Der
“Der” betekent hier “de” in “Der Nachbar” en verwijst naar de buurman als onderwerp van de zin. Het is het bepaalde lidwoord bij “Nachbar”. Nieuw voorbeeld: “Der Hund schläft.”
Nachbar
“Nachbar” betekent hier “buurman”, de persoon over wie wordt verteld dat hij lawaai maakte. Het woord staat in “Der Nachbar”. Nieuw voorbeeld: “Unser Nachbar ist freundlich.”
war
“War” betekent hier “was” en beschrijft de toestand van de buurman gisteravond. Het is de verleden vorm van “sein” in “Der Nachbar war ...”. Nieuw voorbeeld: “Das Wetter war kalt.”
gestern
“Gestern” betekent “gisteren” en geeft aan op welke dag het lawaai gebeurde. Het staat samen met “Abend” in “gestern Abend”. Nieuw voorbeeld: “Ich war gestern zu Hause.”
Abend
“Abend” betekent “avond” in de tijdsaanduiding “gestern Abend”. In die uitdrukking staat het na “gestern”. Nieuw voorbeeld: “Am Abend lese ich.”
ziemlich
“Ziemlich” betekent hier “behoorlijk” en versterkt “laut”: de buurman was behoorlijk luid. Het staat vóór het woord dat het nader bepaalt, in “ziemlich laut”. Nieuw voorbeeld: “Der Film war ziemlich lang.”
laut
“Laut” betekent hier “luid” en beschrijft hoe luid de buurman was. Het staat na “ziemlich” in “ziemlich laut”. In “laute Musik” komt dezelfde betekenis terug met een aangepaste vorm.
Ich
“Ich” betekent “ik” en geeft aan wie de muziek heeft gehoord en wat die persoon zal zeggen. Het staat aan het begin van “Ich habe ... gehört” en “Ich sage ...”. Nieuw voorbeeld: “Ich bin müde.”
habe
“Habe” betekent hier “heb” en vormt samen met “gehört” de mededeling “heb gehoord”. De vorm staat bij “Ich” in “Ich habe laute Musik gehört”. Nieuw voorbeeld: “Ich habe den Lärm gehört.”
laute
“Laute” betekent hier “luide” en beschrijft de muziek in “laute Musik”. De vorm staat vóór het zelfstandig naamwoord dat ze beschrijft. Nieuw voorbeeld: “Wir hören laute Stimmen.”
Musik
“Musik” betekent “muziek” en is datgene wat de spreker heeft gehoord. Het staat in de woordgroep “laute Musik”. Nieuw voorbeeld: “Die Musik ist schön.”
gehört
“Gehört” betekent hier “gehoord” en vormt met “habe” de uitdrukking “heb gehoord”. Het staat na “laute Musik” in “Ich habe laute Musik gehört”. Nieuw voorbeeld: “Ich habe ein Geräusch gehört.”
während
“Während” betekent “terwijl” en verbindt de hoofdzin met de situatie waarin de twee personen probeerden te slapen. Het leidt “während wir versucht haben zu schlafen” in; in deze bijzin staat de werkwoordgroep achteraan. Nieuw voorbeeld: “Während ich arbeite, höre ich Musik.”
wir
“Wir” betekent “wij” en verwijst naar de twee mensen die probeerden te slapen en samen een bericht willen maken. In “während wir versucht haben zu schlafen” is het de persoon bij de handeling. Nieuw voorbeeld: “Wir sind zu Hause.”
versucht
“Versucht” betekent hier “geprobeerd” in “wir versucht haben zu schlafen”. Het geeft aan dat de twee personen moeite deden om te slapen. Nieuw voorbeeld: “Wir haben versucht, leise zu sein.”
haben
“Haben” betekent hier “hebben” en staat in “versucht haben zu schlafen” aan het einde van de bijzin. Samen met “versucht” beschrijft het de poging om te slapen. Nieuw voorbeeld: “Wir haben lange gewartet.”
zu
“Zu” betekent hier “te” en staat vóór “schlafen” om de handeling “te slapen” aan te geven. De vaste structuur is “versucht haben zu schlafen”. Nieuw voorbeeld: “Ich versuche zu helfen.”
schlafen
“Schlafen” betekent “slapen” en is de handeling die de twee personen probeerden uit te voeren. Het staat na “zu” in “zu schlafen”. Nieuw voorbeeld: “Wir wollen schlafen.”
Sollen
“Sollen” betekent hier “zullen we” en wordt gebruikt om beleefd een voorstel te doen: “Sollen wir ...?” Het staat aan het begin van de vraag en wordt gevolgd door “wir”. Nieuw voorbeeld: “Sollen wir jetzt gehen?”
eine
“Eine” betekent hier “een” in “eine höfliche Nachricht”. Het introduceert het bericht dat de twee personen willen achterlaten. Nieuw voorbeeld: “Ich schreibe eine Nachricht.”
höfliche
“Höfliche” betekent “beleefde” en beschrijft het bericht in “eine höfliche Nachricht”. Het staat vóór “Nachricht” en geeft de gewenste toon aan. Nieuw voorbeeld: “Wir schicken eine höfliche Antwort.”
Nachricht
“Nachricht” betekent “bericht” en verwijst hier naar de boodschap voor de buurman. Het staat in “eine höfliche Nachricht” en later in “die Nachricht”. Nieuw voorbeeld: “Ich lese die Nachricht.”
hinterlassen
“Hinterlassen” betekent hier “achterlaten”, namelijk een bericht voor de buurman. Het staat na “Sollen wir” in “Sollen wir eine höfliche Nachricht hinterlassen?”. Nieuw voorbeeld: “Wir hinterlassen eine Nachricht an der Tür.”
sollten
“Sollten” betekent hier “zouden moeten” en geeft een aanbeveling over de manier waarop het bericht wordt geschreven. Het staat vóór “schreiben” in “Wir sollten die Nachricht freundlich schreiben”. Nieuw voorbeeld: “Wir sollten ruhig bleiben.”
die
“Die” betekent hier “het” in “die Nachricht” en verwijst naar het eerder genoemde bericht. Het staat direct vóór “Nachricht”. Nieuw voorbeeld: “Ich lese die Nachricht später.”
freundlich
“Freundlich” betekent hier “vriendelijk” en beschrijft hoe de boodschap moet worden geschreven. In “die Nachricht freundlich schreiben” geeft het de gewenste manier of toon aan. Nieuw voorbeeld: “Bitte schreiben Sie freundlich.”
schreiben
“Schreiben” betekent hier “schrijven” en is de handeling die volgens de spreker vriendelijk moet gebeuren. Het staat na “sollten” in “Wir sollten die Nachricht freundlich schreiben”. Nieuw voorbeeld: “Ich muss eine Nachricht schreiben.”
nicht
“Nicht” betekent “niet” en sluit in “nicht wütend” een boze toon uit. Het maakt duidelijk dat het bericht vriendelijk moet blijven. Nieuw voorbeeld: “Bitte nicht laut sprechen.”
wütend
“Wütend” betekent hier “boos” en beschrijft de toon die het bericht niet moet hebben. In “freundlich schreiben, nicht wütend” wordt het tegenover de gewenste vriendelijke toon geplaatst. Nieuw voorbeeld: “Er klingt wütend.”
sage
“Sage” betekent hier “zeg” in “Ich sage, dass ...” en kondigt aan welke inhoud de spreker in het bericht wil zetten. Het staat bij “Ich” en vóór de bijzin met “dass”. Nieuw voorbeeld: “Ich sage die Wahrheit.”
dass
“Dass” betekent “dat” en leidt de inhoud in van wat de spreker wil zeggen. In “dass der Lärm uns nicht schlafen ließ” staat de werkwoordsvorm aan het einde van de bijzin. Nieuw voorbeeld: “Ich weiß, dass er kommt.”
Lärm
“Lärm” betekent “lawaai” en is in “der Lärm” de oorzaak waardoor de twee mensen niet konden slapen. Het staat als onderwerp van “uns nicht schlafen ließ”. Nieuw voorbeeld: “Der Lärm ist zu laut.”
uns
“Uns” betekent “ons” en verwijst naar de twee mensen die door het lawaai niet konden slapen. Het staat in de constructie “uns nicht schlafen ließ”. Nieuw voorbeeld: “Der Lärm stört uns.”
ließ
“Ließ” betekent hier “liet” in de constructie “uns nicht schlafen ließ”: het lawaai zorgde ervoor dat zij niet konden slapen. De vorm staat aan het einde van de bijzin na “dass”. Nieuw voorbeeld: “Der Lärm ließ mich nicht arbeiten.”
Füg
“Füg” betekent hier “voeg toe” in de opdracht “Füg hinzu”. Samen met “hinzu” vormt het de uitdrukking waarmee de spreker vraagt extra informatie aan het bericht toe te voegen. Nieuw voorbeeld: “Füg bitte einen Satz hinzu.”
hinzu
“Hinzu” draagt in “Füg hinzu” de betekenis “toe” en maakt de opdracht volledig: voeg iets eraan toe. Het staat na “Füg” in deze gesplitste werkwoordsvorm. Nieuw voorbeeld: “Wir fügen ein Detail hinzu.”
wissen
“Wissen” betekent “weten” in “wir wissen, dass ...” en verwijst naar kennis die de twee personen al hebben. Het staat vóór de bijzin die begint met “dass”. Nieuw voorbeeld: “Wir wissen das.”
Abende
“Abende” betekent “avonden” en verwijst naar avonden die soms hectisch kunnen zijn. Het is de meervoudsvorm van “Abend” en staat als onderwerp vóór “können ... sein”. Nieuw voorbeeld: “Die Abende sind ruhig.”
hektisch
“Hektisch” betekent hier “druk” of “hectisch” en beschrijft hoe avonden kunnen zijn. Het staat in “Abende hektisch sein” bij “sein”. Nieuw voorbeeld: “Der Morgen war hektisch.”
sein
“Sein” betekent “zijn” en vormt met “hektisch” de beschrijving “hectisch zijn”. Het staat na het modale werkwoord “können” in “hektisch sein”. Nieuw voorbeeld: “Die Tage können lang sein.”
können
“Können” betekent hier “kunnen” en geeft aan dat avonden soms een bepaalde eigenschap kunnen hebben. Het staat vóór “sein” in “Abende hektisch sein”. Nieuw voorbeeld: “Abende können ruhig sein.”
So
“So” betekent hier “zo” en verwijst naar de manier waarop de extra zin aan het bericht wordt toegevoegd. In “So klingt die Nachricht ...” geeft het de conclusie of het gevolg aan. Nieuw voorbeeld: “So klingt es besser.”
klingt
“Klingt” betekent hier “klinkt” in de betekenis “komt over als” of “klinkt voor de luisteraar”. Het onderwerp is “die Nachricht” in “So klingt die Nachricht milder und klarer”. Nieuw voorbeeld: “Das klingt gut.”
milder
“Milder” betekent hier “zachter” of minder scherp van toon. Het is de vergelijkende vorm van “mild” en beschrijft hoe het bericht klinkt na de toevoeging. Nieuw voorbeeld: “Diese Formulierung klingt milder.”
und
“Und” betekent “en” en verbindt de twee beschrijvingen “milder” en “klarer”. Het maakt duidelijk dat het bericht op beide manieren verbetert. Nieuw voorbeeld: “Die Nachricht ist kurz und klar.”
klarer
“Klarer” betekent hier “duidelijker” en beschrijft het tweede gevolg voor het bericht. Het is de vergelijkende vorm van “klar” in “milder und klarer”. Nieuw voorbeeld: “Der Satz klingt klarer.”
sie
“Sie” verwijst hier naar “die Nachricht”, het bericht dat later voor de deur wordt gelegd. In “Wir können sie später vor seine Tür legen” is het datgene wat wordt verplaatst. Nieuw voorbeeld: “Ich lese sie später.”
später
“Später” betekent “later” en geeft aan dat het bericht niet meteen, maar op een later moment wordt neergelegd. Het staat in “sie später vor seine Tür legen”. Nieuw voorbeeld: “Wir sprechen später darüber.”
vor
“Vor” betekent hier “voor” en geeft de plaats aan waar het bericht wordt neergelegd: voor de deur. In “vor seine Tür legen” staat het bij een handeling waarbij iets naar die plaats wordt gelegd. Nieuw voorbeeld: “Das Fahrrad steht vor der Tür.”
seine
“Seine” betekent hier “zijn” en verwijst naar de deur van de mannelijke buurman. Het staat vóór “Tür” in “vor seine Tür”. Nieuw voorbeeld: “Er öffnet seine Tür.”
Tür
“Tür” betekent “deur” en is hier de plaats waarvoor het bericht wordt neergelegd. Het staat in de woordgroep “vor seine Tür”. Nieuw voorbeeld: “Die Tür ist offen.”
legen
“Legen” betekent hier “leggen” of “neerleggen” en beschrijft wat de twee personen met het bericht kunnen doen. Het staat na “können” in “Wir können sie später vor seine Tür legen”. Nieuw voorbeeld: “Wir legen den Brief auf den Tisch.”