Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met De woonkamer opruimen voor de gasten komen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Unsere Gäste kommen bald.
Oenzeruh gèstuh kommən balt. Onze gasten komen zo.Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen, bevor sie ankommen.
Dan zollten viea das voontsimmer auf-tsóe-rèumen, bevoor zie ankommən. Dan moeten we de woonkamer opruimen voordat ze aankomen.Ich stelle die Bücher wieder ins Regal.
Iesj sjtèluh die buusjer vie-da ins reegaal. Ik leg de boeken terug op de plank.Ich richte die Kissen auf dem Sofa gerade.
Iesj riesjtuh die kissən auf deem zoofa geraaduh. Ik leg de kussens op de bank recht.Sollen wir den Teppich auch saugen?
Zollən viea deen tèpiesj auch zowgən? Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?Staubsaugen würde helfen, besonders in der Nähe der Tür.
Sjtaup-zowgən vuerd uh helpen, bezonders in dea neehuh dea tuur. Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.Der Raum fühlt sich schon gemütlicher an.
Dea rauwm voelt zich sjoon gemuutlicher an. De kamer voelt al prettiger aan.Lass uns Tee machen, sobald alles fertig ist.
Las oens tee maakən, zobaalt alles fertiesj ist. Laten we thee zetten als alles klaar is.Uitleg van de zinnen
Unsere Gäste kommen bald.
Onze gasten komen zo.
- Unsere
- onze
- Gäste
- gasten
- kommen
- komen
- bald
- zo; binnenkort
Uitgebreide uitleg
Unsere betekent hier “onze” en hoort bij het meervoudige zelfstandig naamwoord Gäste. Het bezittelijke woord is gebaseerd op unser-; in deze combinatie krijgt het de uitgang -e: unsere Gäste. Vergelijk: unser Gast = “onze gast” (enkelvoud), maar unsere Gäste = “onze gasten” (meervoud). Gäste betekent hier “gasten”. Het is het meervoud van Gast; de klinker verandert daarbij: Gast → Gäste. Het woord kan bijvoorbeeld ook in de datief meervoud staan als Gästen, zoals in mit Gästen = “met gasten”. kommen betekent hier “komen”. Dit is de vorm van kommen bij sie in het meervoud en ook bij wir en sie in andere overeenkomstige contexten: wir kommen = “wij komen”, sie kommen = “zij komen”. De tegenwoordige tijd kan in het Duits, afhankelijk van de context, zowel “komen” als “zijn aan het komen” weergeven. Voorbeeld: Die Gäste kommen heute. = “De gasten komen vandaag.” bald geeft aan dat iets in de nabije toekomst gebeurt: “binnenkort” of, in deze vertaling, “zo”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het onderwerp. Voorbeeld: Wir sehen uns bald. = “We zien elkaar binnenkort.” Samen vormt Unsere Gäste kommen bald de mededeling: “Onze gasten komen zo.” Unsere Gäste is het meervoudige onderwerp, kommen zegt wat zij doen, en bald plaatst dat komen in de nabije toekomst.
Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen, bevor sie ankommen.
Dan moeten we de woonkamer opruimen voordat ze aankomen.
- Dann
- dan
- sollten wir
- zouden we moeten
- Wohnzimmer
- woonkamer
- aufräumen
- opruimen
- bevor
- voordat
- sie
- ze
- ankommen
- aankomen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” of “in dat geval” en verwijst naar wat nu als volgende stap wordt voorgesteld. Het kan ook een tijdsbetekenis hebben, bijvoorbeeld in Dann gehe ich nach Hause (“Dan ga ik naar huis”), maar hier leidt het vooral de vervolgstap in. wir is de eerste persoon meervoud: de spreker rekent zichzelf en minstens één andere persoon mee. Samen met sollten vormt het een veelgebruikt patroon voor een voorzichtige suggestie: Wir sollten ... betekent “We zouden ... moeten” of natuurlijker “We kunnen maar beter ...”. sollten is de vorm van sollen in de Konjunktiv II; die vorm maakt de aanbeveling minder direct dan Wir sollen ..., dat eerder “We moeten ...” als opdracht of vaststaande verplichting uitdrukt. Wohnzimmer betekent “woonkamer”. Het is een samenstelling van wohnen en Zimmer, maar als zelfstandig naamwoord leer je het als één woord. Het is onzijdig: das Wohnzimmer; het meervoud heeft dezelfde vorm: die Wohnzimmer. Voorbeeld: Das Wohnzimmer ist groß. — “De woonkamer is groot.” aufräumen betekent “opruimen” en is een scheidbaar werkwoord. De basisvorm is aufräumen; in een hoofdzin wordt het voorvoegsel vaak gescheiden: Wir räumen das Wohnzimmer auf. — “We ruimen de woonkamer op.” Na het modale werkwoord sollten blijft aufräumen echter als infinitief bij het einde van de hoofdzin staan. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. Het patroon is bijvoorbeeld bevor sie ankommen — “voordat ze aankomen”. sie is hier een persoonlijk voornaamwoord in het meervoud en betekent “ze”. In de gegeven context verwijst het naar unsere Gäste (“onze gasten”). Deze vorm moet worden onderscheiden van Sie met een hoofdletter, de beleefde aanspreekvorm “u”; de kleine letter in sie laat die aanspreekvorm hier niet zien. ankommen betekent “aankomen”. Het is eveneens scheidbaar: in een hoofdzin krijg je bijvoorbeeld Die Gäste kommen an. — “De gasten komen aan.” In deze bijzin blijft de infinitief ankommen aan het einde staan. De vorm ankommen zegt hier niet wie er aankomt door zichzelf; het onderwerp sie bepaalt dat. De delen worden zo gecombineerd: Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen betekent “Dan zouden we de woonkamer moeten opruimen”. bevor sie ankommen voegt de grens in de tijd toe: dat opruimen moet gebeuren vóór het aankomen van de gasten. De volledige betekenis is dus: “Dan moeten we de woonkamer opruimen voordat ze aankomen.”
Ich stelle die Bücher wieder ins Regal.
Ik leg de boeken terug op de plank.
- Ich
- ik
- stelle
- zet/plaats
- die Bücher
- de boeken
- wieder
- terug
- ins Regal
- in de kast; hier: op de plank
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: het is de eerste persoon enkelvoud. In het Duits blijft dit persoonlijk voornaamwoord in deze vorm staan als onderwerp, terwijl het werkwoord de persoon en het getal laat zien. stelle komt van stellen. De vorm is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich stelle. Hier betekent stellen dat de spreker de boeken ergens neerzet of plaatst. Het is dus een doelgerichte verplaatsing naar een plaats; vergelijk bijvoorbeeld: Ich stelle die Vase auf den Tisch. — “Ik zet de vaas op tafel.” Stellen verschilt van stehen: stellen beschrijft het plaatsen, terwijl stehen beschrijft dat iets ergens staat. die Bücher betekent “de boeken”. Bücher is het meervoud van das Buch. In deze zin is het de directe lijdende voorwerpsgroep: de spreker plaatst de boeken. Bij het meervoud blijft het lidwoord die zowel in de nominatief als in de accusatief hetzelfde. Het meervoud van Buch verandert wel van vorm: Buch → Bücher. wieder betekent hier “terug”: de boeken worden opnieuw naar een eerdere plaats gebracht. Het is een bijwoord en verandert niet van vorm. Een vergelijkbaar gebruik is: Sie kommt wieder. — “Ze komt terug.” ins Regal bestaat uit in + das Regal, samengevoegd tot ins. Regal is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Regal. Omdat stellen hier een beweging naar een bestemming uitdrukt, staat de plaatsbepaling na in in de accusatief: in das Regal → ins Regal. Regal betekent letterlijk een kast of rek; in de vaste vertaling wordt deze bestemming weergegeven als “de plank”. Bij een vaste plaats zonder beweging staat vaak de datief: Die Bücher stehen im Regal. — “De boeken staan in de kast/op de plank.” Im is de samentrekking van in dem. Samen vormt de zin: Ich stelle (“ik zet/plaats”) + die Bücher (“de boeken”) + wieder (“terug”) + ins Regal (“in de kast”, in de vaste vertaling “op de plank”): “Ik leg de boeken terug op de plank.” De keuze voor stelle legt de handeling van het plaatsen vast; wieder geeft aan dat de boeken teruggaan naar een eerdere plaats.
Ich richte die Kissen auf dem Sofa gerade.
Ik leg de kussens op de bank recht.
- Ich
- ik
- richte
- leg recht
- Kissen
- kussens
- auf dem
- op het
- Sofa
- bank
- gerade
- recht
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: de spreker is degene die de handeling uitvoert. In het Duits heeft dit persoonlijke voornaamwoord in deze functie de vorm ich; als lijdend voorwerp zou bijvoorbeeld mich worden gebruikt. richte komt van richten. Hier betekent het “rechtleggen” of “rechtzetten”: de spreker brengt de kussens in een rechte of ordelijke positie. richte is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich richte. Ter vergelijking: du richtest, sie richtet. Het werkwoord kan in andere contexten ook “richten” in een andere betekenis uitdrukken, maar hier bepaalt ... gerade de betekenis “recht maken”. Kissen betekent hier “kussens”. Het zelfstandig naamwoord is das Kissen; het meervoud is opnieuw Kissen, dus zonder zichtbare uitgang: ein Kissen tegenover zwei Kissen. Het lidwoord die in de zin markeert hier het meervoud. auf dem Sofa geeft de plaats aan waar de kussens liggen. auf kan zowel een plaats als een beweging naar een oppervlak of plaats aanduiden. Hier gaat het om een vaste plaats, niet om een beweging naar het sofa; daarom staat na auf de datief: dem Sofa. das Sofa is onzijdig in het enkelvoud, en de datiefvorm van het bepaalde lidwoord is dem. Sofa betekent “bank” of “sofa”. Een kort voorbeeld: Das Kissen liegt auf dem Sofa. — “Het kussen ligt op de bank.” Daar beschrijft auf dem Sofa eveneens een vaste locatie. gerade betekent hier “recht” en beschrijft het resultaat dat de spreker met de kussens wil bereiken. Het woord kan ook “net” of “zojuist” betekenen, maar die betekenis past niet bij deze zin. Een bruikbaar voorbeeld is: Richte das Bild gerade aus! — “Zet het schilderij recht!” Samen vormen Ich richte ... gerade de mededeling dat de spreker iets recht maakt. die Kissen zijn wat rechtgelegd wordt, en auf dem Sofa zegt waar ze zich bevinden. De volledige betekenis is dus: “Ik leg de kussens op de bank recht.”
Sollen wir den Teppich auch saugen?
Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?
- Sollen wir
- zullen we
- Teppich
- vloerkleed
- auch
- ook
- saugen
- stofzuigen
Uitgebreide uitleg
Sollen wir betekent hier “zullen we …?”: sollen is de tegenwoordige tijd van sollen bij wir (eerste persoon meervoud). In een vraag met wir dient het vaak om een voorstel te doen. Het modale werkwoord staat vooraan in deze ja-neevraag; het andere werkwoord blijft als infinitief achteraan. Voorbeeld: Sollen wir anfangen? — “Zullen we beginnen?” Teppich betekent hier “vloerkleed” of “tapijt”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Teppich. Na het werkwoord saugen is het de handeling die wordt uitgevoerd, dus staat het in de accusatief: den Teppich. De vorm van het lidwoord verandert daardoor van der naar den; Teppich zelf krijgt hier geen zichtbare uitgang. Voorbeeld: Ich sehe den Teppich. — “Ik zie het vloerkleed.” auch betekent “ook”. Het voegt een extra betekenis toe aan de voorgestelde handeling; wat precies daarnaast wordt bedoeld, wordt in deze zin niet nader genoemd. Voorbeeld: Wir reinigen auch den Tisch. — “Wij maken ook de tafel schoon.” saugen is de infinitief en betekent in deze context “stofzuigen”. Het kan in andere contexten ook algemener “zuigen” betekenen, maar de combinatie met een Teppich en de vaste vertaling maken hier de betekenis “het vloerkleed stofzuigen” duidelijk. De infinitief blijft na het modale werkwoord staan. Voorbeeld: Wir saugen den Teppich. — “Wij stofzuigen het vloerkleed.” Samen vormen de delen de vraag Sollen wir den Teppich auch saugen?: “Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?” Het voorstel gebruikt sollen plus wir, noemt het lijdend voorwerp den Teppich, voegt auch toe en plaatst de infinitief saugen aan het einde.
Staubsaugen würde helfen, besonders in der Nähe der Tür.
Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.
- Staubsaugen
- stofzuigen
- helfen
- helpen
- besonders
- vooral
- in der Nähe
- in de buurt
- Tür
- deur
Uitgebreide uitleg
Staubsaugen betekent hier “stofzuigen” en staat aan het begin als onderwerp van de zin. Het is een gesubstantiveerde infinitief: de handeling wordt als een zelfstandig naamwoord gebruikt en krijgt daarom een hoofdletter. Het werkwoordelijke basiswoord is staubsaugen; als gewoon werkwoord schrijf je bijvoorbeeld: Wir staubsaugen heute. — “We stofzuigen vandaag.” Een voorbeeld met dezelfde constructie is: Lesen würde helfen. — “Lezen zou helpen.” helfen betekent hier “helpen”. Na würde staat het werkwoord in de infinitief: würde helfen, niet een vervoegde vorm. De basisvorm is helfen; in de tegenwoordige tijd bijvoorbeeld: Das hilft. — “Dat helpt.” Het onderwerp van helfen is hier de handeling Staubsaugen, niet een afzonderlijke persoon. würde komt van werden en vormt hier samen met de infinitief een voorwaardelijke of voorzichtige formulering met de betekenis “zou ...”. Het patroon is würde + infinitief: Das würde helfen. — “Dat zou helpen.” Deze vorm zegt niet dat het helpen al als feit wordt voorgesteld. besonders betekent hier “vooral” en beperkt de nadruk tot wat daarna komt. Het is een bijwoord en verandert niet mee met een zelfstandig naamwoord. Een herbruikbaar voorbeeld is: Besonders morgens ist es rustig. — “Vooral ’s morgens is het rustig.” in der Nähe betekent “in de buurt” of “in de nabijheid”. Nähe is het zelfstandig naamwoord in deze vaste ruimtelijke uitdrukking. Bij in der Nähe der Tür bepaalt de uitdrukking de locatie; ze zegt waar stofzuigen vooral zou helpen. Een voorbeeld is: Das Café ist in der Nähe. — “Het café is in de buurt.” Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de basisvorm in de zin is die Tür. In der Tür staat het na der Nähe in de genitief: die Nähe der Tür betekent letterlijk “de nabijheid van de deur”. Het lidwoord der markeert hier dus niet een mannelijk zelfstandig naamwoord, maar de genitief van het vrouwelijke die Tür. Een voorbeeld is: Die Tür ist offen. — “De deur is open.” Samen vormt de zin: Staubsaugen würde helfen — “Stofzuigen zou helpen” — gevolgd door besonders in der Nähe der Tür — “vooral in de buurt van de deur/deuropening”. De volledige betekenis is dus: “Stofzuigen zou helpen, vooral bij de deuropening.”
Der Raum fühlt sich schon gemütlicher an.
De kamer voelt al prettiger aan.
- Raum
- kamer, ruimte
- fühlt sich … an
- voelt aan
- schon
- al
- gemütlicher
- prettiger, aangenamer
Uitgebreide uitleg
Raum betekent hier “kamer”. Het zelfstandige naamwoord is mannelijk: der Raum; het meervoud is die Räume. Het kan ook algemener “ruimte” betekenen, maar in deze zin wordt volgens de vaste vertaling een kamer bedoeld. fühlt sich ... an is de scheidbare constructie sich anfühlen, “aanvoelen”. In de tegenwoordige tijd staat het voornaamwoord tussen werkwoorddelen: Der Raum fühlt sich ... an. Het onderwerp is Der Raum, en sich verwijst hier naar dat onderwerp. Voorbeelden: Das Material fühlt sich weich an. — “Het materiaal voelt zacht aan.” Die Decke fühlt sich warm an. — “De deken voelt warm aan.” schon betekent hier “al”: de beschreven verandering is op dit moment merkbaar. Het is niet hetzelfde als noch (“nog”). Voorbeeld: Der Raum ist schon sauber. — “De kamer is al schoon.” gemütlicher is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord gemütlich: gemütlich — gemütlicher — am gemütlichsten. Hier staat de vorm na fühlt sich ... an als beschrijving van hoe de kamer aanvoelt; de betekenis is “aangenamer/gezelliger”. De uitgang -er draagt hier de vergelijking, niet het zelfstandig naamwoord Raum. Samen vormen de delen: Der Raum + fühlt sich ... an + schon + gemütlicher. De volledige betekenis is: “De kamer voelt al aangenamer aan.” De zin vergelijkt de huidige indruk met een eerdere of andere toestand, zonder die vergelijking expliciet te benoemen.
Lass uns Tee machen, sobald alles fertig ist.
Laten we thee zetten als alles klaar is.
- Lass uns
- laten we
- Tee
- thee
- machen
- zetten
- sobald
- zodra
- alles
- alles
- fertig
- klaar
Uitgebreide uitleg
Lass uns: Dit is een vaste aansporingsconstructie met de gebiedende wijs van lassen en het voornaamwoord uns: “laten we …”. De spreker stelt voor dat hij of zij en de aangesprokene samen iets doen. Het werkwoord dat bij dit voorstel hoort, staat erna: Lass uns warten = “Laten we wachten.” Tee: Dit zelfstandig naamwoord betekent hier “thee”. Het heeft in het Duits het grammaticale geslacht mannelijk: der Tee; in deze zin staat het zonder lidwoord. Het meervoud is Tees, bijvoorbeeld zwei Tees wanneer het om twee theeën of soorten thee gaat. Als stofnaam wordt Tee vaak zonder meervoud gebruikt. machen: De basisvorm is machen (“maken/doen”). Na Lass uns staat het werkwoord in de infinitief: Lass uns beginnen = “Laten we beginnen.” Bij dranken kan Tee machen in deze context natuurlijk “thee zetten” betekenen; het betekent hier dus niet dat men thee als grondstof vervaardigt. sobald: Dit is een onderschikkend voegwoord met de betekenis “zodra”. Het leidt een tijdsbepalende bijzin in: die bijzin geeft aan vanaf welk moment de hoofdhandeling plaatsvindt. In de bijzin komt het vervoegde werkwoord achteraan: Sobald er kommt, beginnen wir. = “Zodra hij komt, beginnen we.” alles: Dit onbepaalde voornaamwoord betekent hier “alles”. De zin specificeert niet afzonderlijk waarnaar alles verwijst. Grammaticaal is het enkelvoudig en onzijdig; daarom staat er ist, niet een meervoudsvorm. Alles ist bereit. = “Alles is klaar.” fertig: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent hier “klaar” of “af”. Als naamwoordelijk deel na sein krijgt het geen uitgang: Die Arbeit ist fertig. = “Het werk is klaar.” Het bijvoeglijk naamwoord zelf draagt hier dus niet de persoons- of getalsvervoeging; ist draagt de vorm van sein voor de derde persoon enkelvoud. Samen vormen de delen Lass uns Tee machen = “Laten we thee zetten”, gevolgd door de bijzin sobald alles fertig ist = “zodra alles klaar is”. De volledige betekenis is daarom: “Laten we thee zetten zodra alles klaar is.” De constructie is alledaags en bruikbaar voor een gezamenlijk voorstel; als oefenvoorbeeld kun je bijvoorbeeld Lass uns eine Pause machen gebruiken: “Laten we een pauze nemen.”
Grammatica
bevor/sobald + bijzin met werkwoord achteraan
Bevor die Gäste ankommen, ist das Wohnzimmer fertig.
Bevoor die gèstuh ankommən, ist das voontsimmer fertiesj.Voordat de gasten aankomen, is de woonkamer klaar.
Na bevor en zodra staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
Lass uns + infinitief
Lass uns Tee machen.
Las oens tee maakən.Laten we thee zetten.
Lass uns + infinitief gebruik je om samen iets voor te stellen.
Duits woordenschat
bevor sie ankommen
das Wohnzimmer aufzuräumen
Unsere Gäste kommen bald.
bevor sie ankommen
Ich stelle die Bücher wieder ins Regal.
Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen.
Unsere Gäste kommen bald.
Ich richte die Kissen auf dem Sofa gerade.
ins Regal
auf dem Sofa
Ich stelle die Bücher wieder ins Regal.
das Wohnzimmer
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Onze gasten komen zo.
Antwoord tonen
Unsere Gäste kommen bald.Zullen we het vloerkleed ook stofzuigen?
Antwoord tonen
Sollen wir den Teppich auch saugen?Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
aankomen
Antwoord tonen
ankommenwoonkamer
Antwoord tonen
Wohnzimmerboeken
Antwoord tonen
Bücherbinnenkort