Elke dag 10 minuten gratis
Ga verder met audiolessen in de app
Woorduitleg verschijnt automatisch synchroon met de audio.
Geen login · gesynchroniseerde vertalingen · afspelen met vergrendeld scherm
Kies je leertaal en open deze les in de app.
Over deze les
Met Een shirt ruilen voor een grotere maat oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.
Dialoog
Ich habe dieses Hemd gekauft.
Iech haa-buh die-zus hemt guh-kauft. Ik heb dit shirt gekocht.Es passt nicht.
Es past nieçt. Het past niet.Hast du den Kassenbon und das Etikett noch?
Hast doe den kas-sun-bohn oent das ee-ti-ket noch? Heb je de bon en het kaartje nog?Ich habe beides in der Tüte aufbewahrt.
Iech haa-buh bai-dus in der tuu-tuh auf-buh-vaart. Ik heb ze allebei in de tas bewaard.Dann kann ich dir bei einer Rückgabe oder einem Umtausch helfen.
Dan kan iech dier bai einer rük-gaa-buh ooder einem oem-tausj hel-fun. Dan kan ik je helpen met terugbrengen of ruilen.Ich würde es lieber gegen eine größere Größe umtauschen.
Iech wür-du es lie-buh gee-gun eine greu-suh-ruh greu-suh oem-tausjun. Ik wil het liever ruilen voor een grotere maat.Das sollte möglich sein, wenn das Hemd ungetragen ist.
Das zol-luh mög-likh zain, ven das hemt oen-guh-traa-gun ist. Dat moet kunnen als het shirt niet gedragen is.Wo kann ich die größere Größe anprobieren?
Voo kan iech die greu-suh-ruh greu-suh an-pro-bie-run? Waar kan ik de grotere maat passen?Die Umkleidekabinen sind hinter diesem Aufsteller.
Die oem-klai-duh-ka-bie-nun zint hin-tuh die-zum auf-sjtel-luh. De paskamers zijn achter die display.Uitleg van de zinnen
Ich habe dieses Hemd gekauft.
Ik heb dit shirt gekocht.
- Ich habe
- ik heb
- dieses
- dit
- Hemd
- shirt
- gekauft
- gekocht
Uitgebreide uitleg
Ich habe betekent hier “ik heb”. Ich is de eerste persoon enkelvoud. haben staat als hulpwerkwoord in de vorm habe; samen met het voltooid deelwoord gekauft vormt dit het Duitse Perfekt. dieses betekent hier “dit”. Het hoort bij het enkelvoudige, onzijdige lijdend voorwerp Hemd. Het zelfstandig naamwoord Hemd is onzijdig: das Hemd. Omdat het in deze zin het lijdend voorwerp is, staat het in de accusatief; daarom is de vorm dieses. Bij het aanwijzende woord zijn bijvoorbeeld dieser (mannelijk nominatief), diesen (mannelijk accusatief), diese (vrouwelijk nominatief of accusatief, en meervoud nominatief of accusatief) en dieses (onzijdig nominatief of accusatief). De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald, maar ook door geslacht en naamval. Hemd betekent hier “shirt”. De basisvorm is das Hemd; het meervoud is die Hemden. In deze zin is Hemd het lijdend voorwerp: het is wat de spreker heeft gekocht. gekauft is het voltooid deelwoord van kaufen, “kopen”. Bij dit regelmatige werkwoord wordt het gevormd met ge- en -t: kaufen → gekauft. Voorbeeld: Ich kaufe ein Buch. — “Ik koop een boek.” In het Perfekt staat het voltooid deelwoord doorgaans achteraan: Ich habe ein Buch gekauft. — “Ik heb een boek gekocht.” Samen vormen de delen de betekenis: Ich habe geeft de spreker en het hulpwerkwoord, dieses Hemd is het specifieke lijdend voorwerp en gekauft benoemt de voltooide handeling. De volledige vertaling is: “Ik heb dit shirt gekocht.”
Es passt nicht.
Het past niet.
- Es
- het
- passt
- past; past goed
- nicht
- niet
Uitgebreide uitleg
Es is hier een persoonlijk voornaamwoord in de vorm voor een onzijdig onderwerp. In de Nederlandse vertaling wordt dat het. De concrete referent wordt in deze ene zin niet expliciet genoemd; de context maakt alleen duidelijk dat er iets is dat niet past. De vorm es verandert niet naar een vrouwelijke of meervoudsvorm binnen deze zin. passt komt van het werkwoord passen. De vorm is de tegenwoordige tijd voor de derde persoon enkelvoud: passen → es passt. In deze zin betekent het dat iets qua maat of vorm geschikt is. Voorbeelden: Das Kleid passt. — De jurk past. Die Schuhe passen nicht. — De schoenen passen niet. Nicht ontkent hier de uitspraak dat het past. Het staat na passt, zodat es passt nicht betekent: het past niet. De ontkenning hoort bij het werkwoordelijke geheel; nicht betekent hier niet simpelweg dat er geen voorwerp bestaat. Samen vormen de delen het patroon Es + werkwoord + nicht: Es passt nicht. — Het past niet. Dat is een korte manier om te zeggen dat iets niet geschikt is qua pasvorm of maat, zonder het betreffende voorwerp opnieuw te noemen.
Hast du den Kassenbon und das Etikett noch?
Heb je de bon en het kaartje nog?
- Hast du
- heb je
- Kassenbon
- kassabon
- Etikett
- kaartje; etiket
- noch
- nog
Uitgebreide uitleg
Hast du is de vraagvorm van haben voor de tweede persoon enkelvoud: du hast wordt aan het begin van een ja-neevraag Hast du ...?. Het betekent hier “heb je ...?”. Het zegt op zichzelf niet hoeveel je hebt. Voorbeeld: Hast du Zeit? — “Heb je tijd?” Kassenbon betekent hier “kassabon” of “aankoopbewijs”. Het meervoud is Kassenbons; Kassenbon is een zelfstandig naamwoord. Voorbeeld: Ich habe den Kassenbon. — “Ik heb de kassabon.” Etikett betekent hier volgens de vaste vertaling “kaartje”; het kan ook “etiket” betekenen. Het meervoud is Etiketten, met -en als meervoudsuitgang. Voorbeeld: Das Etikett ist noch da. — “Het kaartje is er nog.” noch betekent hier “nog”: de vraag gaat erom of de genoemde voorwerpen nog beschikbaar zijn of nog in bezit zijn. In noch einmal betekent noch daarentegen “nog een keer”; de omliggende woorden bepalen dus de precieze betekenis. den Kassenbon und das Etikett vormt samen het object van de vraag. Kassenbon heeft als basisvorm met lidwoord der Kassenbon; als mannelijk object in de accusatief wordt dat den Kassenbon. Etikett heeft de basisvorm met das: das Etikett; als onzijdig object in de accusatief blijft het lidwoord das. Duitse bepaalde lidwoorden geven onder meer naamval en grammaticaal geslacht aan en kunnen ook informatie over getal dragen. Hier helpen ook de zelfstandige naamwoorden: Kassenbon is enkelvoud, tegenover Kassenbons in het meervoud, en Etikett is enkelvoud, tegenover Etiketten in het meervoud. De lidwoorden drukken hier geen afzonderlijk numeriek aantal uit. Samen betekent de hele zin: “Heb je de bon en het kaartje nog?”
Ich habe beides in der Tüte aufbewahrt.
Ik heb ze allebei in de tas bewaard.
- Ich habe
- ik heb
- beides
- beide dingen; allebei
- in der
- in de
- Tüte
- tas
- aufbewahrt
- bewaard
Uitgebreide uitleg
Ich habe is hier de eerste persoon enkelvoud van haben: “ik heb”. Samen met het voltooid deelwoord aufbewahrt vormt het het Duitse Perfekt, een veelgebruikte manier om een voltooide handeling in het verleden uit te drukken. Het onderwerp is dus ich; habe hoort bij haben, niet bij het daaropvolgende werkwoord. beides betekent hier “beide dingen” of “ze allebei”. Het is een zelfstandig gebruikt voornaamwoord voor twee zaken; in deze context verwijst het naar de bon en het kaartje uit de voorafgaande zin. Vergelijk beide wanneer het woord bij een zelfstandig naamwoord staat, bijvoorbeeld beide Dokumente — “beide documenten”. in der betekent hier “in de”. in kan een plaats aanduiden; bij een vaste locatie staat hier de datief. der is daarom de datief enkelvoud van het vrouwelijke lidwoord die, zoals in in der Tasche — “in de tas”. Tüte betekent “tas” of “zak”, vooral een draagtas of zak van het soort dat men bijvoorbeeld bij een aankoop krijgt. Het zelfstandig naamwoord is vrouwelijk: die Tüte; na het plaatsaanduidende in wordt dat in der Tüte. Een voorbeeld: Das Buch ist in der Tüte. — “Het boek zit in de tas.” aufbewahrt is het voltooid deelwoord van aufbewahren, “bewaren” of “ergens bewaren”. Het voorvoegsel auf- blijft in dit deelwoord aan het werkwoord vast: aufbewahren → aufbewahrt. In het Perfekt staat het deelwoord achteraan: Ich habe den Brief aufbewahrt. — “Ik heb de brief bewaard.” Samen betekent Ich habe beides in der Tüte aufbewahrt.: “Ik heb ze allebei in de tas bewaard.” De structuur is onderwerp + haben + wat bewaard wordt + plaats + voltooid deelwoord; beides is het bewaarde object, in der Tüte geeft de plaats aan en aufbewahrt sluit de voltooide werkwoordsvorm af.
Dann kann ich dir bei einer Rückgabe oder einem Umtausch helfen.
Dan kan ik je helpen met terugbrengen of ruilen.
- Dann
- dan
- kann
- kan
- Rückgabe
- terugbrengen; retour
- Umtausch
- ruilen; omruiling
- helfen
- helpen
Uitgebreide uitleg
Dann betekent hier “dan” en verbindt de hulp met de voorafgaande situatie. Het kan ook een tijdstip aangeven, maar in deze zin is de gevolg- of aansluitende betekenis het belangrijkst. kann is de vorm van können voor de eerste persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd: ich kann. Met ich drukt het uit dat de spreker in staat is of bereid is om iets te doen. Na een modaal werkwoord staat het andere werkwoord als infinitief aan het einde: Ich kann dir helfen. Rückgabe is een zelfstandig naamwoord voor het terugbrengen of retourneren van iets. Het heeft vrouwelijk grammaticaal geslacht: die Rückgabe; na bei staat hier de datiefvorm einer Rückgabe. Het onbepaalde lidwoord einer zegt niet op zichzelf hoeveel teruggebrachte zaken er zijn. Umtausch betekent een ruiling of omruiling, bijvoorbeeld wanneer een artikel voor een ander artikel of een andere maat wordt ingewisseld. Het is mannelijk: der Umtausch; daarom staat na bei de datiefvorm einem Umtausch. De twee mogelijkheden worden met oder verbonden: bei einer Rückgabe oder einem Umtausch. helfen betekent “helpen”. Het werkwoord gebruikt voor de geholpen persoon de datief: jemandem helfen. Daarom is dir de datiefvorm van het informele enkelvoudige du: “jou helpen”. Een bruikbaar patroon is Ich helfe dir bei ... — “Ik help je met ...”. Samen vormt Dann kann ich dir bei einer Rückgabe oder einem Umtausch helfen het patroon Dann kann ich dir bei ... helfen: “Dan kan ik je helpen met ...”. kann draagt de vervoegde werkwoordsvorm, helfen blijft als infinitief aan het einde, en bei leidt de datiefconstructie in. De vaste betekenis is: “Dan kan ik je helpen met terugbrengen of ruilen.”
Ich würde es lieber gegen eine größere Größe umtauschen.
Ik wil het liever ruilen voor een grotere maat.
- Ich würde
- ik zou
- es
- het
- lieber
- liever
- gegen
- voor / in ruil voor
- größere
- grotere
- Größe
- maat
- umtauschen
- ruilen
Uitgebreide uitleg
Ich würde: würde is the Konjunktiv-II-vorm van werden and expresses a polite or hypothetical “zou”. In this sentence it combines with the infinitive umtauschen, which comes at the end: Ich würde ... umtauschen = “Ik zou ... ruilen”. A useful pattern is Ich würde gern ... (“Ik zou graag ...”) or, with preference, Ich würde lieber .... es: This is the accusative singular form of the neuter pronoun, here meaning “het”. Its specific referent is the item that the speaker wants to exchange; the sentence does not name that item. lieber: This is the comparative form of gern (“graag”) and means “liever” when expressing a preference. The corresponding choice between two possibilities can be shown with lieber ... als ... (“liever ... dan ...”). Here it modifies the intended exchange: the speaker would rather exchange it. gegen: With an exchange, gegen introduces what is received in return and takes the accusative: etwas gegen etwas umtauschen = “iets voor iets ruilen”. This is the exchange meaning of gegen in this sentence. größere: This is the comparative form of the adjective groß (“groot”): groß → größer (“groter”). In eine größere Größe, the ending -e belongs to the adjective and reflects the feminine accusative singular noun phrase; it does not belong to the noun. The comparison is between the current size and a larger one. Größe: This feminine noun means “maat” in this context, specifically a clothing size. Its plural is Größen (“maten”). In the noun phrase eine größere Größe, eine marks an indefinite feminine singular noun phrase; it does not by itself state a numerical count. umtauschen: This infinitive means “ruilen” or “omruilen”, especially exchanging an item for another one. The separable verb is umtauschen; in a finite main clause, for example, Ich tausche es um means “Ik ruil het om”. After würde, the complete infinitive stays at the end: Ich würde es umtauschen. Samen vormen de delen Ich würde ... lieber ... umtauschen de beleefde voorkeur “Ik zou het liever omruilen”. gegen eine größere Größe preciseert wat de spreker ervoor wil krijgen: een grotere maat. De volledige betekenis is dus: “Ik wil het liever ruilen voor een grotere maat.”
Das sollte möglich sein, wenn das Hemd ungetragen ist.
Dat moet kunnen als het shirt niet gedragen is.
- Das sollte
- Dat zou moeten
- möglich
- mogelijk
- sein
- zijn
- wenn
- als
- Hemd
- shirt
- ungetragen
- niet gedragen
Uitgebreide uitleg
Das sollte: das is hier een aanwijzend voornaamwoord met de betekenis “dat”; de zin identificeert geen specifieker antecedent. sollte is hier de vorm van sollen bij het onderwerp das en drukt een verwachting of inschatting uit: “zou moeten”. Vergelijk Das soll möglich sein (“Dat zou mogelijk zijn volgens iemand / Dat hoort mogelijk te zijn”); dat heeft een andere betekenisnuance. möglich: Dit bijvoeglijk naamwoord betekent “mogelijk”. Het tegengestelde is unmöglich (“onmogelijk”). In het patroon etwas ist möglich beschrijft het wat kan gebeuren of gedaan kan worden. Voorbeeld: Das ist möglich. — “Dat is mogelijk.” sein: Dit is het infinitief van sein (“zijn”). Na het modale werkwoord sollte gebruikt het Duits het infinitief: sollte ... sein, niet een persoonsvorm van sein. Samen vormen möglich sein de betekenis “mogelijk zijn”. wenn: Dit leidt hier een voorwaarde in en betekent “als”. In een bijzin met wenn staat de persoonsvorm achteraan: wenn das Hemd ungetragen ist — “als het shirt niet gedragen is”. Hemd: Het zelfstandig naamwoord das Hemd betekent “het shirt”. Het is grammaticaal onzijdig; dat blijkt uit het lidwoord das en zegt niets over een aantal. Het meervoud is die Hemden (“de shirts”). Voorbeeld: Das Hemd ist sauber. — “Het shirt is schoon.” ungetragen: Dit betekent in deze zin “niet gedragen”. Het is opgebouwd uit un- plus getragen, het voltooid deelwoord van tragen (“dragen”): getragen betekent “gedragen” en ungetragen “niet gedragen”. Als predicatief bijvoeglijk naamwoord na ist krijgt het hier geen verbuiging. Voorbeeld: Die Jacke ist ungetragen. — “De jas is niet gedragen.” Samen zegt Das sollte möglich sein “Dat zou mogelijk moeten zijn”, in de vaste vertaling natuurlijk weergegeven als “Dat moet kunnen”. De voorwaardelijke bijzin wenn das Hemd ungetragen ist voegt de voorwaarde toe: “als het shirt niet gedragen is”. De volledige uiting betekent dus: “Dat moet kunnen als het shirt niet gedragen is.”
Wo kann ich die größere Größe anprobieren?
Waar kan ik de grotere maat passen?
- Wo
- waar
- kann ich
- kan ik
- größere
- grotere
- Größe
- maat
- anprobieren
- passen
Uitgebreide uitleg
Wo vraagt naar een plaats: “waar”. Het staat hier aan het begin van de vraag. Voor een vraag naar een persoon gebruik je bijvoorbeeld wer (“wie”), maar dat is een andere functie. kann ich bestaat uit können (“kunnen”) in de vorm kann en het persoonlijk voornaamwoord ich (“ik”). kann is de vorm voor de eerste persoon enkelvoud; de vorm voor du is kannst. In een Duitse ja-neevraag staat het vervoegde werkwoord vaak vooraan, maar bij een vraagwoord komt dat werkwoord direct na het vraagwoord: Wo kann ich …? Voorbeeld: Wo kann ich bezahlen? — “Waar kan ik betalen?” größere betekent hier “grotere”. Het is de vergrotende trap van het bijvoeglijk naamwoord groß (“groot”): groß → größer → am größten (“groot” → “groter” → “het grootst”). In die größere Größe beschrijft größere het zelfstandig naamwoord Größe. De uitgang -e hoort bij de verbogen vorm van het bijvoeglijk naamwoord vóór die größere Größe; de vorm wordt hier bepaald door de combinatie van lidwoord, naamval, getal en grammaticaal geslacht, niet door enkelvoudigheid alleen. Größe is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent hier “maat”, zoals een kledingmaat. Dezelfde vorm kan in andere contexten ook “grootte” betekenen; de combinatie met anprobieren en de vaste vertaling maken hier de betekenis “maat” duidelijk. Voorbeeld: Welche Größe brauchst du? — “Welke maat heb je nodig?” anprobieren betekent “passen” in de zin van kleding of schoenen aantrekken om te controleren of ze goed zitten. Het is een scheidbaar werkwoord: in een gewone hoofdzin kan het voorvoegsel loskomen, bijvoorbeeld Ich probiere die Jacke an. — “Ik pas de jas.” Na het modale werkwoord kann blijft het infinitief hier als één vorm aan het einde staan: kann ich … anprobieren. Samen vormt Wo kann ich die größere Größe anprobieren? een vraag naar de plaats waar de spreker de grotere maat kan passen: “Waar kan ik de grotere maat passen?” De woordgroep die größere Größe is het lijdend voorwerp van anprobieren; die en größere verwijzen grammaticaal naar het vrouwelijke enkelvoud Größe. De vraag zegt niet welke concrete plaats dat is; ze vraagt er juist naar.
Die Umkleidekabinen sind hinter diesem Aufsteller.
De paskamers zijn achter die display.
- Umkleidekabinen
- paskamers
- sind
- zijn
- hinter
- achter
- diesem
- deze
- Aufsteller
- display
Uitgebreide uitleg
Umkleidekabinen betekent hier “paskamers”. Het is het meervoud van die Umkleidekabine; in het meervoud krijgt Kabine hier de uitgang -n: Kabine → Kabinen. Voorbeeld: Die Umkleidekabinen sind dort. — “De paskamers zijn daar.” Sind is de tegenwoordige tijd van sein (“zijn”) bij het meervoud: sie sind = “zij zijn”. In deze zin verbindt het de paskamers met hun locatie. Voorbeeld: Die Schuhe sind hier. — “De schoenen zijn hier.” Hinter betekent “achter”. Bij een plaatsbepaling staat het hier voor een locatie: iets bevindt zich achter iets anders. Voorbeeld: Der Eingang ist hinter dem Gebäude. — “De ingang is achter het gebouw.” Bij hinter kan de naamval het verschil tussen locatie en beweging markeren: een vaste plaats krijgt doorgaans datief, terwijl beweging naar achter iets toe doorgaans accusatief gebruikt. Diesem betekent hier “deze/dit” en verwijst naar één concreet aangewezen object. De vorm is de datief enkelvoud van het aanwijzend voornaamwoord dieser/diese/dieses. Omdat Aufsteller mannelijk is (der Aufsteller) en na het plaatsaanduidende hinter hier de datief staat, verschijnt de mannelijke datiefvorm diesem. De vorm wordt dus niet alleen door enkelvoud bepaald; ook geslacht en naamval zijn relevant. Ter vergelijking: hinter diesen Aufsteller zou een beweging naar achter deze display aanduiden, met accusatief. Aufsteller betekent hier “display” of “displaystand”: een vrijstaande presentatie waarop bijvoorbeeld informatie of artikelen kunnen staan. Het is een zelfstandig naamwoord met het lidwoord der; enkelvoud en meervoud hebben dezelfde vorm: der Aufsteller en die Aufsteller. Voorbeeld: Der Aufsteller steht vor dem Eingang. — “De displaystand staat voor de ingang.” Samen vormen de delen: Die Umkleidekabinen (“de paskamers”) + sind (“zijn”) + hinter diesem Aufsteller (“achter deze displaystand”). De volledige betekenis is: “De paskamers zijn achter die display.” De vaste plaats wordt uitgedrukt met hinter plus de datiefgroep diesem Aufsteller.
Grammatica
dieses + zelfstandig naamwoord
Dieses Hemd
Die-zus hemtdit overhemd
Bij een onzijdig zelfstandig naamwoord krijgt dieses de uitgang -es.
größere + zelfstandig naamwoord
größere Größe
greu-suh-ruh greu-suheen grotere maat
Voor het vrouwelijke zelfstandig naamwoord Größe krijgt größere de uitgang -e.
Duits woordenschat
Ich habe beides in der Tüte aufbewahrt.
Ich habe beides in der Tüte aufbewahrt.
dieses Hemd
das Etikett
Ich habe dieses Hemd gekauft.
dieses Hemd
den Kassenbon
Hast du den Kassenbon und das Etikett noch?
Es passt nicht.
bei einer Rückgabe
in der Tüte
bei einem Umtausch
Quiz
Woordvolgorde
Zet de woorden in de juiste volgorde.
Ik heb dit shirt gekocht.
Antwoord tonen
Ich habe dieses Hemd gekauft.Het past niet.
Antwoord tonen
Es passt nicht.De paskamers zijn achter die display.
Antwoord tonen
Die Umkleidekabinen sind hinter diesem Aufsteller.Spelling
Tik op de letters om het woord te spellen.
etiket
Antwoord tonen
Etikettnog
Antwoord tonen
nochoverhemd
Antwoord tonen
Hemdgekocht