Drankjes klaarmaken voor een bezoeker | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: At home, two adults prepare tea and snacks before a visitor arrives..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Drankjes klaarmaken voor een bezoeker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Unser Gast kommt bald an.

oenzer gast komt balt an. Onze gast komt binnenkort aan.
B

Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?

zollen vier kafee ooder tee zervieren? Zullen we koffie of thee serveren?
A

Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.

tee ist hojte aabent vaarsjainlikh besser. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
B

Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher.

ich kokhe etvas vasser im vasser-kokher. Ik kook wat water in de waterkoker.
A

Bitte nimm die große Tasse für unseren Gast.

bitte nim die groose tasse fuur oenzeren gast. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
B

Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite?

meuchtes doe, das ich oukh sneks foor-buh-raj-tuh? Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?
A

Leg bitte ein paar Kekse auf den kleinen Teller.

leek bitte ajn paar kekse ouf deen klajnen teller. Leg wat koekjes op het kleine bord, alsjeblieft.
B

Alles wird fertig sein, bevor unser Gast ankommt.

alles virt fertikh zajn, be-foor oenzer gast ankomt. Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.

Woord voor woord

Unser Unser betekent hier ‘onze’ en hoort bij Gast. Het duidt de gast aan als iemand die bij ons hoort, zoals in “Unser Gast”. Je gebruikt het in gesprekken over iets of iemand die bij jou en anderen hoort.
Gast Gast betekent hier ‘gast’: de persoon die binnenkort op bezoek komt. Het woord staat in “Unser Gast” als onderwerp van de zin. Je gebruikt het wanneer je spreekt over iemand die je ontvangt of bezoekt.
kommt Kommt betekent hier ‘komt’ en beschrijft de beweging van de gast naar de plek waar de gesprekspartners zijn. Samen met an geeft het de betekenis ‘aankomen’. Je gebruikt deze vorm wanneer de gast of een andere persoon ergens aankomt.
bald Bald betekent ‘binnenkort’ en geeft aan dat iets in de nabije toekomst gebeurt. In “kommt bald an” zegt het wanneer de gast aankomt. Je gebruikt het om een gebeurtenis te beschrijven die niet lang meer op zich laat wachten.
an An voegt hier samen met kommt de betekenis ‘aankomen’ toe. Het staat in deze zin achteraan in de werkwoordgroep. Je gebruikt het op dezelfde manier wanneer iemand ergens aankomt.
Sollen Sollen betekent hier ‘zullen we?’ en wordt gebruikt om samen een keuze of voorstel te bespreken. In “Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?” vraagt de spreker welke drank ze zullen serveren. Je gebruikt het wanneer je iemand bij een gezamenlijke beslissing wilt betrekken.
wir Wir betekent ‘we’ en verwijst naar de spreker en minstens één andere persoon. Het is hier het onderwerp van het gezamenlijke voorstel. Je gebruikt het wanneer jij en anderen samen iets doen of beslissen.
Kaffee Kaffee betekent ‘koffie’ en is hier één van de twee aangeboden dranken. Het staat in de keuze “Kaffee oder Tee”. Je gebruikt het wanneer je over koffie als drank spreekt of die aan iemand aanbiedt.
oder Oder betekent ‘of’ en verbindt hier twee keuzemogelijkheden. In “Kaffee oder Tee” maakt het duidelijk dat er tussen twee dranken gekozen kan worden. Je gebruikt het om alternatieven aan te bieden.
Tee Tee betekent ‘thee’ en is hier de andere drank waaruit gekozen kan worden. In de volgende zin wordt Tee als de betere keuze voor deze avond genoemd. Je gebruikt het wanneer je over thee spreekt of die aan iemand aanbiedt.
servieren Servieren betekent hier ‘serveren’ of een drank aan een gast aanbieden. Het is het werkwoord in de gezamenlijke vraag “Kaffee oder Tee servieren”. Je gebruikt het wanneer je eten of drinken voor iemand klaarmaakt en aanbiedt.
ist Ist betekent ‘is’ en verbindt Tee met de beoordeling besser. In “Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser” geeft het aan hoe de spreker thee beoordeelt. Je gebruikt het om iets met een eigenschap of beoordeling te verbinden.
heute Heute betekent ‘vandaag’ en vormt samen met Abend de tijdsaanduiding ‘vanavond’. In “heute Abend” verwijst het naar de avond van deze dag. Je gebruikt het om aan te geven dat iets op de huidige dag gebeurt.
Abend Abend betekent ‘avond’ en staat hier in de vaste tijdsaanduiding “heute Abend”. Daardoor gaat de beoordeling over deze avond. Je gebruikt het wanneer je naar de avond als tijdstip verwijst.
wahrscheinlich Wahrscheinlich betekent ‘waarschijnlijk’ en maakt de uitspraak over thee minder absoluut. In “heute Abend wahrscheinlich besser” geeft het een inschatting van de spreker aan. Je gebruikt het wanneer iets vermoedelijk zo is, maar niet helemaal zeker.
besser Besser betekent hier ‘beter’ en geeft aan dat thee de voorkeur krijgt boven koffie voor deze avond. Het staat in de beoordeling “wahrscheinlich besser”. Je gebruikt het wanneer je opties met elkaar vergelijkt of een voorkeur uitspreekt.
Ich Ich betekent ‘ik’ en verwijst naar de persoon die het water zal klaarmaken. Het is het onderwerp in “Ich koche etwas Wasser”. Je gebruikt het wanneer je over je eigen handeling of plan spreekt.
koche Koche betekent hier ‘kook’ en verwijst naar het aan de kook brengen van water. In “Ich koche etwas Wasser” is de spreker degene die het water klaarmaakt. Je gebruikt het in deze context wanneer je water voor thee verhit.
etwas Etwas betekent hier ‘wat’ en geeft een niet nader genoemde hoeveelheid water aan. Samen met Wasser vormt het “etwas Wasser”. Je gebruikt het voor een onbepaalde hoeveelheid van iets, zoals water.
Wasser Wasser betekent ‘water’ en is hier datgene wat de spreker in de waterkoker kookt. Het staat in de woordgroep “etwas Wasser”. Je gebruikt het wanneer je over water als drank of ingrediënt spreekt.
im Im betekent hier ‘in de’ en geeft de plaats aan waar het water wordt gekookt. In “im Wasserkocher” is im de vaste verkorte vorm van in dem. Je gebruikt het om aan te geven dat iets zich in een bepaalde ruimte of een bepaald voorwerp bevindt.
Wasserkocher Wasserkocher betekent ‘waterkoker’ en is het voorwerp waarin het water wordt gekookt. Het staat na im in “im Wasserkocher”. Je gebruikt het wanneer je in de keuken over het apparaat voor het koken van water spreekt.
Bitte Bitte betekent hier ‘alsjeblieft’ en maakt het verzoek beleefd. Aan het begin van “Bitte nimm die große Tasse” verzacht het de opdracht. Je gebruikt het bij een beleefd verzoek of een vriendelijke instructie.
nimm Nimm betekent hier ‘neem’ of praktisch ‘gebruik’ en is een directe opdracht aan de andere persoon. Het verwijst naar de grote Tasse voor de gast. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt iets te pakken of te gebruiken.
die Die is hier het bepaalde lidwoord bij de concrete Tasse die voor de gast bedoeld is. Samen met große Tasse vormt het “die große Tasse”. Je gebruikt het wanneer je naar een specifieke tas of kop verwijst.
große Große betekent ‘grote’ en beschrijft de Tasse die gekozen moet worden. In “die große Tasse” maakt het duidelijk welke van de koppen bedoeld is. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de grootte ervan te beschrijven.
Tasse Tasse betekent hier ‘kopje’ of ‘mok’ en is het voorwerp dat voor de gast gebruikt moet worden. De woordgroep “die große Tasse” verwijst naar de specifieke grote kop. Je gebruikt het wanneer je een kop of mok voor een drank bedoelt.
für Für betekent ‘voor’ en geeft hier aan voor wie de Tasse bedoeld is. In “für unseren Gast” is de gast de beoogde ontvanger. Je gebruikt het om de persoon of het doel aan te geven waarvoor iets bestemd is.
unseren Unseren betekent hier ‘onze’ en verwijst naar Gast. De vorm staat in de woordgroep “für unseren Gast” na für. Je gebruikt het wanneer je aangeeft dat een persoon of zaak bij jou en anderen hoort.
Möchtest Möchtest betekent hier ‘zou je willen?’ en wordt gebruikt om beleefd te vragen of iemand iets wil doen. In “Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite?” biedt de spreker aan om extra eten klaar te maken. Je gebruikt het wanneer je iemands wens of bereidheid wilt vragen.
du Du betekent ‘je’ en spreekt hier rechtstreeks één persoon aan. Het is het onderwerp van de vraag “Möchtest du”. Je gebruikt het wanneer je één gesprekspartner direct aanspreekt.
dass Dass betekent ‘dat’ en leidt hier de inhoud in van wat de aangesproken persoon misschien wil. In “dass ich auch Snacks vorbereite” staat de handeling in een bijzin. Je gebruikt het om een volledige gedachte of handeling aan een werkwoord als willen te koppelen.
auch Auch betekent ‘ook’ en voegt de snacks toe naast de al besproken dranken. In “auch Snacks” maakt het duidelijk dat er nog een extra taak of onderdeel bijkomt. Je gebruikt het wanneer je iets aan een eerdere handeling of opsomming toevoegt.
Snacks Snacks betekent hier ‘hapjes’ en verwijst naar het eten dat naast de drank wordt klaargemaakt. Het is het object in “auch Snacks vorbereite”. Je gebruikt het wanneer je kleine hapjes voor een bezoek of een maaltijd bedoelt.
vorbereitest Vorbereitest betekent ‘voorbereidt’ wanneer je rechtstreeks tegen iemand zegt dat die iets klaarmaakt. In de dialoog staat in dezelfde bijzin de vorm “vorbereite” in “dass ich auch Snacks vorbereite”, omdat daar ich de handeling uitvoert. Je gebruikt vorbereitest bij een situatie waarin du degene is die iets voorbereidt.
Leg Leg betekent hier ‘leg’ en is een directe opdracht om de koekjes ergens neer te leggen. In “Leg bitte ein paar Kekse” wordt ook de opdracht beleefd gemaakt met Bitte. Je gebruikt het wanneer je iemand vraagt iets op een bepaalde plaats neer te leggen.
ein Ein maakt hier samen met paar de hoeveelheid “ein paar” compleet. In “ein paar Kekse” betekent het niet eenvoudigweg dat er precies één koekje is. Je gebruikt deze combinatie om een kleine, niet precies bepaalde hoeveelheid aan te geven.
paar Paar betekent hier ‘een paar’ of ‘enkele’ en verwijst naar een kleine hoeveelheid koekjes. Samen met ein vormt het “ein paar Kekse”. Je gebruikt het wanneer je een klein aantal van iets bedoelt zonder het exacte aantal te noemen.
Kekse Kekse betekent ‘koekjes’ en zijn de hapjes die op het bord moeten komen. Ze staan in de hoeveelheid “ein paar Kekse”. Je gebruikt het wanneer je over koekjes als snack spreekt.
auf Auf betekent hier ‘op’ of ‘naar boven op’ en geeft de bestemming van de koekjes aan. In “auf den kleinen Teller” wordt gezegd waar de koekjes neergelegd moeten worden. Je gebruikt het bij het plaatsen van iets op een oppervlak.
den Den is hier het bepaalde lidwoord bij de concrete Teller waarop de koekjes komen. Het staat in “den kleinen Teller”. Je gebruikt het wanneer je naar een specifiek bord verwijst.
kleinen Kleinen betekent ‘kleine’ en beschrijft de Teller die voor de koekjes bedoeld is. In “den kleinen Teller” maakt het duidelijk welk bord gekozen moet worden. Je gebruikt het vóór een zelfstandig naamwoord om de geringe grootte ervan te beschrijven.
Teller Teller betekent hier ‘bord’ en is de plaats waarop de koekjes gelegd worden. De volledige woordgroep is “den kleinen Teller”. Je gebruikt het wanneer je een bord voor eten of hapjes bedoelt.
Alles Alles betekent ‘alles’ en verwijst hier naar alle voorbereidingen, waaronder de drank en de hapjes. Het vormt het onderwerp van “Alles wird fertig sein”. Je gebruikt het wanneer je naar een hele verzameling zaken gezamenlijk verwijst.
wird Wird geeft hier samen met fertig sein aan dat iets in de toekomst klaar zal zijn. In “wird fertig sein” gaat het om een toekomstige toestand, niet om het worden van een voorwerp. Je gebruikt het om een verwachting of toekomstige gebeurtenis uit te drukken.
fertig Fertig betekent hier ‘klaar’ en beschrijft de toestand van alle voorbereidingen. In “wird fertig sein” wordt voorspeld dat alles op tijd gereed is. Je gebruikt het wanneer eten, drinken, werk of een voorbereiding gereed is.
sein Sein betekent ‘zijn’ en staat hier na wird in de combinatie “fertig sein”. Het beschrijft de toekomstige toestand waarin alles klaar is. Je gebruikt het in combinaties die aangeven welke toestand iets zal hebben.
bevor Bevor betekent ‘voordat’ en geeft aan dat alles klaar zal zijn vóór de aankomst van de gast. Het leidt de tijdsbepaling “bevor unser Gast ankommt” in. Je gebruikt het om twee gebeurtenissen in de tijd te ordenen.
ankommt Ankommt betekent hier ‘aankomt’ en verwijst naar het moment waarop de gast arriveert. In “bevor unser Gast ankommt” staat de handeling aan het einde van de bijzin. Je gebruikt het wanneer je beschrijft dat iemand op een plaats arriveert.

Grammatica

ankommen: kommt ... an

Unser Gast kommt bald an.

oenzer gast komt balt an.

Onze gast komt binnenkort aan.

Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin aan het einde.

bevor + werkwoord achteraan

Bevor unser Gast ankommt, servieren wir Kaffee oder Tee.

be-foor oenzer gast ankomt, zervieren vier kafee ooder tee.

Voordat onze gast aankomt, serveren we koffie of thee.

Na bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.

Duits woordenschat

ankommen werkwoord
an-komen aankomen kommt ... an

Unser Gast kommt bald an.

bald bijwoord
balt binnenkort

Unser Gast kommt bald an.

besser bijvoeglijk naamwoord
besser beter

Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.

Gast zelfstandig naamwoord
gast gast

Unser Gast kommt bald an.

heute Abend uitdrukking
hojte aabent vanavond

Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.

Kaffee zelfstandig naamwoord
kafee koffie

Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?

kochen werkwoord
kokhen koken koche

Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher.

oder voegwoord
ooder of

Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?

servieren werkwoord
zerr-vie-ren serveren

Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?

Tee zelfstandig naamwoord
tee thee

Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?

unser bepaler
oenzer ons/onze Unser

Unser Gast kommt bald an.

wahrscheinlich bijwoord
vaarsjainlikh waarschijnlijk

Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Onze gast komt binnenkort aan.

Antwoord tonenUnser Gast kommt bald an.

Zullen we koffie of thee serveren?

Antwoord tonenSollen wir Kaffee oder Tee servieren?

Thee is vanavond waarschijnlijk beter.

Antwoord tonenTee ist heute Abend wahrscheinlich besser.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

of

Antwoord tonenoder

gast

Antwoord tonenGast

binnenkort

Antwoord tonenbald

koffie

Antwoord tonenKaffee