Beleefd over lawaai praten | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults plan a friendly message about noise from a neighbor that kept them from sleeping..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Beleefd over lawaai praten oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

deer nachbaa vaar gèstern aabent tsiemliesj laout. De buurman was gisteravond best luidruchtig.
B

Ich habe laute Musik gehört, während wir versucht haben zu schlafen.

iesj haabe laoute moeziek geheurt, veerent vier ferzoecht haabn tsoe sjaafn. Ik hoorde harde muziek terwijl we probeerden te slapen.
A

Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?

zollen vier aine heuflieche naachriesjt hinterlaasn? Zullen we een beleefd bericht achterlaten?
B

Wir sollten die Nachricht freundlich schreiben, nicht wütend.

vier zolten die naachriesjt frointliesj sjraibn, niesjt vuutent. We moeten het vriendelijk houden, niet boos.
A

Ich sage, dass der Lärm uns nicht schlafen ließ.

iesj zaage, das deer lèrm oens niesjt sjaafn lies. Ik zal zeggen dat het lawaai ons niet liet slapen.
B

Füg hinzu, dass wir wissen, dass Abende hektisch sein können.

fuuk hintsoe, das vier vissen, das aabnuh hektiesj zain keunen. Voeg eraan toe dat we weten dat avonden druk kunnen zijn.
A

So klingt die Nachricht milder und klarer.

zoo klinkt die naachriesjt milda oent klaara. Zo klinkt het bericht zachter en duidelijker.
B

Wir können sie später vor seine Tür legen.

vier keunen zie sjpeeta foa zaine tuur leegn. We kunnen het later bij hun deur leggen.

Uitleg van de zinnen

  1. Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

    De buurman was gisteravond best luidruchtig.

    Nachbar
    buurman
    war
    was
    gestern Abend
    gisteravond
    ziemlich
    best; nogal
    laut
    luidruchtig
    Uitgebreide uitleg

    Nachbar betekent hier “buurman”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Nachbar. In het meervoud is het die Nachbarn; ook in sommige naamvallen van het enkelvoud krijgt het Nachbarn, bijvoorbeeld mit dem Nachbarn. Voor een vrouwelijke buurvrouw gebruik je die Nachbarin. war is de verleden tijd van sein (“zijn”), hier de derde persoon enkelvoud: er war = “hij was”. Dezelfde vorm war kan ook bij ich voorkomen: ich war. In de tegenwoordige tijd is dat er ist. gestern Abend betekent “gisteravond”. gestern is een tijdsbepaling; Abend is het zelfstandige naamwoord “avond” en wordt daarom in het Duits met een hoofdletter geschreven. Een vergelijkbaar patroon is heute Morgen = “vanochtend” of “vanmorgen”. ziemlich versterkt een beschrijving, maar niet tot het sterkst mogelijke niveau: “best”, “nogal” of “tamelijk”. Het staat hier bij laut en maakt de beoordeling milder dan een absolute formulering als “erg luidruchtig”. laut betekent hier “luidruchtig” of “luid”. Als predicatief bij war krijgt het geen uitgang: Der Nachbar war laut. De vergrotende trap is lauter (“luidruchtiger”), en de overtreffende trap is am lautesten (“het luidst”): Die Musik war lauter. = “De muziek was luidruchtiger.” Samen vormt de zin: Der Nachbar = “de buurman”, war = “was”, gestern Abend = “gisteravond”, en ziemlich laut = “best luidruchtig”. De volledige betekenis is dus: “De buurman was gisteravond best luidruchtig.”

  2. Ich habe laute Musik gehört, während wir versucht haben zu schlafen.

    Ik hoorde harde muziek terwijl we probeerden te slapen.

    Ich habe
    ik heb
    laute
    harde, luid klinkende
    Musik
    muziek
    gehört
    gehoord
    während
    terwijl
    wir
    wij
    versucht
    geprobeerd
    zu schlafen
    te slapen
    Uitgebreide uitleg

    Ich habe introduceert hier de voltooide tijd van hören: haben is het vervoegde hulpwerkwoord voor de eerste persoon enkelvoud, dus “ik heb”. In een gewone Duitse hoofdzin staat dit hulpwerkwoord op de tweede zinsplaats; het voltooid deelwoord komt verderop: Ich habe ... gehört. laute betekent hier “harde” of “luid klinkende”. Het bijvoeglijk naamwoord hoort bij Musik en krijgt de uitgang -e: laut → laute. Die vorm weerspiegelt hier het vrouwelijke enkelvoud in de accusatief zonder voorafgaand lidwoord. De uitgang hoort dus bij het bijvoeglijk naamwoord, niet bij Musik. Voorbeeld: laute Stimmen = “harde stemmen”. Musik is het zelfstandig naamwoord “muziek”. In deze zin is het datgene wat gehoord wordt, dus het lijdend voorwerp van hören. Het woord heeft in het Duits vrouwelijk grammaticaal geslacht: die Musik. gehört is het voltooid deelwoord van hören (“horen”): hören → gehört. Samen met habe vormt het de Duitse voltooide tijd. Voorbeeld: Ich habe das Lied gehört. = “Ik heb het lied gehoord.” De vaste vertaling geeft deze Duitse verleden tijd natuurlijk weer als “ik hoorde”. während leidt een bijzin in met de betekenis “terwijl”. In zo’n Duitse bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde van de werkwoordelijke groep. Het kan gelijktijdigheid of de achtergrond waarin iets gebeurt uitdrukken. wir betekent “wij” en is de eerste persoon meervoud. Het is hier het onderwerp van de bijzin: de groep die probeerde te slapen. Voorbeeld: Wir lernen. = “Wij leren.” versucht komt van versuchen (“proberen”) en betekent hier “geprobeerd”. Het is het voltooid deelwoord. Samen met haben vormt het in deze bijzin de voltooide tijd. Omdat versuchen hier wordt aangevuld met een infinitiefgroep, staat de volgorde aan het einde als versucht haben zu schlafen; haben staat dus niet als laatste woord in deze concrete zin. versuchen, etwas zu tun is een bruikbaar patroon: “proberen iets te doen”. zu schlafen betekent “te slapen”. schlafen is de infinitief “slapen”; zu markeert hier de infinitief die afhankelijk is van versuchen. Voorbeeld: Sie versucht, ruhig zu bleiben. = “Zij probeert rustig te blijven.” Samen betekent Ich habe laute Musik gehört dat ik harde muziek hoorde. während koppelt daaraan de bijzin wir versucht haben zu schlafen: dat gebeurde terwijl wij probeerden te slapen. De volledige betekenis is dus: “Ik hoorde harde muziek terwijl we probeerden te slapen.”

  3. Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?

    Zullen we een beleefd bericht achterlaten?

    Sollen wir
    zullen we
    höfliche
    beleefde
    Nachricht
    bericht
    hinterlassen
    achterlaten
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir vormt hier een vraag met het modale werkwoord sollen en het onderwerp wir (“wij”). In deze combinatie vraagt de spreker of de groep iets zal doen: “Zullen we …?” Sollen is hier de vervoegde tegenwoordige vorm voor wir; de vorm ziet er hetzelfde uit als het infinitief sollen, maar is in deze vraag geen infinitief. Het andere werkwoord staat als infinitief aan het einde. Bijvoorbeeld: Sollen wir anfangen? — “Zullen we beginnen?” höfliche betekent hier “beleefde” en hoort bij het zelfstandig naamwoord Nachricht. De basisvorm is höflich. De uitgang -e past hier bij het vrouwelijke zelfstandig naamwoord in eine höfliche Nachricht, dat in deze zin het lijdend voorwerp is: vrouwelijk accusatief na het onbepaalde lidwoord eine. Bijvoorbeeld: eine höfliche Bitte — “een beleefd verzoek”. Nachricht is het zelfstandig naamwoord voor “bericht”. De vorm is hier enkelvoud; het meervoud is Nachrichten en het woord heeft het grammaticale geslacht vrouwelijk: die Nachricht. In eine höfliche Nachricht is het een lijdend voorwerp. Voorbeeld: Ich schreibe eine Nachricht. — “Ik schrijf een bericht.” hinterlassen betekent hier “achterlaten”, specifiek een bericht achterlaten. Het is het infinitief van dit werkwoord. Na een modaal werkwoord blijft het als infinitief achteraan staan: Sollen wir ... hinterlassen? In een gewone hoofdzin wordt het vervoegd als één werkwoordsvorm: Ich hinterlasse eine Nachricht. — “Ik laat een bericht achter.” Samen vormt Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen? de vraag: “Zullen we een beleefd bericht achterlaten?” Sollen wir vraagt naar een gezamenlijke actie, eine höfliche Nachricht is wat men zou achterlaten en hinterlassen benoemt de handeling.

  4. Wir sollten die Nachricht freundlich schreiben, nicht wütend.

    We moeten het vriendelijk houden, niet boos.

    Wir sollten
    we zouden moeten
    Nachricht
    bericht
    freundlich
    vriendelijk
    schreiben
    schrijven
    wütend
    boos
    Uitgebreide uitleg

    Wir sollten betekent hier “we zouden moeten”. sollten is de vorm van het modale werkwoord sollen bij wir; het drukt een aanbeveling of noodzaak uit, niet simpelweg verleden tijd. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde: Wir sollten warten. — “We zouden moeten wachten.” Nachricht betekent hier “bericht”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Nachricht; in het meervoud wordt dat die Nachrichten. In deze zin staat die Nachricht als lijdend voorwerp. Bij dit vrouwelijke woord ziet het lidwoord er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief: die Nachricht. freundlich betekent hier “vriendelijk” en beschrijft de manier waarop het bericht geschreven moet worden. Het is hier geen verbogen bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord, maar een onverbogen beschrijving bij de handeling. freundlich schreiben betekent dus “vriendelijk schrijven”. Voorbeeld: Sie antwortet freundlich. — “Zij antwoordt vriendelijk.” schreiben is de infinitief “schrijven”. De vorm staat na sollten, omdat sollen een modaal werkwoord is. Dezelfde infinitief kan zonder modaal werkwoord als persoonsvorm verschijnen: Wir schreiben eine Nachricht. — “Wij schrijven een bericht.” wütend betekent hier “boos” of “woedend” en beschrijft de ongewenste manier van schrijven. Het staat na nicht, waardoor het wordt afgewezen: niet boos schrijven. freundlich en wütend geven hier dus twee tegengestelde manieren aan waarop men kan schrijven. Samen betekent de zin: “We zouden het bericht vriendelijk moeten schrijven, niet boos.” Wir sollten geeft de aanbeveling; die Nachricht is wat geschreven wordt; freundlich bepaalt de gewenste toon van schreiben; en nicht wütend sluit de boze manier uit. De formulering past bij het vorige idee van een beleefd bericht, maar de zin zelf zegt concreet dat het schrijven vriendelijk en niet boos moet zijn.

  5. Ich sage, dass der Lärm uns nicht schlafen ließ.

    Ik zal zeggen dat het lawaai ons niet liet slapen.

    Ich
    ik
    sage
    zeggen
    dass
    dat
    der Lärm
    het lawaai
    uns
    ons
    nicht
    niet
    schlafen
    slapen
    ließ
    liet
    Uitgebreide uitleg

    Ich is het persoonlijke voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud: ‘ik’. De vorm verandert niet naar het geslacht van de spreker. sage komt van sagen (‘zeggen’) en is de tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich sage = ‘ik zeg’. Een andere vorm is du sagst = ‘jij zegt’. In deze context kan de Duitse tegenwoordige tijd ook een geplande of bedoelde toekomstige handeling uitdrukken; daarom past de vaste vertaling ‘Ik zal zeggen’ hier. dass leidt een bijzin in met de betekenis ‘dat’. In een dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan, zoals in ..., dass ... ließ. Een herbruikbaar patroon is Ich weiß, dass ... = ‘Ik weet dat ...’. der Lärm betekent hier ‘het lawaai’. Lärm is een mannelijk zelfstandig naamwoord; der is hier de bepaalde vorm in het enkelvoud. der Lärm is het onderwerp van ließ. uns betekent ‘ons’. Het is de vorm van de eerste persoon meervoud voor objectfuncties; bij jemanden schlafen lassen staat deze vorm voor degene die men laat slapen. De vorm uns is zowel accusatief als datief; in deze constructie is hij accusatief. nicht betekent ‘niet’ en ontkent hier de handeling schlafen. Een eenvoudig patroon is Ich schlafe nicht = ‘Ik slaap niet’. schlafen is het infinitief ‘slapen’. Na lassen blijft het volgende werkwoord in het infinitief staan, zonder zu: jemanden schlafen lassen = ‘iemand laten slapen’. ließ komt van lassen en is de verleden tijd, derde persoon enkelvoud: der Lärm ließ .... In deze constructie betekent lassen ‘laten’ of ‘ervoor zorgen dat iets gebeurt’, niet ‘verlaten’. De vorm ließ geeft aan dat het laten in het verleden wordt geplaatst. Samen bestaat de zin uit Ich sage plus een dass-bijzin. Daarin is der Lärm het onderwerp, uns degene die niet kon slapen door de beschreven veroorzaakte situatie, nicht de ontkenning en schlafen de handeling. De hele zin betekent, volgens de vaste vertaling: ‘Ik zal zeggen dat het lawaai ons niet liet slapen.’

  6. Füg hinzu, dass wir wissen, dass Abende hektisch sein können.

    Voeg eraan toe dat we weten dat avonden druk kunnen zijn.

    Füg … hinzu
    voeg toe
    dass
    dat
    wissen
    weten
    Abende
    avonden
    hektisch
    druk; hectisch
    sein
    zijn
    können
    kunnen
    Uitgebreide uitleg

    Füg hinzu is de gebiedende vorm voor één aangesproken persoon van hinzufügen (“toevoegen”). Het werkwoord heeft een scheidbaar voorvoegsel: in deze gebiedende zin staat Füg vooraan en hinzu aan het einde van de werkwoordelijke eenheid. Voorbeeld: Füg den Namen hinzu. — “Voeg de naam toe.” dass leidt hier een bijzin in. In een Duitse dass-bijzin staat het vervoegde werkwoord doorgaans aan het einde. De bijzin die met dass begint, geeft hier dus de inhoud aan die moet worden toegevoegd. wissen betekent “weten”. De vorm wissen is hier geen infinitief, maar de tegenwoordige tijd van wissen bij wir: wir wissen betekent “wij weten”. De infinitief is eveneens wissen. Voorbeeld: Wir wissen, dass es spät ist. — “We weten dat het laat is.” Abende is het meervoud van der Abend (“de avond”): ein Abend → Abende. Het woord is hier het onderwerp van de tweede bijzin. Voorbeeld: Die Abende sind lang. — “De avonden zijn lang.” hektisch beschrijft iets als druk of hectisch. Het is hier een bijvoeglijk naamwoord na sein; het krijgt in deze positie geen aparte uitgang. Voorbeeld: Der Morgen ist hektisch. — “De ochtend is druk.” sein betekent “zijn” en staat hier als infinitief. Het hoort bij können: bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in deze constructie als infinitief aan het einde. können betekent “kunnen” en drukt hier mogelijkheid uit. In deze zin is können de tegenwoordige-tijdsvorm van können voor het meervoudige onderwerp Abende; de infinitief heeft dezelfde vorm. In de bijzin staat deze persoonsvorm aan het einde, na het infinitief sein: Abende können hektisch sein — “Avonden kunnen druk zijn.” Samen vormt de zin een opdracht met twee ingebedde dass-zinnen: Füg hinzu geeft de opdracht om iets toe te voegen; dass wir wissen noemt de inhoud die moet worden toegevoegd; en dass Abende hektisch sein können geeft weer wat wij weten. De volledige betekenis is: “Voeg eraan toe dat we weten dat avonden druk kunnen zijn.”

  7. So klingt die Nachricht milder und klarer.

    Zo klinkt het bericht zachter en duidelijker.

    So
    zo, op deze manier
    klingt
    klinkt
    die Nachricht
    het bericht
    milder
    zachter
    klarer
    duidelijker
    Uitgebreide uitleg

    So betekent hier “op deze manier” en verwijst naar de manier waarop de boodschap klinkt. Het kan ook als aanwijzend bijwoord worden gebruikt, bijvoorbeeld: So machen wir es. — “Zo doen we het.” klingt is de vorm van klingen in de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: er/sie/es klingt. Het betekent hier dat iets een bepaalde indruk heeft wanneer je het hoort of leest; het hoeft niet letterlijk om een geluid te gaan. Voorbeeld: Der Satz klingt freundlich. — “De zin klinkt vriendelijk.” die Nachricht betekent “het bericht”. Nachricht is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het hier met het lidwoord die in de onderwerpsvorm. De meervoudsvorm is die Nachrichten. Voorbeeld: Die Nachricht ist kurz. — “Het bericht is kort.” milder is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord mild: mild – milder – am mildesten. In deze zin beschrijft milder hoe de boodschap klinkt: minder scherp of streng. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord krijgt het hier geen extra uitgang: Die Nachricht klingt milder. klarer is de vergrotende trap van klar: klar – klarer – am klarsten. Hier betekent het dat de boodschap gemakkelijker te begrijpen is. Ook dit bijvoeglijk naamwoord staat na klingt predicatief en krijgt daarom in deze vorm geen extra uitgang. Voorbeeld: Die Erklärung klingt klarer. — “De uitleg klinkt duidelijker.” De structuur is So klingt + onderwerp + vergelijkend bijvoeglijk naamwoord + und + vergelijkend bijvoeglijk naamwoord. Die Nachricht is het onderwerp van klingt; milder en klarer beschrijven samen de indruk die het bericht geeft. Het hele utterance betekent daarom: “Zo klinkt het bericht zachter en duidelijker.”

  8. Wir können sie später vor seine Tür legen.

    We kunnen het later bij hun deur leggen.

    Wir können
    wij kunnen
    sie
    het
    später
    later
    vor
    bij
    seine
    hun
    Tür
    deur
    legen
    leggen
    Uitgebreide uitleg

    Wir können betekent hier “wij kunnen”. können is de vorm van können bij wir; het drukt mogelijkheid of vermogen uit. Vergelijk: Wir können warten. — “Wij kunnen wachten.” Na können staat het andere werkwoord aan het einde van de zin. sie is hier een objectvorm. In het Duits kan deze vorm zowel “haar” (enkelvoud) als “hen/ze” (meervoud) betekenen; de vorm zelf geeft dat onderscheid hier niet volledig aan. De vaste vertaling zegt “het”, maar voor een onzijdig enkelvoudig object zou het Duits normaal es hebben. Daarom is de precieze verwijzing tussen de vaste Duitse zin en de vertaling niet oplosbaar. später betekent “later” en geeft het tijdstip aan. Het kan ook zelfstandig vóór of na andere zinsdelen staan, bijvoorbeeld: Wir sprechen später. — “Wij praten later.” vor betekent hier “voor/in de buurt van de voorkant van”. Bij een beweging waarbij iets op een plaats wordt gelegd, gebruikt vor de accusatief: vor seine Tür. Bij een vaste plaats zonder beweging staat na vor de datief, bijvoorbeeld Das Fahrrad steht vor der Tür. — “De fiets staat voor de deur.” seine is de bezittelijke vorm bij er (“zijn”) en staat hier bij Tür. Omdat Tür vrouwelijk enkelvoud is en na vor in deze bewegingsconstructie de accusatief staat, heeft seine hier dezelfde vorm als bij nominatief/accusatief vrouwelijk enkelvoud. De vaste vertaling zegt echter “hun deur”; dat correspondeert niet met het Duitse seine, dat “zijn” betekent. Ook deze concrete verwijzing is dus tegenstrijdig en blijft onopgelost. Tür betekent “deur”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Tür, meervoud die Türen. In seine Tür blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud; seine geeft de bezitsrelatie en de relevante naamval weer. legen betekent “leggen” of “neerleggen”. Het is de infinitief die na können aan het einde staat. Het beschrijft het plaatsen van iets in een liggende of horizontale positie; het werkwoord voor “zetten” is stellen en dat gebruikt men voor iets dat rechtop wordt geplaatst. Voorbeeld: Wir können das Buch auf den Tisch legen. — “Wij kunnen het boek op tafel leggen.” Samen heeft de Duitse zinsbouw de vorm Wir können + object + tijdsbepaling + plaatsbepaling + infinitief: “Wij kunnen [iets] later voor [zijn] deur leggen.” De vertaling geeft daarvoor “We kunnen het later bij hun deur leggen”, maar sie tegenover “het” en vooral seine tegenover “hun” vormen concrete tegenstrijdigheden. Volgens de opgegeven vaste teksten kan de volledig bedoelde betekenis daarom niet betrouwbaar worden vastgesteld.

Grammatica

während + bijzin: het werkwoord staat achteraan

Während ich Musik höre, versuche ich zu schlafen.

veerent iesj moeziek heura, ferzoeke iesj tsoe sjaafen.

Terwijl ik naar muziek luister, probeer ik te slapen.

Na „während” staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

versuchen, zu + infinitief

Ich versuche, zu schlafen.

iesj ferzoeke, tsoe sjaafen.

Ik probeer te slapen.

Na „versuchen” gebruik je „zu” vóór het hele infinitief.

Duits woordenschat

Abend zelfstandig naamwoord
aabent avond

Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

hinterlassen werkwoord
hinterlaasn achterlaten

Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?

höflich bijvoeglijk naamwoord
heufliesj beleefd höfliche

eine höfliche Nachricht

hören werkwoord
heuren horen gehört

Ich habe laute Musik gehört.

laut bijvoeglijk naamwoord
laout luid

Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

Musik zelfstandig naamwoord
moeziek muziek

Ich habe laute Musik gehört.

Nachbar zelfstandig naamwoord
nachbaa buurman Der Nachbar

Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

Nachricht zelfstandig naamwoord
naachriesjt bericht

Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?

schlafen werkwoord
sjaafen slapen zu schlafen

Während wir versucht haben zu schlafen.

versuchen werkwoord
ferzoechen proberen versucht

Während wir versucht haben zu schlafen.

während voegwoord
veerent terwijl

Während wir versucht haben zu schlafen.

ziemlich bijwoord
tsiemliesj best, tamelijk

Der Nachbar war gestern Abend ziemlich laut.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Zullen we een beleefd bericht achterlaten?

Antwoord tonenSollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

avond

Antwoord tonenAbend

proberen

Antwoord tonenversucht

luid

Antwoord tonenlaut

best, tamelijk

Antwoord tonenziemlich