Unsere
In “Unsere Gäste” betekent Unsere “onze”: het geeft aan dat de gasten bij ons horen. Het is een vorm van unser die hier vóór het meervoud Gäste staat. Je gebruikt dit wanneer je over je eigen gasten of andere bij jou horende personen spreekt.
Gäste
In “Unsere Gäste kommen bald” betekent Gäste “gasten”, dus mensen die op bezoek komen. Gäste is het meervoud van Gast. Je gebruikt het bijvoorbeeld wanneer je bezoek in huis aankondigt of bespreekt.
kommen
In “Unsere Gäste kommen bald” betekent kommen dat de gasten komen of eraan komen. De combinatie met bald maakt duidelijk dat dit binnenkort gebeurt. Je gebruikt het om de komst van mensen te beschrijven.
bald
Bald betekent hier “binnenkort” en geeft aan dat de komst niet lang meer op zich laat wachten. In “kommen bald” staat het bij de handeling komen. Je gebruikt het bij iets dat in de nabije toekomst zal gebeuren.
Dann
Dann betekent “dan” en verbindt de komst van de gasten met de volgende stap. In “Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen” leidt het een voorstel of gevolg in. Je gebruikt het vaak aan het begin van een zin om op een eerdere situatie te reageren.
sollten
In “Dann sollten wir das Wohnzimmer aufräumen” geeft sollten een milde aanbeveling: we zouden de woonkamer moeten opruimen. Het is een vorm van sollen. De constructie “sollten wir” is bruikbaar wanneer je samen een verstandige volgende stap wilt voorstellen.
wir
Wir betekent “wij” of “we” en verwijst hier naar de twee mensen die samen opruimen. In “Sollen wir” maakt het duidelijk dat de spreker de luisteraar bij de handeling betrekt. Je gebruikt het voor een gezamenlijke actie.
das
In “das Wohnzimmer” betekent das “het” en hoort het bij Wohnzimmer. Het bepaalt welk vertrek bedoeld wordt. Je gebruikt het samen met een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een specifiek ding of vertrek verwijst.
Wohnzimmer
Wohnzimmer betekent “woonkamer”, de ruimte die vóór het bezoek wordt opgeruimd. In “das Wohnzimmer aufräumen” is het de ruimte waarop de opruimactie gericht is. Je gebruikt het wanneer je over de belangrijkste leefruimte in huis spreekt.
aufräumen
Aufräumen betekent hier “opruimen” en verwijst naar het netjes maken van de woonkamer. In “das Wohnzimmer aufräumen” volgt het op het voorstel met sollten. Je gebruikt het voor het ordenen en netjes maken van een kamer of andere ruimte.
bevor
Bevor betekent “voordat” en geeft aan dat het opruimen plaatsvindt vóór de aankomst. In “bevor sie ankommen” introduceert het een tijdsbepaling; de handeling ankommen staat aan het einde van die bijzin. Je gebruikt het om twee gebeurtenissen in de tijd te ordenen.
sie
Sie betekent hier “ze” of “zij” en verwijst naar de eerder genoemde Gäste. In “bevor sie ankommen” is het dus de groep gasten die zal aankomen. Je gebruikt dit voor personen die al uit de context bekend zijn.
ankommen
Ankommen betekent “aankomen” en beschrijft hier de aankomst van de gasten. In “bevor sie ankommen” staat het in de bijzin na bevor. Je gebruikt het voor personen die op hun bestemming arriveren.
Ich
Ich betekent “ik” en markeert hier de persoon die een opruimtaak op zich neemt. In “Ich stelle die Bücher wieder ins Regal” kondigt de spreker zijn of haar eigen handeling aan. Je gebruikt het wanneer je zegt wat jij doet of zult doen.
stelle
In “Ich stelle die Bücher wieder ins Regal” betekent stelle “plaats” of “zet”. Het is een vorm van stellen en beschrijft hier het terugplaatsen van de boeken. Je gebruikt het in combinatie met een voorwerp en de plaats waar je dat neerzet.
die
In “die Bücher” betekent die “de” en hoort het bij Bücher. Het verwijst naar specifieke boeken die in de situatie al bekend zijn. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar bepaalde dingen verwijst.
Bücher
Bücher betekent “boeken” en is het meervoud van Buch. In de dialoog worden de boeken terug in het rek geplaatst. Je gebruikt dit woord voor meerdere boeken.
wieder
Wieder betekent hier “terug” en laat zien dat de boeken naar hun eerdere plaats gaan. In “wieder ins Regal” verwijst het naar het rek als oorspronkelijke bestemming. Je gebruikt het wanneer iets opnieuw op zijn vorige plaats komt.
ins
Ins betekent hier “in het” of “naar het” en is de verkorte vorm van in das. In “wieder ins Regal” geeft het de bestemming van de boeken aan. Je gebruikt het bij een beweging naar binnen of naar een bepaalde plaats.
Regal
Regal betekent hier “plank” of “rek”, de plaats waar de boeken worden teruggezet. In “ins Regal” is het de bestemming van de beweging. Je gebruikt het voor een meubel of opbergplaats met planken.
richte
In “Ich richte die Kissen auf dem Sofa gerade” betekent richte “zet recht” of “maak netjes”. Het is een vorm van richten en beschrijft hier het goed positioneren van de kussens. Je gebruikt het wanneer je iets recht of ordelijk legt.
Kissen
Kissen betekent hier “kussens” en verwijst naar de zachte kussens op de bank. In “die Kissen auf dem Sofa” zijn het de voorwerpen die rechtgezet worden. Je gebruikt het voor een of meer kussens; hier gaat het om meerdere.
auf
In “auf dem Sofa” betekent auf “op” en geeft het de plaats van de kussens aan. Het beschrijft hier een positie op het oppervlak van de bank. Je gebruikt het samen met een plaats om aan te geven waar iets zich bevindt.
dem
In “auf dem Sofa” betekent dem “de” en hoort het bij Sofa. Samen met auf vormt het de plaatsaanduiding “op de bank”. Je gebruikt deze vorm in deze vaste combinatie om de locatie van iets te beschrijven.
Sofa
Sofa betekent “bank” of “sofa”, de zitplaats waarop de kussens liggen. In “auf dem Sofa” geeft het aan waar de kussens worden rechtgelegd. Je gebruikt het wanneer je over dit meubel in een woonkamer spreekt.
gerade
In “richte die Kissen auf dem Sofa gerade” betekent gerade “recht” of “netjes recht”. Het beschrijft het resultaat dat de kussens een ordelijke positie krijgen. Je gebruikt het wanneer je iets recht wilt zetten.
Sollen
Sollen betekent hier “zullen we” of “moeten we” en vormt een vraag naar een gezamenlijke suggestie. In “Sollen wir den Teppich auch saugen?” vraagt de spreker of de ander deze extra taak ook wil doen. De hoofdletter komt doordat het woord aan het begin van de zin staat.
den
In “den Teppich” betekent den “de” en hoort het bij Teppich. Het verwijst naar het specifieke vloerkleed dat mogelijk extra schoongemaakt moet worden. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaald voorwerp verwijst.
Teppich
Teppich betekent “vloerkleed” of “tapijt”. In “den Teppich auch saugen” is het het voorwerp dat gestofzuigd moet worden. Je gebruikt het voor een kleed of tapijt op de vloer.
auch
Auch betekent “ook” en voegt het stofzuigen van het vloerkleed toe aan de andere opruimtaken. In “den Teppich auch saugen” betekent het dat deze taak er nog bij komt. Je gebruikt het om extra informatie of een extra handeling toe te voegen.
saugen
Saugen betekent hier “stofzuigen”, omdat het object de Teppich is. In “den Teppich auch saugen” gaat het om het schoonmaken van het vloerkleed met een stofzuiger. Je gebruikt het bij een oppervlak of voorwerp dat je op deze manier schoonmaakt.
Staubsaugen
Staubsaugen betekent “stofzuigen” als activiteit. In “Staubsaugen würde helfen” wordt die activiteit genoemd als iets dat de kamer schoner zou maken. Je gebruikt het wanneer je het stofzuigen als taak of activiteit bespreekt.
würde
Würde betekent hier “zou” en maakt van helfen een voorwaardelijke of voorzichtige beoordeling. In “Staubsaugen würde helfen” zegt de spreker dat stofzuigen nuttig zou zijn. Je gebruikt het om een mogelijk gevolg of een voorzichtige inschatting uit te drukken.
helfen
Helfen betekent “helpen” of “nuttig zijn”. In “Staubsaugen würde helfen” betekent het dat stofzuigen de situatie zou verbeteren. Je gebruikt het om aan te geven dat een handeling bij een probleem of taak helpt.
besonders
Besonders betekent “vooral” of “in het bijzonder” en legt hier extra nadruk op het gebied bij de deur. In “besonders in der Nähe der Tür” wordt één plaats uitgelicht. Je gebruikt het wanneer iets meer aandacht of belang krijgt dan de rest.
in
In “in der Nähe der Tür” draagt in bij aan de plaatsaanduiding en betekent het hier “in” binnen het gebied van de nabijheid. De hele uitdrukking betekent “in de buurt van de deur”. Je gebruikt het in deze combinatie om een locatie aan te geven.
der
In “in der Nähe der Tür” hoort der bij Nähe en bij Tür binnen dezelfde plaatsaanduiding. In “Der Raum” is Der het woord voor “de” vóór Raum; de hoofdletter komt door het begin van de zin. Je gebruikt deze vorm dus hier als onderdeel van twee verschillende naamwoordgroepen.
Nähe
Nähe betekent “nabijheid” of “buurt”. In “in der Nähe der Tür” verwijst het naar het gebied vlak bij de deur. Je gebruikt het in deze uitdrukking wanneer je een plaats niet exact, maar als nabij gelegen beschrijft.
Tür
Tür betekent “deur”. In “in der Nähe der Tür” is de deur het herkenningspunt voor de plaats waar vooral gestofzuigd moet worden. Je gebruikt het voor een deur in een huis of andere ruimte.
Raum
Raum betekent “ruimte” of “kamer”. In “Der Raum fühlt sich schon gemütlicher an” verwijst het naar de kamer die net is opgeruimd. Je gebruikt het wanneer je een kamer als ruimte of geheel beschrijft.
fühlt
In “Der Raum fühlt sich schon gemütlicher an” draagt fühlt de betekenis “voelt”. Het is een vorm van fühlen en hoort bij de volledige uitdrukking fühlt sich ... an. Je gebruikt deze constructie om te beschrijven hoe iets aanvoelt of overkomt.
sich
Sich is hier het reflexieve onderdeel van “fühlt sich schon gemütlicher an”. Samen met fühlt ... an beschrijft het hoe de ruimte zelf aanvoelt; op zichzelf betekent sich hier niet letterlijk “zichzelf”. Je gebruikt deze combinatie om een indruk of ervaren toestand van iets te beschrijven.
schon
Schon betekent hier “al” en laat zien dat het verschil na het opruimen nu al merkbaar is. In “fühlt sich schon gemütlicher an” versterkt het de tijdsbetekenis. Je gebruikt het wanneer een verandering eerder dan verwacht of op dit moment al zichtbaar of merkbaar is.
gemütlicher
Gemütlicher betekent “gezelliger” of “comfortabeler” en beschrijft dat de ruimte prettiger aanvoelt dan daarvoor. Het is een vorm van gemütlich in de vergelijking “fühlt sich schon gemütlicher an”. Je gebruikt het om een aangenamere sfeer of toestand te beschrijven.
an
An is hier het afgescheiden einddeel van de uitdrukking “fühlt sich schon gemütlicher an”. Samen met fühlt sich geeft het de betekenis “aanvoelen” of “overkomen”; het betekent hier niet zelfstandig “aan”. Je gebruikt het op deze plaats bij een beschrijving van een indruk of gevoel.
Lass
In “Lass uns Tee machen” betekent Lass “laten we” en nodigt de spreker de ander uit om samen iets te doen. Het is een vorm van lassen die in deze uitdrukking een voorstel vormt. Je gebruikt het om op een directe, alledaagse manier een gezamenlijke activiteit voor te stellen.
uns
Uns betekent “ons” en verwijst in “Lass uns Tee machen” naar de spreker en de luisteraar samen. Het maakt duidelijk dat de handeling gezamenlijk wordt uitgevoerd. Je gebruikt het in deze constructie om iemand bij een voorstel te betrekken.
Tee
Tee betekent “thee”. In “Tee machen” is het de drank die de twee mensen na het opruimen willen bereiden. Je gebruikt het wanneer je over thee als drank of als kleine maaltijdvoorbereiding spreekt.
machen
In “Lass uns Tee machen” betekent machen “maken” of “bereiden”. Bij Tee verwijst het naar thee klaarmaken, niet naar het letterlijk creëren van thee. Je gebruikt deze combinatie om voor te stellen samen thee te bereiden.
sobald
Sobald betekent “zodra” en geeft aan dat de thee wordt gemaakt op het moment dat alles klaar is. In “sobald alles fertig ist” introduceert het een tijdsbepaling. Je gebruikt het wanneer de ene handeling direct na het bereiken van een toestand kan beginnen.
alles
Alles betekent “alles” en verwijst hier naar alle opruim- en voorbereidingstaken die nog gedaan moeten worden. In “alles fertig ist” betekent het dat het geheel klaar moet zijn. Je gebruikt het wanneer je naar een volledige verzameling of situatie verwijst.
fertig
Fertig betekent hier “klaar” of “af”. In “alles fertig ist” beschrijft het de toestand waarin alle voorbereidingen voltooid zijn. Je gebruikt het om aan te geven dat een taak of voorbereiding gereed is.
ist
Ist betekent “is” en verbindt in “alles fertig ist” alles met de toestand fertig. Het is een vorm van sein. Omdat dit deel na sobald staat, verschijnt ist aan het einde van de bijzin.