiken?

Antwoord tonenKönnen wir den gemeinsamen Besprechungsraum benutzen?

Is deze tafel vrij?

Antwoord tonenIst dieser Tisch frei?

De tafel is nu vrij.

Antwoord tonenDer Tisch ist jetzt frei.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

houden

Antwoord tonenhalte

gebruiken

Antwoord tonenbenutzen

maar

Antwoord tonenaber

andere mensen

Antwoord tonenandere