De kamer gezellig maken | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home in the evening, two adults close curtains, adjust warmth, and use softer light to make the room comfortable..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met De kamer gezellig maken oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

In letzter Zeit wird es früher dunkel.

in lèts-ter tsait virt es fruu-er doeng-kel. Het wordt tegenwoordig eerder donker.
B

Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu.

ich ma-khuh foor dehm aa-bent-essen dee for-heng-uh tsoe. Ik doe de gordijnen voor het eten dicht.
A

Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?

keun-test doe auk​​h deen klai-nen haits-luf-ter ain-sjal-ten? Kun je de kleine kachel ook aanzetten?
B

Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen.

ich kan ien auf ai-nuh nie-dri-guh sjtoe-fuh sjtel-len. Ik kan hem op een lage stand zetten.
B

Aber das Zimmer fühlt sich schon angenehm an.

aa-ber das tsim-mer fuult zich sjohn aan-guh-neem aan. Maar de kamer voelt al aangenaam aan.
A

Ich möchte, dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt.

ich meuch-tuh, das zich das tsim-mer hoi-tuh aa-bent guh-muut-lich an-fuult. Ik wil dat de kamer vanavond gezellig aanvoelt.
B

Eine Lampe mit weicherem Licht könnte das schaffen, ohne das Zimmer zu warm zu machen.

ai-nuh lam-puh mit vai-chuh-rum licht keun-tuh das sjaf-un, oo-nuh das tsim-mer tsoe varm tsoe maa-khun. Een lamp met zachter licht kan dat misschien doen zonder de kamer te warm te maken.
A

Durch das weichere Licht fühlt sich das Zimmer viel ruhiger an.

doerch das vai-chuh-ruh licht fuult zich das tsim-mer fiel roe-ie-guh aan. Het zachtere licht laat de kamer veel rustiger aanvoelen.
B

Dann können wir uns nach dem Essen entspannen.

dan keun-un vier oens naach dehm ès-un ent-sjpan-un. Dan kunnen we na het eten ontspannen.

Uitleg van de zinnen

  1. In letzter Zeit wird es früher dunkel.

    Het wordt tegenwoordig eerder donker.

    In letzter Zeit
    de laatste tijd
    wird
    wordt
    es
    het
    früher
    eerder
    dunkel
    donker
    Uitgebreide uitleg

    In letzter Zeit betekent hier ‘de laatste tijd’ en sluit aan bij de periode waarin de verandering wordt waargenomen. Zeit is vrouwelijk; daarom staat het bijvoeglijk naamwoord in letzter in deze vaste tijdsbepaling. Voorbeeld: In letzter Zeit lerne ich viel. — ‘De laatste tijd leer ik veel.’ wird is de tegenwoordige tijd van werden bij een enkelvoudig onderwerp. In es wird dunkel betekent werden niet ‘worden’ als passief hulpwerkwoord, maar ‘worden’ in de betekenis ‘een toestand ingaan’ of ‘beginnen te zijn’: het wordt donker. De vormreeks is werden — wird — wurde — ist geworden. Voorbeeld: Es wird kalt. — ‘Het wordt koud.’ es is hier een onpersoonlijk grammaticaal onderwerp in een uitdrukking over een toestand of verandering in de omgeving. Het verwijst in deze zin niet naar een concreet genoemd zelfstandig naamwoord. Hetzelfde patroon staat in Es regnet. — ‘Het regent.’ früher is de vergrotende trap van früh (‘vroeg’): früh — früher — am frühesten. Hier betekent het ‘eerder’, dus op een vroeger tijdstip; de vergelijking met een eerder gebruikelijk of eerder bedoeld tijdstip kan uit de context worden begrepen zonder dat die tweede helft uitgesproken wordt. Voorbeeld: Im Winter wird es früher dunkel. — ‘In de winter wordt het eerder donker.’ dunkel is een bijvoeglijk naamwoord en staat hier na wird als beschrijving van de toestand die ontstaat: ‘donker’. Het krijgt in deze predicatieve positie geen uitgang. Voorbeeld: Der Raum wird dunkel. — ‘De kamer wordt donker.’ Samen vormt de zin het patroon In letzter Zeit wird es früher dunkel: een tijdsbepaling, gevolgd door de onpersoonlijke verandering es wird dunkel, met früher als aanduiding dat die verandering eerder op de dag plaatsvindt. De volledige betekenis is: ‘Het wordt de laatste tijd/tegenwoordig eerder donker.’

  2. Ich mache vor dem Abendessen die Vorhänge zu.

    Ik doe de gordijnen voor het eten dicht.

    Ich
    ik
    mache … zu
    doe ... dicht
    vor
    voor
    Abendessen
    avondeten
    Vorhänge
    gordijnen
    Uitgebreide uitleg

    Ich betekent hier “ik” en is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud. Daarom staat het werkwoord hier als mache: ich mache. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” mache en zu horen samen bij het scheidbare werkwoord zumachen, “dichtdoen/sluiten”. In een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede positie en komt het voorvoegsel zu aan het einde: Ich mache die Tür zu. — “Ik doe de deur dicht.” Het is dus niet het losse voorzetsel zu met de betekenis “naar”. vor geeft hier tijd aan: “voor”. In de betekenis “voor een tijdstip of gebeurtenis” staat het vaak met een tijdsbepaling, zoals vor dem Essen — “voor het eten”. Abendessen is het zelfstandig naamwoord “avondeten”; de basisvorm is das Abendessen. Na het temporele vor staat hier dem Abendessen: dem markeert de datiefvorm van dit onzijdige zelfstandig naamwoord. Het betekent niet “voor één avondeten” als telbare hoeveelheid, maar “voor het avondeten” als gebeurtenis of maaltijd. Vorhänge betekent “gordijnen”. De enkelvoudsvorm is der Vorhang, de meervoudsvorm die Vorhänge; de umlaut en de uitgang horen bij het meervoud. Hier is die Vorhänge het lijdend voorwerp van zumachen: datgene wat wordt dichtgedaan. Voorbeeld: Ich mache die Fenster zu. — “Ik doe de ramen dicht.” Samen vormen de delen: Ich mache = “ik doe”, die Vorhänge = “de gordijnen”, vor dem Abendessen = “voor het avondeten”, en zu voltooit het scheidbare werkwoord. De hele zin betekent dus: “Ik doe de gordijnen voor het eten dicht.”

  3. Könntest du auch den kleinen Heizlüfter einschalten?

    Kun je de kleine kachel ook aanzetten?

    Könntest du
    zou je kunnen
    auch
    ook
    kleinen
    kleine
    Heizlüfter
    kachel
    einschalten
    aanzetten
    Uitgebreide uitleg

    Könntest du betekent hier een beleefd verzoek: “zou je kunnen”. Könntest is de Konjunktiv-II-vorm van können bij du; deze vorm maakt het verzoek voorzichtiger dan het directe Kannst du ...?. Voorbeeld: Könntest du die Tür öffnen? — “Zou je de deur kunnen openen?” auch betekent hier “ook”. Het voegt deze handeling toe aan iets anders dat al ter sprake is; de precieze reikwijdte wordt door de context bepaald. kleinen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). Het bijvoeglijk naamwoord staat hier bij Heizlüfter, een mannelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief, na het bepaalde lidwoord den: den kleinen Heizlüfter. Vergelijk: der kleine Heizlüfter (onderwerp) tegenover den kleinen Heizlüfter (lijdend voorwerp). Voorbeeld: Ich sehe den kleinen Hund. — “Ik zie de kleine hond.” Heizlüfter betekent een elektrische kachel met een ventilator, hier passend vertaald als “kachel”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in het meervoud blijft de vorm Heizlüfter: ein Heizlüfter — “een elektrische kachel met ventilator” en zwei Heizlüfter — “twee elektrische kachels met ventilator”. einschalten betekent “aanzetten” of “inschakelen”. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin komt het voorvoegsel ein naar het einde, bijvoorbeeld Ich schalte den Heizlüfter ein. — “Ik zet de kachel aan.” Na könntest blijft het hele werkwoord als infinitief aan het einde: Könntest du den Heizlüfter einschalten? Samen vormen de delen de vraag Könntest du ... einschalten?: “Zou je ... kunnen aanzetten?” Het lijdend voorwerp is den kleinen Heizlüfter, en auch geeft aan dat dit apparaat eveneens aangezet zou worden. De volledige betekenis is dus: “Kun je de kleine kachel ook aanzetten?”

  4. Ich kann ihn auf eine niedrige Stufe stellen.

    Ik kan hem op een lage stand zetten.

    Ich kann
    ik kan
    ihn
    hem
    auf
    op
    niedrige
    lage
    Stufe
    stand
    stellen
    zetten
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann combineert het onderwerp Ich (“ik”) met het modale werkwoord können (“kunnen”). In deze zin staat kann in de tegenwoordige tijd voor de eerste persoon enkelvoud: ich kann, du kannst, er/sie kann. Het drukt hier uit dat de spreker dit kan doen; de zin zegt niet specifiek of het om toestemming of alleen praktische mogelijkheid gaat. ihn betekent hier “hem” en is de accusatiefvorm van het mannelijke persoonlijke voornaamwoord er (“hij”). De vaste vertaling en de vorige zin ondersteunen dat ihn naar de kleine kachel verwijst. De vorm ihn wordt gebruikt als mannelijk enkelvoudig lijdend voorwerp; vergelijk als onderwerp er en als lijdend voorwerp ihn. Voorbeeld: Ich sehe ihn. — “Ik zie hem.” auf betekent hier “op”. Met stellen vormt het een patroon voor iets op een bepaalde plek of in een bepaalde stand zetten: etwas auf eine Stufe stellen. Bij deze richting of verandering naar een stand staat het volgende naamwoord in de accusatief. Dat is zichtbaar in eine en niedrige. niedrige betekent “lage”. Het is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord niedrig (“laag”). Hier past de vorm bij het vrouwelijke enkelvoudige woord Stufe na eine: eine niedrige Stufe. Voorbeeld: Stell die Heizung auf eine niedrige Stufe. — “Zet de verwarming op een lage stand.” Stufe betekent hier “stand”, dus een gekozen niveau van het apparaat. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Stufe; na auf in dit patroon staat het als doel van de instelling in de accusatief: auf eine Stufe. In andere contexten kan Stufe bijvoorbeeld ook een trede of niveau betekenen, maar hier gaat het om de instelstand. stellen betekent “zetten” of “instellen” wanneer iets op een bepaalde plaats of stand wordt gebracht. Het is de infinitief van stellen en blijft na het modale werkwoord in de infinitief staan: Ich kann ... stellen. Vergelijk het bewegings- of plaatsingswerkwoord stellen met stehen (“staan”): Ich stelle das Gerät auf eine niedrige Stufe. — “Ik zet het apparaat op een lage stand.” Samen is de structuur: Ich kann + ihn + auf eine niedrige Stufe + stellen. De spreker zegt dus: “Ik kan hem op een lage stand zetten.” ihn is het voorwerp, en auf eine niedrige Stufe geeft de stand aan waarin de kachel wordt ingesteld.

  5. Aber das Zimmer fühlt sich schon angenehm an.

    Maar de kamer voelt al aangenaam aan.

    Aber
    maar
    Zimmer
    kamer
    fühlt … sich … an
    aanvoelen
    schon
    al
    angenehm
    aangenaam
    Uitgebreide uitleg

    Aber betekent hier “maar” en zet deze uitspraak in contrast met iets dat eraan voorafgaat. Het kan als voegwoord aan het begin van een hoofdzin staan. Voorbeeld: Aber ich komme morgen. — “Maar ik kom morgen.” das Zimmer betekent “de kamer”. Zimmer is een zelfstandig naamwoord met het onzijdige grammaticale geslacht. In deze zin staat het als enkelvoudig onderwerp in de nominatief, waardoor het bepaalde lidwoord das verschijnt. Het meervoud is die Zimmer. Voorbeeld: Das Zimmer ist klein. — “De kamer is klein.” fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen — “aanvoelen”. In de tegenwoordige tijd is fühlt de vorm voor de derde persoon enkelvoud; het onderwerp is hier das Zimmer. Het wederkerende sich hoort bij dit werkwoord, en het voorvoegsel an staat in deze hoofdzin achteraan. Het patroon is dus: etwas fühlt sich ... an — “iets voelt ... aan”. Voorbeeld: Der Stoff fühlt sich weich an. — “De stof voelt zacht aan.” schon betekent hier “al”: de kamer voelt op dit moment al op die manier aan. In deze betekenis staat het vaak vóór het bijvoeglijk naamwoord of een andere beschrijving. Voorbeeld: Das Essen ist schon warm. — “Het eten is al warm.” angenehm betekent “aangenaam” of “prettig”. Hier is het een bijvoeglijk naamwoord dat na sich anfühlen de ervaring beschrijft. In deze positie krijgt het geen verbuiging: Das Zimmer fühlt sich angenehm an. Voorbeeld: Die Temperatur fühlt sich angenehm an. — “De temperatuur voelt aangenaam aan.” Samen vormen de delen: Aber (“maar”) + das Zimmer (“de kamer”) + fühlt sich ... an (“voelt ... aan”), met schon angenehm (“al aangenaam”) als beschrijving. De volledige betekenis is daarom: “Maar de kamer voelt al aangenaam aan.”

  6. Ich möchte, dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt.

    Ik wil dat de kamer vanavond gezellig aanvoelt.

    Ich möchte
    ik wil graag
    sich … anfühlt
    aanvoelen
    Zimmer
    kamer
    heute Abend
    vanavond
    gemütlich
    gezellig
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte drukt hier een wens van de spreker uit: “ik wil graag”. möchte is de vorm bij ich van mögen in de Konjunktiv II. In deze veelgebruikte vorm klinkt een wens vaak zachter of beleefder dan een directe eis. Voorbeeld: Ich möchte Tee. — “Ik wil graag thee.” sich ... anfühlt hoort bij het scheidbare werkwoord sich anfühlen, dat hier “aanvoelen” betekent. In een hoofdzin staat het voorvoegsel los: Das Zimmer fühlt sich gemütlich an. — “De kamer voelt gezellig aan.” In een dass-bijzin blijft het werkwoord aan het einde bij elkaar: dass sich das Zimmer gemütlich anfühlt. sich is het wederkerende voornaamwoord dat bij dit werkwoord hoort en grammaticaal naar het onderwerp das Zimmer terugverwijst. Zimmer betekent “kamer”. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Zimmer. Het meervoud is die Zimmer. Het grammaticale geslacht is een eigenschap van Duitse zelfstandige naamwoorden; het zegt niets over biologisch geslacht. heute Abend betekent “vanavond”. heute betekent “vandaag” en Abend betekent “avond”; samen vormen ze een tijdsbepaling. Voor een ander moment kun je bijvoorbeeld zeggen: morgen Abend — “morgenavond”. gemütlich betekent hier “gezellig” of “knus”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat na sich anfühlen predicatief de toestand beschrijft. Daarom krijgt het hier geen naamvalsuitgang: Das Zimmer fühlt sich gemütlich an. — “De kamer voelt gezellig aan.” De volledige structuur is Ich möchte, dass ... + een bijzin. In de dass-bijzin staat de persoonsvorm anfühlt aan het einde: dass sich das Zimmer heute Abend gemütlich anfühlt. das Zimmer is het onderwerp, sich anfühlt het werkwoordelijke geheel, heute Abend de tijdsbepaling en gemütlich de beschrijving. Samen betekent de zin: “Ik wil dat de kamer vanavond gezellig aanvoelt.”

  7. Eine Lampe mit weicherem Licht könnte das schaffen, ohne das Zimmer zu warm zu machen.

    Een lamp met zachter licht kan dat misschien doen zonder de kamer te warm te maken.

    Lampe
    lamp
    weicherem
    zachter
    Licht
    licht
    könnte
    zou misschien kunnen
    schaffen
    voor elkaar krijgen
    ohne
    zonder
    Zimmer
    kamer
    warm
    warm
    machen
    maken
    Uitgebreide uitleg

    Lampe betekent hier een lamp. Het is een zelfstandig naamwoord; het meervoud is Lampen. In Eine Lampe staat een onbepaalde beschrijving van één lamp, zonder dat het woord zelf noodzakelijk een getal als boodschap benadrukt. weicherem betekent hier zachter. Het is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord weich (“zacht”): weich → weicher → am weichsten. De uitgang -em hoort bij weicher zelf. Omdat mit hier een datiefgroep inleidt en Licht onzijdig is, krijgt het bijvoeglijk naamwoord in mit weicherem Licht deze vorm. Voorbeeld: mit stärkerem Licht — met sterker licht. Licht betekent licht, in deze context het licht dat de lamp geeft. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Licht. In mit weicherem Licht staat het na mit, dat hier de datief gebruikt. könnte komt van können en betekent hier “zou misschien kunnen”. Het is de vorm voor de derde persoon enkelvoud in de Konjunktiv II; die vorm drukt hier een mogelijkheid uit, niet een vaststaand resultaat. Voorbeeld: Das könnte helfen. — Dat zou kunnen helpen. schaffen betekent hier iets voor elkaar krijgen of tot stand brengen. Na het modale werkwoord könnte staat het als infinitief aan het einde van de hoofdzin: könnte ... schaffen. Voorbeeld: Wir können das schaffen. — We kunnen dat voor elkaar krijgen. ohne betekent zonder. Hier leidt het een constructie in met zu plus infinitief: ohne ... zu machen betekent “zonder ... te maken”. Het onderwerp van die infinitief wordt uit de hoofdzin begrepen; de zin zegt dus niet dat een andere, genoemde persoon het doet. Zimmer betekent kamer. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Zimmer; het meervoud is ook Zimmer. In de vaste uitdrukking das Zimmer ... zu machen is de kamer het object van machen, dus dat wordt in het Duits met de accusatief gemarkeerd: das Zimmer. warm betekent warm. Hier beschrijft het een toestand die door machen wordt veroorzaakt: de kamer warm maken. Het bijvoeglijk naamwoord staat na machen zonder uitgang, omdat het daar predicatief wordt gebruikt. Voorbeeld: Die Heizung macht das Zimmer warm. — De verwarming maakt de kamer warm. machen betekent maken. In zu warm zu machen staat het als infinitief met zu, omdat het deel uitmaakt van de constructie na ohne. zu warm betekent hier “te warm”; zu hoort dus bij de graad van warm, terwijl het tweede zu bij de infinitief machen hoort. Samen vormt Eine Lampe mit weicherem Licht het onderwerp: een lamp met zachter licht. könnte das schaffen betekent dat zo’n lamp dat misschien voor elkaar zou kunnen krijgen; das verwijst in deze vertaling naar de eerder bedoelde gewenste toestand of verbetering. ohne das Zimmer zu warm zu machen voegt de voorwaarde toe dat de kamer daarbij niet te warm wordt. De hele zin betekent daarom: “Een lamp met zachter licht zou dat misschien kunnen doen zonder de kamer te warm te maken.”

  8. Durch das weichere Licht fühlt sich das Zimmer viel ruhiger an.

    Het zachtere licht laat de kamer veel rustiger aanvoelen.

    Durch
    door; vanwege
    weichere
    zachtere
    Licht
    licht
    fühlt … sich … an
    aanvoelen
    Zimmer
    kamer
    viel
    veel
    ruhiger
    rustiger
    Uitgebreide uitleg

    Durch geeft hier de oorzaak of het middel aan: door het zachtere licht. In deze betekenis neemt durch de accusatief; bij het onzijdige das Licht ziet het lidwoord er in de accusatief hetzelfde uit als in de nominatief. Een bruikbaar contrast is durch die Tür — door de deur. weichere betekent hier ‘zachtere’ en is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord weich (‘zacht’): weich → weicher → am weichsten. De uitgang in weichere hoort bij de vorm van de hele naamwoordgroep das weichere Licht; Licht is niet de basis van het bijvoeglijk naamwoord. Voorbeeld: Das ist ein weicherer Stoff. — Dat is een zachtere stof. Licht is het onzijdige zelfstandig naamwoord ‘licht’. Het meervoud is Lichter, maar in deze zin gaat het om licht als ongespecificeerde verlichting, niet noodzakelijk om afzonderlijke lichtbronnen. fühlt sich ... an komt van het scheidbare werkwoord sich anfühlen, ‘aanvoelen’. In de hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede plaats en komt het voorvoegsel an aan het einde: Der Stoff fühlt sich weich an. — De stof voelt zacht aan. fühlt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, passend bij das Zimmer; sich is het wederkerend voornaamwoord. Het werkwoord beschrijft hier hoe iets aanvoelt of overkomt, niet hoe iemand bewust iets voelt. Zimmer betekent ‘kamer’ en is onzijdig: das Zimmer. In deze zin is het de grammaticale onderwerper van fühlt sich ... an: de kamer voelt rustiger aan. Het meervoud is Zimmer, dus zonder zichtbare verandering: die Zimmer. viel versterkt hier een vergrotende trap en betekent ‘veel’ in de zin van ‘aanzienlijk’. Het staat vóór ruhiger en maakt het verschil groter: viel ruhiger — veel rustiger. Voorbeeld: Heute ist es viel kälter. — Vandaag is het veel kouder. ruhiger is de vergrotende trap van ruhig (‘rustig’): ruhig → ruhiger → am ruhigsten. De zin zegt dus niet alleen dat de kamer rustig is, maar dat zij rustiger aanvoelt dan eerder of dan een relevante vergelijking. Samen met viel betekent het ‘veel rustiger’. De volledige structuur is Durch + oorzaak/middel gevolgd door fühlt sich + onderwerp + vergelijkend bijvoeglijk naamwoord + an. Zo betekent Durch das weichere Licht ‘door het zachtere licht’, en fühlt sich das Zimmer viel ruhiger an ‘voelt de kamer veel rustiger aan’. Samen: ‘Door het zachtere licht voelt de kamer veel rustiger aan.’

  9. Dann können wir uns nach dem Essen entspannen.

    Dan kunnen we na het eten ontspannen.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen we
    uns
    onszelf
    nach
    na
    Essen
    eten; maaltijd
    entspannen
    ontspannen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan” in de tijd: het verwijst naar een moment dat volgt op iets dat al in de context staat. Voorbeeld: Dann gehen wir nach Hause. — “Dan gaan we naar huis.” Het woord drukt hier geen voorwaarde uit. können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir. können heeft hier de betekenis “kunnen” of “in staat zijn om”. In de tegenwoordige tijd is de vorm bij wir können; vergelijk ich kann, du kannst, wir können. Bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in een hoofdzin doorgaans aan het einde: Wir können heute kochen. — “We kunnen vandaag koken.” uns is de wederkerende vorm bij wir en verwijst hier naar dezelfde groep als wir. Het hoort bij het wederkerende werkwoord sich entspannen: wir entspannen uns. De vorm uns is niet de vorm voor één persoon; bij andere personen staan bijvoorbeeld mich bij ich en dich bij du. Voorbeeld: Wir setzen uns. — “We gaan zitten.” nach betekent hier “na” en geeft een tijdsrelatie aan. In deze betekenis staat het voor een tijdstip of gebeurtenis: nach dem Unterricht — “na de les”. Het kan ook andere gebruikswijzen hebben, maar in deze zin gaat het om de volgorde in de tijd. Essen is hier een zelfstandig gebruikt werkwoordelijk woord en betekent in deze context “het eten” of “de maaltijd”. Als zelfstandig naamwoord wordt het met een hoofdletter geschreven; het is onzijdig, wat zichtbaar is in dem Essen. De combinatie nach dem Essen betekent letterlijk “na het eten”. Het kan naar de eetactiviteit of naar de maaltijd als tijdsmarkering verwijzen; de zin specificeert niet welke van die twee het belangrijkst is. entspannen betekent “ontspannen”. In deze zin staat het als infinitief na können, daarom heeft het geen persoonsuitgang en staat het achteraan. Het wederkerende werkwoord is sich entspannen; met het onderwerp wir wordt dat uns entspannen. Voorbeeld: Nach der Arbeit entspanne ich mich. — “Na het werk ontspan ik.” Samen vormen Dann, können wir uns, nach dem Essen en entspannen de betekenis: “Dan kunnen we na het eten ontspannen.” Dann plaatst de mogelijkheid in de tijd, können drukt de mogelijkheid uit, wir is de handelende groep, uns entspannen betekent dat diezelfde groep ontspant, en nach dem Essen geeft aan wanneer dat gebeurt. De zin is neutraal en bruikbaar als voorstel of planning, zonder zelf vast te leggen of de ontspanning ook daadwerkelijk plaatsvindt.

Grammatica

Trennbare Verben: mache ... zu, schalte ... ein

Ich mache die Vorhänge zu und schalte den Heizlüfter ein.

ich ma-khuh dee for-heng-uh tsoe oent sjal-tuh deen haits-luf-ter ain.

Ik sluit de gordijnen en zet het kacheltje aan.

Bij een hoofdzin staat het voorvoegsel aan het einde: zumachen wordt mache ... zu en einschalten wordt schalte ... ein.

sich anfühlen: fühlt sich ... an

Es fühlt sich angenehm an.

es fuult zich aan-guh-neem aan.

Het voelt aangenaam aan.

Dit wederkerende, scheidbare werkwoord gebruikt sich en splitst an naar het einde van de hoofdzin.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
aa-bent-essen avondeten
angenehm bijvoeglijk naamwoord
aan-guh-neem aangenaam
dunkel bijvoeglijk naamwoord
doeng-kel donker
einschalten werkwoord
ain-sjal-ten aanzetten
früh bijwoord
fruu vroeg früher
Heizlüfter zelfstandig naamwoord
haits-luf-ter kacheltje
in letzter Zeit uitdrukking
in lèts-ter tsait de laatste tijd In letzter Zeit
niedrig bijvoeglijk naamwoord
nie-driech laag niedrige
sich anfühlen werkwoord
zich an-fuul-un aanvoelen fühlt sich ... an
Stufe zelfstandig naamwoord
sjtoe-fuh stand
Vorhang zelfstandig naamwoord
foor-hang gordijn Vorhänge
zumachen werkwoord
tsoe-maa-khun sluiten mache ... zu

Quiz

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

avondeten

Antwoord tonenAbendessen

donker

Antwoord tonendunkel

kacheltje

Antwoord tonenHeizlüfter

gordijn

Antwoord tonenVorhänge