Unser
Unser betekent hier ‘onze’ en hoort bij Gast. Het duidt de gast aan als iemand die bij ons hoort, zoals in “Unser Gast”. Je gebruikt het in gesprekken over iets of iemand die bij jou en anderen hoort.
Gast
Gast betekent hier ‘gast’: de persoon die binnenkort op bezoek komt. Het woord staat in “Unser Gast” als onderwerp van de zin. Je gebruikt het wanneer je spreekt over iemand die je ontvangt of bezoekt.
kommt
Kommt betekent hier ‘komt’ en beschrijft de beweging van de gast naar de plek waar de gesprekspartners zijn. Samen met an geeft het de betekenis ‘aankomen’. Je gebruikt deze vorm wanneer de gast of een andere persoon ergens aankomt.
bald
Bald betekent ‘binnenkort’ en geeft aan dat iets in de nabije toekomst gebeurt. In “kommt bald an” zegt het wanneer de gast aankomt. Je gebruikt het om een gebeurtenis te beschrijven die niet lang meer op zich laat wachten.
an
An voegt hier samen met kommt de betekenis ‘aankomen’ toe. Het staat in deze zin achteraan in de werkwoordgroep. Je gebruikt het op dezelfde manier wanneer iemand ergens aankomt.
Sollen
Sollen betekent hier ‘zullen we?’ en wordt gebruikt om samen een keuze of voorstel te bespreken. In “Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?” vraagt de spreker welke drank ze zullen serveren. Je gebruikt het wanneer je iemand bij een gezamenlijke beslissing wilt betrekken.
wir
Wir betekent ‘we’ en verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. Het is hier het onderwerp van het gezamenlijke voorstel. Je gebruikt het wanneer jij en anderen samen iets doen of beslissen.
Kaffee
Kaffee betekent ‘koffie’ en is hier één van de twee aangeboden dranken. Het staat in de keuze “Kaffee oder Tee”. Je gebruikt het wanneer je over koffie als drank spreekt of die aan iemand aanbiedt.
oder
Oder betekent ‘of’ en verbindt hier twee keuzemogelijkheden. In “Kaffee oder Tee” maakt het duidelijk dat er tussen twee dranken gekozen kan worden. Je gebruikt het om alternatieven aan te bieden.
Tee
Tee betekent ‘thee’ en is hier de andere drank waaruit gekozen kan worden. In de volgende zin wordt Tee als de betere keuze voor deze avond genoemd. Je gebruikt het wanneer je over thee spreekt of die aan iemand aanbiedt.
servieren
Servieren betekent hier ‘serveren’ of een drank aan een gast aanbieden. Het is het werkwoord in de gezamenlijke vraag “Kaffee oder Tee servieren”. Je gebruikt het wanneer je eten of drinken voor iemand klaarmaakt en aanbiedt.
ist
Ist betekent ‘is’ en verbindt Tee met de beoordeling besser. In “Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser” geeft het aan hoe de spreker thee beoordeelt. Je gebruikt het om iets met een eigenschap of beoordeling te verbinden.
heute
Heute betekent ‘vandaag’ en vormt samen met Abend de tijdsaanduiding ‘vanavond’. In “heute Abend” verwijst het naar de avond van deze dag. Je gebruikt het om aan te geven dat iets op de huidige dag gebeurt.
Abend
Abend betekent ‘avond’ en staat hier in de vaste tijdsaanduiding “heute Abend”. Daardoor gaat de beoordeling over deze avond. Je gebruikt het wanneer je naar de avond als tijdstip verwijst.
wahrscheinlich
Wahrscheinlich betekent ‘waarschijnlijk’ en maakt de uitspraak over thee minder absoluut. In “heute Abend wahrscheinlich besser” geeft het een inschatting van de spreker aan. Je gebruikt het wanneer iets vermoedelijk zo is, maar niet helemaal zeker.
besser
Besser betekent hier ‘beter’ en geeft aan dat thee de voorkeur krijgt boven koffie voor deze avond. Het staat in de beoordeling “wahrscheinlich besser”. Je gebruikt het wanneer je opties met elkaar vergelijkt of een voorkeur uitspreekt.
Ich
Ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die het water zal klaarmaken. Het is het onderwerp in “Ich koche etwas Wasser”. Je gebruikt het wanneer je over je eigen handeling of plan spreekt.
koche
Koche betekent hier ‘kook’ en verwijst naar het aan de kook brengen van water. In “Ich koche etwas Wasser” is de spreker degene die het water klaarmaakt. Je gebruikt het in deze context wanneer je water voor thee verhit.
etwas
Etwas betekent hier ‘wat’ en geeft een niet nader genoemde hoeveelheid water aan. Samen met Wasser vormt het “etwas Wasser”. Je gebruikt het voor een onbepaalde hoeveelheid van iets, zoals water.
Wasser
Wasser betekent ‘water’ en is hier datgene wat de spreker in de waterkoker kookt. Het staat in de woordgroep “etwas Wasser”. Je gebruikt het wanneer je over water als drank of ingrediënt spreekt.
im
Im betekent hier ‘in de’ en geeft de plaats aan waar het water wordt gekookt. In “im Wasserkocher” is im de vaste verkorte vorm van in dem. Je gebruikt het om aan te geven dat iets zich in een bepaalde ruimte of een bepaald voorwerp bevindt.
Wasserkocher
Wasserkocher betekent ‘waterkoker’ en is het voorwerp waarin het water wordt gekookt. Het staat na im in “im Wasserkocher”. Je gebruikt het wanneer je in de keuken over het apparaat voor het koken van water spreekt.
Bitte
Bitte betekent hier ‘alsjeblieft’ en maakt het verzoek beleefd. Aan het begin van “Bitte nimm die große Tasse” verzacht het de opdracht. Je gebruikt het bij een beleefd verzoek of een vriendelijke instructie.
nimm
Nimm betekent hier ‘neem’ of praktisch ‘gebruik’ en is een directe opdracht aan de andere persoon. Het verwijst naar de grote Tasse voor de gast. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt iets te pakken of te gebruiken.
die
Die is hier het bepaalde lidwoord bij de concrete Tasse die voor de gast bedoeld is. Samen met große Tasse vormt het “die große Tasse”. Je gebruikt het wanneer je naar een specifieke tas of kop verwijst.
große
Große betekent ‘grote’ en beschrijft de Tasse die gekozen moet worden. In “die große Tasse” maakt het duidelijk welke van de koppen bedoeld is. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de grootte ervan te beschrijven.
Tasse
Tasse betekent hier ‘kopje’ of ‘mok’ en is het voorwerp dat voor de gast gebruikt moet worden. De woordgroep “die große Tasse” verwijst naar de specifieke grote kop. Je gebruikt het wanneer je een kop of mok voor een drank bedoelt.
für
Für betekent ‘voor’ en geeft hier aan voor wie de Tasse bedoeld is. In “für unseren Gast” is de gast de beoogde ontvanger. Je gebruikt het om de persoon of het doel aan te geven waarvoor iets bestemd is.
unseren
Unseren betekent hier ‘onze’ en verwijst naar Gast. De vorm staat in de woordgroep “für unseren Gast” na für. Je gebruikt het wanneer je aangeeft dat een persoon of zaak bij jou en anderen hoort.
Möchtest
Möchtest betekent hier ‘zou je willen?’ en wordt gebruikt om beleefd te vragen of iemand iets wil doen. In “Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite?” biedt de spreker aan om extra eten klaar te maken. Je gebruikt het wanneer je iemands wens of bereidheid wilt vragen.
du
Du betekent ‘je’ en spreekt hier rechtstreeks één persoon aan. Het is het onderwerp van de vraag “Möchtest du”. Je gebruikt het wanneer je één gesprekspartner direct aanspreekt.
dass
Dass betekent ‘dat’ en leidt hier de inhoud in van wat de aangesproken persoon misschien wil. In “dass ich auch Snacks vorbereite” staat de handeling in een bijzin. Je gebruikt het om een volledige gedachte of handeling aan een werkwoord als willen te koppelen.
auch
Auch betekent ‘ook’ en voegt de snacks toe naast de al besproken dranken. In “auch Snacks” maakt het duidelijk dat er nog een extra taak of onderdeel bijkomt. Je gebruikt het wanneer je iets aan een eerdere handeling of opsomming toevoegt.
Snacks
Snacks betekent hier ‘hapjes’ en verwijst naar het eten dat naast de drank wordt klaargemaakt. Het is het object in “auch Snacks vorbereite”. Je gebruikt het wanneer je kleine hapjes voor een bezoek of een maaltijd bedoelt.
vorbereitest
Vorbereitest betekent ‘voorbereidt’ wanneer je rechtstreeks tegen iemand zegt dat die iets klaarmaakt. In de dialoog staat in dezelfde bijzin de vorm “vorbereite” in “dass ich auch Snacks vorbereite”, omdat daar ich de handeling uitvoert. Je gebruikt vorbereitest bij een situatie waarin du degene is die iets voorbereidt.
Leg
Leg betekent hier ‘leg’ en is een directe opdracht om de koekjes ergens neer te leggen. In “Leg bitte ein paar Kekse” wordt ook de opdracht beleefd gemaakt met Bitte. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt iets op een bepaalde plaats neer te leggen.
ein
Ein maakt hier samen met paar de hoeveelheid “ein paar” compleet. In “ein paar Kekse” betekent het niet eenvoudigweg dat er precies één koekje is. Je gebruikt deze combinatie om een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid aan te geven.
paar
Paar betekent hier ‘een paar’ of ‘enkele’ en verwijst naar een kleine hoeveelheid koekjes. Samen met ein vormt het “ein paar Kekse”. Je gebruikt het wanneer je een klein aantal van iets bedoelt zonder het exacte aantal te noemen.
Kekse
Kekse betekent ‘koekjes’ en zijn de hapjes die op het bord moeten komen. Ze staan in de hoeveelheid “ein paar Kekse”. Je gebruikt het wanneer je over koekjes als snack spreekt.
auf
Auf betekent hier ‘op’ of ‘naar boven op’ en geeft de bestemming van de koekjes aan. In “auf den kleinen Teller” wordt gezegd waar de koekjes neergelegd moeten worden. Je gebruikt het bij het plaatsen van iets op een oppervlak.
den
Den is hier het bepaalde lidwoord bij de concrete Teller waarop de koekjes komen. Het staat in “den kleinen Teller”. Je gebruikt het wanneer je naar een specifiek bord verwijst.
kleinen
Kleinen betekent ‘kleine’ en beschrijft de Teller die voor de koekjes bedoeld is. In “den kleinen Teller” maakt het duidelijk welk bord gekozen moet worden. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de geringe grootte ervan te beschrijven.
Teller
Teller betekent hier ‘bord’ en is de plaats waarop de koekjes gelegd worden. De volledige woordgroep is “den kleinen Teller”. Je gebruikt het wanneer je een bord voor eten of hapjes bedoelt.
Alles
Alles betekent ‘alles’ en verwijst hier naar alle voorbereidingen, waaronder de drank en de hapjes. Het vormt het onderwerp van “Alles wird fertig sein”. Je gebruikt het wanneer je naar een hele verzameling zaken gezamenlijk verwijst.
wird
Wird geeft hier samen met fertig sein aan dat iets in de toekomst klaar zal zijn. In “wird fertig sein” gaat het om een toekomstige toestand, niet om het worden van een voorwerp. Je gebruikt het om een verwachting of toekomstige gebeurtenis uit te drukken.
fertig
Fertig betekent hier ‘klaar’ en beschrijft de toestand van alle voorbereidingen. In “wird fertig sein” wordt voorspeld dat alles op tijd gereed is. Je gebruikt het wanneer eten, drinken, werk of een voorbereiding gereed is.
sein
Sein betekent ‘zijn’ en staat hier na wird in de combinatie “fertig sein”. Het beschrijft de toekomstige toestand waarin alles klaar is. Je gebruikt het in combinaties die aangeven welke toestand iets zal hebben.
bevor
Bevor betekent ‘voordat’ en geeft aan dat alles klaar zal zijn vóór de aankomst van de gast. Het leidt de tijdsbepaling “bevor unser Gast ankommt” in. Je gebruikt het om twee gebeurtenissen in de tijd te ordenen.
ankommt
Ankommt betekent hier ‘aankomt’ en verwijst naar het moment waarop de gast arriveert. In “bevor unser Gast ankommt” staat de handeling aan het einde van de bijzin. Je gebruikt het wanneer je beschrijft dat iemand op een plaats arriveert.