Jassen vergelijken op kwaliteit en pasvorm | Leer duits in het Nederlands

German lesson set in a contemporary Berlin everyday setting: In a clothing shop, two adults compare similar jackets by fabric, warmth, and fit before deciding..

NL → DE / Niveau: A2

Over deze les

Met Jassen vergelijken op kwaliteit en pasvorm oefen je gespreksuitdrukkingen, uitspraak, woordenschat, grammatica en quizzen in het duits.

Dialoog

A

Diese beiden Jacken sehen sich sehr ähnlich.

Die-ze bai-duhn jak-uhn zee-uhn ziesj zeer een-liesj. Deze twee jassen lijken erg op elkaar.
B

Vergleichen wir den Stoff und die Passform.

Fer-glai-sjen vie-uh dehn sjtof oent die pas-form. Laten we de stof en de pasvorm vergelijken.
A

Diese fühlt sich leicht an.

Die-ze fuult ziesj laisjt an. Deze voelt licht aan.
A

Der Stoff scheint dünn zu sein.

Deer sjtof sjaint duun tsoe zain. De stof lijkt dun.
B

Die andere fühlt sich robuster und wärmer an.

Die an-duh-ruh fuult ziesj ro-boes-tuh oent ver-muh an. De andere voelt steviger en warmer aan.
A

Die könnte für den Alltag besser sein.

Die keun-tuh fuur dehn alt-taak bes-uh zain. Die is misschien beter voor dagelijks gebruik.
B

Probier sie zuerst an und schau, wie sie sich anfühlt.

Pro-bie-uh zíe tsoe-eerst an oent sjau, vie zíe ziesj an-fuult. Trek hem eerst aan en kijk hoe hij aanvoelt.
A

Ich werde beide anprobieren, bevor ich mich entscheide.

Isj veer-duh bai-duh an-pro-bie-uh, be-foor isj miesj ent-sjai-duh. Ik zal ze allebei passen voordat ik beslis.
B

Das sollte die Wahl leichter machen.

Das sjol-tuh die vaal laisj-tuh ma-chen. Dat zou de keuze makkelijker moeten maken.

Woord voor woord

Diese In „Diese beiden Jacken“ betekent „Diese“ „deze“ en verwijst het naar de twee jassen die worden besproken. Je gebruikt het om bekende dingen direct aan te wijzen, zoals in „Diese beiden Jacken sehen sich sehr ähnlich.“
beiden In „Diese beiden Jacken“ geeft „beiden“ aan dat het precies om twee jassen gaat. Het is bruikbaar wanneer je twee al bekende dingen samen benoemt, bijvoorbeeld bij het vergelijken van twee kledingstukken.
Jacken „Jacken“ betekent hier „jassen“ en benoemt de twee kledingstukken in de winkel. Het woord past bijvoorbeeld in „Diese beiden Jacken“ wanneer je twee jassen aanwijst of vergelijkt.
sehen In „sehen sich sehr ähnlich“ beschrijft „sehen“ hoe de twee jassen eruitzien: ze lijken op elkaar. Deze vorm hoort hier bij de uitdrukking „sehen sich sehr ähnlich“, die je gebruikt om twee dingen visueel te vergelijken.
sich In „sehen sich sehr ähnlich“ verwijst „sich“ naar de twee jassen en maakt het duidelijk dat ze elkaar onderling worden vergeleken. Je gebruikt deze vorm samen met „sehen“ en „ähnlich“ om gelijkenis tussen twee dingen uit te drukken.
sehr „Sehr“ versterkt in „sehr ähnlich“ de betekenis van „ähnlich“: de jassen lijken sterk op elkaar. Je kunt het voor een eigenschap gebruiken wanneer je de mate ervan wilt benadrukken, zoals in „sehen sich sehr ähnlich“.
ähnlich „Ähnlich“ betekent in „sehen sich sehr ähnlich“ dat de twee jassen op elkaar lijken. De uitdrukking is bruikbaar wanneer je het uiterlijk of een andere eigenschap van twee dingen vergelijkt.
Vergleichen Aan het begin van „Vergleichen wir den Stoff und die Passform“ is „Vergleichen“ een voorstel om samen te vergelijken. Dezelfde zin is een bruikbaar patroon wanneer je twee concrete eigenschappen of dingen naast elkaar wilt beoordelen.
wir „Wir“ betekent „wij“ en verwijst in „Vergleichen wir den Stoff und die Passform“ naar de spreker en de gesprekspartner samen. Je gebruikt het wanneer je een gezamenlijke handeling voorstelt.
den In „den Stoff“ betekent „den“ „de“ en hoort het bij het specifieke materiaal dat de gesprekspartners willen vergelijken. Je ziet het hier samen met „Stoff“ in „Vergleichen wir den Stoff und die Passform“.
Stoff „Stoff“ betekent hier „stof“ of „materiaal“ van een jas. In „den Stoff“ is het een concreet vergelijkingspunt; in een kledingwinkel kun je zo het materiaal van twee kledingstukken bespreken.
und „Und“ verbindt in „den Stoff und die Passform“ twee vergelijkingspunten: de stof en de pasvorm. Je gebruikt het om twee gelijkwaardige dingen in één opsomming te verbinden.
die De vorm „die“ betekent in „die Passform“ „de“ en hoort bij het zelfstandig naamwoord „Passform“. Aan het begin van „Die andere“ verwijst de hoofdlettervorm naar de andere jas; de hoofdletter komt daar door de positie aan het begin van de zin.
Passform „Passform“ betekent „pasvorm“: hoe een kledingstuk om het lichaam zit. In „die Passform“ wordt het genoemd als een eigenschap die je bij twee jassen kunt vergelijken.
fühlt In „fühlt sich leicht an“ betekent „fühlt“ dat iets bij aanraken of dragen een bepaalde indruk geeft. Samen met „sich ... an“ beschrijft het hoe de jas aanvoelt, bijvoorbeeld tijdens het passen.
leicht In „fühlt sich leicht an“ betekent „leicht“ dat de jas niet zwaar aanvoelt. Je gebruikt deze eigenschap bij het beschrijven van kleding of andere voorwerpen die je in je hand houdt of draagt.
an In „fühlt sich leicht an“ is „an“ onderdeel van de uitdrukking voor „aanvoelen“ en hoort het bij „fühlt“. In een hoofdzin staat dit deel hier aan het einde; samen beschrijft de uitdrukking de gevoelsindruk van de jas.
Der In „Der Stoff scheint dünn zu sein“ betekent „Der“ „de“ en verwijst het naar de stof die wordt beoordeeld. Je gebruikt de volledige woordgroep „Der Stoff“ wanneer de stof het onderwerp van de beschrijving is.
scheint „Scheint“ geeft in „Der Stoff scheint dünn zu sein“ aan dat de stof dun lijkt, maar dat dit als een indruk wordt gepresenteerd. Een bruikbaar patroon uit de dialoog is „scheint dünn zu sein“ wanneer je voorzichtig een eigenschap inschat.
dünn „Dünn“ betekent in „Der Stoff scheint dünn zu sein“ dat de stof weinig dikte heeft. Je kunt het gebruiken om de dikte van materiaal te beschrijven, vooral wanneer je een kledingstuk onderzoekt.
zu In „dünn zu sein“ verbindt „zu“ het werkwoord „sein“ met de beoordeling „dünn“. Samen met „scheint“ vormt het de constructie „scheint dünn zu sein“, waarmee je een indruk of vermoedelijke eigenschap uitdrukt.
sein In „dünn zu sein“ betekent „sein“ „zijn“ en koppelt het de stof aan de eigenschap „dünn“. De combinatie „scheint dünn zu sein“ is bruikbaar wanneer iets een bepaalde eigenschap lijkt te hebben.
andere In „Die andere“ betekent „andere“ „de andere“ en verwijst het naar de tweede jas, tegenover de eerder genoemde jas. Je gebruikt het wanneer er twee bekende opties zijn en je de tweede optie wilt aanwijzen.
robuster „Robuster“ betekent in „fühlt sich robuster und wärmer an“ dat de andere jas steviger aanvoelt dan de eerste. De vorm staat hier naast „wärmer“ om twee eigenschappen van dezelfde jas te beschrijven.
wärmer „Wärmer“ betekent in „fühlt sich robuster und wärmer an“ dat de andere jas warmer aanvoelt dan de eerste. Je kunt deze vorm gebruiken wanneer je de warmte van twee kledingstukken met elkaar vergelijkt.
könnte „Könnte“ geeft in „Die könnte für den Alltag besser sein“ een mogelijkheid of voorzichtige inschatting aan. De combinatie „könnte ... besser sein“ is bruikbaar wanneer je een optie als mogelijk geschikter beoordeelt zonder zekerheid uit te drukken.
für In „für den Alltag“ betekent „für“ „voor“ en geeft het aan waarvoor de jas geschikt zou kunnen zijn. Je gebruikt deze combinatie om een doel, gebruikssituatie of toepassingsgebied te benoemen.
Alltag „Alltag“ betekent „het dagelijks leven“ of „alledaags gebruik“. In „für den Alltag“ gaat het om een jas die geschikt is voor gewone dagelijkse situaties.
besser In „für den Alltag besser sein“ betekent „besser“ dat de ene jas geschikter wordt gevonden voor dagelijks gebruik dan de andere. Je gebruikt het wanneer je twee mogelijkheden beoordeelt en één ervan positiever inschat.
Probier In „Probier sie zuerst an“ is „Probier“ een directe aansporing aan één persoon om iets te proberen. De uitdrukking „Probier sie zuerst an“ is bruikbaar wanneer je iemand adviseert een kledingstuk eerst te passen.
sie In „Probier sie zuerst an“ verwijst „sie“ naar één van de jassen en betekent het „haar“ of „het“ in de Nederlandse vertaling. Je gebruikt deze verwijzing wanneer duidelijk is welk kledingstuk de gesprekspartners bedoelen.
zuerst „Zuerst“ betekent in „Probier sie zuerst an“ „eerst“ en geeft de volgorde van de handelingen aan. Hier moet de jas eerst worden gepast voordat wordt gekeken hoe hij aanvoelt.
schau In „schau, wie sie sich anfühlt“ betekent „schau“ „kijk“ of „let erop“ en vraagt het de ander om iets waar te nemen. Je gebruikt „schau, wie ...“ om iemand uit te nodigen het resultaat of gevoel van iets te controleren.
wie „Wie“ betekent in „wie sie sich anfühlt“ „hoe“ en leidt de beschrijving van de ervaring met de jas in. De combinatie is bruikbaar wanneer je vraagt of beschrijft hoe iets aanvoelt.
anfühlt In „wie sie sich anfühlt“ betekent „anfühlt“ dat de jas op een bepaalde manier aanvoelt. Hier staat de volledige vorm aan het einde van de bijzin; ze hoort bij de uitdrukking „sich anfühlen“.
Ich „Ich“ betekent „ik“ en verwijst in „Ich werde beide anprobieren“ naar de spreker. Je gebruikt het om je eigen toekomstige handeling of voornemen te benoemen.
werde In „Ich werde beide anprobieren“ helpt „werde“ om een toekomstig voornemen uit te drukken: de spreker zal beide jassen passen. Een bruikbaar patroon is „Ich werde ...“ gevolgd door de handeling die je van plan bent uit te voeren.
beide „Beide“ betekent in „Ich werde beide anprobieren“ „allebei“ en verwijst naar de twee jassen. Je gebruikt het wanneer je duidelijk wilt maken dat geen van de twee opties wordt overgeslagen.
anprobieren „Anprobieren“ betekent in „beide anprobieren“ „passen“ of „aantrekken om te testen“. In „Ich werde beide anprobieren“ staat het als de handeling die de spreker vóór de beslissing wil uitvoeren.
bevor „Bevor“ betekent in „bevor ich mich entscheide“ „voordat“ en geeft aan dat het passen eerder gebeurt dan de beslissing. Je gebruikt het om een handeling te verbinden aan een andere handeling die daarna plaatsvindt.
mich In „mich entscheide“ verwijst „mich“ naar de spreker als degene die de beslissing neemt. Het hoort hier bij de uitdrukking „sich entscheiden“, die je gebruikt wanneer iemand een keuze maakt.
entscheide „Entscheide“ betekent in „bevor ich mich entscheide“ „beslis“ en beschrijft het moment waarop de spreker een keuze maakt. De combinatie „mich entscheide“ is bruikbaar wanneer je over je eigen beslissing spreekt.
Das In „Das sollte die Wahl leichter machen“ verwijst „Das“ naar de eerder genoemde handeling, namelijk beide jassen passen. Het betekent hier „dat“ en wordt gebruikt om naar een vooraf besproken actie of situatie te verwijzen.
sollte „Sollte“ drukt in „Das sollte die Wahl leichter machen“ de verwachting uit dat iets een bepaald resultaat zal hebben. De constructie „Das sollte ... machen“ is bruikbaar wanneer je verwacht dat een handeling iets gemakkelijker maakt.
Wahl „Wahl“ betekent in „die Wahl“ „keuze“ en verwijst hier naar de beslissing tussen de twee jassen. In „die Wahl leichter machen“ wordt de keuze voorgesteld als iets dat door extra informatie eenvoudiger wordt.
leichter „Leichter“ betekent in „die Wahl leichter machen“ „gemakkelijker“ en beschrijft dat de keuze minder moeilijk wordt. Je kunt het gebruiken met „machen“ wanneer een handeling of omstandigheid iets eenvoudiger maakt.
machen In „die Wahl leichter machen“ betekent „machen“ „maken“: het passen van beide jassen maakt de keuze gemakkelijker. De volledige uitdrukking is bruikbaar wanneer je uitlegt dat iets een beslissing eenvoudiger maakt.

Grammatica

sich entscheiden für + Akkusativ

Ich entscheide mich für die Jacke.

Isj ent-sjai-duh miesj fuur die jak-uh.

Ik kies voor de jas.

Het werkwoord is wederkerend: bij ich hoort mich, dat na het vervoegde werkwoord staat.

anprobieren → Probier ... an

Probier sie zuerst an.

Pro-bie-uh zíe tsoe-eerst an.

Pas haar eerst.

Bij een scheidbaar werkwoord staat an aan het einde van de zin.

Duits woordenschat

ähnlich bijvoeglijk naamwoord
een-liesj vergelijkbaar
Alltag zelfstandig naamwoord
alt-taak dagelijks leven
dünn bijvoeglijk naamwoord
duun dun
fühlen werkwoord
fuu-luhn voelen fühlt sich
Jacke zelfstandig naamwoord
jak-uh jas Jacken
leicht bijvoeglijk naamwoord
laisjt licht
Passform zelfstandig naamwoord
pas-form pasvorm
robust bijvoeglijk naamwoord
ro-boest stevig robuster
scheinen werkwoord
sjai-nuhn lijken scheint
Stoff zelfstandig naamwoord
sjtof stof
vergleichen werkwoord
fer-glai-sjen vergelijken Vergleichen
warm bijvoeglijk naamwoord
varm warm wärmer

Quiz

Woordvolgorde

Zet de woorden in de juiste volgorde.

Deze voelt licht aan.

Antwoord tonenDiese fühlt sich leicht an.

De stof lijkt dun.

Antwoord tonenDer Stoff scheint dünn zu sein.

Dat zou de keuze makkelijker moeten maken.

Antwoord tonenDas sollte die Wahl leichter machen.

Spelling

Tik op de letters om het woord te spellen.

dun

Antwoord tonendünn

vergelijken

Antwoord tonenVergleichen

jas

Antwoord tonenJacken

pasvorm

Antwoord tonenPassform