Samen soep koken met een recept | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults cook soup together, follow a simple recipe, and taste it before adding more seasoning..

NL → DE / Niveau: A2

Elke dag 10 minuten gratis

Ga verder met audiolessen in de app

Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.

Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm

Kies je leertaal en open deze les in de app.

Audioles en woordnotities in de Kotobridge-app

Over deze les

Met Samen soep koken met een recept oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Dieses Rezept sieht einfach genug für das Abendessen aus.

Díezes re-tsept ziet aainfach genóóg vuur das aabent-essen aus. Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.
B

Ich kann das Gemüse klein schneiden, während du Wasser kochst.

Iech kan das gemyúuze klain sjnaiden, vèèrent doe vassa kookst. Ik kan de groenten hakken terwijl jij water kookt.
A

Wie lange soll die Suppe kochen?

Vie lange zol die zoepe koogen? Hoe lang moet de soep koken?
B

Lass die Suppe kochen, bis das Gemüse weich ist.

Las die zoepe koogen, bis das gemyúuze vaich ist. Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.
A

Sollen wir die Suppe probieren, bevor wir mehr Salz hinzufügen?

Zollen vier die zoepe probíéren, bevoor vier meer zalts hintsoefúügen? Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?
B

Probier die Suppe zuerst.

Probíér die zoepe tsoe-eerst. Proef de soep eerst.
B

Dann können wir die Suppe vorsichtig würzen.

Dan keunnen vier die zoepe foorzichtig vürtsen. Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.
A

Die Suppe schmeckt jetzt besser.

Die zoepe sjmekt jets beter. De soep smaakt nu beter.
B

Nächstes Mal können wir mehr Kräuter hinzufügen.

Néchstes maal keunnen vier meer kroiter hintsoefúügen. Volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

Uitleg van de zinnen

  1. Dieses Rezept sieht einfach genug für das Abendessen aus.

    Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.

    Dieses
    dit
    Rezept
    recept
    sieht … aus
    ziet eruit
    einfach
    eenvoudig
    genug
    genoeg
    Abendessen
    avondeten
    Uitgebreide uitleg

    Dieses betekent hier “dit” en verwijst naar Rezept. Het is de vorm voor een onzijdig zelfstandig naamwoord in het enkelvoud; bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord zou je in deze positie bijvoorbeeld dieser of diese gebruiken. Voorbeeld: Dieses Buch ist interessant. — “Dit boek is interessant.” Rezept betekent “recept”, hier in de betekenis van een recept om eten te bereiden. Het meervoud is Rezepte. Voorbeeld: Ich habe ein neues Rezept. — “Ik heb een nieuw recept.” sieht ... aus komt van het scheidbare werkwoord aussehen (“eruitzien”). In de tegenwoordige tijd staat het vervoegde deel sieht op de tweede plaats en het voorvoegsel aus aan het einde: Das Rezept sieht gut aus. — “Het recept ziet er goed uit.” sieht is de derde persoon enkelvoud van sehen; in deze constructie hoort het samen met aus bij aussehen. einfach betekent hier “eenvoudig” of “makkelijk”. Het beschrijft hoe eenvoudig het recept lijkt, niet dat het recept letterlijk “simpel” als zelfstandig ding is. Voorbeeld: Die Aufgabe ist einfach. — “De opdracht is eenvoudig.” genug betekent “genoeg” en staat hier na het bijvoeglijk naamwoord: einfach genug = “eenvoudig genoeg”. Het geeft aan dat de vereiste mate van eenvoud volgens de spreker is bereikt. Voorbeeld: Der Weg ist kurz genug. — “De weg is kort genoeg.” Abendessen betekent “avondeten” of “avondmaaltijd”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Abendessen; het samengestelde woord bestaat uit Abend en Essen. Voorbeeld: Das Abendessen ist fertig. — “Het avondeten is klaar.” Samen vormen de delen: Dieses Rezept (“dit recept”) + sieht ... aus (“ziet eruit”) + einfach genug (“eenvoudig genoeg”) + für das Abendessen (“voor het avondeten”). De volledige betekenis is dus: “Dit recept ziet er eenvoudig genoeg uit voor het avondeten.” De voorzetselgroep für das Abendessen geeft aan waarvoor die geschiktheid geldt.

  2. Ich kann das Gemüse klein schneiden, während du Wasser kochst.

    Ik kan de groenten hakken terwijl jij water kookt.

    Ich kann
    ik kan
    Gemüse
    groenten
    klein
    klein; fijn
    schneiden
    snijden
    während
    terwijl
    Wasser
    water
    kochst
    kookt
    Uitgebreide uitleg

    Ich kann: können betekent hier dat de spreker in staat is iets te doen of die mogelijkheid heeft. kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; bij een modaal werkwoord staat het andere werkwoord in de infinitief aan het einde van de hoofdzin: Ich kann schneiden = “Ik kan snijden”. Ich is het persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon enkelvoud voor de spreker. das Gemüse: Gemüse betekent hier “groente” als verzamel- of massanomen. Het Duitse enkelvoud kan dus naar groente in het algemeen verwijzen, terwijl het Nederlands in de vaste vertaling groenten gebruikt. das is hier het bepaalde lidwoord bij Gemüse; de vorm van het lidwoord hangt samen met het grammaticale geslacht en de naamval, niet met een expliciet aantal. Voorbeeld: Ich kaufe das Gemüse. — “Ik koop de groente.” klein: Dit bijvoeglijk woord betekent hier dat het resultaat kleine stukjes is. In klein schneiden beschrijft het dus het resultaat van het snijden, niet de grootte van de persoon die snijdt. Het kan zelfstandig ook “klein” betekenen; na een werkwoord als sein krijgt het bijvoorbeeld geen verbuiging: Das Gemüse ist klein. — “De groente is klein.” schneiden: De basisvorm is schneiden = “snijden”. Hier staat de infinitief na kann; de modaliteit komt uit kann, terwijl schneiden de handeling benoemt. De vaste combinatie etwas klein schneiden betekent “iets in kleine stukjes snijden/hakken”. Voorbeeld: Wir schneiden die Zwiebel klein. — “We snijden de ui fijn.” während: Dit voegwoord betekent “terwijl” en verbindt twee gelijktijdige gebeurtenissen. Het leidt hier een bijzin in. In een Duitse bijzin met während staat het vervoegde werkwoord aan het einde. du Wasser kochst: du is de tweede persoon enkelvoud: de aangesprokene persoon. Wasser betekent “water” en is hier het lijdend voorwerp van kochst. kochst is de vorm van kochen voor du in de tegenwoordige tijd: du kochst = “jij kookt”. Voorbeeld: Du kochst Wasser. — “Jij kookt water.” Samen betekent Ich kann das Gemüse klein schneiden dat de spreker de mogelijkheid of bekwaamheid heeft om de groente fijn te snijden. während du Wasser kochst voegt de gelijktijdige handeling toe: terwijl de aangesprokene water kookt. De volledige betekenis is daarom: “Ik kan de groenten hakken terwijl jij water kookt.”

  3. Wie lange soll die Suppe kochen?

    Hoe lang moet de soep koken?

    Wie lange
    hoe lang
    soll
    moet
    Suppe
    soep
    kochen
    koken
    Uitgebreide uitleg

    Wie lange vraagt naar een tijdsduur: “hoe lang?” Het is een vaste, herbruikbare vraagcombinatie. Vergelijk Wie oft? (“hoe vaak?”), dat naar frequentie vraagt, niet naar duur. Soll is de vorm van sollen voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. In deze vraag geeft het, volgens de vertaling, de vereiste of geplande handeling weer: “moet”. Het onderwerp is hier die Suppe, dus enkelvoud. Een nuttig contrast is muss van müssen: dat drukt doorgaans een sterkere noodzaak uit, terwijl soll vaak weergeeft wat de bedoeling, instructie of verwachting is. Suppe betekent “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord met vrouwelijk grammaticaal geslacht; daarom staat hier het lidwoord die. Het meervoud is Suppen, bijvoorbeeld: Die Suppen kochen. — “De soepen koken.” Kochen is hier het werkwoord “koken” of, bij soep, “garen/koken”. De vorm is een infinitief. Na een modaal werkwoord zoals sollen staat de infinitief in het Duits aan het einde: Die Suppe soll kochen. — “De soep moet koken.” In deze betekenis is de soep het onderwerp van kochen; de zin zegt niet wie het vuur of het kookproces bedient. De volledige structuur is Wie lange + het vervoegde modale werkwoord soll + het onderwerp die Suppe + de infinitief kochen. Daardoor betekent Wie lange soll die Suppe kochen? precies: “Hoe lang moet de soep koken?” De vraag informeert naar de gewenste of voorgeschreven kookduur.

  4. Lass die Suppe kochen, bis das Gemüse weich ist.

    Laat de soep koken tot de groenten zacht zijn.

    Lass
    laat
    Suppe
    soep
    kochen
    koken
    bis
    totdat
    Gemüse
    groente
    weich
    zacht
    ist
    is
    Uitgebreide uitleg

    Lass is de gebiedende wijs van lassen voor du. Hier betekent het niet simpelweg “laat iets achter”, maar “zorg dat iets gebeurt” of “laat iets gebeuren”: Lass die Suppe kochen = “Laat de soep koken”. De gebiedende wijs voor meerdere personen of beleefdheid is anders: Lasst ... tegenover Lassen Sie .... Suppe betekent hier “soep”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Suppe. In het Duits krijgen zelfstandige naamwoorden een hoofdletter. Een bruikbaar voorbeeld is: Die Suppe ist heiß. — “De soep is heet.” kochen is het werkwoord “koken”. Na lassen staat het andere werkwoord hier in de infinitief: Lass die Suppe kochen. Zonder lassen kan Die Suppe kocht bijvoorbeeld betekenen: “De soep kookte.” bis betekent “totdat” en leidt hier een bijzin in die de grens van de handeling aangeeft. In een Duitse bijzin na bis staat het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan: bis das Gemüse weich ist. Gemüse betekent “groente” of “de groenten” in deze context. Het is een onszijdig zelfstandig naamwoord: das Gemüse. Het woord is in het Duits meestal een verzamelnaam en heeft hier de enkelvoudige vorm; daarom staat er ist, niet sind. weich betekent “zacht”. Het beschrijft hier de toestand waarin de groenten moeten zijn. Als zelfstandig naamwoord kan Weichheit “zachtheid” betekenen, maar dat is een ander woord en geen verbogen vorm van weich. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”). In das Gemüse weich ist koppelt ist het onderwerp das Gemüse aan de toestand weich. De vorm verandert mee met het onderwerp: Das Gemüse ist weich, maar Die Karotten sind weich — “De wortels zijn zacht.” Samen bestaat de zin uit een hoofdzin met een gebiedende opdracht, Lass die Suppe kochen, en een bis-bijzin die het eindpunt aangeeft, bis das Gemüse weich ist. De volledige betekenis is: “Laat de soep koken totdat de groenten zacht zijn.”

  5. Sollen wir die Suppe probieren, bevor wir mehr Salz hinzufügen?

    Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?

    Sollen wir
    zullen we
    Suppe
    soep
    probieren
    proeven
    bevor
    voordat
    mehr
    meer
    Salz
    zout
    hinzufügen
    toevoegen
    Uitgebreide uitleg

    Sollen wir is een vraagpatroon met het modale werkwoord sollen en het onderwerp wir. Hier vraagt de spreker of de betrokkenen samen iets zullen doen: “zullen we …?” sollen is de tegenwoordige tijd bij wir; het volgende werkwoord staat als infinitief aan het einde van de hoofdzin. Voorbeeld: Sollen wir warten? — “Zullen we wachten?” Suppe betekent hier “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. In die Suppe is die het lidwoord dat bij het vrouwelijke grammaticale geslacht van Suppe hoort. probieren betekent hier “proeven”. Het is de infinitief na het modale werkwoord sollen en blijft in die vorm staan. Voorbeeld: Wir probieren die Suppe. — “Wij proeven de soep.” bevor leidt een bijzin in met de betekenis “voordat”. In deze bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. hinzufügen is hier dus de vervoegde vorm bij wir; die vorm ziet er toevallig hetzelfde uit als de infinitief. mehr betekent “meer” en geeft hier een grotere hoeveelheid aan dan een relevante eerdere of huidige hoeveelheid. Het woord verandert niet mee met Salz. Salz betekent “zout”. Het is een zelfstandig naamwoord en krijgt daarom een hoofdletter. In mehr Salz staat het zonder lidwoord, omdat de zin een niet nader bepaalde hoeveelheid zout noemt. hinzufügen betekent “toevoegen”. Het is een scheidbaar werkwoord. In een hoofdzin wordt het bij wir bijvoorbeeld Wir fügen mehr Salz hinzu. — “Wij voegen meer zout toe.” In de bijzin na bevor blijven de delen bij elkaar aan het einde: bevor wir mehr Salz hinzufügen. Hier is hinzufügen de tegenwoordige tijd bij wir, niet een infinitief. Samen vormt Sollen wir die Suppe probieren de vraag of de betrokkenen samen de soep zullen proeven. bevor wir mehr Salz hinzufügen bepaalt dat dit proeven plaatsvindt vóór het toevoegen van meer zout. De volledige betekenis is: “Zullen we de soep proeven voordat we meer zout toevoegen?”

  6. Probier die Suppe zuerst.

    Proef de soep eerst.

    Probier
    proef
    Suppe
    soep
    zuerst
    eerst
    Uitgebreide uitleg

    Probier is hier de gebiedende wijs van probieren voor één aangesproken persoon in de informele du-vorm. De stam probier- krijgt in deze vorm geen zichtbare uitgang: Probier! = “Proef!”. In een beleefde of meervoudige aanspreking gebruik je een andere vorm, bijvoorbeeld Probieren Sie!. Suppe betekent hier “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord met het vrouwelijke grammaticale geslacht: die Suppe. In deze zin staat het na die als het lijdend voorwerp; bij dit woord verandert de vorm zelf daar niet door. Een bruikbaar contrast is die Suppe (onderwerp of lijdend voorwerp) tegenover der Suppe in bepaalde andere naamvalspatronen. zuerst betekent “eerst” of “als eerste”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met persoon of aantal. Bijvoorbeeld: Probier zuerst das Brot. — “Proef eerst het brood.” Samen vormt Probier die Suppe zuerst. een informele opdracht: “Proef de soep eerst.” Probier geeft de opdracht, die Suppe is wat geproefd moet worden, en zuerst geeft aan dat dit vóór een volgende handeling gebeurt. De zin zegt niet hoe de soep daarna wordt gekruid; hij bepaalt alleen de volgorde.

  7. Dann können wir die Suppe vorsichtig würzen.

    Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.

    Dann
    dan
    können wir
    kunnen wij
    Suppe
    soep
    vorsichtig
    voorzichtig
    würzen
    op smaak brengen
    Uitgebreide uitleg

    Dann betekent hier “dan”: het verwijst naar een volgende stap in de situatie. Het kan ook een gevolg inleiden, afhankelijk van de context. Voorbeeld: Dann gehen wir. — “Dan gaan we.” können wir bestaat uit het modale werkwoord können en het onderwerp wir (“wij”). können drukt hier mogelijkheid uit: “wij kunnen”. In een hoofdzin staat het vervoegde modale werkwoord op de tweede positie en staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. können verandert naar persoon en getal: ich kann, du kannst, wir können. wir is de eerste persoon meervoud; het verwijst hier naar de spreker en minstens één andere persoon, zonder dat de precieze deelnemers verder worden gespecificeerd. Suppe betekent “soep”. Het is een zelfstandig naamwoord met vrouwelijk grammaticaal geslacht: die Suppe; het meervoud is die Suppen. In deze zin staat die Suppe als het voorwerp van de handeling: de soep krijgt de genoemde bewerking. vorsichtig betekent “voorzichtig”. Hier wordt het als bijwoord gebruikt en beschrijft het hoe men de soep op smaak brengt. Als bijvoeglijk naamwoord kan het vóór een zelfstandig naamwoord staan, bijvoorbeeld: ein vorsichtiger Koch — “een voorzichtige kok”. würzen betekent “op smaak brengen” of “kruiden”. De vorm is de infinitief; na können blijft die infinitief aan het einde van de hoofdzin staan. Voorbeeld: Wir würzen die Suppe. — “Wij brengen de soep op smaak.” De vervoegde vorm bij wir is eveneens würzen, terwijl bijvoorbeeld er würzt “hij brengt op smaak” betekent. Samen vormen de delen: Dann + können wir + die Suppe + vorsichtig + würzen. De betekenis is: “Dan kunnen we de soep voorzichtig op smaak brengen.” De modale constructie maakt duidelijk dat dit een mogelijke volgende handeling is; vorsichtig geeft de manier van handelen aan.

  8. Die Suppe schmeckt jetzt besser.

    De soep smaakt nu beter.

    Die
    de
    Suppe
    soep
    schmeckt
    smaakt
    jetzt
    nu
    besser
    beter
    Uitgebreide uitleg

    Die staat hier bij Suppe en markeert een bepaald vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de onderwerpsfunctie. Het is de vorm van het bepaalde lidwoord voor vrouwelijk enkelvoud in de nominatief; bij een mannelijk woord is de overeenkomstige vorm in deze functie bijvoorbeeld der. Suppe betekent hier ‘soep’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Suppe. Het meervoud is die Suppen. Voorbeeld: Die Suppe ist heiß. — ‘De soep is heet.’ schmeckt is de derde persoon enkelvoud van schmecken in de tegenwoordige tijd. In deze zin betekent het werkwoord dat de soep een bepaalde smaak heeft of aangenaam smaakt. De stam blijft herkenbaar, maar bij er/sie/es krijgt het werkwoord deze persoonsuitgang: ich schmecke, sie schmeckt. Voorbeeld: Der Tee schmeckt gut. — ‘De thee smaakt goed.’ jetzt betekent ‘nu’ en plaatst het beschreven smaakresultaat in het huidige moment. Voorbeeld: Jetzt ist die Suppe warm. — ‘Nu is de soep warm.’ besser is de vergrotende trap van gut: gut — ‘goed’, besser — ‘beter’, am besten — ‘het best’. Het vergelijkt de huidige smaak met een eerder of ander vergelijkingspunt; de zin zegt dus dat de soep nu beter smaakt, zonder precies te benoemen waarmee ze wordt vergeleken. Voorbeeld: Heute schmeckt der Tee besser. — ‘Vandaag smaakt de thee beter.’ Samen vormen de delen Die Suppe (het onderwerp), schmeckt (het werkwoord), jetzt (het tijdstip) en besser (de vergelijking) de betekenis: ‘De soep smaakt nu beter.’ De context over voorzichtig kruiden en later meer kruiden toevoegen past bij een verandering in de smaak, maar deze zin specificeert niet waardoor die verbetering komt.

  9. Nächstes Mal können wir mehr Kräuter hinzufügen.

    Volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.

    Nächstes
    volgende
    Mal
    keer
    können wir
    kunnen we
    mehr
    meer
    Kräuter
    kruiden
    hinzufügen
    toevoegen
    Uitgebreide uitleg

    Nächstes betekent hier “volgende” in de vaste tijdsaanduiding Nächstes Mal. Het is de verbogen vorm van nächst- bij het onzijdige zelfstandig naamwoord Mal; zonder lidwoord krijgt het hier de uitgang -es. Vergelijk: nächste Woche = “volgende week” en nächsten Monat = “volgende maand”. Mal betekent hier “keer” en vormt samen met Nächstes de uitdrukking “volgende keer”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Mal; het meervoud is die Male. In deze zin gaat het om een toekomstig moment, niet om een telbare hoeveelheid die door het lidwoord wordt aangegeven. können wir betekent “kunnen we”. können is de tegenwoordige tijd van het modale werkwoord können bij wir (eerste persoon meervoud). Een modaal werkwoord staat in een hoofdzin doorgaans op de tweede positie, terwijl het andere werkwoord als infinitief achteraan staat. Voorbeelden: Wir können warten. = “We kunnen wachten.” Kannst du helfen? = “Kun je helpen?” mehr betekent “meer”. Het geeft hier een grotere hoeveelheid kruiden aan dan eerder of dan de huidige hoeveelheid. mehr blijft in deze betekenis doorgaans onveranderd: mehr Wasser = “meer water”, mehr Kräuter = “meer kruiden”. Het tegenovergestelde is weniger = “minder”. Kräuter betekent hier “kruiden”. Het is het meervoud van das Kraut; bij het meervoud hoort het lidwoord die, bijvoorbeeld die Kräuter. In deze zin is Kräuter het voorwerp van het toevoegen; de vorm maakt duidelijk dat het om meerdere kruiden of kruiden in het meervoud gaat. hinzufügen betekent “toevoegen”. Dit is een scheidbaar werkwoord: in een vervoegde hoofdzin verschijnt het voorvoegsel los, bijvoorbeeld Wir fügen mehr Kräuter hinzu. = “We voegen meer kruiden toe.” Na können blijft de infinitief samen: Wir können mehr Kräuter hinzufügen. Samen vormen de delen: Nächstes Mal (“volgende keer”) + können wir (“kunnen we”) + mehr Kräuter (“meer kruiden”) + hinzufügen (“toevoegen”). De volledige betekenis is: “Volgende keer kunnen we meer kruiden toevoegen.” De zin drukt een mogelijkheid of voorstel voor een later moment uit; können zegt hier dat dit mogelijk is, niet dat het zeker zal gebeuren.

Grammatica

während + Nebensatz (Verb am Ende)

Während das Wasser kocht, schneiden wir das Gemüse klein.

Vèèrent das vassa koogt, sjnaiden vier das gemyúuze klain.

Terwijl het water kookt, snijden we de groente fijn.

Na „während“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

bis + Nebensatz (Verb am Ende)

Wir kochen die Suppe, bis das Gemüse weich ist.

Vier koogen die zoepe, bis das gemyúuze vaich ist.

We koken de soep totdat de groente zacht is.

Na „bis“ staat het vervoegde werkwoord aan het einde van de bijzin.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
aabent-essen avondeten
bis voegwoord
bis totdat
einfach bijvoeglijk naamwoord
aainfach eenvoudig
Gemüse zelfstandig naamwoord
gemyúuze groente
klein schneiden uitdrukking
klain sjnaiden fijnsnijden; in kleine stukjes snijden
kochen werkwoord
koogen koken
Rezept zelfstandig naamwoord
re-tsept recept
Salz zelfstandig naamwoord
zalts zout
Suppe zelfstandig naamwoord
zoepe soep
während voegwoord
vèèrent terwijl
Wasser zelfstandig naamwoord
vassa water
weich bijvoeglijk naamwoord
vaich zacht

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Hoe lang moet de soep koken?

Antwoord tonenWie lange soll die Suppe kochen?

Proef de soep eerst.

Antwoord tonenProbier die Suppe zuerst.

De soep smaakt nu beter.

Antwoord tonenDie Suppe schmeckt jetzt besser.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

water

Antwoord tonenWasser

eenvoudig

Antwoord toneneinfach

terwijl

Antwoord tonenwährend

recept

Antwoord tonenRezept