Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Naar de ingrediënten van de saus vragen oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Darf ich fragen, welche Zutaten in dieser Soße sind?
darf iesj fraagen, velche tsoetaten in deezer zoose zint Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?Sie enthält Milch und ein wenig Knoblauch.
zie enthelt milsj oent ain veeniesj knooblauch Er zit melk en een beetje knoflook in.Ich vertrage keine Milch.
iesj fertraage kaine milsj Ik verdraag geen melk.Ich kann die Soße separat lassen.
iesj kan die zoose zeeparaat lassən Ik kan de saus apart houden.Das wäre besser für mich.
das veere besser fuuer miesj Dat zou beter voor mij werken.Gibt es noch andere Sachen, die du nicht essen darfst?
gipt es noch andere zaachən, die doe niesjt essen darfst Zijn er nog andere dingen die je niet mag eten?Knoblauch ist kein Problem.
knooblauch ist kain probleem Knoflook is geen probleem.Ich mache deinen Teller ohne die Soße fertig.
iesj mache dainən teller oone die zoose fertiesj Ik maak je bord klaar zonder de saus.Uitleg van de zinnen
Darf ich fragen, welche Zutaten in dieser Soße sind?
Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?
- Darf ich
- mag ik
- fragen
- vragen
- welche
- welke
- Zutaten
- ingrediënten
- in
- in
- dieser
- deze
- Soße
- saus
- sind
- zijn
Uitgebreide uitleg
Darf ich betekent hier “mag ik” en vormt een beleefde vraag naar toestemming. darf is de vorm van dürfen bij ich; de infinitief blijft in een hoofdzin met een modaal werkwoord meestal aan het einde van de verbale groep staan. Voorbeeld: Darf ich hereinkommen? — “Mag ik binnenkomen?” fragen is het werkwoord “vragen”. Na darf staat het als infinitief: Darf ich fragen? — “Mag ik vragen?” Het modale werkwoord draagt hier de persoons- en tijdsinformatie, terwijl fragen de handeling benoemt. welche betekent “welke” en leidt hier de vraag naar specifieke elementen in een groep in. Het staat vóór het meervoudige zelfstandig naamwoord Zutaten. Een vergelijkbaar patroon is Welche Bücher liest du? — “Welke boeken lees je?” Zutaten betekent hier “ingrediënten”. Het is het meervoud van Zutat — “ingrediënt”. De meervoudsvorm past bij de vraag naar mogelijk meerdere bestanddelen. Voorbeeld: Die Zutaten stehen auf dem Etikett. — “De ingrediënten staan op het etiket.” in betekent hier “in” en geeft de plaats of inhoudsrelatie aan. In deze combinatie volgt een datiefvorm, omdat in een vaste plaats zonder bewegingsrichting uitdrukt. dieser betekent hier “deze” en verwijst naar een vrouwelijke enkelvoudige zaak die met Soße wordt aangeduid. De vorm dieser is hier de datief enkelvoud vrouwelijk van het aanwijzende woord dieser-. Het is dus niet Soße die deze vorm draagt. Vergelijk: in dieser Stadt — “in deze stad”. Soße betekent “saus”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; daarom staat het na in in deze vaste plaatsbepaling in de datief: in dieser Soße — “in deze saus”. De spelling met ß hoort bij het Duitse woord in de gegeven zin. sind is de vorm van sein — “zijn” — bij een meervoudig onderwerp in de tegenwoordige tijd. In de bijzin welche Zutaten in dieser Soße sind staat het vervoegde werkwoord achteraan. Dit is kenmerkend voor een ingebedde vraag na fragen: Ich frage, wo sie sind. — “Ik vraag waar ze zijn.” De structuur is dus: Darf ich fragen (“Mag ik vragen”) + welche Zutaten (“welke ingrediënten”) + in dieser Soße (“in deze saus”) + sind (“zijn”). Samen betekent de volledige zin: “Mag ik vragen welke ingrediënten er in deze saus zitten?” De vraag informeert naar de ingrediënten; ze stelt niet zelf vast welke ingrediënten aanwezig zijn.
Sie enthält Milch und ein wenig Knoblauch.
Er zit melk en een beetje knoflook in.
- Sie
- zij; het (hier voor de saus)
- enthält
- bevat
- Milch
- melk
- ein wenig
- een beetje
- Knoblauch
- knoflook
Uitgebreide uitleg
Sie verwijst hier, zoals de vaste vertaling en de vorige zin ondersteunen, naar die Soße: “zij/het” in de betekenis van de saus. De vorm is vrouwelijk enkelvoud in de derde persoon; aan het begin van de zin krijgt het woord bovendien een hoofdletter. Het Duitse Sie kan in andere contexten ook een formeel “u” betekenen, maar die lezing past hier niet. enthält betekent hier “bevat” en is de vorm van enthalten voor de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. Vergelijk: Die Suppe enthält Salz. — “De soep bevat zout.” De vorm enthält hoort dus bij het onderwerp Sie, niet bij Milch of Knoblauch. Milch betekent “melk”. Het is hier een stofnaam zonder lidwoord. Als lijdend voorwerp na enthält staat het in de accusatief, maar bij dit woord is die vorm niet zichtbaar anders dan de basisvorm. Voorbeeld: Ich trinke Milch. — “Ik drink melk.” ein wenig betekent “een beetje” of “een kleine hoeveelheid”. Het geeft hier een beperkte hoeveelheid aan, zonder een exact aantal te noemen. Wenig kan ook zonder ein voorkomen, bijvoorbeeld wenig Zucker — “weinig suiker”; ein wenig Zucker klinkt als “een beetje suiker”. Knoblauch betekent “knoflook”. Het is een mannelijke stofnaam; in deze zin staat het als lijdend voorwerp na enthält, maar de vorm blijft zichtbaar hetzelfde. Voorbeeld: Die Soße enthält Knoblauch. — “De saus bevat knoflook.” De structuur is onderwerp + bevatten + stof/ingrediënt + hoeveelheid + ingrediënt: Sie + enthält + Milch + ein wenig Knoblauch. Samen betekent de zin: “Er zit melk en een beetje knoflook in.”
Ich vertrage keine Milch.
Ik verdraag geen melk.
- Ich
- ik
- vertrage
- verdraag
- keine
- geen
- Milch
- melk
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik” en is de eerste persoon enkelvoud. Het is de vorm voor het onderwerp: ich hoort bij werkwoordsvormen in de eerste persoon enkelvoud. vertrage komt van vertragen en betekent hier “verdragen” of “tolereren”. De vorm vertrage is tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud: ich vertrage. Het werkwoord vertragen kan in andere contexten ook betekenen dat iets wordt vertraagd; in deze zin gaat het om iets lichamelijk of persoonlijk kunnen verdragen. Voorbeeld: Ich vertrage scharfes Essen. — “Ik verdraag pittig eten.” keine betekent hier “geen”. Het is de ontkennende bepaler bij Milch. In deze vorm staat het bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief: keine Milch. Vergelijk bijvoorbeeld kein Wasser bij een onzijdig woord en keinen Saft bij een mannelijk woord in de accusatief. Keine drukt hier niet een afzonderlijk geteld aantal uit, maar de afwezigheid van melk als stof of product. Milch betekent “melk”. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Milch. In deze zin staat het zonder meervoudsbetekenis als stofnaam en is het het lijdend voorwerp van vertrage. Samen vormen de delen Ich vertrage keine Milch. de betekenis: “Ik verdraag geen melk.” De spreker is het onderwerp, vertrage zegt wat de spreker kan verdragen, en keine Milch is datgene wat de spreker niet verdraagt. De woordvolgorde is onderwerp + werkwoord + lijdend voorwerp; de ontkenning zit in keine.
Ich kann die Soße separat lassen.
Ik kan de saus apart houden.
- Ich kann
- ik kan
- Soße
- saus
- separat
- apart
- lassen
- laten
Uitgebreide uitleg
Ich kann betekent hier “ik kan”. kann is de vervoegde vorm van können (“kunnen”) in de eerste persoon enkelvoud; Ich is het bijbehorende onderwerp. In een Duitse hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede positie. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde. Voorbeeld: Ich kann kommen. — “Ik kan komen.” Soße betekent hier “saus”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het woord is vrouwelijk: die Soße. Het lidwoord die markeert hier bepaaldheid en niet op zichzelf een aantal. separat betekent “apart” of “afzonderlijk”. In deze zin beschrijft het de manier waarop de saus wordt gelaten. Als bijvoeglijk naamwoord kan de vorm verbuigen, bijvoorbeeld in separate Soße; in deze zin wordt separat gebruikt als bepaling bij de handeling. lassen betekent hier “laten”. Het is de infinitief van lassen en staat na kann aan het einde. In combinatie met separat betekent separat lassen dat iets afzonderlijk blijft of afzonderlijk wordt gelaten. In andere contexten kan lassen ook betekenen dat je iemand iets laat doen, maar dat is hier niet de betekenis. De delen bouwen samen de betekenis op: Ich kann + die Soße + separat + lassen = “Ik kan de saus apart houden.” De spreker geeft aan dat het mogelijk is de saus afzonderlijk te laten.
Das wäre besser für mich.
Dat zou beter voor mij werken.
- Das
- dat
- wäre
- zou zijn
- besser
- beter
- für mich
- voor mij
Uitgebreide uitleg
Das betekent hier “dat” en staat als onderwerp aan het begin van de zin. Als zelfstandig aanwijzend voornaamwoord verwijst het naar iets dat uit de context duidelijk is; de precieze referent wordt in deze ene zin niet verder benoemd. Het is de onzijdige vorm; vergelijk der en die voor andere grammaticale geslachten wanneer een zelfstandig naamwoord wordt aangewezen. wäre is de vorm van sein (“zijn”) in de Konjunktiv II, hier met das als onderwerp. Deze vorm geeft een hypothetische of voorzichtige beoordeling weer: “zou zijn”. De nuttige keten is sein – ist (tegenwoordige tijd) – wäre (voorwaardelijk/hypothetisch). Bijvoorbeeld: Das wäre gut. — “Dat zou goed zijn.” besser is de vergrotende trap van gut: gut – besser – am besten. In deze zin betekent het dat de bedoelde mogelijkheid gunstiger is dan een andere optie; het hoeft niet letterlijk om een expliciete vergelijking met één genoemde zaak te gaan. Das wäre besser. — “Dat zou beter zijn.” für mich betekent “voor mij”. für is een voorzetsel dat hier de accusatief verlangt; het persoonlijke voornaamwoord is daarom mich, de accusatiefvorm van ich. Vergelijk für dich — “voor jou”. Samen vormen de delen Das wäre besser für mich de betekenis: “Dat zou beter voor mij werken.” De zin drukt dus voorzichtig uit dat de aangewezen, maar niet nader benoemde optie voor de spreker gunstiger zou zijn. In deze context kan dat bijvoorbeeld slaan op de eerder genoemde mogelijkheid om de saus apart te houden, zonder dat de zin zelf die referentie expliciet maakt.
Gibt es noch andere Sachen, die du nicht essen darfst?
Zijn er nog andere dingen die je niet mag eten?
- Gibt es
- zijn er
- noch
- nog
- andere
- andere
- Sachen
- dingen
- du
- je
- nicht
- niet
- essen
- eten
- darfst
- mag
Uitgebreide uitleg
Gibt es is de vaste Duitse manier om het bestaan of de aanwezigheid van iets te vragen: “is/zijn er ...?”. gibt komt van geben en staat hier in de derde persoon enkelvoud; es is een onpersoonlijk plaatsvervangend onderwerp in deze constructie. Bijvoorbeeld: Gibt es hier Kaffee? — “Is hier koffie?” noch betekent hier “nog” en geeft aan dat er naast eerder genoemde mogelijkheden bijkomende zaken zijn. In deze vraag staat het vóór andere Sachen. andere betekent “andere”. Het beschrijft hier het meervoudige zelfstandig naamwoord Sachen. De vorm andere past bij dit meervoudige gebruik; vergelijk: eine andere Sache — “een ander ding” en andere Sachen — “andere dingen”. Sachen is het meervoud van Sache, “ding” of “zaak”. In deze zin zijn Sachen de dingen waarnaar in de vraag wordt gevraagd. Dinge kan ook “dingen” betekenen, maar Sachen is hier de gebruikte vorm. du is de informele vorm van “je/jij” voor één aangesproken persoon. Het is hier het onderwerp van de bijzin die du nicht essen darfst. De vorm voor meerdere aangesproken personen is ihr, niet du. nicht ontkent hier de handeling essen: de aangesproken persoon mag de bedoelde dingen niet eten. De plaats van nicht vóór essen hoort bij deze ontkenning in de bijzin. essen betekent “eten”. Dit is de infinitief. Na een vervoegd modaal werkwoord blijft de infinitief in het Duits staan: Du darfst essen — “Je mag eten.” darfst is de vorm van dürfen voor du in de tegenwoordige tijd. dürfen drukt toestemming uit; du darfst nicht essen betekent daarom “je mag niet eten”. De vorm verandert met het onderwerp: ich darf, du darfst, er/sie darf. In deze bijzin staat de infinitief essen vóór het vervoegde modale werkwoord darfst; het vervoegde werkwoord staat aan het einde van de bijzin. die verbindt de hoofdvraag met de beschrijvende bijzin en verwijst hier, overeenkomstig de vertaling, naar Sachen. Het is een meervoudig relatief voornaamwoord: de vorm past bij het meervoudige antecedent, terwijl zijn rol in de bijzin wordt bepaald door het feit dat de dingen het object van essen zijn. In die du nicht essen darfst is du degene die niet mag eten, en die verwijst naar de dingen die niet gegeten mogen worden. Samen vormt Gibt es noch andere Sachen, die du nicht essen darfst? de vraag: “Zijn er nog andere dingen die je niet mag eten?” Gibt es vraagt of zulke dingen bestaan; noch andere Sachen voegt het idee van extra dingen toe; de bijzin beperkt Sachen tot dingen die je niet mag eten.
Knoblauch ist kein Problem.
Knoflook is geen probleem.
- Knoblauch
- knoflook
- ist
- is
- kein
- geen
- Problem
- probleem
Uitgebreide uitleg
Knoblauch betekent hier “knoflook”. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. De vorm staat hier als onderwerp in de nominatief; het grammaticale geslacht is mannelijk: der Knoblauch. ist is de derde persoon enkelvoud van sein (“zijn”) in de tegenwoordige tijd. De basisvorm is sein; vergelijk bijvoorbeeld: Das ist gut. — “Dat is goed.” kein ontkent hier het zelfstandig naamwoord Problem: “geen” of “geen ...”. Het is geen gewone ontkenning van een werkwoord; daarvoor gebruikt het Duits meestal nicht. kein verbuigt naar geslacht, naamval en getal. In kein Problem staat het bij het onzijdige zelfstandig naamwoord das Problem in de nominatief; de vorm kein is daar gelijk aan de mannelijke nominatiefvorm. Voorbeeld: Das ist keine Frage. — “Dat is geen vraag.” Problem betekent “probleem”. Het is onzijdig: das Problem; het meervoud is die Probleme. In deze zin staat het in de nominatief na sein en wordt het door kein ontkend. Samen vormen de delen Knoblauch ist kein Problem. de betekenis: “Knoflook is geen probleem.” De zin zegt dus dat knoflook geen probleem vormt; hij zegt op zichzelf niet waarom of voor wie.
Ich mache deinen Teller ohne die Soße fertig.
Ik maak je bord klaar zonder de saus.
- mache … fertig
- klaarmaken
- deinen
- jouw
- Teller
- bord
- ohne
- zonder
- Soße
- saus
Uitgebreide uitleg
mache ... fertig betekent hier “maak ... klaar”. De delen horen bij het scheidbare werkwoord fertigmachen: in een gewone hoofdzin staat mache op de tweede plaats en komt fertig aan het einde. De vorm mache is de tegenwoordige tijd bij ich; de infinitief is fertigmachen. Voorbeeld: Ich mache das Essen fertig. — “Ik maak het eten klaar.” deinen betekent hier “je/jouw” en hoort bij Teller. De vorm deinen is de accusatief van dein bij een mannelijk zelfstandig naamwoord: dein Teller als onderwerp, maar Ich sehe deinen Teller als lijdend voorwerp. Het is de uitgang van het bezittelijk woord dein die hier de combinatie met een mannelijk accusatief zelfstandig naamwoord markeert. Teller betekent “bord”. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Teller. In deze zin is het het lijdend voorwerp van fertigmachen; het is dus datgene wat wordt klaargemaakt. Voorbeeld: Der Teller ist sauber. — “Het bord is schoon.” ohne betekent “zonder” en staat in het Duits bij de accusatief. Het leidt hier het onderdeel in dat wordt weggelaten uit de handeling: iets wordt klaargemaakt zonder dat onderdeel. Soße betekent “saus”. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Soße. Bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord zijn nominatief en accusatief van het bepaalde lidwoord gelijk: die Soße; het lidwoord laat hier dus niet aan de vorm zien welke naamval het heeft. Voorbeeld: Ich esse die Soße. — “Ik eet de saus.” Samen betekent Ich mache deinen Teller ohne die Soße fertig: “Ik maak je bord klaar zonder de saus.” Ich is degene die de handeling uitvoert, mache ... fertig is de handeling, deinen Teller is wat wordt klaargemaakt, en ohne die Soße geeft aan dat de saus daarvan is uitgesloten.
Grammatica
ohne + Akkusativ
Soße ohne Milch
zoose oone milsjsaus zonder melk
Na ohne staat de vierde naamval. Bij Milch zie je de naamval niet aan de vorm.
lassen + zelfstandig naamwoord + bijwoord
Ich lasse die Zutaten separat.
iesj lasse die tsoetaten zeeparaatIk laat de ingrediënten apart.
lassen kan betekenen dat je iets zo laat. Het bijwoord separat beschrijft hoe je iets laat.
Duits woordenschat
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik verdraag geen melk.
Antwoord tonen
Ich vertrage keine Milch.Ik kan de saus apart houden.
Antwoord tonen
Ich kann die Soße separat lassen.Dat zou beter voor mij werken.
Antwoord tonen
Das wäre besser für mich.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
vragen
Antwoord tonen
fragenknoflook
Antwoord tonen
Knoblauchingrediënt
Antwoord tonen
Zutatenmelk