Een lunchset bestellen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults choose a lunch set, decide between main options and sides, and place an order..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Een lunchset bestellen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.

ich meuch-te ain mittaaksmenuu fuur oens buh-sjtellen. Ik wil een lunchset voor ons bestellen.
B

Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

meuchtes doe lieba heenchuh ooda fisj? Heb je liever kip of vis?
A

Fisch klingt für mich heute besser.

fisj klinkt fuur mich hoj-tuh besa. Vis lijkt me vandaag beter.
B

Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage.

daa-tsoe geeft es rais oent ainuh klainuh belaiguh. Daarbij krijg je rijst en één klein bijgerecht.
A

Welche Beilage sieht am besten aus?

welchuh belaiguh ziet am besten aus? Welk bijgerecht ziet er het beste uit?
B

Das Gemüse sieht frisch und einfach aus.

das guh-muu-zuh ziet frisj oent ainfach aus. De groenten zien er vers en eenvoudig uit.
A

Wählen wir das Gemüse.

weelen wier das guh-muu-zuh. Laten we de groenten kiezen.
B

Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben.

ich kan die buh-sjtellung jetst auf-geeben. Ik kan de bestelling nu plaatsen.

Uitleg van de zinnen

  1. Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.

    Ik wil een lunchset voor ons bestellen.

    Ich möchte
    ik wil / ik zou graag willen
    Mittagsmenü
    lunchmenu
    für uns
    voor ons
    bestellen
    bestellen
    Uitgebreide uitleg

    Ich möchte betekent hier dat de spreker iets wil bestellen, op een beleefde manier. möchte is de vaste wensvorm van mögen in de betekenis “willen/graag willen”; het is niet de gewone tegenwoordige vorm mag. Vergelijk: Ich möchte Tee. — “Ik wil graag thee.” Voor een vraag aan één persoon staat in de volgende zin Möchtest du ...? — “Wil je liever ...?” Mittagsmenü is een zelfstandig naamwoord voor een lunchmenu of lunchset. Het is een samenstelling van Mittag (“middag”) en Menü (“menu”), maar leer Mittagsmenü als de gebruikelijke eenheid. Het onbepaalde lidwoord ein staat ervoor; in deze zin wordt geen exact aantal maaltijden uitgedrukt. Voorbeeld: Wir bestellen ein Mittagsmenü. — “Wij bestellen een lunchset.” für uns geeft aan voor wie de bestelling bedoeld is: “voor ons”. Het voorzetsel für gebruikt hier de accusatief; het voornaamwoord uns heeft in de accusatief dezelfde vorm als in de datief. uns kan dus niet op zichzelf door de vorm onderscheiden worden; de combinatie met für bepaalt hier de functie. Voorbeeld: Das ist für uns. — “Dat is voor ons.” bestellen betekent “bestellen”. Dit is de infinitief, en hij staat hier aan het einde omdat hij afhankelijk is van möchte: Ich möchte ... bestellen = “Ik wil graag ... bestellen”. De vorm verandert in de zin niet omdat het onderwerp al door möchte wordt vervoegd. Voorbeeld: Sie möchte einen Kaffee bestellen. — “Zij wil graag een koffie bestellen.” Samen betekent Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.: “Ik wil een lunchset voor ons bestellen.” De spreker is degene die wil bestellen; de lunchset is het bestelde item en für uns geeft de beoogde ontvangers aan. De combinatie Ich möchte ... bestellen is een bruikbaar beleefd patroon voor een bestelling: Ich möchte [iets] bestellen.

  2. Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

    Heb je liever kip of vis?

    Möchtest du
    zou je willen
    lieber
    liever
    Hähnchen
    kip
    oder
    of
    Fisch
    vis
    Uitgebreide uitleg

    Möchtest du betekent hier “zou je willen?”. Möchtest is de vorm van mögen voor du in een beleefde wens- of vraagformulering; het is niet hetzelfde als het directe willst du (“wil je?”), dat vaak stelliger klinkt. Het patroon Möchtest du ...? is herbruikbaar, bijvoorbeeld: Möchtest du Tee? — “Wil je thee?” lieber betekent hier “liever” en vergelijkt de voorkeur tussen de twee genoemde mogelijkheden. Het hoort bij gern: gern — graag, lieber — liever, am liebsten — het liefst. Bijvoorbeeld: Ich esse lieber Reis. — “Ik eet liever rijst.” Hähnchen betekent hier “kip”, als gerecht of soort vlees. Het zelfstandig naamwoord is onzijdig: das Hähnchen. Een nuttig verschil is Huhn voor een kip als dier, terwijl Hähnchen in een maaltijdcontext vaak kippenvlees of een kipgerecht aanduidt. Voorbeeld: Ich bestelle Hähnchen. — “Ik bestel kip.” oder verbindt alternatieven en betekent “of”. Het patroon A oder B biedt een keuze tussen A en B. Voorbeeld: Möchtest du Tee oder Kaffee? — “Wil je thee of koffie?” Fisch betekent hier “vis”, als gerecht of voedsel. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Fisch. In een maaltijdcontext verwijst het hier naar de optie vis als eten, niet noodzakelijk naar een afzonderlijk dier. Voorbeeld: Ich esse heute Fisch. — “Ik eet vandaag vis.” Samen vormen de delen de keuzevraag Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?: “Heb je liever kip of vis?” Möchtest du vraagt naar de gewenste keuze, lieber markeert de voorkeur, en Hähnchen oder Fisch noemt de twee alternatieven.

  3. Fisch klingt für mich heute besser.

    Vis lijkt me vandaag beter.

    Fisch
    vis
    klingt
    klinkt
    für mich
    voor mij
    heute
    vandaag
    besser
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Fisch betekent hier “vis” en is een zelfstandig naamwoord. De vorm is enkelvoud; het meervoud is Fische. In deze zin is Fisch het onderwerp van klingt: de vis wordt beoordeeld als een optie, niet als iemand die letterlijk geluid maakt. klingt komt van klingen. Dit is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: er/sie/es klingt. In de vaste uitdrukking etwas klingt ... betekent het vaak “iets lijkt ...” of “iets komt ... over”, zoals in Das klingt gut. — “Dat klinkt goed.” Hier geeft klingt ... besser aan dat de vis als een betere keuze overkomt. für mich betekent “voor mij” en bestaat uit für met het persoonlijk voornaamwoord mich. Na für staat in het Duits de accusatief; ich wordt dus mich. Deze woordgroep maakt duidelijk vanuit wiens beoordeling de vergelijking wordt gemaakt. Vergelijk: für dich — “voor jou”. heute betekent “vandaag”. Het is een tijdsbepaling en plaatst de beoordeling in de huidige dag: Heute klingt Fisch besser. heeft dezelfde kernbetekenis, maar legt meer nadruk op heute. besser is de vergrotende trap van gut: gut — “goed”, besser — “beter”, am besten — “het best”. In deze zin vergelijkt besser de vis met de andere genoemde keuze uit de voorafgaande vraag. Het woord zegt hier niet op zichzelf wat de absolute reden of eigenschap is; het drukt alleen de voorkeur in de vergelijking uit. Samen vormt de zin: Fisch + klingt + für mich + heute + besser: “Vis lijkt me vandaag beter.” De spreker geeft daarmee een persoonlijke beoordeling dat vis vandaag de betere optie lijkt.

  4. Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage.

    Daarbij krijg je rijst en één klein bijgerecht.

    Dazu
    daarbij
    gibt es
    er is / er zijn
    Reis
    rijst
    kleine
    kleine
    Beilage
    bijgerecht
    Uitgebreide uitleg

    Dazu betekent hier “daarbij” of “daarnaast”: het verwijst naar iets dat in de situatie al genoemd is. Het kan ook in andere zinnen “daartoe” betekenen, maar hier past de betekenis “daarbij”. gibt es is een vaste Duitse bestaansconstructie: es gibt + accusatief betekent dat iets aanwezig of beschikbaar is. In deze zin staat de volgorde omgekeerd: Dazu gibt es ...; de betekenis blijft “daarbij is er/krijg je ...”. gibt is de derde persoon enkelvoud van geben; es is hier een formeel onderwerp en verwijst niet zelfstandig naar een bepaald ding. Voorbeeld: Es gibt heute Suppe. — “Er is vandaag soep.” Reis betekent hier “rijst”. Het is een massanaamwoord: zonder nadere bepaling wordt het meestal zonder meervoud gebruikt. Voor een hoeveelheid kun je bijvoorbeeld zeggen: eine Schüssel Reis — “een kom rijst”. kleine is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). In eine kleine Beilage krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang -e, omdat Beilage vrouwelijk is en deze woordgroep in de accusatief staat na gibt es. De vormen zijn bijvoorbeeld klein, kleine, kleinen en kleinem, afhankelijk van de grammaticale omgeving; de uitgang hoort bij klein, niet bij Beilage. Beilage betekent “bijgerecht”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Beilage. In het meervoud wordt dat die Beilagen. De woordgroep eine kleine Beilage betekent hier volgens de vaste vertaling “één klein bijgerecht”. Het Duitse onbepaalde lidwoord eine markeert op zichzelf echter geen exacte telwaarde; de concrete lezing “één” komt hier uit de vaste vertaling en de context. Samen opgebouwd betekent Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage: “Daarbij is er rijst en één klein bijgerecht.” De constructie noemt dus wat er naast het eerder besproken aanbod beschikbaar is: eerst Reis, daarna eine kleine Beilage. und verbindt beide aangeboden zaken.

  5. Welche Beilage sieht am besten aus?

    Welk bijgerecht ziet er het beste uit?

    Welche
    welke
    Beilage
    bijgerecht
    sieht … aus
    eruitzien
    am besten
    het beste
    Uitgebreide uitleg

    Welche betekent hier “welke” en staat bij het vrouwelijke enkelvoudige zelfstandig naamwoord Beilage. De vorm van welch- past zich aan geslacht, getal en naamval aan: welche Beilage is vrouwelijk enkelvoud in de nominatief. Voorbeelden: Welcher Tee? = “Welke thee?” en Welche Suppe? = “Welke soep?” Beilage betekent hier “bijgerecht”. Het is een zelfstandig naamwoord: die Beilage, meervoud die Beilagen. Het woord kan in andere contexten ook een bijlage bij een document betekenen; in deze zin bepaalt de vaste vertaling de betekenis “bijgerecht”. Voorbeeld: Die Beilage ist warm. = “Het bijgerecht is warm.” sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen, “eruitzien”. sieht is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd; de stam is seh- en de vorm hoort bij het onderwerp die Beilage. In een hoofdzin staat het voorvoegsel aus aan het einde: Die Beilage sieht gut aus. = “Het bijgerecht ziet er goed uit.” Het werkwoord beschrijft hier hoe iets eruitziet, niet alleen het algemene werkwoord “zien”. am besten betekent hier “het beste” en vormt de overtreffende trap van gut (“goed”): gut – besser – am besten. am besten vergelijkt de bijgerechten met elkaar: er wordt gevraagd welk bijgerecht er het best uitziet. Voorbeeld: Welche Farbe passt am besten? = “Welke kleur past het beste?” Samen vormt Welche Beilage het vraagstuk “welk bijgerecht”, gevolgd door sieht ... aus (“ziet eruit”) en am besten (“het beste”). Omdat Welche het vraagwoord is, staat de persoonsvorm sieht direct daarna; het scheidbare aus sluit de vraag af. De hele zin betekent: “Welk bijgerecht ziet er het beste uit?”

  6. Das Gemüse sieht frisch und einfach aus.

    De groenten zien er vers en eenvoudig uit.

    Gemüse
    groente/groenten
    sieht … aus
    eruitzien
    frisch
    vers
    einfach
    eenvoudig
    Uitgebreide uitleg

    Gemüse betekent hier groente of groenten als voedingsmiddel. In het Duits is Gemüse in deze zin een massanaamwoord zonder meervoudsbetekenis; met het lidwoord das staat het als onzijdig enkelvoud: das Gemüse. Het Duitse enkelvoud kan in het Nederlands natuurlijk als “de groenten” worden vertaald. Dat zegt op zichzelf niets over een bepaald aantal groenten. sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen (“eruitzien”). In deze hoofdzin staat de vervoegde vorm sieht op de tweede plaats en staat het afgescheiden deel aus aan het einde: Das Gemüse sieht ... aus. sieht is de vorm van aussehen bij er, sie of es; de basisvorm is aussehen. De vorm hangt samen met de klinkerwisseling sehen → sieht, maar de volledige combinatie betekent hier “eruitzien”, niet alleen “zien”. Voorbeeld: Der Tisch sieht neu aus. — “De tafel ziet er nieuw uit.” frisch betekent hier “vers”. Na aussehen staat dit bijvoeglijk naamwoord als naamwoordelijk deel zonder uitgang: Das Gemüse sieht frisch aus. Voor een zelfstandig naamwoord kan het wel een uitgang krijgen: frisches Gemüse — “verse groente/groenten”. einfach betekent hier “eenvoudig”. Ook dit bijvoeglijk naamwoord staat na aussehen zonder uitgang: Das Gemüse sieht einfach aus. In een andere context kan einfach bijvoorbeeld “gemakkelijk” betekenen; in deze zin beschrijft het samen met frisch hoe het onderwerp eruitziet. und verbindt de twee beschrijvingen. Samen vormen ze Das Gemüse sieht frisch und einfach aus.: “De groenten zien er vers en eenvoudig uit.”

  7. Wählen wir das Gemüse.

    Laten we de groenten kiezen.

    Wählen wir
    laten we kiezen
    Gemüse
    groenten
    Uitgebreide uitleg

    Wählen wir betekent hier: “laten we kiezen”. wählen is het werkwoord “kiezen”; de vorm wählen is de tegenwoordige tijd bij wir en heeft dezelfde vorm als het hele werkwoord. In deze woordvolgorde staat het werkwoord vóór het onderwerp: Wählen wir ... is een gebruikelijke manier om samen een voorstel te doen, vergelijkbaar met “laten we ...”. Voorbeeld: Gehen wir nach Hause. — “Laten we naar huis gaan.” Gemüse betekent hier “groenten” als verzamelbegrip. Het Duitse woord is grammaticaal onzijdig: daarom staat in de volledige zin das Gemüse. De vorm Gemüse blijft hier hetzelfde; het woord wordt vaak als stof- of verzamelnaam gebruikt, ook wanneer er meerdere groenten bedoeld zijn. Voor afzonderlijke soorten kan bijvoorbeeld Gemüsesorten (“groentesoorten”) worden gebruikt. Samen vormen de delen Wählen wir das Gemüse de voorstelzin “Laten we de groenten kiezen.” das Gemüse is wat men kiest, terwijl wir de voorgestelde gezamenlijke handelende groep aanduidt. De zin gebruikt dus geen vraag naar informatie, maar een voorstel om de groenten te selecteren.

  8. Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben.

    Ik kan de bestelling nu plaatsen.

    Ich kann
    ik kan
    die Bestellung
    de bestelling
    jetzt
    nu
    aufgeben
    plaatsen
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann bestaat uit Ich, het persoonlijk voornaamwoord voor de eerste persoon enkelvoud, en kann, de tegenwoordige-tijdsvorm van het modale werkwoord können bij ich. Het betekent hier dat de spreker in staat of bereid is iets te doen. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in het infinitief: Ich kann warten. — Ik kan wachten. die Bestellung betekent hier “de bestelling”. Bestellung is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud is Bestellungen. In deze zin is de woordgroep het lijdend voorwerp. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord hebben nominatief en accusatief enkelvoud dezelfde vorm: die Bestellung. jetzt is een bijwoord met de betekenis “nu”. Het plaatst de handeling in het huidige moment. Bijvoorbeeld: Ich arbeite jetzt. — Ik werk nu. aufgeben is hier het infinitief van het scheidbare werkwoord aufgeben, in de betekenis “een bestelling plaatsen/indienen”. In een hoofdzin zonder modaal werkwoord kan het voorvoegsel worden gescheiden, bijvoorbeeld: Ich gebe die Bestellung auf. — Ik plaats de bestelling. Na kann blijft het werkwoord als volledig infinitief aan het einde staan: Ich kann die Bestellung aufgeben. Samen betekent Ich kann “ik kan”, die Bestellung “de bestelling”, jetzt “nu” en aufgeben “plaatsen”. De volledige zin is daarom: “Ik kan de bestelling nu plaatsen.”

Grammatica

möchte + infinitief

Ich möchte Hähnchen bestellen.

ich meuch-te heenchuh buh-sjtellen.

Ik wil kip bestellen.

Na möchte staat het hele werkwoord aan het einde van de zin: möchte ... bestellen.

Duits woordenschat

Beilage zelfstandig naamwoord
belaiguh bijgerecht

Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage.

besser bijvoeglijk naamwoord
besa beter

Fisch klingt für mich heute besser.

bestellen werkwoord
buh-sjtellen bestellen

Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.

dazu bijwoord
daa-tsoe daarbij

Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage.

Fisch zelfstandig naamwoord
fisj vis

Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

Hähnchen zelfstandig naamwoord
heenchuh kip

Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

klein bijvoeglijk naamwoord
klain klein

eine kleine Beilage

klingen werkwoord
klingen klinken

Fisch klingt für mich heute besser.

lieber bijwoord
lieba liever

Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

Mittagsmenü zelfstandig naamwoord
mittaaksmenuu lunchmenu

Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.

möchte werkwoord
meuch-te willen

Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen.

Reis zelfstandig naamwoord
rais rijst

Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Heb je liever kip of vis?

Antwoord tonenMöchtest du lieber Hähnchen oder Fisch?

Vis lijkt me vandaag beter.

Antwoord tonenFisch klingt für mich heute besser.

Welk bijgerecht ziet er het beste uit?

Antwoord tonenWelche Beilage sieht am besten aus?

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

bestellen

Antwoord tonenbestellen

willen

Antwoord tonenmöchte

kip

Antwoord tonenHähnchen

liever

Antwoord tonenlieber