Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Drankjes klaarmaken voor een bezoeker oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Unser Gast kommt bald an.
oenzer gast komt balt an. Onze gast komt binnenkort aan.Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
zollen vier kafee ooder tee zervieren? Zullen we koffie of thee serveren?Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.
tee ist hojte aabent vaarsjainlikh besser. Thee is vanavond waarschijnlijk beter.Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher.
ich kokhe etvas vasser im vasser-kokher. Ik kook wat water in de waterkoker.Bitte nimm die große Tasse für unseren Gast.
bitte nim die groose tasse fuur oenzeren gast. Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite?
meuchtes doe, das ich oukh sneks foor-buh-raj-tuh? Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?Leg bitte ein paar Kekse auf den kleinen Teller.
leek bitte ajn paar kekse ouf deen klajnen teller. Leg wat koekjes op het kleine bord, alsjeblieft.Alles wird fertig sein, bevor unser Gast ankommt.
alles virt fertikh zajn, be-foor oenzer gast ankomt. Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.Uitleg van de zinnen
Unser Gast kommt bald an.
Onze gast komt binnenkort aan.
- Unser
- onze
- Gast
- gast
- kommt … an
- komt aan
- bald
- binnenkort
Uitgebreide uitleg
Unser staat vóór Gast en betekent hier “onze”. Het is de bezittelijke vorm bij een eerste persoon meervoudige bezitter (“wij”); de vorm unser past hier bij het zelfstandig naamwoord Gast in deze naamval en vorm. Vergelijk bijvoorbeeld: unsere Freunde = “onze vrienden”. Gast betekent “gast”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gast; het meervoud is die Gäste. In deze zin is Gast het onderwerp van de aankomst. kommt ... an is de gescheiden werkwoordsvorm van ankommen, “aankomen”. In een gewone hoofdzin staat het vervoegde deel op de tweede zinsplaats en komt het voorvoegsel an aan het einde: Der Zug kommt an. = “De trein komt aan.” kommt is de tegenwoordige tijd, derde persoon enkelvoud, van ankommen. bald betekent “binnenkort” of “spoedig”. Het is een bijwoord en verandert niet mee met het zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Sie kommt bald. = “Zij komt binnenkort.” Samen vormen de delen: Unser Gast (“onze gast”) + kommt ... an (“komt aan”) + bald (“binnenkort”). De volledige betekenis is: “Onze gast komt binnenkort aan.”
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
Zullen we koffie of thee serveren?
- Sollen wir
- zullen we
- Kaffee
- koffie
- oder
- of
- Tee
- thee
- servieren
- serveren
Uitgebreide uitleg
Sollen wir staat aan het begin van de vraag. sollen is de tegenwoordige vorm voor wir van het modale werkwoord sollen; hier vraagt het of iets gezamenlijk als voorstel moet gebeuren. In een Duitse hoofdvraag staat het vervoegde modale werkwoord op de eerste plaats en het andere werkwoord aan het einde. Bijvoorbeeld: Sollen wir gehen? = “Zullen we gaan?” Kaffee betekent hier koffie. Het is een zelfstandig naamwoord en wordt in het Duits met een hoofdletter geschreven. Het woord kan ook zonder lidwoord in een aanbod- of keuzevraag staan, zoals in deze zin. oder verbindt twee keuzemogelijkheden. Het betekent “of” en maakt duidelijk dat de vraag een keuze tussen Kaffee en Tee presenteert. Tee betekent hier thee. Ook dit zelfstandige naamwoord krijgt in het Duits een hoofdletter. De vorm blijft in deze zin onveranderd; de betekenis komt uit de keuzeconstructie met oder. servieren is de infinitief van het werkwoord “serveren”. Het modale werkwoord sollen draagt de vervoegde vorm, terwijl servieren als infinitief achteraan staat. Bijvoorbeeld: Wir sollen Kaffee servieren. = “Wij moeten koffie serveren.” Samen vormt Sollen wir ... servieren? een herbruikbaar vraagpatroon: “Zullen we ... serveren?” De zin vraagt of de sprekers samen koffie of thee zullen serveren; hij stelt die keuze voor zonder zelf een van beide opties te kiezen.
Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.
Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
- Tee
- thee
- heute Abend
- vanavond
- wahrscheinlich
- waarschijnlijk
- besser
- beter
Uitgebreide uitleg
Tee betekent hier thee. Het is het zelfstandig naamwoord der Tee; het meervoud is die Tees. In deze zin is thee het onderwerp: er wordt gezegd dat thee waarschijnlijk de betere keuze is. heute Abend betekent vanavond: heute verwijst naar de huidige dag en Abend naar de avond. Samen vormt dit een tijdsbepaling. Het Duits gebruikt hiervoor vaak de combinatie heute Morgen, heute Nachmittag of heute Abend. wahrscheinlich betekent waarschijnlijk. Dit bijwoord maakt de uitspraak minder stellig: de spreker presenteert de beoordeling als aannemelijk, niet als zekerheid. Voorbeeld: Er kommt wahrscheinlich morgen. — Hij komt waarschijnlijk morgen. besser betekent hier beter en is de vergrotende trap van gut (goed): gut – besser – am besten (goed – beter – het best). Besser vergelijkt in deze zin thee impliciet met de andere eerder genoemde optie, koffie. Het bijvoeglijk naamwoord verandert hier niet van vorm, omdat het zelfstandig als gezegde na ist staat. Samen vormt Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser de structuur onderwerp + sein + tijdsbepaling + waarschijnlijkheid + beoordeling: “Thee is vanavond waarschijnlijk beter.” De zin drukt dus een waarschijnlijke voorkeur voor thee voor vanavond uit; hij stelt niet dat die keuze absoluut zeker is.
Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher.
Ik kook wat water in de waterkoker.
- Ich
- ik
- koche
- kook
- etwas
- wat; een beetje
- Wasser
- water
- Wasserkocher
- waterkoker
Uitgebreide uitleg
Ich betekent hier “ik”: de spreker verwijst naar zichzelf. Het is de eerste persoon enkelvoud. Voorbeeld: Ich lerne Deutsch. — “Ik leer Duits.” koche komt van kochen en is hier de vorm bij ich in de tegenwoordige tijd: ich koche. Met Wasser betekent kochen in deze zin dat je water aan de kook brengt; met voedsel kan hetzelfde werkwoord “koken” betekenen. Voorbeeld: Ich koche Reis. — “Ik kook rijst.” etwas geeft hier een niet nader bepaalde hoeveelheid aan: “wat” of “een beetje”. Het beweert niet dat er precies één bepaalde hoeveelheid is. Voorbeeld: Ich trinke etwas Tee. — “Ik drink wat thee.” Wasser betekent “water”. Het is een zelfstandig naamwoord dat in deze zin als lijdend voorwerp bij koche staat. Als stofnaam wordt het vaak zonder meervoud gebruikt; het grammaticale geslacht is onzijdig: das Wasser. Voorbeeld: Das Wasser ist heiß. — “Het water is heet.” Wasserkocher betekent “waterkoker”. Het samengestelde woord bestaat uit Wasser en Kocher; het geheel benoemt het apparaat. Het zelfstandig naamwoord is mannelijk: der Wasserkocher. im is de samentrekking van in dem; in im Wasserkocher staat het apparaat na in in de datief. Samen betekent Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher: “Ik kook wat water in de waterkoker.” Ich koche geeft aan wie de handeling uitvoert, etwas Wasser wat er wordt gekookt, en im Wasserkocher waar dat gebeurt.
Bitte nimm die große Tasse für unseren Gast.
Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.
- Bitte
- alsjeblieft
- nimm
- gebruik; neem
- große
- grote
- Tasse
- mok
- für
- voor
- unseren
- onze
- Gast
- gast
Uitgebreide uitleg
Bitte maakt het verzoek beleefd: “alsjeblieft”. Het kan aan het begin of elders in een verzoek staan. Een eenvoudig voorbeeld is: Bitte warte. — “Wacht alsjeblieft.” nimm komt van nehmen (“nemen”) en is hier de gebiedende wijs voor één aangesproken persoon: “neem”. In deze situatie krijgt het door de vaste vertaling de praktische betekenis “gebruik/kies”. De vorm voor meerdere personen of een beleefde aanspreekvorm is anders; leer nimm dus als de vorm voor één persoon in de directe aanspreking. Voorbeeld: Nimm den Schlüssel. — “Neem de sleutel.” große komt van het bijvoeglijk naamwoord groß (“groot”). Hier beschrijft het Tasse. De uitgang -e verschijnt hier omdat het bijvoeglijk naamwoord vóór een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in de accusatief staat en voorafgegaan wordt door het bepaalde lidwoord die: die große Tasse. Het is niet Tasse die de uitgang draagt; große is de verbogen vorm van groß. Tasse betekent “kopje” of “beker” en is in deze vertaling weergegeven als “mok”. Het woord is vrouwelijk: die Tasse. Als lijdend voorwerp na nehmen staat het hier in de accusatief; bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord blijft het lidwoord die in deze vorm hetzelfde als in de nominatief. für betekent “voor” en leidt in het Duits een accusatief aan. Het geeft hier aan voor wie de gekozen mok bestemd is. Voorbeeld: Das Geschenk ist für den Gast. — “Het cadeau is voor de gast.” unseren betekent hier “onze” en hoort bij Gast. De basisvorm van het bezittelijk woord is unser; unseren is de vorm voor mannelijk enkelvoud in de accusatief, precies de vorm die na für nodig is. Vergelijk: unser Gast — “onze gast” als onderwerp, maar für unseren Gast — “voor onze gast”. Gast betekent “gast”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gast; het meervoud is die Gäste. In deze zin staat het enkelvoud na für, en daarom verschijnt het met de combinatie für unseren Gast. De zin bouwt op als Bitte + gebiedende wijs nimm + het lijdend voorwerp die große Tasse + de bepaling für unseren Gast. Samen betekent hij: “Gebruik alsjeblieft de grote mok voor onze gast.”
Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite?
Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?
- Möchtest du
- wil je
- dass ich
- dat ik
- auch
- ook
- Snacks
- hapjes
- vorbereite
- klaarmaak
Uitgebreide uitleg
Möchtest du betekent hier “wil je”. Het werkwoord is möchten, een beleefde/wat zachtere vorm om naar iemands wens te vragen. De vorm möchtest hoort bij du; vergelijk ich möchte en sie möchten. Voorbeeld: Möchtest du Tee? — “Wil je thee?” dass ich leidt een bijzin in met de betekenis “dat ik”. ich is de eerste persoon enkelvoud: de spreker verwijst naar zichzelf. Na dass staat in het Duits het vervoegde werkwoord doorgaans achteraan in de bijzin. auch betekent “ook”. Het voegt deze handeling of dit extra onderdeel toe aan iets anders dat al ter sprake is of wordt verondersteld. Hier gaat het om ook hapjes klaarmaken. Snacks is het meervoud van Snack en betekent “hapjes” of “snacks”. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter. Voorbeeld: Ich kaufe Snacks. — “Ik koop hapjes.” vorbereite komt van vorbereiten en betekent hier “klaarmaak”. Het is de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich bereite ... vor. In deze bijzin staat het scheidbare werkwoord als één vorm aan het einde: dass ich ... vorbereite. Voorbeeld: Ich bereite das Essen vor. — “Ik maak het eten klaar.” Samen vormt Möchtest du, dass ich auch Snacks vorbereite? een vraag naar de wens van de aangesprokene: “Wil je dat ik ook hapjes klaarmaak?” Möchtest du is de hoofdzin met de vraag, terwijl dass ich auch Snacks vorbereite zegt welke handeling de spreker eventueel zal uitvoeren. De plaats van vorbereite aan het einde laat de dass-bijzin als Duitse bijzin zien.
Leg bitte ein paar Kekse auf den kleinen Teller.
Leg wat koekjes op het kleine bord, alsjeblieft.
- Leg
- leg neer
- bitte
- alsjeblieft
- ein paar
- een paar
- Kekse
- koekjes
- kleinen
- kleine
- Teller
- bord
Uitgebreide uitleg
Leg is de gebiedende wijs van legen (“neerleggen”). De vorm spreekt één aangesproken persoon aan; het onderwerp du wordt in deze Duitse bevelsvorm niet uitgesproken. Voorbeeld: Leg das Buch hierhin. — “Leg het boek hier neer.” bitte verzacht het bevel en betekent hier “alsjeblieft”. Het verandert niet de handeling zelf. Samen vormen Leg bitte ... een beleefd verzoek. ein paar betekent “enkele/een paar” en staat hier vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord. Het geeft een kleine, niet nader bepaalde hoeveelheid aan; het is niet nodig om een exact aantal koekjes vast te leggen. Voorbeeld: Ich kaufe ein paar Äpfel. — “Ik koop enkele appels.” Kekse is het meervoud van der Keks (“koekje”). In deze zin is het wat er wordt neergelegd. Het enkelvoud is ein Keks, het meervoud Kekse. kleinen is de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord klein (“klein”). Het beschrijft Teller. De uitgang -en komt hier doordat kleinen Teller in een naamwoordgroep staat met het bepaalde lidwoord den. Teller betekent “bord” en is hier mannelijk: der Teller. Na auf staat den kleinen Teller in deze zin de vierde naamval (accusatief), omdat leggen een beweging naar een plaats uitdrukt: iets wordt ergens neergelegd. Vergelijk: Der Teller steht auf dem Tisch. — “Het bord staat op de tafel.” Daar beschrijft auf dem Tisch een vaste plaats en staat de naamwoordgroep in de derde naamval. De delen vormen samen: Leg bitte = “Leg alsjeblieft neer”, ein paar Kekse = “enkele koekjes”, en auf den kleinen Teller = “op het kleine bord”. De volledige betekenis is daarom: “Leg wat koekjes op het kleine bord, alsjeblieft.”
Alles wird fertig sein, bevor unser Gast ankommt.
Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.
- Alles
- alles
- wird
- zal
- fertig
- klaar
- sein
- zijn
- bevor
- voordat
- unser
- onze
- Gast
- gast
- ankommt
- aankomt
Uitgebreide uitleg
Alles betekent hier “alles” en staat als onderwerp van de hoofdzin. Het is een zelfstandig gebruikt onbepaald voornaamwoord; de vorm in deze zin drukt niet uit welke concrete zaken bedoeld zijn. Een bruikbaar contrast is alle bij een meervoudig zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld alle Gäste = “alle gasten”. wird is de derde persoon enkelvoud van werden. Samen met het daaropvolgende infinitief sein vormt het hier de toekomende tijd: wird ... sein = “zal ... zijn”. Het onderwerp Alles is grammaticaal enkelvoud, daarom staat werden hier als wird. werden kan in andere zinnen ook “worden” betekenen, maar dat is niet de betekenis van deze combinatie. fertig is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis “klaar” of “af”. Na sein staat het hier predicatief en krijgt het geen uitgang: Alles ist fertig = “Alles is klaar”. Het beschrijft dus de toestand van het onderwerp, niet de gast. sein is de infinitief “zijn”. Na het vervoegde hulpwerkwoord wird blijft deze vorm aan het einde van de hoofdzin staan. De combinatie wird fertig sein betekent letterlijk dat iets op een toekomstig moment klaar zal zijn. bevor betekent “voordat” en leidt een bijzin met een tijdsrelatie in. In een Duitse bevor-bijzin staat het vervoegde werkwoord achteraan. In deze zin komt de hele bijzin na de hoofdzin, maar de volgorde maakt duidelijk dat het aankomen eerder moet gebeuren dan het moment waarop alles klaar zal zijn. unser is een bezittelijk woord met de betekenis “ons/onze”. Het verwijst hier naar de spreker of groep van de spreker als bezitter. De uitgang -er past bij Gast, dat mannelijk enkelvoud is en hier onderwerp van de bijzin staat: unser Gast. Het woord zegt niet hoeveel gasten er zijn; het markeert bezit en grammaticale overeenstemming. Gast betekent “gast”. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Gast; het meervoud is die Gäste. In deze zin staat het enkelvoud na unser en is het de persoon die aankomt. ankommt betekent hier “aankomt”. Het komt van het scheidbare werkwoord ankommen (“aankomen”): kommt an in een gewone hoofdzin, maar ankommt in deze bijzin, omdat het werkwoord daar als één vorm aan het einde staat. De vorm is de derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd en past bij unser Gast. De tegenwoordige tijd kan in deze tijdsbepaling naar een toekomstige gebeurtenis verwijzen: bevor er ankommt = “voordat hij aankomt”. De hoofdzin Alles wird fertig sein zegt dat alles op een toekomstig moment klaar zal zijn. De bijzin bevor unser Gast ankommt geeft het eerdere tijdstip: de aankomst van de gast vindt plaats vóór dat toekomstige moment. Samen betekent de zin: “Alles zal klaar zijn voordat onze gast aankomt.”
Grammatica
ankommen: kommt ... an
Unser Gast kommt bald an.
oenzer gast komt balt an.Onze gast komt binnenkort aan.
Bij een scheidbaar werkwoord staat het voorvoegsel in een hoofdzin aan het einde.
bevor + werkwoord achteraan
Bevor unser Gast ankommt, servieren wir Kaffee oder Tee.
be-foor oenzer gast ankomt, zervieren vier kafee ooder tee.Voordat onze gast aankomt, serveren we koffie of thee.
Na bevor staat het vervoegde werkwoord achteraan in de bijzin.
Duits woordenschat
Unser Gast kommt bald an.
Unser Gast kommt bald an.
Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.
Unser Gast kommt bald an.
Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
Ich koche etwas Wasser im Wasserkocher.
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?
Unser Gast kommt bald an.
Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Onze gast komt binnenkort aan.
Antwoord tonen
Unser Gast kommt bald an.Zullen we koffie of thee serveren?
Antwoord tonen
Sollen wir Kaffee oder Tee servieren?Thee is vanavond waarschijnlijk beter.
Antwoord tonen
Tee ist heute Abend wahrscheinlich besser.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
of
Antwoord tonen
odergast
Antwoord tonen
Gastbinnenkort
Antwoord tonen
baldkoffie