Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een wekelijks schoonmaakschema oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Wir brauchen einen besseren Putzplan für die Wohnung.
Wier braugən ainen besseren poetsplaan fuur die voonong. We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.Wir teilen die Aufgaben nicht gleichmäßig auf.
Wier taajlen die aufgaaben nigt glaajsmeesig auf. We verdelen de huishoudelijke taken niet eerlijk.Ich kann am Samstagmorgen die Regale abstauben.
Isj kan am tsámstaakmorgen die regaale apsjtauben. Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.Dann wische ich nach dem Mittagessen die Küche.
Dan visje isj naak deem mittaakessen die kuusje. Dan dweil ik de keuken na de lunch.Sollen wir jeden Sonntag das Bad putzen?
Zollen wier yeeden zontáák das baat poetsen? Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?Sonntag passt gut, weil das Bad schnell schmutzig wird.
Zontáák past goet, vail das baat sjnel sjmoetsig virt. Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.Ich hänge den Plan an den Kühlschrank.
Isj henge deen plaan an deen kuulsjrank. Ik hang het schema aan de koelkast.Das sollte uns helfen, uns an jede Aufgabe zu erinnern.
Das zolte oens helpen, oens an yeede aufgaabe tsoe herinneren. Dat zou ons moeten helpen om ons elke taak te herinneren.Uitleg van de zinnen
Wir brauchen einen besseren Putzplan für die Wohnung.
We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.
- Wir
- wij
- brauchen
- nodig hebben
- besseren
- beter
- Putzplan
- schoonmaakschema
- Wohnung
- appartement
Uitgebreide uitleg
Wir betekent hier “wij”: de spreker hoort zelf bij de groep. Het is de nominatieve vorm van het persoonlijke voornaamwoord in het meervoud; vergelijk ich (“ik”) voor één spreker. Voorbeeld: Wir lernen Deutsch. — “Wij leren Duits.” brauchen betekent hier “nodig hebben”. Dit is de tegenwoordige tijd bij wir; de infinitief is ook brauchen. Het onderwerp staat vóór het werkwoord in deze gewone hoofdzin: Wir brauchen ... — “Wij hebben ... nodig.” Voorbeeld: Wir brauchen mehr Zeit. — “Wij hebben meer tijd nodig.” besseren is de vergrotende trap van gut (“goed”): gut → besser → am besten. In deze zin krijgt de vorm de uitgang -en, omdat besser vóór het zelfstandig naamwoord staat in de combinatie einen besseren Putzplan. besseren beschrijft dus Putzplan, niet Wohnung. Voorbeeld: Das ist ein besserer Plan. — “Dat is een beter plan.” Putzplan betekent “schoonmaakschema”. Het is een samengesteld zelfstandig naamwoord: Putz- verwijst naar schoonmaken en Plan naar een plan of schema. Duitse samenstellingen worden als één woord geschreven en het laatste deel bepaalt het grammaticale geslacht; daarom is der Putzplan mannelijk. In einen besseren Putzplan staat het woord in de accusatief, als datgene wat nodig is. Wohnung betekent hier “appartement” of “woning”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Wohnung. Na für staat hier de accusatief: für die Wohnung; bij een vrouwelijk woord ziet het lidwoord die in nominatief en accusatief hetzelfde uit. Voorbeeld: Der Plan ist für die Wohnung. — “Het plan is voor het appartement.” Samen vormen Wir brauchen het patroon “Wij hebben ... nodig”. einen besseren Putzplan is het benodigde voorwerp: “een beter schoonmaakschema”. für die Wohnung geeft aan waarvoor het schema bedoeld is: “voor het appartement”. De hele zin betekent daarom: “We hebben een beter schoonmaakschema voor het appartement nodig.”
Wir teilen die Aufgaben nicht gleichmäßig auf.
We verdelen de huishoudelijke taken niet eerlijk.
- Wir
- wij
- teilen … auf
- verdelen
- Aufgaben
- taken
- nicht
- niet
- gleichmäßig
- gelijkmatig
Uitgebreide uitleg
Wir betekent hier “wij”: de spreker rekent zichzelf tot de groep. De vorm is gelijk voor mannelijk en vrouwelijk; het is de eerste persoon meervoud. Vergelijk ich = “ik” en sie = “zij” wanneer de spreker niet tot de groep behoort. teilen ... auf komt van het scheidbare werkwoord aufteilen: iets in delen verdelen of de verdeling van iets maken. In een hoofdzin staat teilen op de tweede plaats en komt het voorvoegsel auf aan het einde: Wir teilen die Arbeit auf. — “We verdelen het werk.” In de infinitief blijft het één woord: die Arbeit aufteilen. Aufgaben is het meervoud van Aufgabe, “taak”. Het meervoud maakt duidelijk dat het om meerdere taken gaat; het zegt op zichzelf niet hoeveel taken het zijn. eine Aufgabe = “één taak/een taak”, mehrere Aufgaben = “meerdere taken”. In deze context gaat het volgens de vertaling en het gesprek om huishoudelijke taken. nicht ontkent hier de manier waarop de taken worden verdeeld. Het betekent dus niet dat de taken helemaal niet worden verdeeld; de bewering is dat ze niet gelijkmatig worden verdeeld. Een vergelijkbaar patroon is Wir arbeiten nicht gemeinsam. — “We werken niet samen.” gleichmäßig betekent “gelijkmatig” of, bij een verdeling, “eerlijk verdeeld”. Het is een bijwoord bij aufteilen en beschrijft hoe de verdeling gebeurt. Het bijbehorende bijvoeglijke naamwoord is ook gleichmäßig: eine gleichmäßige Verteilung — “een gelijkmatige verdeling”. Het tegenovergestelde is ungleichmäßig — “ongelijkmatig”. Samen vormen de delen Wir teilen die Aufgaben nicht gleichmäßig auf. de betekenis: “Wij verdelen de taken niet gelijkmatig.” Wir is degene die verdeelt, die Aufgaben zijn wat verdeeld wordt, nicht gleichmäßig ontkent een gelijkmatige verdeling, en auf voltooit het scheidbare werkwoord aufteilen. De eerdere verwijzing naar een schoonmaakschema en het volgende voorbeeld over afstoffen passen bij deze huishoudelijke context, maar de Duitse zin zelf noemt alleen Aufgaben en specificeert niet afzonderlijk welke taken bij wie terechtkomen.
Ich kann am Samstagmorgen die Regale abstauben.
Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.
- Ich kann
- ik kan
- Samstagmorgen
- zaterdagochtend
- Regale
- planken
- abstauben
- afstoffen
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier dat de spreker iets kan doen. kann is de tegenwoordige tijd van können bij ich. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief: Ich kann ... abstauben = “Ik kan ... afstoffen”. Samstagmorgen betekent “zaterdagochtend”. Het is een samenstelling van Samstag (“zaterdag”) en Morgen (“ochtend”). Samen met am vormt het de tijdsbepaling am Samstagmorgen (“zaterdagochtend”). Die kan bijvoorbeeld ook achter het lijdend voorwerp staan: Ich kann die Regale am Samstagmorgen abstauben. = “Ik kan de planken zaterdagochtend afstoffen.” Regale betekent hier “planken” en is het meervoud van das Regal. In deze zin is Regale het lijdend voorwerp. Het meervoud verandert in de accusatief niet van vorm; die markeert hier het bepaalde meervoudige lijdend voorwerp. abstauben betekent “afstoffen”. Het is een scheidbaar werkwoord. In een gewone hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede positie en komt het voorvoegsel aan het einde: Ich staube die Regale ab. = “Ik stof de planken af.” Na kann blijft de infinitief abstauben bij elkaar en staat die achteraan. Samen vormen Ich kann, am Samstagmorgen, die Regale en abstauben de betekenis: “Ik kan zaterdagochtend de planken afstoffen.”
Dann wische ich nach dem Mittagessen die Küche.
Dan dweil ik de keuken na de lunch.
- Dann
- dan
- wische
- dweil
- nach dem Mittagessen
- na de lunch
- Küche
- keuken
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan”: het verwijst naar een volgende handeling in de volgorde. Als een tijds- of volgorde-adverbiaal vooraan staat, blijft het vervoegde werkwoord in het Duits op de tweede zinsplaats: Dann wische ich .... Daardoor komt ich na wische, zonder dat de betekenis verandert. wische is de ik-vorm in de tegenwoordige tijd van wischen (“vegen”, en in deze huishoudelijke context “dweilen”). De vorm hoort bij het onderwerp ich: ich wische. Andere nuttige vormen zijn du wischst en wir wischen. Voorbeeld: Ich wische den Boden. — “Ik dweil de vloer.” nach dem Mittagessen betekent “na de lunch”. nach krijgt hier een zelfstandig naamwoordgroep in de datief. das Mittagessen wordt daarom dem Mittagessen; dem markeert hier niet een mannelijk woord, maar de datiefvorm van het onzijdige das. Voorbeeld: Nach dem Essen lese ich. — “Na het eten lees ik.” Küche is “keuken”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Küche. In deze zin is de keuken het directe object van wischen, dus staat de volledige groep in de accusatief: die Küche. Bij vrouwelijke zelfstandige naamwoorden zien die in de nominatief en accusatief er hetzelfde uit. Voorbeeld: Ich putze die Küche. — “Ik maak de keuken schoon.” Samen vormen de delen Dann + wische ich + nach dem Mittagessen + die Küche: “Dan dweil ik de keuken na de lunch.” De zin beschrijft een handeling die na de lunch plaatsvindt; ich voert de handeling uit en die Küche is wat wordt gedweild.
Sollen wir jeden Sonntag das Bad putzen?
Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?
- Sollen wir
- zullen we…?
- jeden Sonntag
- elke zondag
- Bad
- badkamer
- putzen
- schoonmaken
Uitgebreide uitleg
Sollen wir is hier een voorstel: “zullen we …?” sollen is de tegenwoordige tijd van sollen in de eerste persoon meervoud; wir betekent “wij”. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord aan het einde in de infinitief. Vergelijk: Sollen wir warten? — “Zullen we wachten?” Dit is niet hetzelfde als Wollen wir warten?, dat eerder “Willen we wachten?” betekent. jeden Sonntag betekent “elke zondag”. Sonntag is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Sonntag. In deze terugkerende tijdsaanduiding krijgt het bijvoeglijke woord de vorm jeden, omdat de uitdrukking in de accusatief staat: jeden Sonntag. Een vergelijkbaar voorbeeld is jeden Montag — “elke maandag”. Bad betekent hier “badkamer”, zoals ook uit de vaste vertaling en de context blijkt. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Bad. In een andere context kan Bad ook “bad” betekenen, maar hier gaat het om de ruimte die schoongemaakt wordt. Voorbeeld: Das Bad ist klein. — “De badkamer is klein.” putzen betekent “schoonmaken” of “poetsen”. Dit is de infinitief die na sollen staat; de vorm van sollen draagt de persoonsinformatie, terwijl putzen zelf hier niet vervoegd is. Buiten deze constructie krijgt het werkwoord wel een vervoegde vorm, bijvoorbeeld Wir putzen das Bad. — “Wij maken de badkamer schoon.” Samen vormen de delen de vraag Sollen wir + jeden Sonntag + das Bad + putzen?: “Zullen we de badkamer elke zondag schoonmaken?” De vraag stelt dus een gezamenlijke, terugkerende schoonmaakafspraak voor.
Sonntag passt gut, weil das Bad schnell schmutzig wird.
Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.
- Sonntag
- zondag
- passt gut
- past goed
- weil
- omdat
- das Bad
- de badkamer
- schnell
- snel
- schmutzig
- vies
- wird
- wordt
Uitgebreide uitleg
Sonntag is het zelfstandig naamwoord voor “zondag”. Weekdagen worden in het Duits met een hoofdletter geschreven. Zonder voorzetsel staat het hier als onderwerp: “Zondag past goed”. Voor “op zondag” gebruik je bijvoorbeeld am Sonntag. passt gut komt van passen; passt is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud. Samen betekent dit hier dat iets goed uitkomt of geschikt is. Patroon: X passt gut = “X komt goed uit”. Voorbeeld: Der Termin passt gut. — “De afspraak komt goed uit.” weil betekent “omdat” en leidt een bijzin in. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan: weil das Bad schnell schmutzig wird. Voorbeeld: Ich bleibe zu Hause, weil ich krank bin. — “Ik blijf thuis omdat ik ziek ben.” das Bad is hier “de badkamer”. Bad is een onzijdig zelfstandig naamwoord; das markeert hier het grammaticale geslacht en drukt op zichzelf geen aantal uit. In een andere context kan Bad ook “bad” betekenen. Het meervoud is Bäder. schnell betekent hier “snel” en beschrijft hoe snel de verandering plaatsvindt. Het kan ook een bijvoeglijk naamwoord zijn, bijvoorbeeld in ein schnelles Auto — “een snelle auto”. Het bruikbare contrast is langsam — “langzaam”. schmutzig betekent “vies” of “ vuil”. Na werden staat het als een niet-verbuigde beschrijving: schmutzig werden betekent “vies worden”. Het tegenovergestelde is sauber — “schoon”. Voorbeeld: Die Schuhe werden schmutzig. — “De schoenen worden vies.” wird is de derde persoon enkelvoud van werden in de tegenwoordige tijd. Hier vormt het samen met schmutzig een verandering van toestand: de badkamer wordt vies. In deze zin is wird dus niet de toekomende tijd en ook geen passief; die functies vereisen een andere combinatie, zoals wird kommen (“zal komen”) of wird geputzt (“wordt schoongemaakt”). De hele zin bouwt zo op: Sonntag passt gut zegt dat zondag goed uitkomt, en weil das Bad schnell schmutzig wird geeft de reden daarvoor. De vaste betekenis is: “Zondag is logisch, omdat de badkamer snel vies wordt.”
Ich hänge den Plan an den Kühlschrank.
Ik hang het schema aan de koelkast.
- Ich
- ik
- hänge
- hang (hier)
- Plan
- schema; plan
- an
- aan
- Kühlschrank
- koelkast
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is het onderwerp: de persoon die de handeling uitvoert. Het is de eerste persoon enkelvoud van het Duitse persoonlijke voornaamwoord; vergelijk bijvoorbeeld du voor “jij”. hänge komt van het werkwoord hängen en betekent hier “ophangen”. In deze zin is het de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich hänge. Het werkwoord kan zowel “hangen” als “ophangen” betekenen; de richting naar een nieuwe plaats blijkt hier uit an den Kühlschrank. Voorbeeld: Ich hänge das Bild an die Wand. — “Ik hang het schilderij aan de muur.” Plan is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Plan. Hier staat het als lijdend voorwerp in de vierde naamval: den Plan. Het kan afhankelijk van de context “plan” of “schema” betekenen; in deze zin past “schema”. an is hier een voorzetsel met de betekenis “aan”. Bij hängen beschrijft het een beweging waarbij iets aan een oppervlak of plaats wordt gehangen. Het voorzetsel kan zowel de vierde als de derde naamval nemen: richting naar een plaats gebruikt hier de vierde naamval (an den Kühlschrank), terwijl een vaste locatie de derde naamval gebruikt, bijvoorbeeld Der Plan hängt am Kühlschrank — “Het schema hangt aan de koelkast.” am is de samengevoegde vorm van an dem. Kühlschrank is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Kühlschrank, “koelkast”. Na an staat hier de vierde naamval, waardoor der verandert in den: an den Kühlschrank. Samen betekent Ich hänge den Plan an den Kühlschrank: “Ik hang het schema aan de koelkast.” De volgorde bouwt op als onderwerp (Ich) + werkwoord (hänge) + lijdend voorwerp (den Plan) + bestemming (an den Kühlschrank). De context erna maakt duidelijk dat het schema bedoeld is om te helpen bij het onthouden van taken, maar verandert de betekenis van deze zin niet.
Das sollte uns helfen, uns an jede Aufgabe zu erinnern.
Dat zou ons moeten helpen om ons elke taak te herinneren.
- Das
- dat
- sollte
- zou moeten
- uns
- ons
- helfen
- helpen
- uns … zu erinnern
- ons herinneren
- an
- aan
- jede
- elke
- Aufgabe
- taak
Uitgebreide uitleg
Das is hier het onderwerp en betekent volgens de vaste vertaling ‘dat’. Dit aanwijzend voornaamwoord legt niet zelfstandig vast naar welk concreet ding het verwijst. sollte hoort bij het werkwoord sollen. In deze zin is het niet gewoon de verleden tijd: de vorm is hier de Konjunktiv II en drukt een voorzichtige of niet als feit gepresenteerde verwachting uit: ‘zou moeten’. Dezelfde vorm kan in een andere context ook als verleden tijd worden gebruikt. Bijvoorbeeld: Er sollte gestern kommen. = ‘Hij zou gisteren komen’ of, afhankelijk van de context, ‘Hij hoorde gisteren te komen.’ uns na helfen betekent ‘ons’. helfen krijgt voor de geholpen persoon de datief: Das hilft mir. = ‘Dat helpt mij.’ Het latere uns heeft een andere functie: daar is het het wederkerende voornaamwoord bij erinnern. helfen is het infinitief van helfen en betekent ‘helpen’. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat het hoofdwerkwoord in het infinitief zonder zu: Das sollte uns helfen. = ‘Dat zou ons moeten helpen.’ uns ... zu erinnern vormt samen met an de constructie sich an etwas erinnern, ‘zich iets herinneren’. Hier verwijst uns naar dezelfde groep als het begrepen onderwerp van zu erinnern, namelijk ‘wij/ons’. Het wederkerende voornaamwoord verandert met de persoon: Ich erinnere mich = ‘Ik herinner me’, tegenover Wir erinnern uns = ‘Wij herinneren ons’. an hoort hier bij sich an etwas erinnern. Bij dit werkwoord staat datgene waaraan men zich herinnert in de accusatief; an betekent daarom in deze constructie niet losweg alleen ‘aan’. Voorbeeld: Ich erinnere mich an den Termin. = ‘Ik herinner me de afspraak.’ jede betekent ‘elke’. Het is hier de vrouwelijke enkelvoudsvorm in de accusatief, omdat Aufgabe vrouwelijk is en sich an etwas erinnern na an de accusatief gebruikt. De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald: bij een onzijdig zelfstandig naamwoord staat bijvoorbeeld jedes, zoals in jedes Kind = ‘elk kind’. Aufgabe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘taak’. Het meervoud is Aufgaben. In jede Aufgabe staat het zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; de combinatie betekent ‘elke taak’. Samen betekent Das sollte uns helfen ‘Dat zou ons moeten helpen’. Het daaropvolgende uns an jede Aufgabe zu erinnern betekent ‘ons aan elke taak te herinneren’. De volledige zin betekent dus: ‘Dat zou ons moeten helpen om ons elke taak te herinneren.’
Grammatica
weil + werkwoord aan het einde
weil das Bad schnell schmutzig wird
vail das baat sjnel sjmoetsig virtomdat de badkamer snel vies wordt
Na „weil” staat het vervoegde werkwoord in het Duits aan het einde van de bijzin.
einen besseren + zelfstandig naamwoord
einen besseren Putzplan
ainen besseren poetsplaaneen beter schoonmaakschema
„besseren” is de vergrotende trap van „besser” en krijgt hier de uitgang -en na „einen”.
Duits woordenschat
die Regale abstauben
die Aufgaben
einen besseren Putzplan
Wir brauchen einen besseren Putzplan.
Dann wische ich die Küche.
nicht gleichmäßig aufteilen
einen besseren Putzplan
die Regale
am Samstagmorgen
Wir teilen die Aufgaben nicht gleichmäßig auf.
Dann wische ich die Küche.
für die Wohnung
Quiz
Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
nodig hebben
Antwoord tonen
brauchentaken
Antwoord tonen
Aufgabenbetere
Antwoord tonen
besserenschoonmaakschema