Ich
Ich betekent hier ‘ik’ en verwijst naar de persoon die spreekt. Je gebruikt Ich bijvoorbeeld in Ich möchte einen Snack wanneer je over jezelf vertelt of een wens uitdrukt.
möchte
möchte drukt hier uit dat de spreker iets wil of graag zou willen: ‘wil graag’. De vorm staat in Ich möchte einen Snack; een bruikbaar patroon is Ich möchte + een voorwerp of activiteit bij een beleefde wens.
einen
einen betekent hier ‘een’ en hoort bij Snack in einen Snack. Je gebruikt hetzelfde patroon in Ich möchte einen ... om één mannelijk benoemd voorwerp of gerecht te noemen dat je wilt.
Snack
Snack betekent hier een kleine hap of lichte maaltijd tussendoor. In einen Snack verwijst het naar wat de spreker wil eten; je kunt einen Snack ook gebruiken wanneer je in een andere situatie over een tussendoortje praat.
habe
habe betekent hier ‘heb’ in de uitdrukking Ich habe nicht viel Hunger. Het is de vorm van haben bij Ich; een veelgebruikt patroon is Ich habe + een toestand of bezit, zoals bij honger.
nicht
nicht ontkent hier de hoeveelheid in nicht viel Hunger: de spreker heeft niet veel honger. Je gebruikt nicht om een mededeling of beschrijving te ontkennen, bijvoorbeeld in Ich habe nicht ... .
viel
viel geeft hier een hoeveelheid aan: ‘veel’ in nicht viel Hunger. De combinatie nicht viel + een zelfstandig naamwoord is bruikbaar wanneer je zegt dat een hoeveelheid beperkt is, bijvoorbeeld bij eten of drinken.
Hunger
Hunger betekent hier ‘honger’ en beschrijft hoeveel eetlust de spreker heeft in nicht viel Hunger. Een veelgebruikt patroon is Ich habe Hunger of Ich habe nicht viel Hunger wanneer je je eetlust beschrijft.
Dann
Dann betekent hier ‘dan’ en verbindt het advies met wat de andere persoon net zei. Je gebruikt Dann nimm ... wanneer je op basis van een eerdere situatie een voorstel of instructie geeft.
nimm
nimm betekent hier ‘neem’ en is een directe instructie aan één persoon in Dann nimm etwas Leichtes. Je kunt Nimm ... gebruiken wanneer je iemand vraagt een voorwerp of iets te pakken.
etwas
etwas betekent hier ‘iets’ en verwijst naar een niet nader bepaald gerecht of tussendoortje in etwas Leichtes. Een bruikbaar patroon is etwas + een beschrijving, wanneer je een onbepaald ding of voedsel noemt.
Leichtes
Leichtes betekent hier ‘iets lichts’, dus licht eten dat niet zwaar valt. In etwas Leichtes verwijst Leichtes naar een nog niet precies genoemd gerecht; je kunt iets aanraden met het patroon etwas Leichtes, wie ... .
wie
wie betekent hier ‘zoals’ en introduceert Joghurt als voorbeeld van iets lichts in wie Joghurt. Je gebruikt wie + een voorbeeld om een eerder genoemde soort of mogelijkheid concreter te maken.
Joghurt
Joghurt betekent ‘yoghurt’ en is hier het voorgestelde lichte eten. In Joghurt mit Nüssen benoemt het samen met mit Nüssen een combinatie van ingrediënten.
Haben
Haben betekent hier ‘hebben’ in de vraag Haben wir auch Nüsse? Door Haben vooraan te zetten, vraag je of iets aanwezig of beschikbaar is. Een bruikbaar patroon is Haben wir ...? wanneer je samen met iemand naar beschikbare dingen vraagt.
wir
wir betekent ‘wij’ en verwijst hier naar de twee mensen in het huishouden. In Haben wir ook? vraagt de spreker of zij samen iets hebben; je gebruikt wir wanneer jij en minstens één andere persoon de groep vormen.
auch
auch betekent hier ‘ook’ of ‘tevens’ en voegt noten toe aan de eerder besproken snack. In Haben wir auch Nüsse? controleer je of er naast andere ingrediënten nog iets extra’s beschikbaar is.
Nüsse
Nüsse betekent hier ‘noten’ en is de meervoudsvorm van Nuss. In Haben wir auch Nüsse? gaat het om de vraag of er noten zijn; een bruikbaar patroon is ein paar Nüsse voor een kleine hoeveelheid noten.
Ein
Ein hoort hier samen met paar in Ein paar en betekent in die woordgroep ‘enkele’ of ‘wat’. De vorm staat aan het begin van de zin met een hoofdletter; verderop staat dezelfde woordgroep als ein paar in Lass bitte ein paar Nüsse für mich übrig.
paar
paar draagt in Ein paar de betekenis ‘een klein aantal’ of ‘enkele’, samen met Ein. Een bruikbaar patroon is ein paar + een meervoudig zelfstandig naamwoord, zoals ein paar Nüsse wanneer je om een kleine hoeveelheid vraagt.
sind
sind betekent hier ‘zijn’ in Ein paar sind im Schrank en beschrijft waar de noten zich bevinden. Je gebruikt sind met een meervoudig onderwerp wanneer je zegt dat meerdere dingen ergens zijn.
im
im betekent hier ‘in de’ in im Schrank en geeft een plaats aan. im is de verkorte vorm van in dem; een bruikbaar patroon is im + een plaats, zoals im Schrank.
Schrank
Schrank betekent hier ‘kast’ of ‘keukenkast’ en noemt de plaats waar de noten liggen. In im Schrank kun je aangeven dat een voorwerp of ingrediënt zich in een kast bevindt.
mit
mit betekent hier ‘met’ en verbindt Joghurt met het ingrediënt Nüssen in Joghurt mit Nüssen. Een bruikbaar patroon is een voedingsmiddel + mit + een ingrediënt wanneer je een combinatie beschrijft.
Nüssen
Nüssen betekent hier ‘noten’ in de combinatie Joghurt mit Nüssen. Dit is de vorm van Nüsse die na mit wordt gebruikt; het patroon mit + Nüssen beschrijft waarmee iets wordt gecombineerd.
klingt
klingt betekent hier ‘klinkt’ en drukt een positieve indruk uit in klingt gut. Je gebruikt X klingt gut wanneer een voorstel, idee of combinatie je goed lijkt.
gut
gut betekent hier ‘goed’ en geeft in klingt gut een positieve beoordeling van yoghurt met noten. Je kunt klingt gut gebruiken om in een gesprek met een huisgenoot of vriend goedkeuring te geven aan een plan.
eine
eine betekent hier ‘een’ en hoort bij Schüssel in eine kleine Schüssel. Het patroon eine + beschrijving + zelfstandig naamwoord helpt om één specifiek voorwerp te vragen of aan te wijzen.
kleine
kleine beschrijft Schüssel als klein in eine kleine Schüssel. Je gebruikt eine kleine + zelfstandig naamwoord wanneer je de gewenste geringe grootte van een voorwerp aangeeft.
Schüssel
Schüssel betekent hier ‘kom’ en is het voorwerp waarin de snack wordt klaargemaakt. In Nimm eine kleine Schüssel vraag je iemand om een kleine kom te pakken, bijvoorbeeld in de keuken.
Es
Es opent hier de zin Es ist nicht zu viel, waarin de hoeveelheid van de snack wordt beoordeeld. Je gebruikt Es ist ... om iets te beschrijven of een oordeel over een situatie te geven.
ist
ist betekent hier ‘is’ en verbindt Es met de beoordeling niet te veel in Es ist nicht zu viel. Een bruikbaar patroon is Es ist + beschrijving wanneer je een hoeveelheid, toestand of situatie beoordeelt.
zu
zu betekent hier ‘te’ in zu viel en geeft aan dat een hoeveelheid hoger is dan gewenst of nodig. De combinatie zu viel gebruik je wanneer iets meer is dan passend, zoals bij eten of drinken.
mache
mache betekent hier ‘maak’ of ‘bereid’ in Ich mache jetzt einen Snack. Het is de vorm van machen bij Ich; je gebruikt Ich mache + voorwerp of gerecht wanneer je zegt wat je nu klaarmaakt.
jetzt
jetzt betekent ‘nu’ en geeft aan dat de spreker de snack meteen gaat maken in Ich mache jetzt einen Snack. Je kunt jetzt bij een handeling gebruiken om het huidige of onmiddellijke moment te benadrukken.
Lass
Lass betekent hier ‘laat’ in Lass bitte ein paar Nüsse für mich übrig: de spreker vraagt om iets te bewaren. Je gebruikt Lass ... übrig wanneer je wilt dat een deel beschikbaar blijft voor iemand anders.
bitte
bitte betekent hier ‘alsjeblieft’ en maakt de instructie Lass ... übrig beleefder. Je kunt bitte in een verzoek plaatsen, zoals in Lass bitte ... wanneer je iets vriendelijk aan een bekende vraagt.
für
für betekent hier ‘voor’ en geeft in für mich aan voor wie de noten bestemd zijn. Een bruikbaar patroon is etwas für + een persoon übrig lassen wanneer je een deel voor iemand bewaart.
mich
mich betekent hier ‘mij’ in für mich en verwijst naar de persoon die om een deel vraagt. Je gebruikt für mich wanneer iets voor jou bestemd of bewaard is.
übrig
übrig betekent hier ‘over’ of ‘bewaard’ in Lass bitte ein paar Nüsse für mich übrig. Het woord geeft aan dat een deel blijft bestaan en beschikbaar blijft; een bruikbaar patroon is etwas für jemanden übrig lassen.