Ich
Ich betekent hier ‘ik’ en is degene die de bestelling wil doen. Het staat als onderwerp vooraan in Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen. Een gebruikelijk patroon is Ich möchte ... bestellen.
möchte
möchte drukt hier op een beleefde manier uit dat de spreker iets wil. Deze vorm hoort bij het werkwoord mögen en wordt vaak gebruikt voor een wens met Ich möchte ... .
ein
ein is hier het onbepaalde lidwoord bij Mittagsmenü: een lunchmenu. Het hoort samen met het zelfstandig naamwoord in Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen. Het patroon Ich möchte ein ... bestellen is direct bruikbaar bij een bestelling.
Mittagsmenü
Mittagsmenü betekent hier ‘lunchmenu’ of ‘lunchset’, dus de maaltijd die besteld wordt. Het woord is het voorwerp van bestellen in ein Mittagsmenü bestellen. Je kunt de combinatie Ich möchte ein Mittagsmenü bestellen gebruiken wanneer je een lunchset wilt bestellen.
für
für betekent hier ‘voor’ en geeft aan voor wie het lunchmenu bedoeld is. In für uns staat het samen met de ontvanger of begunstigde van de bestelling. Een vast bruikbaar patroon is etwas für uns bestellen.
uns
uns betekent hier ‘ons’ en verwijst naar de spreker en de andere persoon samen. In für uns geeft het aan dat het menu voor beiden besteld wordt. Je kunt für uns gebruiken wanneer iets voor een groep inclusief jezelf bedoeld is.
bestellen
bestellen betekent hier ‘bestellen’, namelijk een lunchmenu aanvragen. Het is de vorm na möchte in Ich möchte ein Mittagsmenü für uns bestellen. Een bruikbaar patroon is Ich möchte ... bestellen.
Möchtest
Möchtest vraagt hier op een beleefde manier of iemand iets wil of verkiest. De vorm hoort bij mögen en staat in Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch? als vraag aan één persoon. Gebruik Möchtest du ...? om naar iemands keuze of voorkeur te vragen.
du
du betekent hier ‘jij’ en spreekt één persoon rechtstreeks aan. In Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch? is du degene naar wiens voorkeur wordt gevraagd. Het patroon Möchtest du ...? is geschikt in een informele vraag aan één persoon.
lieber
lieber betekent hier ‘liever’ en laat een voorkeur tussen Hähnchen en Fisch zien. De vorm is de vergrotende vorm van gern en staat vóór de twee keuzemogelijkheden in Möchtest du lieber Hähnchen oder Fisch? Gebruik liever ... oder ... wanneer je tussen opties naar een voorkeur vraagt.
Hähnchen
Hähnchen betekent hier ‘kip’ als keuze voor het hoofdgerecht. Het staat als eerste optie in Hähnchen oder Fisch. Je kunt Hähnchen oder Fisch gebruiken om deze twee maaltijdkeuzes tegenover elkaar te zetten.
oder
oder betekent hier ‘of’ en verbindt de twee mogelijke hoofdgerechten. In Hähnchen oder Fisch maakt het duidelijk dat er tussen kip en vis gekozen wordt. Gebruik ... oder ... om alternatieven te noemen.
Fisch
Fisch betekent hier ‘vis’ en is de tweede keuze voor het hoofdgerecht. In Fisch klingt für mich heute besser geeft de spreker aan dat deze optie vandaag de voorkeur heeft. Je kunt Fisch als zelfstandig woord gebruiken wanneer je vis als gerecht bedoelt.
klingt
klingt betekent hier ‘klinkt’ en geeft in Fisch klingt für mich heute besser aan dat vis de spreker beter lijkt of aanspreekt. De vorm hoort bij klingen; de betekenis komt uit de volledige combinatie klinkt ... besser, niet uit klinkt alleen. Een bruikbaar patroon is Das klingt ... wanneer iets op een bepaalde manier overkomt.
mich
mich betekent hier ‘mij’ en staat in für mich voor degene voor wie iets zo klinkt of aanvoelt. In Fisch klingt für mich heute besser markeert het de persoonlijke beoordeling. Het patroon für mich is bruikbaar om een eigen mening of indruk aan te geven.
heute
heute betekent ‘vandaag’ en beperkt de voorkeur tot deze dag: Fisch klingt für mich heute besser. Het is een tijdsaanduiding die in deze zin bij de persoonlijke beoordeling hoort. Gebruik heute om aan te geven dat iets op de huidige dag geldt.
besser
besser betekent hier ‘beter’ en vergelijkt de keuze voor vis met de andere genoemde optie. De vorm is de vergrotende vorm van gut en staat in Fisch klingt für mich heute besser. Gebruik ... klingt ... besser om te zeggen dat iets beter overkomt dan een andere optie.
Dazu
Dazu betekent hier ‘daarbij’ en verwijst naar het gekozen gerecht of menu waar iets extra’s bij komt. In Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage introduceert het de bijgeleverde onderdelen. Een bruikbaar patroon is Dazu gibt es ... wanneer je zegt wat ergens bij hoort.
gibt
gibt betekent hier binnen es gibt dat iets aanwezig is of erbij geleverd wordt. In Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage noemt de combinatie wat het menu bevat. De vorm hoort bij geben; leer de uitdrukking es gibt als geheel voor ‘er is’ of ‘er zijn’.
es
es is hier het vaste formele onderwerp in es gibt en verwijst niet naar één afzonderlijk voorwerp. In Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage helpt es om de inhoud van het menu te introduceren. Gebruik es gibt ... om aan te geven dat iets aanwezig of beschikbaar is.
Reis
Reis betekent hier ‘rijst’ en is één van de onderdelen die bij het menu inbegrepen zijn. In Dazu gibt es Reis en eine kleine Beilage wordt Reis direct genoemd als aanvulling. Je kunt Reis gebruiken om rijst als gerecht of onderdeel van een maaltijd te benoemen.
und
und betekent ‘en’ en verbindt Reis met eine kleine Beilage. In Dazu gibt es Reis und eine kleine Beilage worden zo twee onderdelen samen genoemd. Gebruik und om gelijkwaardige gerechten, eigenschappen of handelingen te verbinden.
eine
eine is hier het onbepaalde lidwoord bij de vrouwelijke vorm Beilage: een bijgerecht. Het staat in eine kleine Beilage samen met het bijvoeglijk naamwoord kleine. Gebruik het patroon eine kleine ... wanneer je één klein vrouwelijk benoemd onderdeel aanduidt.
kleine
kleine betekent hier ‘kleine’ en beschrijft Beilage als een bijgerecht van beperkte omvang. De vorm hoort bij klein en staat in eine kleine Beilage. Een bruikbaar patroon is eine kleine Beilage bestellen of kiezen.
Beilage
Beilage betekent hier ‘bijgerecht’, dus iets dat naast het hoofdgerecht wordt geserveerd. In eine kleine Beilage verwijst het naar één van de keuzemogelijkheden naast Reis. Gebruik Beilage wanneer je in een restaurant naar een extra gerecht naast het hoofdgerecht verwijst.
Welche
Welche betekent hier ‘welke’ en vraagt om één keuze uit meerdere bijgerechten. In Welche Beilage sieht am besten aus? staat het vóór Beilage en bepaalt het welke optie bedoeld wordt. Gebruik Welche ...? om naar een specifieke keuze uit een bekende groep te vragen.
sieht
sieht betekent hier samen met aus ‘ziet eruit’. In Welche Beilage sieht am besten aus? vraagt de spreker welk bijgerecht de beste indruk maakt. De vorm hoort bij sehen; het scheidbare werkwoord sieht ... aus moet als geheel worden begrepen.
am
am vormt hier samen met besten de uitdrukking am besten, ‘het best’. In Welche Beilage sieht am besten aus? geeft am besten aan dat de opties op de hoogste graad worden vergeleken. Gebruik am besten om te zeggen welke mogelijkheid het beste lijkt of werkt.
besten
besten maakt samen met am de uitdrukking am besten, die hier ‘het best’ betekent. In Welche Beilage sieht am besten aus? wordt gevraagd welke optie de beste indruk maakt. De vorm is de overtreffende vorm van gut; gebruik am besten bij een vergelijking van mogelijkheden.
aus
aus is hier het afgescheiden deel van sieht ... aus, samen ‘ziet eruit’. In Welche Beilage sieht am besten aus? maakt aus de betekenis van het werkwoord compleet. Bij dit werkwoord staat aus in een hoofdzin achteraan, zoals in sieht ... aus.
Das
Das is hier het bepaalde lidwoord bij Gemüse en betekent ‘het’. In Das Gemüse sieht frisch und einfach aus verwijst het naar het specifieke groentegerecht dat als bijgerecht wordt besproken. Gebruik Das ... om een bepaald onzijdig benoemd onderwerp aan te duiden.
Gemüse
Gemüse betekent hier ‘groenten’ als het groentegerecht of de groente bij de maaltijd. In Das Gemüse sieht frisch und einfach aus is het dat gerecht dat er vers en eenvoudig uitziet. Gebruik Gemüse als verzamelnaam wanneer je groenten als voedsel of gerecht bedoelt.
frisch
frisch betekent hier ‘vers’ en beschrijft hoe het groentegerecht eruitziet. In Das Gemüse sieht frisch und einfach aus staat het na sieht en vóór het tweede bijvoeglijke woord. Je kunt Gemüse sieht frisch aus gebruiken om de versheid van groenten als gerecht te beoordelen.
einfach
einfach betekent hier ‘eenvoudig’ en beschrijft het groentegerecht als ongecompliceerd van bereiding of presentatie. In Das Gemüse sieht frisch und einfach aus wordt het samen met frisch gebruikt na sieht ... aus. Gebruik frisch und einfach om twee positieve eigenschappen van een gerecht te noemen.
Wählen
Wählen betekent hier ‘laten we kiezen’ en is een voorstel om samen een beslissing te nemen. In Wählen wir das Gemüse staat de vorm vooraan en volgt wir als de groep die kiest. Gebruik Wählen wir ... om gezamenlijk iets voor te stellen.
wir
wir betekent ‘wij’ en omvat hier de twee personen die samen de keuze maken. In Wählen wir das Gemüse hoort wir bij het gezamenlijke voorstel om de groenten te kiezen. Het patroon Wählen wir ... is geschikt wanneer je samen een beslissing wilt nemen.
kann
kann betekent hier ‘kan’ en geeft aan dat de spreker in staat is om de bestelling te plaatsen. In Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben staat kann vóór de infinitief aufgeben. Gebruik Ich kann ... om aan te geven dat je iets kunt of voor je rekening kunt nemen.
jetzt
jetzt betekent ‘nu’ en geeft aan dat de bestelling op dit moment geplaatst kan worden. In Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben staat het bij de geplande handeling. Gebruik jetzt om een handeling naar het huidige moment te verwijzen.
die
die is hier het bepaalde lidwoord bij Bestellung: de bestelling. In Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben verwijst het naar de concrete bestelling die in het gesprek is voorbereid. Gebruik die ... wanneer het genoemde object al bekend of specifiek is.
Bestellung
Bestellung betekent hier ‘bestelling’, namelijk het geheel van gekozen lunchonderdelen dat geplaatst moet worden. In die Bestellung aufgeben hoort het bij de vaste combinatie een bestelling plaatsen. Gebruik die Bestellung aufgeben wanneer je een bestelling officieel wilt doorgeven.
aufgeben
aufgeben betekent hier in die Bestellung aufgeben ‘plaatsen’ of ‘doorgeven’, specifiek voor een bestelling. Het is de infinitief na kann en staat daarom aan het einde van Ich kann die Bestellung jetzt aufgeben. De vaste combinatie eine Bestellung aufgeben is bruikbaar wanneer je een bestelling bij een restaurant of andere aanbieder plaatst.