De kamer gezellig maken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home in the evening, two adults close curtains, adjust warmth, and use softer light to make the room comfortable..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met De kamer gezellig maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

In letzter Zeit wird es früher dunkel.

in lèts-ter tsait virt es fruu-er doeng-kel. Het wordt tegenwoordig eerder donker.
B

Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu.

ich ma-khuh foor dehm aa-bent-essen dee for-heng-uh tsoe. Ik doe de gordijnen voor het eten dicht.
A

Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?

keun-test doe auk​​h deen klai-nen haits-luf-ter ain-sjal-ten? Kun je de kleine kachel ook aanzetten?
B

Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen.

ich kan ien auf ai-nuh nie-dri-guh sjtoe-fuh sjtel-len. Ik kan hem op een lage stand zetten.
B

Aber das Zimmer fühlt sich schon angenehm an.

aa-ber das tsim-mer fuult zich sjohn aan-guh-neem aan. Maar de kamer voelt al aangenaam aan.
A

Ich möchte, dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt.

ich meuch-tuh, das zich das tsim-mer hoi-tuh aa-bent guh-muut-lich an-fuult. Ik wil dat de kamer vanavond gezellig aanvoelt.
B

Eine Lampe mit weicherem Licht könnte das schaffen, ohne das Zimmer zu warm zu machen.

ai-nuh lam-puh mit vai-chuh-rum licht keun-tuh das sjaf-un, oo-nuh das tsim-mer tsoe varm tsoe maa-khun. Een lamp met zachter licht kan dat misschien doen zonder de kamer te warm te maken.
A

Durch das weichere Licht fühlt sich das Zimmer viel ruhiger an.

doerch das vai-chuh-ruh licht fuult zich das tsim-mer fiel roe-ie-guh aan. Het zachtere licht laat de kamer veel rustiger aanvoelen.
B

Dann können wir uns nach dem Essen entspannen.

dan keun-un vier oens naach dehm ès-un ent-sjpan-un. Dan kunnen we na het eten ontspannen.

Woord voor woord

In „In” betekent hier „in” en markeert de periode „In letzter Zeit”. Het staat voor een tijdsuitdrukking om aan te geven wanneer iets gebeurt. Je kunt „In” zo gebruiken om een periode of tijdspanne te introduceren.
letzter „letzter” betekent hier „laatste” binnen de vaste tijdsuitdrukking „In letzter Zeit”, dus: de laatste tijd. De vorm hoort bij „Zeit” in deze uitdrukking. „In letzter Zeit” gebruik je wanneer je over een recente periode spreekt.
Zeit „Zeit” betekent hier „tijd” of „periode” in „In letzter Zeit”. Samen met „In letzter” verwijst het naar de recente tijd. De uitdrukking is bruikbaar om veranderingen of gebeurtenissen van de laatste tijd te beschrijven.
wird „wird” betekent in „wird es früher dunkel” dat iets donkerder wordt of dat het donker wordt. Het is de vorm van „werden” die hier een verandering beschrijft. Je gebruikt deze constructie om aan te geven dat een toestand verandert.
es „es” is hier het onpersoonlijke onderwerp in „wird es früher dunkel”; het verwijst niet naar een bepaald zelfstandig naamwoord. Samen met „wird” en „dunkel” beschrijft het dat het donker wordt. Zulke zinnen gebruik je voor algemene toestanden, bijvoorbeeld bij tijd of weer.
früher „früher” betekent hier „eerder” en geeft aan dat het donker worden tegenwoordig op een vroeger tijdstip gebeurt. Het vergelijkt het tijdstip met een eerder gebruikelijk tijdstip. Je gebruikt „früher” om een eerdere tijd aan te duiden.
dunkel „dunkel” betekent „donker” en beschrijft de toestand in „wird es früher dunkel”. Het woord zegt welke toestand ontstaat. Je gebruikt het na een werkwoord zoals „wird” om een verandering naar een donkere toestand te beschrijven.
Ich „Ich” betekent „ik” en is hier degene die de gordijnen sluit. Het staat als onderwerp vooraan in „Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu”. Je gebruikt „Ich” wanneer je over je eigen handeling of plan spreekt.
mache „mache” betekent hier „sluit” in de combinatie met „zu” in „Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu”. De vorm komt van „machen”; de betekenis wordt in deze combinatie: iets dichtdoen. Een bruikbaar patroon is een object tussen „mache” en het afsluitende „zu”.
vor „vor” betekent hier „voor” in „vor dem Abendessen”. Het plaatst de handeling vóór een bepaald moment of gebeuren. Je gebruikt „vor” met een tijdstip of gebeurtenis om aan te geven dat iets eerder gebeurt.
dem „dem” betekent hier „het” in „vor dem Abendessen” en hoort bij „Abendessen”. Deze vorm staat na „vor” in deze tijdsaanduiding. Samen met „vor” vormt het een uitdrukking voor een moment vóór het avondeten.
Abendessen „Abendessen” betekent „avondeten” of „diner” in „vor dem Abendessen”. Het is het gebeuren waarvóór de gordijnen worden gesloten. Je kunt het gebruiken na een tijdswoord zoals „vor” of „nach” om een moment rond een maaltijd aan te geven.
die „die” is hier het lidwoord bij „Vorhänge” in „die Vorhänge”. Het hoort bij het meervoudige zelfstandig naamwoord in deze woordgroep. Je gebruikt „die” hier om naar de bedoelde gordijnen te verwijzen.
Vorhänge „Vorhänge” betekent „gordijnen” in „die Vorhänge”. De enkelvoudige vorm is „Vorhang”; „Vorhänge” verwijst hier naar meerdere gordijnen. Een bruikbaar patroon is „die Vorhänge” samen met een werkwoord voor openen of sluiten.
zu „zu” betekent hier „dicht” en is het afgescheiden deel van de combinatie „Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu”. Het maakt duidelijk dat de gordijnen gesloten worden. Bij deze werkwoordcombinatie staat „zu” aan het einde van de hoofdzin.
Könntest „Könntest” drukt hier een beleefd verzoek uit in „Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?”. Het maakt de vraag minder direct. Je gebruikt deze vorm met „du” om iemand beleefd te vragen iets te doen.
du „du” betekent „jij” en richt het verzoek tot één persoon in „Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?”. Het is de informele aanspreekvorm voor één persoon. Je gebruikt „du” tegenover iemand met wie je informeel spreekt.
auch „auch” betekent „ook” en voegt het aanzetten van de verwarming toe aan de eerder genoemde handeling. In „Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?” maakt het duidelijk dat er nog iets extra’s gevraagd wordt. Je gebruikt „auch” om een extra persoon, zaak of handeling toe te voegen.
den „den” is hier het lidwoord bij „Heizlüfter” in „den kleinen Heizlüfter”. Het markeert het voorwerp van „einschalten”. Je gebruikt deze vorm in deze woordgroep vóór het mannelijke voorwerp.
kleinen „kleinen” betekent „kleine” en beschrijft de „Heizlüfter” in „den kleinen Heizlüfter”. De vorm staat tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord. Je gebruikt zo’n bijvoeglijke vorm om een voorwerp nader te omschrijven.
Heizlüfter „Heizlüfter” betekent „ventilatorkachel” of „kleine kachel”. In „den kleinen Heizlüfter einschalten” is het het apparaat dat aangezet moet worden. Een bruikbaar patroon is een apparaat als voorwerp bij een werkwoord voor aanzetten.
einschalten „einschalten” betekent „aanzetten” of „inschakelen” in „Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?”. Het is hier de handeling die gevraagd wordt. Je gebruikt „einschalten” met een apparaat of licht als voorwerp.
kann „kann” betekent hier „kan” en drukt uit dat de spreker in staat is de kachel op een bepaalde stand te zetten. Het komt van „können” en staat in „Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen”. Een bruikbaar patroon is „Ich kann” gevolgd door een handeling.
ihn „ihn” betekent hier „hem” of „het” en verwijst naar de mannelijke „Heizlüfter”. In „Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen” is het de kachel die wordt ingesteld. Je gebruikt „ihn” als voornaamwoord voor dit mannelijke voorwerp in de objectpositie.
auf „auf” betekent hier „op” en geeft de gekozen instelling aan in „auf eine niedrige Stufe”. Het verbindt het instellen met het niveau waarop iets wordt gezet. Je gebruikt „auf” in combinaties die een stand, niveau of instelling aangeven.
eine „eine” betekent hier „een” in „eine niedrige Stufe”. Het hoort bij het zelfstandig naamwoord „Stufe” en introduceert één bepaalde instelling. Je gebruikt „eine” hier voor een vrouwelijke woordgroep.
niedrige „niedrige” betekent „lage” en beschrijft de instelling in „eine niedrige Stufe”. Het geeft aan dat de kachel niet op een hoge stand wordt gezet. Je gebruikt deze vorm vóór een zelfstandig naamwoord om een laag niveau aan te duiden.
Stufe „Stufe” betekent hier „stand” of „niveau” in „auf eine niedrige Stufe”. Het verwijst naar de instelling van de kachel. Je gebruikt „Stufe” met „auf” om aan te geven op welk niveau een apparaat wordt ingesteld.
stellen „stellen” betekent hier „instellen” in „Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen”. Het gaat niet om zomaar ergens neerzetten, maar om een gekozen stand instellen. De infinitief „stellen” staat hier na „kann”; je gebruikt hem met een voorwerp en een instelling.
Aber „Aber” betekent „maar” en leidt een tegenstelling in tussen het aanzetten van de kachel en het feit dat de kamer al aangenaam aanvoelt. In „Aber das Zimmer fühlt sich schon angenehm an” staat het aan het begin van de zin. Je gebruikt „Aber” om een afwijkende of aanvullende gedachte in te leiden.
das „das” is hier het lidwoord bij „Zimmer” in „das Zimmer”. Het verwijst naar de kamer waarover beide sprekers praten. Je gebruikt „das” hier vóór dit onzijdige zelfstandig naamwoord.
Zimmer „Zimmer” betekent „kamer” in „das Zimmer fühlt sich schon angenehm an”. Het is de ruimte waarvan het gevoel wordt beschreven. Een bruikbaar patroon is „das Zimmer” als onderwerp bij een beschrijving van de sfeer of temperatuur.
fühlt „fühlt” betekent hier „voelt” in „fühlt sich schon angenehm an”. De vorm komt van „fühlen” en maakt deel uit van de uitdrukking voor hoe iets aanvoelt. Je gebruikt deze vorm met „sich” en „an” om een ervaren toestand te beschrijven.
sich „sich” is hier het wederkerende voornaamwoord in „fühlt sich schon angenehm an”. Het verwijst terug naar „das Zimmer”, dat zelf als aangenaam aanvoelt. Je gebruikt het in deze werkwoordcombinatie wanneer je beschrijft hoe iets aanvoelt.
schon „schon” betekent „al” in „fühlt sich schon angenehm an”. Het geeft aan dat de aangename toestand op dit moment reeds bestaat. Je gebruikt „schon” om aan te geven dat iets eerder of nu al het geval is.
angenehm „angenehm” betekent hier „aangenaam” of „comfortabel” in „fühlt sich schon angenehm an”. Het beschrijft hoe de kamer aanvoelt. Je gebruikt het na deze werkwoordcombinatie om een prettige ervaring of toestand te benoemen.
an „an” is hier het afgescheiden deel van de combinatie „fühlt sich schon angenehm an”. Het helpt de betekenis „aanvoelen” te vormen en staat aan het einde van de hoofdzin. Je gebruikt het samen met „fühlt” en „sich” om een indruk of gevoel te beschrijven.
möchte „möchte” betekent hier „wil graag” of „zou graag willen” in „Ich möchte, dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt”. Het drukt de wens van de spreker uit. Je gebruikt „möchte” vaak om een gewenste toestand of handeling beleefd te formuleren.
dass „dass” betekent „dat” en leidt de bijzin in „Ich möchte, dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt”. De bijzin zegt wat de spreker wenst. Je gebruikt „dass” om een volledige inhoud of gewenste situatie aan te sluiten.
heute „heute” betekent „vandaag” in de tijdsaanduiding „heute Abend”. Samen verwijst het naar de avond van deze dag. Je gebruikt „heute” voor gebeurtenissen die op de huidige dag plaatsvinden.
Abend „Abend” betekent „avond” in „heute Abend”. De volledige tijdsaanduiding maakt duidelijk wanneer de kamer gezellig moet aanvoelen. Je gebruikt „Abend” in tijdsbepalingen voor het avondmoment.
gemütlich „gemütlich” betekent hier „gezellig” en beschrijft de gewenste sfeer van de kamer in „gemütlich anfühlt”. Het gaat om een aangenaam en comfortabel gevoel in de ruimte. Je gebruikt het om een ruimte, sfeer of moment als prettig en knus te beschrijven.
anfühlt „anfühlt” betekent hier „aanvoelt” in „dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt”. De vorm komt van „anfühlen” en staat aan het einde van de bijzin. Je gebruikt deze vorm met „sich” en een bijvoeglijk woord om de gewenste indruk van iets te beschrijven.
Lampe „Lampe” betekent „lamp” in „Eine Lampe mit weicherem Licht”. De lamp wordt voorgesteld als iets dat de kamer gezelliger kan maken. Een bruikbaar patroon is een zelfstandig naamwoord gevolgd door „mit” en een kenmerk.
mit „mit” betekent „met” en verbindt de lamp met het kenmerk „weicherem Licht” in „Eine Lampe mit weicherem Licht”. Het geeft aan welk soort licht de lamp geeft. Je gebruikt „mit” om een voorwerp en een bijbehorende eigenschap of inhoud te verbinden.
weicherem „weicherem” betekent „zachter” en beschrijft het licht in „mit weicherem Licht”. Het maakt duidelijk dat het licht minder hard is dan het andere licht waarover gesproken wordt. Je gebruikt deze vorm in een woordgroep waarin „Licht” het beschreven zelfstandig naamwoord is.
Licht „Licht” betekent „licht” in „mit weicherem Licht”. Het is het kenmerk van de voorgestelde lamp. Je gebruikt „Licht” met een beschrijving zoals „weicherem” om het soort verlichting aan te geven.
könnte „könnte” betekent hier „zou kunnen” of „misschien kan” in „könnte das schaffen”. Het drukt een mogelijkheid of voorzichtige suggestie uit. Je gebruikt deze vorm wanneer je een oplossing voorstelt zonder zekerheid te claimen.
schaffen „schaffen” betekent hier „dat voor elkaar krijgen” in „Eine Lampe mit weicherem Licht könnte das schaffen”. „Das” verwijst naar het gezellig laten aanvoelen van de kamer. Je gebruikt „schaffen” met een doel of resultaat dat iemand of iets kan bereiken.
ohne „ohne” betekent „zonder” in „ohne das Zimmer zu warm zu machen”. Het geeft aan dat de lamp het gewenste effect kan hebben zonder een ongewenst effect te veroorzaken. Je gebruikt „ohne” met een handeling om een uitgesloten gevolg te benoemen.
warm „warm” betekent „warm” in „das Zimmer zu warm zu machen”. Door „zu” ervoor wordt bedoeld dat de kamer té warm zou worden. Je gebruikt „warm” hier om de temperatuur of het temperatuurresultaat van de kamer te beschrijven.
machen „machen” betekent hier „maken” in „ohne das Zimmer zu warm zu machen”. De volledige handeling betekent dat de kamer te warm laten worden wordt vermeden. De infinitief „machen” staat na „zu” in deze constructie; je gebruikt hem met de ruimte als object en een gewenste of ongewenste toestand.
Durch „Durch” betekent hier „door” of „dankzij” in „Durch das weichere Licht”. Het benoemt het middel waardoor de kamer rustiger aanvoelt. Je gebruikt „Durch” om de oorzaak of het middel van een resultaat aan te geven.
weichere „weichere” betekent „zachtere” en beschrijft het licht in „Durch das weichere Licht”. Het legt een verband met de eerdere beschrijving van zachter licht. Je gebruikt deze vorm vóór „Licht” om een zachtere kwaliteit van de verlichting aan te geven.
viel „viel” betekent hier „veel” en versterkt „ruhiger” in „viel ruhiger”. Het maakt duidelijk dat de kamer aanzienlijk rustiger aanvoelt. Je gebruikt „viel” vóór een vergelijkende beschrijving om het verschil sterker te maken.
ruhiger „ruhiger” betekent „rustiger” in „fühlt sich das Zimmer viel ruhiger an”. Het beschrijft het effect van het zachtere licht op de sfeer van de kamer. Je gebruikt deze vorm om een toestand te vergelijken met een minder rustige toestand.
Dann „Dann” betekent „dan” en geeft hier het gevolg of de volgende stap aan: na het klaarmaken van de kamer kunnen ze ontspannen. In „Dann können wir uns nach dem Essen entspannen” staat het aan het begin van de zin. Je gebruikt „Dann” om een volgende handeling of gevolg in een volgorde aan te geven.
können „können” betekent hier „kunnen” in „Dann können wir uns nach dem Essen entspannen”. Het drukt uit dat de mogelijkheid ontstaat om te ontspannen. De infinitief „können” staat vóór de andere werkwoordsvorm in de zin; je gebruikt hem met „wir” voor een gezamenlijke mogelijkheid.
wir „wir” betekent „wij” en verwijst naar de twee sprekers in „Dann können wir uns nach dem Essen entspannen”. Het is het onderwerp van de gezamenlijke handeling. Je gebruikt „wir” wanneer jij en minstens één andere persoon samen iets doen.
uns „uns” betekent hier „onszelf” in „wir ... uns ... entspannen”. Het is het wederkerende voornaamwoord dat bij „wir” hoort. Je gebruikt „uns” wanneer de gezamenlijke handeling op de sprekers zelf gericht is.
nach „nach” betekent hier „na” in „nach dem Essen”. Het geeft aan dat het ontspannen pas na de maaltijd gebeurt. Je gebruikt „nach” met een gebeurtenis of tijdsmoment om de volgorde aan te geven.
Essen „Essen” betekent hier „het eten” of „de maaltijd” in „nach dem Essen”. Het is het moment waarna de sprekers willen ontspannen. Je gebruikt deze uitdrukking om een handeling of maaltijd als tijdsreferentie te nemen.
entspannen „entspannen” betekent „ontspannen” in „wir können uns nach dem Essen entspannen”. Het is de activiteit die na het eten mogelijk wordt. De infinitief staat na „können” en wordt hier gebruikt met „uns” voor ontspannen als gezamenlijke activiteit.

Grammatica

Trennbare Verben: mache ... zu, schalte ... ein

Ich mache die Vorhänge zu und schalte den Heizlüfter ein.

ich ma-khuh dee for-heng-uh tsoe oent sjal-tuh deen haits-luf-ter ain.

Ik sluit de gordijnen en zet het kacheltje aan.

Bij een hoofdzin staat het voorvoegsel aan het einde: zumachen wordt mache ... zu en einschalten wordt schalte ... ein.

sich anfühlen: fühlt sich ... an

Es fühlt sich angenehm an.

es fuult zich aan-guh-neem aan.

Het voelt aangenaam aan.

Dit wederkerende, scheidbare werkwoord gebruikt sich en splitst an naar het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
aa-bent-essen avondeten
angenehm bijvoeglijk naamwoord
aan-guh-neem aangenaam
dunkel bijvoeglijk naamwoord
doeng-kel donker
einschalten werkwoord
ain-sjal-ten aanzetten
früh bijwoord
fruu vroeg früher
Heizlüfter zelfstandig naamwoord
haits-luf-ter kacheltje
in letzter Zeit uitdrukking
in lèts-ter tsait de laatste tijd In letzter Zeit
niedrig bijvoeglijk naamwoord
nie-driech laag niedrige
sich anfühlen werkwoord
zich an-fuul-un aanvoelen fühlt sich ... an
Stufe zelfstandig naamwoord
sjtoe-fuh stand
Vorhang zelfstandig naamwoord
foor-hang gordijn Vorhänge
zumachen werkwoord
tsoe-maa-khun sluiten mache ... zu

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

avondeten

Antwoord tonenAbendessen

donker

Antwoord tonendunkel

kacheltje

Antwoord tonenHeizlüfter

gordijn

Antwoord tonenVorhänge