Restjes bewaren voor morgen | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home after dinner, two adults put leftovers in a container, label them, and keep them for lunch tomorrow..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Restjes bewaren voor morgen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Es gibt viele Reste vom Abendessen.

Es geeft fieluh reste fom aabenessen. Er zijn veel restjes van het avondeten.
B

Legen wir sie in eine saubere Dose.

Leeghun vier zie in aainuh zauburuh doozuh. Laten we ze in een schone bak doen.
A

Kann ich sie morgen zum Mittagessen aufwärmen?

Kan ich zie morghun tsoem mittaagessen aufvermun? Kan ik ze morgen voor de lunch opwarmen?
B

Das kannst du, wenn wir sie bis dahin im Kühlschrank aufbewahren.

Das kanst doe, wen vier zie bis dahien im kuul-sjrank aufbevaare. Dat kan als we ze tot die tijd in de koelkast bewaren.
A

Soll ich ein Etikett auf die Dose kleben?

Sol ich aain etiket auf die dooze kleeben? Zal ik een etiket op de bak doen?
B

So wissen wir morgen, was darin ist.

Soo vissen vier morghun, was darrin is. Zo weten we morgen wat erin zit.
A

Ich klebe ein deutliches Etikett darauf.

Ich kleebe aain doitliches etiket daraauf. Ik doe er een duidelijk etiket op.
B

Das macht das Mittagessen einfacher.

Das macht das mittaagessen aainfachur. Dat maakt de lunch makkelijker.

Woord voor woord

Es In ‘Es gibt viele Reste vom Abendessen’ betekent Es ‘er’ in de betekenis ‘er zijn’; het is hier een onbepaald onderwerp. Gebruik de vaste constructie Es gibt + zelfstandig naamwoord om het bestaan of de aanwezigheid van iets te noemen. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je iemand op iets aanwezigs wijst.
gibt In ‘Es gibt viele Reste vom Abendessen’ drukt gibt samen met Es uit dat er iets is of aanwezig is. Gebruik Es gibt + zelfstandig naamwoord om iets te introduceren. Dat past bijvoorbeeld wanneer je meldt wat er nog beschikbaar is.
viele ‘viele’ geeft hier een grote hoeveelheid aan: veel restjes. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord in ‘viele Reste’. Gebruik viele + zelfstandig naamwoord om een grote hoeveelheid aan te duiden.
Reste ‘Reste’ betekent hier restjes, dus eten dat na de maaltijd is overgebleven. In ‘Reste vom Abendessen’ wordt duidelijk dat het om overgebleven avondeten gaat. Je gebruikt het bijvoorbeeld thuis wanneer je eten voor later wilt bewaren.
vom ‘vom’ betekent hier ‘van het’ en verbindt de restjes met de maaltijd in ‘Reste vom Abendessen’. Gebruik vom + zelfstandig naamwoord om aan te geven waarvan iets afkomstig is. Dat is bruikbaar bij eten dat van een bepaalde maaltijd over is.
Abendessen ‘Abendessen’ betekent avondeten. In ‘vom Abendessen’ verwijst het naar de maaltijd waarvan de restjes afkomstig zijn. Gebruik het bijvoorbeeld wanneer je over een avondmaaltijd of het overgebleven eten daarvan praat.
Legen In ‘Legen wir sie in eine saubere Dose’ betekent Legen ‘leggen’ of ‘plaatsen’; de zin is een voorstel om iets samen te plaatsen. De bruikbare structuur is Legen wir + voorwerp + in + plaats. Je gebruikt dit bijvoorbeeld wanneer je samen iets in een bakje wilt doen.
wir ‘wir’ betekent ‘we’ en verwijst hier naar de twee mensen die samen handelen. In ‘Legen wir ...’ maakt wir duidelijk dat de handeling door de spreker en de ander wordt uitgevoerd. Gebruik wir vóór een werkwoord wanneer je over jezelf en anderen samen praat.
sie ‘sie’ betekent hier ‘ze’ of ‘hen’ en verwijst naar de restjes. In ‘Legen wir sie in eine saubere Dose’ is sie het voorwerp dat in de doos wordt geplaatst. Gebruik een werkwoord + sie wanneer je naar al genoemde dingen of personen verwijst.
in ‘in’ geeft hier aan dat de restjes naar de binnenkant van een doos gaan: ‘in eine saubere Dose’. Gebruik in + plaats of voorwerp bij iets dat ergens binnenin wordt gedaan. Dat past bijvoorbeeld bij eten dat je in een bewaardoos legt.
eine ‘eine’ betekent hier ‘een’ en introduceert de doos als een niet nader bepaalde doos. Het staat vóór ‘saubere Dose’ in ‘eine saubere Dose’. Gebruik eine + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord om zo’n enkel voorwerp te noemen.
saubere ‘saubere’ betekent ‘schone’ in ‘eine saubere Dose’. Het beschrijft de doos waarin de restjes worden gedaan. Gebruik het bijvoorbeeld bij een bakje, bord of ander voorwerp dat schoon moet zijn voordat je er eten in doet.
Dose ‘Dose’ betekent hier een bakje of bewaardoos voor de restjes. In ‘in eine saubere Dose’ is het de plaats waarin het eten wordt bewaard. Je gebruikt het bijvoorbeeld bij het opbergen van voedsel in een afsluitbaar bakje.
Kann In ‘Kann ich sie morgen zum Mittagessen aufwärmen?’ betekent Kann ‘kan’ en vraagt de spreker of iets mogelijk of toegestaan is. Gebruik Kann ich + werkwoord om naar toestemming of mogelijkheid voor jezelf te vragen. Dat past bijvoorbeeld wanneer je wilt weten of je eten later mag opwarmen.
ich ‘ich’ betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die vraagt of die de restjes mag opwarmen. In ‘Kann ich ...?’ staat ich bij een vraag over de eigen handeling. Gebruik ich wanneer je over jezelf praat.
morgen ‘morgen’ betekent ‘morgen’ en geeft aan dat het opwarmen de volgende dag gebeurt. In ‘morgen zum Mittagessen’ verwijst het naar de geplande lunch. Gebruik morgen om naar de dag na vandaag te verwijzen.
zum ‘zum’ betekent hier ‘voor het’ in ‘zum Mittagessen’: de restjes worden voor de lunch opgewarmd. Gebruik zum + gelegenheid of activiteit om het doel van iets aan te geven. Dat past bijvoorbeeld bij eten dat je voor een maaltijd klaarmaakt.
Mittagessen ‘Mittagessen’ betekent lunch of middagmaaltijd. In ‘zum Mittagessen’ geeft het aan waarvoor de restjes worden opgewarmd. Gebruik het wanneer je over de maaltijd rond het middaguur praat.
aufwärmen ‘aufwärmen’ betekent hier eten opnieuw warm maken. In ‘Kann ich sie ... aufwärmen?’ gaat het om de restjes die later als lunch worden gegeten. Gebruik iets aufwärmen met eten of drinken als voorwerp, bijvoorbeeld wanneer je een maaltijd opnieuw warm maakt.
Das In ‘Das kannst du’ verwijst Das naar de eerder genoemde handeling, namelijk de restjes opwarmen. De uitdrukking geeft aan dat die handeling mogelijk is onder de genoemde voorwaarde. Gebruik Das kannst du, wenn ... om een mogelijkheid aan een voorwaarde te koppelen.
kannst ‘kannst’ betekent hier ‘kunt’ of ‘kan’ bij du en geeft aan dat de ander iets mag of kan doen. In ‘Das kannst du’ gaat het om het opwarmen van de restjes. Gebruik kannst du + werkwoord om iemand naar zijn mogelijkheid of toestemming te verwijzen.
du ‘du’ betekent ‘je’ of ‘jij’ en verwijst naar de persoon tegen wie wordt gesproken. In ‘Das kannst du’ is du degene die de restjes mag opwarmen. Gebruik du wanneer je één gesprekspartner rechtstreeks aanspreekt.
wenn ‘wenn’ betekent hier ‘als’ en introduceert de voorwaarde waaronder het opwarmen kan. In ‘wenn wir sie bis dahin im Kühlschrank aufbewahren’ volgt de voorwaardelijke informatie. Gebruik wenn + bijzin om een voorwaarde of afhankelijk moment uit te drukken.
bis ‘bis’ betekent hier ‘tot’ in de vaste combinatie ‘bis dahin’. Het markeert de grens tot een later genoemd moment. Gebruik bis + tijdsaanduiding wanneer iets tot een bepaald moment duurt.
dahin In ‘bis dahin’ betekent dahin ‘tegen die tijd’ of ‘tot dan’, met verwijzing naar de volgende dag. De combinatie geeft aan dat de restjes tot dat moment in de koelkast blijven. Gebruik bis dahin wanneer je naar een eerder genoemd toekomstig moment verwijst.
im ‘im’ betekent hier ‘in het’ in ‘im Kühlschrank’. Het geeft de plaats aan waar de restjes worden bewaard. Gebruik im + plaats wanneer iets zich in een bepaalde ruimte of opbergplek bevindt.
Kühlschrank ‘Kühlschrank’ betekent koelkast. In ‘im Kühlschrank’ is het de plaats waar de restjes tot de volgende dag worden bewaard. Gebruik het bijvoorbeeld wanneer je zegt waar voedsel moet blijven om het later te kunnen eten.
aufbewahren ‘aufbewahren’ betekent hier bewaren, namelijk de restjes in de koelkast houden tot de volgende dag. In ‘wir sie ... aufbewahren’ gaat het om voedsel dat voor later wordt bewaard. Gebruik etwas aufbewahren wanneer je iets veilig op een bepaalde plaats houdt voor later gebruik.
Soll In ‘Soll ich ein Etikett auf die Dose kleben?’ betekent Soll ‘zal ik’ en vraagt de spreker of die een handeling moet uitvoeren. Gebruik Soll ich + werkwoord om een voorstel te doen of naar instructie te vragen. Dat past bijvoorbeeld wanneer je vraagt of je iets moet labelen.
ein ‘ein’ betekent hier ‘een’ en introduceert één etiket. Het staat vóór ‘Etikett’ in ‘ein Etikett’. Gebruik ein + zelfstandig naamwoord om een niet nader bepaald enkel voorwerp te noemen.
Etikett ‘Etikett’ betekent etiket of label. In ‘ein Etikett auf die Dose kleben’ gaat het om een label dat op de bewaardoos wordt bevestigd. Je gebruikt het bijvoorbeeld om de inhoud van een doos herkenbaar te maken.
auf ‘auf’ betekent hier ‘op’ en geeft aan dat het etiket op de doos wordt bevestigd. In ‘auf die Dose kleben’ hoort auf bij het doeloppervlak. Gebruik etwas auf + voorwerp kleben wanneer je iets op een oppervlak plakt.
die ‘die’ betekent hier ‘de’ en verwijst naar de specifieke doos waarin de restjes zitten. In ‘auf die Dose’ is het de doos waarop het etiket komt. Gebruik die vóór een zelfstandig naamwoord wanneer je naar een bepaald voorwerp verwijst.
kleben ‘kleben’ betekent hier plakken of bevestigen. In ‘Soll ich ein Etikett auf die Dose kleben?’ gaat het om een etiket dat op een doos wordt vastgemaakt. Gebruik etwas auf etwas kleben wanneer je een voorwerp op een oppervlak bevestigt.
So ‘So’ betekent hier ‘zo’ of ‘op die manier’ en verwijst naar het aanbrengen van een etiket. In ‘So wissen wir morgen ...’ geeft het aan dat de volgende situatie door die handeling mogelijk wordt. Gebruik So + gevolg wanneer je uitlegt wat een handeling oplevert.
wissen ‘wissen’ betekent hier weten. In ‘wissen wir morgen, was darin ist’ gaat het erom dat de twee mensen later de inhoud kennen. Gebruik wissen, was ... om te zeggen dat je weet wat iets is of bevat.
was ‘was’ betekent hier ‘wat’ en introduceert de informatie over de inhoud van de doos. In ‘was darin ist’ vormt het samen met de rest een ingebedde vraag naar de inhoud. Gebruik wissen, was ... wanneer je zegt dat je de inhoud of informatie kent.
darin ‘darin’ betekent hier ‘daarin’ of ‘erin’ en verwijst naar de binnenkant van de doos. In ‘was darin ist’ gaat het om wat zich in de doos bevindt. Gebruik darin bij iets dat in een eerder genoemd voorwerp zit.
ist ‘ist’ betekent hier ‘is’ en beschrijft wat zich in de doos bevindt. In ‘was darin ist’ staat het bij de informatie over de inhoud. Gebruik etwas ist darin om te zeggen dat iets in een bepaalde container zit.
klebe In ‘Ich klebe ein deutliches Etikett darauf’ betekent klebe ‘ik plak’ of ‘ik bevestig’. De vorm beschrijft wat de spreker zelf met het etiket doet. Gebruik Ich klebe + voorwerp + darauf wanneer je zegt dat je iets op een eerder genoemd oppervlak plakt.
deutliches ‘deutliches’ betekent hier duidelijk of goed leesbaar en beschrijft het etiket in ‘ein deutliches Etikett’. Het maakt duidelijk dat de tekst op het label herkenbaar moet zijn. Gebruik het bijvoorbeeld bij informatie die op een label of briefje goed zichtbaar moet zijn.
darauf ‘darauf’ betekent hier ‘daarop’ of ‘erop’ en verwijst naar de eerder genoemde doos. In ‘Ich klebe ein deutliches Etikett darauf’ geeft het aan waar het etiket wordt geplakt. Gebruik etwas darauf kleben wanneer je naar een eerder genoemd oppervlak verwijst.
macht ‘macht’ betekent hier ‘maakt’ en beschrijft het gevolg van het duidelijke etiket voor de lunch. In ‘Das macht das Mittagessen einfacher’ zorgt iets ervoor dat een situatie gemakkelijker wordt. Gebruik Das macht + zelfstandig naamwoord + bijvoeglijk naamwoord om zo’n gevolg te beschrijven.
einfache Deze aangeleverde vorm komt niet voor in de dialoog, waardoor de betekenis ervan hier niet betrouwbaar aan een dialoogzin kan worden gekoppeld. De dialoog gebruikt wel ‘einfacher’ voor ‘makkelijker’ in ‘Das macht das Mittagessen einfacher’.
einfacher ‘einfacher’ betekent hier ‘makkelijker’ en beschrijft dat de lunch door het label eenvoudiger wordt. In ‘Das macht das Mittagessen einfacher’ staat het als gevolg van een handeling. Gebruik etwas einfacher machen wanneer je zegt dat iets een taak of situatie gemakkelijker maakt.

Grammatica

auf- + werkwoord (scheidbaar werkwoord)

Ich bewahre das Abendessen im Kühlschrank auf.

Ich bevaare das aabenessen im kuul-sjrank auf.

Ik bewaar het avondeten in de koelkast.

Bij een hoofdzin staat auf achteraan. Het werkwoord bewahren wordt dan gesplitst: bewahre ... auf.

eine + bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord

eine saubere Dose

Aainuh zauburuh dooze

een schoon bakje

Na een onbepaald lidwoord krijgt het bijvoeglijk naamwoord in het Duits vaak een uitgang, zoals saubere.

Duits woordenschat

Abendessen zelfstandig naamwoord
aabenessen avondeten

vom Abendessen

aufbewahren werkwoord
aufbevaare bewaren

im Kühlschrank aufbewahren

aufwärmen werkwoord
aufvermun opwarmen

Kann ich sie morgen zum Mittagessen aufwärmen?

bis dahin uitdrukking
bis dahien tot die tijd

bis dahin

Dose zelfstandig naamwoord
doozuh bakje

in eine saubere Dose

Etikett zelfstandig naamwoord
etiket etiket

ein Etikett

Kühlschrank zelfstandig naamwoord
kuul-sjrank koelkast

im Kühlschrank

legen werkwoord
leeghun leggen Legen

Legen wir sie in eine saubere Dose.

Mittagessen zelfstandig naamwoord
mittaagessen lunch

zum Mittagessen

morgen bijwoord
morghun morgen

morgen zum Mittagessen

Rest zelfstandig naamwoord
rest restje Reste

Es gibt viele Reste vom Abendessen.

sauber bijvoeglijk naamwoord
zaubur schoon saubere

eine saubere Dose

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Er zijn veel restjes van het avondeten.

Antwoord tonenEs gibt viele Reste vom Abendessen.

Ik doe er een duidelijk etiket op.

Antwoord tonenIch klebe ein deutliches Etikett darauf.

Dat maakt de lunch makkelijker.

Antwoord tonenDas macht das Mittagessen einfacher.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

leggen

Antwoord tonenLegen

bakje

Antwoord tonenDose

lunch

Antwoord tonenMittagessen

restje

Antwoord tonenReste